Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Defensie op vragen over aanschaf zware vrachtauto's

Datum nieuwsfeit: 15-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Defensie

Kamervragen en antwoorden

Aanschaf van 1450 zware vrachtauto´s door Defensie

15-02-2000

Onder verwijzing naar de bovengenoemde brieven bied ik u hierbij, mede namens de Minister van Economische Zaken, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen van de Tweede-Kamerleden der Staten-Generaal, de heer Van der Knaap en mevrouw Van 't Riet. Het advies van de Landsadvocaat bied ik u separaat vertrouwelijk aan.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE,

H.A.L. van Hoof

Vragen van het lid Van der Knaap (CDA) aan de staatssecretaris van Defensie en de minister van Economische Zaken over de aanschaf van 1450 zware vrachtwagens door Defensie.(Ingezonden 10 januari 2000)

Vraag 1
Klopt het bericht 1 over het besluit van DAF om af te zien van de order van 1450 zware vrachtwagens uitgerust met wissellaadsystemen?

Vraag 2
Zo ja, wat is hiervan de oorzaak?

Antwoord op 1 en 2
DAF heeft mij 3 december 1999 schriftelijk meegedeeld geen offerte voor de levering van wissellaadsystemen uit te brengen. DAF schreef alleen aan de voorwaarden uit het Programma van Eisen (PvE) te kunnen voldoen als het zijn vrachtauto´s in de basisconfiguratie ingrijpend zou aanpassen. Hiervoor zouden omvangrijke ontwikkelings- en be-proevingswerkzaamheden nodig zijn die aanvankelijk niet waren voorzien. Daarnaast zouden de voertuigen niet eenvoudig in het assem-blageproces van DAF inpasbaar zijn.

Vraag 3
Is het waar dat Defensie het afgelopen jaar het bij deze investering behorende programma
van eisen, keer op keer heeft gewijzigd?

Antwoord
De Koninklijke landmacht heeft met de truckfabrikanten overleg gevoerd om een realistisch PvE te kunnen opstellen dat zoveel mogelijk aansluit bij bestaande civiele, ter-reinwaardige vracht-wagens. Naar aanleiding van dit overleg is het PvE metterdaad -aangepast om te voorkomen dat een "schaap met vijf poten" zou worden gevraagd. Het PvE is uitein-delijk in maart 1999 vastgesteld en in juli 1999, met de of-fer-te-aanvraag, aan alle potentiële leveranciers ver-stuurd. Het PvE is na maart 1999 inhoudelijk niet meer gewijzigd.

Vraag 4
Wat is uw reactie op de kritiek van de NIID dat Defensie zich de laatste jaren onvoldoende inspant om Defensie-investeringen zoveel mogelijk in eigen land te doen plaatsvinden?

Antwoord
In de Defensienota is de opvatting van de regering over de relatie tussen Defensie en de Nederlandse industrie weergegeven. Over het project wissellaadsystemen en de Europese regelgeving is het volgende opgenomen: "Defensie staat de strikte toepassing van de Europese regelgeving voor. Zo is besloten de vervanging van wielvoertuigen en, in het bijzonder, het project wissellaadsystemen Europees aan te besteden, omdat dat niet aan alle voorwaarden voldoet die een beroep op artikel 296 zou rechtvaardigen. Het gevolg is dat compensatie bij dit project niet aan de orde is.
Overigens zijn er onder de gegadigden voor de opdracht ook Nederlandse bedrijven en hebben buitenlandse ondernemingen aangekondigd ook werk in Nederland te willen uitbesteden."

Daarnaast wordt in de Defensienota het belang van informatievoorziening over defensieaanbestedingen onderstreept: "Door tijdige informatievoorziening over defensieaanbestedingen, zowel militair als civiel, stelt Defensie Nederlandse bedrijven in staat zich tijdig te positioneren voor een defensieaanbesteding." Over het project wissellaadsystemen is in november 1996 een themadag gehouden waarop de Koninklijke landmacht de NIID en de Nederlandse industrie heeft geïnformeerd over het project. Onder meer is meegedeeld dat het project Europees zou worden aanbesteed.

Vraag 5
Bestaat er over de verwerving van de 1450 trucks onenigheid met het ministerie van Economische Zaken?

Vraag 6
Zo ja, kan inzicht worden verschaft over het meningsverschil?

Vraag 7
Is het waar dat Defensie de landsadvocaat heeft ingeschakeld voor advies in het meningsverschil
met Economische Zaken?

Vraag 8
Zo ja, wilt u het advies van de landsadvocaat aan de Kamer doen toekomen?

Antwoord op vraag 5 t/m 8
Met het ministerie van Economische Zaken bestond een verschil van mening over het al dan niet Europees aanbesteden van de wissel-laad-systemen. Op grond van de Europese regel-geving was Defensie tot de conclusie gekomen dat een opdracht als de onderhavige Europees aanbesteed zou moeten worden. Economische Zaken had een voorkeur voor de zogenaamde Weag-procedure. In beide gevallen is concurrentiestelling overigens het uitgangspunt. Met het oog op de omvang van de order, de belangen van de Neder-land-se industrie, het karakter van het voertuig en de specifieke ver-wervings-stra-tegie met gunning in twee fasen is besloten de Lands-advocaat om advies te vragen. Enige tijd later zijn nog aanvullende vragen gesteld-. Ik bied u beide adviezen van de Landsadvocaat met een separate brief ter vertrouwelijke kennisneming aan.

Vraag 9
Heeft de minister van Economische Zaken naar aanleiding van deze zaak schriftelijk gevraagd om in het gevolg betrokken te zijn bij het verwervingsbeleid van Defensie? Zo ja, wilt u ervoor zorg dragen dat deze brief in de handen komt van de Kamer vergezeld van de reactie van Defensie? Is het Commissariaat voor Militaire Produktie van Economische Zaken bij het begeleiden van deze order betrokken geweest? Zo nee,waarom niet?

Antwoord
Defensie en Economische Zaken hebben op 2 mei 1996 een pro-tocol gesloten over de sa-menwerking tussen de beide ministeries inzake de verwerving van defensiema-te-rieel. In het protocol is onder meer vastge-legd dat Defensie verant-woordelijk is voor het defensiematerieel-beleid en het daaruit voortvloeiende verwer-vings-beleid, terwijl Economische Zaken ver-ant-woordelijk is voor het industriebeleid en het daaraan gere-la-teerde compensatiebeleid.

De minister van Econo-mische Zaken heeft mij niet verzocht be-trok-ken te worden bij het verwervingsbeleid van Defensie. Zij heeft wel verzocht om, indien Defensie over-weegt Europees te publiceren, vooraf overleg te voeren over projecten met een waarde van meer dan 5 mil-joen gulden, althans voorzover uit de aard van het aan te schaffen materieel niet overduidelijk blijkt dat de Europese regels van toe-passing zijn.

Het Commissariaat Militaire Productie is vanaf mei 1998 bij dit project betrokken geweest. Die betrokkenheid is evenwel beperkt gebleven vanwege het gekozen Europese aanbestedingstraject.

Vraag 10
Bent u van mening dat het niet doorgaan van deze order ernstige gevolgen heeft voor de Nederlandse
industrie en daarmee voor de werkgelegenheid?

Antwoord
In het krantenartikel wordt ten onrechte de indruk gewekt dat de plaatsing van een order bij DAF niet doorgaat. Er is echter geen sprake geweest van de voorgenomen plaatsing van een order bij DAF; DAF was een gegadigde voor de order. Het spreekt vanzelf dat de selectie van de leverancier gevolgen kan hebben voor de industrie en de werkgelegenheid in Nederland. Wat de gevolgen uiteindelijk zijn, hangt echter niet alleen af van de nationa-li-teit van de leverancier maar ook van de bereidheid van een buitenlandse leverancier om - op basis van vrijwilligheid - Nederlandse bedrijven bij de uitvoering van de opdracht in te schakelen. Naar ik heb vernomen heeft een aantal buitenlandse gegadigden inderdaad het voornemen Nederlandse partners in te schakelen.

Vraag 11
Zo ja, ziet u nog kans om alsnog met de DAF tot overeenstemming te komen over de verwerving van de
1450 zware vrachtwagens? 1 Algemeen Dagblad, 18 januari jl.

Antwoord
Neen. Het project wordt Europees aanbesteed en de sluitingsdatum voor de indiening van offertes was 10 december 1999. Kort daarvoor heeft DAF zélf besloten geen offerte uit te brengen.

Vragen van het lid Van t Riet (D66) aan de ministers van Defensie en Economische Zaken over de aanschaf van 1450 zware vrachtwagens door Defensie.(Ingezonden 20 januari 2000)

Vraag 1
Hoe zijn de verschillende verantwoordelijkheden verdeeld tussen de ministeries van Defensie en
Economische Zaken bij het verwervingsbeleid van materieel?

Antwoord
Zie het antwoord op vraag 9 van de heer Van der Knaap over hetzelfde onderwerp.

Vraag 2
Hoe groot mag het percentage onderdelen zijn van niet-civiele aard om een project militair van aard te noemen?

Antwoord
Bij de beoordeling of een project militair van aard is, is het percentage on-der-delen van niet-civiele aard op zichzelf niet van belang. Zoals blijkt uit het antwoord op vraag 4 van het lid Van der Knaap, is besloten het project wissellaadsystemen Europees aan te besteden omdat het niet aan alle voorwaarden voldoet die een beroep op artikel 296 zou rechtvaardigen.

Vraag 3
Waaruit bestaat het verschil van inzicht tussen Defensie en Economische Zaken over regels die
gelden voor het al dan niet Europees aanbesteden van militaire opdrachten?

Antwoord
Zie het antwoord op de vragen 5 - 8 van de heer Van der Knaap over hetzelfde onderwerp.

Vraag 4
Heeft de staatssecretaris van Defensie contact met DAF opgenomen om te bezien of in de toekomst wel militair werk bij DAF ondergebracht kan worden?

Toelichting Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid
Van der Knaap, ingezonden 20 januari jl.

Antwoord
Neen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie