Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Defensie over Europees veiligheids- en defensiebeleid

Datum nieuwsfeit: 11-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

26900000.021 brief min def inzake het europees veiligheids- en defensi ebeleid
Gemaakt: 15-2-2000 tijd: 20:48

4

26900 Defensienota 2000

nr. 21 Brief van de minister van Defensie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 11 februari 2000

Tijdens de behandeling van de Defensiebegroting is mij gevraagd naar de consequenties van de ontwikkeling van het Europees veiligheids- en defensiebeleid en in het bijzonder de besluiten van de Europese Raad van Helsinki voor de Defensienota 2000. Ik heb toegezegd kort voor de behandeling van de Defensienota de Kamer in een brief te informeren over de stand van zaken. Omdat sinds Helsinki op Raadsniveau nog geen vervolgbesluiten zijn genomen, is deze brief vooral een vooruitblik op de gevolgen die het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB) voor Defensie kan hebben. Alvorens in te gaan op de vraag wat de gevolgen van Helsinki kunnen zijn voor defensie maak ik eerst enkele algemene opmerkingen over internationale samenwerking en doelmatigheid.

Toenemende verwevenheid en onderlinge afhankelijkheid

De toenemende internationale en vooral Europese samenwerking, mede gestimuleerd door het gezamenlijk optreden in
crisis-beheersingsoperaties, leidt tot een toenemende internationale verwevenheid. Die verwevenheid en afhankelijkheid zijn ook bewust gewild en bevorderd, getuige de bijstandsverplichtingen in de Navo en de Weu en de geïntegreerde structuur van het bondgenootschap. Operationele arrangementen zoals de Admiraal Benelux, de Brits-Nederlandse amfibische groep, het Duits-Nederlandse legerkorps en de Deployable Air Taskforce zijn geen vrijblijvende verbanden die slechts functioneren zolang de desbetreffende eenheid niet wordt ingezet. De soevereiniteit van de lidstaten is niet in het geding, maar hun handelingsvrijheid is afgenomen. Het Nederlandse beleid en besluiten over participatie in militaire operaties worden mede beïnvloed door andere landen. De erkenning van onderlinge verwevenheid en afhankelijkheid biedt nieuwe mogelijkheden voor samenwerking en doelmatigheid. Dat vergt de bereidheid tot afspraken over gezamenlijke financiering, gezamenlijk beheer en gezamenlijke zeggenschap. Daarom is het ook van belang voor dit soort samenwerking betrekkelijk gelijkgezinde landen te zoeken.

Doelmatigheid à 15

De ontwikkeling van het Europese veiligheids- en defensiebeleid kan verstrekkende gevolgen hebben voor de inrichting van Europese krijgsmachten. De versterking van de defensie-capaciteiten vergt een doelgerichte aanpak, in de eerste plaats ter verbetering van de doelmatigheid van de defensie-inspanningen. Zeker voor de krijgsmachten van kleinere landen is het belangrijk zich meer toe te leggen op het leveren van goed inpasbare modules aan multinationale verbanden. Zo kunnen zij militair waardevolle bijdragen leveren op deelgebieden. Dit vergt een goede onderlinge afstemming van defensie-inspanningen. Ook het belang van poolvorming van militaire capaciteiten is toegenomen. Nederland heeft voorgesteld een Europees zeetransportcommando te vormen, om schaarse middelen te kunnen bundelen, maar ook om de mogelijkheden te bezien voor gezamenlijke aanschaf van transportschepen. Dit voorstel zal worden uitgewerkt door de Europese marines. Poolvorming is meer dan alleen een gecoördineerde inzet van middelen. Het moet ook gaan om gezamenlijke verwerving en om inzet voor gezamenlijke doelen. Zulke samenwerking vereist goede afspraken over de zeggenschap van de nationale regeringen.

Naarmate de Europese landen meer samenwerken dringt zich de vraag op of de vijftien lidstaten ieder een in opbouw min of meer gelijkvormige krijgsmacht inclusief de bijbehorende ondersteunende diensten naast elkaar in stand moeten houden. Zelfvoorzienend inzake veiligheid is geen enkel Europees land. Ook als landen tal van militaire taken zelf willen blijven vervullen, dan moet het toch mogelijk zijn diensten en activiteiten te selecteren die met andere landen kunnen worden gedeeld. Waarom moet Europa alles in 15-voud hebben? Dit onderstreept de noodzaak van politieke keuzes en van goede procedures voor het zoeken naar overlappende activiteiten, overcapaciteit en mogelijkheden om diensten samen te voegen. Een goed voorbeeld is het voorstel van de Duitse minister van Defensie voor een Europees luchttransportcommando. Er is sprake van een duidelijke Europese behoefte: meer transportvliegtuigen, waaronder ook zeer grote en dus dure toestellen. Daarin kan geen enkele land op eigen houtje voorzien. Dat onderstreept de noodzaak van samenwerking.

Overigens biedt ook de samenwerking met de Navo mogelijkheden tot een doelmatige opzet van de Europese militaire capaciteit. Op de Navo-top van april 1999 werd het beginsel van "verzekerde toegang" van de EU tot Navo-planningsstaven goedgekeurd. Bovendien zou de EU uit mogen gaan van de beschikbaarheid van gemeenschappelijke middelen van de Navo. Hiertoe moeten de ministers de noodzakelijke regelingen opstellen. Een goede uitwerking hiervan kan duplicatie tot een minimum beperken.

Doelmatigheid is geboden om financieel en operationeel zoveel mogelijk resultaat te halen uit de defensie-inspanningen. Maar besparingen komen doorgaans pas op termijn en vereisen vaak eerst investeringen.

De Defensienota 2000

Met de Defensienota 2000 speelt Defensie goed in op de ontwikkeling van het Europese veiligheids- en defensiebeleid. De versterking van de Europese militaire capaciteiten vergt kwantitatieve en kwalitatieve verbeteringen: meer parate strijdkrachten, een grotere mobiliteit, meer flexibiliteit en een betere inpasbaarheid in multinationale verbanden en een grotere doelmatigheid. Die begrippen staan ook centraal in de defensieplannen die aan de Defensienota 2000 ten grondslag liggen. De verhoging van de paraatheid van de Koninklijke landmacht is al gedurende een reeks van jaren een belangrijk aandachtspunt. De Defensienota schetst de resultaten tot nu toe en de na de voltooiing van de reorganisatie te bereiken situatie.

Daarnaast bevat de Defensienota ook maatregelen om specifiek Europese tekortkomingen te verminderen. Dat geldt bijvoorbeeld de plannen om de Patriot-raket geschikt te maken voor de verdediging tegen tactische ballistische raketten en de voorgenomen aanschaf van het tweede amfibisch transportschip, indien mogelijk met faciliteiten voor een varend hoofdkwartier.

De "headline goal" van Helsinki

In Helsinki hebben de regeringsleiders hun goedkeuring gehecht aan een belangrijke doelstelling voor Europese grond-strijdkrachten: eind 2003 moeten de EU-landen in staat zijn binnen zestig dagen een strijdmacht van maximaal 60.000 man (15 brigades) op de been te brengen voor operaties onder leiding van de Unie. Om zeker te zijn van voldoende voortzettingsvermogen is een totale parate troepensterkte van 200.000 militairen nodig.

Nederland beschikt, na de doorvoering van verdere hervormingen, over twaalf parate bataljons gevechtseenheden (Koninklijke landmacht 9 en Korps mariniers 3) en twaalf parate bataljons ondersteunende eenheden. Uitgaande van het uitzendritme van 1 : 3 is Nederland dan in staat maximaal vier bataljons gevechtseenheden te leveren, met de nodige ondersteuning. Daarmee levert Nederland kwantitatief en kwalitatief een behoorlijke bijdrage aan de invulling van deze doelstelling. Ook op het gebied van vliegtuigen en schepen zal Nederland in staat zijn tot een gepaste bijdrage. Nederlandse F16s kunnen, na de lopende modernisering, ook bij slecht zicht en in slecht weer opereren en de Koninklijke marine beschikt over een zeer moderne vloot.

Voor de EU zou het aantrekkelijk zijn als op korte termijn kan worden aangetoond dat de Europese landen nu al de nodige gevechtseenheden beschikbaar hebben en eind 2003 de strijdmacht van maximaal 60.000 militairen. Dat zou kunnen door een "force generation conference" te houden, waar landen in ruwe cijfers opgeven welke eenheden zij binnen 60 dagen, met de nodige voortzettingscapaciteit, beschikbaar hebben of in de nabije toekomst, na de doorvoering van verdere hervormingen, kunnen leveren. Dan kan een tijdpad tot eind 2003 worden uitgezet ter uitvoering van de afspraak van Helsinki. Vervolgens zal een verdere verfijning nodig zijn door vast te stellen wat de behoefte is aan bijvoorbeeld hoofdkwartieren, middelen voor "command and control", voor transport. Dat vereist de uitwerking van verdere "headline goals". Ik heb gisteren met mijn Franse collega afgesproken dat wij een gezamenlijk voorstel indienen voor een maritieme doelstelling. Het voorstel voorziet onder meer in een vlootverband van vijftig schepen, waaronder amfibische schepen, en een luchtcomponent van vijftig gevechtsvliegtuigen en dertig maritieme patrouillevliegtuigen.

Toch blijven er wel degelijk tekortkomingen. De Weu "audit" en het "Defence Capabilities Initiative" (DCI) van de Navo en de ervaringen opgedaan rond Kosovo hebben wezenlijke gebreken aan het licht gebracht. Inmiddels worden afspraken gemaakt om die te verhelpen. Het verband met de Navo is belangrijk, onder andere voor een blijvende Amerikaanse betrokkenheid; de Europese dimensie is onmiskenbaar omdat de meeste tekortkomingen zich juist bij Europese landen voordoen. Het DCI biedt de Europese bonmdgenoten de mogelijkheid de krachten te bundelen op terreinen waar zij tekort schieten. Om Europese zwaartepunten in het DCI te kunnen aanbrengen, pleit Nederland voor Europees overleg in het kader van het Navo-planningsoverleg.

Inlichtingenvergaring met satellietbeelden, "command and control" en grote transportvliegtuigen zijn Europese behoeften waarvoor Nederland tot nu toe geen extra geld in de plannen heeft. De Europese behoeften op deze gebieden moeten nog worden uitgewerkt en wij moeten keuzes maken. Overigens staat het allerminst vast dat iedere lidstaat op ieder gebied een evenredige bijdrage zou moeten leveren. Bepaalde bijzondere inspanningen moeten elders gecompenseerd kunnen worden. Zo'n benadering komt ook de doelmatigheid ten goede.

Het Duits-Nederlandse legerkorps

Het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps is zowel geschikt voor optreden in het kader van de collectieve verdediging als voor niet- artikel 5-taken. In dat laatste geval kan het hoofdkwartier als kern dienen voor een omvangrijker hoofdkwartier voor een operatie ter grootte van een legerkorps. Het hoofdkwartier heeft al de "Forces Answerable to WEU"-status. Overigens is het nu al mogelijk de inzetbaarheid van het hoofdkwartier - zonder noemenswaardige consequenties - aan-zienlijk te verhogen. Voor multinationale operaties kunnen militairen van andere landen participeren in het hoofdkwartier.

De Navo begint deze maand aan de herziening van de bondgenootschappelijke strijdkrachtenstructuur. Er is behoefte aan meer, vermoedelijk minimaal drie, snel inzetbare legerkorpshoofdkwartieren. Het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps zou mijns inziens één van deze drie moeten zijn, samen met het Britse "Ace Rapid Reaction Corps" en het Eurokorps (reactietijd 20 à 30 dagen). Dit vereist nader overleg met Duitsland, dat in beginsel positief staat tegenover een verbetering van de inzetbaarheid van het hoofdkwartier. In dit overleg zal worden bezien of het hoofdkwartier kan worden aangepast tot een "Rapid Reaction Force Headquarters" beschikbaar voor Navo- en EU-operaties. Het hoofdkwartier zou daartoe binnen 20 à 30 dagen gereed voor inzet moeten zijn. Duitsland en Nederland kunnen slechts de kern van zo'n hoofdkwartier leveren; officieren uit andere landen zullen voor aanvulling moeten zorgen. Ter voorbereiding daarop zouden enkele landen kunnen worden uitgenodigd liaison-officieren in Münster te plaatsen.

Andere projecten

Tal van andere projecten zijn in verschillende stadia van voorbereiding. Nederland werkt daaraan actief mee, soms als initiatiefnemer. Dat geldt onder meer het concept voor "European Multinational Maritime Forces" (EMMF) dat in de Navo is ontwikkeld. Dit concept past volledig in het streven naar een Europees veiligheids- en defensiebeleid. Het Navo-"Channel Committee" (de marinebevelhebbers van het VK, Duitsland, Frankrijk, Nederland en België en vertegenwoordigers van Saclant en Saceur) heeft een werkgroep geformeerd die onder Nederlands voorzitterschap de mogelijkheden gaat onderzoeken om, door middel van multilaterale samenwerkingsverbanden, zowel C2-faciliteiten als eenheden beschikbaar te maken voor Navo- en Weu/Eu-geleide operaties. Het resultaat van de werkgroep kan dienen als blauwdruk voor vervolginitiatieven.

De relatie tussen de EU en de Navo

De goede relatie tussen de EU/Weu en de Navo is voor Nederland een belangrijk thema. Nederland zal zich aanbieden als gastheer voor een grote Navo-Weu-"Joint Exercise Study" in 2001. In die periode is Nederland voorzitter van de Weu. Het oefen- en studiedoel van deze hoofdkwartieroefening is de situatie waarbij Europese landen een vredesoperatie leiden met ge-bruikmaking van Navo-middelen en capaciteiten volgens het CJTF-concept. De conclusies en aanbevelingen die uit deze oefening voortvloeien zijn van nut in de discussie over Eu-Weu-Navo relaties.

Vertegenwoordiging Defensie in Brussel

In maart zullen het Comité voor politieke en veiligheidscomité (CPV), het Militaire Comité en de Militaire Staf gaan functioneren, vooruitlopend op definitieve besluiten nog als interim-organen. Vanaf maart zal een defensiemedewerker bij de Permanente Vertegenwoordiging bij de Europese Unie worden geplaatst, in het bijzonder met het oog op de werkzaamheden van het CPV, om de PV met defensie-expertise te ondersteunen. De Permanente Militaire Vertegenwoordiger bij de Navo zal ook als Permanente Militaire Vertegenwoordiger bij de EU optreden.

DE MINISTER VAN DEFENSIE,

F.H.G. de Grave

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie