Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag overleg commissie PKB nationaal ruimtelijke beleid

Datum nieuwsfeit: 28-02-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


25180000.108 vao inzake pkb nationaal ruimtelijke beleid
Gemaakt: 6-3-2000 tijd: 10:39


25180 Partiele herziening Planologische Kernbeslissing Nationaal Ruimtelijk Beleid

nr. 108 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 februari 2000

De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer<1> heeft op 17 februari 2000 overleg gevoerd met minister Pronk van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over planontwikkeling in het recreatiegebied Vlietland (VROM-99-1265).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

De minister gaf, voordat de commissie aan het woord kwam een korte toelichting. De nader gewijzigde motie-Verbugt c.s. (25180, nr. 67), die hij wilde uitvoeren, vatte hij op als een algemene motie, die moet worden toegepast in een specifieke situatie. De motie was volgens hem echter voor tweeërlei uitleg vatbaar. Moet worden uitgegaan van "het feitelijk voor intensieve recreatie ingerichte deel van de bufferzone", of van "het recreatief ingerichte deel"? Dit is belangrijk, omdat het in het ene geval gaat om 530 hectare en in het andere geval om 4200 hectare, ofte wel om zo'n 10 ("de kleine noemer"), en in het andere geval om zo'n 80 ("de grote noemer") hectare bebouwing in een aantal bufferzones (in de nader gewijzigde motie wordt immers gesproken over "2% van...).

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Verbugt (VVD), die mede namens mevrouw Ravestein van D66 sprak, memoreerde dat haar fractie het beleid om bufferzones te creëren onderschrijft. Uitgangspunt is dat, willen bufferzones een halt kunnen toeroepen aan de oprukkende stedelijke bebouwing en "verrommeling", daarin sterke functies zullen moeten worden ontwikkeld. De enige waarborg dat in een bufferzone op de lange termijn recreatie tot ontwikkeling kan komen, is dat het daarin gelegen recreatiegebied op eigen benen kan staan. De nader gewijzigde motie van mevrouw Verbugt had en heeft de bedoeling het betreffende Vlietlandplan, gesteund door provincie en gemeente Leidschendam, mogelijk te maken. Om duidelijk te maken dat het gaat om een zorgvuldige ontwikkeling is in de motie een plafond opgenomen en is externe deskundigheid ingeschakeld. Zij gaf toe dat de nader gewijzigde motie, die is geformuleerd vanuit een generieke werking, niet uitblinkt door helderheid. Minister De Boer heeft destijds aangegeven daarmee te kunnen leven. Heeft minister Pronk op dit punt andere opvattingen dan zijn voorgangster?

Mevrouw Verbugt vond dat een eventuele andere weg waardoor de ontwikkeling van Vlietland niet mogelijk wordt, de betrouwbaarheid van de overheid in gevaar zou brengen, iets wat volgens haar niet kan. Zij ging er overigens van uit dat geen sprake is van meer ruimtebeslag dan destijds tijdens het Kamerdebat is voorzien. Zij zou het zeer betreuren als de Babylonische spraakverwarring die blijkbaar is ontstaan over het in de nader gewijzigde motie genoemde percentage van
2, zou leiden tot ondergraving van de eerder uitgezette lijn, ook gelet op de lange voorbereidingstijd van het plan. Is de minister het hiermee eens?

Mevrouw Verbugt zou er begrip voor hebben als de minister het standpunt inneemt dat hij de nader gewijzigde motie met grote zorgvuldigheid zal uitvoeren om daarmee onbedoelde precedentwerking in andere gebieden te voorkomen. Zij deed de suggestie om de begrenzing te relateren aan de uitbreiding van de bebouwing en de bestaande bebouwing buiten beschouwing te laten. Volgens haar zou daarmee de realisatie van de Vlietlandplannen uit de structuurschets doorgang kunnen vinden, zoals de Kamer dat destijds bedoelde. Anderzijds kan de motie in meer enge zin worden bijgesteld, waardoor ongewenste precedentwerking voor andere recreatiegebieden kan worden voorkomen. Zij vond absoluut niet dat zij daarmee de deur openzet voor allerlei willekeur. Is de minister bereid deze suggestie te bekijken?

De heer Schoenmakers (PvdA) onderstreepte dat de filosofieën over de open ruimte inmiddels wat zijn bijgesteld, terwijl inmiddels meer sentiment is ontstaan voor het echt openhouden van open gebieden. Het karakter van bufferzones is groen en open en de bebouwing is daaraan ondergeschikt. Elke vorm van bebouwing zou dus niet mogelijk mogen zijn. Uit de bijgeleverde kaarten blijkt echter dat in het recreatiegebied een soort vakantiedorp ontstaat. Dit is het gevolg van de verschillende interpretatiemogelijkheden van de nader gewijzigde motie van mevrouw Verbugt c.s. De heer Schoenmakers kon de nader gewijzigde motie niet anders interpreteren dan als "2% van het voor het intensieve recreatie ingerichte gebied". Wat daarvan afwijkt, brengt schade toe aan de filosofie van de bufferzones en het open Groene hart. Het was overigens een weinig gelukkige gedachte geweest verblijfsrecreatie toe te staan in de bufferzones.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) had de brief van de minister zo begrepen dat daarin tevens helderheid wordt gevraagd over het toekomstig te voeren beleid. Haar fractie, die destijds voor de nader gewijzigde motie van mevrouw Verbugt c.s. had gestemd, motiveerde die opstelling destijds met de opvatting dat het moet gaan om 2% van het feitelijk voor intensieve recreatie ingerichte deel van de bufferzones, de "kleine noemer". Als de omvang van Vlietlanden verandert, zouden de plannen daarop opnieuw moeten worden getoetst. Is geen duidelijker nationaal beleid inzake toegestane bebouwing geboden? Mevrouw Van Gent kon zich voorstellen dat in de vijfde nota aandacht wordt besteed aan intensief ingerichte gedeeltes van bufferzones in en rond het Groene hart. Zij vond vrije toegankelijkheid van het recreatiegebied van belang. Hoe denkt de minister daarover? Verder moet van verblijfsrecreatie worden aangetoond dat het een economische drager van het landelijk karakter is. Ten slotte vroeg zij of de minister iets kan zeggen over permanente bewoning van vakantiewoningen.

De heer Leers (CDA) meende dat bufferzones steeds belangrijker worden: zij vormen de scheiding tussen de naar elkaar groeiende stedelijke gebieden en zij vervullen een functie voor de dag- en verblijfsrecreatie. Beide functies vertonen een geweldige dynamiek, die op zich bedreigend werkt. Hij vond dat de discussie over Vlietland door kan werken naar andere gebieden. Met de minister was hij het eens dat het vreemd is dat wordt gesproken over een individueel project. Het zou moeten gaan over beleid, waaraan projecten worden getoetst. De heer Leers deelde wat het beleid betreft de opvatting van de minister dat met bufferzones heel zorgvuldig moet worden omgegaan, zodat eerder moet worden gedacht aan de kleine noemer dan aan de grote noemer. Probleem is echter dat voor Vlietland geen nieuw boek wordt geschreven: er ligt al een dik boek. Hij vroeg de minister welke mogelijkheden deze ziet om aan de concrete behoefte van het recreatiegebied Vlietland, te weten 2,3 hectare, tegemoet te komen. Daarbij zou de suggestie van mevrouw Verbugt kunnen worden meegenomen.

Het antwoord van de regering

De minister onderstreepte dat ook aangenomen moties waartegen door een voorganger bezwaren zijn geuit, naar de letter en de geest worden uitgevoerd. Uitvoering naar de geest zal weinig problemen opleveren, in tegenstelling tot uitvoering naar de letter. Om deze reden wilde hij precies weten waar de motie over gaat: niet over een project. Kamer en minister moeten niet over projecten praten. Als vanuit specifiek naar generiek wordt gewerkt, ontstaan problemen met een mogelijke precedentwerking in de richting van het generieke beleid. In dat geval is sprake van slecht bestuur en van een overheid die niet betrouwbaar is. De minister benadrukte in verband met de onduidelijkheid van de motie terug te willen naar de bron, in dit geval de Kamer. Duidelijkheid kan worden verkregen via een passage in de vijfde nota of via herschrijving van de nader gewijzigde motie-Verbugt. c.s.

Het was de bedoeling van de minister samen met staatssecretaris Faber te komen met algemeen beleid voor het voorkomen van het permanent bewonen van recreatiewoningen. Uit onderzoek op het vakantiewoningenproject Lingemeer blijkt dat 95% van de woningen permanent wordt bewoond. Het is overigens heel moeilijk dat te bewijzen. De minister had alle aanwezige deskundigheid aangeboden om daaraan paal en perk te stellen, niet alleen bij de bewoners, maar ook bij de makelaarprojectontwikkelaar en de notarissen.

Voor de beoordeling van concrete plannen is een heldere norm nodig. Wat is bijvoorbeeld "nieuwe bebouwing"? Welke norm ook wordt gekozen, het gaat om de totale bebouwing. Hij gaf aan behoefte te hebben aan een algemene uitspraak, waaraan individuele projecten kunnen worden getoetst. Hij had de indruk dat de meerderheid van de Kamer voorstander is van de kleine noemer. Mocht dat niet zo zijn, dan wilde hij dat graag horen via een nadere uitspraak van de Kamer die, hoe deze ook zal luiden, zal worden uitgevoerd.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Verbugt (VVD) was heel blij dat de door de Kamer aanvaarde motie naar letter en geest wordt uitgevoerd. De motie heeft overigens nadrukkelijk wel met een project, in dit geval Vlietland, te maken. Zij onderstreepte dat de kleine noemer niet mag inhouden dat de eerder gedane uitspraak dat Vlietland mogelijk moet zijn, op losse schroeven komt te staan. Ten slotte toonde zij zich bereid een nieuwe motie voor te leggen aan de Kamer, waarin het generieke deel veilig wordt gesteld en waarin het mogelijk is projecten te realiseren binnen de geformuleerde randvoorwaarden, dus het aanwezig zijn van de mogelijkheid om financieel op eigen benen te staan.

De heer Schoenmakers (PvdA) memoreerde dat de taalkunde geen criterium is in de ruimtelijke ordening. De motie is slechts op één punt onduidelijk: "van het recreatief ingerichte deel" moet worden gewijzigd in "van het voor intensieve recreatie ingerichte deel". Aan de minister moet worden overgelaten de gewekte verwachtingen niet te schenden en geen precedentwerking te laten ontstaan.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) constateerde dat het nodig is een duidelijker geformuleerde motie te maken. Zij was het volledig eens met de minister dat het verder nodig is eerst algemeen beleid te formuleren, waaraan specifieke projecten worden getoetst. Wat gewekte verwachtingen betreft, merkte zij op dat plannen zijn aangepast en veranderd. Zij had de inbreng van de diverse fracties in eerste termijn zo geïnterpreteerd dat CDA, PvdA en GroenLinks voorstander zijn van de kleine noemer.

De heer Leers (CDA) vond dat de minister terecht vraagt om een heldere uitleg van de nader gewijzigde motie-Verbugt c.s. Deze nader gewijzigde motie was overigens wel een amenderende motie; een nieuwe motie zal dus een gewone motie moeten zijn. Samen met de opvatting dat de regering regeert, was hij daarom van mening dat de minister het toetsingskader zoals hij dat ziet, aan de Kamer moet voorleggen.

De minister was van mening dat de nader gewijzigde motie-Verbugt c.s. geen amenderende motie is. Hij kondigde aan enige tijd te wachten met een eigen vertaling van de nader gewijzigde motie om de eerste ondertekenaar van de nader gewijzigde motie in de gelegenheid te stellen haar tijdens het algemeen overleg geformuleerde aanbod na te komen. Als dat niet gebeurt, zal de Kamer te zijner tijd worden geïnformeerd over de verdere werkwijze.

De voorzitter van de commissie,

Reitsma

De griffier van de commissie,

De Gier


1 Samenstelling:

Leden: Reitsma (CDA), voorzitter, Van Middelkoop (GPV), Witteveen-Hevinga (PvdA), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Crone (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Eisses-Timmerman (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Luchtenveld (VVD), Van der Steenhoven (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Ravestein (D66), Oplaat (VVD), Kortram (PvdA), Van der Knaap (CDA), Van Gent (GroenLinks), Udo (VVD), Schoenmakers (PvdA), Van Wijmen (CDA), Waalkens (PvdA)

Plv. leden: Leers (CDA), Stellingwerf (RPF), Dijksma (PvdA), Valk (PvdA), Essers (VVD), De Wit (SP), Van Heemst (PvdA), De Boer (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Van Beek (VVD), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Blok (VVD), M.B. Vos (GroenLinks), Van 't Riet (D66), Giskes (D66), Niederer (VVD), Bos (PvdA), Van den Akker (CDA), Halsema (GroenLinks), Snijder-Hazelhoff (VVD), Spoelman (PvdA), Biesheuvel (CDA), Hindriks (PvdA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie