Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kamerbrief over rapport inpoldering van het fraudelandschap

Datum nieuwsfeit: 14-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

bzk00000.206 brief min just en min bzk t.g.v. rapport inpoldering van het fraudelandschap

Gemaakt: 16-2-2000 tijd: 16:26


3

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten Generaal

's-Gravenhage, 14 februari 2000

Onderwerp tussenevaluatie interregionale fraudeteams

Ter informatie zenden wij u bijgaand het rapport «Inpoldering van het fraudelandschap». Het betreft een tussenevaluatie van de interregionale fraudeteams(IFT's)en het landelijk loket horizontale fraude. Het onderzoek is uitgevoerd door Faber organisatievernieuwing, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek-en Documentatie Centrum (WODC) van het ministerie van Justitie.

Hieronder zal kort worden ingegaan op de voorgeschiedenis en de aanleiding van het onderzoek (par. 1), op de belangrijkste thema's die in het rapport worden behandeld (par. 2) en op de wijze waarop de bevindingen en aanbevelingen zullen worden opgepakt (par. 3).

Benadrukt wordt dat het hier een tussenevaluatie betreft na een betrekkelijk korte periode, waarin de IFT's nog volop in een proces van opbouw waren. De bevindingen en aanbevelingen in de rapportage moeten tegen die achter-grond worden bezien. Naar verwachting zullen eind 2001 de resultaten van de eindevaluatie beschikbaar komen. Op basis daarvan zal de Kamer een uitvoeriger en meer inhoudelijke reactie worden toegezonden. De thans beschikbare tussenevaluatie biedt wel aanknopingpunten om thans reeds een aantal verbetermaatregelen in te zetten (zie par. 3).


1. Voorgeschiedenis

Als eerste aanzet om het belang van financieel rechercheren structureel onder de aandacht te brengen van politie en openbaar ministerie verscheen in 1995, in opdracht van de Raad van Hoofdcommissarissen, het rapport «financieel rechercheren». Als reactie daarop gaven de Raad van Hoofdcommissarissen en het College van procureurs-generaal in 1996 de opdracht tot de inrichting van het project financieel rechercheren. Dit project wordt ondersteund door een stuurgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de ministeries van Justitie en van BZK, politie, OM, BOD'en en van de financiële sector. Opdracht aan de stuurgroep was om met voorstellen te komen om financieel rechercheren binnen drie jaar een vaste positie te geven binnen de handhavingsketen. In januari 1998 bood de stuurgroep zijn eindrapport aan de ministers van Justitie en van BZK aan. De Kamer is bij verschillende gelegenheden geïnformeerd over de voortgang op dit terrein .

Eén van de voorstellen van de stuurgroep was om samenwerkingsverbanden van politie en OM op te zetten om de aanpak van de verschillende vormen van horizontale fraude op de juiste schaalgrootte te organiseren. De IFT's zouden zich daarbij in het bijzonder moeten richten op die fraudedelicten die gecategoriseerd kunnen worden als zwaar of middelzwaar. Voorts zou gewerkt moeten worden aan de opbouw van expertise op de diverse specifieke fraudevelden.

De toenmalige bewindslieden van Justitie en van Binnenlandse Zaken hebben in december 1997 besloten tot het opzetten van deze samenwerkings-verbanden van OM en politie, waarbij tevens werd afgesproken dat binnen een jaar een eerste evaluatie zou plaatsvinden. Aan de hand daarvan zou bezien worden of op dezelfde voet moest worden voortgegaan.

In april 1998 verscheen vervolgens een kabinetsnotitie waarin voorstellen werden gedaan over hoe de aanpak van (horizontale en verticale) fraude verder gestalte zou moeten krijgen in de periode
1998-2002, en welke budgettaire middelen daar Rijksbreed voor benodigd waren . Ter gelegenheid van de formatie van het huidige kabinet is met deze voorstellen (inclusief de benodigde extra middelen) ingestemd (bij Regeerakkoord 1998).

Dit heeft ertoe geleid dat thans vier IFT's volledig operationeel zijn, terwijl drie randstedelijke IFT's in de loop van 2000 operationeel zullen worden.

Door de structurele toekenning van financiële middelen voor de bestrijding van horizontale en verticale fraude heeft de voorgenomen evaluatie een ander karakter gekregen, namelijk dat van een tussenevaluatie. De tussenevaluatie na ongeveer een jaar zou inzicht moeten geven in de opgedane ervaringen in de opbouwfase van de IFT's en eventuele knelpunten daarbij. Ook zou de evaluatie aanknopingspunten kunnen opleveren voor eventuele verbetering van de uitvoering van het ingezette proces. Aan die verwachtingen heeft de eind vorig jaar afgeronde tussenevaluatie zonder meer voldaan.


2. Bevindingen van de tussenevaluatie op hoofdlijnen

Bij het onderzoek is uitgegaan van twee onderzoeksvragen, namelijk:

? Welke effecten en neveneffecten heeft de in het kader van het project financieel rechercheren gekozen organisatiestructuur voor de bestrijding van fraude, en

? Wat is de potentie van het interregionaal clusteren van expertise?

In algemene zin wordt geconcludeerd dat met de vorming van de IFT's een belangrijke impuls is gegeven aan de bestrijding van horizontale fraude: er wordt structureel meer aan horizontale fraudebestrijding gedaan dan vóór de komst van IFT's. De onderzoekers stellen wel vast dat het beschikbaar stellen van extra financiële middelen een belangrijke randvoorwaarde is geweest voor de totstandkoming van de IFT's.

Geconstateerd wordt ook dat de opbouw van de IFT's in korte tijd en op een nogal onorthodoxe manier tot stand is gekomen, waarmee volgens de onderzoekers een prestatie van formaat is geleverd. Voorts is gebleken dat de private sector zeer te spreken is over de opgezette IFT-structuur, vooral omdat er een duidelijk aanspreekpunt is gecreëerd waar de sector met haar zaken terecht kan.

Het rapport stelt vraagtekens bij het zaaksaanbod van de IFT's: in de onder-zochte periode is dat qua omvang en complexiteit achtergebleven bij de verwachtingen. Voorst wordt geconstateerd dat de inrichting en structuur van de diverse IFT's nogal verschillend is; uit het onderzoek blijkt vooralsnog geen verband tussen de gekozen structuur en de effectiviteit van opsporing en vervolging. Ook de functie van het landelijk loket als centraal aanmeldings-punt voor alle meldingen vanuit de private sector is blijkens het onderzoek niet goed van de grond gekomen, vooral omdat ieder IFT die functie voor zijn eigen taakveld(en) is gaan vervullen. Voorts constateren de onderzoekers dat sprake is van een veelheid van expertisecentra die niet alleen in IFT-verband, maar ook daarbuiten worden opgericht. Dat houdt een risico in van ondoor-zichtigheid of overlapping. Ook gaat het rapport in op een aantal organisatorische aspecten (aansturing, monitoring, organisatorische inbedding van de IFT's, rol van de stuurgroep financieel rechercheren).


3. Verdere aanpak

De bevindingen en aanbevelingen uit de tussenevaluatie zijn divers van aard en inhoud. Sommige aanbevelingen zijn zeer concreet en kunnen op korte termijn leiden tot verbeteracties. Andere bevindingen en aanbevelingen lenen zich minder voor directe actie, omdat ze samenhangen met bredere ontwikkelingen of organisatorische aspecten, en ook tegen die achtergrond moeten worden beoordeeld. Zo kan een discussie over de (toekomstige) structuur van de IFT's niet los gezien worden van de meer algemene discussie over de toekomst van bovenregionale (recherche) voorzieningen die thans plaatsvindt in het kader van de overleggroep bovenregionale samenwerking Nederlandse politie onder leiding van de heer L.C. Brinkman. Hierover bent u laatstelijk geïnformeerd in de brief van ondergetekenden van 14 december 1999. Bij de aanpak van de diverse vormen van fraude zijn ook Bijzondere Opsporings Diensten betrokken. Samenwerking tussen de IFT's en de betrokken BOD'en is derhalve een belangrijk aspect. Ontwikkelingen op dit punt moeten uiteraard worden bezien in samenhang met de implementatie van het kabinetsstandpunt inzake bijzondere opsporingsdiensten .

Voor de korte termijn zal, in overleg met het politie- en OM veld een plan van aanpak worden opgesteld met verbeterpunten, dat erop is gericht de gesignaleerde knelpunten weg te nemen of in ieder geval te verminderen.

Tot slot wijzen wij erop dat naar verwachting in het laatste kwartaal van 2001 een eindevaluatie beschikbaar komt van het gehele project financieel rechercheren; in die evaluatie worden ook de IFT's meegenomen. Over de uitkomsten daarvan zullen wij de Kamer te zijner tijd nader informeren. Tussentijds zal de Kamer over de voortgang van een en ander worden geïnformeerd door middel van de jaarlijkse voortgangsrapportage «bestrijding financieel economische criminaliteit», zoals tot nu toe het geval is geweest.

De Minister van Justitie, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie