Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg kamercommissie over asielketen

Datum nieuwsfeit: 25-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

19637000.510 vao asielketen
Gemaakt: 1-3-2000 tijd: 11:3


19637 Vluchtelingenbeleid
nr. 510 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG
Vastgesteld 25 februari 2000

De vaste commissie voor Justitie<1> heeft op 9 februari 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Cohen van Justitie over:
- de brief van de staatssecretaris van Justitie en de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Grote Steden- en Integratiebeleid d.d. 27 oktober 1999 t.g.v de rapportage asielketen over de maanden mei t/m augustus 1999 (19637, nr. 484);
- de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 14 januari 2000 inzake ambtsbericht Afghanistan (19637, nr. 491);
- de brief van de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Grote Steden- en Integratiebeleid en de staatssecretaris van Justitie d.d. 4 februari 2000 t.g.v. de rapportage asielketen over de maanden september t/m december 1999, tevens jaarrapportage 1999 alsmede de vluchtelingenrapportage 1999. Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Middel (PvdA) constateerde dat het aantal asielaanvragen in 1999 is gedaald tot onder de 40.000, terwijl eerder nog 67.000 aanvragen werden verwacht. De beleidswijzigingen, die soms met behoorlijk wat emoties zijn doorgevoerd, hebben blijkbaar tot resultaat gehad dat de procedures beter verlopen. Nederland staat niet meer in de top drie van de landen met het hoogste aantal asielaanvragen. Dat is een goede zaak, maar ondanks de terugloop zit de opvang stampvol en zullen op korte termijn grote problemen ontstaan. Bij de IND (Immigratie- en naturalisatiedienst) en de rechterlijke macht is nog van alles mis. Het aantal statussen dat is verstrekt, is minder geworden en de rechterlijke macht kampt met een ondercapaciteit. Hierdoor dreigt het gevaar dat het beoogde effect van de nieuwe vreemdelingenwet door de gigantische achterstand voor een deel teniet wordt gedaan. Om dit te voorkomen, leek het de heer Middel goed om, zoals de heer Wijn ook al in de Telegraaf naar voren heeft gebracht, met twee categorieën te werken. Het nieuwe beleid geldt dan voor degenen die asiel aanvragen nadat de nieuwe vreemdelingenwet in werking is getreden en voor het wegwerken van de oude werkvoorraad kan een specifieke projectorganisatie in het leven worden geroepen. Omdat zoveel mensen lang in de opvang verblijven, vond hij het begrijpelijk dat de samenleving vraagt om een generaal pardon, maar daar is de PvdA toch niet voor. Het ambtsbericht over Afghanistan biedt naar het oordeel van de regering geen aanknopingspunten voor een aanpassing van het VVTV-beleid (voorlopige vergunning tot verblijf). Ook de PvdA was ervoor dit beleid te handhaven totdat de nieuwe wet in werking treedt. De heer Middel maakte wel een kanttekening bij de Pakistanroute. Als een Afghaanse asielzoeker langer dan twee weken in Pakistan is geweest voordat hij naar Nederland komt, kan hij worden teruggestuurd naar Pakistan. Vergeleken met het criterium dat in de overeenkomst van Dublin wordt gehanteerd, is deze termijn erg ruim. Hij verzocht de staatssecretaris hierop in te gaan. In de jaarrapportage 1999 wordt gemeld dat de motie-Middel over de detentie van illegalen (19637, nr. 464), die al in september is aangenomen, in beraad wordt gehouden. Hierover maakte de heer Middel zich kwaad. Als een motie in de Kamer wordt aangenomen en een breed draagvlak heeft, zijn er twee mogelijkheden: de regering voert de motie uit en geeft aan hoe dat gebeurt, of de regering voert de motie niet uit en geeft dan aan waarom dat niet mogelijk is. Een motie zo lang "in beraad" houden, getuigt van een hautaine houding tegenover de Kamer. De staatssecretaris moet erop toezien dat het departement dit soort stukken niet afscheidt, want dan worden de verhoudingen uit het oog verloren. Kan de staatssecretaris duidelijk aangegeven waarom hij de motie wel of niet uitvoert? Het beleid dat wordt gevoerd ten aanzien van de vluchtelingen uit Srebrenica wil de PvdA handhaven. De UNHCR geeft echter aan dat deze vluchtelingen collectief getraumatiseerd zijn. De heer Middel vroeg zich daarom af of deze mensen onder de quotumvluchtelingen kunnen worden gebracht. Het plan van aanpak voor het wegwerken van de achterstanden bij de IND en de rechterlijke macht, dat eind 1999 klaar zou zijn, is er nog niet. Niet elke rechtbank heeft een vreemdelingenkamer, maar is het niet mogelijk om rechters die niet zoveel te doen hebben in te zetten in de bestaande vreemdelingenkamers? De heer Middel vond het overigens te gek dat de wachttijden bij het bureau van de medisch adviseur kunnen oplopen tot een jaar. Verder is al eerder aan de orde gesteld dat de vestiging van AZC's (asielzoekerscentrum) wordt bemoeilijkt doordat er onvoldoende huisartsen en tandartsen beschikbaar zijn. Kan de staatssecretaris hierover uitsluitsel geven? Is het resultaat van de evaluatie van de Wet ongedocumenteerden al bekend? De heer Middel vond het prima dat de TNV (tijdelijke noodvoorzieningen vreemdelingen) zijn overgedragen aan het COA (Centraal orgaan opvang asielzoekers), maar hoe is het regime nu geregeld? Hoe staat het verder met het leggen van Dublinclaims voor AMA's (alleenstaande minderjarige asielzoekers)? Zijn de wachttijden inderdaad kort en zijn de verwachte knelpunten bij de rechtsbijstandverlening daadwerkelijk opgetreden? Hoewel het aantal aanvragen dat in de AC's (aanmeldcentra) wordt afgedaan, is toegenomen met 12%, ligt er nog steeds een behoorlijke druk op de TNV. Hoe is dit mogelijk? De capaciteit van de AC's zou toch voldoende moeten zijn. Duurt de behandeling te lang of worden de AC's sluipenderwijs iets anders dan AC's?

De heer Kamp (VVD) merkte op dat de dreiging van 67.000 asielzoekers in 1999 is afgewend, vooral omdat het landgebonden asielbeleid is aangescherpt en omdat de IND gewoon is doorgegaan met het zorgvuldig afhandelen van iedere individuele asielaanvrage. De jaarrapportage meldt dat de instroom in 1999 uitkwam op 41.000 tegen 45.000 in 1998. De VVD had de staatssecretaris twee weken geleden dan ook met plezier gecomplimenteerd met deze eerste daling sinds 1996. In een mondelinge toelichting heeft de staatssecretaris laten weten dat hij hoopt dat de instroom stabiel blijft en dat zijn prognose voor het jaar 2000 uitkomt op 47.000. Het aantal asielzoekers dat in 1999 naar Nederland is gekomen, bedraagt volgens de jaarrapportage 41.300 of 39.300. Volgens de VVD-fractie bedroeg dit aantal echter 34.200, zoals ook het COA heeft geregistreerd. Het verschil is te verklaren uit de herhaalde asielverzoeken. Ook al heeft een asielzoeker een tweede of een derde verzoek ingediend, het is nog steeds één asielzoeker. Bovendien is in het regeerakkoord afgesproken dat de mogelijkheid om een herhaald asielverzoek in te dienen, zal worden beëindigd. Het leek de heer Kamp belangrijk de becijferingen van de IND en het COA op elkaar af te stemmen. De verschillende cijfers betreffen overigens niet alleen het jaartotaal. Volgens de IND kwamen in december 1999 4900 asielzoekers naar Nederland, terwijl aan de UNHCR over deze maand een opgave wordt gedaan van 3900. Het is niet goed dat eenzelfde dienst met twee cijfers werkt. Kan de staatssecretaris er met ingang van 1 januari 2000 voor zorgen dat de registraties van het COA en de IND met elkaar in overeenstemming zijn? De heer Kamp stelde aansluitend voor de prognose voor 2000 te baseren op de gegevens die op het moment van de raming beschikbaar zijn en daarbij uit te gaan van het laatste jaar. Als er geen bijzondere dingen gebeuren, kan deze gelijkgesteld worden aan het aantal asielzoekers dat in 1999 naar Nederland kwam, 34.200. Naar de mening van de VVD moet de ambitie zijn onder deze prognose voor 2000 te blijven. Per hoofd van de bevolking is dat nog steeds een factor 2 hoger vergeleken met de Europese landen die de meeste asielzoekers opvangen. Over de vergelijking met Zwitserland zei de heer Kamp dat het hoge aantal vluchtelingen, dat door Zwitserland het afgelopen jaar is opgevangen is veroorzaakt door de Kosovaren. In augustus vorig jaar, toen de toestroom van Kosovaren wegviel, zijn deze aantallen drastisch naar beneden gegaan en in de laatste maanden van 1999 is het beeld weer als vanouds: Nederland heeft twee tot drie keer zoveel asielzoekers als Zwitserland. De instroom in Nederland komt namelijk niet uit enkele landen, maar uit tientallen landen in de hele wereld. Ontwikkelingen in een specifiek land zijn daarom van minder belang voor de toestroom naar Nederland. Het aantal vluchtelingen dat vorig jaar naar Nederland kwam, was zo hoog dat het COA de opvangcapaciteit met 20% heeft moeten verhogen en dat het aantal dossiers dat de IND en de rechtbanken moeten verwerken, is opgelopen tot 96.000. Daarom moeten nieuwe initiatieven genomen worden om de toestroom naar beneden te drukken. 1. Het aantal AMA's moet drastisch worden teruggebracht. De heer Kamp zei hiervoor eerder maatregelen te hebben voorgesteld. 2. De Wet ongedocumenteerden moet strikter en consequenter worden toegepast. 3. In de AC's moeten meer aanvragen afgewezen worden dan nu het geval is. 12% is veel te weinig. Omdat het overgrote deel ongedocumenteerd is en via een andere veilige weg naar Nederland is gekomen, is dat goed mogelijk. 4. Het verscherpte terugkeerbeleid moet zonder verdere vertraging worden ingevoerd. De heer Kamp sloot zich aan bij de opmerkingen van de heer Middel over diens motie. Hetzelfde geldt voor de motie-Kamp (19637, nr. 465). Ook die motie moet gewoon uitgevoerd worden. 5. Het landgebonden asielbeleid moet verder worden beperkt. Het VVTV-beleid dat van toepassing is op Afghanistan heeft grote gevolgen. De helft van de Afghanen die in de EU asiel aanvragen, komt in Nederland terecht. In 1999 was Afghanistan voor het eerst het grootste land van herkomst. Het VVTV-beleid is bedoeld voor landen die zonder meer als onveilig moeten worden aangemerkt. Tijdens een algemeen overleg in 1998 heeft de staatssecretaris gezegd dat een gedwongen uitzetting naar zo'n land bijzonder hard moet zijn of als er uit humanitair oogpunt bezien sprake moet zijn van onverantwoorde risico's. De heer Kamp vroeg zich af of deze criteria voor Afghanistan nog wel gelden. In het ambtsbericht van september wordt gemeld dat sinds 1998 de fundamentalistische Taliban viervijfde deel van het land beheersen en dat in het zuiden en oosten de situatie al enkele jaren is gestabiliseerd. De persoonlijke veiligheid van burgers is toegenomen. De Taliban bestaan grotendeels uit soennitsche Pashtuns, de grootste etnische groep van het land. Zij discrimineren de sjiïtische Hazara's, maar er is geen vervolging louter op basis van religie. Evenmin is er een systematische vervolging van de leden van etnische minderheidsgroepen louter op basis van hun afkomst en de houding van de Taliban tegenover de voormalige communisten is relatief soepel. De positie van de vrouw in Afghanistan is slecht, maar de opgelegde beperkingen worden doorgaans soepel gehanteerd. Tussen Afghanistan en Pakistan vindt druk personenverkeer plaats. Nogal wat Afghanen wonen een deel van het jaar in Afghanistan en een deel van het jaar in Pakistan. In Nederland wonende Afghanen kunnen volgens het ambtsbericht met een Pakistaans toeristenvisum via Pakistan naar Afghanistan reizen. Veel Afghanen uit vluchtelingenkampen in Pakistan hebben zich in de afgelopen jaren vrijwillig bij het leger van de Taliban aangesloten en volgens Pakistan kan 85% tot 90% van de in Pakistan verblijvende Afghaanse vluchtelingen zonder problemen terugkeren naar de oorspronkelijke woongebieden. Bovendien zijn in 1998 93.000 Afghanen met behulp van de UNHCR vanuit Pakistan veilig gerepatrieerd. De UNHCR onderhandelt verder met Iran over het jaarlijks laten terugkeren van 120.000 Afghanen uit Iran. De heer Kamp zag in grote lijnen geen verschil tussen de situatie in Sierra Leone, Angola en Afghanistan. Hij meende zelfs dat de situatie in het grootste deel van Afghanistan rustiger is. De VVD-fractie was het daarom niet eens met de conclusie van het kabinet dat het ambtsbericht geen aanknopingspunten biedt voor aanpassing van het VVTV-beleid. Dit zou juist geheel of grotendeels moeten worden beëindigd. De heer Kamp verzocht de staatssecretaris dan ook het oordeel over het ambtsbericht te heroverwegen. Hij vond het onbegrijpelijk dat het ambtsbericht van 16 september over Afghanistan vier maanden is blijven liggen. De staatssecretaris heeft immers zelf gezegd dat hij het van belang vindt dat de ontwikkelingen in de VVTV-landen op de voet worden gevolgd. Buitenlandse Zaken begint eind deze maand met het volgende halfjaarlijkse bericht over Afghanistan. Hij verzocht de staatssecretaris dit uiterlijk in maart, vergezeld met een kabinetsstandpunt, naar de Kamer te sturen.

De heer Wijn (CDA) kon zich niet aansluiten bij de complimenten van de heer Kamp aan de staatssecretaris voor de resultaten over 1999. Een aantal problemen uit 1998 is niet opgelost of zelfs verergerd. In de laatste vier maanden zijn de aanvragen uit China en Iran de top tien binnengedrongen. Vooral het aantal AMA's uit China is toegenomen. Het beleid voor AMA's en de terugkeer naar Iran is uitgebleven. Hieruit blijkt duidelijk dat er een relatie is tussen het uitblijven van beleid en de instroom. Hoe verloopt de ontwikkeling in de Europese landen die wel terugsturen naar Iran? In België is het uitzetbeleid na het betreurenswaardige overlijden van een uit te zetten asielzoekster stopgezet. Het aantal asielaanvragen is het afgelopen jaar in België met 63% toegenomen. Is de staatssecretaris het met het CDA eens dat het stopzetten van het uitzetbeleid een aanzuigende werking heeft gehad en zo ja, ligt dan niet de conclusie voor de hand dat Nederland werk moet maken van het terugkeerbeleid? In 1999 was 85% van de asielzoekers ongedocumenteerd. In vergelijking met de jaren daarvoor, is dat een forse verslechtering. De heer Wijn verzocht de staatssecretaris de resultaten van de evaluatie van de Wet ongedocumenteerden snel ter tafel te brengen. De staatssecretaris rapporteert een daling van 13% van het aantal asielaanvragen in 1999 ten opzichte van 1998. De Kosovaren, 4067, zijn echter niet opgenomen in de cijfers over 1999. Deze waren overigens wel opgenomen in de halfjaarlijkse cijfers. Waarom is dat zo gedaan? Verder blijkt dat de wachtlijst met 1200 personen is toegenomen. Deze mensen zijn nog niet in de gelegenheid gesteld om een aanvraag in te dienen, maar zij moeten wel degelijk tot de instroom in Nederland gerekend worden. Bij het cijfer dat de staatssecretaris noemt, moeten daarom 5000 personen opgeteld worden. Dan blijkt dat de daling niet 13%, maar 1% is, en dat is eerder sprake is van een stabilisatie dan van een daling. De prognose voor het jaar 2000 moet gebaseerd zijn op reële cijfers. Is de prognose te laag, dan ontstaan er problemen in de uitvoering en wordt de IND onvoldoende toegerust. Bij de IND liggen overigens nog 63.000 zaken op de plank. Dat is een toename van 43,5% ten opzichte van november 1998. Hoe is dit te verklaren? De IND moet bovendien de dossiers beoordelen die de burgemeesters aandragen voor een herbeoordeling van witte illegalen. Een aantal aanvragen van Iraniërs wacht ook nog op een herbeoordeling. Zijn deze cijfers hierin ook opgenomen, en zo nee, hoeveel dossiers komen er dan nog bij? Kan de staatssecretaris ook ingaan op de kwaliteit van de IND? Bij de rechtbanken is de achterstand met 40% toegenomen naar ruim 33.000 dossiers. In 1999 hebben zij 35.000 zaken behandeld. Er ligt dus nog voor bijna een jaar aan zaken. Welke onverwachte tegenslagen heeft de staatssecretaris ondervonden? Door de achterstanden lopen de wachttijden op. Als een asielzoeker drie jaar op een actie van de overheid wacht, mag hij ingevolge het "driejarenbeleid" in Nederland blijven, of hij nu bescherming nodig heeft of niet. De kans op het bereiken van deze termijn wordt steeds groter. In hoeveel gevallen is de driejarentermijn bereikt? Als de staatssecretaris deze gegevens niet heeft, wil hij deze dan alsnog gaan bijhouden? Het lijkt verder niet verantwoord om bij zulke grote achterstanden de nieuwe vreemdelingenwet in te voeren. Daardoor veranderen immers procedures en moeten begrippen in de praktijk worden ingevuld. De heer Wijn vermoedde dat de IND en de rechtspraktijk dat op dit moment niet aan kunnen. Diverse vluchtelingenorganisaties geven dat ook aan. De nieuwe vreemdelingenwet mag er in elk geval niet toe leiden dat de IND en de rechtbanken nog verder in de problemen komen. Voor een generaal pardon was hij zeker niet. Bij de behandeling van zaken moet altijd worden uitgegaan van de vraag of mensen recht hebben op bescherming of niet. Hoe denkt de staatssecretaris de nieuwe vreemdelingenwet in te voeren zonder dat de asielketen vastloopt? Eind 1999 waren 66.000 opvangplaatsen nodig. 55.800 plaatsen zijn gerealiseerd. Er is dus een tekort van 10.000 plaatsen. Welke verwachtingen zijn niet uitgekomen? Het COA verwacht eind 2000 een capaciteitsbehoefte van 80.000 plaatsen. In totaal zijn dus nog 24.000 plaatsen nodig. Een gemiddeld AZC biedt 400 plaatsen. Dat houdt in dat, los van de vervanging van AZC's die gesloten moeten worden, zo'n 60 extra AZC's nodig zijn. Hoe denkt de staatssecretaris dit te realiseren? In de nieuwe vreemdelingenwet krijgen VVTV'ers dezelfde rechten als A-statushouders. Een VVTV-beleid moet daarom alleen worden gevoerd als het echt nodig is. Asiel is voor degenen die vervolgd worden of voor mensen die uit een land komen waar het zo onveilig is dat het wel bijzonder hard is om hen daarnaar terug te sturen. Op uitzonderingen in humanitair schrijnende situaties na, krijgen de anderen geen asiel. De meeste asielzoekers, 4400, komen uit Afghanistan. Dit aantal vond de heer Wijn een reden om het beleid voor Afghanistan goed te bespreken. Volgens de Pakistaanse autoriteiten kan 85% tot 90% van de Afghanen namelijk zonder problemen naar hun traditionele woongebieden terugkeren. De UNHCR werkt mee aan de vrijwillige terugkeer naar Afghanistan. In 1998 betrof dit meer dan 90.000 personen uit Pakistan en 14.000 personen uit Iran. Uit interviews die de UNHCR met hen voerde, bleek dat zij zich veilig voelen in Afghanistan. Gedwongen terugkeer wordt door de UNHCR ontraden. Wat is voor het Nederlandse beleid het verschil tussen vrijwillige en gedwongen terugkeer? Het gaat toch om objectieve veiligheid en niet om de subjectieve ervaring ervan? Komt het overigens voor dat de UNHCR terugkeer uit Nederland afraadt omdat dit het eigen terugkeerprogramma zou doorkruisen? Zijn de Pashtuns veilig in het zuiden omdat de veiligheidssituatie daar is gestabiliseerd? In het ambtsbericht wordt gesproken over een weinig aantrekkelijk alternatief door de staat van het rechtssysteem en de omvang van het gebied. Zijn dit relevante criteria voor een binnenlands vluchtalternatief? Groot-Brittannië heeft recentelijk aangegeven met de EU-lidstaten te willen overleggen over Angola. Het zou een goed idee zijn als Nederland hetzelfde verzoek doet voor Afghanistan. Wil de staatssecretaris hierover op korte termijn met zijn collega's van gedachten wisselen?

De heer Hoekema (D66) verwees allereerst naar de brief van de staatssecretaris van 14 januari (19637, nr. 491), waarin de staatssecretaris meedeelt dat het kabinet heeft besloten om inzake de terugkeer van uitgeprocedeerde Afghaanse asielzoekers die langer dan twee weken hebben verbleven in Pakistan, aansluiting te zoeken bij de initiatieven die worden ontplooid in Europees verband. Verwezen wordt naar het actieplan van de High Level Working Group. Verder melden VluchtelingenWerk Nederland en Amnesty International dat de positie van Afghanen die naar Pakistan zijn gevlucht, in 1999 is verslechterd. Kan de staatssecretaris op beide zaken ingaan? De D66-fractie was het overigens eens met de conclusie dat er geen aanleiding bestaat het VVTV-beleid voor Afghanistan te heroverwegen, maar het is wel mogelijk en wenselijk om daarover een zakelijke discussie te voeren. Ook de heer Hoekema hadden berichten bereikt over een dreigende uitzetting van een aantal mogelijk getraumatiseerde Bosnische asielzoekers naar Srebrenica. Hij zei dat D66 de terugkeer van Bosnische asielzoekers naar Bosnië in beginsel altijd heeft gesteund, maar hij nam wel aan dat het beleid dat bij een serieuze traumatisering niet wordt uitgezet, nog steeds van kracht is. Getraumatiseerden moeten in Nederland kunnen blijven. Wellicht is het een probleem dat sommigen van degenen die dreigen te worden uitgezet, niet beschikken over de vereiste medische verklaring. Kan de staatssecretaris ingaan op de stelling dat niet altijd voldoende kan worden aangetoond dat men getraumatiseerd is en kan de IND bevestigen dat getraumatiseerden inderdaad niet worden teruggestuurd? Hij constateerde dat de instroom van asielzoekers is afgenomen, maar het aantal verzoeken waarover nog moet worden beslist, is erg groot en de uitstroom laat te wensen over. Vorig jaar zijn 39.300 asielverzoeken gedaan. Dit aantal is veel kleiner dan de prognose aangaf en dat is prima. Dat komt doordat een stringenter beleid is gevoerd: de Wet ongedocumenteerden, tweede en derde asielverzoek, Dublinclaims en dergelijke. Kan de staatssecretaris in een analyse aangeven waarom in zijn visie het aantal asielaanvragen in Nederland relatief sterker is gedaald? Binnen Europa is een iets betere lastenverdeling totstandgekomen. Ook dat is een goede zaak. In Ierland, het Verenigd Koninkrijk en België is de opvang aanzienlijk gestegen. Op de opmerking van de heer Wijn dat, gelet op het aantal Dublinclaims dat is gelegd, niet gesteld kan worden dat het beleid op dit gebied stringenter is geworden, antwoordde de heer Hoekema dat het niet gaat om het leggen van claims, maar om het aantal claims dat gehonoreerd wordt.

De staatssecretaris bevestigde dit en zei dat het instrument van de Dublinclaim niet goed werkt.

De heer Hoekema (D66) vond het afdoeningspercentage van de AC's, 12, een gering succespercentage. De heer Hoekema zei zich te herinneren dat het streefgetal, dat de staatssecretaris eerder heeft genoemd veel hoger is. Gaat de staatssecretaris nog steeds van een hoger streefcijfer uit? De heer Hoekema meende dat dit percentage omhoog moet. Hij was het overigens met mevrouw Halsema eens dat de afwikkeling van aanvragen moet blijven gebeuren op basis van de regels die in de wet zijn vastgelegd. Hij sloot zich niet aan bij de stelling van de heer Kamp dat bij wijze van spreken elke ongedocumenteerde per definitie niet in Nederland kan worden geaccepteerd, maar hij vond wel dat er heel veel ongedocumenteerden op verschillende manieren, ook door de lucht, Nederland binnenkomen. Dat is toch een reden voor zorg en dat moet aangepakt worden met een goed beleid. Bij de IND zal in de komende tijd het aantal fte's van 2000 naar bijna 3000 worden uitgebreid. Kan de staatssecretaris toezeggen dat door deze uitbreiding de enorme werkvoorraad van de IND wordt weggewerkt? Hij vond het net als de heer Wijn van belang dat het aantal oude zaken zo gering mogelijk is bij de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet. Kan de staatssecretaris overigens in het vooruitzicht stellen dat dit jaar successen zullen worden geboekt bij het terugkeerbeleid? In het jaaroverzicht wordt het Stappenplan 2000 genoemd. Is dat er al? Worden in het conceptmanagementcontract prestatienormen genoemd voor het uitzet- en terugkeerbeleid? Is de capaciteit van de medisch adviseur van de IND overigens toereikend? De heer Hoekema wilde vasthouden aan het beleid dat bij Dublinclaimanten zoveel mogelijk wordt voorkomen dat gezinnen gescheiden worden. In een humanitaire noodsituatie moet opvang worden verleend. Het was hem wel opgevallen dat in de helft van de gevallen sprake is van een humanitaire noodsituatie. Wordt dit aantal minder als de AC's Dublinclaims sneller afhandelen? In oktober heeft de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het UNHCR-kantoor in Irak bezocht. Het bleek dat men daar niet goed op de hoogte was van het feit dat de UNHCR moet nagaan of vluchtelingen uit Irak via een andere land naar Nederland zijn gekomen. Van de zeer geringe marges van het COA was de heer Hoekema toch wel erg geschrokken. 98% van de capaciteit van het COA wordt benut. Aan het eind van dit jaar zijn 80.000 plaatsen nodig. Kan het COA de enorme behoefte aan opvang wel aan? Hoe denkt de staatssecretaris deze marge te vergroten? Wordt een beroep gedaan op de gemeenten om te voorzien in aanvullende huisvesting? Om te voorkomen dat een groot aantal gedetailleerde vragen over de jaarcijfers en de asielketen in een algemeen overleg moet worden gesteld, stelde de heer Hoekema ten slotte voor voortaan een schriftelijke ronde over de jaarcijfers te houden.

Mevrouw Halsema (GroenLinks) vond de afname van de instroom het meest opvallende van het beleid van het afgelopen jaar. Het is echter de vraag hoe dit beleid beoordeeld moet worden. Voor degenen die de afname van de instroom als belangrijkste doelstelling zien, heeft het beleid een groot effect gehad. GroenLinks stelt echter een andere doelstelling en dat is de kwaliteit en de rechtvaardigheid van de procedures. Als het beleid daarop wordt beoordeeld, blijkt dat de opbrengsten ervan niet zo groot zijn. Anderhalf jaar geleden was er reeds sprake van een grote achterstand bij de IND en de rechterlijke macht. Dat werd toen vooral geweten aan de exeptioneel hoge instroom en de organisatorische veranderingen bij de verschillende uitvoeringsorganisaties. De staatssecretaris heeft indertijd toegezegd dat op korte termijn verbetering zou optreden en dat extra maatregelen genomen worden om de inwerkingtreding van de nieuwe wet beter te laten verlopen. Van verbeteringen was volgens mevrouw Halsema evenwel geen sprake. De instroom is afgenomen, maar bij de IND en de rechtbanken samen liggen nog zo'n 80.000 zaken op de plank. Al die mensen zijn eindeloos in afwachting van een besluit. Dan is somberheid over het beleid toch wel op zijn plaats, zeker als bedacht moet worden dat deze achterstand moet zijn ingelopen voor de inwerkingtreding van de nieuwe vreemdelingenwet. Er moet dus iets gebeuren. Te denken valt aan een versnelde en ruimhartige afhandeling van de oude gevallen. Velen van hen verkeren al te lang in onzekerheid en zijn al ingeburgerd. Een van de beginselen van behoorlijke bestuur is dat mensen niet te lang mogen wachten. Mevrouw Halsema vond dan ook dat de bewijsplicht met het verstrijken van de tijd meer bij de overheid komt te liggen. Zij benadrukte wel dat zij hiermee niet op een generaal pardon doelde. Op de opmerking van de heer Middel dat alleen degenen die bescherming nodig hebben, moeten worden toegelaten en dat het ook aan de mensen zelf kan liggen dat het zo lang duurt, antwoordde mevrouw Halsema dat altijd onderscheid gemaakt moet kunnen blijven worden. Als mensen bescherming nodig hebben, moet die gegeven kunnen worden; een eventueel tweede asielverzoek hoort daarbij. Tegenover de heer Hoekema, die duidde op het gevaar van rechtsongelijkheid, merkte zij op dat de inwerkingtreding van de nieuwe vreemdelingenwet per definitie rechtsongelijkheid oproept tussen de mensen die volgens het oude systeem beoordeeld worden en de mensen die volgens de nieuwe wet worden behandeld. Daarom moeten de oude gevallen sneller worden afgehandeld, maar daarbij mogen de rechtswaarborgen van de betrokkenen niet uit het oog worden verloren. Dat kan dus niet leiden tot een oppervlakkiger beoordeling van hun asielrelaas. Mevrouw Halsema was blij met de erkenning van de staatssecretaris dat de claimprocedure van het Dublinverdrag niet goed werkt. De beoogde wachttijd was twee maanden, maar uit de praktijk blijkt dat deze vaker oploopt tot een jaar. Mensen komen dus nog steeds af en toe op straat te staan. Kan de staatssecretaris hierover cijfers overleggen? De staatssecretaris benadrukt dat het niet geven van opvang aan Dublinclaimanten enkel een gevolg is van de gebrekkige capaciteit van de opvang. En als die capaciteit door anderen wel geregeld kan worden, is de staatssecretaris dan bereid die opvang te financieren? De AC-procedure is verlengd van 24 naar 48 uur. Daar was GroenLinks niet erg gelukkig mee. Het is bekend dat deze 48 uur regelmatig gespreid wordt over vijf dagen. Deze mensen moeten dan toch behoorlijk gehuisvest en verzorgd worden. Bij het terugkeerbeleid is het zogenaamde meewerkcriterium vervangen door het buitenschuldcriterium. Dit buitenschuldcriterium is in eerste instantie zo vernauwd dat het enkel om de staatlozen ging. Later is gezegd dat het om een objectieve vaststelling ging. Het is nog steeds niet duidelijk hoe dit criterium uitgewerkt zal worden, terwijl binnenkort wel duizenden mensen op straat komen te staan. Afghanen die terug moeten naar Pakistan worden immers niet meer toegelaten tot Pakistan. Voor Somaliërs en Soedanezen worden geen reisdocumenten meer verstrekt en uit de cijfers van het IOM (Internationale organisatie voor migratie) blijkt dat 70% van de Chinezen die willen doormigreren naar een ander land, geen papieren krijgen van de Chinese ambassade. Het blijkt dus dat de ambassade niet meewerkt. Hebben deze mensen overigens nog recht op opvang? Door het grote aantal dat straks op straat komt te staan is een forse verhoging van het koppelingsfonds onvermijdbaar om tegemoet te kunnen komen aan een eventueel beroep op de gezondheidszorg. Het is bekend dat honderden Bosnische families met uitzetting worden bedreigd. De UNHCR en de hulpverleners stellen echter dat vrijwel allen getraumatiseerd zijn, maar dat dit vaak moeilijk is vast te stellen. Een groot deel van hen blijkt niet in staat te zijn erover te praten, waardoor zij niet doorgestuurd worden naar een RIAGG, maar de medisch adviseur van justitie wil wel een verklaring van een specialist. Het traumatabeleid gaat ervan uit dat mensen met trauma's niet worden teruggestuurd. Bovendien kunnen deze mensen niet eens terug naar Srebrenica. Zij worden naar Tuzla gestuurd. Mevrouw Halsema verzocht de staatssecretaris dringend te overwegen het traumatabeleid voor hen open te stellen.

De heer De Wit (SP) merkte op dat noch de ontploffingstheorie, noch de prognoses voor het jaar 1999 zijn uitgekomen. Welke verklaring heeft de staatssecretaris voor de instroom van 39.000 asielzoekers? Uitgaan van een bepaalde inzet, een soort resultaatsverplichting, voor het jaar 2000 vond de heer De Wit vreemd. Op internationale ontwikkelingen heeft Nederland immers geen invloed en deze kunnen van de ene op de andere dag tot een nieuwe situatie leiden. Hij was het eens met de heer Kamp dat het asielbeleid vraagt om een Europese aanpak, maar dat mensen naar Nederland komen, heeft de staat niet in de hand. Nederland kan alleen wetten maken en regels stellen en die hebben op dit moment kennelijk een ontmoedigende werking. Hij was er niet voor, in een soort mathematische oefening nog harder aan de wetten te trekken of een nog strenger beleid te voeren. Duidelijk is wel dat Nederland zijn eigen opvang moet regelen. Hij vroeg de staatssecretaris daarom of een nieuwe vreemdelingenwet nog wel nodig is. Volgens de cijfers is de gemiddelde bezetting in de TNV 500 personen per maand. Verdeeld over drie tenten, zijn dat 175 mensen per tent. Is het wel noodzakelijk om dit beleid te continueren? Zijn er geen andere middelen om tot een deugdelijke opvang te komen die gekoppeld is aan het AC? De UNHCR en Amnesty International achten een gedwongen uitzetting naar Afghanistan niet verantwoord. De heer De Wit vroeg zich verder af of de positie van vrouwen in Afghanistan geen reden moet zijn om buitengewoon terughoudend te zijn. Verder geven berichten aan dat een aantal Afghanen dat in Pakistan verblijft, daar gevaar loopt. Wat is het oordeel van de staatssecretaris hierover? Een aantal organisaties heeft duidelijk gemaakt dat een getraumatiseerde groep asielzoekers uit Srebrenica waarschijnlijk zal worden geconfronteerd met uitzetting uit Nederland. De IND neemt te gemakkelijk aan dat er geen sprake is van een trauma. Deskundigen op dit terrein geven aan dat het gaat om een groep mensen die als gevolg van de verschrikkingen die zij hebben meegemaakt, ernstig getraumatiseerd zijn. Met argumenten wordt aangegeven dat niet zo gemakkelijk om een medische verklaring kan worden gevraagd. Niet alleen gaan de artsen er niet allemaal op dezelfde manier mee om, maar ook hebben mensen uit Srebrenica zelf grote problemen met het vertellen van hun verhaal. Verder werkt het feit dat zij langer dan zes maanden na de val van Srebrenica pas naar Nederland zijn gekomen, tegen hen. Het is niet mogelijk om naar Srebrenica of Tuzla terug te keren. Deze mensen worden niet toegelaten en kunnen daar ook niet opgevangen worden omdat men niet beschikt over huisvesting. De heer De Wit verzocht de staatssecretaris daarom dit beleid ter herzien, en niet alleen voor degenen die in procedure zijn, maar ook voor de uitgeprocedeerden. Een vergunning tot verblijf op grond van klemmende redenen van humanitaire aard ligt voor de hand.

Antwoord van de regering

De staatssecretaris legde uit dat de regering op basis van het ambtsbericht over Afghanistan tot de conclusie is gekomen dat het noodzakelijk is het VVTV-beleid voort te zetten. Daarbij zijn drie indicatoren aangehouden. De eerste indicator is het geweld in Afghanistan. De veiligheidssituatie is gestabiliseerd, maar desalniettemin gaat de burgeroorlog voort en dat heeft consequenties voor de naleving van de mensenrechten door de Taliban. Bovendien geeft het ambtsbericht aan dat de algehele mensenrechtensituatie aanleiding geeft tot grote bezorgdheid. De persoonlijke vrijheid is toegenomen, maar de mensenrechtenschendingen komen, gezien het aantal risicogroepen en de positie van vrouwen, op grote schaal voor. Ook voor Pashtuns en andere groepen zoals hoogopgeleiden en personen uit West- en Noord-Afghanistan is het nog niet veilig. De tweede indicator zijn de activiteiten van de UNHCR. Daaruit is niet af te leiden dat groepen Afghanen geen onverantwoorde risico's meer lopen. De UNHCR faciliëert alleen desgevraagd de terugkeer. Afghanen worden niet aangemoedigd om naar hun land terug te keren. De derde indicator, die in het beleid van de regering een grote rol speelt, is het feit dat geen van de Nederland omringende landen Afghanen naar Afghanistan uitzet. Europese landen zetten wel Angolezen uit naar Angola. Daarom is dat wel in Europees verband aan de orde gesteld. De staatssecretaris zei bereid te zijn met zijn Europese collega's over uitzetting naar Afghanistan te praten, maar hij had geconstateerd dat tussen de landen geen enkel verschil van mening bestaat over het feit dat terugsturen naar Afghanistan op dit moment onmogelijk is. Het leek hem daarom weinig zinvol om deze discussie te entameren. Wel wordt op Europees niveau aansluiting gezocht bij de initiatieven van de High Level Working Group, met name voor de mogelijke terugkeer naar Pakistan. Omdat die nog moeilijk is, verwachtte de staatssecretaris meer van een aanpak in Europees verband. Dat de positie van Afghanen in Pakistan verslechtert, zoals Amnesty heeft aangegeven, blijkt ook uit het ambtsbericht. Daarmee was hij het eens. Op de vraag van de heer Middel of de tweewekentermijn die inzake Pakistan wordt gehanteerd niet wat erg ruim is zei de staatssecretaris dat verblijf in een veilig derdeland wordt tegengeworpen als sprake is van een verblijf van meer dan twee weken. Als iemand daar twee weken verblijft, heeft hij niet onmiddellijk de intentie gehad om door te reizen. Desgevraagd zei hij voor bepaalde personen, overlopers van het regime of uit de top van de strijdkrachten, een uitzondering te willen maken mits sprake is van een asielverzoek en de 1f-clausule. Het ambtsbericht is enige tijd bij de regering gebleven, omdat zij dit bericht met zorg wilde beoordelen. Het volgende ambtsbericht zal niet in maart, maar pas tegen de zomer verschijnen. De staatssecretaris gaf aan ook dan de tijd te willen nemen om het op zijn merites te beoordelen om op basis daarvan het beleid te bepalen. Hij gaf toe dat er veel tijd tussen heeft gezeten, maar dat vond hij nu eenmaal noodzakelijk. De wijzigingen in het VVTV-beleid van vorig jaar hebben ertoe geleid dat de druk op de opvangcapaciteit is toegenomen, terwijl het aantal asielvragen is teruggelopen. In het afgelopen jaar zijn aanzienlijk minder statussen verleend. Zij die geen status hebben gekregen, zijn in de opvang gebleven om gebruik te maken van de mogelijkheid om bij een negatieve beschikking bezwaar of beroep aan te tekenen. De behoefte aan opvang zal daardoor ook in het komende jaar nog groeien. De staatssecretaris sloot niet uit dat hierdoor extra met de gemeenten moet worden overlegd. Het realiseren van de gewenste opvang zal moeilijk genoeg zijn. De regering zal haar uiterste best doen om dat te proberen. Hij was het eens met de heer Middel dat de IND een kwetsbare organisatie is. Desalniettemin is in het afgelopen jaar op een aantal terreinen vooruitgang geboekt. Als de productie gelijk is opgelopen met de toename van het personeel is dat een prestatie. De uitbreiding van het personeel gaat immers ten koste van de productie omdat het nieuwe personeel ingewerkt moet worden door oud personeel, dat op dat moment geen zaken kan afdoen. In het afgelopen jaar zijn de landendesks niet alleen in aantal toegenomen, maar ook beter geworden. Aan een beroep op de desks wordt beter tegemoetgekomen, zodat het beroep op de ambassades in de landen van herkomst om nader onderzoek te verrichten, minder is geworden. Toch is de achterstand toegenomen en dat komt doordat de groei van de IND geen gelijke tred heeft gehouden met de groei van het aantal asielzoekers in 1998 en 1999. De staatssecretaris verwachtte dat de fysieke uitbreiding van de IND eind 2000 zal zijn voltooid. Dat impliceert niet dat de IND zijn volle capaciteit al kan gebruiken. Een groot aantal personeelsleden heeft dan immers nog maar weinig ervaring. Ook wordt gewerkt aan de verbetering van de kwaliteit van de aanmeldcentra. Het is vrijwel zeker dat de achterstand aan het eind van het jaar niet zal zijn ingelopen. Voor de vreemdelingenkamers geldt in feite hetzelfde. De zorg die hierover door de verschillende leden is uitgesproken deelde de staatssecretaris. Anders dan bij de IND, waarvoor de staatssecretaris een directe verantwoordelijkheid heeft, is het niet mogelijk om rechtstreeks maatregelen te nemen. De rechterlijke macht is immers onafhankelijk. Toch wordt met de rechterlijke macht overleg gevoerd over de vraag hoe aan de groei van het aantal zaken tegemoet kan worden gekomen. Er is reeds voorgesteld het aantal vreemdelingenkamers te verdubbelen. Het wetsvoorstel terzake ligt al voor bij de Kamer. De staatssecretaris hoopte deze wet snel te kunnen afwikkelen. Vooruitlopend hierop worden al bij vijf rechtbanken vreemdelingenkamers in het leven geroepen. De suggestie van de heer Middel om hiervoor andere rechters in te zetten stuit op het probleem dat bij de rechtbanken ook op andere gebieden achterstanden bestaan. De uitbreiding van de vreemdelingenkamers zal overigens eerst leiden tot een afname van de productie, omdat ook hierbij nieuw personeel ingewerkt moet worden door degenen die zich anders zouden wijden aan het doen van rechterlijke uitspraken. Hij zei met grote kracht te streven naar de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet per 1 januari 2001. Een van de belangrijkste doelstellingen van die wet is een versnelling van procedures. Zij kan op redelijk korte termijn al resultaat opleveren. De staatssecretaris vond het daarom nog steeds nodig deze wet in te voeren. Als de achterstand in het aantal nog af te wikkelen verzoeken ertoe leidt dat het systeem vastloopt, moet de wet niet worden ingevoerd, maar voordat deze conclusie wordt getrokken moet bekeken worden of er geen andere middelen zijn waardoor de wet toch kan worden ingevoerd. De mogelijkheid die de heer Middel heeft aangegeven, een scheiding maken tussen oud en nieuw, is een van de mogelijkheden die wordt bekeken. In de nota naar aanleiding van verslag wordt hierop uitvoerig ingegaan. Ook wordt bekeken of er in het licht van de huidige wet en de nieuwe wet procedures ontwikkeld kunnen worden die de invoering van de nieuwe wet verantwoord maken. Hij sloot niet uit dat de regering daarin slaagt. Hij voelde uitdrukkelijk niets voor een generaal pardon. Op welke manier de motie-Middel (19637, nr. 464) en de andere moties zullen worden uitgevoerd, wordt op zeer korte termijn aan de Kamer kenbaar gemaakt. Bekeken moest worden in hoeverre het mogelijk was de moties uit te voeren zonder wetswijziging. De staatssecretaris zei het belang te beseffen dat de Kamer aan deze moties hecht. Voor de mensen uit Srebrenica dient hetzelfde beleid gevoerd te worden als voor de anderen. Dat geldt ook voor het traumatabeleid. Dat van hun situatie veel bekend is, mag er niet toe leiden dat de behandeling verschilt van degenen wier situatie minder bekend is. De staatssecretaris vond het onjuist en in strijd met de rechtsgelijkheid om daarmee op een andere manier om te gaan. Trauma's moeten serieus worden genomen, maar als mensen onvoldoende aannemelijk kunnen maken dat er sprake is van een trauma, dan is het voor de IND moeilijk om daar dan toch van uit te gaan. Op de opmerking van de heer De Wit dat kennelijk door verschillende artsen en verschillende centra niet consequent wordt doorverwezen naar de RIAGG's, waardoor traumataverklaringen niet uniform worden verleend, zei de staatssecretaris zich in het algemeen te willen laten informeren over dit probleem. Hij ging er echter van uit dat hiermee zorgvuldig wordt omgegaan, ook door de rechter, en dat het beleid wordt gevoerd zoals dat de bedoeling is. Hij zei toe de Kamer de uitkomst van dit onderzoek in een brief aan de Kamer mee te delen. Deze vluchtelingen onder het quotum brengen, vond hij een oneigenlijk gebruik van dat quotum. Ook dit wilde hij nog eens goed bekijken. In de brief zal ook daarop worden teruggekomen. De wachttijden bij het bureau medische advisering zijn te lang. Hiervoor zijn maatregelen genomen. Het bureau streeft ernaar voor de zomer de achterstand weggewerkt te hebben. Dan duurt het drie maanden voordat op verzoeken geadviseerd wordt. In 24% van het aantal verleende VTV's is een beroep gedaan op het driejarenbeleid. Dit is een halfjaar geleden reeds aan de Kamer kenbaar gemaakt. Hoeveel VTV's er tot nu toe verstrekt zijn, is nog niet bekend. Hierover zal de Kamer schriftelijk gerapporteerd worden. Het was de staatssecretaris niet bekend dat AZC's niet hebben kunnen openen omdat er een tekort was aan artsen en/of tandartsen. Hierover voert het COA met enige regelmaat overleg met de Landelijke huisartsenvereniging. In de praktijk lost het probleem zich altijd op. Niemand blijft verstoken van essentiële medische zorg. De TNV zijn nog nodig om fluctuaties in de instroom op te vangen. Verder zijn TNV een belangrijk middel om voor te sorteren voor de AC's. Daardoor wordt het gemakkelijker om bijvoorbeeld te zorgen voor voldoende tolken. Het tot nu toe gehanteerde regime is door de overgang naar het COA niet veranderd. Over de Dublinclaims voor AMA's zijn nog geen gegevens bekend. De IND geeft dit beleid thans vorm. Er zijn wel knelpunten bij de rechtsbijstand, met name in de AC's. Daarover wordt met de Stichting rechtsbijstand overlegd. De staatssecretaris hoopte dat de problemen kleiner worden door de verbetering van de financiële voorzieningen. In vergelijking met het vorige jaar is het afdoeningspercentage in de AC's gestegen. Het is de bedoeling dat asielverzoeken die geen kans van slagen hebben bij het AC worden afgedaan. Daarvoor zijn twee nieuwe instrumenten gerealiseerd: de periode van 24 uur is verlengd naar 48 uur en de Wet ongedocumenteerden is van kracht geworden. Deze wet wordt thans geëvalueerd. De resultaten daarvan zullen waarschijnlijk in de volgende asielrapportage worden meegedeeld. De staatssecretaris hoopte dat het percentage van 12 nog zal stijgen, maar om grote aantallen zal het niet gaan. Binnen 48 uur kan immers niet alles uitgezocht worden wat uitgezocht moet worden. De condities in het AC Zevenaar zijn goed. Het gebouw is vernieuwd en verbeterd. Over het AC Rijsbergen was hij niet tevreden. Dit hangt samen met de aard van het gebouw. Het nodige is gedaan om voor uitbreiding te zorgen, maar het is niet optimaal. Bij het AC Schiphol wordt gewerkt aan nieuwbouw. Daar kan op een goede manier met de 48-uursprocedure worden omgegaan. Tegenover de heer Kamp gaf de staatssecretaris toe dat er bij de cijfers ten minste een aantal definities in omloop zijn. Bij de IND-cijfers moet onderscheid worden gemaakt tussen degenen die toegelaten zijn tot de procedure en degenen die zich hebben aangemeld. Het verschil is de TNV. Van de COA-cijfers, die de heer Kamp wil hanteren, moeten worden afgetrokken: degenen wier asielverzoek kennelijk ongegrond is verklaard (12% per jaar), de Dublinclaims en degenen die, nadat zij in de TNV zijn gekomen, niet meer zijn komen opdagen op het AC. De cijfers kunnen niet op elkaar worden afgestemd omdat zij verschillende zaken laten zien. De aantallen ingestroomden in het COA kunnen wel worden vergeleken. Dat voor het aantal ingeschrevenen bij de IND voor december 1999 4800 wordt aangegeven, terwijl tegenover de UNHCR 3900 wordt genoemd, hangt samen met het feit dat de UNHCR ook weer een eigen definitie heeft, die gehanteerd moet worden. De staatssecretaris was het met de heer Kamp eens dat een cohortgewijze benadering wenselijk is. Daar wordt ook aan gewerkt. De wijze waarop de gegevens verzameld worden door de IND maken het niet eenvoudig om dat te doen. Hij had gehoopt dit al eerder te realiseren. Naar hij had begrepen komen deze gegevens in het komende halfjaar beschikbaar. Op het verzoek, een analyse te geven van de instroom in het afgelopen jaar, zei de staatssecretaris dat de relatieve teruggang in Nederland voor een deel het gevolg is geweest van het VVTV-beleid en het beleid dat voor Afghanistan is gevoerd. Het aantal verzoeken uit Irak en Afghanistan is aanzienlijk teruggelopen, terwijl dit in andere landen is toegenomen. De stijging van het aantal asielaanvragen in Zwitserland was het gevolg van de situatie in Kosovo. Het aantal landen van waaruit vluchtelingen naar Nederland komen is meer gespreid. Daarom zei hij in de prognose uit te gaan van aantallen die vergelijkbaar zijn met het aantal van 1999. Er zijn echter ook landen van waaruit geen vluchtelingen naar Nederland komen. Veel vluchtelingen uit Kosovo zijn bijvoorbeeld naar België, Zwitserland en Groot-Brittannië gegaan. Het stappenplan voor het terugkeerbeleid wordt 10 februari in de Staatscourant gepubliceerd. Het managementcontract is vandaag getekend. Dit zal aan de Kamer worden toegestuurd. Hieruit zal blijken dat is gekozen voor een procesachtige benadering. Tussen de verschillende partners zijn afspraken gemaakt om de terugkeer beter tot stand te laten komen. Dit is overigens een zeer weerbarstige materie, waarbij het moeilijk is om tevoren prognoses of doeleinden te stellen. De resultaten die geboekt worden, blijken ook uit het managementcontract. Daardoor wordt het ook mogelijk om te rapporteren over de resultaten van het nieuwe beleid. De staatssecretaris was ervan overtuigd dat IND, COA, marechaussee en vreemdelingendienst moeten samenwerken; het heeft geen enkele zin om een aparte organisatie in het leven te roepen. Of het stopzetten van uitzendingen een aanzuigende werking heeft, wist de staatssecretaris niet. Dat in Nederland geen sprake van beleid is, kan niet worden gezegd: iets meer dan 2500 mensen zijn uitgezet, onder toezicht hebben 4000 mensen het land verlaten en via controle adres meer dan 11.000. Het aantal gerealiseerde verwijzingen komt daarmee op 17.750. Dat betekent overigens niet dat de regering niet haar best moet doen om dit verder te verbeteren. Het leek hem niet altijd mogelijk dat de UNHCR nagaat of vluchtelingen die uit Irak komen, eerder in een ander land hebben verbleven. Hij betwijfelde ook het nut daarvan. Op de vraag van mevrouw Halsema merkte hij op dat, indien de behandeling van een Dublinclaim langer duurt dan zes maanden, wordt overgegaan tot opvang.

Nadere gedachtewisseling

De heer Middel (PvdA) hoopte dat door de toonzetting duidelijk was geworden dat moties die door de Kamer zijn aangenomen, uitgevoerd moeten worden. Als de motie niet uitvoerbaar is, moet de Kamer daar zo snel mogelijk van op de hoogte gesteld worden, zodat zij daar op een adequate manier op kan reageren. Ondanks de opmerking van de staatssecretaris dat problemen met artsen en tandartsen in de praktijk altijd worden opgelost, meende de heer Middel dat er genoeg voorbeelden te geven zijn van locaties, vooral in het noorden, die hierdoor wel problemen ondervinden. Deze problemen lijken futiel, maar de consequenties daarvan zijn verstrekkend. Verder benadrukte de heer Middel dat de door hem aangedragen oplossing voor de mensen uit Srebrenica, het quotum, toch heel praktisch is. Nederland heeft toch een bepaalde verantwoordelijkheid ten opzichte van de mensen uit Srebrenica. Tot slot meldde hij dat nogal wat klachten worden ontvangen over verificatie- en legalisatieprocedures op Nederlandse ambassades. Wat in veel gevallen gebeurt, deugt echt niet. Wellicht kan hierover contact opgenomen worden met Buitenlandse Zaken.

De heer Kamp (VVD) vond het nog steeds de vraag of het VVTV-beleid van toepassing moet zijn voor iedereen uit Afghanistan, ook voor hen die geen vluchteling zijn of geen beroep kunnen doen op humanitaire redenen. Dat vindt de VVD-fractie onverstandig. Het grootste deel van Afghanistan is al enkele jaren stabiel, er kan vrij heen en weer gereisd worden over de grens met Pakistan en de UNHCR is bezig met grootschalige terugkeerprogramma's. Met de bewindslieden is afgesproken dat ieder halfjaar een ambtsbericht wordt gegeven voor de voornaamste landen van herkomst. Afghanistan is het grootste land van herkomst in 1999. Volgens het normale schema zou het volgende ambtsbericht in maart 2000 bij de Kamer moeten zijn. Dat mag niet uitgesteld worden tot de zomer. Hij hoopte dat het cohortgewijze registratiesysteem er over een halfjaar zal zijn. In de jaarrapportage wordt op blz. 8 opgemerkt dat een VVTV-beleid ook zal gelden voor Bosnië-Herzegovina. Het leek de heer Kamp verstandig deze omissie te herstellen. Als laatste wilde hij nog het gevoel van urgentie overbrengen. Ondanks de cijfers, die toch de goede kant op gaan, blijkt dat Nederland in zijn eentje evenveel moet opvangen als vele andere landen tezamen. Nederland heeft de problemen voor een groot deel zelf gemaakt en zal die ook zelf moeten oplossen.

De heer Wijn (CDA) had begrepen dat de staatssecretaris de effecten van het driejarenbeleid nader zal aangeven. Voor alle duidelijkheid merkte hij op dat het daarbij niet alleen gaat om de afgelopen VVTV's die op grond van het driejarenbeleid een VTV krijgen, maar ook om het tijdsverloop door het uitblijven van beslissingen en het uitstel van vertrek. Doorkruist het terugsturen van Afghanen uit Nederland UNHCR-terugkeerprogramma's? In het ambtsbericht staat vermeld dat de mensenrechtensituatie in Afghanistan aanleiding geeft tot grote bezorgdheid. Tegelijkertijd is de veiligheidssituatie in de gebieden die onder de Taliban vallen, stabiel en de persoonlijke veiligheid is toegenomen. Welke mensenrechtenschendingen relateert de regering aan het VVTV-beleid? Is het juist dat het aantal uitzettingen vorig jaar met 20% is gedaald? Dat zou schokkend zijn. Ook de heer Wijn wilde het gevoel van urgentie overbrengen. 60 nieuwe AZC's, 80.000 opvangplaatsen: een hele klus.

De heer Hoekema (D66) was blij met de toezegging van de staatssecretaris over de brief inzake Srebrenica. Kan daarin ook worden ingegaan op het zesmaandencriterium? Hij verzocht de staatssecretaris te wachten met uitzetting naar Srebrenica totdat de Kamer de brief heeft ontvangen en dit onderwerp eventueel in een algemeen overleg heeft behandeld. Kan het aantal Dublinclaims dat reeds in AC's wordt behandeld, nog worden opgevoerd? Hij nam overigens aan dat de staatssecretaris vasthoudt aan het beleid dat onder Dublin geen gescheiden uitzetting zal plaatsvinden. Hij sloot zich aan bij de opmerking van de heer Middel over de Nederlandse ambassades. Bij de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken is een motie ingediend over de klantvriendelijkheid op deze ambassades. Wellicht kan dit aspect hierbij betrokken worden. Kan de staatssecretaris verder een analyse geven van de functie van medewerkers van de IND op buitenlandse posten en van Nederlandse ambassademedewerkers die speciaal belast zijn met asiel- en visumaanvragen?

De heer De Wit (SP) vond dat de vluchtelingen uit Srebrenica recht hebben op een heronderzoek naar het bestaan van trauma's. De procedure die nu wordt gevolgd, is immers niet toegespitst op hun specifieke situatie. Met de suggestie van de heer Middel terzake was hij het eens.

De staatssecretaris gaf toe dat de problematiek met de artsen en tandartsen vooral in het noorden een knelpunt is. Dat komt mede doordat daar een groot aantal AZC's is gevestigd. Hij herhaalde dat hierover overleg plaatsvindt tussen het COA en de Landelijke huisartsenvereniging. Dat er klachten zijn over de Nederlandse ambassades was de staatssecretaris bekend. Hier wordt al het nodige aan gedaan, maar hij zei toe hierover toch contact op te nemen met de minister van Buitenlandse Zaken. Hij kon zich niet voorstellen dat uitzetting door Nederland naar Afghanistan de UNHCR-programma's doorkruist. Hij wees er nogmaals op dat de UNHCR alleen mensen op eigen verzoek laat terugkeren. Over het nieuwe ambtsbericht zei hij contact op te nemen met de minister van Buitenlandse Zaken. Waarschijnlijk kan hierover volgende week iets worden gezegd. Met het gevoel van urgentie was hij het eens. De tekst op blz. 8 van de jaarrapportage zal worden bekeken. De staatssecretaris wist niet of het mogelijk is de door de heer Wijn gevraagde gegevens op de door hem gevraagde manier te verstrekken. Eerder was hiervoor speciaal onderzoek nodig. Als dat ook nu nodig blijkt te zijn, kan aan dit verzoek wellicht niet onmiddellijk worden tegemoetgekomen. Indertijd zijn speciaal voor dit project een aantal mensen ingezet. Als deze gegevens niet automatisch geregistreerd worden, moet het handmatig worden uitgezocht. Daar gaat de nodige tijd in zitten en die tijd kan niet meer aan iets anders worden besteed. Er kan absoluut niet worden gesteld dat het aantal uitzettingen met 20% is gedaald. De eerder genoemde cijfers hadden uitsluitend betrekking op gegevens over asiel. Dublinclaims worden zo vroeg mogelijk gelegd. Het is echter mogelijk dat pas bij het gehoor in het OC duidelijk wordt dat het mogelijk is om een Dublinclaim te leggen. Dan kan het niet eerder, maar hoe eerder het kan, hoe eerder het zal gebeuren. De staatssecretaris vond het geen probleem om af te zien van uitzetting van mensen naar Srebrenica totdat de Kamer de brief heeft ontvangen en deze zaak eventueel in een voortgezet algemeen overleg is besproken.

De voorzitter van de commissie,
Van Heemst

De griffier van de commissie,
Pe


1 Samenstelling:
Leden: Swildens-Rozendaal (PvdA), Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Zijlstra (PvdA), Kalsbeek (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), voorzitter, Rouvoet (RPF), Rabbae (GroenLinks), Van Oven (PvdA), Dittrich (D66), ondervoorzitter, O.P.G. Vos (VVD), De Wit (SP), Van Wijmen (CDA), Wijn (CDA), Weekers (VVD), Van der Staaij (SGP), Ross-van Dorp (CDA), Patijn (VVD), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Halsema (GroenLinks), Brood (VVD) Plv. leden: Wagenaar (PvdA), Balkenende (CDA), Verhagen (CDA), Van Vliet (D66), Duijkers (PvdA), Arib (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), Schutte (GPV), Karimi (GroenLinks), Santi (PvdA), Hoekema (D66), Van den Doel (VVD), Marijnissen (SP), Rietkerk (CDA), Eurlings (CDA), De Vries (VVD), Van Walsem (D66), Buijs (CDA), Rijpstra (VVD), Van Baalen (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Kamp (VVD)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie