Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng PvdA wetsontwerp Advocatenwet

Datum nieuwsfeit: 23-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Inbreng PvdA-fractie t.b.v. het verslag bij het wetsontwerp opneming in en wijziging van enkele bepalingen en artikelen van de advocatenwet
24 februari 2000 PvdA

Woordvoerder: Arie Kuijper

De leden van de PvdA fractie hebben met instemming kennis genomen van de voorgestelde wijziging van de Advocatenwet.

Het belang van de cliënten zowel als de openbare belangen worden met de voorgestelde wijziging gediend.
Met name de nu geboden mogelijkheid om, kort na het bekend worden van een onbehoorlijke praktijkuitoefening, op te kunnen treden, vindt bij de leden van de PvdA bijval.
Onduidelijk vinden de leden van de PvdA de criteria aan de hand waarvan wordt bepaald wanneer sprake is van een onbehoorlijke praktijkuitoefening. Volgens die leden bestaat het gevaar dat, zonder dat criteria worden genoemd, de ene raad voor discipline c.q. deken wel termen aanwezig acht om in te grijpen en de andere bij gelijke omstandigheden, niet. In die zin zou rechtsongelijkheid kunnen ontstaan. De leden van de PvdA vragen hieromtrent nadere uitleg.

Terecht wordt naar de mening van de leden van de PvdA gewezen op het belang om, bij een geconstateerde onbehoorlijke praktijkuitoefening, voorzieningen te kunnen treffen opdat de disfunctionerende advocaat na verloop van tijd weer op voldoende niveau kan functioneren. De leden van de PvdA achten het van belang dat bij de uitspraak tot het nemen van een voorziening ook wordt bepaald voor welke duur de voorziening geldt en bij welke criteria is voldaan aan de eisen van de raad, zodat de voorziening kan worden opgeheven.

In de memorie van toelichting wordt onder o, aangegeven dat aan het eerste lid van artikel 50 wordt toegevoegd dat de griffier van de raad van discipline van de beslissing van de raad waarbij een maatregelen is opgelegd een afschrift zendt aan de raad voor rechtsbijstand, indien de betrokken advocaat bij die raad voor rechtsbijstand is ingeschreven. Op grond van deze informatie kan de raad voor rechtsbijstand overwegen om de inschrijving van de betreffende advocaat bij de raad door te halen. In het geval van een voorziening achten de leden van de PvdA het niet direct noodzakelijk om de inschrijving door te halen. Echter, zo vragen de leden van de PvdA zich af, in hoeverre is het bij een schorsing wenselijk om altijd, gedurende de periode van de schorsing, tot doorhaling van de inschrijving over te gaan. De formulering "kan de raad voor rechtsbijstand overwegen" laat de mogelijkheid open om bij schorsing de inschrijving niet door te halen. De leden van de PvdA achten het wenselijk om bij schorsing, tot doorhaling over te gaan. Gaarne een reactie van de regering hierop.

Vervolgens vragen de leden van de PvdA zich af, of de onderhavige wetswijziging voldoende grondslag biedt om te bereiken dat een advocaat bij schorsing geen toevoegingen meer krijgt. Of is het noodzakelijk artikel 17 van de Wet op de rechtsbijstand te wijzigen?

Tot slot vragen de leden van de PvdA hoe vaak nu reeds maatregelen zoals genoemd in artikel 48 van de Advocatenwet worden toegepast? Is bij de nieuwe procedure een toename van het aantal schorsingen te verwachten?

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie