Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Alternatief traject MDW Benzine hoofdwegennet

Datum nieuwsfeit: 11-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Alternatief traject MDW Benzine (hoofdwegennet).



Aan:

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 1a

2513 AA s-Gravenhage

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

DMN 2000/115 M

11 februari 2000

Onderwerp

Alternatief traject MDW Benzine (hoofdwegennet).


1. Inleiding

Bij brief van 21 oktober 19991 hebben wij u geïnformeerd over de voortgang van het MDW-project Benzinemarkt (hoofdwegennet). In deze brief werd melding gemaakt van het feit dat de huidige vergunninghouders tijdens de consultatie hadden aangegeven over een alternatieve route voor de MDW-aanpak te willen spreken. Overwogen werd dat overeenstemming met de huidige vergunninghouders over een andere aanpak, waarbij nog steeds de toetredingsmogelijkheden van nieuwe partijen en het stimuleren van prijsconcurrentie centraal staan, het proces van herordening van de benzinemarkt langs het hoofdwegennet sterk zou kunnen versnellen.

Mede ter voorbereiding van het Algemeen Overleg op 16 maart a.s. informeer ik u bij deze, mede namens de ministers van Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat over de stand van zaken van de in het najaar van 1999 ingeslagen alternatieve route.


2. Voorgeschiedenis

In april 1998 heeft de MDW-werkgroep Benzinemarkt haar rapport over het hoofdwegennet uitgebracht. Dit rapport bevat een tiental aanbevelingen om te komen tot een andere inrichting van de benzineverkoop langs het hoofdwegennet. Op 16 april 1998 heeft het Kabinet aan de Tweede Kamer meegedeeld deze aanbevelingen te kunnen onderschrijven en tot invoering van de aanbevelingen over te gaan. In de loop van 1998 zijn een viertal rapporten tot stand gekomen waarin de mogelijkheden tot implementatie van de aanbevelingen werden verkend.

Deze rapporten zijn op 4 maart 1999 met de Tweede Kamer besproken.2Op verzoek van de Tweede Kamer zijn vervolgens consultatiebijeenkomsten georganiseerd waarbij zowel de huidige vergunninghouders als de potentiële toetreders tot de benzinemarkt in de gelegenheid zijn gesteld hun opvatting over het voorgestelde implementatietraject kenbaar te maken en met de overheid hierover in discussie te treden.

Tijdens de consultatiebijeenkomsten van 20 mei en 26 juli 1999 bleek de weerstand bij de huidige vergunninghouders aanzienlijk te zijn. Tegelijk werd echter op 26 juli nadrukkelijk door de vertegenwoordiger van de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI), waar alle grote oliemaatschappijen lid van zijn, aangegeven bereid te zijn mee te denken over een manier om de MDW-aanbevelingen op een andere wijze te implementeren. Nadat in eerste oriënterende gesprekken met de betrokken organisaties was gebleken dat er goede mogelijkheden voor een alternatieve route aanwezig waren, heeft het kabinet besloten op dit verzoek om nader overleg in te gaan.

Na enkele informele contacten heeft de overheid in het najaar van 1999 aan de VNPI en aan de Vereniging Particuliere Rijkswegvergunningen van Tankstations (VPR) een voorstel gedaan voor een alternatief implementatietraject. Hierbij is er om mededingingsrechtelijke redenen voor gekozen de besprekingen langs twee lijnen te vervolgen. In de eerste plaats is met de VNPI en VPR gesproken over algemene systeemkenmerken van het alternatieve implementatietraject. In de tweede plaats is gesproken met de afzonderlijke VNPI-leden over de concrete invulling van het alternatieve implementatietraject.


3. Resultaat van het overleg.

De gesprekken hebben op 9 februari geresulteerd in een akkoord over de hoofdpunten van een door de Staat met alle leden van de VNPI en het bestuur van de VPR te sluiten convenant. De convenanten zelf kunnen, nadat is komen vast te staan dat er ook bij de Tweede Kamer geen bezwaren bestaan tegen de implementatie van het alternatieve traject, op korte termijn worden ondertekend.


4. De inhoud van het alternatieve traject.

In het overleg met de marktpartijen zijn de volgende onderwerpen aan de orde geweest:

* het beëindigen van de voor onbepaalde tijd verleende vergunningen
* de concessieduur en de veiling van locaties
* de reductie van het marktaandeel van de zittende partijen
* de functiescheiding

* de herziening van de gebruiksvergoedingensystematiek (huur van locaties)

* deregulering en wetgeving

In deze paragraaf worden ten aanzien van deze onderwerpen de oorspronkelijke MDW-voorstellen vergeleken met de alternatieve systematiek waarover met de VNPI en de VPR overeenstemming is bereikt.


4.1 Beëindigen van de rechtsrelaties en de veiling van locaties

In MDW-verband werd, ter bevordering van de mogelijkheden voor nieuwe toetreders, voorgesteld de bestaande rechtsrelaties3, die aan de marktpartijen voor onbepaalde tijd het recht gaven op exploitatie van een motorbrandstoffenverkooppunt, te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van tien jaar. Tevens zou een financiële tegemoetkoming worden aangeboden voor met name de verplichte milieu-investeringen en noodzakelijke onderhouds-investeringen, voorzover deze nog niet zijn afgeschreven. Duidelijk was dat bij de implementatie van dit voorstel een groot aantal juridische procedures kon worden verwacht.

Als alternatief is een systeem overeengekomen waarbij de vergunninghouders alle locaties, met ingang van volgend jaar, evenwichtig gespreid over 22 jaar inleveren, met dien verstande dat de particuliere vergunninghouders hun locaties in de laatste vijf jaar inleveren.4 De locaties die vrijvallen tengevolge van deze vrijwillige beëindiging worden door middel van veiling uitgegeven aan de hoogste bieder. Ter compensatie van deze vrijwillige beëindiging ontvangt de voormalige vergunninghouder de opbrengst van deze veiling. Elke volgende keer dat de locatie wordt geveild is de opbrengst hiervan voor de Staat. De locaties worden voor een periode van 15 jaar uitgegeven.

Dit alternatief heeft als belangrijk voordeel voor de Staat dat er op zeer korte termijn reële mogelijkheden worden geboden voor toetreding tot de Nederlandse benzinemarkt, doordat het veilingproces al met ingang van volgend jaar zal kunnen beginnen. Bovendien kan hiermee een veelheid aan juridische procedures worden voorkomen.


4.2 Reductie van het marktaandeel van zittende partijen

De MDW-voorstellen bevatten enkele elementen die bedoeld zijn om het marktaandeel van de grote zittende marktpartijen te verkleinen. Verkleining van dit marktaandeel wordt voor het goede functioneren van de benzinemarkt gewenst geacht. Een belangrijke rechtvaardiging hiervoor kan tevens worden gevonden in het tot dusverre gehanteerde uitgiftebeleid voor nieuwe locaties. Nieuwe locaties werden verdeeld naar rato van het marktaandeel van deze oliemaatschappijen.

Ter correctie op de hierdoor ontstane scheefgroei werd in de MDW-aanbevelingen voorgesteld:

* nieuwe motorbrandstofverkooppunten (MBVP) langs bestaande Rijkswegen aan te leggen (gedacht werd aan 50 tot 150 locaties)
* vrijgevallen locaties te veilen door middel van een veilingproces waarbij de omvang van het marktaandeel van de biedende partij zijn biedmogelijkheden bepaalde (asymmetrisch veilen).
* de functiescheiding, kortweg inhoudende dat een wegrestaurant geen brandstof mag verkopen en vice versa, op te heffen

De eerste twee voorstellen komen in het alternatieve traject te vervallen. Daarvoor in de plaats wordt met de grootste marktpartijen de afspraak gemaakt dat zij, in totaal, voor 1 januari 2003 het aantal locaties waarover zij beschikken met per saldo 50 verminderen. Een van de wijzen waarop partijen dit kunnen bereiken is niet mee te bieden in de in 4.1 beschreven veiling. Na deze reductie is er een situatie ontstaan waarin, mede dankzij de jaarlijkse veilingen, er in grotere mate op vertrouwd mag worden dat er sprake zal zijn van een gezonde marktdynamiek. Verder toezicht op de marktwerking op de benzinemarkt kan vanaf dat moment worden overgelaten aan de Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa).

Daarnaast wordt een criterium geïntroduceerd waarmee voorkomen wordt dat op twee opeenvolgende benzinelocaties langs de hoofdwegen hetzelfde merk wordt gevoerd. Indien op nieuwe wegen benzinelocaties moeten worden gerealiseerd, geldt daarvoor een afstandsstramien van 20 km.

Ten aanzien van het opheffen van de functiescheiding is gebleken dat er bij de zittende partijen grote weerstand tegen dit voornemen bestaat. De redenen voor het opheffing van de functiescheiding zijn echter nog steeds valide. Opheffing van de functiescheiding kan de marktdynamiek bevorderen en tevens maakt het een eind aan een doorgaans geforceerd onderscheid tussen diensten die een motorbrandstoffenverkooppunt kan aanbieden en diensten die voorbehouden zijn aan een wegrestaurant (bijvoorbeeld het verbod om consumenten de mogelijkheid te bieden om bij een motorbrandstoffenverkooppunt zittend te eten). Om uit de dreigende impasse te geraken is afgesproken dat er een studie zal worden verricht waarin de praktische consequenties van het opheffen van de functiescheiding in kaart zullen worden gebracht. Aandachtspunten daarbij zijn de praktische mogelijkheden (bijvoorbeeld de aanwezige fysieke ruimte) om bij bestaande brandstofverkooppunten zonder wegrestaurant restauratieve voorzieningen te realiseren, om bij bestaande wegrestaurants een brandstoffenverkooppunt te realiseren en om op locaties waarop thans een brandstofverkooppunt en een wegrestaurant is gevestigd een extra wegrestaurant en/of extra brandstoffenverkooppunt te realiseren. Ook zal de werkgroep in kaart moeten brengen wat de gevolgen zijn voor de functiescheiding van autonome ontwikkelingen op het gebied van verkoop van levensmiddelen en andere detailhandelsactiviteiten, en van E-commerce (afhalen van goederen die elektronisch zijn besteld) bij brandstofverkooppunten en wegrestaurants.

Voor deze studie zullen alle betrokkenen worden uitgenodigd.


4.3 Gebruiksvergoedingensysteem

De MDW-voorstellen bevatten het voornemen om de bestaande vergoeding naar marktconform niveau te brengen. Voorgesteld werd om de variabele gebruiksvergoeding - een bedrag per liter - te wijzigen in een vaste vergoeding gebaseerd op de kwaliteit van de locatie (objectieve locatiewaarde). Deze systeemwijziging had tevens een verhoging van de gebruiksvergoeding als gevolg.

Met de betrokken partijen is thans overeenstemming bereikt over een gemengd vergoedingensysteem, dat ingaat per 1 januari 2001. In dit systeem bestaat de vergoeding uit een vaste en een variabele component (verhouding 50-50). Ook de nieuwe systematiek betekent een verhoging van de gebruiksvergoeding.5


4.4 Wetgeving

Om de marktpartijen zekerheid te bieden over het overheidsbeleid in de komende jaren, is in het nog te ondertekenen convenant een passage over wetgeving opgenomen. De strekking van deze passage is dat de betrokken ministers zullen bevorderen dat er wetgeving tot stand komt, waarin de in het convenant verwoorde beleidslijn zal worden neergelegd.


5. Voorwaarden voor de implementatie van het alternatieve traject.

Voor de uitwerking van de technische details van de vergoedingensystematiek zal een werkgroep, waarin de overheid en de betrokken partijen participeren, worden ingesteld. Daarnaast is ook ten aanzien van een tweetal andere aspecten duidelijk geworden dat er meer tijd nodig zal zijn om tot een volwaardig alternatief te komen. Dit geldt in het bijzonder voor de nadere uitwerking van de veilingsystematiek en voor de problematiek van de zogenaamde onderliggende rechtsrelaties6. Voor deze twee onderwerpen worden werkgroepen in het leven geroepen waarin zowel de overheid als de marktpartijen zullen participeren. De werkgroepen moeten voor 1 mei 2000 hun bevindingen en voorstellen presenteren.

Het convenant met de VNPI en met de VPR moet worden uitgewerkt in concrete afspraken met de afzonderlijke VNPI-leden en met de afzonderlijke particuliere vergunninghouders. Alleen op deze wijze kan de beëindiging van de rechtsrelaties en de reductie van het aantal locaties langs de Rijksweg van de grootste vergunninghouders worden geëffectueerd. In het convenant is opgenomen dat de medewerking van alle VNPI-leden, alsmede van een aanzienlijk deel van de particuliere vergunninghouders7 een noodzakelijke voorwaarde is om het alternatieve implementatie-traject door te zetten. Er wordt naar gestreefd om in iedere geval alle bilaterale gesprekken met de VNPI-leden deze maand met een overeenkomst af te sluiten. Het is de bedoeling om de particuliere vergunninghouders in maart te informeren. Hierbij zal aan hen de keuze worden voorgelegd om mee te doen in het alternatieve traject. Bij de benadering van de particuliere vergunninghouders zal de VPR intensief worden betrokken.

Met de VNPI en de VPR is overeengekomen dat op 1 juni gezamenlijk de balans wordt opgemaakt om te bezien of aan de hierboven genoemde voorwaarden voor voortzetting van het alternatieve traject wordt voldaan. Wij zullen u over de uitkomst hiervan informeren. MDW-aanbeveling die geen deel uitmaken van het convenant

Een aantal MDW-aanbevelingen maken geen deel uit van de afspraken met de marktpartijen. In genoemde brief van 21 oktober was aangegeven dat een deel van de MDW-maatregelen, die betrekking hebben op het voorzieningenbeleid langs het hoofdwegennet, ook bij een positieve afronding van de gesprekken met de branche uitgevoerd zou moeten worden. Het ging daarbij om het opheffen van de verplichting tot het voeren van een volledig assortiment motorbrandstoffen en de opheffing van de verplichting om gedurende bepaalde uren van de dag verkooppersoneel op de benzinstations aanwezig te hebben, alsmede de mogelijkheid een informatiebord met prijzen van de aangeboden motorbrandstoffen langs de weg te plaatsen.

Deze drie aanbevelingen zijn opgenomen in het Ontwerp-Besluit Wijziging Richtlijnen Bewegwijzering.

Dit Ontwerp-Besluit doorloopt momenteel de inspraakprocedure overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,

(get.) Zalm

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie