Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Algemene Raad: nieuwe regering Oostenrijk

Datum nieuwsfeit: 22-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

buza0000.083 brief min buza t.g.v. verslag alg. raad 14-2-2000
Gemaakt: 23-2-2000 tijd: 15:52


2

Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 22 februari 2000

Betreft

Verslag Algemene Raad

d.d. 14 februari 2000

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij het verslag van de Algemene Raad d.d. 14 februari 2000 aan te bieden.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Verslag van de Algemene Raad d.d. 14 februari 2000

Kwestie-Oostenrijk

De Raad heeft kort van gedachten gewisseld over de situatie die is ontstaan na het aantreden van een nieuwe regering in Oostenrijk. Minister Ferrero-Waldner heeft haar teleurstelling uitgesproken over de wijze waarop de overige veertien lidstaten hebben gereageerd op de vorming van de nieuwe Oostenrijkse regering. Zij gaf aan dat een coalitie ÖVP-FPÖ nu eenmaal de enige uitweg was uit de impasse die was ontstaan in de formatiebesprekingen en dat juist de jarenlange uitsluiting van de FPÖ van regeringsdeelname een belangrijke oorzaak was geweest van de groeiende populariteit van die partij. Zij gaf de verzekering dat over het democratisch gehalte van de nieuwe coalitie geen twijfel hoefde te bestaan. Zij vroeg de Raad, de Oostenrijkse regering op haar daden te beoordelen.

Het Voorzitterschap heeft voor de goede orde een toelichting gegeven op de verklaring van de veertien lidstaten en de maatregelen die daaruit voortvloeien.

Intergouvernementele Conferentie inzake institutionele hervormingen

En marge van de Raad werd de eerste ministeriële bijeenkomst van de Intergouvernementele Conferentie (IGC) inzake institutionele hervormingen gehouden. De Voorzitter van het Europees Parlement, mevrouw Fontaine, wees op het belang van grondige hervormingen van de Europese instellingen. Commissievoorzitter Prodi riep op tot een ambitieuze maar realistische agenda. Alle voor de uitbreiding noodzakelijke hervormingen moesten zijns inziens in deze IGC worden geregeld: naast de 'left-overs' ook de individuele verantwoordelijkheid van Commissarissen, het Hof van Justitie, flexibiliteit en het veiligheids- en defensiebeleid.

De door het Portugese voorzitterschap voorgestelde organisatie van werkzaamheden werd besproken. Verschillende lidstaten drongen aan op een volledig talenregime. Het Voorzitterschap zegde toe aan dat verzoek zoveel mogelijk tegemoet te willen komen.

Een aantal lidstaten, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Spanje, meende dat door de voorbereidingsgroep in de eerste plaats aandacht zou moeten worden besteed aan de samenstelling van de Commissie, stemmenweging en gekwalificeerde meerderheids-besluitvorming. Andere lidstaten, waaronder Nederland en Duitsland, merkten daarentegen op dat in het door het Voorzitterschap opgestelde vergaderschema terecht evenredige aandacht is besteed aan de zogenoemde aanverwante onderwerpen.

De lidstaten stemden in met het voorstel van het Voorzitterschap voor de organisatie van de werkzaamheden. Het Voorzitterschap onderstreepte de noodzaak om de gestelde tijdslijn van eind 2000 te halen, zodat de hervorming van de instellingen vóór de uitbreiding zijn beslag kan krijgen.

Voorbereiding van de buitengewone Europese Raad van Lissabon (23-24 maart 2000)

Minister Gama leidde het onderwerp in met een korte uiteenzetting over de intenties van het Voorzitterschap. Hij constateerde dat de Europese Raad een breed onderwerp heeft en dat de Raad in veel van zijn samenstellingen betrokken zal zijn. De Algemene Raad heeft daarom een belangrijke coördinerende rol.

Enkele lidstaten, waaronder Nederland, gaven een korte toelichting op hun nationale standpunten. Voor het Nederlandse standpunt verwijs ik gaarne naar de desbetreffende brief van Staatssecretaris Benschop van
11 februari jl. aan Uw Kamer.

Versterking Europees Beleid inzake Veiligheid en Defensie (EVDB)

De Raad nam drie besluiten waarmee de interimstructuren voor het EVDB worden opgezet. Met ingang van 1 maart as. gaan het Politiek en Veiligheids-Comité ad interim (iPSC) en het Militair Lichaam a.i. (iMB) functioneren. Het iPSC zal een aparte formatie zijn van het Politiek Comité, waarvan de leden geplaatst worden binnen het verband van de Permanente Vertegenwoordigingen van de lidstaten. Tevens zal vanaf 1 maart detachering van militaire experts bij het Raadssecretariaat kunnen plaatsvinden. De Raad stemde tenslotte in met het voorstel van Secretaris-Generaal/Hoge Vertegenwoordiger Solana voor de huisvesting van de interimstructuren.

Handvest van grondrechten

Raadsvoorzitter Gama lichtte de Raad in over de activiteiten die zijn ondernomen om, conform de besluitvorming tijdens de Europese Raden van Keulen en Tampere, een EU-Handvest van Grondrechten tot stand te brengen. Hij benadrukte zowel de symbolische als de politieke waarde van het toekomstig Handvest.

Het forum, bestaande uit vertegenwoordigers van het Europees Parlement, nationale parlementen, Commissie en lidstaten, heeft de naam 'Conventie' gekregen. Het is twee maal bijeengeweest en heeft een werkprogramma van plenaire en werkgroepszittingen aangenomen met als doel de werkzaamheden binnen een jaar te voltooien. Over de bijeenkomst van de Conventie op 1 en 2 februari jl. heb ik Uw Kamer bij brief van 14 februari jl. meer uitvoerig geïnformeerd. De Algemene Raad zal regelmatig de voortgang in de werkzaamheden van de Conventie bespreken.

Hervormingen van de Commissie

Commissaris Kinnock heeft het concept-witboek voor de hervorming van de Commissie gepresenteerd. Hij gaf in zijn presentatie aan dat binnen de Commissie de programmering en de planning worden herzien, het financieel management wordt aangepast en het personeelsbeleid wordt gemoderniseerd. Commissaris Kinnock benadrukte dat de Commissie de hervormingen niet zelfstandig ter hand kan nemen. Het Europees Parlement en de Raad zijn partners voor wijziging van de nodige regelgeving. Hij vroeg in het bijzonder de aandacht van de Raad voor de herziening van het financieel reglement (besluitvorming met unanimiteit) en het ambtenarenstatuut (besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid). Commissaris Kinnock wees erop dat de omvangrijke wijzigingen in de Commissiedienst ook gevolgen hebben voor de interinstitutionele dialoog en voor de begrotingsprocedure. Het Europees Parlement, de Commissie en de Raad zullen vooraf tot een prioriteitstelling moeten komen.

De leden van de Raad spraken unaniem lof en steun uit voor de voortvarendheid waarmee de Commissie te werk ging. Ook Nederland sloot zich hierbij aan. Staatssecretaris Benschop wees daarnaast op het verband tussen de hervormingen en de behandeling van het salaris/pensioenen-dossier. Ook heeft de Staatssecretaris de Commissie voorgesteld een betrouwbaarheidsverklaring van de Europese Rekenkamer als doelstelling in het hervormingsplan op te nemen.

Uit de tafelronde bleek dat de in het hervomingsplan voorziene aanpassing van de financiële organisatie, en in het bijzonder de decentralisatie van de financiële controle naar de directoraten-generaal, niet eenvoudig zal zijn. Italië, Spanje en Griekenland spraken zich op voorhand uit voor de handhaving van een centrale financiële controledienst.

Freelance tolken

In de Raad is gestemd over een voorstel van de Commissie om tijdelijk tolkpersoneel onder het zgn. statutaire auxiliaire regime te brengen. Het voorstel beoogt de kosten van het huidige tolkenapparaat te reduceren.

Onder het nieuwe regime zouden de tolken in tijdelijke dienst voortaan belasting betalen aan de EU. Bovendien zou behandeling volgens het statuut het mogelijk maken af te zien van betaling van (vaak niet te rechtvaardigen) dag- en reisvergoedingen.

Een aantal lidstaten had grote bezwaren tegen het voorstel. Zij stelden dat door toepassing van het statuut arbeidsrechtelijk een grijze zone zou ontstaan tussen het vaste en het tijdelijke dienstverband. Dat zou een verkeerd precedent scheppen, zelfs inden Raad en Commissie in verklaringen expliciet precedentwerking zouden uitsluiten.

Aantrekkelijke alternatieven voor het Commissievoorstel waren niet voorhanden. Een Belgisch voorstel te komen tot een zodanige brutering dat de netto inkomens gelijk zouden blijven, zou de kosten van het tolkenapparaat slechts verder doen toenemen; de optie om de free lancers in vaste dienst te nemen zou ten koste gaan van de flexibiliteit in tijden van geringe vergaderdrukte.

Een blokkerende minderheid (tegenstemmen van België, Denemarken, Zweden en Duitsland, onthouding door Spanje), leidde tot afwijzing van het Commissievoorstel. De zaak is daarop terugverwezen naar Coreper.

Westelijke Balkan


- Federale Republiek Joegoslavië (FRJ)/Servië

De Raad besprak vooral het sanctieregime tegen de FRJ/Servië. De Raad kwam overeen het sanctieregime te versterken om de druk op Milosevic te maximaliseren onder gelijktijdige opschorting - op aandrang van de oppositie - van de luchtvaartboycot.

Die versterking bestaat uit het volgende: de reikwijdte van de visumrestricties wordt uitgebreid en de uitvoering door de lidstaten van het financiële sanctieregime zal verder worden aangescherpt. De met de EU geassociëerde staten en de buurlanden zal worden verzocht zich, voor zover dat nog niet het geval is, aan te sluiten bij het EU-sanctieregime. De Commissie zal met voorstellen komen om lacunes bij de toepassing van de huidige financiële sancties te dichten.

De Raad honoreerde, gelet op de bereidheid van de Servische oppositie om verenigd te werken aan democratische veranderingen in de FRJ, haar dringende en unanieme wens om de luchtvaartboycot tegen Servië op te schorten. Deze opschorting geldt voor de duur van zes maanden. Het pleidooi van sommige lidstaten voor een opschorting van het olie-embargo werd door de Raad niet overgenomen. Deze sanctie blijft gehandhaafd. De Raad zal het sanctiebeleid blijven bezien in het licht van toekomstige ontwikkelingen in de FRJ.

In mijn interventie heb ik benadrukt dat Nederland consequent heeft gepleit voor een coherent sanctiebeleid: aanhoudende druk op het regime, versterking van de oppositie en zo "smart" mogelijke sancties. Er zou nu ook een geloofwaardig en coherent pakket aan maatregelen door de Raad moeten worden aangenomen. Ik betoogde dat een dergelijk pakket zou moeten bestaan uit enerzijds opschorting van de luchtvaartboycot, en anderzijds een aanzienlijke verbreding van de visumrestricties, aanscherping van de financiële sancties en een geloofwaardige implementatie van die sancties door de lidstaten. Verdere aanpassingen van het sanctieregime zijn wat Nederland betreft nu niet aan de orde. Ook Hoge Vertegenwoordiger Solana steunde deze aanpak.


- FRJ/Kosovo

De Raad sprak zijn verontrusting uit over de hernieuwde uitbarsting van etnisch geweld in Mitrovica en de recente aanvallen op KFOR. De politieke leiders in Kosovo werden opgeroepen ieder gebruik van geweld met kracht te veroordelen en hun invloed aan te wenden om er een einde aan te maken. De Raad waarschuwde dat de EU-steun aan Kosovo onder meer afhankelijk is van de voortgang die wordt geboekt in het interetnische verzoeningsproces.


- Donau

De Raad besprak de milieuramp als gevolg van de cyanidelekkage in een zijrivier van de Donau. Commissaris Patten gaf aan dat de mogelijkheid voor hulp van de zijde van de EU op dit moment werd onderzocht. Daartoe was reeds een onderzoeksmissie uitgezonden naar Roemenië.

Het door de Donaucommissie gepresenteerde projectvoorstel voor vrijmaking van de vaargeul van de Donau werd door de Raad verwelkomd. Het is nu aan de Commissie om spoedig haar definitieve oordeel te geven over dit voorstel, zodat een snel begin kan worden gemaakt met de uitvoering van dit initiatief.


- Kroatië

De Raad had een ontmoeting met de nieuwe premier van Kroatië, de heer Racan. Hij gaf aan dat de nieuwe regering aan de bekende conditionaliteiten zou willen voldoen, waaronder implementatie van de akkoorden van Dayton, samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal, de terugkeer van vluchtelingen en democratisering. Dit gaf de Raad veel vertrouwen in deze nieuwe regering. De Raad kwam overeen dat spoedig een ministeriële Trojka Kroatië zou bezoeken als teken van steun aan de nieuwe regering en om deze aan te moedigen economische en politieke hervormingen door te voeren. De Raad verzocht de Commissie om de haalbaarheid te onderzoeken van een Stabilisatie en Associatie-akkoord met Kroatië.

Vredesproces in het Midden-Oosten

De Raad heeft zijn ernstige bezorgdheid uitgesproken over de escalatie van vijandelijkheden in Zuid-Libanon. Reeds op 9 februari jl. (zie bijlage) heeft het Voorzitterschap in een verklaring gewaarschuwd voor het risico dat deze escalatie meebrengt voor het toch al broze vredesproces.

De Raad heeft opnieuw alle partijen opgeroepen tot strikte naleving van het staakt-het-vuren van april 1996 en de hoop uitgesproken dat de onder die overeenkomst ingestelde commissie van toezicht spoedig bijeen zal komen om de-escalatie van de spanningen te verzekeren.

Voorts heeft de Raad zijn teleurstelling uitgesproken over het feit dat op het Palestijnse Spoor de raamovereenkomst over de permanente-status-kwesties niet tot stand is gekomen binnen de daarvoor gestelde termijn. De Raad heeft het Voorzitterschap en Hoge Vertegenwoordiger Solana gevraagd om het mogelijke te doen om partijen te bewegen tot hervatting van de onderhandelingen.

Betrekkingen met Rusland

Commissaris Nielsen (humanitaire hulp) deed verslag van zijn bezoek aan de Noordelijke Kaukasus. Hij had geen toegang gekregen tot Tsjetsjenië, maar wel onder meer Ingoesjetië bezocht. De omstandigheden in de officiële vluchtelingenkampen zijn niet gemakkelijk, doch verwarming, voedsel en sanitaire voorzieningen zijn in basisvorm aanwezig. In de meer dan 180 niet-officiële kampen is de toestand echter aanzienlijk slechter.

In zijn gesprekken in Moskou heeft Commissaris Nielsen de autoriteiten gewezen op de zware verantwoordelijkheid die Rusland draagt voor de verslechterende humanitaire situatie; hij heeft aangedrongen op veilige werkomstandigheden voor niet-gouvernementele organisaties in de regio en snelle inzet van de OVSE in Tsjetsjenië.

De Raad sprak opnieuw zijn veroordeling uit over het onevenredige en willekeurige gebruik van geweld in Tsjetsjenië en herinnerde Rusland aan zijn verplichting te zorgen voor de vluchtelingen. De hoop werd uitgesproken dat de ondersteunende eenheid van de OVSE zo spoedig mogelijk kan terugkeren naar het gebied en steun werd gegeven aan de pogingen van de zijde van OVSE en Raad van Europa om een vreedzame regeling van het conflict te bereiken.

Op onder meer aandringen van Nederland onderstreepte de Raad het belang van onafhankelijke berichtgeving en sprak hij zijn verontrusting uit over het lot van de vermiste Russische journalist Andrei Babitski.

Betrekkingen met Mexico

De Raad gaf zijn politiek akkoord aan het resultaat van de onderhandelingen over een handelsakkoord tussen de EU en Mexico. Consensus werd bereikt nadat de Commissie bereid was gebleken in een verklaring vast te leggen dat de met Mexico overeengekomen regels van oorsprong geen precedent zullen vormen voor akkoorden met andere derde landen, en dat de invoer uit Mexico van sinaasappelconcentraat op de voet gevolgd zal worden.

Zuid-Afrika

Tijdens de Raad werd een oplossing gevonden voor de slepende kwestie van traditionele benamingen met betrekking tot het handelsakkoord tussen de EU en Zuid-Afrika. Zoals bekend had een aantal lidstaten aangegeven het gehele handelsakkoord niet te zullen ratificeren indien geen bevredigende oplossing gevonden zou worden voor de kwestie van traditionele benamingen in het deelakkoord voor wijn- en spiritualiën. Hierdoor dreigde de voorlopige toepassing van het handelsakkoord (1 januari 2000) in gevaar te komen.

Een aantal andere lidstaten, waaronder met name ook Nederland, heeft met succes geïnsisteerd op het vinden van een oplossing nog tijdens de Raad. Er is nu een periode van vijf jaar voorzien waarin Zuid-Afrika het gebruik van de traditionele benamingen Grappa, Ouzo, Korn, Kornbrand, Jagertee en Pacharan zal uitfaseren voor zowel de export als de eigen markt. Bovendien is overeengekomen dat de enige produkten die onder deze benamingen op de Zuid-Afrikaanse markt gebracht mogen worden afkomstig uit de EU moeten zijn. De exacte implementatie van deze laatste afspraak is overigens wel afhankelijk gemaakt van de resultaten van de besprekingen die op dit gebied in het kader van WTO/TRIPS zullen worden gevoerd. De door de Algemene Raad aanvaarde oplossing is inmiddels, bij brief van 16 februari jl. van President Mbeki, ook geaccepteerd door Zuid-Afrika.

Indonesië

Commissaris Patten lichtte de Mededeling van de Commissie inzake de betrekkingen met Indonesië op hoofdlijnen toe. Hij onderstreepte daarbij het belang van Indonesië in de regio, maar ook in de wereld, op politiek en economisch gebied. Verder riep hij de lidstaten op om ook een bilaterale bijdrage aan Indonesië te overwegen, omdat er een grens zit aan de gelden die daarvoor uit gemeenschapmiddelen kunnen worden vrijgemaakt. Een belangrijke prioriteit voor assistentie is Oost-Timor, zo benadrukte hij.

Het Voorzitterschap kondigde aan dat tijdens de eerstvolgende Algemene Raad een nader debat zal plaatsvinden over de nieuwe Mededeling.

Associatieraad met Estland, Letland en Litouwen

En marge van de Algemene Raad vonden de Associatieraden met Estland, Letland en Litouwen plaats. De besprekingen stonden in het teken van het EU-toetredingsproces van deze landen. Gesproken werd over de versterkte pre-toetredingsstrategie, de monitoring van de overname en toepassing van het acquis communautaire, de stand van zaken in de bilaterale betrekkingen tussen de EU en deze landen, en regionale samenwerking.

Intergouvernementele conferenties met het oog op toetreding met Letland, Litouwen, Slowakije, Roemenië, Bulgarije en Malta

Op 15 februari jl. gingen de toetredingsonderhandelingen met de "Helsinki-zes", te weten Letland, Litouwen, Slowakije, Roemenië, Bulgarije en Malta, officieel van start. De onderhandelingen vinden plaats in zes separate intergouvernementele conferenties (IGC's). De avond tevoren vond ter gelegenheid van de opening van deze nieuwe onderhandelingen een diner plaats van de ambtgenoten van de Unie en die van de betrokken kandidaatlidstaten.

De eerste IGC's bestonden uit de uitwisseling van verklaringen. Belangrijk daarin was dat de zes kandidaten hun streefdata voor toetreding officieel bekend hebben gemaakt. Malta en Letland gaan uit van 1 januari 2003, Litouwen en Slowakije van 1 januari 2004, Bulgarije van 1 januari 2006 en Roemenië van 1 januari 2007. De EU heeft zich van haar kant nog niet over streefdata uitgesproken.

Diversen


- EU-Afrika top

Vz Gama zette uiteen dat de problemen rond het organiseren van de EU-Afrika top uit de weg waren geruimd. De top zal worden gehouden op
3 en 4 april a.s. in Kaïro.


- Holocaust-conferentie

De Raad heeft zijn waardering voor Zweden uitgesproken voor de wijze waarop de recent in Stockholm gehouden Holocaust-conferentie was verlopen.


- IMF/opvolging Camdessus

De Raad heeft kort gesproken over de opvolging van de directeur van het Internationaal Monetair Fonds, Michel Camdessus. Er bestond een groeiende consensus ten gunste van de Duitse kandidaat Koch-Weser, doch besluitvorming over een gemeenschappelijke kandidaat van de EU was nog niet mogelijk.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie