Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Landbouw met verslag FAO/Nederland conferentie

Datum nieuwsfeit: 01-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

lnv00000.074 brief min lnv t.g.v. verslag fao-ned. conferentie maastri cht
Gemaakt: 4-2-2000 tijd: 12:19

9

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten Generaal

's-Gravenhage, 1 februari 2000

Onderwerp:

Verslag FAO/Nederland Conferentie, Maastricht.

(TRC 2000/836)

Geachte Voorzitter,

Zoals toegezegd in de beantwoording van de schriftelijke vragen naar aanleiding van de behandeling van de begroting van LNV voor 2000, doe ik u hierbij toekomen het verslag van de FAO/Nederland Conferentie over het Multifunctionele Karakter van Landbouw en Land, Cultivating our Futures.

In het verslag wordt achtereenvolgens ingegaan op de doelstellingen en de motivering voor de conferentie, de inhoud van het begrip multifunctionele karakter van landbouw en landgebruik, het partner seminar, de bereikte resultaten, alsmede de behandeling van het rapport van de voorzitter tijdens de FAO-Raad en de FAO-Conferentie in november 1999 en het verdere vervolgtraject. Een leeswijzer en korte samenvatting van de resultaten, als-mede het Report of the Chairman, zijn als bijlagen toegevoegd.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

mr. L.J. Brinkhorst

Verslag van de FAO/Nederland Conferentie over het Multifunctionele Karakter van Landbouw en Land, Maastricht, 12 - 17 september 1999

1. Inleiding

Begin 1998 heeft het ministerie van LNV het initiatief genomen om samen met de Voedsel en Landbouw-organisatie van de Verenigde Naties, FAO, een internationale conferentie te organiseren in Maastricht, 12 - 17 september 1999, getiteld Cultivating our Futures, FAO/Netherlands Conference on the Multifunctional Character of Agriculture and Land. Daarbij heeft samenwerking met het ministerie van BuiZa/OS plaatsgevonden. De conferentie diende ter voorbereiding van de 8e zitting van de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling van de Verenigde Naties in april 2000 (CSD-8).

Tijdens deze zitting zal de CSD behandelen als sectoraal thema Geïntegreerd Landbeheer en als economische sector Landbouw, met inbegrip van Bosbouw. De CSD is belast met het monitoren van de uitvoering van Agenda 21, het actieplan van de VN-Conferentie over Milieu en Ontwikkeling, UNCED, Rio de Janeiro, 1992. De resultaten van de Conferentie zullen door Nederland tijdens CDS-8 worden gepresenteerd.

Tijdens het voorbereidingsproces is intensief met de FAO samengewerkt. Met name bij de inhoudelijke voorbereiding van de conferentie heeft de FAO een belangrijke inbreng gehad. Gekozen is voor een participatieve aanpak met verschillende vormen van dialoog en een wereldwijde deelname. Nederland heeft een achttal partnerlanden en 9 partnerorganisaties uitgekozen die nauw betrok-ken zijn geweest bij de conferentie. Van de partnerorganisaties dient met name het Internationale Fonds voor Landbouwontwikkeling (IFAD) te worden genoemd, dat de organisatie van het voorbereidende partner seminar in Zuid-Afrika voor zijn rekening heeft genomen en ook anderszins heeft bijgedragen.

De conferentie stond onder leiding de heer J.G.M. Alders, Commissaris der Koningin in Groningen en oud-minister van VROM. Aan de conferentie hebben ongeveer 260 personen deelgenomen uit 101 landen en afkomstig van 26 internationale organisaties en internationale NGO's.

In dit verslag wordt achtereenvolgens ingegaan op de doelstellingen en de motivering voor de conferentie, de inhoud van het begrip multifunctionele karakter van landbouw en landgebruik, het partner seminar, de bereikte resultaten, alsmede de behandeling van het rapport van de voorzitter tijdens de FAO Raad en FAO Conferentie in november 1999 en het verdere vervolgtraject. Een leeswijzer en korte samenvatting van de resultaten, alsmede het Report of the Chairman zijn als bijlagen toegevoegd.

2. Doelstellingen van de Conferentie

De doelstellingen van de conferentie waren:

* Inventariseren van de voortgang van de uitvoering van Agenda 21 op het gebied van duurzame landbouw en geïntegreerd landbeheer op alle niveaus;

* Identificeren van de belangrijkste onderwerpen en instrumenten die op dit gebied een rol spelen, in aanmerking nemende de voortgaande ontwikkelingen in de landbouw en het landgebruik.

Gesteld kan worden dat deze doelstellingen zijn bereikt. Met de Conferentie werd voorts beoogd een platform te bieden voor alle belanghebbenden om op technisch niveau van gedachten te wisselen over de bijdrage die de meervoudige functies van de landbouw kan leveren aan verdere bevordering van duurzame landbouw en landgebruik. De discussie zou zich moeten toespitsen op praktische toepassingen van en ervaringen met duurzame landbouw en landgebruik.

3. Motivering Conferentie

Nederland heeft eerder tezamen met de FAO twee internationale bijeenkomsten georganiseerd, waarbij de uitkomsten een belangrijke rol hebben gespeeld bij internationale afspraken op het gebied van duurzame landbouw en geïntegreerd landbeheer. Dit betrof de Conferentie over Landbouw en Milieu in Den Bosch, april 1991, waarvan de uitkomsten de basis hebben gevormd voor hoofdstuk 14 over duurzame landbouw in Agenda 21.

De internationale workshop over Geïntegreerd Landbeheer, Wageningen, februari 1995, heeft bijdragen geleverd aan de behandeling van dit onderwerp (hoofdstuk 10 van Agenda 21) tijdens de derde zitting van de CSD in 1995.

De 2 eerdere gezamenlijk met FAO georganiseerde bijeenkomsten zijn succesvol geweest. Deze vorm van samenwerking heeft de gelegenheid geboden kennis en ervaring van Nederland op deze terreinen in internationaal kader op de voorgrond te plaatsen. Promotie van dergelijke Nederlandse kennis en ervaring is ook onderdeel van het geformuleerde beleid t.a.v. de samen-werking met de FAO.

Als gevolg van toenemende bevolkingsdruk en schaarser worden van land, neemt de druk op het voor landbouw beschikbare areaal toe. Alom wordt daarom gestreefd naar duurzame intensivering. Nederland loopt hierin enerzijds voorop en is anderzijds reeds tegen de grenzen van intensivering opgelopen. Nederlandse kennis en ervaring op dit terrein kan zo inter-nationaal voor het voetlicht worden geplaatst.

Op institutioneel gebied heeft Nederland bij herhaling gepleit voor efficiëntere samen-werking tussen VN- , andere inter-nationale instellingen en maatschappelijke organisaties op het gebied van voedselzekerheid en landbouw. Bij de opzet van de Conferentie is er op toe gezien dat de relevante instellingen en organisaties op adequate wijze bij de voor-bereiding van de Conferentie zijn betrokken. Nederland heeft zich door middel van deze Conferentie derhalve geafficheerd als een partner in het internationale circuit, die niet alleen oproept tot samenwerking maar het ook daadwerkelijk stimuleert.

4. Multifunctionele karakter van landbouw en landgebruik

De aandacht voor de meervoudige functies (multifunctionele karakter) van landbouw en landgebruik wordt steeds groter. Na 1992 werd duurzame landbouw vooral gezien als voedselproductie met tegelijkertijd het zoveel mogelijk terugdringen van de negatieve effecten daarvan op natuur en milieu. Thans echter begint in het denken over duurzame landbouw het multifunctionele karakter van de landbouw centraal te staan, hetgeen betekent dat de landbouw niet alleen een bijdrage levert aan de voedselvoorziening en het inkomen van de boer, maar ook aan de gezondheid en diversiteit van planten en dieren (biologische omgeving), schoner en veiliger water en lucht, vruchtbaardere grond (fysische omgeving) en armoede bestrijding, stabiliteit van de samenleving op het platteland (socio-economische en politieke omgeving). Met name in de EU en enkele andere landen, zoals Japan, Zwitserland, Noorwegen en Korea wordt het begrip multifunctionaliteit als kader voor de landbouwsector omarmd.

Tegelijkertijd wordt dit begrip door landen als de Verenigde Staten, Australië, Canada en de andere landen van de Cairns Group in nauw verband gebracht met instandhouding van landbouwsubsidies en het belemmeren van verdere liberalisering van de wereldhandel in agrarische produkten tijdens de komende WTO-ronde.

Tijdens de ministeriële OESO-zitting van maart 1998, onder voorzitterschap van toenmalig minister van LNV van Aartsen, is over het begrip multifunctionaliteit een moeizaam tot stand gekomen passage opgenomen in de conclusies van de zitting. Tijdens de Maastricht Conferentie bleek deze passage goede diensten te bewijzen om het begrip multifunctionaliteit in het juiste kader te plaatsen.

5. Partners en partner seminar

Ten einde de conferentie een zo breed mogelijk draagvlak te geven zijn 1 - 2 landen per regio door Nederland, in overleg met FAO, geselecteerd en benaderd om als partner, meer dan gemiddeld, bij de conferentie betrokken te zijn. De volgende landen hebben deze rol vervuld: Zuid Afrika, Mali, China, Indonesië, Polen, Frankrijk, de Verenigde Staten en Egypte.

Voorts zijn 9 partnerorganisaties betrokken geweest bij de conferentie, zowel internationale gouvernementele als non-gouvernementele organisaties (bedrijfsleven-, ontwikkelings- en boerenorganisaties), waaronder het Internationale Fonds voor Landbouw Ontwikkeling (IFAD) en de Wereld Bank, Organi-satie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD), Internationale Federatie van Landbouwkundige Producenten (IFAP), en de Popular Coalition.

Partnerlanden en -organisaties zijn onder meer betrokken geweest als voorzitter en rapporteur van deelsessies tijdens de conferentie en/of hebben een case study gepresenteerd.

IFAD heeft, in samenwerking met Nederland en het Ministerie van Landbouw in Zuid Afrika, de organisatie en financiering van het partner seminar in Johannesburg, Zuid Afrika, 5 - 7 juli 1999, voor zijn rekening genomen. Aan het partner seminar is door alle partnerlanden en de meeste partnerorganisaties deelgenomen.

Het seminar heeft een nuttige rol vervuld in het verhelderen van de doelstellingen en het technische karakter van de Maastricht conferentie, de rol van de partners tijdens de conferentie, het programma en de structuur van de uitkomst van de conferentie, en het vervolgtraject naar de FAO Conferentie in november 1999 en CSD-8 in april 2000. Voorts zijn de twee hoofddocumenten voor de conferentie kort besproken.

De partners toonden een grote mate van betrokkenheid en bereidheid om bovengenoemde rollen te vervullen.

6. Verloop van de conferentie

Als onderdeel van haar belangrijke inhoudelijke inbreng heeft FAO de twee hoofddocumenten voor de conferentie opgesteld: Stock-taking paper en Issues-paper, alsmede zes beknopte achtergronddocumenten over uiteenlopende deelonderwerpen. Voorts heeft FAO een databank opgezet voor analyse van tientallen case-studies.

In februari 1999 is een electronische conferentie via het Internet gestart om reacties uit te wisselen over inhoudelijke onderwerpen. Circa 1300 personen uit 80 landen hebben aan de meningsvorming bijgedragen, die zijn weerslag heeft gevonden in de documentatie.

Tijdens de conferentie is een Webforum opgezet (virtuele conferentie), waarop documentatie en dagelijkse rapporten van de discussies en gebeurtenissen op de conferentie, met inbegrip van foto's en audio clips, konden worden geraadpleegd. Door geïnteresseerden kon hierop direct worden gereageerd.

Na de openingssessie op zondag, werden tijdens de eerste plenaire vergadering op maandag, de twee hoofddocumenten gepresenteerd, gevolgd door een brede discussie, waarbij verduidelijkende vragen aan de orde werden gesteld. Daarnaast was er aandacht voor de positie van de FAO/NL Conferentie in relatie tot de discussie over de implementatie van de afspraken gemaakt in Rio de Janeiro (UNCED, 1992), de Wereld-voedseltop (1996), maar ook met de aankomende onderhandelingen in WTO-kader. Deelnemers hebben dinsdag in regionale groepen gesproken over voorbeelden en ervaringen van het multifunctionele karakter van landbouw en land, waarbij gebruik werd gemaakt van case-studies. Woensdag bood de deelnemers de mogelijkheid om via excursies in Nederland, België en Duitsland kennis te nemen van verschillende praktijkvoorbeelden van multifunctionele landbouw. De laatste dagen van de conferentie (donderdag en vrijdag) werd gediscussieerd over de tekst van het Rapport van de Voorzitter. Hierbij werd ingegaan op de vooruitgang in het uitvoeren van hoofdstuk 14 van Agenda 21 (Duurzame Landbouw en Plattelands-ontwikkeling), de mogelijke bijdrage van het begrip «multifunctionele karakter van landbouw en land» daaraan, en het identificeren van instrumenten voor toekomstige actie.

7. Hoofdlijnen van de bereikte resultaten

De conferentie is afgesloten met het aannemen van het Rapport van de Voorzitter, waarin de deelnemers stellen zich te kunnen herkennen. Het rapport geeft aan dat vooruitgang is geboekt in de uitvoering van Agenda 21 betreffende duurzame landbouw en landgebruik en in de praktijk concrete resultaten worden geboekt. Voorts zijn een groot aantal concrete aanbevelingen opgenomen, waarmee verder gewerkt kan worden aan het dichterbij brengen van duurzame landbouw en plattelandsontwikkelingen.

De deelnemers erkennen dat landbouw multi-functioneel is, d.w.z. zij draagt bij aan uiteen-lopende behoeften en waarden van de maat-schappij, in aanvulling op de primaire functie voedselproductie. Voorts wordt uitgesproken dat de toenemende aandacht voor de niet aan voedsel gerelateerde functies van landbouw het noodzakelijk maakt om beleid te ontwikkelen voor het multifunctionele karakter van landbouw en land, binnen het kader van duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling. Dit nieuwe beleid moet doelgericht, transparant en kosten effectief zijn en mag geen negatieve invloed hebben op handel en productie. Ook moet dit beleid gericht zijn op vergroten van de voedselzekerheid.

Gedurende de conferentie bleken de landen van de Cairns Group een duidelijk voorschot te nemen op de nieuwe ronde van onderhandelingen in WTO-kader die in begin december dit van start zijn gegaan. Zij weigerden het «multifunctionele karakter van landbouw en land» als begrip en als analytisch kader te accepteren, vanuit de vrees dat andere landen dit zouden misbruiken om ongerechtvaardigde steun aan de landbouwsector in stand te houden. In het rapport wordt daarom teruggegrepen op bestaande teksten uit OESO-documenten, zoals vermeld in de vorige alinea.

Aanbevelingen voor toekomstige actie worden op drie niveaus onderscheiden. Op nationaal niveau is onderzoek, training en voorlichting van belang. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de rol van vrouwen en kleine boeren en het actief bevorderen van de betrokkenheid van alle belanghebbenden (stakeholders) in besluitvormingsprocessen op alle niveaus. Ook is het belang van toegang tot de markt en land en van eerlijke prijzen onderstreept. Op regionaal niveau is vooral aandacht gevraagd voor het versterken van samenwerking, onder meer via twinning-concepten, zoals thans in gebruik in de samenwerking tussen de EU en toetredende Midden- en Oost-Europese landen. Op internationaal niveau is vooral het instellen van raamwerken en financiële instrumenten van groot belang.

Daarnaast zijn wat Nederland betreft in het bijzonder nog de volgende resultaten in het rapport van de voorzitter van belang:

* het oprichten van een agricultural network om de implementatie van de doeleinden van Agenda 21 en de Wereldvoedseltop te bevorderen, waarbij het Nederlandse agrarische model voor ogen heeft gestaan. Onderdeel daarvan is het bevorderen van het landbouwdrieluik onderzoek, voorlichting en onderwijs en de daarbij behorende institutionele capaciteitsopbouw, waarbij onder meer gestreefd zou kunnen worden naar het oprichten in samenwerking met andere landen van lokale kenniscentra;

* het bevorderen van de ketenbenadering in de agrarische sector, met name om beter op de behoeften van de markt te kunnen inspelen;

8. Waardering van de bereikte resultaten

Mede afgezet tegen de discussie in de voorbereiding over de relatie met de WTO en de ontwikkeling van de discussie gedurende de eerste dagen van de Conferentie over deze relatie kan tevredenheid worden betoond met het uiteindelijk bereikte resultaat. Het is een goede zaak geweest, dat conferentievoorzitter Alders na die eerste dagen het heft stevig in handen heeft genomen en zoveel mogelijk heeft gekoerst op concrete resultaten onder gelijktijdige vermijding van theoretische discussies over het begrip multifunctionele karakter van de landbouw.

Uit een aantal landen van diverse pluimage zijn positieve reacties ontvangen zowel over het verloop van de conferentie als de bereikte resultaten.

Afgemeten aan de doelstelling, te weten het zoveel mogelijk bereiken van concrete resultaten, is de opzet van de conferentie - ook terugkijkend - een goede geweest: getracht is immers zoveel mogelijk te werken aan de hand van concrete voorbeelden (case-studies) en de regio-gebaseerde en daarmee herkenbare ervaringen van gedelegeerden en proberen op basis daarvan lessen uit de ervaringen te leren. De handelspolitieke discussie over het begrip het multifunctionele karakter van landbouw heeft daaraan echter afgedaan.

Overigens hebben deze discussies niet de sfeer tijdens de conferentie negatief beïnvloed.

De rol van de voorzitter is hierin een beslissende geweest. Verder heeft hij door zijn plezierige en actieve houding, waarmee hij betrokkenheid toonde en mensen voor zich innam veel krediet verworven bij de deelnemers.

9. Behandeling van de Uitkomst van de Maastricht Conferentie tijdens de zitting van

de FAO Raad en FAO Conferentie , november 1999

Tijdens de FAO Raad in juni 1999 was besloten dat de uitkomst van de Maastricht conferentie aan de FAO Raad en FAO Conferentie in november zou worden voorgelegd, ten einde de hoogste beheers-organen van de FAO een uitspraak te laten doen over het resultaat van de Maastricht conferentie.

De verwachte uitgebreide inhoudelijke discussie in de Raad over het multifunctionele karakter van landbouw en land bleef beperkt tot het beknopt herhalen van de bekende standpunten pro en contra. De discussie concentreerde zich meer op de vraag of FAO verdere activiteiten zou moeten ontwikkelen om de kennis van het begrip «multifunctionele karakter van landbouw en land» binnen het kader van duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling te vergroten en om praktische hulpmiddelen te ontwikkelen om lidstaten op dit punt bij te staan.

In het rapport van de Raad is ruimte geschapen voor FAO om verdere activiteiten te onder-nemen op het gebied van duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling als onderdeel van zijn verplichtingen onder het Actieplan van de Wereldvoedseltop en Agenda 21. Het voor-be-reidende werk verricht tijdens de Maastricht conferentie kan daarbij in aanmerking worden genomen. Voor Nederland is dat een bevredigend resultaat.

In de aansluitende FAO Conferentie is het rapport van de Maastricht conferentie niet meer aan de orde geweest. Voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt bleek n.l. dat geen enkel land behoefte had aan een nieuwe discussie die slechts een herhaling van zetten zou opleveren. De FAO Conferentie heeft daarop het rapport van de Raad over dit onderwerp en het rapport van de voorzitter van de Maastricht conferentie voor kennisgeving aangenomen.

Tijdens de FAO Conferentie in Rome is nog wel uitvoerig gediscussieerd over de wijze waarop het begrip «multifunctionele karakter van landbouw en land» zou moeten worden opgenomen in het lange termijn Strategisch Kader van de FAO dat ter goedkeuring voorlag aan deze zitting van de FAO Conferentie.

De in OESO-kader aanvaarde kwalificerende bijzin dat de beleidsmaatregelen die het multi-functionele karakter van landbouw in aanmerking nemen, de productie en handel niet mogen verstoren, bleek onaanvaardbaar voor de G77 (ontwikkelingslanden) en de Cairns Group. Zij wensten vastgelegd te zien dat over het begrip multifunctioneel karakter van de landbouw geen overeenstemming bestaat. Het gevonden compromis bestaat er uit dat aan de oorspronkelijke tekst wordt toegevoegd dat er op dit moment geen consensus bestaat over het begrip multifunctioneel karakter van de landbouw, noch over de rol van FAO op dit gebied. Derhalve stemmen de FAO-leden er mee in dat de organisatie verdere activiteiten dient te ontwikkelen omtrent duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling. Daarmee was goedkeuring van het Strategisch Kader een feit.

10. Het vervolgtraject

De Maastricht conferentie is georganiseerd met het oog op de voorbereiding van de 8ste bijeenkomst van de Commission on Sustainable Development (CSD) van april-mei 2000. De voortgang in de Agenda 21-hoofdstukken Duurzame Landbouw en Plattelandsontwikkeling en Geïntegreerd Landbeheer staan daar prominent op de agenda. De conferentie staat te boek als intersessional event voor deze CSD-zitting. FAO is aangewezen als taskmanager voor deze hoofdstukken van Agenda 21 en zal het grondwerk moeten leveren voor het rapport van de Secretaris-Generaal van de VN aan CSD op genoemde terreinen.

De conferentieresultaten moeten zowel op de intersessionele zitting van CSD in februari-maart 2000 als tijdens de CSD-zitting zelf zo goed mogelijk aan bod komen. In dat kader zal tijdens de intersessionele bijeenkomst van CSD conferentievoorzitter Alders het rapport als key-note speaker presenteren bij het begin van de discussie. Daarnaast zal een aansprekende side-event op het gebied van duurzame landbouw worden georganiseerd.

Voorts zal tijdens de CSD-zitting de minister van LNV als key-note speaker de resultaten van de Maastricht conferentie zal presenteren, waarna Nederland eveneens een aansprekende side-event zal organiseren. Onder de paraplu van de NCDO zijn Nederlandse NGO's betrokken bij dit initiatief.

Bijlage 1 bij Verslag van de FAO/Nederland Conferentie over het Multifunctionele Karakter van Landbouw en Land, Maastricht, 12 - 17 september 1999

Leeswijzer en korte samenvatting van de resultaten van de Conferentie van Maastricht

De Conferentie heeft bij acclamatie op 17 september 1999 het rapport van de voorzitter (bijlage) aanvaard, waarin de afgevaardigden uitspreken dat het rapport een weergave vormt van de discussies tijdens de Conferentie.

Het rapport van de voorzitter is als volgt opgebouwd.

Na een schets van de context van de conferentie (UNCED; CSD-3 1995; World Food Summit 1996; UNGASS 1997 en CSD-8 2000) wordt in hoofdstuk 1.1 het doel van de conferentie omschreven. Het doel is:

* het opmaken van de balans ten aanzien van de vooruitgang die sinds 1992 (Agenda 21) is geboekt op de terreinen duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling (hoofdstuk 14 van Agenda 21) en geïntegreerd landbeheer (hoofdstuk 10 van Agenda 21);

* het identificeren van de belangrijkste vraagstukken en instrumenten, waarop vooruitgang moet worden geboekt.

Hoofdstuk 1.2 geeft de redenen aan, waarom het multifunctionele karakter van de landbouw en de daaraan gerelateerde vormen van landgebruik in de belangstelling staan. Dit hoofdstuk was tijdens de conferentie een van de meer omstreden onderdelen, omdat veel deelnemers de noodzaak van extra aandacht voor het multifunctionele karakter van de landbouw bestreden.

Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de voorbereiding en de opzet van de conferentie en de activiteiten, die in dat kader hebben plaatsgevonden.

Hoofdstuk 3.1 bevat de bevestiging van de doeleinden van duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling zoals omschreven in hoofdstuk 14 van Agenda 21 en van de doeleinden van het Plan van Actie van de Wereldvoedseltop (para 14). In para 15 wordt aangegeven, dat het voornaamste probleem van ontwikkelingslanden armoede en gebrek aan voedselzekerheid is. Para 16 bevat de erkenning, dat de meningen tijdens de conferentie uiteenliepen over de definitie, reikwijdte, bruikbaarheid, meerwaarde en dekking van het begrip multifunctioneel karakter van de landbouw. Wel wordt erkend, dat landbouw meervoudige doelen heeft die kunnen bijdragen aan het bevorderen van duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling. Evenals in para 8 is in deze para ook een duidelijk «caveat» ten aanzien van de handelspolitiek opgenomen. De gedelegeerden spreken uit, dat er een «coherent analytical framework» moet worden ontwikkeld om de economische, milieu en sociale kosten en opbrengsten van de relaties tussen de verschillende aspecten van landbouw te kunnen meten, waarbij rekening moet worden gehouden met verschillen in omstandigheden tussen regio's en landen en binnen landen. Een zodanige analyse kan bijdragen aan het stellen van prioriteiten in de ontwikkeling van beleid, processen en instituties, waarbij alle «stakeholders» moeten worden betrokken. In para 17 erkennen de gedelegeerden dat de voorbereidingen van de conferentie (onder andere de verzamelde case-studies) hebben aangetoond dat er vele succesvolle manieren bestaan om tot duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling te komen. In para 18 wordt het belang van internationale bijstand aan ontwikkelingslanden om te komen tot duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling onderstreept. Expliciete en systematische aandacht voor de mogelijkheden van het multifunctionele karakter van landbouw moet niet afleiden van de implementatie van de doeleinden van Agenda 21, maar kunnen daaraan bijdragen. Para 19 is de centrale handelspolitieke paragraaf van het document, opgebouwd uit bestaande, eerder overeengekomen teksten op dit terrein.

Hoofdstuk 3.2 stipt een groot aantal instrumenten aan, die gebruikt zouden kunnen worden op basis van praktische ervaringen opgedaan in verzamelde case-studies en ervaringen van deelnemers aan de conferentie.

Hoofdstuk 4 gaat in op de vraagstukken, die de gedelegeerden hebben geïdentificeerd als belangrijke vraagstukken om verder aan te werken met het oog op het bereiken van de doelstellingen duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling. Daartoe behoren:

* de systematische analyse van verzamelde en nog te verzamelen case-studies om daaruit lessen te kunnen trekken om duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling te bereiken (para 22);

* de ontwikkeling van instrumenten voor het monitoren, evalueren en beoordelen van voortgang op weg naar doeleinden van duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling (para 23);

* het oprichten - via maatwerk - van een «agricultural network» om de implementatie van de doeleinden van Agenda 21 en de Wereldvoedseltop te bevorderen (para 24);

* het belang van het actief bevorderen van de betrokkenheid van alle «stakeholders» in besluitvormingsprocessen op alle niveaus (para 25);

* het prioritaire belang van het bevorderen van het landbouwdrieluik onderzoek, voorlichting en onderwijs plus de daarbij behorende institutionele capaciteitsopbouw, gebruikmakend van op lokale omstandigheden aangepaste moderne technologie en lokale kennis en in samenwerking met andere landen op te richten lokale kenniscentra (para 27);

* het belang van de positie van vrouwen (para 28);

* het belang van de ketenbenadering in de agrarische sector, met name in het veroveren van marktposities (para 29);

* het belang van de kleine gezinsbedrijven (para 30);

* het belang van de toegang tot en het recht op produktiefactoren, zoals landbezit, kredietfaciliteiten, uitgangsmateriaal en dergelijke (para 31);

* het belang van het boeken van vooruitgang in de geïntegreerde bestrijding van plagen (para 32);

* het belang van het bevorderen van markten voor non-food-produkten van de landbouw en het streven naar marktprijzen, waarin alle produktiekosten zijn verwerkt (inclusief sociale en milieu-kosten) (para 33);

* het belang van het versterken van concrete regionale en internationale samenwerking, onder meer door middel van «twinning»-concepten, zoals thans gebruikt in de samenwerking tussen de EU en de toetredende Midden- en Oost-Europese landen (para 34);

* het belang van financiële instrumenten (paras 35 en 36);

* het belang van het bieden van ondersteuning bij de ontwikkeling van systemen voor «land management planning» en voor zekerheid van landbezit (para 37).

In hoofdstuk 5 wordt geconcludeerd dat de gedelegeerden de discussies tijdens de conferentie in het rapport van de voorzitter zien weerspiegeld. Tevens wordt aangegeven, dat er verder moeten worden gewerkt aan onderdelen van het rapport en dat regeringen en betrokken internationale instellingen moeten bezien op welke wijze zij daar een bijdrage aan willen geven (para 38).


--------------------------------

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie