Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng CDA in overleg over Vogelrichtlijn

Datum nieuwsfeit: 17-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Vogelrichtlijn (170200)

Den Haag, 17 februari 2000

M.d.V.,

Mijn inbreng zal kort zijn maar helder en expliciet. Mijn fractie kan niet instemmen met de wijze waarop dit kabinet invulling geeft aan de EU-Vogelrichtlijn. Nadat men eerste jarenlang had stilgezeten, was een veroordeling van de Europese rechter van ons land nodig om het ministerie in beweging te krijgen. Dit heeft geleid tot paniekbeleid waarbij elke poging om maatschappelijk draagvlak te creëren achterwege bleef. Het beleid veroorzaakt zelfs massieve tegenstand, iets, dat de CDA-fractie in hoge mate betreurt.
De staatssecretaris is bekend met de hoge mate van onzekerheid die er momenteel heerst bij alle betrokkenen inzake de aanwijzing van de speciale bescherming zones (SBZs). Er heerst alom vrees ten aanzien van voortzetting van de huidige bedrijfsvoering. Er leeft grote bezorgdheid over de schaduwwerking (externe werking). Er bestaat de grootste twijfel over de mogelijkheid van compensatie voor projecten die in het algemeen belang toch doorgang moeten vinden, zowel nationaal als regionaal. Dat onbestemde gevoel van waar gaan we naar toe, wat komt er op ons af en wat betekent dat voor mij en mijn bedrijf, daar is het ministerie van LNV debet aan. Dat komt mede door het totale gebrek aan inschattingsvermogen bij het ministerie wat voor onrust de aanwijzing van deze SBZs in den lande zou veroorzaken, met name omdat elk inzicht ontbreekt in de impact van de aanwijzingen. Een betere communicatie van de kant van het ministerie was absoluut geboden geweest bij een besluit met dergelijke vergaande consequenties. De staatssecretaris en haar ambtenaren hadden moeten anticiperen met een (effectieve) voorlichtingscampagne. Maar goed, op dat gebied ben ik geen expert, die zitten op het departement, of (blijkbaar) niet!

M.d.V.:
Ik begon mijn inbreng door te zeggen dat mijn fractie niet in kan stemmen met de invulling van de Vogelrichtlijn die dit kabinet eraan geeft, tenzij de staatssecretaris duidelijke antwoorden kan geven en toezeggingen kan doen op de volgende brandende vragen van mijn fractie.

De eerste vraag betreft het bestaand gebruik. De brief van de staatssecretaris van 1 februari 2000 bevat hiervan geen heldere definitie. En wat wordt bedoeld met de woorden dat het bestaand gebruik in principe kan worden voortgezet?. De CDA-fractie is van mening dat bestaand gebruik zonder meer moet kunnen worden voortgezet. Wat moeten we verstaan onder significante verstoring als er sprake is van intensivering van bestaande activiteiten (blz. 4 van de brief). De CDA-fractie gaat ervan uit dat de bewijslast nimmer op de bestaande gebruiker komt te rusten.

De volgende vraag betreft de begrenzingen van de gebieden. De CDA-fractie heeft het gevoel dat in een aantal situaties bijvoorbeeld in Friesland en in Overijssel de grenzen van de SBZs te ruim en willekeurig zijn getrokken. Zo vallen bepaalde gebieden niet samen met de in die provincies reeds begrensde EHS. Ook lijkt het erop dat in bepaalde SBZs landbouwgronden buiten de aanwijzing moeten blijven bijvoorbeeld in het Van Oordts Mersken. En het is toch juist, zo vraagt de CDA-fractie, dat jachthavens e.d. buiten de aanwijzing zijn gehouden? In dit verband pleit de CDA-fractie er trouwens voor dat art. 46, lid 3 van de Flora- en Faunawet (het jachtverbod) niet zal gaan gelden voor in een SBZs begrepen landbouwgronden, iets dat het draagvlak voor de aanwijzingen vooral bij de jachtwereld (Wildbeheerseenheden!), maar ook bij boeren (wildschade) stellig zal vergroten.

De beantwoording door de staatssecretaris van de vragen rond compensatie is voor de CDA-fractie verre van bevredigend. Zo is bijvoorbeeld volstrekt onduidelijk wat er gaat gebeuren met een eventuele Zuiderzeespoorlijn: wordt het tracé buiten de aanwijzingen gehouden en zo niet op welke wijze wordt dan invulling gegeven aan de compensatie. Zijn er uit deze hoofde weer nieuwe gebiedsclaims te verwachten?
/// CDA-fractie verlangt van de staatssecretaris een ondubbelzinnige uitspraak over de zg. externe werking. Wordt iemand grenzend aan of in de buurt van een SBZs op enigerlei manier beperkt in zijn mogelijkheden nu of in de toekomst. Hoe wordt in het algemeen gesproken de grootst mogelijke rechtszekerheid geboden aan de bewoners en gebruikers van SBZs.

Beseft de staatssecretaris meer in het algemeen gesproken dat het gevolg geven aan de Vogelrichtlijn in minder dichtbevolkte en veel grotere landen als Duitsland of Frankrijk heel wat minder problemen oproept dan in ons land, waar bijna alle ruimte in gebruik is en dit vaak voor meerdere doeleinden tegelijk? De CDA-fractie is bijvoorbeeld zeer ongerust over de mogelijkheid dat in SBZs de zg. ongeorganiseerde recreatie (zoals wandelen, fietsen, varen, paardrijden, vissen) waar honderdduizenden mensen aan deelnemen niet meer normaal zou kunnen blijven plaatsvinden. Kan de staatssecretaris hier volstrekte duidelijkheid verschaffen? En hoe zit het met activiteiten als zeilen en schaatsen? Men denke aan de Sneek Week en met name aan de Elfstedentocht. Het komt de CDA-fractie voor dat de VVD hier op volstrekt demagogische wijze paniek zaait door te suggeren dat een dergelijk historisch evenement van nationale betekenis wel eens verboden zou kunnen worden op grond van de Vogelrichtlijn. De CDA-fractie gelooft hier absoluut niets van, maar begrijpt dat zulke suggesties enorme agitatie teweeg brengen. Kan de staatssecretaris hier het zo broodnodige geruststellende woord spreken dat dergelijke evenementen natuurlijk te allen tijde gewoon doorgang kunnen vinden?

Kan de staatssecretaris in exacte percentages en hectares aangeven hoeveel grond wordt aangewezen als SBZs en welk gedeelte daarvan water is en welk gedeelte land. Welk deel van deze aangewezen gebieden valt reeds onder een bestaand ander regime zoals bijv. de Nbwet?

M.d.V.,
De CDA-fractie is er alles aan gelegen dat enerzijds de algemene maatschappelijke verontrusting over de Vogelrichtlijn wordt weggenomen en anderzijds nu eindelijk eens wordt gezorgd voor een voldoende maatschappelijk draagvlak waartoe vanuit het veld ook duidelijk aanzetten zijn gegeven. Dit betekent dat er volstrekte duidelijkheid moet worden verschaft over de effecten en de rechtsgevolgen van de aanwijzingen tot SBZs zowel voor het bestaand gebruik als voor toekomstige gebruiksmogelijkheden. Ook wil de CDA-fractie voorkomen dat gebieden waar de belangentegenstellingen nu reeds tot grote problemen leiden en de begrenzing van de aanwijzingen worden begrepen. Al bij al gaat het daarbij om oppervlak en omvang van een relatief gering percentage van de aangewezen gebieden, doch juist daar speelt het maatschappelijk draagvlak zon grote rol. De CDA-fractie wacht met grote belangstelling de antwoorden van de staatssecretaris op deze punten af.

Kamerlid: P.C.E. van Wijmen

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie