Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng VVD debat wetsvoorstel zwart handel in kaartjes

Datum nieuwsfeit: 22-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
VVD

Inbreng Jan Rijpstra debat over wetsvoorstel zwart handel in kaartjes

Groep: Tweede-Kamerfractie Datum: 22 februari 2000

De VVD is voor het wetsvoorstel mits de regeling vervalt na het Europees kampioenschap voetbal.

MdV,

Sinds de instelling van de projectorganisatie Euro 2000 heeft de Tweede Kamer regelmatig met de meest betrokken bewindslieden (BZK, Justitie, VWS) overleg gevoerd. Met name de veiligheidsmaatregelen rond het EK zijn veelvuldig onderwerp van discussie. Het Europees Kampioenschap voetbal is na de Olympische Spelen en het Wereldkampioenschap voetbal het grootste sportevenement ter wereld. De VVD-fractie heeft bij alle overleggen gehamerd op harmonisatie van wet- en regelgeving en bejegening van supporters tussen Nederland en België. En op vele terreinen zien we dat Nederland en België gezamenlijk optrekken. In sommige gevallen neemt België het voortouw en volgt Nederland later, in een ander geval, zoals de gesloten overeenkomst tussen Engeland en Nederland waarin het mogelijk gemaakt wordt om tot uitwisseling van informatie over bekende voetbalvandalen te komen, moet België nog volgen. Dit laatste zal nog gebeuren. Alle fracties in de Tweede kamer zijn het erover eens dat de rellen en de chaotische kaartverkoop tijdens het WK voetbal 1998 in Frankrijk voorkomen moeten worden. En de cruciale vraag is of de Nederlands-Belgische organisatie in staat is om dit voor elkaar te krijgen? En daaraan gekoppeld is de vraag of de huidige wetgeving toereikend is om misstanden zoals in Frankrijk in te dammen? En dan doel ik natuurlijk op de zwarthandel in kaarten. Het doorverkopen van toegangsbewijzen bestaat al zo lang er met toegangsbewijzen wordt gewerkt. De op het kaartje vermelde prijs gaat grif 20 of meer keer over de kop voor een belangrijke wedstrijd. Gevolg is wel dat het zicht op wie er een kaartje heeft gekocht volledig ontbreekt en de kans dat bepaalde supporters in vakken terecht komen waar ze niet in thuis horen is groot. En helaas moet ik constateren dat het voetbalgebeuren vaak overschaduwd wordt door negatieve uitingen van supporters wat weer uitmondt in geweld. Bij voetbalwedstrijden speelt nu eenmaal het handhaven van de openbare orde een hoofdrol. Niemand vindt dit leuk maar het zijn gewoon de feiten. En natuurlijk, er is al veel verbeterd en richting de minister van Justitie wil ik opmerken dat de snelrechtprocedure van afgelopen zondag in Tilburg een goede aanpak is geweest. Maar was hier overigens sprake van een echte snelrechtprocedure want ik heb begrepen dat de verdachten in april moeten voorkomen. Heeft de uitspraak van het Amsterdamse gerechtshof hier mee te maken? Het hof heeft het OM niet-ontvankelijk verklaard in drie strafzaken tegen winkeldieven die waren afgedaan volgens supersnelrecht. Het Hof oordeelde onder meer dat deze snelle procedure in strijd is met een behoorlijke procesorde. Volgens dit bericht in de Justitiekrant van 18 februari 2000 is het oordeel van het Hof een lelijke streep door de rekening van het OM, dat de snelle procedure had willen inzetten tegen hooligans. Er moeten maatregelen worden getroffen om de uitwassen bij het voetbal te kunnen aanpakken maar beter is om deze te voorkomen. Het weren van ongewenste personen die zich uitgeven als supporter is voor het kabinet van groot belang. Een scala van maatregelen is reeds getroffen hetgeen reacties opleverde dat het eigenlijke doel van het toernooi: een geweldig voetbalfeest, op de achtergrond komt. Dat moet niet gebeuren, maar maatregelen zijn wel nodig om die personen te weren die het toernooi kunnen verzieken. En dat brengt mij bij de verkoop van kaartjes, het belangrijkste onderdeel van het toernooi. Zijn er voldoende waarborgen dat via een goede controle ongewenste personen geweerd kunnen worden? Zijn de indieners hiervan overtuigd en wat is de opvatting van de minister? En een vervolgvraag hierop: de eerste auditing van de organisatie is achter de rug en het rapport ligt op het departement. Het is jammer dat dit rapport niet betrokken kan worden bij dit debat.
Maar is het waar dat met name grote zorg wordt uitgesproken over de ticketing? Kan de minister hierover al wat zeggen?

De VVD-fractie heeft vanaf het eerste begin kritisch gestaan tegenover mogelijke wetgeving rondom de zwarthandel in voetbalkaartjes, niet in de laatste plaats door de opstelling van de minister van Justitie. Termen als uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en symbool wetgeving werden gebruikt.
Wij hebben ook uitgesproken in december 1999 dat de initiatiefwet door ons behandeld zal worden zoals dat hoort. Niet op voorhand naar de prullenbak verwijzen maar een goede inhoudelijke benadering temeer omdat het initiatief anders is dan oorspronkelijk de bedoeling was geweest. De VVD-fractie heeft een grondig verslag geschreven waarin wij onze twijfels uiteen hebben gezet. Vervolgens hebben de indieners hierop uitvoerig antwoord gegeven.
De VVD-fractie bedankt de indieners in ieder geval voor de uitvoerige beantwoording waarin op onze vragen is ingegaan. Ik zal hier onze inbreng niet meer herhalen omdat deze in het verslag en de nota naar aanleiding van het verslag vastligt.

MdV, er is sprake van een dilemma. Een dilemma waar mijn fractie niet lichtzinnig mee is omgegaan. Niet in de laatste plaats omdat de minister van Justitie, die zeer betrokken is bij het EK 2000, vanaf het begin een uitgesproken standpunt heeft ingenomen. Mijn vraag aan de minister is of hij door de schriftelijke voorbereiding van deze initiatiefwet en de inbrengen van een groot aantal fracties en de beantwoording door de indieners, maar ook de reacties uit het veld, anders naar het initiatief is gaan kijken?
Voor de VVD-fractie is het de afweging tussen enerzijds de vermeende symbool wetgeving en de vraag of de wet uitvoerbaar is en anderzijds het aansluiten bij België en de mogelijkheid om zwarthandel strafrechtelijk aan te kunnen pakken waarbij het signaal overduidelijk is dat datgene wat in België niet mag ook in Nederland niet mag. En dat is de afweging die mijn fractie heeft gemaakt. En laat ik beginnen met de vraag waarom de indieners van mening zijn dat niet de aantallen politiemensen van belang zijn bij het handhaven van de wet maar de wijze waarop politiepersoneel wordt ingezet. Inmiddels hebben ook de politiebonden laten weten dat het niet om de aantallen politiemensen gaat. Hebben zij aanwijzingen dat de politie wel degelijk weet wie aangepakt moet worden? Speelt de FIOD een rol, het CRI of andere instanties ? Is er overigens zicht op de zwarthandel want in de media wordt vaak alleen maar gesproken over één bureau maar ik kan mij voorstellen dat er nog meer bureaus zijn? Met andere woorden wordt er geadverteerd en is dat in België ook het geval? En hoe wordt in België de wet uitgevoerd en gehandhaafd ?

Een ander aspect betreft de evaluatie van deze wet. De indieners geven op vragen aan dat de evaluatie uitsluitsel moet geven of er met deze wet moet worden doorgegaan. Met andere woorden, en die term is ook al eens gevallen, is er sprake van gelegenheidswetgeving ja of nee? En zo ja is gelegenheidswetgeving altijd slecht? In hun antwoord stellen de indieners dat: "hoewel de aanleiding van het voorstel is gelegen in het EK 2000, is er door de indieners voor gekozen het voorstel ook van toepassing te laten zijn op andere voetbalwedstrijden. Dat betekent dat ook wedstrijden van de Champions League en de WK-kwalificatie duels meegenomen kunnen worden. Het maakt de evaluatie wat breder. Maar ook, zo stellen de indieners, "als het wetsvoorstel specifiek alleen voor de EK 2000 geschikt zou zijn, zou het op zijn mogelijke effect beoordeeld dienen te worden". Want tegelijk geven de indieners aan dat het voorstel onder tijdsdruk tot stand is gekomen en wel degelijk op het EK 2000 gericht is. Over ticketing van andere grootschalige evenementen wordt niet gesproken terwijl dat wel zou moeten, maar de VVD-fractie kan begrijpen waarom die aspecten niet zijn meegewogen. De VVD-fractie is van mening dat dit bij de evaluatie wel zou moeten. En dan kunnen er twee mogelijkheden zijn: de wet voldoet niet of de wet voldoet wel en kan uitgebreid worden. In dat laatste geval zou de minister de wet kunnen overnemen en aanpassen waar nodig. Het is om die reden dat de VVD-fractie een einddatum voor de wet wil zien. Dat zet tevens druk op de ketel om snel een evaluatie te maken maar daarnaast biedt een einddatum in de wet ook de garantie dat bij het niet voldoen we er ook van af zijn. Het is om die reden dat ik een amendement met een einddatum heb ingediend. Waarbij het artikel komt te vervallen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie