Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vaststelling begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Datum nieuwsfeit: 15-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


26800VIII.078 vao studiehuis

Gemaakt: 16-2-2000 tijd: 15:51


26800 VIII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VII) voor het jaar 2000

Nr. 78 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 15 februari 2000

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen<1> heeft op 26 januari 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Adelmund van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over:


- de voortgang vernieuwingen tweede fase voortgezet onderwijs (26800-VIII, nr. 70);


- de brief van staatssecretaris Adelmund van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 19 januari 2000 inzake rapportage schoolboeken ANW;


- de brief van staatssecretaris Adelmund van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 20 januari 2000 inzake monitoring tweede fase voortgezet onderwijs.

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Dijksma (PvdA) merkte op dat het projectmanagement voortgezet onderwijs (PMVO), de inspectie en de jongerenorganisatie Codename future onafhankelijk van elkaar tot de conclusie kwamen dat er een hoge werkdruk was in het studiehuis, met soms onaanvaardbare pieken. Daarnaast werden er specifieke problemen gesignaleerd bij de algemene natuurwetenschappen en de moderne vreemde talen. Het PMVO stelde voor om het vak algemene natuurwetenschappen (ANW) alleen voor alfaleerlingen verplicht te stellen, en niet voor bètaleerlingen, om te vermijden dat dit vak andere natuurwetenschappelijke vakken overlapt.

Gesteund door de publieke opinie stemde de Tweede Kamer in december
1999 in met voorstellen om de scholen de ruimte te geven om de druk van het studiehuis naar eigen inzicht te verlichten. De Kamer ging ervan uit dat de voorstellen van de staatssecretaris geen problemen zouden opleveren, omdat zij voor drie jaar zouden gelden en omdat de scholen niet gedwongen waren om ze te volgen. Door de deskundigen was benadrukt dat centralistische ingrepen een onnodige belemmering vormden voor de scholen die het studiehuis enthousiast hadden ingevoerd. De PvdA-fractie was altijd een groot voorstander van combinatievakken in de tweede fase, zoals het vak mens- en maatschappijwetenschappen, dat niet kon worden ingevoerd, en ANW. Het was in het geheel niet de bedoeling om de positie van het vak ANW te ondermijnen.

Drie van de vijf voorstellen van de staatssecretaris hebben geen problemen opgeleverd en komen ongewijzigd terug in het huidige voorstel. De PvdA-fractie ondersteunde de gewijzigde voorstellen voor ANW en de moderne vreemde talen, al was het maar omdat er weinig politieke en maatschappelijke ruimte is om ervan af te wijken. Het belangrijkste is om de scholen nu rust en duidelijkheid te bieden, zodat zij weten waar zij aan toe zijn.

Mevrouw Dijksma merkte op dat zij altijd heeft aangedrongen op overleg met het onderwijsveld, omdat er een draagvlak moet zijn. Het was belangrijk om een speelveld af te bakenen van de vakken waarbij verlichting mogelijk was door ze facultatief te maken of te verplaatsen. Dat is ook gebeurd in de gewijzigde voorstellen. Deze voldoen aan de uitgangspunten dat het niveau niet aangetast mag worden, dat het gaat om tijdelijke maatregelen voor tijdelijke problemen en dat scholen de ruimte hebben om er al of niet iets mee te doen.

Mevrouw Dijksma erkende dat het achteraf beter was geweest om wat meer tijd te nemen voor dit proces, ondanks het aandringen op spoed. In december 1998 was er ook snel een voorstel tot verlichting door de Kamer aanvaard dat niet tot problemen leidde. Zij stelde vast dat de gang van zaken geen schoonheidsprijs verdient en zij vroeg de staatssecretaris of zij formeel of informeel overleg heeft gevoerd met de onderwijsorganisaties.

In de brief over de leermethodes en schoolboeken voor het vak algemene natuurwetenschappen staat dat deze meer uit moeten gaan van wat in de wetenschap bewezen wordt geacht. Mevrouw Dijksma vroeg de staatssecretaris op welke termijn dit wordt ingevoerd.

Er zijn brieven binnengekomen over de verlichting van de praktische opdrachten bij het vak informatica. Omdat dit vak het moet hebben van praktische opdrachten, kan het een probleem zijn als deze minder zwaar wegen.

De heer Mosterd (CDA) had op 16 december ingestemd met de maatregelen om de praktijkopdrachten te verlichten, de vrijstelling van de eis dat
40% van het schoolexamen praktijkgericht moet zijn en een profielwerkstuk over één vak. Deze voorstellen werden ook gesteund door het onderwijsveld.

De heer Mosterd had toen gezegd dat de maatregelen bij ANW en de vreemde talen gemakkelijk een structureel karakter konden krijgen vanwege de concurrentie tussen scholen. Hij onderschreef de kritiek dat het vak ANW, waarvoor de leraren net waren opgeleid, ter discussie werd gesteld, wanneer het facultatief werd. Hij waardeerde het dat de staatssecretaris opnieuw heeft overlegd met het onderwijsveld om een nieuw draagvlak te creëren. De vakken ANW en vreemde talen blijven verplicht, maar zij worden geleidelijker ingevoerd. In de eerste drie jaar kunnen de scholen bepaalde delen ervan laten vallen. Dat geeft verlichting voor de leerlingen, terwijl de leraren zich verder kunnen bekwamen in de uitvoering ervan. De roosters hoeven niet tussentijds aangepast te worden en men hoeft niet bang te zijn dat het vak naar de marge verdwijnt. Het gaat om tijdelijke maatregelen. Als de bedoeling is om tot een zekere verzwaring te komen, kunnen er ook weinig structurele maatregelen worden genomen. Bij 27% van de docenten blijken overigens nog geen voorbeeldexamens bekend te zijn.

Het is niet de bedoeling dat over drie jaar wordt geconstateerd dat sommige scholen er wel in zijn geslaagd om de vernieuwde vakinhouden in te voeren en andere niet, omdat hierdoor grote verschillen tussen scholen kunnen ontstaan. De heer Mosterd vroeg de staatssecretaris of het mogelijk is om een stappenplan te ontwikkelen om te zorgen dat de scholen deze vakken over drie jaar hebben ingevoerd. Hij vroeg om bij informatica 50% praktijkopdrachten te handhaven, omdat dit vak meer praktijkgericht is dan meer theoretische vakken zoals wiskunde en natuurkunde.

Aan het eind van dit jaar is er een eerste groep die de tweede fase heeft gevolgd, klaar met HAVO. Een deel daarvan wil misschien doorstromen van HAVO naar VWO. De heer Mosterd vroeg de staatssecretaris om dit nauwlettend in de gaten te houden en de scholen op het hart te drukken dat deze doorstroming niet belemmerd moet worden.

Door het onderwijsveld is opgemerkt dat een zwakke leerling juist profijt kan hebben van bepaalde praktijkopdrachten en dus getroffen wordt door een vermindering daarvan. Hebben de scholen de vrijheid om hierin variatie aan te brengen?

De heer Mosterd merkte op dat de heftige reacties voor een deel zijn veroorzaakt door een meer algemeen gevoel van onvrede in het onderwijsveld. Het gaat niet zozeer om de grote onderwijsvernieuwingen zelf, maar om alles wat eromheen zit. Een leraar scheikunde die in de oude situatie zeven contacturen had in 4-HAVO en 5-VWO, heeft in de nieuwe situatie niet meer dan vier contacturen. Voor de overige drie uur krijgt hij er nieuwe klassen bij. Dat betekent nieuwe stof bestuderen, meer werkstukken nakijken en meer leerlingen begeleiden. Dat geeft zoveel extra werk dat de leerkracht niet eens tijd kan nemen om zich bij te scholen.

De heer Mosterd concludeerde dat de politiek erop gespitst moet zijn dat het onderwijs rust nodig heeft om dit soort veranderingen goed in te voeren. Verder moet worden onderzocht welke structurele extra belasting er voor docenten voortkomt uit de onderwijsvernieuwingen, zodat hieraan aandacht kan worden besteed bij kwaliteitsinvesteringen. Daarbij moet niet alleen worden gedacht aan een financiële impuls voor informatie en communicatietechnologie (ICT).

Mevrouw Lambrechts (D66) vroeg of over de voorstellen van 16 december om de overladenheid te verlichten ook overleg is gevoerd met het onderwijsveld. Een positief punt is dat het voorliggende voorstel kan rekenen op draagvlak bij het hele veld. Het voorstel is bedoeld om wat ruimte te brengen in de studielast en de examenprogramma's in evenwicht te brengen. Omdat het hierbij gaat om schoolexamens, kunnen de scholen en de leerkrachten zelf beoordelen waar zij wat extra ruimte nodig hebben. Waarom geldt dit alleen voor ANW, culturele en kunstzinnige vorming (CKV) en de moderne talen en niet voor andere vakken, zoals wiskunde, geschiedenis en maatschappijleer, waarvoor een centraal schriftelijk examen bestaat?

De Centrale examencommissie vaststelling opgaven (CEVO) heeft in december de mogelijkheid gekregen om ad hoc onderdelen van de examenprogramma's van deze vakken te schrappen of over te hevelen naar het schoolexamen, maar de CEVO heeft daar lange tijd geen gebruik van gemaakt. Als de CEVO tijdig duidelijk maakt welke onderdelen van een overladen programma niet behandeld hoeven te worden voor het centraal schriftelijk en het schoolexamen, kan de studielast voor de examens bij de andere vakken daarop afgestemd worden.

Mevrouw Lambrechts had recent in een openbaar gesprek met een schoolleider van een school in Rotterdam gehoord dat het PMVO al in het voorjaar in de kring van Rotterdamse schoolleiders had gezegd dat men het programma 25% overladen vond, maar dat geluid heeft de Kamerleden nooit bereikt.

Er is een enorme verlichting tot stand gebracht door de examenverplichting voor de vrije ruimte voor VWO en HAVO terug te brengen tot 120 uur, maar hierdoor ontstaat vooral verlichting in het VWO, terwijl uit de rapporten blijkt dat de overladenheid bij het HAVO zowel relatief als absoluut het grootst is. Bij het VWO is er een examenverplichting van 120 uur voor een klein vak. Veel leerlingen kunnen ervoor kiezen om de vakken met een examenverplichting, zoals management en organisatie (M&O), biologie of filosofie, niet meer te kiezen in de vrije ruimte. De uitwerking hiervan kan hetzelfde zijn als bij de vakken ANW en CKV, maar het leed wordt hierdoor wel meer verdeeld. Om een evenredige verlichting voor het HAVO te creëren zou de vrije ruimte daar helemaal vrij moeten worden gemaakt.

Mevrouw Lambrechts constateerde dat de selectieagenda nog steeds niet van tafel is. In het HOOP van minister Ritzen van 1996 werd expliciet uitgegaan van meer selectie voor het hoger onderwijs. In het HOOP 2000 wordt in verband met de spanningen op de arbeidsmarkt uitgegaan van een grotere instroom in HAVO en VWO en een grotere doorstroming naar het hoger onderwijs. Het is belangrijk dat leraren en schoolleiders van het voortgezet onderwijs van deze koerswijziging op de hoogte zijn. De selectie wordt niet duidelijk uit de cijfers van de monitor na het zomerreces, omdat daarin wordt gekeken naar het gemiddelde, maar uit de cijfers over het HAVO blijkt dat meer dan eenderde van de leerlingen is afgevallen.

Mevrouw Lambrechts onderschreef de wens dat er rust komt in het onderwijs, maar er zijn nog te veel problemen blijven liggen. In de monitor is te zien dat de versnippering en de daarmee samengaande werkdruk voor de leerkrachten cumulatief toenemen naarmate men langer bezig is met de tweede fase. Het is duidelijk dat men meer leerlingen moet begeleiden. De begeleiding bij de kleine talen vormt een probleem. Het probleem dat er bijna geen scholen zijn die veertig studieweken halen, komt vroeger of later terug. Mevrouw Lambrechts vroeg de staatssecretaris om een traject voor te bereiden om tot een structureel beter programma te komen, waarin de versnippering wordt aangepakt.

De heer Stellingwerf (RPF) die mede namens de fracties van GPV en SGP sprak, merkte op dat het beeld is ontstaan dat de overheid niet goed op de hoogte was van de situatie bij het studiehuis en onder druk van acties te snel toegaf op punten die later weer teruggedraaid moesten worden. De druk van de omstandigheden, het streven naar slagvaardigheid en de laatste dag voor het reces kunnen als verzachtende omstandigheden worden aangevoerd. De wispelturigheid bij de invoering van het studiehuis is getypeerd als paniekvoetbal. De overheid wekte de indruk dat zij haar eigen stelselherziening niet meer serieus nam. De heer Stellingwerf was van mening dat de politiek als geheel, zowel de staatssecretaris als de Kamer, niet adequaat heeft gereageerd. De problemen werden voor de leerlingen na 16 december misschien kleiner, maar voor de leraren en de scholen juist groter.

De heer Stellingwerf vond het juist dat de staatssecretaris de maatregelen niet te vuur en te zwaard heeft verdedigd, maar op grond van uitgebreide onderhandelingen is gekomen tot gewijzigde voorstellen. Het is voor een politicus een zeer ondankbare taak terug te moeten komen op eerder ingenomen standpunten, zoals impliciet wordt erkend in antwoord op schriftelijke vragen van de heer Rabbae van 18 januari.

In de brief van 14 januari wordt een evenwicht gezocht tussen studielast, studeerbaarheid, behoud van kwaliteit en uitgangspunten van de stelselherziening. De heer Stellingwerf was van mening dat hiermee een goede koers is uitgezet, waar voldoende draagvlak voor is. Hij vroeg zich wel af of er in eerste instantie onvolledig overleg was. Welke partijen waren er toen niet, maar nu wel bij betrokken? Waren zij cruciaal voor de beoordeling?

De scholen krijgen meer ruimte om aan de problemen tegemoet te komen. Dat is nodig, omdat het gaat om heel uiteenlopende problemen, waarvoor maatwerk geboden is. De staatssecretaris had de vorige keer gezegd dat de personele consequenties niet zo groot waren, omdat docenten breed inzetbaar zijn. Met deze maatregelen is behoorlijk tegemoetgekomen aan de onrust die hierover is ontstaan. Het gaat om tijdelijke maatregelen. Evaluatie en monitoring zijn van groot belang om te komen tot definitieve aanpassing van de plannen. In de komende tweeënhalf jaar kan blijken dat het probleem van de studielast een meer structureel karakter heeft.

De heer Rabbae (GroenLinks) constateerde dat de gang van zaken geen goede beurt was van de Kamer, die had ingestemd met maatregelen die voor een deel teruggedraaid moesten worden. Hij had wel voorzien dat het voor een school moeilijk is om te erkennen dat er problemen zijn, maar niet welke dynamiek hierdoor zou ontstaan. Het overtuigende argument was voor hem dat de scholen zelf de ruimte hadden om de maatregelen in te vullen.

De heer Rabbae ging ervan uit dat deze heftige turbulentie een verlate, maar belangrijke politieke ontgroening vormde voor de staatssecretaris en dat zij haar les hiervan geleerd had. Hij bestreed de opmerking van de premier of de staatssecretaris dat zij dat moest doen, omdat de Kamer anders maatregelen had genomen, omdat de verantwoordelijkheid zo niet verdeeld is. De regering regeert en de Kamer controleert. Hij had het wel hoffelijk gevonden als de staatssecretaris de Kamerleden had geïnformeerd of gepolst over het binnen een maand terugdraaien van een deel van de maatregelen waartoe op 16 december was besloten, al was het maar telefonisch. Hij vroeg of zij dit bij de coalitie wel had gedaan en bij de oppositie niet.

Het probleem is dat de geloofwaardigheid van de staatssecretaris bij het veld hierdoor is aangetast, terwijl zij juist veel vertrouwen moet hebben om vernieuwingen door te kunnen voeren. Dit geldt ook voor de Tweede Kamer. De heer Rabbae vond dat dit valt in de categorie "eens maar nooit meer". Een winstpunt is misschien dat het onderwijsveld iets heeft kunnen bereiken door gezamenlijk een vuist te maken. Dat is goed voor hun emancipatie en weerbaarheid.

De heer Rabbae achtte het geen goede ontwikkeling als er bij ANW, CKV en de moderne talen niveauverschillen ontstaan tussen de scholen. Een risico hiervan is dat het leidt tot voorselectie bij de universiteiten, zoals de universiteit van Leiden al van plan is. De inspectie zal dit nauwlettend volgen en daar zullen ook deskundigen bij betrokken worden.

Het profielwerkstuk kan in de nieuwe opzet worden beperkt tot één vak, terwijl het profiel juist een combinatie van vakken was binnen in de tweede fase. Als het gewoon een werkstuk wordt, kan de term profielwerkstuk beter niet meer gebruikt worden. Als er op sommige scholen wel goed mee wordt gewerkt door verschillende vakdocenten, is het toch belangrijk dat duidelijk is welke afspraken hierover zijn gemaakt.

Uit de resultaten van de monitor blijkt dat de zaak nog niet helemaal goed geregeld is. De heer Rabbae vroeg of het niet mogelijk is om de scholen beter te laten begeleiden, bijvoorbeeld door PMVO. Hij vroeg de staatssecretaris ook om in te gaan op de conclusie van de KNAW na het bekijken van de boeken van ANW dat er geen aanleiding is om te kijken naar de boeken van de andere vakken. De heer Rabbae vond dit een vreemde conclusie, omdat er geen relatie is tussen ANW en de andere vakken.

De heer Van Bommel (SP) ging in op de vraag of de ontwikkelingen na 16 december voorkomen hadden kunnen worden. Hij veronderstelde dat er iets mis is gegaan in het contact tussen het ministerie en de instanties die het ministerie informeren over de stand van zaken bij deze onderwijsvernieuwing. Door de Kamer en de staatssecretaris was een pakket maatregelen vastgesteld. De scholen konden daaruit kiezen wat hun ruimte bood om passende maatregelen te nemen. Het onderwijsveld stond op zijn achterste benen, omdat concurrentie werd gevreesd tussen scholen binnen een gemeente over wie het verst durfde te gaan bij het verlichten van de tweede fase. De maatregelen die bedoeld waren om de druk te verlichten door te schrappen binnen vakken, bleken wel uitvoerbaar, maar het schrappen van vakken niet, omdat dit personele consequenties kan hebben. De heer Van Bommel waardeerde het dat de staatssecretaris deze signalen heeft gehoord en het pakket heeft aangepast om uit de impasse te geraken.

Door de scholen de vrijheid te geven om de maatregelen verschillend in te voeren ontstaan er verschillen tussen scholen. De staatssecretaris had hierover opgemerkt dat er altijd verschillen tussen scholen zijn geweest, maar dat hierbij de vinger aan de pols moet worden gehouden. De heer Van Bommel vroeg om dit nauwlettend in de gaten te houden. Als er te grote verschillen ontstaan, waarbij de ene school aan de onderkant zit en een andere op het maximum, kan dat leiden tot toetsing aan de poort van de universiteit of zelfs van de hogescholen.

Uit onderzoek van PMVO blijkt dat 58% van de leerkrachten van mening is dat de werkdruk fors is verhoogd. De heer Van Bommel was van mening dat dit gevolgd moet worden om knelpunten tijdig te kunnen signaleren. Er is ook gevraagd om meer te doen aan bijscholing. De heer Van Bommel concludeerde dat een stapsgewijze invoering van dit soort ingrijpende veranderingen beter is dan een wijziging in een keer. Hij vroeg de staatssecretaris welke lessen zij hieruit trekt voor de invoering van het VMBO.

De heer Cornielje (VVD) benadrukte het belang van een goede uitvoering van beleid in plaats van beleid op beleid te stapelen. Een kenmerk van aandacht voor implementatie is dat het wettelijk kader vaststaat, maar dat de Kamer onvoorziene knelpunten die zich voordoen bij de invoering van wetten, wil oplossen. Daarbij is monitoring van groot belang. De heer Cornielje was van mening dat er niet na drie maanden kan worden besloten om de overladenheid of de versnippering tegen te gaan door te schrappen in de vakken, omdat dan de indruk wordt gewekt dat de wet niet weloverwogen is ingevoerd.

De heer Cornielje had al in 1995 gevraagd om de tijd te nemen voor het ontwikkelen van het studiehuis. Daarbij gaat het niet zozeer om de profielen (de vaste vakkenpakketten) of de nieuwe vakinhouden, maar om de ruimte voor andere leeractiviteiten. Hij had steeds onderstreept dat hiervoor wel tien jaar nodig is. Het is bemoedigend dat 80% van de scholen zegt dat zij het studiehuis nog maar in zeer beperkte mate hebben ingevoerd. Zij moeten dat doen naar de mate waarin zij daartoe in staat zijn. Het is onjuist om de scholen voor te houden dat zij na drie maanden het studiehuis volledig ingevoerd moeten hebben, bovendien is het onjuist dat er alleen zelfstandig gewerkt mag worden en niet meer klassikaal les mag worden gegeven.

De heer Cornielje merkte op dat de staatssecretaris niet door de Tweede Kamer onder tijdsdruk is gezet. Door op de stakingsdag te zeggen dat zij achter de protesterende leerlingen stond, heeft zij zich in de positie gemanoeuvreerd dat zij snel met concrete maatregelen moest komen. De VVD-fractie veroordeelde deze handelswijze. De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer nadien terecht gevraagd om snel duidelijkheid te scheppen over het door haar voorgestelde pakket maatregelen en dat niet gedurende het kerstreces boven de markt te laten hangen. De heer Cornielje vroeg of de vakbonden en de schoolleiders hebben ingestemd met het decemberpakket, zoals de minister-president op 14 januari zei in Den Haag Vandaag.

Bij een procesmatige invoering hoort de bereidheid om niet dogmatisch te zijn. Het siert de staatssecretaris dat zij heeft geluisterd naar het veld en dat zij zich heeft laten overtuigen van de onwerkbaarheid van een aantal door haar voorgestelde maatregelen.

Al met al is er geen fraai beeld ontstaan, maar de werkelijkheid is een stuk genuanceerder. De staatssecretaris heeft op basis van rapportages een aantal maatregelen voorgesteld, waar zij de Kamer achter kreeg, en deze onder druk van het veld bijgesteld, waarna de Tweede Kamer deze beweging ook weer meemaakte.

De heer Cornielje concludeerde uit de gang van zaken dat er politiek-bestuurlijk geen ruimte meer is om gedurende het invoeringsproces van drie jaar vakken te schrappen. Het is duidelijk geworden dat het om schoolorganisatorische redenen onwenselijk is om gedurende het schooljaar ingrijpende maatregelen te treffen en dat zulke overhaaste besluitvorming niet meer dient plaats te vinden. De verantwoordelijkheid voor het invoeringsproces dient volledig bij de staatssecretaris te liggen en zij dient het draagvlak te creëren voor maatregelen. Er is geen plaats meer voor het procesmanagement, dat een onduidelijke positie heeft.

De vierde maatregel van het pakket van 14 januari houdt in dat de examenverplichting in het vrije deel wordt beperkt tot één deelvak. De heer Cornielje merkte op dat deze maatregel niet leidt tot verlichting van het programma, omdat de uren wel besteed moeten worden aan andere vakken. Eerst mocht de school kiezen of het vak ANW facultatief werd, maar hierbij gaat het om keuzevrijheid voor leerlingen. Deze kan leiden tot grote problemen binnen de schoolorganisatie. De heer Cornielje vroeg of de schoolleiders en de vakorganisaties hiermee ingestemd hebben!

Door vermindering van het aantal praktische opdrachten wordt de weging van het cijfer voor het schoolexamen ook veranderd. Hierdoor telt de theoretische component niet voor 60%, maar voor 80% mee in het eindcijfer. Dat is een verzwaring voor de meer praktisch ingestelde leerlingen De heer Cornielje benadrukte dat hier blijkbaar bewust voor wordt gekozen, omdat het een goede maatregel is in die zin dat de kwaliteit er niet door wordt aangetast. De practica voor biologie en natuurkunde staan buiten deze regeling voor praktische opdrachten en moeten gewoon gegeven worden. Is de staatssecretaris het hiermee eens?

Bij de evaluatie van de basisvorming is door de inspectie vastgesteld dat HAVO- en VWO-leerlingen onvoldoende voorbereid zijn op de nieuwe tweede fase. Er moeten dus niet alleen maatregelen worden genomen om de kwaliteit van de tweede fase te vergroten, maar ook de onderbouw dient verbeterd te worden. Deze moet uitdagender worden voor leerlingen van HAVO en VWO. Hij moest al praktischer worden voor VBO-leerlingen. De basisvorming moet dan gedifferentieerd worden wat betreft tijd, niveau en misschien zelfs vakkenaanbod. Door een strengere, theoretisch stevigere onderbouw komen er meer leerlingen in de bovenbouw van HAVO en VWO en dat is hard nodig. De heer Cornielje vroeg de staatssecretaris om hierop in te gaan in haar beleidsreactie over de basisvorming.

Het antwoord van de regering

De staatssecretaris sprak haar verontschuldigingen uit, omdat zij de Kamerleden in verlegenheid had gebracht door de uitkomsten van het overleg van 16 december te wijzigen. Het was ook niet de bedoeling om scholen te overvallen met het pakket maatregelen van 16 december. De bedoeling was om scholen de vrijheid te geven om aangepaste maatregelen te nemen als zij niet helemaal op koers lagen bij de invoering van het studiehuis. Bij de voorhoedescholen die in 1998 waren begonnen, was het op grond van de resultaten van de monitor wel mogelijk gebleken om in de loop van het jaar maatregelen te nemen die verlichting boden voor de overladenheid. Het was te verwachten dat er meer problemen zouden komen, wanneer ook de scholen mee moesten doen die minder goed waren voorbereid op het studiehuis.

Voor de leerlingenstaking was er al besloten naast de monitor onderzoek te laten doen door de inspectie, PMVO en Codename future. De bevindingen van deze rapportages kwamen overeen met de signalen uit de Kamer, zoals de motie-Cornielje en de gedachtewisseling bij de begrotingsbehandeling over de voorstellen van mevrouw Lambrechts. Er was zeer weinig tijd tussen het uitkomen van de rapportages en het AO van 16 december. De onderzoeksrapporten lagen om vier uur bij het departement en om zes uur bij de Kamer. De staatssecretaris had er een pakket beleidsvoorstellen bijgevoegd om te voorkomen dat er eerst weer uitgebreid over gepraat moest worden. Zij nam daarvoor de verantwoordelijkheid.

Volgens een onderwijsblad hadden twee van de drie scholen dit pakket ingevoerd, omdat zij het een mooi pakket vonden. Er werden vakken verplaatst van het verplichte naar het vrije deel, maar daarbij ontstond het beeld dat die vakken niet meer zouden worden gekozen door de leerlingen. Dat ligt niet per se aan de vakken. Bij overladenheid speelt ook subjectieve waardering mee, zoals blijkt uit een zeer onwaarschijnlijk onderzoeksresultaat van Codename future dat sommige leerlingen zeggen 80 uur per week aan hun schoolwerk te besteden.

De stapel reacties over de overladenheid en de steun voor de leerlingenstaking waren vele malen groter dan de stapel met protesten over de maatregelen van 16 december. Er was consensus dat er snel iets moest gebeuren en dat men daar niet een paar maanden mee kon wachten. Uit de onderzoeken van PMVO en de inspectie bleek dat er geen goede balans was bij de nieuwe vakken CKV, ANW en de nieuwe benadering van vreemde talen in de tweede fase. PMVO heeft de signalen over overladenheid zeer serieus genomen en mogelijkheden genoemd om deze terug te dringen. In de onderzoeken is de tendens zichtbaar dat de inspectie koerst op vermindering bij de vaardigheden en PMVO bij de vakken, omdat anders de vaardigheden en het profielwerkstuk onder druk komen.

De betrokken organisaties zijn op 13 en 14 december geïnformeerd. Een probleem bij informeel overleg is dat er een soort machtsstrijd kan ontstaan over de vraag of het ging om informatie of consultatie. De staatssecretaris deelde mee dat zij zich hier niet op zal beroepen. Vanaf 16 december is met zeer veel organisaties formeel overleg gevoerd, onder voorzitterschap van de staatssecretaris, en op 14 januari was er duidelijkheid over de uitwerking van de maatregelen.

De staatssecretaris had de heer Mosterd tussentijds telefonisch geïnformeerd over dat overleg naar aanleiding van uitspraken van zijn fractievoorzitter in de media. Verder zijn de vragen van de heer Rabbae tussentijds beantwoord.

Als de staatssecretaris niets had gedaan en had gewacht op wat er uit het veld kwam, zou haar besluiteloosheid zijn verweten. Het is ook onduidelijk of er in december al steun zou zijn geweest voor de maatregelen die nu zijn genomen. Het beeld is opgeroepen dat topambtenaren er niet bij betrokken waren, maar alle deskundige ambtenaren waren erbij betrokken. Zelfs als iedereen voorstander is van het nemen van maatregelen om de overladenheid terug te dringen, is het nog ingewikkeld om deze op een goede manier vorm te geven.

Bij de reacties op de maatregelen van 16 december speelde ook mee dat de brede inzetbaarheid van het personeel niet zo groot was als toen werd gedacht. Daarnaast speelden de roosterproblematiek, zeggenschapsvraagstukken en de algemene werkdruk in het onderwijs.

De staatssecretaris erkende dat er in zekere zin een ontgroening heeft plaatsgevonden, omdat er geen overeenstemming was tussen het beeld in de media en de werkelijkheid. Het beeld is geschetst dat de staatssecretaris geen samenwerking had gezocht, terwijl zij al twintig jaar in het openbare leven de consensus zoekt om te zorgen dat zoveel mogelijk mensen zich in een beslissing kunnen vinden. Als het veld waarop maatregelen moeten komen, is verkend, is de eerste opdracht om formeel overleg te starten.

De staatssecretaris had op 16 december toegezegd dat zij in het veld een draagvlak ging organiseren voor de besproken maatregelen. In dat overleg zijn de werkdruk, bijscholing en de wijze van begeleiding van dergelijke processen aan de orde geweest, evenals de positie van PMVO. De staatssecretaris merkte op dat zij niet wenst dat een ambtenaar in dezelfde positie komt als een politicus. Zoals bekend is de overeenkomst tussen een vlieg en een politicus dat je ze allebei kunt doodslaan met een krant. Vanaf 1 augustus wordt de regiefunctie van PMVO overgenomen door het ministerie van OCW.

Drie van de vijf maatregelen werden direct onderschreven, maar de twee maatregelen waarover onrust ontstond, werden breed uitgemeten. Scholen in grote steden zoals Utrecht en Amsterdam besloten om dan maar niets te doen, maar dat was niet de bedoeling van het overleg van 16 december. Over de maatregelen die nu zijn genomen, hebben de vakinhoudelijke verenigingen gezegd dat deze hen de tijd geven om het vak in balans te brengen.

Eerst was het beeld in de media dat de staatssecretaris niet toegaf, maar later werd het beeld dat zij even mee had gedaan. De staatssecretaris merkte op dat zij op de leerlingenstaking had gezegd dat zij nog niet op de signalen kon reageren, omdat zij de onderzoeksresultaten afwachtte. Zij had de leerlingen opgeroepen om mee te werken het studiehuis tot een succes te maken. Vervolgens werd alleen de zin uitgezonden dat de staatssecretaris ook vond dat het niet deugde.

Bij de beeldvorming speelde ook het vakbondsverleden van de staatssecretaris een rol, terwijl er juist sprake was van een flinke botsing met de vakbonden, die van mening waren dat de maatregelen consequenties hadden in de sfeer van de arbeidsvoorwaarden. De bedoeling van de voorstellen van 16 december was niet om tot een internetsite "wat te doen bij ontslag" te komen. Er is niet alleen overleg gevoerd met de vereniging voor management in het voortgezet onderwijs (VVO) en de besturenorganisaties, maar ook met partijen die over de arbeidsvoorwaarden waken.

De staatssecretaris merkte op dat het feit dat het werd ervaren als het schrappen van vakken, duidelijk maakt dat er snel helderheid moet komen over de vraag of de zeggenschapsverhoudingen op scholen wel leiden tot verantwoorde processen. De leerlingen waren bang dat de scholen zouden kiezen voor het oude pakket, zodat de overladenheid niet werd teruggedrongen. De leraren dachten dat zij gedwongen werden door ouders en leerlingen om de vakken te laten vervallen, omdat zij anders naar de concurrent zouden gaan. Als er binnen de huidige verhoudingen spanningen ontstaan in de schoolorganisatie, moeten leraren, ouders en leerlingen hun positie kunnen bepalen zonder het idee te krijgen dat zij elkaar in gijzeling nemen.

Er is een groeipad van drie jaar voor ANW, CKV en de deelvakken moderne talen, met als norm de studielast en niet het examen. Het gaat om een zeer beperkt aantal vakken. Het effect van ongelijksoortigheid van deze relatief kleine onderdelen op de diploma's is niet te vergelijken met de oude situatie, omdat de verschillen tussen het schoolexamen en het centraal examen vroeger veel groter waren. De staatssecretaris zegde toe dat de inspectie zorgvuldig nagaat of de scholen via het groeipad bij de norm komen.

Het is niet de bedoeling dat kinderen tussen wal en schip raken door deze vernieuwingsoperatie. Het schoolsysteem heeft altijd uitvallers, waarbij je je kunt afvragen waarom iemand uitvalt, maar een onderwijsvernieuwing mag niet leiden tot oneigenlijke selectie. De staatssecretaris merkte op dat er volgens de monitor nog geen sprake is van selectie binnen de scholen bij de toegang tot het studiehuis. De inspectie heeft wel een probleem gesignaleerd bij de aansluiting van de basisvorming op de tweede fase. Als het gaat om toelating tot een studie met een numerus fixus, kan een klein verschil doorslaggevend zijn. Daarom zijn gelijke kansen en kwaliteit zeer belangrijke aandachtspunten.

Door de vorige staatssecretaris is wel gezegd dat selectie niet het doel is van de tweede fase, maar wel de uitkomst kan zijn. In het HOOP van 1996 was de trend naar meer selectie in het hoger onderwijs, maar op grond van arbeidsmarktoverwegingen is de wind in de SER gedraaid bij het advies over het HOOP 2000. De lijn is nu dat er meer leerlingen naar het hoger onderwijs moeten doorstromen.

Bij de tweede fase is er sprake van een verbreding van het programma, niet zozeer om te selecteren, maar voor een betere aansluiting op het hoger onderwijs. Vroeger waren er pretpakketten die leerlingen konden halen met 22 uur per week. Er is meer evenwicht gekomen in de belasting van leerlingen in de tweede fase, omdat de profielen een vergelijkbare zwaarte hebben gekregen. Hierdoor worden leerlingen over de hele linie beter voorbereid op het hoger onderwijs.

De staatssecretaris sloot zich aan bij de opmerking dat het invoeren van zo'n onderwijsvernieuwing tien jaar duurt. Met deze tijdelijke maatregelen is het debat over de wijze waarop het studiehuis en de profielen worden ingevoerd op de scholen, nog niet afgesloten. Zij hoopte hiermee de invoeringsproblemen te hebben opgelost. Zij zegde toe een verkenning te laten houden van de wijze waarop de evaluatie in
2003 moet worden uitgevoerd en de indicatoren die daarbij worden betrokken. De opvatting dat de scholen via een stappenplan naar de norm moeten groeien, onderschreef de staatssecretaris. In de onderwijsverslagen wordt ook steeds ingegaan op de voortgang bij de vernieuwingen.

De staatssecretaris onderschreef dat het belangrijk is om de implementatie zeer goed te volgen. De politieke belangstelling verdwijnt meestal, omdat er bij de uitvoering weer andere zaken ingevoerd moeten worden. De politieke besluitvorming aan de voorkant trekt meestal meer belangstelling.

De staatssecretaris deelde mee dat de Kamer op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen bij de CEVO en dat er wordt gestreefd naar een maximaal effect van het decemberpakket.

De vrije ruimte is in het overleg uitgebreid aan de orde gesteld door de organisaties, omdat zij veronderstelden dat deze verlichting kon brengen zonder dat er organisatorische problemen zouden ontstaan. Als een leerling een vak minder kiest, blijft het gewoon op het rooster. Dat geeft wel verlichting voor de leerling, omdat hij meer tijd kan besteden aan vakken waar hij moeite mee heeft, of aan het profielwerkstuk. In de vrije ruimte kunnen vakken zoals biologie, management en organisatie, informatica en filosofie worden gekozen. De staatssecretaris onderschreef het belang van de praktische onderdelen bij informatica. Bij de juridische uitwerking van de maatregelen zal voor informatica een andere norm dan halvering van het aantal praktische opdrachten worden gehanteerd. De practica voor biologie en natuurkunde blijven gehandhaafd.

Over de stelling van de heer Cornielje dat er gedurende de invoeringstermijn geen vakken geschrapt kunnen worden, merkte de staatssecretaris op dat zij hoopte dat met de huidige maatregelen de invoeringsproblemen kunnen worden opgevangen, maar dat zij verwachtte dat er na de evaluatie in 2003 nog wel het een en ander moet gebeuren. Het is nooit de bedoeling geweest om vakken te schrappen, omdat daarmee de dynamiek van het magnetische veld van het arbeidsvoorwaardenoverleg op gang wordt gebracht. Dan ontstaan er meteen heftige conflicten over de rechtspositie en de kwaliteit van het onderwijs.

Over de stelling dat men niet moet ingrijpen tijdens het schooljaar, merkte de staatssecretaris op dat er al leerlingenacties waren gepland in februari, als er niets was gebeurd. De leerlingen zijn nu redelijk tevreden. Zelfs de actiegroep O! O! O! zag af van acties, omdat zij inzag dat dit pakket een verlichting zou betekenen.

Bij de reacties van de afgelopen weken valt op dat de werkdruk geen goede condities schept voor het invoeren van vernieuwingen bij het studiehuis, de basisvorming en VMBO. Bij de basisvorming is ook een hectische periode te verwachten, omdat de inspectie al heeft gezegd dat het programma voor een deel van de leerlingen overladen is. De staatssecretaris zegde toe dat zij met voorstellen komt over hoe om te gaan met overladenheid en met de verschillen tussen scholen. In de maatschappelijke omgeving waarbinnen het onderwijs functioneert, is technologie en techniek van buitengewoon groot belang, maar in het onderwijs staan degenen die aan techniek doen onderaan en degenen die algemeen onderwijs doen bovenaan. De staatssecretaris was van mening dat hierin verandering moet komen. In aansluiting op de vaardigheden van leerlingen moet er een gedifferentieerd programma worden opgezet in de basisvorming. Hierover komen binnenkort POVO-verslagen. Deze hebben geen betrekking op de arbeidsvoorwaarden, maar op inhoudelijke overwegingen wat betreft de kwaliteit van het onderwijs. De staatssecretaris wilde hier ook andere dan inhoudelijke overwegingen bij betrekken, omdat de consequenties eerst goed moeten worden doorgerekend.

Wat betreft de noodzaak van extra maatregelen voor het HAVO merkte de staatssecretaris op dat het uitgangspunt van de brief van 14 december was dat er 10% tot 15% verlichting moest komen. De voorgestelde maatregelen hebben wel degelijk een grotere doorwerking voor het HAVO, omdat de verplichtingen op een kleiner pakket betrekking hebben.

Het profielwerkstuk kan een belangrijk onderdeel zijn van de identiteit van het studiehuis. Sommige scholen zijn bezig om een vakoverstijgend profielwerkstuk vorm te geven. Voor hen is dit het kroonjuweel. De staatssecretaris wilde deze ontwikkeling niet afremmen, maar zij gaf de scholen die hier nog niet aan toe zijn de ruimte om het werkstuk te beperken tot één vak.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Dijksma (PvdA) constateerde dat er inderdaad een behoorlijke afstand was tussen de beeldvorming en de werkelijkheid. Er zijn veel karikaturen van gemaakt, maar het is ook moedig om je verantwoordelijkheid te nemen, als iets is afgesproken wat niet goed uitpakt. Het belangrijkste is dat de structuur van de wet die is afgesproken, overeind blijft en dat er voortaan niet tijdens een schooljaar allerlei dingen worden aangekondigd, maar alleen eventueel voor een volgend jaar.

De heer Mosterd (CDA) onderstreepte dat er rust moet komen voor het onderwijs, zodat de maatregelen ingevoerd kunnen worden. De selectie moet plaatsvinden onder de randvoorwaarde dat een kind daar terechtkomt waar hij gezien zijn capaciteiten terecht moet komen. Het is opvallend dat iedereen nu roept dat het meer, meer, meer moet worden, maar als de arbeidsmarkt verandert, kan het misschien weer wat minder worden. De heer Mosterd vroeg nog naar de mogelijkheden voor doorstroming van HAVO naar VWO.

Mevrouw Lambrechts (D66) was blij dat er iets is gedaan aan de overladenheid, want zij achtte dat absoluut noodzakelijk, al had het misschien beter in het zomerreces kunnen gebeuren. Zij vond het goed dat de impliciete selectieagenda van de tweede fase van tafel is. Zij vroeg of de onderdelen die de CEVO schrapt, niet door de scholen behandeld hoeven te worden. In het HAVO is het niet mogelijk om een vak minder te doen in de vrije ruimte, omdat daar maar één vak in zat. Daardoor is er minder verlichting voor het HAVO, terwijl de problemen daar groter zijn.

De heer Stellingwerf (RPF) merkte op dat het misschien goed is dat de staatssecretaris zich bezint op welke signalen zij uitzendt, als blijkt dat dit tot zulke verschillende beelden leidt. De staatssecretaris is politiek verantwoordelijk, maar in het vorige overleg had misschien duidelijker gezegd kunnen worden dat de voorstellen na overleg met het veld nog aangepast konden worden. De heer Stellingwerf merkte op dat het hierbij meer ging om problemen in de interne communicatie dan in de zeggenschapsverhoudingen, die dan ook niet direct gewijzigd hoeven te worden naar aanleiding van deze gang van zaken.

De heer Rabbae (GroenLinks) benadrukte dat de staatssecretaris goed overleg moet blijven voeren met het onderwijsveld. Als een gewaarschuwd man voor twee telt, telt een gewaarschuwde vrouw misschien voor vier. Bij de komende vernieuwingsoperaties dient zij zorgvuldig te opereren.

De heer Van Bommel (SP) concludeerde dat er voor dit pakket maatregelen een draagvlak is, zodat het werkbaar is, maar hij vreesde dat de zeggenschapsverhouding tussen scholen versus ouders en leerlingen nog roet in het eten kan gooien. Hij vond het nog te vroeg om te zeggen dat er geen oneigenlijke selectie plaatsvindt, zodat nog niet vaststaat dat de kaders van deze onderwijsvernieuwing ongewijzigd moeten blijven. Hij merkte op dat de staatssecretaris wel beschadigd is door deze gang van zaken, waarbij nog niet duidelijk is of dit komt door de beeldvorming, de communicatie of de presentatie. Hij wenste haar succes bij het terugwinnen van het vertrouwen van het onderwijsveld.

De heer Cornielje (VVD) merkte op dat dynamiek het kenmerk is van een invoeringsproces, terwijl men in het onderwijs verlangt naar rust. Deze rust kan worden geboden door het kader van de wetgeving in stand te houden en door zorgvuldige besluitvorming over oplossingen van knelpunten. De heer Cornielje was blij dat er een draagvlak is voor de voorgestelde maatregelen. Er kan nog commotie ontstaan over de vrije ruimte, maar daarbij moet in overweging worden genomen dat dit voorstel door de betrokken schoolleiders en vakbonden is gedaan. Het periodiek overleg over de invoering moet doorgaan. De winst van dit debat is dat er in politiek Den Haag meer aandacht is gekomen voor de invoering van wetgeving.

De staatssecretaris benadrukte dat het belangrijk is dat doorstroming van MAVO naar HAVO of van HAVO naar VWO onbelemmerd kan plaatsvinden, als deze een geëigende weg is voor leerlingen die daar prijs op stellen. Deze stap wordt meestal gezet door de betere leerlingen van MAVO en HAVO. Zij moeten dan iets extra's doen, te weten een derde taal. Dit wordt meestal begeleid door de scholen. Bij de andere vakken hebben deze leerlingen vaak een voorsprong, omdat zij deze al twee jaar op examenniveau hebben gedaan. Er is al afgesproken dat wordt bekeken of hierbij belemmeringen optreden en welke maatregelen daartegen genomen kunnen worden.

De staatssecretaris was van mening dat met deze maatregelen een bijdrage wordt geleverd aan het verminderen van ongelijke kansen. Of er oneigenlijke selectie plaatsvindt, zal in elk debat weer aan de orde komen.

De KNAW heeft toegezegd contact op te nemen met de schrijvers en de uitgevers van de boeken voor ANW, zodat er een gewijzigde nieuwe druk kan komen. Er worden deskundigen ingeschakeld om het vak op een goede manier verder te ontwikkelen. Bij de boeken voor andere vakken geldt ook het systeem dat zij voortdurend worden bekeken door deskundigen.

De staatssecretaris merkte op dat er ook wordt ingegrepen in vakken, als de CEVO in schoolexamens zou mogen schrappen. Daarom is besloten om onderdelen te verplaatsen naar een schoolexamen, want dan is beter voorspelbaar wat er wordt geëxamineerd en dat gebeurt in een vertrouwde omgeving. Als deze onderdelen ook niet meer in een schoolexamen worden getoetst, ontstaat er een debat over wat wel of niet eigenlijk is aan een vak. De vakken zijn heel secuur en evenwichtig opgebouwd, zodat het niet mogelijk is om even een onderdeel te schrappen. Hierdoor kan wel een zekere overladenheid zijn ontstaan, omdat sommige deskundigen bijvoorbeeld zo van hun vak houden dat zij zich niet kunnen voorstellen dat je je een wereldbeeld kunt vormen, als je de kerkgeschiedenis tussen 1000 en 1200 hebt gemist. Het is onjuist als de Kamer probeert vast te stellen welke onderdelen zij minder belangrijk vindt, want dat moet zij overlaten aan de deskundigen. Er kunnen wel onderdelen naar het schoolexamen worden verplaatst, maar over de inhoud van de vakken wordt pas bij de evaluatie in 2003 besloten.

Over de examenverplichting bij het vrije deel merkte de staatssecretaris op dat er een tijdelijk effect is, gespreid over de vakken. De meeste leerlingen doen meer dan het verplichte minimum. Er is wel een discussie gevoerd binnen PMVO over het schrappen van het examenvak in het vrije deel. Daarnaar is onderzoek gedaan. Als dat gebeurt, wordt dat ervaren als een aantasting van de positie van die vakken.

De voorzitter van de commissie,

Van der Hoeven

De griffier van de commissie,

Mattijssen


1 Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Schutte (GPV), Van de Camp (CDA), Van der Hoeven (CDA), voorzitter, De Vries (VVD), Rabbae (GroenLinks), Lambrechts (D66), Dittrich (D66), Cornielje (VVD), Dijksma (PvdA), Cherribi (VVD), Van Zuijlen (PvdA), Rehwinkel (PvdA), ondervoorzitter, Passtoors (VVD), Ross-van Dorp (CDA), Örgü (VVD), Nicolaï (VVD), Kortram (PvdA), Halsema (GroenLinks), Eurlings (CDA), Belinfante (PvdA), Van Bommel (SP), Barth (PvdA), Hamer (PvdA), Wijn (CDA)

Plv. leden: Schimmel (D66), Stellingwerf (RPF), Mosterd (CDA), Atsma (CDA), Van Baalen (VVD), Harrewijn (GroenLinks), Bakker (D66), Ravestein (D66), E. Meijer (VVD), Valk (PvdA), Udo (VVD), De Cloe (PvdA), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Rijpstra (VVD), Brood (VVD), Middel (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Visser-van Doorn (CDA), Gortzak (PvdA), Poppe (SP), Arib (PvdA), Spoelman (PvdA), Verhagen (CDA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie