Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief VWS inzake samenwerking onderwijs-jeugdzorg

Datum nieuwsfeit: 18-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

vws00000.254 brief sts vws inzake samenwerking onderwijs-jeugdzorg
Gemaakt: 22-2-2000 tijd: 10:20


3

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor

Volksgezondheid, Welzijn en Sport en

de Voorzitter van de Vaste Commissie voor

Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 18 februari 2000

Onderwerp

antwoord op brief gemeente Schiedam

Hierbij ontvangt u, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, onze reactie op de brief van de gemeente Schiedam over social teams in het voortgezet onderwijs.

In deze brief wordt onder meer ingegaan op de samenwerking onderwijs-jeugdzorg. Na bespreking van de notitie Onderwijs-Jeugdzorg in het Gestructureerd Overleg Jeugdbeleid van 24 februari 2000, zullen wij u informeren over de stand van zaken rond dit onderwerp.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

Margo Vliegenthart

Gemeente Schiedam

t.a.v. P. Kalkman,

projectleider gemeentelijk achterstandenbeleid

Stadserf 1


3112 DZ Schiedam

's-Gravenhage, 18 februari 2000

Onderwerp

Social teams in voortgezet onderwijs

Geachte heer/mevrouw Kalkman,

Met belangstelling hebben mijn collega van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mevrouw Adelmund, en ikzelf uw brief van 3 december
1999 over de social teams in het voortgezet onderwijs in de regio Nieuwe Waterweg Noord gelezen (uw kenmerk CES/DE/GOA/PK). In deze brief geeft u aan dat, na de invoering van de social teams in 1997, door de scholen en de ambulante jeugdhulpverlening in uw regio de opvatting wordt gedeeld dat deze een bijdrage leveren aan de preventieve zorg voor jongeren. U wijst er in uw brief tevens op dat zich problemen voordoen op financieel gebied rond de social teams waarbij u concludeert dat er sprake is van een patstelling tussen betrokken partijen. U verzoekt mevrouw Adelmund en mijzelf:


- te stimuleren dat preventieve activiteiten, zoals social teams, hun plek krijgen in de regiovisies jeugdzorg;


- dat in de provinciale en grootstedelijke planning en financiering deze activiteiten niet afhankelijk zijn van projectsubsidies maar volledig gefinancierd worden;


- er op toe te zien dat in de Wet op de jeugdzorg sprake is van eenduidige aansturing, waar het preventieve activiteiten betreft die onderdeel uitmaken van het lokaal jeugdbeleid.

In de eerste plaats onderschrijven wij het belang van wat in de regio Nieuwe Waterweg Noord social teams worden genoemd. In andere regio's worden momenteel vergelijkbare, belangrijke initiatieven genomen. De ontwikkeling van dergelijke teams wordt door ons dan ook als belangrijke activiteit opgevoerd in een beleidsnotitie over samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg die op 24 februari aanstaande met de bestuurlijke partners jeugdbeleid wordt besproken. Overigens worden deze teams daar als Jeugdzorgadviesteams opgevoerd maar de strekking is dezelfde: invulling geven aan de aansluiting tussen onderwijs en jeugdzorg.

Wij beschouwen de aansluiting tussen onderwijs en de jeugdzorg als speerpunt van ons beleid. Wij willen de samenwerking tussen jeugdzorg en onderwijs intensiveren en toewerken naar structurele samenwerking. Hiervoor is met name de signaalfunctie van de school belangrijk en de inbreng van expertise en capaciteit van de Bureaus Jeugdzorg, zodat adequate schakeling van zorg kan plaatsvinden. Het is daarbij de bedoeling dat de jeugdzorg aansluitend op de leerlingenzorg van het onderwijs beschikbaar is. Zo kan een vangnet worden geboden voor jongeren die met probleemsituaties te maken hebben, die in het onderwijs alleen niet verholpen kunnen worden.

Bij wijze van flankerend beleid, om de huidige praktijk te richten op structurele samenwerking, ondersteunen wij het zogeheten Landelijke Expertisecentrum Onderwijs-Jeugdzorg van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW). Dit centrum concentreert zich op werk- en methodiekontwikkeling, advies en informatie (helpdeskfunctie), onderzoek, beleidsadvisering aan overheden, besturen en samenwerkingsverbanden en op implementatiebegeleiding.

Met behulp van de regiovisies jeugdzorg kunnen de provincies en grootstedelijke regio's hun rol als regisseur waarmaken. Het instrument van de regiovisie leent zich uitstekend voor onder meer de afstemming tussen betrokken partijen. Dit standpunt dragen wij ook uit, recent nog (op 3 februari 2000) op de conferentie van het Interprovinciaal Overleg over de regiefunctie van de provincie. In het regeringsstandpunt Regiovisie wordt het belang benadrukt van de aansluiting met het lokaal jeugdbeleid. Momenteel vindt een evaluatie plaats van het instrument en de eerste regiovisies jeugdzorg. Zonder op de resultaten van het onderzoek vooruit te willen lopen, kunnen wij u zeggen dat in het algemeen juist de aangehaalde en verbeterde contacten tussen partijen in de jeugdzorg en het lokale beleid als winst wordt aangeduid.

Onlangs zijn de Meerjarenafspraken Jeugdzorg 2000-2002 (MJA) bestuurlijk vastgesteld. Daarin wordt onder meer aangegeven dat de aansluiting van de jeugdzorg met basisvoorzieningen op regionaal en op gemeentelijk niveau meer aandacht dient te krijgen. In de MJA staat dat een dergelijke samenhang en samenwerking langs verschillende wegen is te bewerkstelligen, waarbij wederom de regiovisie wordt aangehaald als instrument waarlangs de gezamenlijke aanpak tot uiting moet komen. De extra middelen die in het kader van de MJA beschikbaar worden gesteld (zie overzicht A2 op pagina 61 van bijgevoegde Voortgangsrapportage beleidskader jeugdzorg 2000-2003), kunnen door de provincies en grootstedelijke regio's ingezet worden voor onder andere capaciteitsuitbreiding van de vrij-toegankelijke ambulante hulpverlening en voor de aansluiting met basisvoorzieningen.

Gezien het feit dat het social team in het voortgezet onderwijs op het snijvlak lijkt te liggen van de gemeentelijke en provinciale/grootstedelijke verantwoordelijkheid, ligt samenwerking voor de hand die zijn weerslag kan vinden in de regiovisie jeugdzorg. Een gezamenlijke financiering van een dergelijk team door provincie/grootstedelijke regio en gemeente zou daaruit voort kunnen vloeien. Hierbij zijn, vanuit de Wet op de jeugdhulpverlening, de provincies en grootstedelijke regio's verantwoordelijk voor het aanbod aan jeugdhulpverlening in de regio's. Zij zijn daarbij wel gebonden aan de eerdergenoemde meerjarenafspraken. De gemeenten hebben daarnaast hun eigen verantwoordelijkheid voor het lokale jeugdbeleid. De gemeenten krijgen onder meer in het kader van het Grotestedenbeleid middelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten, zodat zij maatregelen kunnen nemen voor de opvang van jongeren met ernstige sociaal-emotionele problemen. Bovendien is er, zoals u bekend, aandacht voor uitval en opvang (tijdelijke opvangprojecten, time-outprojecten, e.d.) in het gemeentelijk
onderwijsachterstandenbeleid. Ook de gemeenten vervullen hiermee een belangrijke rol in de aansluiting van de verschillende schakels, op het snijvlak van het lokaal jeugdbeleid, onderwijsachterstandenbeleid, jeugdhulpverlening en onderwijs.

In de Wet op de jeugdzorg zal onder meer de wettelijke verankering van de regiovisie plaatsvinden. Tevens zal in het wetgevingstraject de gemeentelijke rol in de jeugdzorg duidelijk dienen te worden. Het Beleidskader Wet op de jeugdzorg, dat eind juni 2000 gereed zal zijn, wordt voorbereid door de daartoe ingestelde Taskforce Wet op de jeugdzorg. Momenteel wordt op zowel landelijk als regionaal niveau (waaronder Zuid-Holland) in een aantal sessies overlegd over elementen die onderdeel moeten uitmaken van de nieuwe wet. Ik merk daarbij op dat nog niet alle dilemma's, onder meer rond de bestuurlijke kaders, zijn opgelost. In een intensief traject van consultaties worden deze dilemma's besproken. Uiteindelijk moet de wet een kader bieden waarbinnen we ook de regierol kunnen vastleggen op het lokale/regionale grensvlak.

In bovenstaande hebben wij gereageerd op uw verzoeken.

Wij zullen een afschrift van deze brief zenden naar de Voorzitters van de Vaste Commissies van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van de Tweede Kamer, de Stadsregio Rotterdam en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

Hoogachtend,

mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs,

Cultuur en Wetenschappen, mevrouw K. Adelmund

de Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

Margo Vliegenthart

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie