Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA: Zicht op Zorg

Datum nieuwsfeit: 21-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Zicht op Zorg (210200)

Zicht op Zorg (210200)

Samenvatting

Het ontbreekt in Zicht op Zorg aan een heldere visie over de toekomst van de AWBZ als volksverzekering, in relatie tot het 2e compartiment en tot de persoonsgebonden financiering van de langdurige zorg. Veranderen zonder perspectief is zinloos.

Vrijwel alle partijen zijn het er over eens dat Zicht op Zorg een goede analyse geeft van de problemen en goede doelstellingen verwoordt. Maar in de uitwerking gaan die doelen vervolgens verloren. Dat moet veranderd worden door met iedereen nog een nieuwe ronde van gesprekken aan te gaan en de studies te verwerken die binnenkort nog tot adviezen leiden (SER, werkgroep deregulering AWBZ).

Het CDA wil de AWBZ onverkort handhaven als volksverzekering voor de langdurige zorgbehoefte van mensen en wil de volgende veranderingsprocessen starten:


1. Versterking van de positie van de cliënt via persoonsgebonden zorgbudgetten en via bevordering van het zelforganiserend vermogen van hun organisaties.


2. Het verzelfstandigen van instellingen tot maatschappelijke ondernemingen, die niet voor elk detail aan het handje van de overheid lopen en zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit door klantgericht en klantvriendelijk te werken.


3. Verzekeraars die minder aanleunen tegen de overheid en daardoor verworden tot administratieve kantoren, maar die direct op de relatie verzekeraar verzekerde worden gepind.


4. Het wegsnijden van zo veel mogelijk bureaucratie en een overheid die toezicht houdt op de kwaliteit van zorg in plaats van zelf alles probeert te plannen.

Den Haag, 21 februari 2000

INLEIDING
In de nota Zicht op Zorg wordt de richting geschetst waarin de modernisering van de AWBZ vorm zou moeten krijgen. Een journalist schreef een voor buitenstaanders onleesbaar stuk. Die ene zin zegt al veel: hoe kun je nu aan Nederland duidelijk maken hoe de AWBZ voor iedereen bereikbaar blijft als een normaal mens niet kan snappen hoe het zal werken. Wie wel tot de ingewijden behoort heeft flink wat kritiek.

Wat mij betreft is door de nota het zicht op zorg vertroebeld. De nota voldoet niet aan het doel. Als je de AWBZ in een meerjarig proces toekomstbestendig wilt maken, dan moet

éérst helder worden wat de visie op de toekomst is in het licht van de vergrijzing en Europese liberalisering;

vervolgens vastgesteld worden welk goed en solidair systeem van zorg we willen veilig stellen; en

tenslotte aangegeven worden langs welke weg we daar terecht kunnen komen.

Vrijwel iedereen deelt de analyse van de huidige problemen en voelt zich goed bij begrippen zoals meer flexibiliteit, meer zorg op maat, de cliënt centraal. Maar verder lezend in de nota raakt de herkenning aan deze begrippen verloren en groeit de bezorgdheid over de effecten ervan. Vraagsturing wordt voorgespiegeld, maar de aanbodregulering blijft volledig in stand. Onduidelijkheid blijft bestaan over wie waar-voor verantwoordelijk en aanspreekbaar is. Bestaande instituten, procedures en instrumenten worden gehandhaafd en er worden een aantal nieuwe bijgebouwd. Dat kán alleen maar leiden tot nóg meer bureaucratie. Daarbij wordt de deur wagen-wijd open gezet voor monopolies in de regio. Slechter kan het voor de cliënt haast niet uitpakken. Deze zal verloren rondlopen, mét of zonder persoonsgebonden budget.

Vz, het moge duidelijk zijn dat de CDA-fractie de voorgenomen richting niet kan steunen. Het staat te ver af van ons ideaal Naar Meer Menselijke Maat dat wij als CDA-fractie in september 1999 hebben neergelegd. Wat wij willen is helder:

1. Visie: de AWBZ blijft een volksverzekering voor noodzakelijke langdurige zorg;

2. De schaarste moet ten snelste verdwijnen opdat keuzen weer mogelijk worden;

3. Afbakening 2e compartiment: zoveel mogelijk grens van 365 dagen hanteren;

4. Vormgeving: op basis van persoonsgebonden financiering. Dit kan op grond van genormeerde budgetten in relatie tot de zorgzwaarte van een cliënt.

De meerjarige processen die de CDA-fractie op gang wil brengen zijn:
1. Versterking van de positie van de cliënt;
2. Verzelfstandigen van instellingen tot maatschappelijke onderneming;
3. Verzekeraars meer pinnen op de belangen van hun eigen cliënt(en);
4. Een overheid die niet meer alles plant en budgetteert, maar toezicht houdt en beschikbaarheid en betaalbaarheid garandeert.

Ik wil in het vervolg van mijn betoog op een aantal aspecten in gaan:

De AWBZ in de totale context van ons sociaal stelsel

De partijen om wie het die bij de AWBZ gaat

De meerjarige processen die de CDA-fractie zou willen opstarten

Conclusies en vervolg

De AWBZ in de totale context van ons sociaal stelsel Het ontbreekt aan visie, stelde een van de deelnemers aan het rondetafelgesprek terecht. Het is zinloos om te veranderen als er geen richting bepaald is naar een gewenst perspectief. Hoe past het bij de ontwikkeling van persoonsgebonden budgetten, de enige manier om de klant écht centraal te stellen? Hoe is de relatie met het tweede of derde compartiment? Wil het kabinet de AWBZ als volksverze-kering behouden? Hoe oordeelt de staatssecretaris over geluiden zoals fiscaliseren wat de verzekering ondergraaft en pakketversmalling? Wat zijn de consequenties van de liberalisering binnen Europa? (niet vanuit defensief denken, maar actief ontwikkelingen vóór zijn) Naar onze mening kan het proces van modernisering van de gezondheidszorg niet worden geknipt zoals nu de bewindslieden willen: in déze periode de bestuurlijke aansturing (nota bene volstrekt los van elkaar) en in de volgende periode het verzekeringsstelsel. Daarvoor is de onderlinge verwevenheid te groot.

Zorgplicht versus gerechtelijke procedures
Voorzitter, de brief van de staatssecretaris over de vonnissen zorgplicht dd. 8 febr. legt de vinger op de zere plek. Nog opluchting bij de uitspraak in Utrecht die de verzekeraar veroordeelde , de uitspraak van de Zwolse rechtbank moet nu toch echt onrust gebracht hebben. Goed dat de oudervereniging meteen de staat voor de rechter daagt, maar ik herhaal wat ik afgelopen dinsdag tijdens het vragenuurtje al zei: het is gênant voor het kabinet, het is gênant voor de volksvertegenwoordiging. We moeten constateren dat het niet meer vanzelfsprekend is dat mensen de zorg krijgen die ze nodig hebben in een tijd dat onze samenleving rijker is dan ooit! Schokkend, maar waar. Nog steeds weegt het budgettair kader zwaarder dan de in de grondwet vastgelegde zorgplicht jegens zieken en mensen met beperkingen. Ook al worden de wachtlijsten langer en ondanks de vele schrijnende omstandigheden die ons regelmatig worden gemeld. Dat terwijl de vergrijzing nog moet beginnen! Voorzitter, ík schaam me daarvoor en ik érger mij eraan dat er alleen maar nu en dan wat geld wordt toegevoegd nadat de media weer eens een individuele situatie onder een vergrootglas hebben gelegd of groepen mensen het Plein komen vullen.
Wanneer wordt nu eens orde op zaken gesteld, het fatsoen van de natie hersteld?
Is het geld dat de staatssecretaris enkele dagen geleden in het vooruitzicht stelde een gevolg van het door de oudervereniging aangespannen proces jegens de staat of een poging om dit nota-overleg wat milder te stemmen?

Blad 5, punt 3 van de brief geeft de onmogelijkheid helder weer:

De overheid stelt het verzekerd pakket aan aanspraken vast.

De overheid bepaalt het macro budgettair kader voor de AWBZ. Dit is innerlijk tegenstrijdig: de optelsom van individuele rechten verdraagt zich niet met een tevoren vastgestelde uitkomst van het totaal. Iedereen die heeft leren rekenen weet dat. De schade daarvan is nu in de praktijk bewezen: groeiende wachtlijsten en zorgverschraling zijn het resultaat.

Al vanaf 1996 probeert de hele oppositie het kabinet ertoe te brengen om hier een eind aan te maken, maar tevergeefs. Mondjesmaat wordt er zo nu en dan wat geld toegevoegd, de ene wachtlijstbrigade na de andere komt op evenals steeds meer regelgeving om het beetje extra geld tot de laatste cent te volgen. Intussen gaat de spiraal verder neerwaarts. Naar de mening van mijn fractie is het uur U aangebroken om die spiraal om te buigen. Als nú geen orde op zaken wordt gesteld in erken-ning van ieders recht en de erkenning van de optelsom daarvan, dan lukt het straks helemaal niet meer als de vergrijzing zich begint te voltrekken.
Erkenning van de zorgplicht jegens eenieder is ook normaal in ons land: elk kind van 4 gáát naar school; de WAO, WW, AOW etc., wórdt overgemaakt aan iedereen die aan de criteria voldoet. Waarom doen we niet hetzelfde als het gaat om zieken of mensen met beperkingen terwijl het om dezelfde soort grondrechten gaat? Ik verzoek de staatssecretaris om uitvoerig in te gaan op de afwijkende behandeling van de AWBZ in vergelijking met andere sociale verzekeringen. Hoe kunnen we een eind maken aan dit onrecht? Of wilt U het echt aan de rechterlijke macht overlaten om te bepalen hoe wij met mensen moeten omgaan die ziek zijn of een handicap hebben?

Relatie met het tweede compartiment/ de omvang van het pakket/ plan PvdA
Zoals al gezegd kán geen toekomst van de AWBZ worden vastgesteld zonder ook de relatie met het 2e compartiment aan de orde te hebben. Wat ons betreft niet alleen omdat er meer en meer transmurale samenwerking ontstaat, maar vooral omdat we in de loop van de jaren hebben kunnen zien dat er nogal wat afwenteling vanuit het 2e compartiment plaats heeft gevonden:

Soms omdat we besloten om aanspraken onder de AWBZ te brengen;

Soms omdat bezuinigingen in het 2e compartiment werden afgewenteld op het eerste (kortere ligduur in het ziekenhuis betekent meer behoefte aan thuiszorg).

Een toekomstbestendige AWBZ zorgt dus dat het één mogelijk wordt (samenwerking tussen de compartimenten) zonder dat het ánder gebeurt (afwentelen van kosten). In de nota wordt hier niet op ingegaan. Wil de staatssecretaris dit alsnog doen? De CDA-fractie denkt dat een 365-dagengrens een heldere scheiding kan worden die tevens voorkomt dat afwentelgedrag wordt opgeroepen. Op die manier hoeft ook niet in het pakket van de cliënt worden gesneden, maar worden de kosten gelegd waar ze thuis horen: in het eerste compartiment de onverzekerbare risicos van langdurige zorg via een publiek stelsel, in het tweede compartiment de verzekerbare risicos via de ziektekostenverzekeringen, waarbij de overheid het basispakket vaststelt.

De PvdA heeft met haar notitie De kleur van grijs verwarring gebracht over het AWBZ-pakket. Van de ene kant vinden wij het goed dat de PvdA eindelijk toegeeft (wat in onze ogen al toenemende praktijk is) dat doorgaan op de huidige weg tot gevolg heeft dat het rijkere deel van de natie de AWBZ links laat liggen, wat slecht is voor het draagvlak binnen de samenleving. Fijn dat de PvdA daarom een stap voorwaarts maakt in de richting van persoonsgebonden financiering. Maar wat ons verbaast en verdriet is dat de PvdA bereid is om in het pakket te snijden. Ik las dat vorige week maandag in de Volkskrant en vervolgens in de nota. Omdat dhr. Oudkerk dinsdag overal liep te roepen dat hij absoluut niet aan het ziekenfondspakket wil morrelen kan ik niet anders dan concluderen dat het kennelijk wel kan in het pakket van de AWBZ. En dat betreur ik. Mag ik van collega Arib horen wat het standpunt van de PvdA-fractie is? En hoe denkt de staatssecretaris hierover? Ik kan me herinneren dat ze 1,5 jaar geleden zo nadrukkelijk mijn uitspraak omarmde dat de CDA-fractie de voormalige gezinszorg ín het pakket wil houden. Nu is het haar eigen partij die haar in de steek dreigt te laten.

Kortom voorzitter: wil de staatssecretaris ons duidelijk maken:
a. óf de AWBZ een volksverzekering blijft (dus géén fiscalisering)
b. óf het kabinet overweegt de gezinszorg uit het pakket te gooien, tegenwoordig overigens huishoudelijke hulp genoemd?

Het moge duidelijk zijn dat de CDA-fractie de huishoudelijke hulp in het pakket wil houden omdat het nodig is in het streven om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Je schendt het vertrouwen als er dan meteen geknabbeld wordt aan de aanspraken. Bovendien is het alternatief een overheveling naar de WVG, wat alleen een verplaatsing van kosten betekent, het doet de integraliteit van de aanspraak teniet en de lage en middeninkomens betalen het gelag. Wel zien wij graag de systematiek van de eigen bijdragen veranderd. Wij hebben al aangegeven dat eigen bijdragen helemaal niet bij een verzekering passen. Maar als hij er al is mag deze voor mensen met lage inkomens geen belemmering zijn. En het is ook niet de bedoeling dat mensen met hoge inkomens hun huishoudelijke hulp die ze altijd al hadden voortaan door de AWBZ laten betalen. In onze ogen kunnen beide doelen gediend worden door de (inkomensafhankelijke) eigen bijdrage voor alle uren te vervangen door een drempel voor de eerste 3 uren thuiszorg per week.

Relatie met persoonsgebonden financiering
Een derde belangrijk element dat structureel in de nota aan de orde had moeten zijn is de persoonsgebonden financiering. Wij zijn ervan overtuigd, en vrijwel alle fracties in de kamer, dat vraagsturing alleen maar tot stand kan komen wanneer de vrager ook echt kan sturen. Dat kan ook, zo blijkt uit de ervaringen met persoonsgebonden budgetten, wanneer althans de bureaucratische rimram er af wordt gehaald. De ver-dere ontwikkeling van het PGB is door het tweede paarse kabinet helemaal afgeremd: de verbreding is uitgesteld (psychiatrie, verpleeg- en verzorgingshuiszorg), de vrijheid van de PGB-houders wordt steeds meer ingeperkt, het omzetten van de sub-sidieregeling in een volwaardige aanspraak is nog volstrekt buiten zicht. Keer op keer moet door kameruitspraken een vervolgstap worden afgedwongen. Vreemd in een tijd dat het begrip het primaat aan de politiek zo vaak in de mond wordt genomen.

Nogmaals voorzitter, al deze structurele elementen: de toekomstvisie, de relatie met de overige compartimenten en sociale verzekeringen en de persoonsgebonden financiering als vraagsturing, ontbreken volledig en zijn onontbeerlijk. Geen wonder dat tijdens de rondetafelgesprekken bleek dat het draagvlak in het veld ontbreekt op veel belangrijke fronten. Verplaatsing van de onmacht naar de regio vond ik nog de meest treffende omschrijving. Terwijl dat in de ogen van mijn fractie nu juist niet mag gebeuren. De AWBZ is en blijft een rijksverantwoordelijkheid, bestaat uit individuele functionele aanspraken, en dat is strijdig met een regionaal ordeningskader.

DRAAGVLAK IN HET VELD
Tijdens het rondetafelgesprek met veel deelnemers uit alle partijen die bij de AWBZ betrokken zijn was men het over drie dingen eens: juiste analyse van de problemen, goede bedoelingen in de inleiding, maar de uitwerking brengt die doelen niet.
Dit laatste in meer of mindere nuance, afhankelijk van de positie van betrokken partij. Laten we de partijen even langslopen:

De patiënten en cliëntenorganisaties (ouderen, mensen met een handicap) zijn bezorgd over hun positie. Waar is de vraagsturing in dit model dat vol zit met bureaucratie en aanbodregulering; vol onduidelijke verhoudingen in diverse verantwoordelijkheden en bevoegdheden? Waar is de positieversterking van de cliënten- en patiëntenorganisaties? Waarom ontbreekt het persoonsgebonden budget? Waar blijft de keuzevrijheid en zelfbeschikking? Wie heeft nog zicht op het woud van instituten? De federatie van ouderverenigingen heeft een alternatief uitgewerkt dat er al heel wat overzichtelijker uit ziet, alhoewel de CDA-fractie de zorgkantoren helemaal wil weggummen uit het organisatieschema.

De cliëntenorganisaties begonnen terecht over de vereniging van mantelzorgers. Want de mensen die vrijwillig zorgen voor familie, vrienden of buren, hebben door de lange wachtlijsten een veel zwaardere last dan verantwoord is. De meest rare situaties doen zich voor, die overigens eerder tot gevolg hebben dat er minder mantelzorg wordt geleverd dan dat dit wordt gestimuleerd.
Vb.: wat dacht U van een mevrouw die, terwijl de thuiszorg bij haar was, de buurvrouw op bezoek kreeg om de ramen op het balkon een keer te lappen. De volgende dag kreeg die mevrouw een brief dat ze in uren gekort zou worden. Omdat de buurvrouw snel opbelde naar de instelling dat ze het nooit meer zou doen kwam het nog allemaal goed. Het is toch van de zotte dat het zo gaat! Maar als je bijeenkomsten van cliënten bezoekt regent het met vergelijkbare verhalen. Verhalen die voor ons bevestigen dat het roer echt om moet in de richting van persoonsgebonden zorgbudgetten, die zijn genormeerd naar zorgzwaarte. Dan kan de exacte invulling daarvan niet meer tot dit soort hilarische situaties leiden, die overigens mensen erg onzeker maken en mantelzorg verjagen.

Hoe wordt in het kader van de modernisering van de AWBZ de positie van de mantelzorgers geregeld? Hoe ziet de staatssecretaris de financieringssystematiek van de ondersteuning van de mantelzorgers en de informele zorg?

De aanbieders van zorg voorspellen een nog veel grotere bureaucratie, terwijl ze nu al gebukt gaan onder een te grote administratieve lastendruk. Zij hebben al de ontwerpwet Exploitatie Zorginstellingen onder ogen gehad en vrezen het ergste. Absoluut gebrek aan enige vrijheid of flexibiliteit voor de instellingen. Volstrekt onder centraal gestuurde curatele, terwijl ze van de andere kant juist van de regionale zorgkantoren afhankelijk zijn voor hun contracten. De CDA-fractie ziet het graag heel anders: zelfstandigheid voor de instellingen, opdat zij een gedifferentieerd aanbod kunnen ontwikkelen en vrijheid hebben in het aanbod en de bouw. Opdat zij met woningcorporaties kunnen samenwerken om woonzorgcomplexen te realiseren, appartementen kunnen aanbieden voor partners waarvan er slechts één voor opname geïndiceerd is, enzovoorts.

Twee voorbeelden van onzinnige regels die wij tijdens het rondetafelgesprek hoorden wil ik graag herhalen omdat die onzin naar mijn mening moet verdwijnen:

1. Integraal bouwproject: gezondheidscentrum, verzorgings- en verpleeghuiszorg in samenwerking met woningbouwcorporatie. Alles in kannen en kruiken. Komt plots circulaire x van het ministerie met het voorschrift dat het gezondheidscentrum in eigendom van de instelling moet zijn; hoe kan zon blok nu uit een totaal project worden getild? Wie is daar nu mee gediend?

2. Een andere blokkade bij de verbouw van een verzorgingshuis was het voorschrift van het college van zorgverzekeringen dat op elke verdieping een linnenkamer dient te zijn. Weg logistieke planning.

De sector van de verstandelijk gehandicaptenzorg vreest dat Zicht op Zorg eerder een belemmering kan zijn voor de gewenste vermaatschappelijking van de zorg, de community care, het wonen in de wijk en de samenwerking met allerlei organisaties om mensen met verstandelijke beperkingen normaal te laten leven in het hart van de samenleving.
Opvallende vooruitgang vond ik dat ook aanbieders van zorg uit deze sector inmiddels zijn bekeerd tot persoonsgebonden financiering. Dat was in het verleden wel anders.

De instellingen met een bijzondere functie (levensbeschouwelijk of categoraal) zien zichzelf weggeorganiseerd, omdat er geen oplossing wordt geboden voor de landelijk werkende instellingen in het regiomodel als ordeningskader. Het zou een enorme verschraling en beperking van keuzevrijheid betekenen wanneer dit soort instellingen verdwijnt: kloosterbejaardenoorden; verzorgingstehuizen voor Indi-sche Nederlanders; voor dove mensen, en ga zo maar door. Dit mag niet gebeu-ren. Langdurige zorg moet aansluiten bij de persoonlijke levenssfeer en voorkeu-ren van mensen. Dat mag geen eenheidsworst worden.

Veel flexibiliteit gaat verloren als de reiktwijdtegelden niet meer ingezet kunnen worden. Hoe wordt met alle subsidiepotjes en regelingen in de toekomst omgegaan?

Wanneer komt overigens de evaluatie van het experiment marktwerking in de thuiszorg? Dat was toch dit jaar voorzien. Wat mijn fractie betreft heeft dit onderwerp niet afgedaan. Commercie hoeft voor ons niet, maar gereguleerde competitie is nodig om de aanbieders klantgericht te houden.

Sommige sectoren, zoals de GGZ en de Ziekenhuizen geven terecht aan dat ook de afstemming met het 2e compartiment op zijn minst aan de orde zou moeten komen gelet op de transmurale zorg. Deze sectoren kunnen in de nota geen ant-woord vinden op de bij hen levende vragen. Dat zou wel zo moeten zijn in een toekomstvisie voor de gezondheidszorg. Het zal altijd zo blijven dat er noodzaak is tot samenwerking tussen de diverse sectoren. Dat moet in de praktijk soepel kunnen verlopen. Ontschotting tot een grote regionale brei is wat ons betreft niet het antwoord. Wel het geven van zelfstandigheid aan instellingen van zorg die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden die door de overheid worden gesteld.

De verenigingen van budgethouders blijven (terecht?) vrezen dat er op het departement of in het kabinet een neiging bestaat om het PGB een stille dood te laten sterven. Zij vrezen terecht dat een aantal partijen die hun eigen belangen willen veilig stellen daaraan graag een steentje bijdragen, zoals de reguliere thuiszorg in veel gevallen en de verzekeraars (die het bewerkelijk vinden).

De zorgkantoren moeten de spil worden van de uitvoering van de AWBZ. Dit is de grootste doorn in de ogen van mijn fractie. En wel om twee redenen. Waarom moet er nog een uitvoeringsinstituut bijkomen terwijl we er al zoveel hebben? En waarom geeft het kabinet op deze wijze de verzekeraars de kans om gezellig achterover te leunen?

Het zorgkantoor dreigt zich te ontwikkelen tot een machtig instituut in de regio, het krijgt immers een monopoliepositie. En monopolies zijn altijd slecht. Zorgkantoren hebben geen enkele prikkel om te contracteren buiten de regio. Het mag niet zo uitpakken dat mensen alleen uit hun regio kunnen ontsnappen door te kiezen voor een persoonsgebonden budget. Want dan is er geen echte keuzevrijheid meer tussen naturazorg en het zelf regelen van het aanbod, ook buiten de regio.

Het is onduidelijk hoe het contracteerbeleid er uit komt te zien, en of de taak van de zorgkantoren alleen maar is gericht op het efficiënt werken van de instellingen met wie zij al dan geen contracten af willen sluiten. Hoe is de positie van de cliënt in deze geregeld? Zijn of haar keuze dient toch doorslaggevend te zijn? De nota geeft er absoluut geen zicht op hoe dit gewaarborgd is.

Verzekeraars zien de zorgkantoren wel zitten, natuurlijk, en vragen nog meer bevoegdheden. (o.a. richting van welzijnsvoorzieningen, WVG, woningen, etc.) Dat op zich al zou wantrouwen moeten wekken. Verzekeraars horen niet tegen de overheid aan te schurken of een uitvoeringsorganisatie te zijn, maar een verzekeringsbedrijf dat regelt dat zijn cliënten worden geholpen zoals in de polis staat. Als dat helder en klaar geregeld is, dan kan inderdaad een cliënt de eigen verzekeraar aansprakelijk stellen als er geen zorg geleverd kan worden waartoe hij of zij is geïndiceerd. Het moet afgelopen zijn met het achter elkaar verschuilen in afwisseling, de ene keer de verzekeraar achter de overheid en omgekeerd.

Voorzitter, de AWBZ moet niet geregeld te worden via een anoniem zorgkantoor dat van niemand is, en dat bovendien een monopoliepositie krijgt. De directe verantwoordelijkheidsrelatie verzekeraar verzekerde kan zich uitstrekken tot het pakket van de AWBZ wanneer deze wordt gestoeld op genormeerde bedragen, die zijn afgestemd op de zorgzwaarte van iemand die is geïndiceerd.

Verzekeraars hebben dan de vrijheid om pakketten aan te bieden die aanvulling geven op het AWBZ-pakket. De cliënt heeft alleen met de eigen verzekeraar te maken, en het zorgkantoor is overbodig als apart instituut.

De pas 2 jaar geleden opgerichte RIOs (regionale indicatie organen) staan nog in de kinderschoenen. Regelmatig krijg ik beschikkingen onder ogen die volstrekt niet voldoen aan de Algemene Wet Bestuursrecht. Geen enkele motivatie, dus waartegen moeten mensen dan in beroep gaan? Hoe wordt rekening gehouden met de (on)mogelijkheden van de mantelzorg? Dat is absoluut niet geregeld. En er is nog een heleboel overbodig werk. Ook al wordt het praktisch georganiseerd, alle overbodig werk is uit den boze.
Het CDA vindt het niet nodig dat verwijzingen uit het tweede compartiment nog eens over gedaan moeten worden in het eerste compartiment. Als een ziekenhuis een patiënt ontslaat die nog thuiszorg nodig heeft, dan hoort het ziekenhuis dat zelf te regelen en op haar factuur op te nemen. Dan blijven de kosten vanzelf ook in het compartiment waar de kosten thuis horen, zonder dat de cliënt er last van heeft.

Ook verontrustend vonden wij de opmerking van de landelijke koepel van de RIOs dat er ook nog een orgaan moet komen dat onafhankelijk registreert welke indicaties zijn gesteld en welke zorg is toegewezen. Deze gedachte zal ingege-ven zijn door de beste bedoelingen om te zorgen dat mensen ook de zorg krijgen waartoe ze zijn geïndiceerd, maar het is wéér een instituut erbij.

Het gaat er verdacht veel op lijken dat de driehoek waarvan de staatssecretaris de vorige keer sprak alleen een gesloten driehoek wordt van optelsommen in de regio: de indicaties naar soort en uren, de toewijzing naar soort en uren, en de rekeningen van de zorginstellingen. Allemaal keurig na te tellen door accountants en de rekenkamer. Maar wat verloren gaat in die boekhoudkundige driehoek is het doel de mens centraal, de cliënt waar alles om draait en zijn keuzevrijheid.

De verenigingen van verplegenden en verzorgenden klagen over het niet correct indiceren door de RIOs en het feit dat de wijkverpleegkundigen na enkele weken al tot een aanpassing van de indicatie moeten adviseren. Is dat oplosbaar met een door een RIO gevraagde bandbreedte, zo vraag ik de staatssecretaris, of vreest U dat alles dan naar het maximum gaat schuiven?

De provincies willen de regiovisie wettelijk verankerd zien. De CDA-fractie heeft waardering voor de wijze waarop provincies de samenwerking in hun regios bevorderen. Maar van de andere kant zien wij niet goed hoe je deze stimulerende rol nu wettelijk kunt verankeren. Moet er een stelsel van straffen en belonen komen om zeker te stellen dat alle partijen ook inderdaad aan tafel komen? De vertegenwoordiger van het IPO bevestigde dat zij geen plannende rol willen hebben. Maar de staatssecretaris heeft het woord planningscyclus wel degelijk gebruikt. Hoe zit dit nu?

De VNG is met recht van mening dat een regionaal ordeningskader niet past bij een functionele decentralisatie. Dat is een van de innerlijke tegenstrijdigheden in de nota Zicht op Zorg. De VNG vreest een regiovisie die eerder tot stand komt over anderen in plaats van met anderen. Wat vindt de staatssecretaris hiervan?

Enfin, vz, zo zou ik nog een hele tijd door kunnen gaan met het stellen van vragen die ons opgekomen na het lezen van de vele stukken en brieven naar aanleiding van Zicht op Zorg. Maar ik ga liever naar conclusies toe.

CONCLUSIES EN VERVOLG
Het moge duidelijk zijn dat de rondetafelgesprekken ons hebben bevestigd in de opvatting dat Zicht op Zorg geen Zicht geeft op wat de AWBZ in de toekomst kan en zou moeten zijn. Vrijwel geen enkele partij aan tafel was enthousiast. Het werd in verschillende bewoordingen geuit, waarbij herkenbaar was dat voor de middag de vertegenwoordigers van de landelijke koepels het in mooie genuanceerde woorden verpakten, terwijl na de middag de mensen uit het veld recht uit het hart spraken.
In ieder geval kwam het er allemaal op neer dat er grote behoefte is om verder te praten over wat een betere weg naar de toekomst zou kunnen zijn dan in de nota aangegeven. De bereidheid was ook groot om daarover te praten, niet alleen met ons als politiek bestuur, maar ook met elkaar. Dat is winst.

De CDA-fractie is van mening dat inderdaad nog een aantal gespreksrondes nodig zijn voordat er besluiten worden genomen over de toekomstige inrichting van de AWBZ. Nu weten we eigenlijk niet waar we aan beginnen, en dat is onverantwoord aan de start van een meerjarig proces:

De nota laat teveel onbeantwoord omdat het niet ingebed is in het kader van algemene beleidsontwikkelingen, zoals de relatie met het 2e compartiment en overige sociale verzekeringen, de relatie tot het PGB en de toenemende mondigheid en behoefte van cliënten om zelf vorm te geven aan hun combinatie van wonen met zorggaranties.

Er is geen helderheid en transparantie geschapen in de structuur. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden blijven los van elkaar lopen, voor zover ze überhaupt toebedeeld zijn.

Er zijn teveel instituties buiten de 3 partijen waar het om gaat: de klant, zijn verzekeraar en de aanbieder van zorg. Ik noem ze nog even:
- het RIO, (regionaal indicatie orgaan) voor de indicatie;
- het zorgkantoor voor de zorgtoewijzing en de contracten met de aanbieders;

- het CAK (centraal administratiekantoor) voor de berekening eigen bijdragen;

- regiovisies voor richtinggevende zwaarwegende adviezen (aan wie?);
- het CVZ (college van zorgverzekeringen) o.a. een aantal subsidieregelingen;

- het CVZV (college van ziekenhuisvoorzieningen) voor bouwvoorschriften;

- het CTG (centraal orgaan tarieven gezondheidszorg) voor tarieven; en dan laat ik de toezichtsorganen en overheden nog even weg.

U begrijpt voorzitter dat wij ons meer en meer gesterkt voelen in de opvattingen die wij in de nota Naar Meer Menselijke Maat in de gezondheidszorg hebben neergelegd.

Vraagsturing kan alleen maar gerealiseerd worden als de vrager echt kan sturen.

De mens kan alleen centraal staan, wanneer hij of zij ook zeggenschap heeft over de wijze waarop zijn of haar leven vorm moet krijgen, en wat te kiezen heeft.

We moeten zoveel bureaucratie wegsnijden als mogelijk is.

Laten we de zegeningen van de afgelopen decennia tellen en verwerken in de plannen voor de toekomst: de gezondheidszorg is geprofessionaliseerd en hoeft niet in detail aan de hand genomen te worden. De mensen zijn mondig geworden en weten goed hoe ze hun leven willen inrichten. Voor het relatief kleine deel van de mensen dat dit niet weet of kan, is een hulpstructuur mogelijk van zorgconsulenten. Laten we ook rekening houden met de Europese liberalisering en de globalisering van onze samenleving. We moeten zorgen dat we onze verworvenheden op een goede manier veilig stellen, die rekening houdt met de moderne mogelijkheden.

Tot slot wil ik de meerjarige processen samenvatten, die de CDA-fractie graag ziet:

a. Versterking van de positie van de cliënt via persoonsgebonden zorgbudgetten in de AWBZ en het versterken van het zelforganiserend vermogen van patiënten- en cliëntenorganisaties. Mensen moeten kunnen kiezen voor een eigen budget, ontdaan van werkgeversvoorschriften, of voor zorg in natura. Daarvoor hoeft de overheid geen naturastelsel in te richten, de eigen verzekeraar kan dit inkopen ten behoeve van zijn cliënt, zoals dat bijvoorbeeld bij uitvaartverzekeringen werkt.


b. Het verzelfstandigen van instellingen tot maatschappelijke onderneming. Misschien moeten we er een ander woord voor gaan kiezen, omdat tegenwoordig elk bedrijf zich zo noemt. Maar wij bedoelen instellingen die uitsluitend voor een maatschappelijk doel zijn opgericht, geen winstuitkering kennen, en voor het overige voldoen aan door de overheid vast te stellen toelatingsvoorwaarden. De geprofessionaliseerde instellingen kunnen best zelfstandig verantwoordelijk zijn voor het aanbod dat ze willen bieden en de bouw die daar bij hoort. Tegenhanger hiervan is vanzelfsprekend dat ze ook voor hun continuïteit zelf verantwoordelijk zijn. Het waarborgfonds is niet voor niets als achtervang opgericht.

c. Verzekeraars moeten minder tegen de overheid aanleunen en meer bezig zijn met de belangen van hun cliënt(en). Zij moeten direct aansprakelijk zijn voor hun cliënten en zich niet achter overheid of zorgkantoor kunnen verschuilen. Als het AWBZ-pakket is gebaseerd op normbedragen die na 365 dagen als een trek-kingsrecht beschikbaar zijn, dan kan er geen sprake meer zijn van afwentelen van kosten vanuit het 2e compartiment, en hoeft het zorgkantoor er niet als apart instituut tussen geschoven worden. Voor zover verzekeraars een steunpunt in de regio willen is dat hun eigen zaak, als de klant er maar niet van afhankelijk wordt.


d. De overheid erkent de persoonlijke rechten van iedereen door de normbedragen vast te stellen die bij een bepaalde zorgzwaarte horen. Deze bedragen komen na indicering ter beschikking als trekkingsrecht op het AWBZ-fonds. De budgettering wordt afgeschaft en vervangen door andere vormen van toezicht op het tot stand komen van redelijke tarieven tussen de diverse partijen. Daarbij wordt uitbreiding gegeven aan de inspectie om toezicht te houden op de kwaliteit van zorg.

Voorzitter, alvorens onomkeerbare besluiten te nemen hopen wij dat de staatssecre-taris bereid is om een nieuwe ronde aan te gaan over de richting waarin de AWBZ zich zou moeten ontwikkelen. Wij steunen haar graag in de strijd om een eind te maken aan de tekorten en de schaarste. Willen we echter een stelsel hebben dat ook in de verdere toekomst bestand is tegen de liberalisering over de grenzen van ons land en het grotere beroep dat op de AWBZ zal worden gedaan vanwege de vergrij-zing, is het verstandig om nader overleg te voeren. Zeker omdat er nog een aantal belangwekkende adviezen onderweg is, zoals van de MDW-werkgroep deregulering AWBZ, het SER-advies. Deze worden tegen de zomer verwacht. Is de staatssecretaris bereid om met een vervolgversie van de nota te komen, waarin verwerkt de overweging van alle commentaren op de nota Zicht op Zorg en de adviezen die binnenkort verwacht worden?

Wij hadden tot op heden het gevoel en ook signalen uit het veld dat ondanks alle reserves en kameruitspraken hieromtrent, toch onverdroten wordt voortgegaan met de implementatie als ware Zicht op Zorg al wetgeving. Wij willen daarom klip en klaar van de staatssecretaris horen of dit nu wel of niet aan de orde is. Als er namelijk geen duidelijk zicht meer is op daadwerkelijk overleg dat tot fundamentele wijzigin-gen kan leiden, dan zouden wij ons redelijk bedrogen voelen.

Kamerlid: Nancy Dankers

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie