Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CBS: inflatie daalt door afschaffen omroepbijdrage

Datum nieuwsfeit: 11-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

CBS


CBS:Inflatie daalt door afschaffen omroepbijdrage

De inflatie is in januari 2000 uitgekomen op 1,9 procent. Dit blijkt uit de consumentenprijsindexcijfers van het CBS. In december was de inflatie nog 2,2 procent. Deze daling is geheel toe te schrijven aan de afschaffing van de omroepbijdrage. De uitkomsten zijn nog voorlopig mede omdat precieze gegevens over de prijsontwikkeling van gas en elektriciteit nog niet beschikbaar zijn.

Inflatie gedaald
De inflatie in Nederland wordt gemeten als de stijging van de consumentenprijsindex ten opzichte van de overeenkomstige periode in het voorgaande jaar. In januari van dit jaar was de inflatie volgens voorlopige cijfers 1,9 procent. Dat is lager dan de inflatie in 1999. In dat jaar bewoog de inflatie zich tussen 2,1 en 2,3 procent met één uitschieter naar 2,6 in augustus. Gemiddeld bedroeg de inflatie in 1999 2,2 procent.

De daling van het inflatiecijfer hangt in belangrijke mate samen met een aantal tariefswijzigingen en andere overheidsmaatregelen per 1 januari:
Omroepbijdrage
Met ingang van dit jaar is de omroepbijdrage afgeschaft. Voor de consumentenprijsindex betekent dit, dat het tarief op nul is gesteld. Deze maatregel heeft de inflatie met ruim 0,4 procent naar beneden gebracht.
Energie
Het CBS heeft nog geen precieze gegevens beschikbaar over de prijsontwikkeling van gas en elektriciteit. Een groot aantal energiebedrijven heeft de tarieven vanaf 1 januari nog niet vastgesteld. Met behulp van voorlopige indicaties heeft het CBS de invloed van de prijsontwikkeling van energie op de consumentenprijsindex ingeschat. De uitkomsten voor de artikelgroep energie en voor de totale woonlasten zijn nog niet voor afzonderlijke publicatie beschikbaar.

Water
Water is vanaf 1 januari onderworpen aan een nieuwe waterbelasting, maar is teruggebracht onder het lage BTW-tarief. Water werd in januari gemiddeld 2,4 procent duurder.
Verlaging BTW-tarief op arbeidsintensieve diensten Per 1 januari wordt op enkele arbeidsintensieve diensten het lage BTW-tarief toegepast. Het betreft hersteldiensten met betrekking tot fietsen, schoeisel en lederwaren, kleding en huishoudlinnen. Verder zijn kappersdiensten en onder bepaalde voorwaarden het schilderen en stukadoren van particuliere woningen onder het lage BTW-tarief gebracht. De prijzen van kappersdiensten zijn in januari 2,5 procent gedaald ten opzichte van december.
Energiepremies bij aankoop energiezuinige apparaten Bij aankoop van een aantal energiezuinige huishoudelijke apparaten wordt vanaf 1 januari een energiepremie toegekend, welke door de consument kan worden verkregen via het energiebedrijf. Deze premie is als een prijsverlaging van de desbetreffende apparaten te beschouwen en heeft derhalve een drukkend effect op de inflatie. Afgeleide consumentenprijsindex
In de afgeleide consumentenprijsindex van het CBS is het effect van veranderingen in de tarieven van de kostprijsverhogende (zgn. indirecte) belastingen en consumptiegebonden belastingen uit de prijsontwikkeling geëlimineerd. De afgeleide index was volgens voorlopige uitkomsten in januari 2000 gemiddeld 1,4 procent hoger dan in januari 1999. Ook deze uitkomst is een voorlopige raming vanwege het nog niet bekend zijn van de energietarieven. Prijzen tussen december en januari gedaald
Gemiddeld zijn de consumentenprijzen tussen december 1999 en januari 2000 met 0,2 procent gedaald. Uiteraard is ook hierbij de afschaffing van de omroepbijdrage een belangrijke factor. Verder werden kleding en schoeisel een stuk goedkoper. Deze daling is gebruikelijk voor de tijd van het jaar en hangt samen met de uitverkoop van de wintercollectie. Verder daalden de tarieven van de kapper en de prijzen van grote huishoudelijk apparaten, vooral door de premie op energiezuinige apparaten met het A-label.
Groenten en aardappelen werden deze maand iets duurder, maar de prijsstijging is aanzienlijk minder dan in januari vorig jaar. De consumptiegebonden belastingen en overheidsdiensten daalden bijna 5 procent. Dit is geheel toe te schrijven aan de afschaffing van de omroepbijdragen. De overige heffingen in deze groep stegen gemiddeld met 2,4 procent.
Geharmoniseerde consumentenprijsindex
Het CBS stelt sinds maart 1997, naast de nationale consumenten-prijsindex, ten behoeve van de Europese Unie (EU) ook de geharmoniseerde consumentenprijsindex van Nederland samen. De geharmoniseerde index dient voor vergelijkingen binnen de Europese Unie, maar is minder geschikt om de nationale inflatie weer te geven.
In december was de gemiddelde inflatie in 15 landen van de EU 1,7 procent. Ook in de 11 landen van de Eurozone werd gemiddeld 1,7 procent inflatie gemeten. In december was de inflatie volgens de Europese maatstaf in Nederland 1,9 procent.
Met ingang van de cijfers over de ontwikkeling tussen december 1999 en januari 2000 is de dekking van de geharmoniseerde consumenten-prijsindex uitgebreid. Dit is beschreven in de technische toelichting.
In januari is de inflatie in Nederland volgens deze vernieuwde Europese maatstaf teruggelopen naar 1,4 procent. Het effect van de afschaffing van de omroepbijdrage in de daling bedraagt 0,6 procent. Voor de andere Europese landen zijn nog geen uitkomsten over januari beschikbaar.
Technische toelichting
De consumentenprijsindex geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten, zoals dit in 1995 gemiddeld werd aangeschaft door huishoudens in Nederland. De gemiddelde prijs-verandering heeft betrekking op het consumptiepakket van alle huishoudens. Betalingen door consumenten voor overheidsdiensten worden gerekend tot de particuliere consumptieve bestedingen en het prijsverloop maakt deel uit van de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. Doordat het tarief voor de omroepbijdrage op nul is gesteld en de publieke omroep nu (deels) uit de algemene middelen wordt gefinancierd, daalt de particuliere consumptie en stijgen de overheidsuitgaven. Voor zover deze overheidsuitgaven worden gefinancierd uit een verhoging van de inkomstenbelasting, leidt dit tot een daling van het besteedbaar inkomen van consumenten.
De geharmoniseerde indices dienen speciaal voor het vergelijken van de inflatie tussen de lidstaten van de Europese Unie. Zie hiervoor ook de persmededeling 'Geharmoniseerde Index van Consumentenprijzen' van 7 maart 1997.
De consumentenprijsindex voor de monetaire unie (EURO-11, CPIMU) geeft de gemiddelde prijsontwikkeling weer in de 11 landen die met ingang van 1 januari 1999 meedoen in de Economische en Monetaire Unie. De EURO-15 geeft de gemiddelde prijsontwikkeling weer van de 15 lidstaten van de Europese Unie.
Wijzigingen in de geharmoniseerde index vanaf januari 2000. Het belangrijkste verschil tussen de geharmoniseerde index en de nationale consumentenprijsindex betreft de consumptiepakketten waarop zij betrekking hebben. Wonen in een eigen huis (huurwaarde), consumptiegebonden belastingen (onroerendezaakbelasting, motor-rijtuigenbelasting e.d.), uitgaven in het buitenland, contributies en collegegelden worden bijvoorbeeld wel meegenomen in de nationale index, maar niet in de geharmoniseerde. Met ingang van januari 2000 is de dekking van de geharmoniseerde index uitgebreid. Daarbij is zowel het inbegrepen pakket goederen en diensten uitgebreid als de bevolking waarop de index betrekking heeft.
De volgende artikelen zijn toegevoegd:
- Afvalstoffenheffing en rioolrecht,
- Een deel van de gezondheidszorg. Inbegrepen waren al een aantal niet onder een verzekering vallende uitgaven. Daaraan zijn toegevoegd medische artikelen en diensten, welke zijn geconsumeerd door particulier verzekerden, ook als deze door de particuliere verzekeraar zijn vergoed. Niet inbegrepen zijn echter ziekenhuisdiensten. Ook is niet inbegrepen de medische consumptie van personen welke onder de Ziekenfondswet verzekerd zijn, en welke door het ziekenfonds wordt betaald.
- Collegegelden en lesgelden,
- Eigen bijdragen aan de kinderopvang in crèches en dergelijke, - Diensten van de ziektekostenverzekeraars, - Schadeverzekeringen, maar geen levensverzekeringen. De geharmoniseerde consumentenprijsindex heeft tot december betrekking gehad op de consumptie van Nederlandse ingezetenen binnen Nederland. Uitgesloten was de consumptie van bewoners van institutionele huishoudens. Ook consumptie in het buitenland is in de berekening uitgesloten. De dekking van de geharmoniseerde index is op twee punten uitgebreid:
- De consumptieve uitgaven van niet-ingezeten, welke binnen Nederland worden gedaan, worden meegenomen. Bijvoorbeeld uitgaven van buitenlandse toeristen in Nederlandse hotels.
- De consumptieve uitgaven van bewoners van instellingen en tehuizen. Het gaat hierbij niet om de kosten van bijvoorbeeld de zorg die een bejaardentehuis aan de bewoners biedt, maar om de persoonlijke uitgaven voor goederen en diensten die niet door het tehuis worden verstrekt.
Deze wijzigingen hebben betrekking op het prijsverloop vanaf december 1999. De uitkomsten tot en met december 1999 zijn dan ook niet herzien. De inflatie volgens de geharmoniseerde index tussen januari 1999 en januari 2000 heeft dus voor 11 maanden betrekking op het cijfer volgens de oude methode en voor één maand op het cijfer volgens de nieuwe methode.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie