Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nieuws en informatie gemeente Heumen

Datum nieuwsfeit: 24-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Gemeente Heumen


Besluitenlijst raadsvergadering 24 februari 2000.

Agenda

nr.

Voorstel

Besluit

02.01

Vaststelling notulen openbare raadsvergadering d.d. 27 januari 2000

Ongewijzigd vastgesteld

02.02

Ingekomen stuken en mededelingen voor kennisgeving aan te nemen: a. Door gedeputeerde staten van de provincie Gelderland wordt naar aanleiding van de ingezonden begroting 2000, alsmede de jaarrekening over het jaar 1998, repressief toezicht voor het jaar 2000 verleend.
b. Motie van de gemeente Sevenum inzake aanpassing verdeelsleutel gemeentefonds.
c. Jaarrekening 1998 van de VVV Rijk van Nijmegen. d. Begroting 2000 van de VVV Rijk van Nijmegen e. Schrijven van het landelijk overleg autovrije zondag inzake deelname aan de autovrije zondag op 24 september 2000. f. Besluitenlijsten van de vergaderingen van ons college d.d. 1 februari tot en met 27 februari 2000.

Conform voorstel besloten

02.03

Verzoek om wijziging bestemmingsplan voor woningbouw op perceel aan de Maasstraat.

Verzoek van mw. Willems-Krouwel om wijziging bestemmingsplan "Heumen Dorp" t.b.v. de bouw van 2 woningen in plaats van 1 op haar perceel aan de Maasstraat.

VOORSTEL: Gezien het beleid ten aanzien van particuliere bouwinitiatieven, in samenhang met de woningbouwplanning, géén medewerking verlenen.

Conform voorstel besloten

Fractie Thonen tegen.

02.04

Uitbreiding H.S. Expresse

Aangehouden en van agenda afgevoerd

02.05

Frictiekosten RIO.

Bij de totstandkoming van het implementatieplan RIO is opgenomen dat frictie- en ontvlechtingskosten die bij sommige organisaties ontstaan (o.a. GGD en Thuiszorg) voor rekening van de deelnemende gemeenten zullen komen. Bij de GGD en de toenmalige Kruisvereniging zijn frictiekosten ontstaan. De GGD-frictiekosten zijn in de rekening van 1998 verwerkt. De Kruisvereniging heeft een openstaande post van ongeveer een half miljoen.

VOORSTEL: het bedrag van f 21.833,71(deel gemeente Heumen) beschikbaar te stellen ten behoeve van het dekken van de frictiekosten van de stichting Thuiszorg.

Conform voorstel besloten

02.06

Subsidie ten behoeve van de herinrichting en renovatie van het sportveldencomplex van de Overasseltse Boys.

Het bestuur van R.K.V.V. Overasseltse Boys vraagt een bedrag van f 505.125,-- beschikbaar te stellen ten behoeve van de herinrichting en renovatie van haar sportcomplex.

Er is een dekkingstekort van f 265.750,--(omdat in eerdere besluiten door de raad al bedragen beschikbaar zijn gesteld).

VOORSTEL: een éénmalige subsidie van maximaal f 265.750,-- beschikbaar te stellen ten behoeve van de herinrichting en renovatie van het sportveldencomplex van de Overasseltse Boys en dit ten laste brengen van de Algemene reserve.

Conform voorstel besloten

02.07

Investeringssubsidie ten behoeve van de bouw van een invalidentoilet:

Het bestuur van verenigingsgebouw Terp vraagt een investeringssubsidie van f 29.000,-- ten behoeve van de renovatie van de toiletgroepen en de keuken en de aanleg van een invalidentoilet, kosten f 86.900,-

Op grond van de subsidieverordening investeringen welzijnsaccommodaties (ten behoeve van nieuwbouw) komt men in aanmerking voor een subsidie van 1/3 van de geschatte bouwkosten van het invalidentoilet (dit is nieuwbouw) en de overige kosten zullen gedekt moeten worden uit eigen middelen en een toegezegde subsidie van het Kon. Julianafonds.

VOORSTEL: een investeringssubsidie beschikbaar stellen van f 4.500,- ten behoeve van de bouw van een invalidentoilet.

Conform voorstel besloten

02.08

Verstrekking van renteloze lening ten behoeve van vervanging instrumentarium fanfare Vlijt en Volharding.

Fanfare Vlijt en Volharding uit Heumen wil een deel van haar instrumentarium vervangen, kosten f 85.000,-.

Men vraagt een subsidie van f 25.000,- of een voor de vereniging aantrekkelijke vorm van financiering.

Het is niet gebruikelijk om te subsidiëren in de vervanging van instrumenten. Hier dient men jaarlijks voor te reserveren. In eerdere gevallen is aan verenigingen wél een renteloze lening verstrekt.

VOORSTEL: een renteloze lening van maximaal f 70.000,- te verstrekken ten behoeve van de gedeeltelijke vervanging van het instrumentarium en het renteverlies ten laste brengen van de post onvoorzien.

Conform voorstel besloten

02.09

Begrotingswijziging:

VOORSTEL: de begroting te wijzigen naar aanleiding van de financiële consequenties van de besluiten van de raadsvergadering van 24 februari 2000.

Conform voorstel besloten

Vergadering gemeenteraad 23 maart, 19.30 uur:

Van de agendapunten met een * vindt u na het agendaoverzicht de volledige tekst van het voorstel.

Agendaoverzicht:
03.01 Vaststellen notulen openbare raadsvergadering d.d. 24 februari 2000
03.02Ingekomen stukken en mededelingen
03.03 Voorbereidingsbesluit Rijksweg 225 te Heumen* 03.04 Intrekken voorbereidingsbesluit*
03.05 Verzoek om vergoeding planschade van de heer G.B. Eijkhout* 03.06 Vaststelling herziene exploitatieopzetten Hoogenhof en Sluisweg en beschikbaarstelling kredieten bouwrijpmaken* 03.07 SOA/aids preventie 2000*
03.08 Kredietvoorziening speelvoorzieningen*
03.09 Inspectie kindercentra*
03.10 Vervoerskosten gymnastiekonderwijs Zilverbergweg en Tandem* 03.11 Buitenschoolse opvang in de gemeente Heumen* 03.12 Subsidie ten behoeve van Stichting "Ons Huis"* 03.13 Subsidie als vergoeding van gevolgschade aan trainingsveld S.V. Heumen*
03.14 Begrotingswijzigingen

03.03 Voorbereidingsbesluit Rijksweg 225 te Heumen Ingekomen is een verzoek van Waller- Advies en Begeleiding, namens de familie T. Roelofs te Malden om vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor de nieuwbouw van een verkooppunt van motorbrandstoffen met autowasinstallaties aan de Rijksweg 225 te Heumen op het perceel kadastraal bekend gemeente Heumen Sectie C, nummer 1933.
Het perceel heeft ingevolge het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Heumen" per abuis de bestemming "Handel en Nijverheid" met de nadere aanduiding "productie- en groothandelsbedrijven in vakantie en sportar-tikelen" gekregen. Dit betekent dat voortzetting van het garagebedrijf op grond van het overgangsrecht mogelijk is. De verkoop van motorbrandstof-fen niet.
Wij zijn van mening dat een tankstation in combinatie met een autobedrijf uit oogpunt van ruimtelijke ordening niet op bezwaren stuit mits de milieuhygiënische aspecten in acht worden genomen en de verkeersveilig-heid op de Rijksweg (N271) wordt gewaarborgd. Uit overleg met de wegbeheerder is naar voren gekomen dat voor de verkeersveiligheid de aanleg van een linksafstrook noodzakelijk is. Het ter plaatse geldende dwarsprofiel biedt daarvoor geen ruimte. Omdat wij voornemens zijn de gemaakte vergissing te herstellen en genoemde percelen alsmede het aangepaste dwarsprofiel van de Rijksweg (N271)in de in voorbereiding zijnde integrale herziening van de bestemmingsplannen voor het buitengebied in te passen en met het afgeven van een bouwvergunning niet willen wachten op het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan zijn wij in principe bereid medewerking te verlenen aan bovengenoemd verzoek om vrijstelling. Nu het nieuwe bestemmingsplan nog niet ex artikel 23 W.R.O. ter visie is gelegd, dient alvorens ex artikel 19 W.R.O. vrijstelling te kunnen verlenen een voorbereidingsbesluit genomen te worden.
Voorstel
Wij stellen u op grond van vorenstaande voor:

1. vast te stellen een voorbereidingsbesluit voor de percelen kadastraal bekend gemeente Heumen, sectie C, nrs 1932, 1933, 1757 en 1145 gedeeltelijk, plaatselijk bekend Rijksweg 225 te Heumen en het daaraan grenzende gedeelte van de Rijksweg (N 271), zoals op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening is aangegeven;

2. te bepalen dat het voorbereidingsbesluit in werking treedt op de dag na de openbare bekendmaking.

03.04 Intrekken voorbereidingsbesluit
Voorstel
Op grond van onderstaande overwegingen stellen wij u voor het voorbereidingsbesluit dat u op 23 september 1999 genomen heeft voor het perceel Scheidingsweg 111 te Malden in te trekken. Overwegingen
Verzoek om toepassing van de vrijstellingsregeling ex art. 19 W.R.O. In het geldende bestemmingsplan hebben de gronden op het perceel Scheidingsweg 111, tegenwoordig Klein Heumen 1 geheten, de bestemming "Openbare en bijzondere doeleinden". In de doeleindenomschrijving is aangegeven dat deze gronden bestemd zijn voor de bouw van gebouwen, die blijkens hun aard en indeling kennelijk bestemd zijn voor gebruik door c.q. ten behoeve van instellingen, terzake van openbaar bestuur en openbare dienstverlening, verenigingsleven, religie, cultuur, onderwijs, opvoeding, en recreatie, fysieke en geestelijke volksgezondheid, met één dienstwoning (500 m3). Gezien het op de plankaart aangegeven bebouwingspercentage (15%) kon het bouwperceel bebouwd worden tot een oppervlak van 750 m2.
Nadat het klooster ter plaatse werd opgeheven is de onroerende zaak gekocht door de heer Akkermans met het doel er ter plaatse twee kantoren te vestigen. Een handelskantoor in medische apparatuur en een kantoor ten behoeve van werving van gelden voor charitatieve doelen. Beide kantoren hebben geen baliefunctie.
Omdat ter plaatse op grond van de doeleindenomschrijving van het bestemmingsplan een intensiever en een meer verkeersaantrekkend functie tot de mogelijkheden behoorde werd ingestemd met de plannen van de heer Akkermans. In het plan van de heer Akkermans is één dienstwoning opgenomen met een inhoud van 720 m3. Het geldende bestemmingsplan staat echter slechts een maximale inhoudsmaat toe van 500 m3. Omdat het ontwerpplan voor het buitengebied een grotere inhoudsmaat beoogde mogelijk te maken (max. 750m3), werd besloten voor de bouw van de woning een artikel 19 procedure te starten. De provincie weigert een verklaring van geen bezwaar af te geven. Vrijstelling verlenen ex artikel 19 W.R.O. is slechts mogelijk indien Gedeputeerde Staten hiervoor een verklaring van geen bezwaar afgeven. Om verschillende redenen weigeren G.S. deze verklaring af te geven: de urgentie voor de vrijstelling is niet beargumenteerd, de dienstwoning t.b.v. een niet-functioneel aan het buitengebied gebonden functie kan in principe niet worden toegestaan, niet duidelijk is gemaakt waarom een woning met een inhoud van 720 m3 noodzakelijk is, niet is aangegeven waar het bos dat voor de woning moet wijken zal worden gecompenseerd en een akoestisch onderzoek ontbreekt. Door de weigering van G.S. kan de vrijstelling ex artikel 19 W.R.O. niet worden afgegeven.
Onze reactie
Het perceel Scheidingsweg 111 heeft momenteel een bebouwd oppervlak van ca. 590 m2. Deze afmeting zal in het ontwerp-bestemmingsplan "Buitengebied 1997" in de voorschriften als maximaal te bebouwen oppervlak worden aangegeven (excl. één dienstwoning). Het verzoek van de heer Akkermans blijft eigenlijk op één uitzondering na binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Heumen, herz. 1983". Met het ontwerp-bestemmingsplan "Buitengebied 1997" wordt middels de bestemming "Niet-agrarische bedrijven" met de aanduiding "Kantoren zonder baliefunctie" bereikt dat in vergelijking met het vigerende bestemmingsplan intensievere en meer verkeersaantrekkende activiteiten op het perceel kunnen worden voorkomen.
De enige afwijking met het geldende bestemmingsplan betreft de inhoudsmaat van de bedrijfswoning. Teneinde op korte termijn toch een bedrijfswoning te kunnen realiseren ontwikkelt de heer Akkermans een bouwplan voor een bedrijfswoning die wel binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan blijft.
De voorschriften van het geldende bestemmingsplan worden echter pas van kracht indien het door u op 23 september 1999 genomen voorbereidingsbesluit voor onderhavig perceel wordt ingetrokken.
Aanvullend raadsvoorstel
Malden, 14 maart 2000
Aan de raad,
Voorstel
Wij stellen u voor, in tegenstelling tot het advies van de commissie Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting, het voorbereidingsbesluit dat u op 23 september 1999 heeft genomen voor het perceel Scheidingsweg 111 te Malden in te trekken.
Commissie ROV
In haar vergadering van 29 februari 2000 heeft de commissie Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting in meerderheid te kennen gegeven niet in te stemmen met het concept-raadsvoorstel. De commissie was van mening dat het toestaan van de bouw van een woning voor een bedrijf dat geen functionele binding heeft met het buitengebied in strijd is met het beleid dat is neergelegd in het ontwerp-bestemmingsplan voor het buitengebied.
Aanvankelijk was wel ingestemd met het voorstel om met toepassing van artikel 19 W.R.O. medewerking te verlenen aan de bouw van een grotere woning omdat, naar de mening van commissie, de relatie met het ontwerp-bestemmingsplan niet duidelijk was weergegeven. Nu komt de commissie tot de conclusie dat toen ook eigenlijk geen medewerking verleend had moeten worden.
Argumenten om toch medewerking te verlenen aan de bouw van een kleinere dienstwoning door het genomen voorbereidingsbesluit in te trekken.
Op grond van onderstaande overwegingen stellen wij u, ondanks het advies van de commissie, toch voor het genomen voorbereidingsbesluit in te trekken:
a. het huidige gebruik achten wij in het verlengde van de bestemming zoals deze geldt in het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied Heumen, herziening 1983". Sterker nog, met het nieuwe gebruik en de daarop geënte bestemming in het ontwerp-bestemmingsplan "Buitengebied 1997" wordt bereikt dat bijvoorbeeld toename van verkeersaantrekkende activiteiten ter plaatse wordt voorkomen;
b. reeds vanaf de eerste gesprekken met de toen nog aspirant-koper, de heer Akkerman, hebben wij ons daarom positief opgesteld tegenover de door hem gepresenteerde ontwikkelingsplannen en hebben wij hem gewezen op de uitbreidingsmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt;
c. met de bouw van de woning wordt het maximaal te bebouwen oppervlak zoals dat is geregeld in het geldende bestemmingsplan niet overschreden;
d. indien de initiatiefnemer met een bouwplan was gekomen voor de uitbreiding van het hoofdgebouw (niet de woning zijnde), dan hadden wij op grond van de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt ook onze medewerking verleend;
e. het is in het licht van een goede ruimtelijke ordening niet van belang welk deel van de aanwezige opstallen benut wordt als woning. Dus het maakt naar onze mening niet uit of de enige toegestane bedrijfsbewoning plaatsvindt in een nieuw op te richten gebouw of in bestaande bebouwing, tenzij met het nieuw op te richten gebouw het maximaal toegestane bebouwingspercentage wordt overschreden; f. op het moment dat de heer Akkermans de gronden met opstallen kocht, was ter plaatse één bedrijfswoning aanwezig. Hij heeft zijn plannen voor het gebied ontwikkeld in de wetenschap dat ter plaatse in ieder geval één woning was toegestaan. Wel is de heer Akkermans bericht dat het op- of inrichten van een tweede woning op het perceel niet zal worden toegestaan;
g. het zal op de initiatiefnemer zeer ongeloofwaardig overkomen als eerst de gemeenteraad aangeeft mee te werken aan de bouw van een woning met een inhoud van 750 m3 terwijl nu in plaats van deze woning de medewerking voor de bouw van een kleinere woning wordt geweigerd; h. wij zijn met de commissie van mening dat een andere houding ten opzichte van de ontwikkelingsplannen van de heer Akkermans mogelijk was geweest, rekening houdend met het nieuwe beleid zoals dat is neergelegd in het ontwerp-bestemmingsplan "Buitengebied 1997". Zoals wij reeds hebben aangegeven is door de nieuwe bedrijvigheid in deze vrijkomende gebouwen voorkomen dat zich ter plaatse activiteiten ontwikkelden die op grond van het toen geldende bestemmingsplan waren toegestaan, maar die meer in strijd met de geest van het nieuwe plan zijn dan nu het geval is. Ten overvloede herhalen wij hier de stelling dat de uitbreiding binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan blijft.

03.05 Verzoek om vergoeding planschade van de heer G.B. Eijkhout Voorstel
Op grond van onderstaande overwegingen stellen wij u voor de heer G.B. Eijkhout te vergoeden de planschade ten bedrage van f 45.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan "Hoogenhof, herziening artikel 30 W.R.O."
Verzoek
De heer G.B. Eijkhout heeft op 1 september 1998 schriftelijk de raad verzocht de planschade te vergoeden die hij lijdt als gevolg van de bouw van een kantoorgebouw aan de Zwerfkei. De bouw van het kantoren werd mogelijk gemaakt nadat hiervoor ex. artikel 19 W.R.O. een bouwvergunning werd verleend.
Advies SAOZ
Naar aanleiding van het verzoek van de heer Eijkhout hebben wij besloten het advies in te winnen van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken. De SAOZ kon aanvankelijk geen advies uitbrengen omdat er tegen de bouwvergunning hoger beroep was ingesteld en de bouwvergunning hierdoor nog niet onherroepelijk was. Hoewel omtrent het hoger beroep nog geen besluit is genomen, heeft de SAOZ nu toch een advies kunnen uitbrengen omdat inmiddels het bestemmingsplan "Hoogenhof, herziening art. 30 W.R.O.", waarin de bouw van het kantoor wordt geregeld, bij besluit van Gedeputeerde Staten op 21 januari 1999 onherroepelijk is geworden.
Advies SAOZ
In het advies van de SAOZ wordt geconcludeerd dat door de veranderde planologische mogelijkheden de heer Eijkhout in een nadeliger positie is gebracht en zijn woongenot is aangetast. Dit is het gevolg van verlies aan privacy, vermindering van de lichtinval op zijn perceel en geluidoverlast, doordat grenzend aan zijn perceel een parkeerterrein is aangelegd en deze gronden nu aanzienlijk intensiever worden gebruikt. Een en ander heeft een waardevermindering van de onroerende zaak van verzoeker tot gevolg gehad. De waardedaling van de onroerende zaak Boterdijk 2 wordt getaxeerd op f 45.000,--. Gezien het moment waarop de heer Eijkhout eigenaar van het perceel Boterdijk 2 werd, 3 mei 1989, doen zich naar de mening van SAOZ geen feiten en omstandigheden voor, die rechtvaardigen dat de schade, voor rekening van verzoeker dient te blijven.

03.06 Vaststelling herziene exploitatieopzetten Hoogenhof en Sluisweg en beschikbaarstelling kredieten bouwrijpmaken
Voorstel
Akkoord gaan met de per 1 januari 2000 voorgestelde aanpassing van de grondprijzen voor de plannen Hoogenhof en Sluisweg; De herziene exploitatieopzetten voor de plannen Hoogenhof en Sluisweg vaststellen;
De benodigde kredieten bouwrijpmaken voor de plannen Hoogenhof en Sluisweg beschikbaar stellen;
Inleiding
Actualisering van de exploitatieopzetten van de plannen Hoogenhof en Sluisweg naar de situatie 1 januari 2000 was noodzakelijk. Met deze actualisering worden: a. de grondprijzen aan de huidige marktprijzen aangepast en b. het verwachte eindresultaat bijgesteld. Hoogenhof
De woningbouwprojecten in de 1e fase en 2e fase zijn inmiddels gerealiseerd en ook het woonrijpmaken in dit deel is nagenoeg gereed. In 1999 is de uitgifte van de vrije sectorkavels in de zuidwesthoek opgestart. Thans resteert nog de zuidoosthoek voor uitgifte in de komende jaren.
De belangrijkste uitgangspunten voor de herziening van de exploitatie-opzet van dit plan zijn:
> exploitatieduur tot en met 2002;
> bouw van in totaal 953 woningen;
> doorverkoop van de boerderijen Rijksweg 182 en 184; > hanteren van marktprijzen.
Tot op heden is 213.085 m² grond in Hoogenhof uitgegeven, waarmee een opbrengst is gerealiseerd van in totaal f 44,6 miljoen. Op de nog uit te geven bouwterreinen met een oppervlakte van 39.217 m² kunnen nog ca. 99 woningen gerealiseerd worden. Daarnaast is op het grondperceel achter de bestaande boerderijen Rijksweg 182/184 een bouwmogelijkheid voor ca. 7 woningen. De op basis van marktprijs nu voorgestelde uitgifteprijs per m² bedraagt f 325,-- incl. btw. De totale opbrengst uit grondverkopen bedraagt voor de resterende nog uit te geven kavels 11 miljoen. Daarnaast is voor de doorverkoop van de aangekochte boerderijen met het achterliggend te verkavelen grondperceel een opbrengst geraamd van f 2,2 miljoen.
Door de verhoging van de grondprijs is het verwacht voordelig resultaat nu berekend op f 12,6 miljoen. Ook de eerder behaalde voordelen op de kostenposten "Bouwrijpmaken" en "Renteverliezen" hebben een positieve bijdrage geleverd aan de toename van deze winstverwachting.
Sluisweg
De uitgifte van de kavels op dit industrieterrein verloopt volgens plan. Op dit moment zijn er nog 12 kavels voor uitgifte beschikbaar. Het bouwrijpmaken (aanleg riolering met bouwstraten) is in de loop van 1998 gereed gekomen.
De belangrijkste uitgangspunten voor de herziene exploitatieopzet van dit plan zijn:
> een resterende exploitatieduur van 4 jaar;
> door GGZ uitgewerkte plantekening met bijbehorende civieltechnische gegevens van de nog uit te voeren werken bouwrijpmaken; > het meenemen van de bestaande bebouwing aan de Sluisweg en Ooster-kanaaldijk bij de nog uit te voeren rioleringsplannen; > hanteren van marktprijzen;
Van het totale exploitatiegebied van 95.160 m² is als bouwterrein uit te geven 71.660 m². Tot op heden is hiervan al 46.560 m² uitgegeven. De nog uit te geven 12 kavels hebben een gezamenlijke oppervlakte van 25.100 m².
De op basis van marktprijs nu voorgestelde uitgifteprijs per m² bedraagt:
> f 175,00 per m² excl. btw voor 1 kavel waarop een dienstwoning gebouwd mag worden;
> f 145,00 per m² excl. btw voor de overige 11 kavels zonder mogelijk-heid van dienstwoning;
De totale opbrengst uit grondverkopen bedraagt voor de nog uit te geven kavels ca. 4 miljoen.
Vooral door verhoging van de gronduitgifteprijs is het verwacht voordelig resultaat op basis van de herziening per 1-1-2000 nu uitgekomen op ca. f 3,2 miljoen.
Beschikbaar stellen benodigde kredieten bouwrijpmaken De komende tijd moeten er in de plangebieden Hoogenhof en Sluisweg de nodige werken uitgevoerd worden. Voor het plan Hoogenhof gaat het om gedeeltelijke aanleg van riolering met bouwstraten en afwerking van de omgeving Kreytacker/Grote Loef (deelgebied 1), afwerking woonstraten en groenaanleg zuidwestelijk deel van de 2e fase (deelgebied 2)en in de noordwesthoek fase I bij park Basalt. In totaal bedragen de kosten excl. btw ca. f. 3,8 miljoen. De kosten van de in 2000 geplande werken in Sluisweg bedragen ca. f. 336.000,-- excl. btw. De nu aangevraagde bedragen stemmen overeen met de in de exploitatie-opzetten opgenomen kostenramingen bouwrijpmaken. De dekking en financiering van deze kosten kan geschieden uit de gerealiseerde en nog te realiseren grondverkopen in beide plannen. De commissie FEZ is gehoord en kan met het voorstel instemmen.
03.07 SOA/aids preventie 2000
De GGD Regio Nijmegen verzoekt uw raad:
a. deel te nemen aan het project SOA/aids-preventie 2000 voor niet- schoolgaande jongeren,
b. door Tandem randvoorwaarden te laten formuleren ten behoeve van integratie van preventie activiteiten in reguliere kaders, en c. hiertoe een krediet beschikbaar te stellen van
- f 2.400,00 voor deelname aan het project,
- f 2.280,00 voor het formuleren van randvoorwaarden. Voorstel
Het is altijd moeilijk om het effect van preventieve activiteiten te meten. Wat gebeurt er immers als je niks doet? Wij zijn echter van mening dat gelet op het doel, de doelgroep en de gestructureerde wijze van aanpak en onderzoek, het project SOA/aidspreventie 2000 van belang is voor een moeilijk toegankelijke groep jongeren. Derhalve stellen wij u voor het verzoek van de GGD regio Nijmegen in te willigen en hiertoe een krediet van f 4.680,-- (ad c) beschikbaar te stellen. De overwegingen die tot dit voorstel hebben geleid treft u hierbij aan.
Overwegingen

1. Het doel van het project is te voorzien een samenhangend aanbod ter bevordering van een gezonde leefstijl voor niet-schoolgaande jongeren.

2. De doelgroep niet-schoolgaande jongeren wordt gevormd door jongeren met een lage, al dan niet afgebroken opleiding. Het betreft een kwetsbare (hoogrisico) groep die slechts in beperkte mate wordt bereikt via de reguliere kanalen (ouders, landelijke campagnes, scholen).

3. De benadering van niet-schoolgaande jongeren vergt een a-structurele aanpak: de jongeren worden opgezocht op plaatsen zoals hangplekken, cafetaria, discotheken en jongerencentra (Sjempot). Er wordt gebruik gemaakt van werkmethoden als `peer group education' en dramatechnieken. De plaatselijke jeugd- en jongerenwerker wordt door Tandem gecoacht en heeft hierin een belangrijke functie.
4. Door de GGD zijn een aantal onderzoeksvragen geformuleerd. Voor de inhoud van deze vragen wordt verwezen naar het bijgevoegde plan van aanpak.

5. Tandem heeft aangegeven bereid en in staat te zijn tot het formuleren van randvoorwaarden ten behoeve van integratie van preventieactiviteiten in reguliere kaders. Dit op basis van de onderzoeksvragen.

6. De gegevens die voortkomen uit het onderzoek van Tandem vormen een voorwaarde voor het formuleren van een integraal aanbod voor jongeren conform het parapluproject.

7. Het onderzoek naar integratie activiteiten ter bevordering van een gezonde leefstijl voor de doelgroep niet-schoolgaande jeugd moet tenslotte uitmonden in een projectplan.

8. In het tijdspad zijn twee evaluatiemomenten ingebouwd.
03.08 Kredietvoorziening speelvoorzieningen
voorstel
Wij stellen u voor een krediet van f 100.000,-- beschikbaar te stellen als eerste aanzet tot de uitvoering van het speelplaatsenbeleidsplan. Inleiding
In het kader van het Besluit "Veiligheid van attractie- en speeltoestellen" zijn in het najaar alle speeltoestellen in onze gemeente geïnspecteerd. Als gevolg hiervan zijn 31 toestellen (22%) verwijderd. Dit heeft vanuit de bevolking de nodige reacties los gemaakt. Men is bezorgd dat in het voorjaar in bepaalde buurten weinig of geen speeltoestellen aanwezig zijn.
Huidige stand van zaken.
Ingenieursbureau Oranjewoud is momenteel bezig met het opstellen van een speelplaatsenbeleidsplan. Volgens de planning is eind maart het eindrapport in concept klaar en zal duidelijk zijn welke speelterreinen moeten worden (her)ingericht. Om dan meteen de eerste nood te kunnen lenigen is het van belang dat wij over een krediet kunnen beschikken. In het Investeringsplan wordt voor 2000 voor dit doel een investering gedekt van f 100.000,-- Dit bedrag zal o.a. worden aangewend voor het oplossen van "urgente knelpunten" op die lokaties waarvan gezegd kan worden dat géén inbreuk wordt gemaakt op de beleidsconclusies en uitwerking in actieprogramma van de concept Beleidsnotitie speelvoorzieningen.
Commissies
De commissie W&E is over dit voorstel gehoord en kan ermee instemmen. Het standpunt van de commissie FEZ zal u staande de vergadering worden medegedeeld.

03.09 Inspectie kindercentra
De Afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD verzoekt uw raad een krediet beschikbaar te stellen ten behoeve van de inspectie op hygiëne en veiligheid van de kindercentra in onze gemeente. De kosten voor de inspectie van een kinderdagverblijf bedragen ad f
1.230,-- en voor een peuterspeelzaal en BSO f 1.070,-- per groep. Deze kosten hebben betrekking op een periode van vier jaar. In de bijlagen bij het verzoek van de GGD treft u aan:
- de werkwijze inspectie kindercentra, een toelichting op de wijze waarop de inspectie door de GGD wordt uitgevoerd;
- een inspectieformulier kindercentra; dit is een checklist waarlangs de GGD de inspecties uitvoert;

- een toelichting op het inspectieformulier. Voorstel
Wij stellen u voor

- dat voor de kindercentra in onze gemeente, waarvoor een vergunning wordt afgegeven, een verplichte periodieke inspectie door de GGD op veiligheid en hygiëne plaatsvindt;

- hiervoor een bedrag van f 1.230,-- beschikbaar te stellen; en
- in de toekomst in de vergunning die wordt afgegeven aan kindercentra, een koppeling te maken met inspectie op veiligheid en hygiëne en daarmee degene die de vergunning aanvraagt de kosten voor inspectie in rekening te brengen.
Overwegingen

1. In de Verordening Kinderopvang gemeente Heumen van 17 september 1998 is geen verplichting opgenomen om kindercentra te laten inspecteren op hygiëne en veiligheid.

2. De Verordening Kinderopvang gemeente Heumen heeft betrekking op het kinderdagverblijf Oki-doki in Malden, buitenschoolse opvang en gastouderprojecten.

3. De Verordening heeft geen betrekking op peuterspeelzalen. Daarmee zijn peuterspeelzalen niet verplicht een vergunning aan te vragen.
4. In de regio Nijmegen is de gemeente Heumen de enige gemeente die geen periodieke inspectie van het kinderdagverblijf laat doen.
5. Het hoeft geen betoog dat de doelgroep van een kinderdagverblijf, te weten kinderen van 3 maanden tot 4 jaar, baat heeft bij een optimaal veilige en hygiënische omgeving.

6. Aangezien de gemeente een vergunning afgeeft voor het houden van een kindercentrum, is het redelijk dat ouders van diezelfde overheid mogen verwachten dat er alles aan wordt gedaan om de kinderen een veilige en hygiënische omgeving te bieden.

7. Indien er een epidemie van bijvoorbeeld paratyfus uitbreekt zal dit de pers halen en kan de gemeente het verwijt treffen onvoldoende preventieve maatregelen te hebben genomen.

8. Tenslotte geven wij u in overweging om in de toekomst in de vergunning die wordt afgegeven aan kindercentra, een koppeling te maken met inspectie op hygiëne en veiligheid.

03.10 Vervoerskosten gymnastiekonderwijs Zilverbergweg en Tandem Het schoolbestuur St. Walrick verzoekt uw raad met ingang van 1 mei 2000 een bedrag beschikbaar te stellen voor het vervoer van de leerlingen van de basisscholen De Zilverberg en Tandem naar Terp in Heumen ten behoeve van het gymnastiekonderwijs, tot aan het moment dat de sporthal aan de Passelegt in gebruik wordt genomen. Voorstel
Wij stellen u voor de vervoerskosten van de basisscholen De Zilverberg en De Tandem naar de gymnastiekaccommodatie in Terp in Heumen te vergoeden tot aan het moment dat de sporthal aan de Passelegt in gebruik wordt genomen en de kosten ad f 12.000,-- ten laste te brengen van de begrotingspost `incidenteel onvoorzien 2000'. De overwegingen die tot dit voorstel hebben geleid treft u hierbij aan.
Aanleiding: voornemen tot sloop gymzaal De Zilverberg Het schoolbestuur St. Walrick is voornemens de huidige gymzaal bij basisschool De Zilverberg te slopen. Het terrein waarop de gymzaal is gelegen is de enige locatie die geschikt is voor de uitbreiding van de school met twee lokalen. Wij zijn met het schoolbestuur van mening dat dit de meest voor de hand liggende locatie is. Bovendien voldoet de gymzaal niet langer aan de eisen van veiligheid en hygiëne. Het slopen van de gymzaal brengt met zich mee dat er een alternatief moet worden gevonden voor het gymnastiekonderwijs van de leerlingen uit Overasselt.
Ook de leerlingen uit Nederasselt die gebruik maken van de gymzaal in Overasselt zullen tijdelijk elders moeten gymmen. Alternatief: gymnastiekonderwijs in Terp in Heumen Zolang de sporthal aan de Passelegt niet gerealiseerd is, wil de school gebruik maken van de gymnastiekaccommodatie in Verenigingsgebouw Terp in Heumen. Dit betekent dat er vervoerskosten ontstaan van Overasselt naar Heumen.
Vergoeding gymnastiekonderwijs
Ingevolge artikel 117 van de Wet op het primair onderwijs worden vergoedingsbedragen voor gymnastiekonderwijs vastgesteld voor het gebruik van een gymnastiekzaal. In de vergoeding is geen component opgenomen voor het vervoer van de leerlingen naar een gymnastiekaccommodatie.
De consequentie hiervan is dat de gemeente in de vervoerskosten moet voorzien.
Financiële dekking
Door de algemeen directeur van De Zilverberg zijn twee offertes opgevraagd voor de kosten van het gymnastiekvervoer. Het uitgangspunt in de offertes is dat er 12 ritten per week worden uitgevoerd gedurende 40 weken per jaar. De kosten bedragen f 33.000,-- inclusief b.t.w..
Ten opzichte van de huidige situatie bedragen de meerkosten voor het gymnastiekvervoer f 24.000,--. De huurkosten van Terp zijn berekend op 40 weken x 12 uur x f 22,50 is afgerond f 10.000,--. De exploitatie van de gymzaal in Overasselt van f 16.000,-- (prijsniveau 2000) drukt niet langer op de gemeentelijke begroting.
Samengevat bedragen de kosten:
Voor het gymnastiekvervoer f 33.000,--
huurkosten Terp f 10.000,-- +
totaal f 43.000,--
vrijval exploitatie gymzaal f 16.000,-- -/-
vervoer Nederasselt-Overasselt f 9.000,-- -/-
nog te dekken f 18.000,--
Het bedrag van f 18.000,-- is een bedrag op jaarbasis. Aangezien het gymvervoer pas per 1 mei 2000 ingaat, resteert een bedrag van f 12.000,-- voor het jaar 2000. Wij stellen u voor dit bedrag van f 12.000,-- ten laste te brengen van de begrotingspost `incidenteel onvoorzien 2000'.

03.11 Buitenschoolse opvang in de gemeente Heumen voorstel
Wij stellen u voor

1. Stichting Kinderopvang Nijmegen opdracht te verstrekken om de buitenschoolse opvang te starten in Malden en in Overasselt onder de in dit voorstel genoemde voorwaarden;

2. Stichting Kinderopvang Nijmegen voor de periode 2000 t/m 2002 hiervoor een subsidie te verstrekken van f 11.968,- per gerealiseerde kindplaats buitenschoolse opvang tot maximaal 24,2 kindplaatsen, waarvan minimaal 5,1 gesubsidieerde kindplaatsen;
3. de voor Overasselt gemoeide investeringskosten ad f 35.000,-- ten laste te brengen van het Fonds Sociale Infrastructuur.
Inleiding.
In september 1998 heeft u ingestemd met de "Startnotitie Buitenschoolse Opvang Gemeente Heumen". Onderdeel van deze notitie was de instelling van een projectgroep met de opdracht om de start van de buitenschoolse opvang in onze gemeente voor te bereiden. In dit verband heeft Stichting Catalpa in samenwerking met de projectgroep een onderzoek gedaan naar de belangstelling voor buitenschoolse opvang.
Onderzoek.
De belangrijkste conclusies en aanbevelingen van het onderzoek zijn:
- er is voldoende draagvlak om de buitenschoolse opvang in onze gemeente te starten;

- in tegenstelling tot de kernen Heumen, Overasselt en Nederasselt is een vestiging in Malden mogelijk rendabel te exploiteren. Aanvullend is onderzocht welke mogelijkheden er zijn met betrekking tot de huisvesting. Hieruit blijkt dat een ideale permanente accommodatie niet direct voorhanden is. In afwachting hiervan zou alvast in twee leegstaande schoollokalen gestart kunnen worden. Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang Om te weten om hoeveel buitenschoolse opvangplaatsen en de daarbij behorende uitkering het in onze gemeente gaat is het van belang even stil te staan bij de rijksregeling.
Vlak voor de zomervakantie kwam de nieuwe beleidsnota "Kinderopvang" beschikbaar. In deze nota zijn de voornemens uit het Regeerakkoord voor de kinderopvang uitgewerkt. Voor de periode 1999-2002 is voorzien in een forse capaciteitsuitbreiding van 71.000 plaatsen, met een accent op de buitenschoolse opvang.
De uitbreiding van de buitenschoolse opvang waarvoor in 1997 door het vorige kabinet de eerste aanzet is gegeven, maakt onderdeel uit van deze uitbreiding. De Tijdelijke stimuleringsmaatregel buitenschoolse opvang en de verdere uitbreiding van de kinderopvang zijn daarom geïntegreerd in één nieuwe regeling. Hiervoor is de Tijdelijke Stimulerings-maatregel Buitenschoolse Opvang gewijzigd en van een nieuwe naam voorzien: de Regeling Uitbreiding Kinderopvang en Buitenschoolse Opvang.
De nieuwe regeling is zoveel mogelijk conform de systematiek van de Tijdelijke Stimuleringsmaatregel Buitenschoolse Opvang opgebouwd. Uit hoofde van de Tijdelijke Stimuleringsmaatregel Buitenschoolse Opvang is onze gemeente een uitkering verleend van f 225.194,-- voor het realiseren van 24,2 buitenschoolse opvangplaatsen per 31 december 2000. Met de nieuwe regeling is de uitkering per gerealiseerde opvangplaats verhoogd van f 9.300,-- naar f 11.968,--. Als gevolg daarvan is de rijksbijdrage voor onze gemeente f 289.760,-- voor het realiseren van 24,2 opvangplaatsen per 31 december 2002. Kwaliteit kindplaatsen buitenschoolse opvang in Heumen. Aan de kindplaatsen voor buitenschoolse opvang moet een aantal kwaliteitseisen worden gesteld. Het grote belang dat ouders, kinderen en bedrijven hebben bij een kwalitatief hoogwaardige voorziening rechtvaardigen deze kwaliteitseisen. De kwaliteitseisen mogen echter niet het enige criterium zijn bij de realisering van kindplaatsen. De kindplaatsen moeten zich niet door hoge kosten van kwaliteitseisen "uit de markt prijzen", waardoor kindplaatsen niet of moeilijk bereikbaar zijn voor de doelgroep.
De kindplaatsen moeten op een bedrijfseconomische manier kunnen worden geëxploiteerd.
De kwaliteitseisen waaraan de kindplaatsen moeten voldoen zijn reeds geformuleerd in de "Kwaliteitsverordening Kinderopvang Gemeente Heumen" waaraan instellingen moeten voldoen om een vergunning te krijgen voor het exploiteren van een kindercentrum. Bestemming kindplaatsen.
Het is belangrijk dat de buitenschoolse opvangplaatsen in principe voor iedereen (financieel) bereikbaar zijn. Niet alleen voor werknemers van bedrijven die een plaats kopen/huren en voor particulieren die over voldoende financiën beschikken moet de voorziening bereikbaar zijn.
Dit houdt in dat binnen het aantal kindplaatsen waarop de stimuleringsbijdrage van toepassing is, een aantal gesubsidiëerde plaatsen beschikbaar moet zijn.
Het exacte aantal wordt bepaald door:

1. de jaarlijkse bijdrage die kan worden aangewend voor de exploitatie. Dit is de komende 3 jaar een vast bedrag. Vanaf het jaar 2003 zal naar verwachting de financiering middels een uitkering via het gemeentefonds of middels landelijke fiscale maatregelen worden voortgezet.

2. de kostprijs van een kindplaats.
ad 1) De hoogte hiervan is afhankelijk van wie de buitenschoolse opvang (bso) gaat uitvoeren. Indien een andere instelling dan Catalpa de opdracht krijgt dient f 26.000,-- in mindering te worden gebracht op de totale rijksbijdrage. De reden hiervan is dat Catalpa ons, zoals van te voren afgesproken, dit bedrag in rekening brengt omdat zij vanaf de start van de bso-werkgroep voorbereidende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op zich heeft genomen. Het onderzoek is hiervan een produkt. Deze kosten worden niet in mindering gebracht indien Catalpa de bso in onze gemeente gaat uitvoeren. Dit laat het volgende beeld zien:
Uitvoering bso door Catalpa:

-rijksbijdrage bso f 289.760,--

-investeringskosten t.b.v. realisering 24,2 opvangplaatsen - 70.000,-- restant t.b.v. exploitatie f 219.760,--

- f 219.760,- gedeeld door 3 jaar (t.w. 2000, 2001 en 2002) = f 73.253,-- per jaar.
Uitvoering bso door een andere instelling:

- f 219.760,- minus f 26.000,- : 3 jaar = f 64.587,-- per jaar. Ad 2) dit kan per instelling verschillen.
Naarmate de kostprijs per opvangplaats lager is, des te meer ruimte komt er vrij voor gesubsidieerde plaatsen.
Wanneer er sprake is van een wachtlijst dan zullen de plaatsingscriteria worden aangescherpt gelijk aan die van de kinderdagopvang.
Ouderbijdragen
Het regeerakkoord stelt voor de ouderbijdragen wettelijk vast te leggen en af te leiden van het belastbaar inkomen. Het huidige systeem van adviestabellen voldoet niet meer aan de eisen die voortvloeien uit een toenemend gebruik van kinderopvang en een toenemend financieel belang bij de verschillende partijen (ouders, overheid, werkgevers). De afgelopen twee jaar is voor de ouderbijdragen kinderopvang gewerkt met een VNG-advies dat door het rijk werd getoetst. Dit jaar is een eerste stap gezet in de richting van een wettelijk vast te stellen tabel door de verantwoordelijkheid voor het uitbrengen van een adviestabel ouderbijdragen weer bij het Ministerie van VWS te leggen. Deze tabel zal tevens dienen als basis voor de fiscale waardering van kosten van en vergoedingen voor kinderopvang.Gelet op de op handen zijnde wettelijke regeling voor de ouderbijdrage stellen wij voor om de VWS-adviestabel toe te passen in onze gemeente.Met de uitvoerende instelling zal overleg worden gevoerd over het invoeren van een jaarlijkse inkomenstoets.
Huisvesting.
Uit de enquête is gebleken dat er een redelijke vraag is naar buitenschoolse opvang in Malden. Gelet op het grote leeftijdsverschil bij kinderen die gebruik maken van de buitenschoolse opvang lijkt het verstandig om hier met twee groepen te starten. In Overasselt is in geringe mate een behoefte aan buitenschoolse opvang geconstateerd.
Opties in Malden:

- De twee peuterspeelzalen in Cultureel Centrum Maldensteijn. Voordelen:

* deze lokatie roept bij de kinderen geen associaties op met school;
* de accommodatie ligt centraal;
Nadelen:

* praktische problemen die zich voordoen bij medegebruik van de peuterspeelzalen door de buitenschoolse opvang: de verschillen in inrichting, het schoonmaken, opruimen etc.

* geen mogelijkheid tot buiten spelen.
N.B.: deze optie vervalt omdat één peuterspeelzaal te kennen heeft gegeven dat zij op grond van praktische problemen van medegebruik afziet.

- Basisschool De Toermalijn.
Voordelen:

* 2 klaslokalen op de begane grond;

* geringe kosten voor ingebruikneming;

* voldoende mogelijkheid tot buiten spelen. Nadelen:

* er vindt reeds buitenschoolse opvang plaats voor eigen leerlingen, welke men wil voortzetten ook wanneer een andere bso-instelling erbij zou intrekken.

* kinderen worden in hun vrije tijd opgevangen in schoolverband.
- Basisschool De Tovercirkel.
Voordelen:

* sluit nauw aan op een belangrijk voedingsgebied (Hoogenhof);
* betere spreiding van de opvang: deze vindt dan plaats zowel ten oosten als ten westen van de Rijksweg.

* voldoende mogelijkheid tot buiten spelen. Nadelen:

* extra financiën voor het gereed maken van de lokalen;
* de buitenschoolse opvang vindt plaats op de bovenverdieping;
* kinderen worden in hun vrije tijd opgevangen in schoolverband. De voordelen van opvang in de Tovercirkel zijn zo groot dat onze voorkeur uitgaat naar opvang aldaar.
Hierbij dienen wel enige kritische kanttekeningen te worden gemaakt.
-gelet op het vrijetijdskarakter van buitenschoolse opvang ligt huisvesting in een schoolgebouw niet voor de hand. Bij gebrek aan betere alternatieven op de zeer korte termijn én de leegstand van schoollokalen moet dit worden beschouwd als een tijdelijke oplossing voor een periode van 2½ jaar. In die tijd zal gezocht worden naar een definitieve oplossing.

-de Tovercirkel heeft op dit moment nog 4 leegstaande lokalen in ruwbouw. De Tovercirkel heeft volgens de korte termijn-prognose een behoefte aan 12 lokalen. Dit betekent dat 2 van de 4 lokalen die nu nog in ruwbouw zijn, moeten worden afgebouwd. Uit financieel oogpunt is het verstandiger de 4 lokalen tegelijk af te bouwen, kosten f 325.000,--. De kosten van de afbouw van 2 lokalen bedragen f 215.000,-.
Omdat 2 lokalen geschikt worden gemaakt voor de buitenschoolse opvang zouden wij de rente van de f 110.000,- verschil kunnen voorfinancieren.

-in een af te sluiten contract zullen een aantal zaken duidelijk moeten worden vastgelegd, zoals het medegebruik, herbestemming van de lokalen voor het onderwijs bij groei aantal leerlingen, verzekeringen etc.
Opties in Overasselt:
Voor wat betreft de buitenschoolse opvang voor Overasseltse kinderen zijn er 3 opties:

-Verenigingsgebouw biedt daartoe de mogelijkheid. Uitgaande van 17 kinderen voor 1 dagdeel per week worden de kosten op jaarbasis geraamd op f 40.000,--. Dit zal structureel blijven omdat een nevenvestiging in Overasselt naar verwachting niet rendabel zal worden. Het opvanglokaal zal mede gebruikt worden als jeugdhonk en in een contract zullen goede afspraken gemaakt moeten worden.
-Gastouderopvang, uitgaande van 17 kinderen worden de kosten op jaarbasis geraamd op f 75.000,--.
Deze vorm van opvang is relatief duurder om de volgende redenen:
* de bemiddelingsprijs per kind voor slechts 1 dagdeel is nagenoeg hetzelfde als voor 5 dagdelen;

* deze vorm van opvang is flexibeler omdat de mogelijkheid bestaat dat kinderen ook op andere dagdelen kunnen worden opgevangen;
-Vervoer per taxi naar Malden. Uitgaande van 17 kinderen worden de kosten geraamd op f 7.000,-- per jaar.
Uitvoerende instelling.
Het is gebruikelijk dat meerdere instellingen die in aanmerking komen voor de uitvoering van de buitenschoolse opvang, een offerte uitbrengen.
Wij hebben 2 instellingen gevraagd om een offerte uit te brengen, t.w.: Stichting Catalpa en Stichting Kinderopvang Nijmegen.Aan beide stichtingen is gevraagd om:
a. in de periode tot 01-01-2003 binnen een totaalbudget van f 289.760,-- 24,2 kindplaatsen buitenschoolse opvang te realiseren; b. aan te geven hoeveel "gesubsidiëerde kindplaatsen" zij binnen het beschikbare jaarlijkse budget kan realiseren.
De realisering van de 24,2 kindplaatsen dient te geschieden onder de volgende voorwaarden:

-de opvang vindt plaats in Malden en, zo mogelijk, als start 1 dagdeel in Overasselt;

-de kindplaatsen buitenschoolse opvang moeten voldoen aan de kwaliteitseisen van de "Kwaliteitsverordening Kinderopvang Gemeente Heumen";

-bij de uitvoering van de kinderopvang dient overleg plaats te vinden met het sociaal-cultureel werk, sportclubs, creativiteitsclubs etc.
-de ouderbijdragetabel van het Ministerie van VWS wordt toegepast. Uit de offertes blijkt dat zowel Catalpa als het Kion de kinderopvang onder de gestelde voorwaarden kunnen uitvoeren. Uitgaande van een gemiddelde ouderbijdrage van f 2.100,-- bedraagt de netto kostprijs van een kindplaats bij Catalpa f 13.072,- en bij het Kion f 8.980,--.
Uitgaande van een jaarlijks beschikbaar budget van f 73.253,-- kan Catalpa op jaarbasis 5,5 gesubsidiëerde kindplaatsen aanbieden en het Kion 8.
Indien het Kion de opdracht wordt gegund zal het jaarlijks beschikbaar budget om eerder genoemde redenen f 64.587,-- bedragen en daarmee het aantal gesubsidiëerde kindplaatsen 7,2 zijn.
Overigens zijn wij van mening dat de voorfinanciering van de investering van de 2 geschikt te maken lokalen van de Tovercirkelschool uit de rijksbijdrage gedekt moet worden. Bij een marktrente van 6% over een periode van 2½ jaar op een bedrag van f 110.000,-- gaat dit om f 16.500,--. Het aantal gesubsidieerde kindplaatsen komt dan uit op 6,6 i.p.v. 7,2.
Op grond van bovenstaande overwegingen gaat de voorkeur uit naar het Kion. Dit wordt nog versterkt door de wens van het kabinet om meer transparantie in het proces van toedeling van opvangcapaciteiten en budgetten aan instellingen door gemeenten. Uitgangspunt is dat verschillende kinderopvangaanbieders gelijke toegang hebben tot de subsidiefaciliteiten die gemeenten vanuit de specifieke uitkering aan instellingen kunnen bieden. Daarmee worden monopolies voorkomen, wordt het risico gespreid, nemen de keuzemogelijkheden voor ouders toe en kan de prijs/kwaliteitsverhouding worden verbeterd. Buitenschoolse opvang in Overasselt
Wij zijn er voorstander van om:

- bij een deelname van minimaal 9 kinderen in Overasselt (verenigingsgebouw) te starten met buitenschoolse opvang als experiment voor 1 jaar;

- de daarmee gemoeide investeringskosten van f 35.000,-- uit eigen middelen te bekostigen.
Op grond hiervan ziet de berekening van het aantal BSO-plaatsen gemeentelijk sociaal beleid op jaarbasis er aldus uit:
-rijksbijdrage BSO f 289.760,--

-ondersteuningskosten Catalpa - 26.000,--

-investeringskosten t.b.v. realisering Malden - 70.000,--
-kosten voorfinanciering geschikt maken lokalen Tovercirkel - 16.500,--
Subtotaal f 177.260,--

-exploitatiekosten BSO Overasselt voor 1 jaar - 40.000,-- netto rijksbijdrage t.b.v. gem. soc. beleid f 137.260,-- Aantal BSO-plaatsen gemeentelijk sociaaL beleid op jaarbasis: f 137.260,-- : 3 jaar : f 8.980,-- (netto kosten BSO-plaats KION) = 5,1 opvangplaatsen.
Financiële dekking
In voorliggend voorstel is de buitenschoolse opvang budgettair neutraal opgezet met uitzondering van de voor Overasselt gemoeide investeringskosten ad f 35.000,-.
Wij stellen voor om deze kosten ten laste te brengen van het Fonds Sociale Infrastructuur.
Commissies
De commissie W&E is gehoord en kan met het voorstel instemmen. Het standpunt van de commissie FEZ zal u staande de vergadering worden medegedeeld.

03.12 Subsidie ten behoeve van Stichting "Ons Huis" voorstel
Wij stellen u voor:

- op grond van de Bijzondere Subsidieverordening Welzijnsaccommodaties een subsidie van f 34.000,- beschikbaar te stellen ten behoeve van de geraamde investeringen van Stichting "Ons Huis", hetgeen inhoudt:
- geen terugbetaling van voormalig subsidie van f 21.000,-;
- een aanvullend subsidie verstrekken van f 13.000,-;
- het subsidie ad f 13.000,- ten laste te brengen van het Fonds Sociale Infrastructuur.
Inleiding
Stichting "Ons Huis" heeft in 1993 o.a. f 21.000,- subsidie gekregen als gevolg van tegenvallende renovatiekosten van het verenigingsgebouw. Hieraan werd de voorwaarde verbonden dat bij teruggave van b.t.w.-aandeel dit bedrag wordt teruggestort. Begin 1999 vroeg men om kwijtschelding van dit bedrag aangezien men noodzakelijke investeringen moest doen.
Verzoek
De stichting heeft op aanraden van ons een subsidieverzoek ingediend met een onderhoudsbegroting.
De investeringen die men wil plegen worden geraamd op f 102.000,-- en hebben betrekking op aanschaf geluids- en video-installatie, nieuw meubilair, rolluiken keuken en opknappen van de ontmoetingsruimte. Meerjarenonderhoud - fondsvorming
De stichting overlegt een raming met een totaal vervangingsbedrag van f 416.000,--. Afgezet tegen de verwachte levensduur geeft dit een jaarlijkse reservering van f 30.000,--.
In de rekening 1998 heeft de stichting f 18.000,-- gereserveerd voor groot onderhoud ( f 13.000,-- meer dan geraamd). Verder schrijft de stichting jaarlijks f 6.000,--af op inventaris en installaties. Successievelijk vervalt dit bedrag voor een groot gedeelte binnen nu en een paar jaar waardoor binnen de exploitatie (extra) ruimte ontstaat. Een reservering van 20 à 25-duizend gulden voor vervangingen/groot onderhoud moet dan mogelijk zijn.Per eind 1998 is een dergelijke voorziening groot f 46.000,--. Duidelijk zal zijn dat zowel de jaarlijkse storting als omvang van de gevormde voorziening (op dit moment) onvoldoende is.
Exploitatie
De exploitatie laat de laatste jaren steeds betere resultaten zien.Het bestuur geeft aan dat de te realiseren sfeer-investeringen omzetverhogend zullen werken. Het exploitatieresultaat zal daardoor ook toenemen zodat de stichting jaarlijks, eveneens rekening houdend met de vrijval van huidige afschrijvingen, minimaal f 20.000,-- moet kunnen reserveren voor vervangingen. Blijft dus een gat van f 10.000,--.Volgens de rekening 1998 heeft de stichting ruim f 50.000,-- aan liquide middelen die in hoofdzaak in spaartegoeden worden aangehouden. Doen zich onverhoopt vervangingen voor, dan hoeft daarvoor in principe niet direct geleend te worden. Subsidie
Feitelijk zou de stichting het verenigingsgebouw kostendekkend moeten kunnen exploiteren. De accommodatie is volledig gesubsidieerd en dus geheel kapitaallasten vrij, met uitzondering van een kleine lening voor aanschaf van roerende zaken.Toch wordt regelmatig in met name vervangingsinvesteringen een subsidie gevraagd omdat het draagvlak in de kleinere kernen onvoldoende lijkt te zijn dit te dekken uit een sluitende exploitatie. Een duidelijk voorbeeld hiervan is verenigingsgebouw Terp dat een jaarlijks subsidie krijgt van f 20.000,-- in de personeelskosten en f 15.000,-- t.b.v. groot onderhoud.
In het geval dat geval subsidie wordt gevraagd in de vervangings-investeringen wordt de Subsidieverordening Investeringen Welzijnsaccommodaties (1/3 regeling) toegepast.Aangezien dit meer regel dan uitzondering is, betekent dit in voorkomend geval dat ook 1/3 van de jaarlijkse reservering door de instelling niet (meer) nodig is. M.a.w. de gemeente subsidieert 1/3 deel van de vervangingen en de instelling dekt het restant 2/3 deel uit jaarlijkse reserveringen. Een bijkomend voordeel is dat elk (vervangings)verzoek op noodzaak beoordeeld kan worden. Wel zou dan als voorwaarde opgenomen moeten worden dat de voorziening/fonds ook daadwerkelijk in liquiditeiten/spaartegoed aangehouden wordt (toets in te dienen jaarrekening) en dat de rente over dat spaartegoed als inflatiecorrectie op het fonds bijgeschreven wordt (die rente dus niet ten gunste van de exploitatie laten komen).Tevens dient het fonds, zeker in de beginjaren, extra gevoed te worden indien het rekeningresultaat daarvoor ruimte biedt.
Bovenstaande betekent voor Stichting "Ons Huis" dat:
- zij in aanmerking komt voor een subsidie ad f 34.000,--, hetgeen inhoudt:

- geen terugbetaling van voormalig subsidie ad f 21.000,--
- een aanvullend subsidie verstrekken van f 13.000,--.
- dat zij jaarlijks 2/3 van de gemiddelde afschrijving dient te reserveren of f 20.000,--. Zoals gezegd moet de stichting daartoe in staat zijn.
Het subsidie ad f 13.000,-- kan ten laste worden gebracht van het Fonds Sociale Infrastructuur.Ook kunnen de exploitatieresultaten voor de komende jaren in relatie worden gebracht met genoemd fonds. Commissies
De commissies W&E en FEZ zijn over dit voorstel gehoord en kunnen ermee instemmen.

03.13 Subsidie als vergoeding van gevolgschade aan trainingsveld S.V. Heumen
voorstel:
Wij stellen u voor:

1. S.V. Heumen een éénmalig subsidie van f 5.300,-- beschikbaar te stellen als vergoeding van gevolgschade aan trainingsveld;
2. het subsidie ten laste te brengen van "onvoorzien". Inleiding
Reeds in 1997 heeft S.V. Heumen ons schriftelijk laten weten dat met name het trainingsveld in de loop van ieder seizoen zeer ernstige wateroverlast heeft. Op advies van tuin- en cultuurtechnisch bureau "De Enk" is besloten de grond rond de drainage buizen losser te maken. Tijdens de graafwerkzaamheden in 1998 bleek de drainage in het geheel niet te werken daar de drainagebuizen niet in het zand lagen en bij de aanleg van de verlichting 18 jaar geleden alle buizen zouden zijn vernield.
Met behulp van vrijwilligers zijn toen nieuwe buizen in het zand gelegd. Thans blijkt de doorlaatbaarheid van water nog steeds niet optimaal te zijn. Volgens een bodemonderzoek van de Heidemij wordt dit veroorzaakt door de bodemstructuur als gevolg van de graafwerkzaamheden in 1998. Door éénmalig extra bezanden, kosten f
1.200,-, zou het euvel verholpen moeten zijn. De totale kosten als gevolg van de schade, veroorzaakt tijdens de aanleg van de verlichting destijds, zijn f 5.300,--.
Verzoek
Omdat dit gevolgschade is van een foutieve constructie vraagt men dit bedrag van f 5.300,-- éénmalig te subsidiëren.
Beoordeling probleem
De vragen die dit oproept zijn:
a. is hier inderdaad sprake van gevolgschade, veroorzaakt tijdens de aanleg van de verlichting?
b. zo ja, wie is hiervoor verantwoordelijk?
Ad a
S.V. Heumen zegt de gemeente in 1998 uitgenodigd te hebben om te komen kijken naar de schade aan de drainagebuizen, die men toen open had gelegd. Uit navraag bij sector GGZ blijkt dat niemand van deze sector daarbij betrokken is geweest. Derhalve is hier sprake van een éénzijdige constatering van het feit dat dit een gevolgschade betreft, veroorzaakt tijdens de aanleg van de verlichting. Ad b
Indien hier sprake is van gevolgschade dan is het de vraag onder wiens beheer 18 jaar geleden de verlichting is aangelegd. Voor zover onze kennis reikt is dat destijds gebeurd onder beheer van de gemeente (toenmalige "Tak van Dienst"). In dat geval is het redelijk dat wij de schade vergoeden.
Gelet op het gebrek aan harde bewijzen stellen wij voor om S.V. Heumen het voordeel van de twijfel te geven en een éénmalig subsidie van f
5.300,-- te verstrekken.
Financiële dekking
De begroting 2000 voorziet niet in deze aanvraag. De benodigde dekkingsmiddelen zullen hiervoor nog expliciet beschikbaar gesteld moeten worden.
Wij stellen voor dit ten laste van "onvoorzien" te brengen.
Data van de raadsvergaderingen in 2000 (wijzigingen voorbehouden):

23 maart
20 april
25 mei
29 juni
(eventueel 6 juli)
28 september
26 oktober
23 november
21 december

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie