Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen werving buitenlandse politieagenten

Datum nieuwsfeit: 04-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.567 werving van buitenlandse politieagenten
Gemaakt: 8-2-2000 tijd: 16:35


2

De voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 4 februari 2000

Onderwerp:

Schriftelijke vragen van Rietkerk, Van de Camp, Atsma (CDA) over de werving van buitenlandse agenten

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden Rietkerk, Van de Camp en Atsma (CDA), kenmerk: 2990005230, betreffende de werving van buitenlandse agenten.

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES, a.i.,

R.H.L.M. van Boxtel

Antwoord vraag 1:

Ja.

Ik hecht er aan om alvorens nader in te gaan op de andere vragen die zijn gesteld ten algemene iets te zeggen over publieke uitlatingen van politiefunctionaris-sen in het algemeen en korps-chefs in het bijzonder, zoals recentelijk gedaan in diverse nieuwjaarstoespraken. De politie treedt op in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag (artikel 2 Politiewet 1993). Dat geldt ook voor de korpschef. Bovendien heeft de wetgever bij de totstandkoming van de Politiewet
1993 de korpschef nadrukkelijk gepositioneerd in een hiërarchische ondergeschiktheid aan de korpsbeheerder (artikel 24 Politiewet 1993). Een en ander laat onverlet dat de korpschef, gelet op zijn specifieke kennis van het politiemétier, in de praktijk een belangrijke adviserende rol met het oog op de politiek-bestuurlijke besturing van de politie vervult.

In lijn met het decentrale karakter van het politiebestel is in het systeem van de Politiewet 1993 niet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, maar in de eerste plaats de korpsbeheerder ten volle verantwoordelijk voor het doen en laten van de aan hem hiërarchisch ondergeschikte korpschef, ook waar het gaat om publieke uitlatingen van deze hoogste ambtenaar van het korps. Het regionale college kan de korpsbeheerder terzake ter verantwoording roepen (artikel 30 Politiewet 1993). Ideeën en voorstellen die de korpschef heeft, kunnen via de reguliere weg door de korpsbeheerder onder de aandacht worden gebracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ik ben dan ook van oordeel dat, gelet op de formele ondergeschiktheid aan de gezagsdragers en de korpsbe-heer-der, politiefunctionaris-sen in het algemeen en korps-chefs in het bijzonder een zekere terughoudendheid past in publieke uitlatingen, bijvoorbeeld tijdens nieuwjaarsrecepties.

De diverse uitlatingen van de korpschefs dienen naar mijn oordeel dan ook niet de lading te krijgen als zouden zij reeds voorgenomen beleid betreffen, dat wordt gedragen door de gezagsdragers en de korpsbeheerder. Om die reden beantwoord ik de vragen over deze uitlatingen met de nodige terughoudendheid.

Antwoord vraag 2:

Zoals uw Kamer bekend is worden in het Project Personeelsvoorziening Politie (PPP) zaken die de werving, de selectie en de opleiding van nieuw politiepersoneel betreffen, met het politieveld nader uitgewerkt. Eén van de zaken die ten aanzien van de rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden nader worden onderzocht betreft de eis van Nederlanderschap die aan executieven, bijzondere ambtenaren van politie en vrijwilligers van politie wordt gesteld. Daarbij wordt meegenomen dat de Ambtenarenwet voor vertrouwensfuncties de eis van het Nederlanderschap stelt.

Momenteel wordt een inventarisatie in het politieveld gedaan naar de functies die voor de politie als vertrouwensfuncties moeten worden bestempeld. De uitkomsten van deze inventarisatie zullen in een advies aan mij worden verwerkt en de Kamer zal vervolgens te zijner tijd hierover bij de voortgang van het PPP worden geïnformeerd.

Antwoord vraag 3:

Landelijke minimumeisen om in aanmerking te kunnen komen voor een functie bij de politie worden op grond van de Regeling Aanstellingseisen gesteld. Deze eisen richten zich op de leeftijd (een minimale leeftijdsgrens), de vooropleiding, het in het bezit zijn van het rijbewijs B (of bereid zijn dit te behalen). Sociale en fysieke vaardigheden vormen, met een goede gezondheid en onbesproken gedrag, aanvullende eisen. Genoemde eisen zijn toereikend en blijven onverkort van kracht. De eis van het Nederlanderschap wordt gesteld op grond van het Besluit algemene rechtpositie politie. De noodzaak van deze eis wordt momenteel bezien (zie beantwoording vraag 2).

Antwoord vraag 4:

Allereerst merk ik op dat de landelijke wervings- en imagocampagne als een aanvullende faciliteit moet worden bezien op de regionale wervingsinspanningen door de politiekorpsen. De verantwoordelijkheid ten aanzien van de bedrijfsvoering, de personeelsvoorziening, waaronder de werving, en de inzet van middelen ligt immers in de eerste plaats bij de korpsbeheerders. Conclusies ten aanzien van noodzakelijke wervingsaantallen en - inspanningen per korps zijn dan ook een aangelegenheid van de korpsen zelf.

Inmiddels blijkt uit het PPP ten aanzien van de effecten van de campagne dat er op landelijk niveau een grote belangstelling voor een baan bij de politie bestaat. Belangstellenden die zich via de banenlijn politie melden, worden vervolgens naar de korpsen bemiddeld.

Naar aanleiding van het algemeen overleg met uw Kamer over de politiebegroting op 29 november 1999 zijn afspraken gemaakt over werving, selectie en opleiding van politiepersoneel. In het PPP worden genoemde onderwerpen met het politieveld uitgewerkt. Uw Kamer wordt hierover regelmatig geïnformeerd. Tevens wijs ik u in dit verband op de brief van de minister van Justitie en mij, d.d. 14 januari jl. (Kamerstukken II 1999/00, 26 345, nr. 29).

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie