Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Wellink (DNB) bij verkiezing Manager v/h Jaar

Datum nieuwsfeit: 17-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

De Nederlandsche Bank NV
Afdeling Externe betrekkingen en voorlichting

Ondernemen in Nederland

Toespraak van Dr. A.H.E.M. Wellink, president van de Nederlandsche Bank, ter gelegenheid van de verkiezing van de `Manager van het Jaar 1999' georganiseerd door business magazine `Management Team' dd 17 februari 2000

1. De omgeving waarin ondernemers anno 2000 opereren is sterk aan het veranderen. Mondialisering, de liberalisering van markten en de technologische ontwikkeling doen hun invloed gelden in alle sectoren van het bedrijfsleven. Daarmee raakt Nederland, dat altijd al een open economie is geweest, nog meer geïntegreerd in de wereldeconomie. Dat is zichtbaar in de vele fusies en overnames en de hoge investeringen van Nederlandse bedrijven in het buitenland en van buitenlandse bedrijven in ons land. De marktvergroting ten gevolge van de invoering van de euro geeft aan dit proces een extra impuls. Deze veranderende omgeving stelt hoge én nieuwe eisen aan het ondernemersschap, met creativiteit en innovatie als belangrijke ingrediënten. Daarbij brengt vooral de snelle opmars van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) grote veranderingen teweeg. Op deze aspecten van het ondernemer-zijn, vooral in het midden- en kleinbedrijf, wil ik in het volgende ingaan.

2. Het midden- en kleinbedrijf is een belangrijke banenmotor voor de Nederlandse economie. Meer dan de helft van het aantal werkenden bij bedrijven werkt bij het mkb en ook van de productie komt meer dan de helft hier vandaan. Het Economisch Instituut voor het Midden en Kleinbedrijf heeft recent een prognose het licht doen zien waaruit blijkt dat in het mkb de werkgelegenheid (in arbeidsjaren) dit jaar en volgend jaar met 2¼% zal toenemen, bijna één procentpunt hoger dan bij het totaal van bedrijven in Nederland (1½%). Dit jaar en volgend jaar komen er in het mkb 50.000 banen bij, wat geen geringe prestatie is. Het is daarom zonneklaar dat kleine en middelgrote bedrijven belangrijk zijn voor de welvaart en werkgelegenheid in ons land.

3. De laatste jaren worden er in Nederland elk jaar zo'n 40.000 nieuwe ondernemingen opgericht, met als grootste aandeel de dienstensector. Dat is uiteraard een heugelijk feit maar minder bekend is dat bijna de helft van de nieuwe ondernemingen binnen 5 jaar weer is verdwenen. Ook de zes eindkandidaten van vandaag opereren in het midden- en kleinbedrijf. Ik ga er daarbij uiteraard vanuit dat van u niemand over 5 jaar verdwenen is. Naar mij is verteld worden de kandidaten voor deze prijs zodanig goed geselecteerd dat àlle prijswinnaars van de afgelopen jaren nog steeds bestaan. Proficiat. Deze prijsuitreiking is dus geen `kiss of death' zoals bij sommige prijzen, maar `the kiss of life'. Tot mijn aangename verrassing trof ik onder de eindkandidaten ook een naamgenoot Wellink aan. Wij kennen elkaar niet, maar wij hebben in elk geval twee dingen gemeen: onze streek van herkomst en wij zitten beiden in de "bulk", u in de opleggers en ik in de bankbiljetten.

4. Een belangrijke oorzaak van het ontstaan van nieuwe bedrijven is dat grote bedrijven zich in toenemende mate terugtrekken op hun kernactiviteiten en nieuwe bedrijven spelen hierop in. Nieuwe en snel expanderende ondernemingen zijn een bron van vernieuwing en flexibiliteit en zijn belangrijk voor het ontwikkelen en uitvoeren van nieuwe ideeën. In de kennisintensieve economie van nu worden kleinere, innoverende ondernemingen dan ook steeds belangrijker. Uit recent onderzoek blijkt dat kleine en middelgrote bedrijven relatief meer geld aan innovatieve activiteiten besteden dan grote bedrijven. Binnen deze groep van kleine en middelgrote bedrijven groeien innoverende bedrijven sneller dan de niet-innoverende. Ook blijkt dat bij bedrijven die innovaties toepassen de stijging van de omzet jaarlijks 2 %-punten hoger ligt dan bij vergelijkbare bedrijven die niet innoveren. Bovendien is er in de dienstensector volop beweging. De laatste jaren nemen de uitgaven voor R&D hier sterker toe dan in de industrie en het leeuwendeel van de hogere R&D-uitgaven van ondernemingen komt op het conto van de dienstensector, met een verdrievoudiging in de laatste 2 jaar.

5. Alle sectoren van het bedrijfsleven worden steeds meer beïnvloed door ICT en het Internet legt een volledig nieuwe infrastructuur over de hele wereld. Wij kunnen nu al via Internet nagaan in welk land een bepaalde auto het goedkoopst is en het zal niet lang meer duren of wij kopen die via een online autohandelaar en regelen en passant de financiering en verzekering. Bankieren via Internet komt geleidelijk meer in zwang, getuige ook het recente optreden van de Bank of Scotland in Nederland.

6. Vanuit de Nederlandsche Bank voeren wij via onze Agentschappen regelmatig gesprekken met bedrijven in het land. Recent hebben wij in het bijzonder naar de toepassingen van ICT geïnformeerd en het blijkt dat deze de bedrijfsprocessen diepgaand beïnvloeden. Communicatie tussen bedrijven en hun klanten en leveranciers is veel efficiënter geworden. Door automatisering van voorraadbeheer en `just in time' levering zijn minder voorraden nodig en worden de levertijden korter. ICT maakt het mogelijk de logistieke processen en de routing in bedrijven efficiënter te maken. Ook is het mogelijk de gegevens van een klant te `down loaden' waardoor er minder mensen nodig zijn om een offerte uit te brengen. In een groot bouwbedrijf kunnen tekeningen en gegevens via e-mail naar de bouwplaats in het buitenland worden overgestuurd, waardoor er op elk moment van beide kanten duidelijkheid is over aanpassingen tijdens het bouwproces. Zo kunnen kostbare fouten worden vermeden en worden de kosten lager. Onze gesprekspartners zien in Internet grote mogelijkheden als instrument voor marketing en men voorziet hier grote productiviteitswinsten. In de gesprekken komt ook duidelijk naar voren dat ICT zich heeft ontwikkeld van een hulpmiddel bij de administratie en productie naar een doorslaggevende factor in de concurrentiepositie. Een bank vermeldt dat zij in de kredietverlening aan een bedrijf laat meewegen of het bedrijf een goed niveau van automatisering heeft en in dat opzicht de concurrentie aan kan, als onderdeel van het marktrisico. Enkele uitspraken van ondernemers: "vroeger behoorde ICT tot de backoffice, maar nu tot de front office." En: "vroeger was ICT volgend, nu is het leidend en maakt het onderdeel uit van het business concept."

7. De invloed van ICT is volgens sommigen zo groot dat men in de Verenigde Staten maar ook in Europa spreekt van een `nieuwe economie': een samengaan van hoge economische groei en lage inflatie. De Verenigde Staten beleeft nu voor het negende jaar een economische opgang en dat is een naoorlogs record. De arbeidsproductiviteit steeg in 1998 met 2,8% en in de eerste negen maanden van vorig jaar met 3%, en dit is hoog in deze fase van de conjunctuur. Bijzonder is ook dat dit gepaard gaat met een dalende werkloosheid, terwijl de inflatie niet hoger wordt. Deze nieuwe economie komt volgens een aantal waarnemers tot stand door toepassing van ICT waardoor informatie zich sneller verspreidt en markten transparanter worden. Ook is er meer efficiency in de bedrijfsvoering, lagere voorraden en een meer effectief inspelen op de vraag. De inflatie wordt in toom gehouden omdat in de ICT-maatschappij meer producten tegen zeer lage extra kosten zijn te produceren: het kost bijna niets om een extra cd-rom met een software programma te produceren. Een hoger groeipad zonder inflatie wordt mogelijk, aldus de `nieuwe economie'. Men spreekt zelfs van een revolutie bij zowel groei als inflatie.

8. Degenen die niet zo overtuigd zijn van de `nieuwe economie' brengen naar voren dat de combinatie van toenemende welvaart en lage inflatie in de Verenigde Staten zeer wel is toe te schrijven aan een gelukkige samenloop van diverse factoren die op zich zelf niets met ICT hebben te maken, zoals toenemende globalisering en fusies, de gematigde looneisen en de hoge dollarkoers.

9. Het is moeilijk de inwerking van ICT op zijn waarde te schatten. Persoonlijk denk ik dat het samengaan van hoge economische groei en lage inflatie in de Verenigde Staten voor een belangrijk deel op het conto van ICT is te schrijven. Daardoor is het productieproces efficiënter geworden en is arbeid effectiever ingezet en dit betekent kostenbesparing. Omdat de Amerikaanse arbeidsmarkt flexibel werkt, wordt voorheen onbenut arbeidspotentieel nu tewerkgesteld, waardoor men het hoge groeitempo van de economie vol heeft kunnen houden. Meer algemeen is de werking van de arbeidsmarkt cruciaal. Ik verwacht dat toepassing van ICT zal leiden tot een sterke kostenverlaging bij de administratie en bij het proces van het verkrijgen en verwerken van informatie. Op dit terrein zal het aantal arbeidsplaatsen verminderen, maar naar andere categorieën arbeid, zoals automatisering zal meer vraag komen. Om vraag- en aanbodoverschotten op te kunnen vangen is een flexibel werkende arbeidsmarkt nodig, met een beroepsbevolking die zodanig is geschoold dat soepel kan worden ingespeeld op veranderingen.

10. Hoe staat het met ICT in Nederland? Ons land heeft in vergelijking met de andere geïndustrialiseerde landen een middenpositie op de `information society index', een indicator die aangeeft in hoeverre een land is toegerust om de mogelijkheden van ICT te benutten. De penetratiegraad van computers is in elk geval relatief hoog. Indien zich ook in ons land de `nieuwe economie' aan het ontwikkelen is, zou dat zichtbaar moeten zijn in de ontwikkeling van de productie en vooral in de arbeidsproductiviteit. Vorig jaar was het vierde jaar op een rij dat het bbp met meer dan 3% toenam. Maar het kernpunt is, zo komt het mij voor, of toepassing van ICT de stijging van de arbeidsproductiviteit duurzaam heeft verhoogd. Dit is helaas moeilijk te meten, want ICT verbetert mede de kwaliteit van de producten en diensten en de statistieken kunnen dit nog niet goed meenemen. We kunnen dan ook nog geen goed antwoord geven op de vraag of ICT in ons land de groei van de arbeidsproductiviteit duurzaam op een hoger niveau heeft gebracht.

11. Daarom moeten we het voorlopig doen met micro-informatie vanuit het veld, zoals wij die vernemen uit de bezoeken van onze Agentschappen bij bedrijven. Zo vernamen wij bij een bouwbedrijf dat door de algehele toepassing van ICT de arbeidsproductiviteit in de laatste vijf jaar met maar liefst een derde is gestegen en dat is fors. Niet alle bedrijven konden exacte cijfers noemen maar de conclusie is steeds wel dat ICT de arbeidsproductiviteit verhoogt. In een aantal bedrijven gelooft men sterk in de `nieuwe economie', andere zijn op dit punt meer terughoudend en houden het op een technische doorbraak. Algemeen is er wel de indruk dat ICT de concurrentie scherper heeft gemaakt. In diverse gesprekken hoorden wij de uitspraak: `de concurrent is één muisklik bij je vandaan', een statement dat geen verder commentaar behoeft.

12. Alles bij elkaar lijkt het mij nog te vroeg om te kunnen concluderen dat zich in de wereld een economische wonder voltrekt, al is er wel wat bijzonders aan de hand, zeker in de Verenigde Staten. Maar ook in dat land zijn er grenzen die niet overschreden kunnen worden, al zijn die niet precies te bepalen. Zo kan het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans niet al maar blijven toenemen en op een gegeven moment zullen zich knelpunten op de arbeidsmarkt voordoen die tot hogere lonen en inflatie leiden, daardoor de winsten uithollen en de marktsector verzwakken.

13. Laten we echter de `nieuwe economie' met een `open mind' benaderen. Het verleden leert immers dat technologische doorbraken voor de tijdgenoten niet in hun volledige reikwijdte en mogelijkheden werden doorzien; denk aan de stoommachine, de elektriciteit en de telefoon. Als men echt het volle profijt wil trekken van de mogelijkheden die ICT biedt, dan zal de economie voldoende dynamisch en flexibel moeten zijn. Binnen het bedrijf gaat het dan om flexibiliteit en vindingrijkheid, van de werkvloer tot in de directiekamer. Op nationaal niveau betekent een dynamische economie onder andere een flexibele economie, een goede marktwerking en voldoende incentives.

14. Dat brengt mij terug bij de positie van de Nederlandse economie. Ons land presteert wat betreft de groei van bbp en werkgelegenheid en de daling van de werkloosheid beter dan andere vergelijkbare landen. Wel staan er nog veel mensen buiten het arbeidsproces, vooral ouderen, allochtonen en laagopgeleiden, mede omdat in ons stelsel van sociale zekerheid en belastingen, de `incentives' om te gaan of te blijven werken, niet zo sterk zijn. Verder neemt het aantal ondernemingen in Nederland sterk toe, maar het aantal snelle groeiers is internationaal gezien laag. En de administratieve procedures voor het opzetten van een bedrijf zijn nog lang. Gelukkig is er de laatste jaren een kentering gekomen, want volgens een recente, wereldwijde studie is in ons land het klimaat op het gebied van ondernemerschap, sociale zekerheid en belastingen, aanmerkelijk meer stimulerend geworden, waardoor Nederland op de concurrentieladder naar de bovenste regionen is opgeklommen.

15. Dat neemt niet weg dat er nog genoeg op de agenda staat. Van de overheid wordt gevraagd bij te dragen aan een flexibel werkende economie en door een stabiel en betrouwbaar economisch beleid voor een omgeving te zorgen waarin het particuliere bedrijfsleven kan gedijen. Van ondernemers mag worden gevraagd in te spelen op de - eigenlijk van dag tot dag - veranderende omgeving door hun creativiteit en innovatie in te brengen.

Ik heb daarbij het volste vertrouwen dat deze verkiezing van de `Manager van het Jaar 1999' hieraan haar bijdrage heeft geleverd.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie