Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Conclusies overleg Belgische expertise over Centraal-Afrika

Datum nieuwsfeit: 01-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse zaken België

Diplobel News

Back to News

Persconferentie van de Heer de Vice-Premier en Minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel.

Egmont, 1 maart 2000

Conclusies van het overleg van de Belgische expertise over Centraal-Afrika (15-21 februari 2000).

I. De Belgische deskundigheid is nog steeds levendig aanwezig en in grote mate voorhanden

Van 15 tot 21 februari vond in Brussel onder leiding van de heer Louis Michel, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, een overlegvergadering plaats over de Belgische deskundigheid op het gebied van Centraal-Afrika. Aan deze vergadering werd deelgenomen door leden van de Commissies Buitenlandse Zaken van de Kamer en de Senaat, de in de desbetreffende landen geaccrediteerde ambassadeurs wie het Centraal-Afrika-vraagstuk aanbelangt, de Belgische ambassadeurs en permanente vertegenwoordigers in Frankrijk, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Brussel (de Europese Unie), New York en Genève alsmede door een veertigtal Belgische deskundigen uit academische middens en de civiele samenleving, de pers en de zakenwereld. Een zitting werd eveneens bijgewoond door de heer André Flahaut, Minister van Landsverdediging, en ook vertegenwoordigers van de kabinetten van Buitenlandse Handel, Internationale Samenwerking en Landsverdediging namen deel aan de werkzaamheden.

De vergadering leidde tot de bevinding dat de Belgische deskundigheid op het gebied van Centraal-Afrika wel degelijk aanwezig en van hoogstaande kwaliteit is. Een andere bevinding was dat deze deskundigheid van generatie op generatie wordt doorgegeven. In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, is de academische wereld nog steeds begaan met Centraal-Afrika. Ook het groot aantal Belgische NGO's die in de regio aanwezig zijn en er tal van taken uitoefenen getuigen van de levendige belangstelling van de civiele samenleving voor Centraal-Afrika en zijn er het bewijs van dat de Belgische bevolking solidair is met de regio. Door het vooruitzicht van het herstel van de vrede in deze regio van de wereld, wordt ook de economische en sociale ontwikkeling met belangstelling tegemoet gezien.

De deelnemers aan de vergadering vestigden de aandacht op de noodzaak alle in België voorhanden zijnde bronnen van deskundigheid, met name die van Afrikaanse herkomst, zoveel mogelijk te benutten en ze stelden voor deze bronnen te betrekken bij het beraad dat in de toekomst over deze kwestie zal worden gehouden.

II. Vier fundamentele bevindingen

De eerste bevinding van deze vergadering is dat er geen oplossing voor de problemen van Centraal-Afrika zal zijn dan een regionale oplossing.

De tweede bevinding van deze vergadering is dat de regio nu reeds onze volledig inzet behoeft en dat niet mag worden gewacht tot de vrede ter plaatse hersteld en de interne stabilisatie van de desbetreffende staten bereikt is.

De derde bevinding is dat de acties die door België zullen worden opgezet, moeten kaderen in de benadering als vastgelegd in de nota Buitenlands Beleid van de regering en, in een eerste fase, moeten afgestemd zijn op het partnerschap voor vrede. De vergadering in Brussel onderstreepte hoe belangrijk en noodzakelijk het is dat de bij het Centraal-Afrika-vraagstuk betrokken Belgische actoren hun krachten bundelen om de samenhang in hun benadering te bewerkstelligen.

De vierde bevinding is dat dit inspanningsbeleid moet worden gevoerd in overleg met de Afrikaanse landen en instellingen, de EU- en de NAVO-partners alsmede met de andere landen van de internationale gemeenschap en de bevoegde internationale organisaties. Daarbij gaat het er niet om een gemeenschappelijk beleid na te streven maar wel de initiatieven te steunen die bevorderlijk zijn voor stabiliteit en vrede.

III. Krachtlijnen

Wat de oorlog in de Democratische Republiek Congo betreft, ligt zodanig beleid in de lijn van het Lusaka-Akkoord en, wat Burundi betreft, volgt het het Arusha-vredesproces.

De deelnemers aan de vergadering spraken hun voldoening uit over de standpunten van de Belgische regering in verband met deze kwestie, met name :

Ø het welzijn van de bevolking komt op de eerste plaats;

Ø de problemen die aan de crisis in Centraal-Afrika ten grondslag liggen mogen niet met militaire middelen worden opgelost;

Ø het belang van een bestuur waarin de democratische civiele geledingen van de maatschappij zich in kunnen terugvinden;

Ø respect voor de territoriale integriteit en de onschendbaarheid van de grenzen;

Ø respect voor de territoriale veiligheid van de desbetreffende Staten;

Ø de militaire bezetting van het Congolese grondgebied door buitenlandse strijdkrachten wordt afgekeurd. Oproep tot het vertrek van alle buitenlandse troepen uit het Congolese grondgebied;

Ø de aanhoudende bewapening, het opleiden en inzetten van gewapende groepen wordt afgekeurd;

Ø alle schendingen van de mensenrechten in de regio, die onder andere in Oost-Congo ernstige vormen aannemen, worden veroordeeld;

Ø de humanitaire hulp aan de bevolking moet worden voortgezet.

De meest dringende taken voor de drie landen luiden als volgt.

Wat de situatie in Burundi betreft, gaat het Arusha-vredesproces een beslissende fase in. De aanstelling van President Nelson Mandela als nieuwe bemiddelaar betekent een grote stap vooruit met het oog op de tenuitvoerlegging van de uitdrukkelijke wil van de partijen om tot een akkoord te komen waarbij de rust onder de burgers wordt hersteld. De uitnodiging van de rebellenbewegingen FDD/PALIPEHUTU om aan de besprekingen van Arusha deel te nemen, moet worden gesteund.

Het is van belang dat zo snel mogelijk acties worden ondernomen om de economische en sociale ontwikkeling opnieuw op gang te brengen, wat een absolute voorwaarde is om de stabilisatie te bewerkstelligen.

De deelnemers aan de vergadering hebben de Belgische regering verzocht er bij de Burundese autoriteiten te blijven aandringen op de ontmanteling van de bestaande hergroeperingskampen.

Wat de situatie in Ruanda betreft, naast de gebieden die van oudsher in aanmerking komen voor Belgische ontwikkelingshulp, zal meer aandacht worden besteed aan institutionele steun ter zake van justitie. België stelt zich eveneens ten doel zijn steun te verlenen aan de programma's die zijn toegespitst op ontwapening, demobilisatie en reïntegratie van gewezen militairen en miliciens die in toepassing van het Lusaka-akkoord. Naar mag worden verhoopt, zal zodanig reïntegratiebeleid de van Belgische zijde gesteunde nationale verzoening en democratisering in de hand werken. Op het gebied van justitie zal België ook in de toekomst samenwerken met de Ruandese gerechtelijke instanties en de TPIR, teneinde de personen die ervan worden verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan volkerenmoord of hiertoe opdracht hebben gegeven, te arresteren en te vervolgen.

Wat Congo (DRC) betreft, laten de dramatische gevolgen van de oorlog voor de bevolking België niet onberoerd. Het is dan ook vast voornemens de bevolking zijn solidariteit te tonen middels concrete acties van steunverlening op humanitair en sociaal gebied. De deelnemers aan de vergadering te Brussel hebben gewezen op de noodzaak deze samenwerking met de niet-gouvernementele organisaties en de officiële en regeringsinstanties op dynamische en gerichte wijze voor te zetten. Zolang er geen vrede is, kan er geen sprake kan zijn van structurele samenwerking. Nochtans zal niets België beletten ontwikkelingssamenwerking te bevorderen in de domeinen van justitie, gezondheid, onderwijs, mensenrechten, administratie. Ook werd gewezen op het belang van een geloofwaardige intercongolese dialoog die uitmondt in een nationale consensus over de institutionele toekomst van het land. Zodanige dialoog krijgt de steun van België. De deelnemers toonden zich vooral geschokt door de ernst van de situatie in de Kivu, die zo snel achteruit gaat dat nieuwe conflicten en slachtpartijen dreigen. Ze drongen er dan ook op aan dat de Belgische deskundigheid inzake deze regio ten dienste zou worden gesteld van de Congolese en internationale inspanningen voor de wederopbouw.

IV. Een operationele benadering

De situatie ter plaatse is van die aard dat een operationeel optreden van Belgische zijde alleen de vorm van een partnerschap voor vrede kan aannemen.

Op de vergadering werd geopperd voor een benadering waarin verschillende invalshoeken samenvallen, met name stabiliteit in de regio, de vestiging van een rechtsstaat en het uitbouwen van instellingen, economische en sociale ontwikkeling. Bij deze benadering zal gebruik worden gemaakt van een instrumentarium bestaande uit bilaterale diplomatie, het GBVB (Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie) en internationale instellingen.
Deze overkoepelende benadering bestaat uit de volgende deelaspecten:
Voor de stabiliteit in de regio en de integrale toepassing van het Lusaka-Akkoord :

Ø politieke en diplomatieke initiatieven die erop gericht zijn de betrokken partijen aan te sporen tot een bonafide tenuitvoerlegging van het Lusaka-Akkoord en van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad;

Ø bestudering van een Belgische medewerking aan de MONUC : medische hulp, financiering, humanitaire hulp, enz.;

Ø bevorderen van een internationaal embargo op de levering van wapens aan de strijdende partijen door een gerichte benadering van wapenleverende landen, doorvoerlanden en wapenhandelaars;

Ø een hardere aanpak van de diamantsmokkel door een versterking en onafhankelijkheid van de controles;

Ø ondersteuning van maatregelen ter bestrijding van de verduistering van nationale en regionale middelen waardoor de spiraal van oorlog en geweld wordt aangewakkerd (illegale bosbouw, illegale mijnontginning);

Ø Belgische deskundigheid ter beschikking stellen van internationale initiatieven op het gebied van programma's voor ontwapening-demobilisatie-reïntegratie van strijdkrachten;

Ø bilaterale en internationale inspanningen blijven leveren en opvoeren om de toevlucht op kindsoldaten uit te schakelen;

Voor de vestiging van een rechtsstaat en het uitbouwen van instellingen :

Ø financiële en politieke ondersteuning van het Lusaka- en Arusha-proces, waaronder de bemiddelingsopdracht van de Presidenten Masire en Mandela;

Ø institutionele ondersteuning om het proces van behoorlijk bestuur en een goede rechtsbedeling te sturen;
Ø ondersteuning van de civiele samenleving en haar acties;
Ø aanstelling van een speciale gezant.

Voor de economische en sociale ontwikkeling :

Ø het aanmoedigen van initiatieven van internationale instellingen, ook financiële acties, die tot doel hebben het vredesproces te bespoedigen en het verbeteren van de betrekkingen tussen deze instellingen en de betreffende landen;

Ø verder werk maken van de dialoog met de Europese Unie ten einde financiële middelen vrij te maken, waaronder STABEX-fondsen;

Ø voortgang van de bilaterale en multilaterale samenwerking op het gebied van basisinfrastructuur, onderwijs, volksgezondheid en voedselveiligheid;

Ø in kaart brengen van de institutionele actoren met het oog op een verbetering van de bestuurskunde (centrale bank, douanediensten, enz. .....);

Ø meer inspanningen op het gebied van opleiding (studiebeurzen, stages, uitwisseling van leerkrachten);

Ø opvoeren met de bilaterale en internationale inspanningen op het gebied van AIDS-bestrijding in de regio;

Ø bilaterale en internationale inspanningen blijven leveren en opvoeren om de toevlucht op kindsoldaten uit te schakelen;

Ø bij voorrang bestuderen van de problematiek van de wisselkoers en de schuldenlast.

Voor de humanitaire actie :

Ø deelneming aan en financiële ondersteuning van de humanitaire conferentie van de OCHA, die op initiatief van België tot stand kwam, als een eerste stap, teneinde op korte termijn het humanitaire beleid uit te bouwen;

Ø benadrukken van de noodzaak dat humanitaire hulp de bevolking bereikt en vrije doortocht van de humanitaire hulp;

Ø het vrij verkeer van personen kunnen afdwingen

V. Het actie-instrumentarium

Voor de vormgeving van de aanbevelingen omtrent de Belgische deskundigheid, wordt het volgend instrumentarium voorgesteld :

Ø de vredesopbouw zal worden geschraagd door ministeriële bezoeken aan de hoofdsteden van de landen die er het meest bij betrokken zijn;

Een bewijs van deze wil tot actieve aanwezigheid is het feit dat Minister Louis Michel op 21 februari in Arusha was naar aanleiding van de hervatting van de Arusha-gesprekken betreffende Burundi en op uitnodiging van Nelson Mandela die de rol van bemiddelaar vervulde;

Ø in het licht van de hierboven uiteengezette benadering zal België samen met de andere landen van de Europese Unie ervoor ijveren dat de kwestie van de conflictsituatie in het Gebied van de Grote Meren en de ondersteuning door de Europese Unie van het vredesproces van Lusaka hoog op de Europese agenda blijft staan, meer bepaald tijdens de eerstvolgende Raad Algemene Zaken (RAZ) op 20 maart. Deze werkwijze zal ook een zinvolle bijdrage mogelijk maken aan de Euro-Afrikaanse Top die op 3 en 4 april 2000 in Kaïro plaatsheeft;

Ø de Dienst Centraal-Afrika van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt versterkt. Verder krijgt deze dienst er de materie conflictsituaties (voorkomen en beheersen van conflicten) in Centraal-Afrika bij en wordt hij in samenwerking met het Afrikaans Waarnemingscentrum en het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen (KIIB) de reflectiekamer voor het Belgische beleid in Centraal-Afrika, die in dit verband ook de academische deskundigheid ter zake zal inschakelen. Daarnaast zal een vertegenwoordiger aangesteld worden om de ontwikkeling van het vredesproces nauwlettend gade te slaan en er aldus voor te zorgen dat België de Conferenties die over deze regio worden gehouden van nabij kan volgen en dat de dialoog met de nationale en internationale instanties in stand wordt gehouden;

Ø op parlementair niveau is het wenselijk dat initiatieven worden genomen om te komen tot een dialoog met de verkozenen en de civiele maatschappij in de betrokken landen, dit om het vredesproces aan te moedigen en de bewustwording van de noodzaak van een democratiseringsproces en het respecteren van de mensenrechten te bevorderen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie