Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak minister De Vries op GBIO-congres over OR

Datum nieuwsfeit: 02-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

MINISTERIE SZW

www.minszw.nl

Toespraak minister De Vries op GBIO-congres

Nr. 2000/14
1 februari 2000

Embargo:
2 februari 2000 tot
16.00 uur

Minister De Vries: Ondernemingsraad moet meer oog hebben voor arbeid en zorg.

Ondernemingsraden besteden de meeste tijd aan reorganisaties, herstructureringen, fusies en inkrimpingen. Maar de or zou veel meer aandacht moeten besteden aan de verandering van de werkende bevolking naar samenstelling en naar opvattingen over arbeid en zorg. Dat zei minister mr. K.G. de Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 2 februari in Utrecht ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Gemeenschappelijk Begeleidingsinstituut Ondernemingsraden (GBIO). Ondernemingsraden moeten zich onder meer afvragen hoe het komt dat zoveel jonge vrouwen arbeidsongeschikt worden, dat veel ouderen niet meer werken. De ondernemingsraad moet actief bijdragen aan een gezonde onderneming: economisch, sociaal en fysiek, aldus minister De Vries.

Toespraak door minister mr. K.G. de Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Gemeenschappelijk Begeleidingsinstituut Ondernemingsraden (GBIO) op woensdag 2 februari 2000 te Utrecht.

De eerste ondernemingsraad in ons land dateert van 1872. De fabrikant Jacques van Marken van de Nederlandsche Gist & Spiritusfabriek in Delft richtte toen De Kern op. De vakbonden van die tijd was het een gruwel. Een .zoethoudertje., zo luidde het harde oordeel. Die weerzin zou nog ruim 60 jaar standhouden. Pas na 1930 begonnen de vakbonden het nut te zien van ondernemingsraden.
De Kern is er nog steeds bij Gist Brocades. Hij zal niet meer bestaan uit zeventien door de directeur benoemde hoofdbeambten, beambten en meesters en drie door de werklieden gekozen vertegenwoordigers. En hij heeft, denk ik, andere zaken aan het hoofd dan 'door onderlinge bespreking te worden voorgelicht omtrent hetgeen bevorderlijk kan zijn voor de welvaart van het personeel en het welslagen der onderneming.'

Van een ondernemingsraad anno 2000 wordt wel wat meer gevraagd. Een dynamische aanpak van de problemen van vandaag, meesturen in plaats van volgen en nauw contact met een totaal veranderde personeelspopulatie. Met als opdracht zorgen voor een gezonde onderneming: economisch, sociaal en fysiek. Dat vergt elan, durf en strategisch opereren. Dat is nogal wat.

Maar ik wil u eerst feliciteren.
Het Gemeenschappelijk Begeleidingsinstituut Ondernemingsraden GBIO bestaat 25
Jaar. Werkgevers en werknemers bepalen samen hoe het geld wordt besteed dat van het bedrijfsleven komt voor scholing en vorming van ondernemingsraden. Samen ook bewaken ze de kwaliteit van de opleidingsinstituten. Dat kenmerkt het gemeenschappelijk belang dat werkgevers en werknemers hechten aan ondernemingsraden. Een jubileum is een gebruikelijk excuus om terug te grijpen in de geschiedenis. Die leert dat het belang van een ondernemingsraad niet altijd vanzelfsprekend was. Noch voor de georganiseerde arbeid, noch voor de ondernemers. Zo kon de wettelijke verankering van het recht op advies en medezeggenschap in de Wet op de Ondernemingsraden van 1950 niet direct op applaus van de werkgevers rekenen. Om over de herziening van de WOR in de jaren zeventig maar niet te spreken. De historie van de ondernemingsraad toont ons dat de relatie ondernemer- ondernemingsraad of die van vakbond-ondernemingsraad, afhankelijk van de tijdgeest, nooit vanzelfsprekend was. Voor beide partijen zou je kunnen spreken van een verstandshuwelijk. Een relatie waar de tijd misschien geen liefde brengt, maar waarin de partners elkaar steeds meer leerden respecteren en waarderen. Het GBIO is dan wel van zilver maar de WOR viert dit jaar zijn gouden jubileum.

Hoe is het met de kinderen van die jubilaris?
Een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is voor een moderne onderneming een doorslaggevende voorwaarde voor succes. Waarom? Omdat het de mensen zijn die een onderneming maken. Advies en instemming van werknemers op cruciale onderdelen van het bedrijfsbeleid is een conditio sine qua non. Het gaat vandaag de dag om de kwaliteit van het product en die is het product van de kwaliteit van de arbeid en van de arbeidsverhoudingen.
De neiging bestaat om de gezondheid van een bedrijf, of van de economie te meten in geld, structuren en afzetmarkten. Maar in mijn ogen is het ook essentieel die gezondheid te meten aan het fysieke en psychische welbevinden van de mensen in en buiten het bedrijf. Een moderne ondernemingsraad zal zich dus ook en vooral moeten bezighouden met vraagstukken die daarop betrekking hebben. Zoals de verdeling in tijd en aandacht aan arbeid en zorg. Zoals de fysieke en psychische arbeidsomstandigheden. Zoals de integratie in de arbeid van nieuwe groepen op de arbeidsmarkt of het aan het bedrijf binden van ouderen. En met de zorg voor en de reïntegratie van mensen die de arbeid te veel werd.

Er staat nogal wat op de agenda.
Uit de vele, ook door het GBIO verrichte onderzoeken naar het werk en de ervaringen van de ondernemingsraden blijkt dat er aarzelingen bestaan. Aarzelingen om binnen de onderneming belangrijke sociaal-maatschappelijke onderwerpen aan de orde te stellen die gevoelsmatig vooral door de politiek worden aangekaart. Zoals bijvoorbeeld de integratie van vrouwen en minderheden in de onderneming. Of het probleem van de werkdruk. En de aandacht voor milieu.
Het lijkt een beetje op het verwijt van de scholen die vinden dat ze te veel de opvoedkundige taak van de ouders moeten overnemen. Maar net als het onderwijs heeft de ondernemingsraad te maken met een zeer snel veranderende samenleving, die andere eisen stelt. Daar kun je niet omheen.
Ik noem drie tendensen die het werk van de ondernemingsraad sterk beïnvloeden.
Allereerst de internationalisering van onze economie. Het dichtst bij huis zijn dan de ontwikkelingen in Europa. Met Europese ondernemingsraden, Europese vennootschappen en minimumregelgeving voor informatie en raadpleging.
In de tweede plaats de decentralisatie van arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Steeds vaker moeten CAO-afspraken op ondernemingsniveau worden ingevuld. Of het gaat nog verder: afspraken over werktijden, beloning en beoordeling worden op individueel niveau gemaakt tussen manager en werknemer of freelancer. Er ontstaan andere vormen van arbeidsorganisatie en participatie in en rond de onderneming.
In de derde plaats heeft de ondernemingsraad te maken met andere mensen. Het personeel bestaat al lang niet meer uit mannen van zestien tot vijfenzestig, hondstrouw aan de onderneming en als de fabrieksfluit gaat, direct naar de moeder de vrouw. Ik chargeer met opzet. Maar de individualisering van de samenleving, de aanwezigheid van mensen met een andere taal en cultuur, de deelname van vrouwen aan de arbeid hebben het gezicht van werkend Nederland fundamenteel veranderd.

Maar wat staat er op de agenda van de ondernemingsraad? Uit uw eigen onderzoeken blijkt dat de ondernemingsraden de meeste tijd besteden aan reorganisaties, herstructureringen, fusies en inkrimpingen. Een duidelijk gevolg van die eerste tendens naar internationalisering.
Aandacht voor werktijden en arbo-zorg is een goede tweede en ongetwijfeld een gevolg van de tweede tendens: decentralisatie van de verantwoordelijkheden voor de arbeidsomstandigheden. Veel minder of praktisch geen tijd heeft de ondernemingsraad voor bijvoorbeeld een onderwerp als integratie van vrouwen en allochtonen. 'Ondernemingen en ondernemingsraden tonen zich niet uit idealisme betrokken bij collectieve vraagstukken als de instroom van allochtonen.' Ik citeer letterlijk uit een van de onderzoeken. Nog een citaat: 'Maatschappelijke thema.s worden door de ondernemingsraad opgepakt als deze voldoende voedingsbodem hebben in de organisatie. Als ze én daadwerkelijk worden ingepast in de strategie van de onderneming én de OR voldoende draagvlak kan creëren onder de achterban.'

Politiek is ook overtuigen.
Laat mij een poging doen om ondernemingen en ondernemingsraden te overtuigen van het nut om veel meer aandacht te besteden aan de derde tendens: de verandering van de werkende populatie naar samenstelling en naar opvattingen over arbeid en zorg.
Ik noem drie feiten.
Het grote aantal, vaak jonge vrouwen dat in de WAO beland. Nee, niet omdat de zorg voor de kinderen gecombineerd met het werk hen te veel wordt. We kennen de precieze oorzaak niet. Maar kan het misschien zijn dat vrouwen niet alleen ziek worden maar ook ziek zijn van de wijze waarop wij de arbeid organiseren?
Een tweede feit. Op dit moment zijn er rond de tweehonderdduizend vacatures bij bedrijven en instellingen. Er zijn ook ruim 450.000 mannen tussen de 55 en de 60 jaar die niet meer werken. Ik laat de vrouwen er even buiten. Het probleem van het tekort aan goed geschoolde en ervaren arbeidskrachten zou grotendeels zijn opgelost als we in staat zouden zijn meer oudere werknemers voor de onderneming te behouden.
Een laatste feit. Ondernemingsraden bestaan nog steeds voor het overgrote deel uit Nederlandse mannen met een middelbare of hogere opleiding. Laat ik maar zeggen de hoofdbeambten en beambten van de gistfabriek van Jacques van Marken. Tegelijk blijkt dat de relatie met de achterban de meeste ondernemingsraden grote zorgen baart. Dan denk ik, dat kan wel kloppen.

De kwaliteit van de arbeid is doorslaggevend.
De ondernemingsraad van vandaag zit er niet meer om te worden voorgelicht over wat goed is voor de werklieden en de directeur. Hij zit er ook niet om het harmoniemodel te bevorderen door informatie en communicatie, zoals de opdracht in 1950 luidde. Hij zit er om actief bij de dragen aan een gezonde onderneming: economisch, sociaal en fysiek.
Dat betekent meer aandacht voor het soort problemen dat ik net schetste. Problemen van vandaag die te vangen zijn in begrippen als arbeid en zorg, flexibiliteit en zekerheid, voorkomen van arbeidsgerelateerde ziekten en het opnieuw inschakelen van mensen die niet meer kunnen of willen.
Het betekent ook meer zelf het initiatief nemen. Meer zelf meesturen in plaats van volgen. Gelukkig blijkt dat ondernemingsraden steeds vaker zelf het voortouw nemen.
En tenslotte betekent het een nieuwe inhoud geven aan de relatie met de veranderde achterban in het bedrijf. Zoeken naar nieuwe wegen om te communiceren, naar een nieuwe manier om de raadpleging te organiseren. Niet via papier maar door mensen van vlees en bloed. En ook het kweken van nieuw talent. Het is een opdracht die ik herken. Ondernemingsraden moeten oppassen dat hen niet hetzelfde overkomt als de landelijke politieke partijen op gemeentelijk niveau. Ook daar staat de relatie tussen kiezers en gekozenen onder druk en zoeken burgers naar nieuw wegen om hun stem te laten horen en hun belangen te verdedigen. Een waarschuwing die trouwens ook bestemd is voor de oren van de vakbonden.

Het kan verkeren.
Het heeft zestig jaar geduurd voor de vakbonden het instituut ondernemingsraad voorzichtig omarmden. Vijfenveertig jaar is er een hard gevecht geleverd rond de nieuwe wet op de ondernemingsraden van mijn illustere voorganger Jaap Boersma.
De meer sociaal dan economisch geschoolde vakbondsleiders van die dagen zagen medezeggenschap van werknemers als een van de vier hoekstenen . wij zeiden hervormingsvoorstellen . van een progressieve samenleving. Vandaag de dag gaat het om de medezeggenschap van ondernemingsraden bij de invulling van arbeidsvoorwaarden en omstandigheden.

Ik sluit af.
Het is geen toeval dat uw instituut in de tijd van Jaap Boersma is opgericht. Nu, 25 jaar later, liggen er echter nieuwe vragen op tafel. Vragen van de samenleving, van de politiek en van de ondernemingsraden. Er is elan, durf en strategisch opereren nodig om op die nieuwe vragen goede antwoorden te vinden. Ook van het GBIO. De ondernemingsraden geven het zelf aan. Ze zijn tevreden over het aanbod maar willen meer: training en coaching op de werkvloer, meer deskundigheid op het terrein van nieuwe taken. Op uw eigen verzoek heb ik geschetst wat in mijn ogen belangrijke nieuwe terreinen zijn waarop de ondernemingsraden zich moeten begeven. Het gaat me daarbij vooral om de kwaliteit van de arbeid. Of beter nog, om de kwaliteit van het bestaan. U neemt het me vast niet kwalijk dat ik hier met dat door Joop den Uyl geïntroduceerde begrip, besluit.


- LET OP EMBARGO -

02 feb 00 16:00

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie