Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kamerbrief over motie Blerck-Woerdman inzake huisartsenzorg

Datum nieuwsfeit: 31-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

vws00000.126 brief min vws inzake de motie van blerck-woerdman inzake huisartsenzorg

Gemaakt: 3-2-2000 tijd: 10:3


2

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 31 jan. 2000

Onderwerp

Motie Van Blerck-Woerdman (26801, nr.18)

Met uw brief van 27 januari jl. verwijt u mij dat ik lichtvoetig zou zijn heengestapt over de door de Kamer uitgesproken deadline van 15 januari 2000. Reeds op 22 december jl. schreef ik u dat ik de urgentie van de in uw motie genoemde knelpunten onderschrijf maar dat een degelijk plan van aanpak overleg vraagt met diverse actoren. In genoemde brief heb ik aangegeven dat u een dergelijk plan rond 1 maart tegemoet kunt zien.

Uw motie heb ik naar mijn mening tijdig de nodige aandacht gegeven. Op
13 december is de motie in een ambtelijk overleg met de Raad voor de Huisartsopleiding (RHO) aan de orde geweest. Op 14 december is er contact geweest met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) om over een plan van aanpak te spreken. Ondanks pogingen mijnerzijds lukte het niet om LHV, de RHO en het NIVEL eerder dan op 14 januari voor ambtelijk overleg bijeen te roepen. Een volgende afspraak werd gemaakt voor 9 februari a.s.

Op 14 januari zijn de volgende afspraken gemaakt. Gezien de door mij onderschreven wens van de Kamer om de huisartscapaciteit uit te breiden is afgesproken om op basis van de ramingsuitkomsten van de LHV en het NIVEL en die van het ministerie na te gaan of op korte termijn een toelatingscapaciteit van 450 haalbaar zou zijn. Overigens zonder hierbij vast te leggen dat dit de uiteindelijk juiste capaciteit zou zijn. Het aantal van 450 komt overeen met scenario 3 van het NIVEL, rekening houdend met een uitval van 10%.

De reeds toegezegde uitbreiding met 36 plaatsen van 325 naar 361 kost structureel 8,8 mln. Een verdere uitbreiding van de capaciteit met 24 plaatsen van 361 tot 385 kost struc-tureel 5,8 mln. Deze uitbreiding is in mijn advies d.d. 10 augustus 1999 aan de minister van OCenW inzake de gewenste numerus fixus geneeskunde al opgenomen. Een verdere uitbrei-ding van de toelatingscapaciteit van 385 met 65 plaatsen tot
450 zal structureel 15,8 mln kosten. Voor de uitbreiding van de instroom van 325 naar 450 is in totaal dus 30,4 mln nodig. Hierbij komen nog extra middelen voor een vergroting van de infrastructuur van de huisartsinstituten.

De LHV heeft mij op 27 januari gemeld dat overleg met de registratiecommissie en de hoofden van de opleidingsinstituten heeft geleid tot de conclusie dat een uitbreiding van de jaarlijkse instroom tot 450 HAIO's organisatorisch haalbaar is.

Ook zal de uitbreiding consequenties hebben voor de begroting van het ministerie van OCenW. Mijn advies aan de minister van OCenW zal immers moeten worden aangepast. In plaats van 1.930 eerstejaarsstudenten geneeskunde zullen 2.010 eerstejaarsstudenten moe-ten worden toegelaten tot de opleiding geneeskunde om op termijn voldoende basisartsen te krijgen voor de vervolgopleidingen. Ik heb hierover met mijn collega van OCenW contact gehad. Het gesprek wordt op ambtelijk niveau voortgezet op 2 februari a.s.

De RHO zal nagaan welke consequenties een uitbreiding van de opleidingscapaciteit heeft voor de huisartsinstituten en op welke wijze en termijn een uitbreiding daadwerkelijk te rea-liseren zou zijn. Er moeten immers ook huisartsopleiders worden gevonden en stageplaatsen voor de externe leerwerkperiode in het tweede jaar.

Hierboven is in het kort de omvang en de soort kosten geschetst waarmee rekening dient te worden gehouden bij uitbreiding van de huisartsopleidingscapaciteit. Aangezien in het Regeerakkoord 1998 een limitatieve hoeveelheid intensiveringsmiddelen voor de cure-sector beschikbaar is gesteld en is aangewend voor de prioriteiten binnen deze sector, zal ik bij de begrotingsvoorbereiding 2001 bezien, mede in overleg met het kabinet, op welke wijze de bekostiging van de voorgestelde uitbreiding kan worden gedekt.

Andere aandachtspunten wat betreft de capaciteit zijn de door de LHV genoemde problemen die kunnen ontstaan, wanneer door het nieuwe belastingstelsel oudere huisartsen eerder zullen uittreden. Hierdoor voorkomen zij nadelige gevolgen voor de goodwilluitkering. Ik zal dit met de Staatssecretaris van Financiën, die reeds een oplossing heeft toegezegd, verder bespreken om tot een definitieve oplossing te komen teneinde deze huisartsen voor de

prak-tijkuitoefening te behouden.

Wat betreft de aard en duur van de huisartsopleiding merk ik op dat een verkorting van de reguliere opleidingsduur van drie jaar naar mijn mening niet aan de orde is, hoewel de EG-richtlijn opleiding huisartsgeneeskunde dat wel toestaat. Overigens zijn door het geven van vrijstellingen aan huisartsen in opleiding die bijvoorbeeld al in ziekenhuizen als agnio hebben gewerkt, in 1999 niet naar oorspronkelijke verwachting 320 huisartsen afgestudeerd maar 400.

Ten slotte zal ik in overleg met de LHV in het plan van aanpak opnemen op welke wijze aan het in de motie genoemde knelpunt van de diensten kan worden tegemoet gekomen.

Ik verwacht met deze reactie uw verontwaardiging te hebben weggenomen. Het is zeker niet mijn bedoeling geweest om uw zorg over de door u genoemde knelpunten te veronacht-zamen. Uw zorg daarover is immers ook mijn zorg. Het blijft mijn streven om uiterlijk 1 maart met een volledig en concreet plan van aanpak op deze materie terug te komen.

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie