Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Standpunt NPCF inzake rapporten De Vries, Weijers en MDW

Datum nieuwsfeit: 17-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Stichting Patiëntenbeweging & Informatietechnologie Nederland

Bericht van de NPCF
17-02-2000

Zinnig Zuinig en Zorgvuldig
Standpunt NPCF inzake de rapporten De Vries, Weijers en MDW

Inleiding

Recent zijn drie rapporten verschenen over het geneesmiddelenbeleid. De adviezen hebben veel stof doen opwaaien. De reacties zijn zeer divers, van positief tot negatief.
De Commissie De Vries heeft in opdracht van minister Borst van VWS advies uitgebracht over het korte- en langetermijnbeleid inzake geneesmiddelen. De Commissie heeft de opdracht ruim opgevat en concludeert in de aanbevelingen dat het advies gevolgen kan hebben voor het gehele stelsel.
Het rapport Weijers is opgesteld door de Boston Consulting Group in opdracht van Zorgverzekeraars Nederland. Met als onderzoeksopdracht de rol van de zorgverzekeraars met betrekking tot het toekomstig geneesmiddelenbeleid te onderzoeken. En de vraag welke rol kunnen zorgverzekeraars spelen in het inkoopproces en onder welke voorwaarden.
De MDW-werkgroep, een ambtenarenwerkgroep van de ministeries van VWS, EZ en Financiën, heeft onderzocht welke opties zorgverzekeraars hebben om gestalte te geven aan de inkoop van geneesmiddelen; randvoorwaarden formuleren voor toetreding van nieuwe apotheken en inventariseren van belemmeringen in wet- en regelgeving en oplossingsrichtingen om deze belemmeringen weg te nemen.
In grote lijnen komen de rapporten overeen; geef zorgverzekeraars de regie over de inkoop van geneesmiddelen, invoering van gereguleerde marktwerking, meer marktinvloed en minder overheidsinvloed.

Vooral in de uitwerking hebben de adviezen veel consequenties voor patiënten. Ze leiden vooral tot gedifferentieerde polissen en premies, pakketverkleining en meer eigen risico's en - bijdragen. Voor incidentele patiënten zullen de keuzemogelijkheden toenemen tegen aantrekkelijke polisvoorwaarden en lage premies. Voor chronische patiënten en ouderen zullen de keuzemogelijkheden sterk worden beperkt met aangescherpte polisvoorwaarden, hogere premies en meer eigen bijdragen.

De rapporten geven 'onafhankelijk' van elkaar aan dat de aanbevelingen consequenties kunnen hebben voor het hele stelsel. Hier komen wij tot de kern van onze kritiek.

De adviezen gaan meer over het stelsel en minder over het weerbarstige geneesmiddelendossier.

In onze reactie zullen we eerst ingaan op het principiële aspect dat een deel van het Ziekenfonds wordt afgeschaft. Met alle gevolgen voor de rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid van patiënten. We noemen het vraagstuk van besteding van publieke en private middelen. Marktwerking en de gevolgen daarvan voor met name chronische patiënten en ouderen. Uiteindelijk kunnen de adviezen de kwaliteit van de zorg aantasten en de betaalbaarheid en toegankelijkheid van medicijnen in gevaar brengen.

De NPCF is van de mening dat de adviezen niet leiden tot kostenbesparing, maar vooral zullen leiden tot kostenverschuiving van de publieke middelen naar de individuele burger. Overbodig op te merken is dat de NPCF voorstander is van zinnig en zuinig medicijngebruik. De NPCF heeft daar in het verleden aan meegewerkt en wil dat ook in de toekomst doen. Wel wil de federatie de begrippen zinnig en zuinig uitbreiden met 'zorg-vuldig' bij het voorschrijven, afleveren en vooral het gebruiken van medicijnen.

1. Principieel bezwaar

In essentie komen de voorstellen neer op het afschaffen van een deel van het Ziekenfonds door overheveling van het totale geneesmiddelenpakket naar de zorgverzekeraars, wat uitmondt in een smal basispakket met een middel per kwaal. De overige middelen zijn voor rekening van de individuele patiënt. Naar verwachting zullen verzekeraars met aanvullende geneesmiddelenpakketten op de markt komen. Vooral chronische patiënten en ouderen zijn in een dergelijk systeem aangewezen op een smal basispakket. Voor deze mensen zijn de keuzemogelijkheden dan beperkt. Veel medicijnen worden financieel onbereikbaar omdat ze te duur zijn voor chronische patiënten. Dat geldt ook voor de premies voor de aanvullende verzekeringspakketten. De voorstellen markeren daarmee het begin van het einde van de Ziekenfondsverzekering. De betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van zorg zijn dan een probleem voor grote groepen in de samenleving, met name voor chronische patiënten en ouderen. De adviseurs hebben zich op geen enkele wijze afgevraagd wat het doel, nut en noodzaak is van de gezondheidszorg. Waarom, wanneer en wie medicijnen, middelen tot genezing gebruikt. Het is niet verwonderlijk dat na het verschijnen van de adviezen de stelseldiscussie weer in volle hevigheid is hervat. Deze adviezen wekken de indruk dat het geneesmiddelendossier een middel is geworden om het stelsel te wijzigen.

De NPCF is van mening dat stelselwijzigingen beter kunnen worden aangebracht na de stelseldiscussie. Ter voorkoming van adhoc beleid en verbrokkeling van het gezondheidszorgbeleid. Geneesmiddelenbeleid vormt daarvan een integraal onderdeel.

2. Collectieve lasten versus collectieve lusten

Het vraagstuk van de collectieve lasten komt impliciet in de adviezen aan de orde. Uitgaven in het kader van de AWBZ en ZFW worden tot de collectieve lasten gerekend. In het kader van de EMU en de invoering van de EURO heeft het kabinet zich verplicht de collectieve uitgaven te beperken. Elke verschuiving van de collectieve sector naar de private markt wordt dan als besparing ingeboekt. In de praktijk is er geen sprake van besparing en is het slechts een boekhoudkundige financiële verschuiving van de publieke sector naar de private sector. Vaak gaat dat gepaard met een prijsexplosie in de private markt. In Nederland hebben we dat o.a. gezien bij de overheveling van de tandheelkundige zorg uit het Ziekenfonds naar de particuliere markt. In het Ziekenfonds gaven we ruim 400 miljoen uit, in de private markt zijn de uitgaven in twee jaar bijna verdubbeld tot ruim 700 miljoen. De besparing van de overheid kost de burger bijna twee keer zoveel. Een belangrijk effect van deze operatie is dat de koopkracht van de individuele patiënt de toegankelijkheid en kwaliteit bepaalt van tandheelkundige zorg. Voor de een betekent dit een overvloed aan zorg, voor de ander het ontbreken van zorg.
Wanneer deze operatie ook voor medicijnen wordt uitgevoerd, zullen de gevolgen desastreus uitpakken voor degenen die de zorg het hardste nodig hebben, chronisch zieken en ouderen. De uitgaven exploderen en de toegankelijkheid zal afnemen.
De samenstellers van het rapport De Vries verwerken veel gegevens niet in de analyse en aanbevelingen, omdat ze het advies ondermijnen. Uit de bijlagen blijkt o.a. dat de totale uitgaven voor medicijnen Nederland in vergelijking met het buitenland gemiddeld zijn:

- De uitgaven zijn als percentage van de totale zorguitgaven zelfs laag,
- het volume is relatief beperkt van omvang, - het prijsniveau is gemiddeld,
- het Nederlandse beleid heeft redelijk effectief gewerkt, - de distributiekosten zijn de laagste van Europa.

Enigszins venijnig wordt in bijlage 3 (p37 302) opgemerkt dat in vergelijking met niet-Europese landen, in het bijzonder Amerika, de publieke uitgaven relatief hoog zijn. Dit is niet verwonderlijk. De publieke uitgaven zijn in Amerika extreem laag. De 'prijs' die men daarvoor betaalt is dat de totale uitgaven voor gezondheidszorg in Amerika bijna twee keer zo hoog zijn, nl. 15% van het BBP tegen Nederland met 9%. Terzijde moet hierbij nog worden opgemerkt dat 40 miljoen Amerikanen niet en 80 miljoen slecht zijn verzekerd tegen ziektekosten. Daarmee is de toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg voor 120 miljoen mensen een groot probleem. Tot op heden is in Nederland praktisch 100% van de bevolking tegen ziektekosten verzekerd. Zowel in kosten, kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid is de situatie in Nederland onvergelijkbaar beter. De collectieve lasten veroorzaken gelukkig ook collectieve lusten. In Nederland is acute zorg in het algemeen voor patiënten beschikbaar. De zorg is van goede kwaliteit en betaalbaar. Er werken in de gezondheidszorg meer dan 700.000 mensen. Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. In het algemeen waarderen Nederlanders de gezondheidszorg positief en is men bereid meer premie te betalen om de solidariteit in de zorg in stand te houden. Ook het buitenland beoordeelt de Nederlandse farmacie positief, vooral wat betreft de verhouding tussen prijs, kwaliteit en toegankelijkheid van zorg.

Kortom de 70 miljard aan collectieve lasten leidt minimaal tot 70 miljard aan collectieve lusten. Tot op heden is Nederland een beschaafd en solidair land dat goed zorgt voor de burgers die de zorg het hardste nodig hebben. Niet de koopkracht van de individuele patiënt moet bepalend zijn voor toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van zorg, maar de behoefte aan zorg. Patiëntgerichte zorg dient niet ingeruild te worden voor geldgestuurde zorg. Ook in kwalitatief opzicht is dat een slechte ontwikkeling. Teveel zorg is nog gevaarlijker dan te weinig zorg. Uit recent Amerikaans onderzoek blijkt dat bijna 100.000 Amerikanen jaarlijks overlijden als gevolg van verkeerde zorg.

Dit is overigens geen pleidooi om collectieve middelen over de balk te gooien. Het is wel een pleidooi voor zinnig en zuinig gebruik van middelen voor een kwalitatief en kwantitatief goede, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg voor iedereen.

De NPCF wil zinnig en zuinig uitbreiden met het begrip zorg-vuldig. Zorg met betrekking tot de artsenzorg, bij het voorschrijven en farmaceutische zorg bij het afleveren van medicijnen. Maar vooral ook zorg rond het verbeteren van zorgvuldig medicijngebruik door patienten.

3. Analyse

De analyses van de adviezen zijn vooral gericht op de aanbevelingen; het invoeren van gereguleerde marktwerking. Hieraan ligt de aanname ten grondslag dat marktwerking tot kostenbesparing leidt. Velen betwijfelen deze stelling, anderen beweren zelfs dat marktwerking tot kostenstijging leidt; meer markt leidt tot meer aanbieders en meer omzet. De rapporten wekken de indruk dat invoering van marktwerking het doel is geworden in plaats van een middel tot.

De NPCF is van mening dat invoering van gereguleerde marktwerking in de farmacie niet leidt tot zinnig, zuinig en zorgvuldig geneesmiddelenbeleid.

In de analyses ontbreekt echter een belangrijke marktpartij, de patiënt. De betaler komt er nog redelijk van af, de verzekerde krijgt in het rapport regelmatig aandacht. De patiënt komt in de adviezen slechts incidenteel en dan vooral negatief ter sprake.

De NPCF vindt het een grote tekortkoming dat de positie en rol van de patiënt onvoldoende zijn geanalyseerd.

Dit leidt tot de verkeerde diagnose en behandeling. Een helder recept is dan een gevaarlijk recept. De patiënt loopt in de gezondheidszorg het grootste gevaar wanneer de diagnose niet klopt. Elke behandeling is dan verkeerd, soms gevaarlijk en in ieder geval niet zinnig, zuinig en zorgvuldig.

3.1. Incidentele en chronische patiënten

Een marktgeorganiseerd stelsel kan alleen goed werken als er voldoende machtsevenwicht bestaat tussen de verschillende marktpartijen. Vandaar dat er een krachtige 'marktmaker' wordt voorgesteld om als scheidsrechter op te treden.

Als de adviezen onverhoopt worden ingevoerd, stelt de NPCF voor naast deze marktmaker ook een toezichthoudend orgaan op te richten dat zich vooral richt op het garanderen van de kwaliteit, toegankelijkheid, en betaalbaarheid van zorg, een 'gezonde zorgbewaker'.

In de gezondheidszorg is de markt primair verdeeld in zorgaanbieders en zorgvragers. Reeds hier doet zich een marktprobleem voor, vooral bij acute zorg. Hier moet ge- en behandeld worden. Er is geen tijd en aandacht voor onderhandelingen over prijs en prestatie.

Een ander punt is verder het onderscheid tussen care en cure. De care is in de AWBZ opgenomen, omdat dit zorg betreft die niet particulier verzekerbaar is. In de gezondheidsmarkt is het essentieel te onderscheiden of er sprake is van de incidentele patiënt, die af en toe zorg gebruikt, of van de chronische, patiënt die regelmatig zorg nodig heeft. De incidentele patiënt is voor de verzekeraar een aantrekkelijke klant, met een laag risicoprofiel en hoog premieprofiel. Deze consument is goed verzekerbaar en kan kiezen uit veel polissen met uitgebreide of beperkte dekking, met veel of weinig eigen risico. De verzekeraars zullen de marketing vooral richten op werving van deze aantrekkelijke klanten.
Voor zorgaanbieders zijn deze klanten echter weinig interessant, omdat zij incidenteel zorg nodig hebben.

Volgens schattingen bestaat de Nederlandse gezondheidsmarkt voor 80% uit burgers die incidenteel patiënt zijn en 20% van de zorg gebruiken. En voor 20% uit burgers die chronische patiënt zijn en voor 80% zorg gebruiken. Voor de verzekeraars zijn dit de niet- gewenste klanten, zij worden ook wel de slechte risico's genoemd. De marketing is er dan vooral op gericht deze 'klanten' te weren.

Joseph Stiglitz chef-econoom van de Wereldbank zegt in de Volkskrant van 8 juni 1999;

"Het falen van de markt is karakteristiek voor de gezondheidszorg. De kosten van marktwerking in de gezondheidszorg worden volstrekt onderschat. Commerciële verzekeraars geven het geld vooral uit aan het aantrekken van goede klanten en het uitsluiten van slechte risico's. Marketing en controle kosten veel geld. Toch loont het voor de verzekeraars veel meer om mensen met een groot gezondheidsrisico te identificeren dan om de efficiëntie van de zorg te verbeteren. De 'slechte risico's' schuiven ze door aan de concurrent. Dit 'hete aardappelprobleem' is schadelijk voor de samenleving als geheel, want de mensen verdwijnen niet."

Uit onderzoek van de Consumentenbond is gebleken dat het in de huidige situatie voor 40 jarigen al moeilijk is om van verzekeraar te veranderen. Keuzemogelijkheden nemen na het veertigste levensjaar sterk af, acceptatie en aanspraken worden minder en de premies duurder.

Marktwerking in de gezondheidszorg zal leiden tot veel keuzemogelijkheden voor de incidentele patiënten en weinig keuzemogelijkheden voor de chronische patiënten. Voor de chronische patiënten wordt de zorg duurder en minder toegankelijk. Verzekeraars zullen en kunnen niet in staat zijn om betaalbare aanvullende pakketten aan te bieden voor chronische patiënten en ouderen. Verzekeraars moeten premies vaststellen op basis van individuele risicoprofielen en te verwachten schadelasten. Daarom betalen o.a. jongeren lagere premies dan ouderen en kent men uitsluitingen voor bepaalde aandoeningen. Uiteindelijk leidt dit tot onverzekerbaarheid van bepaalde mensen. In Nederland hebben we dat deels opgelost door een solidariteitsstelsel middels de AWBZ, het Ziekenfonds en in de particuliere verzekering door invoering van de Standaard Pakket Polis. Invoering van marktwerking leidt tot afnemende solidariteit en ingrijpende gevolgen voor chronische patiënten en ouderen.

Alleen om deze reden zijn de adviezen niet uitvoerbaar, niet realistisch en niet acceptabel.

Opvallend is eveneens dat in de rapporten vooral sprake is van verzekerden. Soms worden zij opeens gezien als patiënten. De patiënt wordt dan vooral beschreven in negatieve termen, als degene met geringe verantwoordelijkheid, weinig kostenbewustzijn en verantwoordelijk voor de toename in het volume. Daarbij gebruiken zij de medicijnen vaak ook nog verkeerd (compliance) en hebben zij een hekel aan eigen bijdragen. De oplossing is simpel; door de tucht van de markt, invoering van eigen bijdragen en voorlichting moet de patiënt weer in het gareel gebracht worden.

Wellicht zijn de adviseurs onvoldoende geïnformeerd over de vele nieuwe initiatieven die vanuit de chronische patiëntenorganisaties zijn en worden genomen om te komen tot verbetering van de kwaliteit en doelmatigheid van zorg. Bekende voorbeelden hiervan zijn o.a. de 'Methode 3 gesprek' waar in overleg tussen de wetenschappelijke beroepsverenigingen en chronische patiëntenorganisaties protocollen worden ontwikkeld en toegepast. Ook aan het FTTO rapport 'Klaar voor de start' hebben patiënten van harte en met veel inzet meegewerkt. Een ander bekend voorbeeld is o.a. de toepassing van interferon bij MS patiënten die tot een zinnig en zuinig gebruik hebben geleid. Het doel hierbij is eerder gelegen in het verminderen dan in het vermeerderen van medicijntherapie.

Vooral chronische patiënten zijn zich bewust van het feit dat medicijnen ook vaak ongewenste bijwerkingen hebben. Vandaar dat zij de keuze moeten hebben uit een breed pakket, niet om alles te consumeren, maar om een goede balans te vinden tussen hoofdwerking en bijwerkingen. Juist voor de kwaliteit en doelmatigheid van zorg is het van groot belang de beschikking te hebben over een ruim assortiment medicijnen.

Hierdoor kunnen mensen beter en langer participeren in het arbeidsproces, zelfstandig blijven wonen en kan het de instroom in de WAO beperken. Bovendien draagt het bij aan de kwaliteit van leven. Uit de compliance is al duidelijk dat weinig patiënten voor hun 'plezier' medicijnen gebruiken. Men heeft daar in principe een gezonde weerstand tegen.

De NPCF ziet hier veel mogelijkheden voor verbetering van de kwaliteit en doelmatigheid van farmaceutische zorgverlening. Dit kan nog versterkt worden door de samenwerking tussen zorgverzekeraars, artsen, apothekers en patiënten te intensiveren. Dat leidt tot zinnig, zuinig en zorg-vuldig gebruik van medicijnen. De NPCF wijst, mede daarom, de aanbeveling van de MDW-werkgroep om 1 apotheker in meerdere apotheken te laten werken af.

4. Medicijnprijzen

Uit de rapporten blijkt dat in Nederland de totale uitgaven voor de geneesmiddelvoorziening relatief gematigd zijn, zeker in vergelijking met het buitenland. Dat komt voor een deel door de invoering van de WGP (Wet Geneesmiddelenprijzen). Men pleit daarom voor handhaving van de WGP.

Het prijsniveau van nieuwe medicijnen is in alle Westerse landen een groot probleem. In marktgeorganiseerde zorgsstelsels (Amerika, Zwitserland) zijn de prijzen vaak nog hoger. De uitgaven in de farmacie worden vooral veroorzaakt door de materiaalkosten (bijna 70%) en niet door de distributiekosten (ruim 30%). De distributie (apotheek en groothandel) is de laatste jaren goedkoper geworden. Het Nederlandse distributiesysteem is het goedkoopste van Europa. Het is daarom frappant hoeveel aanbevelingen er worden gedaan om het distributiesysteem aan te passen.

De aanname dat de zorgverzekeraars de kosten door prijsonderhandelingen met de industrie omlaag kan brengen is gebaseerd op een illusie of grote naïviteit. Op dit moment zijn ze daar in ieder geval niet toe in staat, de kennis en ervaring ontbreekt. Het is de vraag of zij in de toekomst voldoende 'countervailing power' kunnen ontwikkelen tegen de mondiale research georiënteerde farmaceutische industrie (patentmiddelen). Het volume dat in Nederland wordt gebruikt is daarvoor te klein, minder dan 1% van de wereldmarkt. Een dergelijke methode werkt pas als 'countervailing power' op grote (Europese) schaal kan worden georganiseerd. De Europese markt bedraagt ruim 20% van de wereldmarkt. Tevens zal de industrie, als het lukt de prijzen te verlagen, besparen op kosten voor R&D. Daarmee zal de innovatie en de vooruitgang in de medische wetenschap stagneren. Prof Van Praag van de UvA (lid Commissie Dekker) zou uit het oogpunt van marktwerking de uitdunning van het pakket niet durven aanraden (Volkskrant 12 november 1999).

Een beperkt financieel voordeel is mogelijk te halen bij de fabrikanten van niet-merkgeneesmiddelen. Het prijsniveau van deze middelen is relatief hoog en wordt kunstmatig hoog gehouden. Fabrikanten 'kopen' bij apothekers marktaandeel en omzet door het verstrekken van hoge bonussen en kortingen. Wellicht dat een speciale Wet Generieke- Geneesmiddelen Prijzen ook in dit marktsegment met succes kan worden ingezet om tot acceptabele prijzen te komen.

Kortom prijsonderhandelingen tussen zorgverzekeraars en fabrikanten zullen financieel niet opbrengen wat men ervan verwacht. En heeft als bijwerking dat de innovatie van nieuwe geneesmiddelen wordt vertraagd.

5. Volume

In de analyse wordt de volumestijging als belangrijkste oorzaak van de kostenstijging gezien. De kosten worden echter veroorzaakt door prijs x volume. Van de 11.000 artikelen in de Nederlandse apotheek bepalen 10 artikelen ruim 25% van de totale kosten, ruim ¦ 1 miljard. Dit zijn nieuwe en dure middelen. Het duurste middel kost per patiënt per jaar tussen de half en één miljoen gulden. Hier is geen sprake van een volumeprobleem, maar van een prijsprobleem.

Uit verschillende vergelijkingen met het buitenland is gebleken dat de kostenontwikkeling in Nederland relatief meevalt omdat het volume laag is. De reden daarvoor is dat artsen weinig recepten uitschrijven en patiënten weinig medicijnen slikken.

De NPCF stelt voor om veel meer te investeren in deze positieve Nederlandse 'afwijking'. Zorgverzekeraars, artsen, apothekers en patiënten moeten samenwerken om onze voorsprong op het buitenland te behouden, dan wel te vergroten.

Hiermee wordt invulling gegeven aan de begrippen zinnig, zuinig en zorg-vuldig en kan een kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare geneesmiddelenvoorziening ook voor de toekomst in stand worden gehouden.

Vanzelfsprekend zal door vergrijzing het volume toenemen, maar de kosten zullen vooral toenemen door de invoering van nieuwe, en zeer dure, medicijnen tegen aandoeningen waarvoor tot op heden geen behandeling mogelijk is.

Het is in die zin onjuist de oorzaak van de kostenstijging eenzijdig neer te leggen bij de gebruikers. Het door de Belgen treffend geformuleerde remgeld werkt in andere landen niet. Het Nederlandse beleid is aantoonbaar kosteneffectiever. De NPCF is om veel redenen geen voorstander van eigen bijdragen. Patiënten reageren niet op prijsprikkels, maar op pijnprikkels. Het is onjuist de Nederlandse patiënt met eigen bijdragen te 'belonen' voor het lage medicijngebruik. Positieve prikkels werken veel effectiever dan negatieve prikkels. Tevens kan men daarmee voorkomen dat er enorme dure bureaucratische oplossingen voor de inning moeten worden ontwikkeld. Het innen van eigen bedragen is erg duur en vooral goed voor de werkgelegenheid van administratiekantoren. In de MDW aanbevelingen wordt een onderzoek voorgesteld naar de invoering van eigen bijdragen. De NPCF is wel voorstander van een onderzoek waarin wordt onderzocht waarom het volume in het buitenland een veelvoud is van het volume in Nederland, ondanks de vele eigenbijdrageregelingen in het buitenland.

6. Internationaal perspectief

De adviezen blijven onderbelicht met betrekking tot internationale en Europese wet- en regelgeving. In de Grondwet en internationale verdragen is vastgelegd dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft in het garanderen van een betaalbare en toegankelijke zorg van goede kwaliteit. Ook het Europsese perspectief blijft onderbelicht, welke implictaies heeft de Europese wetgeving voor het (toekomstig) geneesmiddelenbeleid.

De NPCF is van mening dat hier aanvullend onderzoek moet worden uitgevoerd.

Tot slot

De NPCF heeft in het voorgaande op positief kritische wijze kanttekeningen geplaatst bij de verschillende rapporten. Uit de reactie blijkt dat de NPCF wil meedenken en meewerken aan het ook in de toekomst garanderen van een kwalitatief goede en betaalbare en toegankelijke geneesmiddelenvoorziening. Wel wil de NPCF de begrippen zinnig en zuinig aanvullen met het begrip zorg-vuldig.

Invoering van gereguleerde marktwerking en afschaffing van een deel van het Ziekenfonds wijst de NPCF af.

Dit is het begin van het einde van het Ziekenfonds en de start van de stelselwijziging. Het is volgens de NPCF onjuist de farmacie als breekijzer te gebruiken om het Nederlandse stelsel open en af te breken.

De NPCF is voor een stelselwijziging, gebaseerd op een stelseldiscussie.

Dit voorkomt adhoc beleid en allerlei negatieve ervaringen uit het verleden zoals o.a. het experiment met marktwerking in de thuiszorg, de overheveling van de geneesmiddelen uit het Ziekenfonds naar de AWBZ en weer terug of het invoeren van eigen bijdragen. Het leidt tot slecht bestuur, onduidelijkheid en onrust in de samenleving, zeer hoge bureaucratische administratiekosten en frustratie bij overheid, politiek, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en zorgvragers.

De NPCF stelt daarom voor eerst de stelseldiscussie te voeren. Op basis van de uitkomsten de structuur en financiering van de gezondheidszorg te hervormen en daarin ook de
geneesmiddelenvoorziening op te nemen.

Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie