Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over kinderarbeid bij tabaksproductie

Datum nieuwsfeit: 04-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over kinderarbeid bij tabaksproductie
Gemaakt: 10-2-2000 tijd: 15:18


3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 4 februari 2000

Betreft Antwoord op vragen van de leden Van Ardenne-

van der Hoeven, Verburg, Koenders en Bos

over kinderarbeid bij tabaksproduktie

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brieven van de Griffier Uwer Kamer d.d. 14 januari 2000

kenmerk 2990005180 en kenmerk 2990005200, waarbij gevoegd waren de door de leden Van Ardenne-van der Hoeven, Verburg, Koenders en Bos overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Economische Zaken, als bijlage dezes het antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Eveline Herfkens

Antwoord van de Ministers voor Ontwikkelings-samenwerking en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Economische Zaken op vragen van de leden Van Ardenne-Van der Hoeven en Verburg over kinderarbeid bij tabaksproductie

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht dat in Malawi honderduizend kinderen werkzaam zijn in de tabaksteelt, en dat daaruit geproduceerde sigaretten van Philip Morris ook in Nederlandse winkels liggen? Is het u bekend of het hier ook kinderen betreft onder de twaalf jaar?

Antwoord

Ja, ik heb kennisgenomen van de radio-uitzending 'KRO op 1' op 11 januari jl. Ik acht het waarschijnlijk dat ook kinderen onder de twaalf jaar bij de tabaksteelt in Malawi zijn betrokken.

Vraag 2

Bent u van mening dat Philip Morris ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft in het voorkomen van kinderarbeid en bent u bereid Phillip Morris Nederland hierop aan te spreken?

Antwoord

Ieder bedrijf dat zaken doet in of met het buitenland heeft een verantwoordelijkheid om na te gaan of de produkten die worden ingekocht op een verantwoordelijke wijze tot stand komen. Uit contacten met Philip Morris Nederland is gebleken dat men bereid is actief bij te dragen aan het oplossen van het probleem van kinderarbeid bij de tabaksteelt in Malawi.

Vraag 3

Bent u bereid binnen de ILO en de EU het instellen van vrijwillige keurmerken tegen kinderarbeid met inbegrip van een adequate onafhankelijke controle op naleving, opnieuw aan de orde te stellen?

Antwoord

Ja, indien zich daartoe een geschikte gelegenheid voordoet zal het onderwerp in beide organisaties aan de orde worden gesteld.

Met enige regelmaat wordt in ILO- en EU-verband gesproken over het instellen van vrijwillige keurmerken tegen kinderarbeid. In de ILO gebeurt dit van tijd tot tijd in de halfjaarlijkse zittingen van de "Working Party on the Social Dimensions on the Liberalization of International Trade' van de Raad van Beheer van de ILO, alsmede in het kader van discussies over de tenuitvoerlegging van het follow-up-mechanisme bij de ILO-verklaring inzake fundamentele arbeidsnormen van 18 juni 1998. Nederland draagt in de ILO uit positief te staan tegenover de ontwikkeling en instelling van vrijwillige keurmerken op mondiaal niveau.

Ook in EU-verband krijgt dit onderwerp aandacht. Op 30 november 1999 heeft de Europese Comissie een Mededeling aan de Raad gezonden over 'Fair Trade' (14223/99). De bevordering van Fair Trade is eveneens een van de aandachtspunten voor de ontwikkeling van de economische sector in de nieuwe partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de African, Carribean en South Pacific (ACS-landen).

Een complicerende factor bij de instelling van vrijwillige keurmerken tegen kinderarbeid is, dat in de aard van dergelijke vrijwillige initiatieven besloten ligt dat daaraan geen verbindende gevolgen van overheidswege kunnen worden verbonden voor wat betreft adequate onafhankelijke controle op naleving.

Vraag 4

Ziet u mogelijkheden om zowel binnen de EU als binnen de VN te bevorderen dat meer werk wordt gemaakt van het inzetten van flankerend beleid ter voorkoming van kinderarbeid, zoals gerichte armoedebestrijding en het bevorderen van onderwijs?

Antwoord

Ja, ik zie zowel binnen de EU als in de VN mogelijkheden

voor flankerend beleid ter voorkoming van kinderarbeid.

De nieuwe partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de ACS-landen bijvoorbeeld heeft armoedebestrijding als centrale doelstelling. De ontwikkeling van het menselijk potentieel middels ontwikkeling van de sociale sectoren is een belangrijke strategie bij de duurzame ontwikkeling en integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie. In deze strategie wordt het belang van onderwijs en training expliciet genoemd. Tevens steunt de EU in de ACS-landen specifiek op kinderen en jongeren gericht beleid en activiteiten ter bescherming van hun rechten.

In het kader van de voortgangsconferentie van 5 jaar na de Sociale Top geeft Nederland onder andere prioriteit aan armoedebestrijding en bevordering van onderwijs voor iedereen. In concrete zin financiert Nederland de zich ontwikkelende samenwerking tussen de ILO, UNICEF en de Wereldbank bij de bestrijding van kinderarbeid (mede) middels onderwijs. Tenslotte kan flankerend beleid bij de bestrijding van kinderarbeid een onderwerp van bespreking zijn op de in september 2001 in New York te houden vervolgconferentie van de Wereld Kindertop.

Vraag 5

Kunt u de Kamer nader informeren over de stand van zaken met betrekking tot de gedragscode internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen?

Antwoord

De voorbeeld-gedragscode voor zakendoen in het buitenland is u bij brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 18 januari
2000 (kamerstuk 26485 nr. 5) toegestuurd.

Vraag 6

Heeft Nederland inmiddels de ILO Conventie ter bestrijding van kinderarbeid geratificeerd? Zo neen, op welke termijn zal dit gebeuren?

Antwoord

Nederland heeft in 1976 ILO Conventie 138 ter bestrijding van kinderarbeid geratificeerd. Het proces is in gang gezet voor ratificatie van de meest recente ILO Conventie 182 ter bestrijding van de ergste vormen van kinderarbeid. De Memorie van Toelichting bij de Goedkeuringswet ter zake is op 21 januari jl behandeld in de Rijksministerraad en vervolgens voor advies doorgezonden naar de Raad van State.

Overigens heeft Malawi Conventie 182 als tweede land ter wereld reeds geratificeerd.

Antwoorden van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Economische Zaken op vragen van de leden Koenders en Bos over kinderarbeid bij tabaksproductie

Vraag 1

Wat is de omvang van kinderarbeid in Malawi? Welke alternatieven zijn er voor kinderen en hoe worden deze gestimuleerd? Welke rol kan/dient het (internationale) bedrijfsleven en de (internationale) ontwikkelingssamenwerking hierbij spelen?

Antwoord

Het officiële antwoord van de Tobacco Control Commission in Malawi, die namens de overheid toezicht houdt op de tabaksindustrie, is dat er geen sprake is van kinderarbeid in de tabaksteelt. Kinderen werken wel in de primaire produktie van tabak, maar dit wordt gezien als onderdeel van huishoudelijk werk. En huishoudelijk werk door kinderen onder de twaalf jaar is conform de nationale wetgeving geen vorm van kinderarbeid maar onderdeel van de werkcultuur en traditie in Malawi. Veel kinderen werken zonder loon samen met hun ouders op de tabaksplantages.

Kinderen boven de 12 jaar worden in de Malawische wetgeving niet meer als kind gedefinieerd.

Een schatting van de vakbonden in Malawi spreekt over ongeveer 200.000 kinderen werkzaam in de tabakindustrie. In andere formele en informele sectoren zouden meer dan 2 miljoen kinderen werken, met name in de thee- en koffieproduktie, visserij, landbouw en als huishoudelijke hulpen.

Exacte cijfers zijn echter niet bekend omdat het onderzoek naar kinderarbeid in Malawi nog in de kinderschoenen staat. Programma's of alternatieven die in het algemeen worden ingezet tegen kinderarbeid
-betere toegang tot scholing voor de kinderen en hogere inkomens en inkomensgenerende activiteiten voor de ouders- bestaan in Malawi nog niet. Recentelijk heeft het Gemeenschappelijk Overleg Medefinancieringsorganisaties (GOM) de International Labour Organization (ILO) verzocht in Malawi een studie te verrichten naar kinderarbeid, onder andere in de tabaksindustrie. Mogelijk kan de ILO, al dan niet in samenwerking met UNICEF, op grond van dergelijke gegevens een programma tegen kinderarbeid in Malawi opzetten.
Bilaterale hulp ligt niet voor de hand, omdat Nederland geen structurele bilaterale relatie met Malawi onderhoudt.

Bedrijven die worden geconfronteerd met kinderarbeid kunnen een bijdrage leveren aan het terugdringen daarvan, bijvoorbeeld door voorwaarden te stellen aan toeleveranciers. Los daarvan kunnen bedrijven een actieve bijdrage leveren door zelf schooltjes op te zetten voor de kinderen of betere arbeidsvoorwaarden en salarissen voor de volwassenen te bedingen. Tevens kunnen ze meewerken aan bewustwording van de bevolking door duidelijk te maken dat kinderabeid niet als vanzelfsprekend mag worden beschouwd.

Vraag 2

Maakt Philip Morris in Malawi op enigerlei wijze gebruik van subsidie- of kredietfaciliteiten of andere handels- of investerings bevorderende instrumenten die door de Nederlandse regering gehanteerd worden?

Antwoord

Voor zover bekend maakt Philip Morris hier geen gebruik van.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie