Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tweede Kamer: advies RVS wijziging Kernenergiewet

Datum nieuwsfeit: 02-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


26996000.00b advies rvs - nr wijz. kernenergiewet
Gemaakt: 3-2-2000 tijd: 11:52


3

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL


2

Vergaderjaar 1999-2000


26 996

Wijziging van de Kernenergiewet (revisie, melding en verantwoordelijkheidsverdeling)

B

ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 4 maart
1999 en het nader rapport d.d. 31 januari 2000, aangeboden aan de Koningin door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, mede namens de ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

ADVIES

Bij Kabinetsmissive van 4 januari 1999, no.98.006364, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Kernenergiewet (revisie, melding en verantwoordelijkheidsverdeling).


1. De voorgestelde artikelen 15a, 21b en 30 bevatten een bevoegd-heidsverdeling tussen nader aangeduide ministers. Die concretisering biedt het voordeel van duidelijkheid bij de vraag, welke minister bij een bepaalde aangelegenheid bevoegd is. De voorgestelde opzet kan echter het gevaar meebrengen dat de opsomming van de aangeduide aan-gelegenheden te beperkt is. In de memorie van toelichting wordt niet aangegeven waarom voor de voorgestelde bevoegdheidsverdeling wordt gekozen. In artikel 15a wordt bijvoorbeeld aan de Minister van Verkeer en Waterstaat een bevoegdheid toegekend aangaande lozing van radio-actieve stoffen in oppervlaktewater of in lucht. Onduidelijk is waarom die toekenning van bevoegdheid niet tevens geldt voor lozing van de bedoelde stoffen in zeewater zoals artikel 2 van de Wet veront-reiniging zeewater zou doen vermoeden.

De Raad van State beveelt aan de memorie van toelichting aan te vullen.


2. Artikel 18 verwijst aangaande wijzigingen in nucleaire instal-laties naar het meldingenstelsel dat is opgenomen in het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer (meldingenstelsel voor inrich-tingen Wet milieubeheer). Over dat wetsvoorstel heeft het college vorig jaar een advies uitgebracht (no.W08.98.0125). Het laatstbedoelde wetsvoorstel is nog niet ingediend bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De Raad adviseert het reeds uitgebrachte, in afschrift bijgevoegde advies aangaande dat meldingenstelsel eveneens bij het huidige wets-voorstel te betrekken.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State,

NADER RAPPORT

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 4 januari
1999, nr. 98.006364, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan de Minister van Economische Zaken te doen toekomen. Nu op grond van het koninklijk besluit van 21 juni 1999, houdende overdracht van de zorg voor de Kernenergiewet (Stb. 275), de zorg voor de Kernenergiewet en enige op de Kernenergiewet gebaseerde regelgeving, voorzover deze tot de taak van de Minister van Economische Zaken behoorde, met ingang van
1 juli 1999 is overgegaan naar de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bied ik U hierbij dit advies, gedateerd 4 maart 1999, nr. W10.99.0003/II, aan.

De Raad geeft U in overweging het voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden, nadat met zijn opmerkingen rekening is gehouden.

De aanbeveling van de Raad om de memorie van toelichting aan te vullen met een passage over de achtergrond van de voorgestelde bevoegdheidsverdeling, is overgenomen.

Het advies van de Raad is opgevolgd. Voor een bespreking van de bezwaren van de Raad tegen het voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (meldingenstelsel) wordt verwezen naar het nader rapport dat over dat wetsvoorstel is uitgebracht (kamerstukken II
1998/99, 26 552, A). Het advies over laatstgenoemd wetsvoorstel heeft aanleiding gegeven tot enige aanpassingen van de tekst van het voorgestelde artikel 8.19 van de Wet milieubeheer, welke bepaling in het onderhavige wetsvoorstel grotendeels van overeenkomstige toepassing wordt verklaard.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele redactionele verbeteringen in het voorstel van wet en de memorie van toelichting aan te brengen. Verder zijn het voorstel van wet en de memorie van toelichting gewijzigd in verband met het koninklijk besluit van 21 juni 1999, houdende overdracht van de zorg voor de Kernenergiewet (Stb. 275), en met een aantal recente wijzigingen in het voorstel van wet tot wijziging van de Kernenergiewet (ter implementatie van de richtlijn van 13 mei 1996 inzake de vaststelling van basisnormen voor de bescherming tegen stralingsgevaar). Deze wijzigingen betreffen onder meer de aanpassing van de definitie van ioniserende stralen uitzendende toestellen, de uitbreiding van de werkingssfeer van de wet tot het continentaal plat en het vervallen van artikel 57 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Over laatstgenoemd wetsvoorstel heeft de Raad op 4 maart 1999, onder nr. W12.99.0002/IV, advies uitgebracht; over dat wetsvoorstel wordt een dezer dagen eveneens een nader rapport uitgebracht. Verder is van de gelegenheid gebruik gemaakt om twee bepalingen, die betrekking hebben op het in beslag nemen van ongeoorloofd aanwezig bevonden radioactieve stoffen, splijtstoffen en ertsen, te verduidelijken, de vantoepassingverklaring van enkele bepalingen van de Wet milieubeheer te veranderen in een vanovereenkomstigetoepassingverklaring en de artikelsgewijze toelichting bij de inwerkingtredingsbepaling aan te passen aan wijzigingen in het wetsvoorstel.

Ik moge U hierbij, mede namens de Ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie