Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over economische en financiële ontwikkelingen

Datum nieuwsfeit: 24-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Economische en financiële ontwikkelingen (240200)

Archief Schriftelijke Vragen Archief Schriftelijke Vragen

Economische en financiële ontwikkelingen (240200)

Den Haag, 24 februari 2000

Onlangs was er de krantenkop: Kok vervult alle wensen. Het algemene beeld dat langzamerhand groeit, is er een van: alles kan weer, nu het begrotingsoverschot is bereikt. Meerdere partijen presenteren uitgebreide wensenlijstjes. Nog even en de financiële ruimtevaart begint weer (de term is overigens van Jelle Zijlstra). De beleidslijnen waar het CDA voor kiest zijn helder: extra ambitie om de staatsschuld substantieel terug te dringen, ruimte bieden voor productieve investeringen waar deze geboden zijn, extra maar wel gerichte uitgaven in de sfeer van onderwijs en zorg, afzien van nog meer generieke lastenverlichting (specifieke maatregelen kunnen overigens wel nodig zijn om de armoedevallen terug te dringen). Het probleem bij dit debat is: hoe staan we er nu eigenlijk precies voor? De CPB-cijfers zijn niet bekendgemaakt. Als we op de berichten moeten afgaan, zou het in de jaren 2000 en 2001 gaan om 6 miljard uitgavenmeevallers en 17,5 miljard inkomstenmeevallers. Is dit juist?


1. Essentieel is de vraag wat de ruimte is van de uitgavenmeevallers: in Het Financieele Dagblad werd gesteld dat rekening gehouden moet worden met een hogere loonontwikkeling dan die van het rekenmodel. Als dat zo is, dan zou de ruimte snel slinken. Is deze veronderstelling juist? Wat is volgens de meest recente inzichten nu precies de ruimte die voor uitgaven beschikbaar is? Zonder dat inzicht blijft alles een beetje luchtfietsen.


2. We hebben het nu over een begrotingsoverschot, maar minister Zalm wees er onlangs op dat aan het einde van de kabinetsrit toch weer een financieringstekort dreigt. Dat zou betekenen dat aan het einde van de kabinetsrit het huishoudboekje van de overheid toch structureel niet op orde is. Is dit juist en als dat het geval is, zet dat dan weer geen rem op een al te uitbundig uitgavenbeleid? Niemand schiet er immers wat mee op als later weer moet worden teruggekomen op uitgavenintensiveringen. Graag nadere informatie. Heeft dit overigens ook nog gevolgen voor de agenda van het begrotingsoverschot waar premier Kok eind vorig jaar voor pleitte? (Over die agenda horen we trouwens niet veel meer.)


3. Wat betreft lastenverlichting stelt het CDA reeds langere tijd dat extra generieke lastenverlichting op grond van
werkgelegenheidsbevordering niet nodig en niet wenselijk is (de vraag of Nederland internationaal te veel uit de pas loopt is van andere orde). Uit het kabinet klinken nu vergelijkbare geluiden. Minister Zalm hield onlangs een betoog aan de Erasmusuniversiteit. Hij achtte verdere lastenverlichting, bovenop die van het nieuwe belastingplan, niet nodig. De inkomstenmeevallers zouden zoveel mogelijk moeten worden besteed aan reductie van de staatsschuld, maar wat moet er dan gebeuren met het resterende deel van de inkomstenmeevallers? Of is het zo dat de minister alle inkomstenmeevallers aan terugdringing van de staatsschuld wil besteden? Graag wat meer duidelijkheid, ook al omdat voor het verkiezingsjaar 2002 kennelijk weer wel op het kompas van lastenverlichting wordt gevaren.


4. Dan de staatsschuld. De CDA-fractie heeft reeds lang gewezen op de noodzaak van het wegwerken van de staatsschuld, vooral om de rekeningen van nu niet nodeloos door te schuiven naar komende generaties. Jongeren en ouderen hebben er gewoon baat bij dat de staatsschuld in 2020 in belangrijke mate of zelfs geheel is weggewerkt; het voorkomt lastenverzwaringen later en het schept dan ruimte voor beleidsuitgaven i.p.v. rente- en aflossingsverplichtingen. Dat vergt een consequente strategie van het genereren van een jaarlijks begrotingsoverschot. Zolang die strategie niet is vastgesteld, moet er gewerkt worden met het aanwenden van een substantieel deel van de inkomstenmeevallers. In december vorig jaar stelde mijn fractie voor om driekwart van de inkomstenmeevallers te benutten voor dit doel. Minister Zalm ontraadde deze motie en de CDA-fractie stond toen alleen. Er komen echter gelukkig medestanders: D66-fractievoorzitter De Graaf wil nu ook driekwart van die meevallers benutten voor de staatsschuldreductie. Het is dan overigens wel een beetje merkwaardig als De Graaf opmerkt: Ik heb de VVD en het CDA nog weinig concreets horen zeggen hierover. Maar ze zijn natuurlijk welkom om onze kant te kiezen. Waarom steunde D66 in december dan niet het CDA-voorstel?


5. Het maatschappelijk debat over de staatsschuld krijgt steeds duidelijker vormen. Maar wat is nu eigenlijk de visie van het kabinet? Zijn de stortingen in het AOW-fonds voldoende, zoals de PvdA stelt, of moet de ambitie om de staatsschuld substantieel terug te dringen hoger zijn, zoals de VVD lijkt te willen? Staatsschuldreductie vergt financiële discipline. Wat is de visie van het kabinet en dan met name m.b.t. het langere termijndoel?


6. Het uitgavenkader biedt mogelijkheden voor het doen van extra uitgaven. Dat roept overigens wel de vraag op of het kabinet onverkort vasthoudt aan het behoedzame uitgavenkader. Dat kader kan worden opgerekt door uit te gaan van een hogere groeiveronderstelling. Groen Links heeft al suggesties in die richting gedaan. Het CDA wil, zoals reeds aangegeven tijdens het Najaarsnotadebat, vasthouden aan het behoedzame kader. Dat geldt ook voor de langere termijn. Wat betreft de korte termijn dient voor meevallers vanzelfsprekend eerst te worden gekeken naar de ruimte in de uitgavensfeer. Bij extra uitgaven dient uiteraard wel onderscheid te worden gemaakt tussen structurele en incidentele uitgaven. Extra ruimte mag vanzelfsprekend niet ten koste gaan van voortdurende pogingen de doelmatigheid van de bestedingen te vergroten. De premier suggereerde dat zowel aan uitgavenwensen als aan staatsschuldreductie tegemoet kan worden gekomen. Is bij het toch grote verschil tussen uitgaven- en inkomstenmeevallers naar de mening van de premier sprake van een goede balans?


7. Gegeven alle onduidelijkheden op dit moment (exacte ruimte in de uitgavensfeer, gevolgen van de hoge inflatie, het mogelijk weer verdwijnen van het begrotingsoverschot, beleid t.a.v. lastenverlichting) is het prematuur het financiële kader nu al dicht te spijkeren. Dat kan procedureel ook niet; de minister van Financiën heeft die procedure in zijn brief van 21 februari helder uiteen gezet. De CDA-fractie gaat er voorlopig nog maar van uit dat premier Kok niet alle wensen zal vervullen.

Kamerlid: Jan Peter Balkenende

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie