Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Beperking in supertelefoongids voor politie en BVD

Datum nieuwsfeit: 03-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Registratiekamer

Beperking in supertelefoongids voor politie en BVD

3 februari 2000, Z1999-0655

Nu het telecommunicatieverkeer van of met van criminaliteit verdachte personen door meer telecommunicatieaanbieders wordt verzorgd, wordt het onderzoeken van dat verkeer door politie en BVD bemoeilijkt. Eerst moet bekend zijn bij welk telecommunicatiebedrijf een verdachte klant is voordat de politie of de BVD een tap kunnen laten plaatsen of inlichtingen over verdacht telecommunicatieverkeer kunnen vorderen. Daarom is in opdracht van het Ministerie van Justitie een informatiepunt gebouwd (Centraal Informatiepunt Opsporing Telecommunicatie) waar een bepaalde set gegevens van alle telecommunicatieabonnees up to date wordt gehouden. Deze gegevens zijn permanent, onder zekere voorwaarden voor opsporingsdoeleinden raadpleegbaar voor politie, bijzondere opsporingsdiensten en de inlichtingendiensten. De Registratiekamer vond het nodig te waarborgen dat deze gegevensset niet zonder meer zou kunnen uitdijen.

Sinds de komst van de nieuwe Telecommunicatiewet (Tw) zijn aanbieders van telecommunicatiediensten en -netwerken verplicht aan de politie en de BVD mee te delen welk nummer aan een gebruiker is verleend, welke dienst deze afneemt en wat de bij het nummer behorende naam- adres en woonplaatsgegevens zijn (artikel 13.4, eerste lid Tw). De Registratiekamer vond dat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een te ruime betekenis gaf aan de term 'nummer' in deze bepalingen. Deze interventie door de Registratiekamer heeft uiteindelijk geleid tot een beperktere uitleg van de term in het inmiddels tot stand gebrachte Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie (Staatsblad 2000, 71). Dit betekent dat via het CIOT slechts een beperkte set gegevens beschikbaar is voor politie en BVD. Een gevolg hiervan is dat de telecommunicatiesector niet is verplicht tot het aanleveren van allerlei andere nummers dan telefoonnummers aan het CIOT. Bijvoorbeeld nummers van prepaid-GSM kaarten of -toestellen, van Pentium-III processoren of van parkeerplaatsen die betaald worden via internetterminals zullen niet standaard toegankelijk zijn voor de overheid.

Brief

Aan de Staatssecretaris
van Verkeer en Waterstaat
Mw. drs. J.M. de Vries

..'s-Gravenhage, 21 juli 1999
. Ons kenmerk 99.A.655.01
. Onderwerp Omvang mededelingsverplichting artikel 13.4, lid 1 TW
Geachte mevrouw De Vries,

Gaarne vraag ik uw aandacht voor het volgende. De Registratiekamer heeft zitting in de begeleidingscommissie voor het project Centraal informatiepunt onderzoek telecommunicatie en uit dien hoofde kennis genomen van de brief van 7 juni jl. (kenmerk DGTP/99/1611/JdJ) van de directeur-generaal Telecommunicatie en Post, mr J.W. Weck, aan de directeur-generaal Rechtshandhaving van het ministerie van Justitie, mr drs C.W.M. Dessens. Daarin is het standpunt neergelegd van het ministerie van Verkeer en Waterstaat inzake de omvang van de in artikel 13.4, eerste lid Telecommunicatiewet (TW) neergelegde mededelingsverplichting voor telecommunicatieaanbieders aan opsporingsinstanties en inlichtingendiensten. Bij de Registratiekamer is de indruk blijven bestaan dat van de zijde van Verkeer en Waterstaat een te ruime betekenis aan de tekst van dat artikel wordt toegekend. Om die reden verzoekt de Registratiekamer u om een nadere toelichting.

In artikel 13.4, eerste lid TW is de verplichting opgenomen tot het 'desgevraagd aan de autoriteiten meedelen van het aan een gebruiker verleende nummer en de door hem afgenomen openbare telecommunicatiedienst, en het desgevraagd aan de autoriteiten meedelen van de bij een nummer behorende naam-, adres, postcode- en woonplaatsgegevens'.
In het tweede lid van artikel 13.4 TW is daarnaast voorzien in de mogelijkheid de informatie te achterhalen en te verstrekken indien de bedoelde informatie niet bij de telecommunicatieaanbieders bekend is. In artikel 1.1, onder t, TW wordt het begrip nummer omschreven als: cijfers, letters of andere symbolen, al dan niet in combinatie, die bestemd zijn voor toegang tot of identificatie van gebruikers, netwerkexploitanten, diensten, netwerkaansluitpunten of andere netwerkelementen.

Naar aanleiding van het van de zijde van Verkeer en Waterstaat ingenomen standpunt verzoekt de Registratiekamer u twee aspecten nader te willen verduidelijken.


1. In de optiek van de Registratiekamer omvat de verplichting in artikel 13.4, eerste lid, tweede volzin TW tot het 'desgevraagd aan de autoriteiten meedelen van het aan een gebruiker verleende nummer' wel het verstrekken van nummers die bestemd zijn voor toegang tot of identificatie van gebruikers, maar niet van nummers betreffende netwerkexploitanten, diensten, netwerkaansluitpunten of andere netwerkelementen. De Registratiekamer verzoekt u daarover meer duidelijkheid te willen verschaffen.


2. Voorts heeft de Registratiekamer behoefte aan een nadere verheldering van het onderscheid tussen de verplichtingen voortvloeiende uit het eerste en die uit het tweede lid van artikel 13.4 TW. Voor wat betreft mobiele telecommunicatie ligt in het eerste lid van artikel 13.4 TW in elk geval de verplichting besloten tot verstrekking van het abonneenummer (MS-ISDN) met bijbehorende naam-, adres en woonplaatsgegevens. Kunt u aangeven aan welke situaties moet worden gedacht dat kenmerken zoals IMSI-nummer, IMEI-nummer, SIM-kaartnummer of nummer van de chipkaart niet bij de aanbieders bekend zijn, waardoor krachtens artikel 13.4, tweede lid de verplichting ontstaat om deze informatie te achterhalen en te verstrekken?

De Registratiekamer ziet uw reactie gaarne tegemoet.

Een afschrift van deze brief is heden ter informatie verzonden aan de directeur-generaal Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie en aan de voorzitter van de Begeleidingscommissie CIOT.

Hoogachtend,

Onder dit advies vindt de brief die aan de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat is gericht.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie