Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief ministerie Economische Zaken over GOM

Datum nieuwsfeit: 03-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

de Vreeze/Dinkla
Datum
Uiterste verzenddatum
Verzendwijze
1-2-2000
3-2-2000
Aan
Informatiekopie aan
Medeafdoening van ons kenmerk
de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 1a
2513 AA 's-GRAVENHAGE
Archief, Stas
Medeparaaf en datum
wnd SG Bruinsma
DGES Bemer
AEP Ollongren
WJZ Linthorst
DiVo Van Diepen
Datum
Uw kenmerk
Ons kenmerk
Bijlage(n)

3-2-2000
FD/ALG/00003525
Onderwerp
Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij (GOM)
Bezoekadres
Doorkiesnummer
Telefax
Bezuidenhoutseweg 30

070 - 379 7135

070 - 379 7747
Hoofdkantoor
Bezuidenhoutseweg 30
Postbus 20101

2500 EC 's-Gravenhage
Telefoon (070) 379 89 11
Telefax (070) 347 40 81
Telex 31099 ecza nl
Telegramadres ecza gv
X-400 adres S=EZPOST/C=NL/A=400NET/P=MIN EZ
Internetadres (ezpost@minez.nl)
Verzoeke bij beantwoording van deze brief ons kenmerk te vermelden
27016 Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) nr. 1 Brief van de minister van Economische Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-Gravenhage, 3 februari 2000

In de zomer van 1999 confronteerde de nieuwe directie van de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij mij met de mogelijkheid van grote financiële tegenvallers. De directie van de GOM besloot toen om KPMG Forensic Accountants een onderzoek te laten verrichten. Beide grootaandeelhouders (Ministerie van Economische Zaken en de Provincie van Gelderland) besloten hierop tot het opzetten van een nader onderzoek door een niet eerder bij de GOM betrokken accountant (i.c. Arthur Andersen). Middels de brieven d.d. 4 juni 1999 (EZ-99-315), 30 juni 1999 (EZ-99-412), 16 november 1999 (vertrouwelijk), 22 november
1999 (EZ-99-745) en 25 januari 2000 (EZ-2000-44) heb ik de vaste commissie voor Economische Zaken geïnformeerd over de situatie bij de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij (GOM). Daarbij gaf ik in de brief van 4 juni 1999 aan dat er sprake was van onregelmatigheden en mogelijk van laakbaar gedrag

De onderzoeken van KPMG Forensic Accountants en Arthur Andersen zijn beide afgerond. Het KPMG FA rapport heb ik u op 16 november 1999 vertrouwelijk toegezonden. Van het Arthur Andersen rapport heb ik op
26 januari vertrouwelijk een concept gestuurd. Bijgevoegd vindt u het definitieve eindrappport *). Kort samengevat zijn de conclusies van Arthur Andersen als volgt:

Ontoereikend toezicht van de Raad van Commissarissen (RvC). De RvC heeft nagelaten op essentiële punten eenduidig beleid te formuleren waardoor het toezicht houden bemoeilijkt werd. Door een adequate toetsing van ter beschikking staande informatie en uit signalen van de Staat had de RvC kunnen blijken dat de directeur het vastgestelde beleid schond.

De (vorige) directeur heeft in een aantal gevallen gehandeld in strijd met de van toepassing zijnde regels. De directeur bemoeilijkte het toezicht door niet altijd even toegankelijk en/of tijdig informatie te verstrekken. In een aantal gevallen gaat het gebrek aan verantwoording zover dat niet meer objectief is vast te stellen wat eigenlijk heeft plaatsgevonden. Bij gebrek aan beschikbare verifieerbare gegevens kan Arthur Andersen wat betreft mogelijke belangenverstrengeling geen eenduidige uitspraak doen.

Onduidelijk optreden van de aandeelhouders van de GOM. Dit is mogelijk het gevolg geweest van een gebrek aan eensluidende visie van de twee grootaandeelhouders. De Staat propageerde vanaf 1995 een strakke naleving van de formele regels, terwijl de Provincie regionale belangen liet prevaleren.

Uit beide rapporten komt duidelijk het beeld naar voren dat inderdaad sprake is geweest van laakbaar gedrag van de vorige directeur en voorts dat de RvC als toezichthouder tekort is geschoten. Het verwijt van Arthur Andersen ten aanzien van een gebrek aan eenduidige aansturing door de aandeelhouders neem ik ter harte. Er zijn weliswaar heldere afspraken tussen Rijk, Provincie en directie van de GOM in de vorm van een beleidsinstructie, maar gelet op de directere betrokkenheid van de provincie bij de economische ontwikkelingen in de regio is enig verschil van inzicht over door de vennootschap te nemen risico's wel verklaarbaar.

Een ander element vormt de rol van de accountant bij de GOM. Het onderzoek van Arthur Andersen had mede een oordeel kunnen omvatten over de kwaliteit van de werkzaamheden van de externe accountant. Dat oordeel is nog niet gegeven want daarvoor bleek nader onderzoek nodig te zijn. Maar, naar het oordeel van Arthur Andersen, doet dit geen afbreuk aan de conclusies van hun onderzoek. Alle betrokkenen zijn namelijk door Arthur Andersen op hun eigen verantwoordelijkheden beoordeeld.

De onderzoeken van KPMG Forensic Accountant en Arthur Andersen hebben bijgedragen aan een beter inzicht in de financiële positie van de vennootschap. Het beeld op dit moment is kort samengevat:

Volgens de voorlopige jaarrekening bedraagt het verlies van de GOM over 1998
f 29,5 mln. Naast een verlies op exploitatie is dit veroorzaakt door omvangrijke voorzieningen op participaties en aangegane verplichtingen. Het eigen vermogen is daardoor gehalveerd tot f 30 mln.

Voor het bij de GOM ontstane liquiditeitstekort is een (tijdelijke) oplossing gevonden door middel van bankfinanciering.

Inmiddels heb ik als grootaandeelhouder samen met de Provincie besloten voorlopig niet over te gaan tot vaststelling van de jaarrekening 1998. Reden hiervoor is onzekerheid over Europese subsidiegelden. De kans is aanwezig dat de GOM gehouden wordt hier een deel van terug te betalen. De huidige directie van de GOM heeft inmiddels een nader onderzoek laten verrichten, waarvan de uitkomst nog door mij moet worden bestudeerd. Bovendien hebben beide grootaandeelhouders ook besloten niet over te gaan tot décharge van de RvC en de directie in verband met het gevoerde toezicht, respectievelijk beleid. De RvC is inmiddels zelf afgetreden.

Belangrijk is nu te bezien hoe we verder gaan. Met de Provincie ben ik overeengekomen om de vennootschap te vragen alsnog een onafhankelijke beoordeling van de rol van de accountant te doen verrichten. Bovendien zal ik er bij de vennootschap op aandringen om te onderzoeken of langs civielrechtelijke weg mogelijkheden aanwezig zijn om de schade die door de vennootschap tengevolge van de eerder geconstateerde onregelmatigheden en het laakbaar gedrag is geleden te verhalen. Enkele bevindingen van Arthur Andersen zijn daarnaast van dien aard dat zij mij aanleiding geven om in overleg te treden met het Openbaar Ministerie te Arnhem, om door het Openbaar Ministerie te laten bezien of een strafrechtelijke onderzoek gerechtvaardigd is.

Ten slotte zal ik gezamenlijk met de Provincie snel een nieuwe en daadkrachtige (interim) RvC aanstellen, die gezamenlijk met de huidige directeur de noodzakelijke corrigerende en herstellende maatregelen zal nemen en de GOM in staat zal stellen haar reguliere taken in de provincie weer op te pakken. Dit ook uiteraard tegen de achtergrond van de algemene beleidsdiscussie die ik momenteel voer over de regionale ontwikkelings-maatschappijen en waarover de Staatssecretaris van Economische Zaken u deze zomer een brief zal sturen.

minister van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink


*) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie