Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen financiering van de kinderopvang

Datum nieuwsfeit: 18-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.645 de toekomstige financiering van de kinderopvang
Gemaakt: 22-2-2000 tijd: 12:12


3

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 18 februari 2000

Onderwerp

Kamervragen

Hierbij zend ik u, mede namens Staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de antwoorden op de vragen, gesteld door de leden van uw Kamer

E. Meijer en Blok (beiden VVD) over de toekomstige financiering van de kinderopvang (2990005850).

De Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

Margo Vliegenthart

Antwoorden op de vragen van de leden E. Meijer en Blok (beiden VVD) aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de toekomstige financiering van de kinderopvang (2990005850)


1.

Heeft u op 20 december 1999 afspraken die door u zijn gemaakt met de VNG op 29 oktober 1998, om na afloop van de Regeling uitbreiding kinderopvang de betreffende gelden over te hevelen naar het Gemeentefonds, herbevestigd?


1.

De VNG heeft op 22 december haar leden met een brief geïnformeerd over de stand van zaken in het kinderopvangbeleid. In die brief wordt ook ingegaan op de situatie na 2002, na afloop van de Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang. Voor de gemeenten is dit punt van groot belang. Sinds eind 1999 zijn gemeenten bezig met een uitbreiding van de kinderopvangcapaciteit met 71.000 plaatsen. Zij moeten daarbij beleidsbeslissingen nemen over capaciteit en invulling daarvan met gevolgen voor de langere termijn. Dat is ook de achtergrond bij de afspraak met de VNG tot storting van middelen in het gemeentefonds. Desgevraagd heb ik de VNG op 20 december over deze afspraak gemeld dat « het vanzelfsprekend is dat de afspraken van
29 oktober 1998 niet eenzijdig kunnen worden opgezegd, noch door de VNG, noch door het kabinet.»


2.

Wat is de formele status van genoemde afspraak?


2.

De afspraak heeft de status van een bestuurlijke overeenkomst tussen staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van VWS enerzijds en de VNG anderzijds over de inrichting van het stimuleringsbeleid voor de kinderopvang. Achtergrond bij deze afspraak was - onder meer - een discussie met de VNG over het gemeentefondsaccres in relatie tot een specifieke uitkering voor de kinderopvang. Ik heb u over dit geheel aan afspraken tijdens de behandeling van de VWS-begroting voor het jaar 1999 (Handelingen 1998-1999, nr. 31, Tweede Kamer, pag. 2210-2211) en bij de voorjaarsnota 1999 (Tweede Kamer, 1998-1999 26 515, nr. 2, pag. 2 geïnformeerd.


3.

Hoe verhoudt de afspraak om de betreffende middelen na 2002 naar het Gemeentefonds over te hevelen zich met uw antwoord op schriftelijke vragen die zijn gesteld naar aanleiding van de beleidsnota kinderopvang, waarbij u stelt dat: «bij de uitwerking van de fiscale voorstellen bleek dit laatste punt (volledige storting in het gemeentefonds) niet onverkort te handhaven» en: «geen uitsluitsel kan worden gegeven over de omvang van storting van middelen in het Gemeentefonds.»


3.

De beleidsnota kinderopvang beschrijft het voorgenomen beleid voor de korte termijn (1999-2002) en voor de lange termijn (vanaf 2003). De situatie voor de lange termijn zal worden ingericht via de Wet basisvoorziening kinderopvang. In de beleidsnota kinderopvang is een eerste aantal vraagstukken en ideeën over deze wet opgeworpen. Een belangrijke lijn daarin is het streven naar een meer vraaggerichte financiering. In de beleidsnota kinderopvang is aangegeven dat een dergelijke benadering zou kunnen leiden: « tot een andere verdeling tussen het fiscale budget en de subsidiemiddelen» (Tweede Kamer, 1998-1999, 26587, nr. 2, pag. 3).

Gelet op de hierboven genoemde afspraak tussen kabinet en VNG, stelt de beleidsnota dan ook: «Mocht tot een financiële verschuiving besloten worden, dan zal met de VNG nader overlegd worden over de toevoeging van middelen aan het gemeentefonds.» Concreet wil dit zeggen dat er een overeenkomst is met de VNG tot storting van middelen in het gemeentefonds en dat deze overeenkomst van kracht is, tot het moment dat er aanleiding zou zijn een andere afspraak te maken. Dat kan het geval zijn, als in overleg tussen kabinet en Tweede Kamer besloten zou worden tot een financieringsstelsel voor de kinderopvang dat een andere verdeling van middelen nodig zou maken. De discussie daarover zal plaatsvinden op basis van de notitie over de Wet basisvoorziening kinderopvang die ik in het algemeen overleg van 25 november 1999 heb aangekondigd. Die notitie zal dit voorjaar verschijnen.


4.

Heeft u uw stellingname, naar voren gebracht in het algemeen overleg van 25 november 1999, om de breed levende wens om richting vraagfinanciering in de kinderopvang te gaan, alsmede om te werken aan een andere rol van de gemeenten in het kinderopvangbeleid, inmiddels bijgesteld?


4.

Zoals uit het antwoord op vraag 3 kan worden afgeleid, heb ik geen andere opvattingen over de toekomst van de kinderopvang dan ik tijdens het algemeen overleg van 25 november heb weergegeven. Een nadere uitwerking van die opvattingen zal gepresenteerd worden in de notitie over de Wet. Daarin zullen onder andere voorstellen worden gedaan voor de financieringsstructuur van de kinderopvang en zal, conform de wens van de Kamer, zowel worden ingegaan op de verschillende modellen van vraagfinanciering, als op de rol van de gemeenten. Kern van een systeem van vraagfinanciering is dat de gebruikers (in dit geval de ouders) bepalen bij welke kinderopvangvoorziening de (overheids-)middelen terecht komen. Dat kan op verschillende manieren: bijvoorbeeld via een structuur waarbij ouders rechtstreeks een financiële (fiscale) tegemoetkoming van de overheid ontvangen en/of via een systeem, waarbij de overheidsbijdrage via de gemeente de keuze van de ouder voor een kinderopvangcentrum volgt. Belangrijke punten van aandacht daarbij zijn de effecten voor de te onderscheiden groepen gebruikers en de continuïteit van de opgebouwde infrastructuur.


5.

Wat zijn de gevolgen van de genoemde afspraak met de VNG voor het debat dat nog moet worden gevoerd over de nieuwe financieringsstructuur aan de hand van de zogenoemde kaderstellende notitie, waarin diverse opties van vraagfinanciering nader zouden worden uiteengezet?


5.

De Wet basisvoorziening kinderopvang moet voor langere tijd vorm kunnen geven aan de structuur van de kinderopvang. Een debat over een toekomstig kinderopvangstelsel zou ik dan ook vooral willen voeren aan de hand inhoudelijke afwegingen bij de vraag welk stelstel het meest geschikt is om huidige en toekomstige problemen bij kinderopvang op te lossen. Dit betekent dat alle relevante opties op het gebied van vraagfinanciering aan de orde moeten kunnen komen.


6.

Bent u het ermee eens dat deze afspraak onterechte verwachtingen kan scheppen met betrekking tot een andere financieringsstructuur?


6.

De gedachtenvorming bij kamer en kabinet over de toekomst van de kinderopvang wordt uiteraard gevolgd. Het belang dat aan een sterkere positie van de gebruikers wordt gehecht, wordt naar mijn inschatting breed gedeeld. Zoals in het antwoord op vraag 4 is aangegeven, zijn daarvoor verschillende varianten denkbaar. In de volgorde der dingen is het echter ongebruikelijk van een afspraak af te wijken, voordat besluiten die in overleg tussen kabinet en kamer worden genomen, daar aanleiding toe geven.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie