Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage CDA in debat over xenotransplantatie

Datum nieuwsfeit: 02-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Xenotransplantatie

Den Haag, 2 februari 2000

Voorzitter:

Hoe anders zou dit debat verlopen wanneer er geen sprake zou zijn van een groot tekort aan menselijke donororganen. Ik ben het met de minister eens die in 1997 stelde dat het eventueel succes van de invoering van de Wet op de Orgaandonatie de wetenschappelijke nieuwsgierigheid en het onderzoek naar de mogelijkheid van xenotransplantatie zou bekoelen. Toch durf ik haar tegen te spreken waar zij het in die inleiding had over een autonome ontwikkeling. Wanneer er geen potentiële markt zou zijn voor genetisch gemodificeerde dierorganen en weefsels lijkt het me niet dat de farmaceutische industrie door zou gaan met het investeren van al die miljarden in xenotransplantatie-onderzoek. Het gaat daar met name nog om een potentiële markt, orgaantransplantatie lijkt nog lang niet aan de orde. Andere toepassingen van xenotransplantatie lijken op kortere termijn meer te beloven. Maar ook dat onderzoek roept veel medisch-ethische vragen op, ik kom daar zo op terug. Toch wil de CDA fractie helder stellen dat er alles aan gedaan moet worden om het tekort aan menselijk donorweefsel en organen op te heffen omdat dit medisch en ethisch het meest wenselijke donorschap betreft. Ik zou de minister er dan ook toe willen oproepen om in de eerste plaats toe te zien op de naleving van de Wet op de Orgaandonatie en zich niet onmiddellijk en vooral te richten op het risicovolle alternatief van xenotransplantatie waar het orgaandonatie betreft. Toch ziet uiteraard ook mijn fractie de relevantie van dit overleg want xenotransplantatie gaat over meer dan alleen orgaandonatie. Het gaat ook over onderzoek naar het genezen van bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson en suikerziekte. Vanzelfsprekend zijn ontwikkelingen in de medische wetenschap die het lijden van mensen kunnen wegnemen of verminderen toe te juichen. Hoe enthousiast zijn wij als het gaat om xenotransplantatie?
Om dierorganen, cellen en weefsels geschikt te maken voor transplantatie naar de mens is het noodzakelijk dieren genetisch te manipuleren. Daar denkt mijn fractie niet licht over. Het instrumenteel gebruiken van dieren wijzen wij af, tenzij daarmee een uitzonderlijk maatschappelijk belang mee gemoeid is. Het fokken en gebruiken van dieren met als doel het doen van onderzoek naar het verlichten van het lijden van mensen, hun leven te verlengen of hen te genezen vindt mijn fractie te rechtvaardigen met inachtneming van strikte voorwaarden omtrent dierenwelzijn en veiligheidseisen. Dit wil echter niet zeggen dat daar waar wij laboratorium-onderzoek aanvaardbaar vinden, wij ook het sein veilig geven als het gaat om toepassing van medische experimenten of therapeutische behandeling van mensen. Daar waar het gaat om deze zogenaamde klinische toepassing mag dit volgens mijn fractie alleen gebeuren onder die conditie dat het veilig is voor zowel de proefpersoon, patiënt als de volksgezondheid in haar geheel. Op dit moment kan daarvoor nog geen enkele garantie worden gegeven. Het is vooralsnog onmogelijk om potentiële ontvangers van dierlijk weefsel of organen te kunnen informeren over de mogelijke risico's voor henzelf en voor hun omgeving. De minister sprak onlangs nog over xenotranplantatie in de zin van een groeimarkt en over een autonoom proces, over vraag en aanbod. Hoewel ik hier onmiddellijk wil erkennen dat de politiek vaak achter de feiten aanloopt en slechts de normen aan de praktijk lijkt te ontlenen, kan dat wat mij betreft niet als leidend principe worden gehanteerd. Wat mijn fractie betreft is het noodzakelijk dat de politiek zich uitspreekt over de bandbreedte waarbinnen ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Het is moeilijk om gelijke tred te houden met grensverleggende ontwikkelingen, maar toch zal het streven moeten zijn deze te normeren. Gebeurt dat niet, dan geven wij ons over aan een autonoom proces waarbinnen de praktijk de norm bepaalt en de commerciële belangen de onderzoeksmogelijkheden. Xenotransplantatie is weliswaar niet alleen een Nederlandse aangelegenheid en er is dus internationale regelgeving nodig, maar het vooralsnog ontbreken daarvan mag ons er niet van weerhouden waarborgen te scheppen voor patiënten in Nederland en de Nederlandse volksgezondheid. Ondanks het feit dat positieve resultaten op diverse onderzoeksterreinen in publicaties lijken te worden aangetoond, kan daaruit niet worden geconcludeerd dat alle risico's voldoende uitgebannen zijn. Het steriel fokken en huisvesten van dieren is geen garantie voor het ontbreken van overdraagbare ziekten en virussen. Wij kennen ze doodeenvoudig nog niet een weten dus ook niet waarop gescreend zou moeten worden. Diercellen kunnen bovendien door het menselijk lichaam migreren wat nog onbekende gevolgen kan hebben. Zelfs bij het aanhangen van een dierorgaan aan het lichaam van de mens, zoals een lever die tijdelijk de functie van de menselijke lever overneemt, is kans op besmetting aanwezig. Professor Osterhaus, de adviseur van de Centrale Commissie geeft dat toe. Zeker weet je het nooit, zegt hij. Toch stelt hij dat je er met een totaalverbod niet komt. De mogelijkheden komen eraan en dan zullen ze via illegale praktijken worden aangeboden. Je moet zorgen dat je zicht houdt op de groep die eventueel besmet raakt. Hoe je dat doet is een afweging tussen de belangen van de patiënt, de risico's van besmetting en de gevolgen daarvan voor de samenleving. De CDA fractie deelt dit fatalisme niet. Wij wensen net zo min illegale praktijken maar vinden niet dat je die moet voorkomen door risicovolle praktijken toe te staan Wanneer men in het buitenland onaanvaardbare risicos wil nemen, dan wil dat niet zeggen dat wij onze normen daar dan maar aan aan moeten passen. Zou dat wel het geval zijn, dan zou dat consequent ook op andere medisch-ethische terreinen moeten gebeuren. Neem euthanasie. Juist op dat terrein wordt de minister er niet moe van om het buitenland te porberen te overtuigen van de juistheid van de Nederlandse "Alleingang". Wat vindt de minister hiervan? Welk oordeel moet gehecht worden aan de uitspraken van deze adviseur? Komt zijn mening voort uit het idee dat dan pas een echt beeld van de risico's gevormd kan worden wanneer men medisch experimenten met mensen toelaat? Hoe denkt de minister hierover? Wanneer de minister in de stukken opmerkt dat er geen garantie kan worden afgegeven dat bij brondieren geen risico's bestaan op onbekende infecties die op de ontvanger kunnen worden overgedragen, omdat nu eenmaal over onbekende virussen geen kennis kan bestaan en tevens opmerkt dat het niet uitgesloten is dat die virussen er zijn, lijkt het mij duidelijk dat onzekerheid troef is. De minister geeft aan dat er wel sprake is van informed consent, het informeren van de patiënt over de risico's die hij loopt, omdat hem verteld kan worden dat dat een onbekend gegeven is. Tja, zo lust ik er nog wel een paar. Zijn verzekeraars bereid gevonden de schadevergoeding bij het uitbreken van ziekten en de daarmee samenhangende risico's voor de volksgezondheid geheel voor hun rekening te nemen? En is het voor de patiënt in te schatten welk risico hij neemt, terwijl onderzoekers op dit moment zelf nog onvoldoende een goede inschatting daarvan maken kunnen? Mijn fractie hoort graag nog een nadere toelichting op de uitleg van dit onderdeel van de wet. Tot slot de voorliggende protocollen voor het spoelen van levers. De CCMO stelt dat het behandelen met een bioreactor in principe aanvaardbaar is wanneer aan veiligheidsaspecten voldaan wordt en een monitoringsprogrmma gevolgd wordt. Tegelijkertijd stelt de CCMO dat overdracht van ziekteverwekkers niet geheel uitgesloten kan worden. Ik citeer uit de brief van de CCMO die wij deze week hebben ontvangen: De specificaties van de varkens en de membranen die thans gebruikt worden, voldoen niet aan de strenge eisen die de CCMO stelt. Voor de CDA fractie is het dan ook nog niet duidelijk of de CCMO bedoelt met te zeggen dat het principe van een bioreactor met varkenscellen voor de kortstondige behandeling van leverfalen aanvaardbaar is inhoudt dat deze vorm van xenotransplantatie nu al zou moeten worden toegestaan. Op grond van welke overwegingen deze vorm van xenotransplantatie aanvaardbaar geacht moet worden gegeven het feit dat de strenge eisen die de CCMO stelt niet gehaald worden? Hoe groot zijn de risico's en wat voor monitoringprogramma moet de patiënt volgen? Wanneer de CCMO zegt dat de richtlijn van de Britse xenotransplantatiewerkgroep als leidraad genomen wordt, betekent dit dan dat de patiënt een leven lang onder controle gesteld wordt, het krijgen van kinderen verboden wordt en bij besmetting mensen moeten kunnen worden opgepakt? Dit zijn, voor zover mij bekend, de maatregelen die in Engeland getroffen zijn. Is dit voor de minister aanvaardbaar? Wat voor gevolgen heeft het eventuele toestaan van deze vorm van xenotransplantatie voor gevolgen voor het eventueel afkondigen van een moratorium? Kan er nog een moratorium worden afgekondigd ook op dit specifieke onderzoeksterrein nu er al twee protocollen ter beoordeling voorliggen? Mijn fractie pleit voor een volledig moratorium op alle onderzoeksterreinen waar het medische experimenten met mensen en therapeutische behandeling betreft. Is dat met dit oordeel van de Centrale Commissie nog mogelijk? Wij zetten de deur nog niet op een kier omdat het sein veilig wat ons betreft nog niet gegeven is. Ik hoor daarop graag uw reactie.

Tot zover mijn inbreng in eerste termijn.

Kamerlid: Clémence Ross-van Dorp

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie