Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Financien op vragen over groei hypotheekleningen

Datum nieuwsfeit: 25-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Vragen van de leden Van der Staaij en Van der Vlies over de explosieve groei van het aantal hypotheekleningen

DIRECTIE BINNENLANDS GELDWEZEN

DIRECTIE ALGEMENE FINANCIELE EN ECONOMISCHE POLITIEK

Aan:

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

27 januari 2000/ 2990005840

BGW 2000/269 M

Onderwerp

Vragen van de leden Van der Staaij en Van der Vlies over de explosieve groei van het aantal hypotheekleningen

Inlichtingen: mr.dr.drs. J.F. Koers ·· Telefoon: 070-342 8993 ·· Fax: 070-342 7918 ·· Postbus 20201, 2500 EE Den Haag

Bezoekadres: Korte Voorhout 7, Den Haag

Bij deze doe ik u, mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de antwoorden toekomen op de vragen van de leden Van der Staaij en Van der Vlies, die mij werden toegestuurd bij brief van 27 januari jongstleden.

Vraag 1

Deelt de regering de publiek geuite bezorgdheid van de president van De Nederlandsche Bank met betrekking tot de explosieve groei van de hypotheekleningen in de afgelopen vijf jaar, alsmede zijn bezorgdheid ten aanzien van de grote groep jonge mensen die torenhoge hypotheekleningen hebben afgesloten?

Antwoord

In het onderzoek van De Nederlandsche Bank wordt gesteld dat er indicaties zijn dat de gevoeligheid van de Nederlandse economie voor eventuele schokken die via de financiële positie van huishoudens doorwerken, gedurende de afgelopen jaren is toegenomen. De snelle stijging van de hypothecaire kredietverlening, vooral ook in vergelijking met ons omringende landen en de toenemende mate waarin hypothecaire kredieten de executiewaarden van woningen overschrijden, vormen de belangrijkste aanwijzingen hiervoor. De stijging van de hypothecaire kredietverlening is het gevolg van een combinatie van factoren aan vraag- en aanbodkant, zoals de gestegen koopkracht met name bij tweeverdieners, de gedaalde lange rente, de versoepeling van hypotheekvoorwaarden en een achterblijvend aanbod van woningen. Bij de sterke stijging van de hypotheekleningen valt verder op dat de toename, met name in de volumesfeer, voor een belangrijk deel kan worden toegeschreven aan het oversluiten van hypotheken en aan het opnemen van een tweede hypotheek. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek ging het bij meer dan de helft van de vorig jaar afgesloten hypotheken om dit soort oversluitingen. Hoewel tegenover de toegenomen hypotheekschuld een waardestijging van het onderpand staat, impliceert de gestegen schuld een grotere gevoeligheid voor neerwaartse huizenprijsontwikkelingen. Dat de gevoeligheid is toegenomen neemt evenwel niet weg dat de soliditeit van het Nederlandse financiële bestel bij een eventuele omslag buiten kijf staat, hetgeen ook wordt benadrukt door de Nederlandsche Bank.

In de in het kwartaalbericht van de Nederlandsche Bank van september jongstleden gepubliceerde risico-analyse, wordt gesteld dat met name de starters op de woningmarkt zich in een kwetsbare positie bevinden. Dit komt vooral doordat deze groep dikwijls de grenzen van de maximale hypothecaire financiering heeft gezocht, een gemiddeld genomen hoge consumptiequote kent en over relatief weinig financiële buffers beschikt. Hoewel ik de zorg van De Nederlandsche Bank deel over de stijging van de hypotheekverstrekking, meer in het bijzonder ten aanzien van deze groep, moet wel worden bedacht dat de financieringslasten van deze categorie hypotheekgevers tot nog toe beperkt blijven doordat tegenover de hoge huizenprijzen en hypotheken relatief lage rentelasten stonden. Uit het rapport van De Nederlandsche Bank komt ook naar voren dat de voorkeur van hypotheekgevers in het algemeen, de laatste tijd uitgaat naar looptijden van 10 jaar en langer, hetgeen hypotheekgevers minder kwetsbaar maakt voor een eventuele omslag in het renteklimaat. Voorts moet worden bedacht dat deze jonge starters wellicht minder kwetsbaar zijn voor schokken omdat hun arbeidsmarktpositie relatief goed is. Ook kan de verdere bouwstroom, de bevordering van het eigen woningbezit onder lagere inkomens via de in te voeren koopbijdrage en meer verkoop van huurwoningen ertoe bijdragen dat de krapte in het koopsegment afneemt en de prijzen daardoor in een gematigder vaarwater terechtkomen.

Vraag 2

Hoe beoordeelt de regering het idee van de president van De Nederlandsche Bank om huizenkopers de kosten koper uit eigen middelen te laten financieren, mede in het licht van het feit dat huizenkopers veelal een deel van hun hypothecaire lening aanwenden voor de verbetering van hun huis?

Antwoord

De Nederlandsche Bank richt in haar rapport de aandacht vooral op de meer risicovolle hypotheekverstrekking (uitzettingen boven 75% van de executiewaarde). Een aantal maatregelen ter verbetering van de afweging tussen risico en rendement wordt overwogen, zoals het gericht aanscherpen van de solvabiliteitseisen voor banken (met name voor leningen met een hoge loan-to-value (LTV)-ratio). Deze gerichte aandacht voor de meer risicovolle hypotheken acht ik een goede benadering.

De Nederlandsche Bank stelt in dit verband tevens voor te bezien in hoeverre een beperking van het maximale hypothecaire beslag op een object tot 100% van de marktwaarde van het pand ten tijde van de koop wenselijk is. Deze maatregel is met name bedoeld om anticipatie van banken op een verdere waardestijging van de woning en een inkomenstijging van de hypotheekgever te ontmoedigen. Bij het beoordelen hiervan acht ik twee zaken van belang.

In de eerste plaats wijs ik er op, zoals ook aangegeven in antwoord op eerdere vragen van het lid Witteveen-Hevinga (ingezonden 22 oktober 1996, nr. 2969701640) dat het mijns inziens niet aan de overheid is om de keuze van de consument en de geldverstrekker te bepalen. Wel is het van belang dat de consument kan blijven rekenen op een goede en objectieve verschaffing van informatie bij het verstrekken van hypothecaire leningen, zodat burgers steeds weloverwogen een afweging kunnen maken van de aan de hypotheekverstrekking verbonden risicos. De Gedragscode Hypothecaire Financieringen is juist aangescherpt omwille van een verantwoorde verstrekking van hypothecaire leningen. Zoals ook benadrukt door De Nederlandsche Bank zal in dit verband, naast de bovenstaande initiatieven richting banken, aandacht moeten worden gegeven aan de rol van intermediairs. Deze zal worden betrokken bij de tijdens de Tweede Kamer-behandeling van de wetsvoorstellen Wabb I en Wabb II toegezegde nota in 2000 over bemiddeling in financiële diensten1.

In de tweede plaats wil ik benadrukken dat, aangezien het onderzoek en de voorgestelde maatregelen van De Nederlandsche Bank zich voornamelijk richten op de bancaire sector, het ook van belang is om tevens aandacht te besteden aan de overige aanbieders in de hypotheekmarkt, zoals verzekeringsmaatschappijen en bouw- en pensioenfondsen. In dit kader is nog van belang dat de Verzekeringskamer momenteel een onderzoek verricht naar hypotheekverstrekking door verzekeringsondernemingen. In dit onderzoek wordt de groei van de hypothekenportefeuille bij verzekeraars bezien en worden de voorzieningen onderzocht die verzekeraars hebben getroffen voor debiteuren in het kader van hypotheekverstrekking. Ook worden de acceptatienormen van verzekeraars in de jaren negentig hierbij betrokken. De rapportage van het onderzoek wordt begin mei 2000 verwacht.

Vraag 3 en 4

Kan de regering nader (cijfermatig) inzicht verschaffen in de huidige ontwikkeling waarbij gehuwden steeds vaker worden gedwongen beiden te blijven werken om de lasten van een koopwoning te kunnen blijven dragen?

Hoe beoordeelt de regering deze ontwikkeling, in het bijzonder gelet op het feit dat jonge ouders welhaast geen vrije keuze kunnen maken voor het kostwinnersmodel?

Antwoord

Om een indruk te krijgen van de woonlasten van eigenwoningbezitters is het onvoldoende om alleen naar de prijsontwikkeling te kijken. Door de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) wordt de lastenontwikkeling tot uitdrukking gebracht in een zogenaamde betaalbaarheidsindex. Hierin wordt rekening gehouden met de prijsontwikkeling van koopwoningen, maar ook met de rentestand en de gemiddelde inkomensontwikkeling. Een daling van de index geeft een indicatie dat de woonlasten voor nieuwkomers op de koopwoningmarkt gemiddeld genomen zwaarder drukken. De ontwikkeling van de betaalbaarheidsindex sinds 1975 is weergegeven in de onderstaande grafiek.

Figuur 1: Ontwikkeling betaalbaarheidsindex stand ultimo december (januari 1975 = 100)

Bron: NVM

Uit de grafiek blijkt dat de betaalbaarheidsindex tussen 1989 en 1998 schommelde rond de 110. De stijgende prijzen van koopwoningen gingen toen samen met een dalende rente. Het afgelopen jaar is de index gedaald tot 97 omdat de prijsstijgingen samen gingen met een stijgende rente. Alhoewel er dus sprake is van stijgende woonlasten in het afgelopen jaar, blijkt uit de grafiek dat de ontwikkelingen niet uitzonderlijk zijn.

Voorts wil ik opmerken de huidige stijging van de prijzen ertoe leidt dat mensen die reeds een koopwoning hebben niet geconfonteerd worden met hogere lasten Verdere prijsstijging leidt niet direct tot hogere kosten voor deze groep omdat de rentevergoeding in de regel voor langere tijd vastligt, waardoor de effecten van rentemutaties worden gematigd. Wat betreft de lasten voor nieuwe toetreders is reeds een en ander opgemerkt aan de hand van de betaalbaarheidsindex. Feit is wel dat het voor toetreders moeilijker is geworden om nog een betaalbare woning te vinden. Daarbij wordt verlichting van de problematiek gevonden in de stimulering van het eigen woningbezit via meer verkoop van huurwoningen en de in te voeren koopbijdrage voor lagere inkomensgroepen.

De ontwikkeling van de huizenprijzen in de toekomst is onzeker zodat het geven van een betrouwbare voorspelling hierover niet goed mogelijk is. Ik constateer wel dat gegevens van de NVM en van het Kadaster wijzen op een afvlakkende prijsontwikkeling in de afgelopen maanden. Voor het jaar 2000 verwachten zowel het Centraal Planbureau (in de Macro Economische Verkenning 2000) als de NVM dat de prijsontwikkeling van verkochte woningen zal temperen ten opzichte van 1999. De recente stijgingen van de hypotheekrente vormen hier mede de oorzaak van.

Zoals ook kan worden afgeleid uit de onlangs gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek is er inderdaad sprake van een toenemend aantal tweeverdieners2. Het gaat hier echter in overgrote meerderheid om huishoudens die hier vrijwillig voor kiezen. Zoals ook blijkt uit het bovenstaande is het toenemend aantal tweeverdieners mijns inziens niet het gevolg van de ontwikkelingen op de huizenmarkt. Huishoudens kiezen om meer redenen dan alleen koopkracht ervoor om duurzaam in het arbeidsproces werkzaam te zijn. Met name het feit dat men individueel inhoud wil geven aan de genoten scholing in de vorm van zinvol en aantrekkelijk werk speelt daarbij een rol. In vergelijking met de ons omringende landen is er wat betreft de participatie van vrouwen sprake van een inhaalslag. In 1990 bedroeg de netto participatiegraad van vrouwen in voltijdsequivalenten 30%; in 1997 was dit opgelopen tot 35%. Het EU-gemiddelde bleef in die periode gelijk op 42%3. Ik acht dit vanuit het oogpunt van economische zelfstandigheid van burgers een wenselijke ontwikkeling. Ook vanwege de toenemende vergrijzing is een stijging van de arbeidsparticipatie van belang om toekomstige collectieve lasten te kunnen financieren.

Vraag 5

Welke mogelijkheden ziet de regering om deze ontwikkeling om te buigen? Wat is het oordeel van de regering over de suggesties om te komen tot een beperking van de hypotheekverstrekking tot maximaal anderhalf voltijdsinkomen?

Antwoord

Uit het voorgaande blijkt dat er geen aanleiding is om de bedoelde ontwikkeling om te buigen. Dat neemt niet weg dat ik de ontwikkelingen op de hypotheekmarkt nauwlettend blijf volgen. Ik vind dit met name belangrijk om zicht te houden op de risicos die huizenkopers kunnen lopen. Ik wijs u verder nog op de Nationale Hypotheekgarantie waarbij huishoudens voor woningen met een kostengrens van f. 420.000,- hun hypothecaire leningen kunnen laten borgen onder de normen van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Deze normen zijn door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten goedgekeurd en bieden garantie voor een verantwoorde hypotheekverstrekking. Ook stimuleert de aanscherping van de reeds eerder genoemde Gedragscode Hypothecaire Financieringen een voor de consument verantwoorde hypothecaire financiering. In dit kader merk ik nog op dat de Nota Wonen van het Ministerie van VROM, die medio 2000 uitkomt, ondermeer aandacht schenkt aan de risicos waarmee eigenaar-bewoners worden geconfronteerd. Zoals door mij toegezegd bij de Algemene Politieke Beschouwingen van eind september jongstleden zal in de loop van dit jaar voorts een brede notitie inzake de fiscale behandeling van het eigen huis verschijnen. Deze notitie zal tevens zicht bieden op vraagstukken die verband houden met de financieringslasten.

Vraag 6

Is de regering bereid nader onderzoek te doen verrichten naar het gesignaleerde verband tussen de huidige situatie op de woningmarkt en de positie van werkende (gehuwde) vrouwen?

Antwoord

Zoals uit de bovenstaande antwoorden moge blijken ziet de Regering geen aanleiding om nader onderzoek te doen naar het door de vragenstellers genoemde verband tussen de huidige situatie op de woningmarkt en de positie van werkende (gehuwde) vrouwen.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie