Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief De Vries (Verkeer) over integriteit van telecomsector

Datum nieuwsfeit: 11-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

26800XII.053 brief sts vw inzake integriteit van de tecomsector Gemaakt: 15-2-2000 tijd: 12:55

2

26800 XII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2000

nr. 53 Brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 11 februari 2000

Bij motie van het lid Van Zuijlen c.s. van 30 juni 1999 (26200-XII, nr. 42) heeft de Kamer mij verzocht om mij te bezinnen op handhaving van de integriteit in de telecomsector en eventuele te treffen maatregelen. In antwoord op vragen van de Kamerleden Vendrik en Karimi

(TK, 1998-1999, Aanhangsel, nr. 1778) heb ik aangegeven de motie te zullen uitvoeren en de Kamer nader te berichten.

Door de Kamer is gesuggereerd nadere informatie te verkrijgen met betrekking tot de integriteitsaanpak in de financiële sector. Uit van het ministerie van Financiën verkregen informatie blijkt dat de integriteit in de financiële sector zich richt op de handhaving van de integriteit in het bankwezen, het effectenwezen en het verzekerings- en pensioenwezen. Op grond van de Wet toezicht kredietwezen, de Wet toezicht beleggingsinstellingen en de Wet inzake de wisselkantoren is het toezicht in handen gelegd van De Nederlandse Bank. Dit specifieke wettelijke kader is ingegeven door het zeer grote maatschappelijke en economische belang dat gebaat is bij een betrouwbaar, integer financieel stelsel en laat zich niet vergelijken met het wettelijk (toezichthoudende) kader in de andere sectoren van de economie. Financiële markten en instellingen vervullen een centrale rol in de economie. Voor bescherming van de integriteit in de financiële sector is een specifiek wettelijk kader aanwezig.

De situatie in de telecommunicatiesector is als volgt. De Telecommunicatiewet kent geen specifiek wettelijk kader voor de handhaving van de integriteit in deze sector. Ook bedrijven in de telecommunicatiesector zijn onderworpen aan handhaving van de algemene wet- en regelgeving door justitiële organisaties.

Naar aanleiding van de discussie met de Kamer heb ik opdracht verstrekt voor een inventariserend onderzoek naar de mate waarin bedrijven in de telecommunicatie- en kabelsector beschikken over interne gedragscodes met betrekking tot integriteitsvraagstukken. Met dit onderzoek is tevens bij de benaderde bedrijven en brancheorganisaties nagegaan of er een draagvlak aanwezig is om in samenwerking met de overheid aandacht te geven aan integriteitsvraagstukken in de telecomsector. De belangrijkste bevindingen in het rapport, dat u in bijlage bij deze brief aantreft *), kunnen als volgt worden samengevat.

Ongeveer een derde van de respondenten hanteert formele, op schrift gestelde gedragscodes. Integriteit maakt daar vaak onderdeel van uit. De omvang en reikwijdte van deze interne gedragscodes varieert aanmerkelijk.

De meeste respondenten zijn van opvatting dat de overheid zich terughoudend dient op te stellen en zich dient te beperken tot de afbakening van normen en waarden in wetten die als vangnet dienen voor het bewaken van de integriteit. Deze wetten dienen generiek te zijn en niet sectorspecifiek. Op basis van zelfregulering zou het aan de bedrijven moeten worden overgelaten om nadere individuele invulling te geven door middel van gedragscodes. Voor het ontwikkelen van de feitelijke gedragscodes kan de overheid een informatieve en faciliterende rol spelen. Hier speelt in de ogen van de meeste respondenten het generieke karakter van de overheidsinspanningen een belangrijke rol. Men ziet hierin meer nut dan in een sectorspecifieke aanpak, overigens ook omdat dit laatste in hun ogen zou suggereren dat integriteit een sectorspecifiek probleem zou zijn.

Het onderzoek geeft aan dat de respondenten van mening zijn dat het waarborgen van integriteit primair geplaatst moet worden binnen de bredere kaders van het ontwikkelen van gedragscodes voor het Nederlandse bedrijfsleven. Deze conclusies worden in meer algemene zin ook door de Staatssecretaris van Economische Zaken getrokken. Zijn uitgangspunt is dat de overheid bedrijven niet moet voorschrijven hoe zij zich in het buitenland dienen te gedragen. Een gedragscode moet vanuit het bedrijf worden ontwikkeld. Wel heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken het initiatief genomen een voorbeeld-gedragscode te ontwikkelen om Nederlandse bedrijven die actief in het buitenland zijn, of die plannen in die richting hebben, aan te sporen een eigen gedragscode op te stellen. Deze voorbeeldcode moet gezien worden als een checklist van maatschappelijke aspecten die de aandacht verdienen bij het zaken doen in het buitenland. De OESO-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen zijn en blijven het algehele kader voor het gedrag van bedrijven in het buitenland. Ik verwijs kortheidshalve naar de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken aan de Tweede Kamer van 18 januari 2000 inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen in het buitenland (TK, 1999-2000, 26 485, nr. 5).

In mijn contact met KPN heb ik de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken, inclusief de voorbeeld-gedragscode, onder de aandacht gebracht. Overigens wijs ik u er op dat KPN bezig is een interne implementatie van een ontwerp-bedrijfscode dit jaar af te ronden. Daarnaast heb ik in overleg met het Ministerie van Economische Zaken besloten ook de overige belangrijke kabel- en telecommunicatiebedrijven van de brief en de voorbeeld-gedragscode in kennis te stellen.

Ik voeg hier aan toe dat de regering omkoping van buitenlandse functionarissen strafbaar wil stellen. Aan de Kamer is gevraagd in te stemmen met de goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie (TK, 1998-1999,

nr. 26468).

Concluderend meen ik - gelet op de activiteiten die door de overheid zijn en worden ondernomen bij het bevorderen van maatschappelijk verantwoord ondernemen, inclusief integriteitsvraagstukken - dat hiermee adequate kaders zijn geformuleerd om een integer handelen van overheden en bedrijfsleven, inclusief de telecommunicatiesector, te waarborgen.

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

J.M. de Vries

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie