Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen beleggen scholen voortgezet onderwijs

Datum nieuwsfeit: 22-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 22-02-2000 Home

Persbericht
Nummer: 14

Antwoorden op kamervragen beleggingen scholen voortgezet onderwijs

Hieronder treft u de integrale tekst aan van de antwoorden van minister Hermans op vragen over het beleggen van schoolbesturen in het voortgezet onderwijs die zijn gesteld door de Vaste Commissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ter voorbereiding op het mondelinge vragenuurtje van dinsdag 22 februari a.s.

Vraag 1
Is het u bekend dat er schoolbesturen voor voortgezet onderwijs zijn die beleggen in aandelen en opties?

Antwoord op vraag 1
Ja, het is mij bekend dat van de in totaal 413 besturen voor voortgezet onderwijs een aantal schoolbesturen (146) belegt en een zeer beperkt aantal handelt in aandelen en in opties ter afdekking van risico's.

Vraag 2
Om welke bedragen gaat het en met welke middelen realiseren die scholen dat?

Vraag 3
Is het u bekend om hoeveel schoolbesturen het gaat?

Antwoord op vraag 2 en 3
Van de 413 besturen (ca. 650 scholen) voor voortgezet onderwijs is bij 146 van deze besturen sprake van een beleggingsportefeuille. In totaal bedragen deze beleggingen per 31 december 1998 ruim 500 miljoen gulden. Verschillende beleggingsmogelijkheden met een verschillend risico zijn te onderkennen. Een globaal onderscheid is dat tussen enerzijds obligaties en andere vastrentende waardepapieren (beperkte mate van risico) en anderzijds aandelen (iets hogere mate van risico).

Van het totaalbedrag van ruim 500 miljoen gulden bestaat ongeveer 43 miljoen gulden uit beleggingen in aandelen en de rest uit beleggingen in obligaties (veelal staatsobligaties of obligaties uitgegeven door gerenommeerde banken) en deposito's. Van de 146 besturen met een beleggingsportefeuille blijken 24 besturen in aandelen te beleggen. Uit de balans van de betreffende besturen is op te maken dat beleggingen in aandelen in het merendeel van de gevallen ruimschoots afgedekt worden met de zogenaamde eigen middelen.

Vraag 4
In welke mate is hier sprake van risicovolle beleggingen? Is er ook sprake van bankieren? Waar worden de winsten voor gebruikt?

Antwoord op vraag 4
De VO-instellingen leggen financiële verantwoording af aan mijn ministerie door middel van een jaarrekening. Voor de indeling van de jaarrekening zijn voorschriften verstrekt, waarbij ook de beleggingen in effecten (obligaties en aandelen) herkenbaar moeten worden verantwoord. Ik ga er vanuit, dat de besturen - binnen hun autonomie - een professioneel en verantwoord beleid voeren met betrekking tot de hun ter beschikking staande middelen. Het beleggen van tijdelijk overtollige kasmiddelen vormt onderdeel van het cash-management van het bestuur dat, zoals u bekend is, mede erop is gericht om te voorzien in toekomstige financieringsbehoeften. Beleggen als zodanig in aandelen en obligaties hoeft zeker niet te leiden tot onaanvaardbare risico's. Dit hangt af van de omvang en de aard van de totale beleggingsportefeuille en de beleggingsstrategie. Hoewel in alle gevallen waarbij belegd wordt in aandelen uiteraard sprake kan zijn van enig beleggingsrisico voeren de scholen een voorzichtig beleggingsbeleid. De omvang van de beleggingen en het beleid ter zake is in alle gevallen zodanig beperkt en ingericht, dat eventuele beleggingsverliezen niet zullen leiden tot aantasting van het onderwijsvoorzieningenniveau.
Als onder `bankieren' wordt verstaan: het beleggen van kasmiddelen als doel op zich, met het uitsluitende oogmerk om beleggingswinsten te genereren en daar eventueel zelfs aanvullende middelen voor aan te trekken, dan is daarvan bij scholen geen sprake. Beleggingen bij scholen vinden plaats als onderdeel van een financieel cashmanagement, waarbij mij geen signalen hebben bereikt dat daarbij geen voorzichtigheid wordt betracht. Ook met betrekking tot de in de pers genoemde gevallen is mij via de controlerend accountant niet gemeld dat hierbij onaanvaardbare risico's worden gelopen. Beleggingsrendementen moeten overigens ook rechtmatig worden besteed. Dat wil zeggen dat zij moeten worden aangewend in het kader van de onderwijstaak van de school.

Vraag 5
Zijn er schoolbesturen die hierdoor in de problemen zijn gekomen, dan wel kunnen komen?

Antwoord op vraag 5
Uit de beantwoording van de vorige vragen is al gebleken dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat scholen risicovol beleggen. Er zijn hierdoor ook geen schoolbesturen in de problemen gekomen. Overigens komen signalen van eventuele beleggingsverliezen naar voren in de jaarrekening. Ingeval een bestuur wel risicovol zou beleggen moet de controlerend accountant daarvan melding maken. Bij de controle over de jaarrekening 1998 is bij één bestuur door de controlerend accountant opgemerkt dat een substantieel bedrag van het balanstotaal risicovol is belegd. Naar aanleiding hiervan ben ik momenteel nog in overleg met het betreffende schoolbestuur.
In 1997 is wel door één accountant gewezen op het bestaan van een risicovolle beleggingsportefeuille bij een schoolbestuur. Het departement heeft het bestuur hierop aangesproken. Dit heeft er mede toe geleid dat het bestuur maatregelen heeft genomen en de accountant over de beleggingsportefeuille ultimo '98 geen opmerking meer heeft geplaatst.

Vraag 6
Zijn er heldere richtlijnen voor deze beleggingen en zo ja, hoe luiden die? Wie ziet hier op toe en hoe is dit toezicht geregeld?

Antwoord op vraag 6
In de Regeling Controleleidraad 1998 voor de accountantscontrole in het voortgezet onderwijs, is duidelijk verwoord, dat het risicovol beleggen en/of belenen van rijksmiddelen niet is toegestaan. De controlerend accountant ziet toe op het naleven van deze bepaling. Daarnaast ziet zowel het departement als de Departementale Accountantsdienst toe op de naleving van deze bepaling door middel van steekproefcontroles en reviews. In het kader van de ontwikkeling van een zogenaamd toezichtsmodel voortvloeiend uit de aanpak rond accountability, toezicht en controle was het departement al bezig een nadere gedragslijn te ontwikkelen. Deze zal binnen enkele weken worden gepubliceerd. Hierbij zal in ieder geval worden bepaald, dat bij het eventuele beleggen van tijdelijk overtollige middelen, de rijksbijdrage steeds onverkort beschikbaar moet blijven voor de uitvoering van de onderwijstaken. Aandachtspunt zal tevens zijn dat het bevoegd gezag een Treasury statuut moet opstellen en jaarlijks verslag moet uitbrengen van het treasurybeleid (als onderdeel van het jaarverslag) aan het departement.

Vraag 7
Hoe is de stand van zaken op dit punt in de overige onderwijssectoren?

Antwoord op vraag 7
Ik heb geen zicht op de vermogenspositie en het beleggingsgedrag van de scholen voor primair onderwijs. Hier is sprake van een genormeerd bekostigingsstelsel voor de personele en materiële kosten. De personele kosten worden op basis van de werkelijke uitgaven jaarlijks via de zogenaamde aanvraag Rijksvergoeding afgerekend. Hiervoor is geen jaarverslaglegging aan het departement voorgeschreven. Ik zal bezien of dit ook voor de toekomst zo moet blijven. Bij de overige onderwijssectoren is sprake van een met het VO vergelijkbare situatie. Dat wil zeggen dat ook daar door een aantal besturen een bescheiden beleggingsportefeuille wordt aangehouden. Voor deze sectoren wordt eveneens jaarlijks een controleprotocol voor de accountantscontroles gepubliceerd en wordt op overeenkomstige wijze toezicht uitgeoefend op de naleving van de
verantwoordingsvoorschriften.
Ten aanzien van deze sectoren zijn mij geen accountantsverklaringen bekend, die eventueel melding maken van onverantwoord beleggingsgedrag dan wel risico's voor de continuïteit. Het is mijn bedoeling de eerdergenoemde gedragslijn ook van toepassing te verklaren op deze onderwijssectoren.
Vooruitlopend op de eerdergenoemde gedragslijn ben ik reeds enige maanden geleden in overleg getreden met vertegenwoordigers uit deze sectoren over de wenselijkheid en de noodzaak van kas- en treasury management.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie