Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vlaams decreet Ruimtelijke Ordening : technische fiche

Datum nieuwsfeit: 28-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
PERSMEDEDELING VAN DE VLAAMSE REGERING VERGADERING VAN 28 JANUARI 2000

Decreet Ruimtelijke Ordening : technische fiche

Ziehier in detail de in het op 28/1/2000 principieel goedgekeurde voorontwerp van decreet opgenomen wijzigin- gen aan het Decreet Ruimtelijke Ordening van 18/5/1999 en van het gecoördineerde decreet van 22/10/1996.

Technische aanpassingen (opheffen van tegenstrijdigheden, verduidelijkingen, wegwerken van interpretatiemoeilijk- heden en invullen van lacunes) :

- art. 2 : samenstelling van GECORO - art. 4 : verduidelijking van het onderscheid tussen een ontwerper als rechtspersoon en een ruimtelijk planner als natuurlijk persoon - art. 7 : verduidelijking van het onderscheid tussen een ontwerper als rechtspersoon en een ruimtelijk planner als natuurlijk persoon - art. 12 : de schaderegeling bij onteigening wordt beter uitgewerkt en in één zeer specifiek geval wordt een ver- valtermijn voor het vorderingsrecht ingevoerd - art. 13 : de planbaten worden slechts verschuldigd na het verkrijgen van een bouwvergunning, waaruit effectief bijkomende rechten worden geput - art. 14 : de tekst van de vergunningsplicht wordt afgestemd op de terminologie van het bos- en natuur- decreet - art. 15 : een inconsistentie wordt weggewerkt : naast een vergunning voor gebouwen kan ook een vergunning voor de wegen en infrastructuur voor de realisatie van een bedrijventerrein reeds sneller verleend worden op basis van een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan - art. 16 : er wordt voor gezorgd dat er geen 'onbekende' tussencategorie is tussen grote en kleine werken van algemeen belang. Een inconsistentie met art. 136 m.b.t. het planologisch attest wordt weggewerkt. De anticipatie op de goedkeuring van een uitvoeringsplan wordt verruimd tot alle plannen, niet enkel de gewestelijke. Ook de milieuvergunning moet sneller worden verleend, gelet op de noodzakelijke koppeling met de stedenbouwkundige ver- gunning. - art. 18 : de stedenbouwkundige inspecteur dient, naast een afschrift van de vergunning, ook te beschikken over een dossier - art. 19 en art. 31: de verplichte aanwezigheid van de vergunning en bijhorend dossier op de bouwwerf was ver- geten in het nieuwe decreet en kan helpen om preventief bouwmisdrijven te bestrijden - art. 20 : voor uitoefening van zijn beroepsrecht moet de stedenbouwkundige inspecteur ook op de hoogte zijn van het bestaan van de rappelbrief - art. 21 : er is een inconsistentie met artikel 122 õ1- derde lid : ook na een rappelbrief dient de stedenbouw- kundige inspecteur een afschrift van de beslissing van de bestendige deputatie te ontvangen - art. 22 : het betreft hier een verduidelijking : ook na een stilzwijgende beslissing dient een aanvrager nog 20 dagen te wachten vooraleer van start te gaan met de werken - art. 26 : het toepassingsgebied van het planologisch attest wordt verruimd niet enkel naar de wijziging, maar ook naar de opmaak van gemeentelijke ruimtelijke uitvoe- ringsplannen - art. 27 : hier werd vergeten dat niet alle onderhandse akten (zgn. compromissen) worden verleden bij een nota- ris. Een dubbele verplichting bij akten voor hypothe- caire leningen of kredieten wordt weggenomen - art. 32 : door het betalen van het vergelijk vervalt de strafprocedure. Dit was voorzien in het oude decreet, maar vergeten in het nieuwe decreet - art. 33 : hier wordt verduidelijkt dat het vonnis een eindvonnis betreft, en geen tussenvonnis - art. 34 en art. 43 : een aantal dubbele regelingen, die tot juridische betwistingen kunnen leiden, worden weg- gewerkt - art. 35 en art. 41 : er wordt geopteerd om over de 'opkuis' van de gemeentelijke plannen van aanleg niet bij het van kracht worden van het decreet, maar pas in een latere fase te beslissen. De huidige regeling, nl. het opheffen van dergelijke plannen van aanleg, die in een latere fase terug kunnen worden opgevist, zou aanleiding geven tot een juridisch contentieux bij de behandeling van bouwaanvragen binnen een bijzonder plan van aanleg - art. 40 : er wordt meer duidelijkheid verschaft over wat precies 'lopende procedures' zijn tot opmaak of her- ziening van APA's en BPA's en een specifieke regeling wordt voorzien voor de gemeenten die reeds beschikken over een goedgekeurd ruimtelijk structuurplan - art. 42 : de huidige regeling over het verval van ver- kavelingsvergunningen, die dateren van voor 22 dec. 1970, wordt herschreven en verduidelijkt zonder essentiële inhoudelijke repercussies - art. 46 en art. 47 : er wordt een bepaling toegevoegd om duidelijk te maken dat de afschaffing van de 'vroegere opvulregel' een definitief karakter verkrijgt. Ook wordt duidelijk gemaakt dat de vroegere regeling voor planschade van toepassing blijft voor alle gevallen waar planschade wordt gevraagd omwille van gewestplannen, APA's en BPA's om moeilijke transitiescenario's van het oude naar het nieuwe systeem te vermijden.

Verbetering en vereenvoudiging van procedures in het kader van behoorlijk bestuur

- art. 3 : eventuele i.p.v. verplichte opmaak van de nadere regels m.b.t. structuurbepalende elementen op de drie niveau's - art. 5 : schrapping van een overbodig lid. - art. 6 : schrapping van een overbodig lid. - art. 8, 9 en 10 : geen wijzigingen meer aanbrengen aan een ontwerpplan op basis van een nieuw gegeven, dat onbekend was ten tijde van de voorlopige vaststelling van het plan - art. 11 : het verhinderen van een carroussel van voort- durend nieuwe gemeentelijke uitvoeringsplannen, die geba- seerd zijn op een goedgekeurd gemeentelijk structuurplan, dat om een of andere reden evenwel strijdig zou kunnen zijn met een hoger plan. - art. 17 : het principe van de 'tijdelijke' vergunning wordt uitgebreid over een aantal bijkomende categorieën - art. 23 : het overleg met de Vlaamse Bouwmeester wordt nader bepaald. Anders zou voor de meest banale aanvragen, bv. een dakvlakvenster in een gemeentehuis of voor een rioolcollector, steeds voorafgaand overleg met de Vlaamse bouwmeester vereist zijn - art. 24 : het verval van een stedenbouwkundige vergun- ning voor twee of meerdere afzonderlijke gebouwen (bv. een woning met afzonderlijke garage) wordt duidelijker omschreven. De expliciete koppeling met de milieuvergun- ning wordt overgenomen uit het VLAREM-decreet - art. 25 : bij een procedure bij de Raad van State, wordt de schorsing van de uitvoeringstermijn ook toegepast op verkavelingsvergunningen, naar analogie met de bouwvergunningen - art. 28 : om te lange teksten te vermijden bij het voe- ren van publiciteit, wordt de informatieplicht beperkt tot de loutere vermelding of voor het goed een verkave- lingsvergunning bestaat - art. 29 : de gemeenten kunnen thans zelf de vrijstel- lingen en de tariefdiversificaties bepalen voor de belas- ting op niet bebouwde percelen, in functie van het eigen gemeentelijk grondbeleid - art. 30 : het betreft hier een minder omslachtige rege- ling dan de gewone procedure om een huiszoeking te vragen. Aan de stedenbouwkundige inspecteurs wordt de hoedanigheid van officier van de gerechtelijke politie toegekend en de machtiging om huiszoeking wordt gevraagd aan de politierechter in plaats van aan de onderzoeks- rechter, zoals ook reeds in het 'oude' decreet was voor- zien - art. 36, 37, 38 en 39 : het huidige decreet voorziet dat de PROCORO en GECORO moeten samengesteld worden bin- nen de 60 dagen na het van kracht worden van het decreet. Gelet op de provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen eind dit jaar is het absurd deze organen voor enkele maanden samen te stellen en wordt de uiterste datum ver- schoven naar 1 mei 2001. Gemeenten en provincies, die dit wensen, kunnen uiteraard de PROCORO en GECORO vroeger samenstellen. - art. 49 : De praktijk van inherzieningstellingen wordt fel vereenvoudigd. Een gemeente dient bv. niet meer om een machtiging te vragen aan de minister om een bestaand BPA te mogen herzien. Dit levert in vele gevallen een tijdwinst van 3 à 4 maanden op. - art. 50 en 51 : In het oude decreet werd bepaald dat de werken, die vrijgesteld zijn van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van geringe omvang dienen te zijn. Deze beperking wordt geschrapt. In een nader op te maken uitvoeringsbesluit kan nu bepaald worden dat bv. een aan- vraag voor een normale eengezinswoning vrijgesteld is van het advies van de gemachtigde ambtenaar. Voor zeer vele, routinematige aanvragen kan alzo in het oude systeem op eenvoudige wijze rechtstreeks een vergun- ning worden bekomen van het college van burgemeester en schepenen, zodat een aanzienlijke tijdwinst kan worden geboekt voor de partikulier en er meer tijd vrijkomt voor de provinciale afdelingen AROHM bij de begeleiding van de gemeenten naar het nieuwe systeem. - art. 52 : Voor de gemeenten die nog werken volgens het oude systeem, kan de aanvrager thans rechtstreeks in beroep gaan bij de bestendige deputatie na het verstrij- ken van de reglementaire termijn in plaats van eerst een aangetekende brief te sturen naar de gemachtigde ambte- naar. Dit levert een tijdwinst van 30 dagen op. - art. 53 : In het oude systeem wordt, naar analogie met het nieuwe systeem, een derde beroepstrap voor de aanvra- ger geschrapt. Ook deze wijziging moet het mogelijk maken de huidige achterstand bij bouwaanvragen en verkavelings- aanvragen gevoelig te reduceren. - art. 54 : een overgangsregeling voor voorgaande art. 50 t/m. 53 wordt voorzien.

Planologische wijzigingen of wijzigingen in functie van de implementatie van het Vlaams Regeerakkoord

- art. 44 : een specifieke, permanente regeling in ver- band met zone-vreemde monumenten wordt ingeschreven. Het huidige decreet laat enkel een gebruikswijziging naar eengezinswoningen toe voor een periode van max. 5 jaar. Iedere gebruikswijziging wordt thans mogelijk voor zover de voortzetting van de vroegere functie onmogelijk blijkt of een duurzame leefbaarheid van het gebouw niet garan- deert en de nieuwe functie de erfgoedwaarde ongeschonden laat of verhoogt. Op deze wijze is de verbouwing van een beschermd kasteel tot seniorie bv. mogelijk. Ook vanuit de door ons land geratificeerde Conventie van Granada van 1985 wordt gepleit voor het bevorderen van het gebruik van beschermde goederen, rekening houdend met de eigen- tijdse behoeften. Deze Conventie sluit geen enkele gebruiksfunctie uit. Ook het regeerakkoord bepaalt uit- drukkelijk dat zonevreemde monumenten een bijzondere aan- dacht zullen krijgen. De nodige grendels om misbruiken of aberraties te vermijden, worden ingebouwd. - art. 45 : ook voor de gunning van werken van algemeen belang wordt aansluiting gezocht bij de regeling van het nieuwe decreet, nl. gunning kan slechts van zodra het openbaar onderzoek is afgerond - art. 48 : het planologisch attest wordt 'versneld' ingevoerd. Het huidige decreet koppelt de opmaak van een planologisch attest uitsluitend aan de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Niet alle gemeenten zijn reeds voldoende ver gevorderd in hun structuurplanningsproces. Dit artikel wil nu reeds elk individueel bedrijf de mogelijkheid bieden om aan de overheid te vragen of er een wijziging van de bestem- mingsplannen komt of niet. Gelet op de vermoedelijk 5 jaar lange overgangsperiode tot iedere gemeente ruimte- lijke uitvoeringsplannen kan opmaken, wordt het toepas- singsgebied van het planologisch attest ook uitgebreid naar de opmaak van BPA's. Bij afgifte van een positief attest dient, binnen een termijn van 6 maanden na afgifte ervan, een ontwerp van bijzonder plan van aanleg te wor- den voorgelegd aan de bevoegde commissie voor advies en de adviserende instellingen en administraties. Het col- lege van burgemeester en schepenen kan die termijn van 6 maanden om gemotiveerde reden verlengen. Na definitieve aanvaarding van het plan door de gemeenteraad, dient de Vlaamse regering de gevraagde goedkeuring te verlenen binnen de 60 dagen na ontvangst van het dossier. De kwaliteitsbewaking gebeurt op deze wijze zowel op plano- logisch als op juridisch gebied. - art. 50 : het toepassingsgebied van het huidige art. 166 (ver- of herbouwen van zone-vreemde gebouwen en woningen) wordt , behoudens de reeds bestaande voorzie- ningen voor het agrarisch gebied, het landschappelijk waardevol agrarisch gebied en parkgebied, uitgebreid tot gebieden waar de open ruimte niet primeert, met name het industriegebied (of gelijkgestelde) en het gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen.

info : ir. Dirk Brusselaers; ir.Marc De Roeck, woordvoerder van minister Van Mechelen - tel. (02) 553 64 11 e-mail: (persdienst.vanmechelen@vlaanderen.be)


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie