Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Speech Roozemond op conferentie Genootschap Burgemeesters

Datum nieuwsfeit: 01-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Persbericht FNV

Inleiding Lochemconferentie van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters

Inleiding door Kitty Roozemond, vice-voorzitter van de FNV, op de Lochemconferentie van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. 1 maart 2000

Dames en heren,

Het is mij een genoegen om met u van gedachten te wisselen over dualisme in de politiek.

Als er een "partij" ervaring heeft met dualisme, dan is dat de FNV misschien wel. In het veelgeroemde overlegmodel zijn wij gewend te opereren binnen tegenstellingen om toch tot overeenstemming te komen met elkaar. Dat betekent laveren tussen enerzijds identiteit en herkenbaarheid en samenwerking en draagvlak aan de andere kant. Hoe blijf je herkenbaar in de polder, het moet geen moeras worden waarin je wegzakt. Dat gevaar dreigt ook voor de politiek. En dat brengt de commissie Elzinga tot haar pleidooi voor meer dualisme in de politiek.

Tja, dualisme in de politiek. Wat heeft de FNV eigenlijk met de politiek? Op sociaal economisch beleid voeren wij continu overleg met de politiek. Tijdens de jubileumbijeenkomst van de SER vorige week, de SER bestaat dit jaar 50 jaar, omschreef een van de sprekers de SER als de schaduwregering. Veel van onze adviezen leiden tot Kabinetsbeleid. Zo stond de SER aan de wieg van de AOW.

Als STAR ontmoeten wij het Kabinet twee keer per jaar tijdens het zogenaamde voorjaar- en najaarsoverleg Waar we afspraken met elkaar maken over het te voeren sociaal-economisch beleid. Opvallend is de verbreding die daar plaats vindt: de vertegenwoordiging vanuit het Kabinet wordt steeds groter. Naast de ministers van Sociale Zaken, Economische zaken en Onderwijs, schuiven daar tegenwoordig ook Verkeer en vervoer aan, Gezondheidszorg en Milieu, BZK. Overleg met de FNV brengt de politiek geen windeieren!

Op lokaal niveau zijn onze contacten met de politiek minder intensief. Wij merken ook in onze contacten op lokaal niveau dat gemeentebestuurders vaak onbekend zijn met de vakbeweging. Terwijl onze organisatie een kweekvijver is van politici, van wethouders en burgemeesters, zelfs van de premier. Binnen onze organisatie zijn veel medewerkers politiek actief en wij stimuleren dat ook. Zo is er in onze CAO een regeling vastgelegd waarmee medewerkers die tevens gemeenteraadslid zijn, 10 extra verlofdagen per jaar krijgen.

In het SER-advies over het grootstedenbeleid hebben wij gepleit voor centraal overleg op lokaal niveau, zoals we dat landelijk ook hebben. Het overlegmodel moet lokaal ook handen en voeten krijgen. In sommige steden lukt dat ook. Zo heeft de gemeente Rotterdam met werkgevers en werknemers uit de bouw een convenant afgesloten. Bij de aanbesteding van bouwopdrachten wordt nu de voorwaarde gesteld dat van de werknemers die bij de uitvoering betrokken zijn, 5% uit langdurig werklozen moet bestaan.

Ons pleidooi voor dat lokale overleg gaat eerlijk gezegd ook met enige huiver gepaard. Het is voor ons niet te doen om met 530 gemeenten afzonderlijk rond de tafel te gaan zitten. We beperken ons noodgedwongen tot de grotere gemeenten of zelfs tot het provinciale niveau. En dat is jammer. Op het terrein van uitvoering van beleid zou er veel beter samengewerkt kunnen worden door gemeenten en sociale partners. De knelpunten op de arbeidsmarkt verschillen nogal in de bouw, het onderwijs of de horeca. En dus moeten de oplossingen en het beleid primair ook op dat sectorale niveau ingekleurd worden. Dat gebeurde ook tot nu toe met Arbeidsvoorziening. Landelijke afspraken, die vertaald werden naar 18 regio's. Dit Kabinet legt echter de regie voor het arbeidsmarktbeleid op het lokale niveau en daarmee wordt de verbinding met branches los gelaten. Gemeenten zijn vooral gericht op hun bijstandsgerechtigden, maar weten ze eigenlijk wel wat er speelt in bedrijven? Maar de regionale inkleuring en uitvoering willen we wel degelijk met gemeenten productief maken: in de nieuwe regionale platforms.

De arbeidsmarkt bevindt zich op dit moment in een bizarre positie. Nog nooit is het aantal moeilijk vervulbare vacatures zo hoog geweest, terwijl er 700.000 mensen op korte termijn beschikbaar kunnen zijn. Naar ons idee komen de aansluitingsproblemen van dit moment voor een deel voort uit het eenzijdige aanbodgerichte arbeidsmarktbeleid, waar men het contact met de vraag is kwijt geraakt.

Bijvoorbeeld de problematiek aan de onderkant van de arbeidsmarkt, die los je niet alleen op met gesubsidieerde arbeid. Wij pleiten al jaren voor scholing, binnen de erkende kwalificatiestructuur, waarmee mensen een duurzame plek op de arbeidsmarkt krijgen. Een inzet die tijd vergt - de scholing duurt een paar jaar - en die geld kost. Nu de tekorten de economische groei dreigen te beperken, gaat de overheid met onze inzet op scholing aan de slag. Men had eerder kunnen anticiperen op deze ontwikkeling, bedrijven roepen al jaren dat het vakmanschap aan het verdwijnen is!

Elzinga gaat niet over de arbeidsmarkt. Terug naar het onderwerp van vandaag. Dualisme in de politiek, wat is dat eigenlijk? Scheiding van bevoegdheden, lees ik in het rapport. De gemeenteraad en het college hebben ieder eigen bevoegdheden en zijn nevengeschikt aan elkaar. De navelstreng tussen fractie en wethouder wordt terecht doorgeknipt. Ontvlechting van raad en college, als hefboom voor cultuurverandering.

Het klink niet echt spannend, het inspireert niet meteen. Het kan aan het formele taalgebruik liggen, maar of deze voorstellen nu meer mensen naar de stembus trekken? Ik denk het niet.

Elzinga signaleert een aantal problemen in ons politiek bestel van dit moment, die ik wél heel spannend vind. De commissie zoekt de oplossingen vervolgens vooral in de vormgeving. Terwijl de inhoud misschien wel een groter probleem vormt.

Wat zijn die problemen dan? Als belangrijkste probleem wordt de afname van betrokkenheid onder burgers bij de politiek genoemd. De dalende opkomst bij verkiezingen leidt tot een oproep tot revitalisering van de politiek.

"Terecht" zeg ik dan en ik zal daar een paar opmerkingen over maken.

Het rapport lezende krijg ik toch de indruk dat de commissie Elzinga met haar voorstellen ter versterking van het lokale bestuur begonnen is aan de kant van het college. Ik wilde voor deze gelegenheid eens beginnen bij de Raad. Wat zegt Elzinga daarover?

De Raad moet een andere rol aannemen. Op hoofdlijnen. Een meer controlerende taak. Met een pleidooi voor een Rekenkamer. Een Raad die vooraf kaders aangeeft en achteraf controleert.

De Raad, dat gevoel krijg je toch bij dit rapport, dat blijven de goedwillende amateurs. Die er vaak een baan naast hebben. Die van alle markten thuis moeten zijn. Die nauwelijks aan eigen initiatieven toekomen.

De kwaliteit van bestuurders, en dat geldt zowel voor het landelijke als voor het lokale niveau, laat ook wel te wensen over. Is het eigenlijk niet vreemd dat politiek besturen niet als vak gezien wordt? Voor het simpelste beroep vragen we een kwalificatie. Voor een beroep waarin beslissingen worden genomen die de continuïteit en kwaliteit van ons bestaan raken zijn kennelijk alleen democratische spelregels voldoende.

Hoe kun je die Raad dan versterken? Een lokale Rekenkamer lijkt mij een prima voorstel. Budgetten voor onderzoek per fractie, met de mogelijkheid om budgetten samen te voegen, maakt meer mogelijk. Een budget ambtelijke ondersteuning per fractie voor uitwerking van eigen initiatieven.

Naar mijn idee gaat het echter om meer. En ik wil drie punten noemen.

Ten eerste moeten politici meer naar de mensen toe. Van raad naar daad zou ik zeggen. Laat niet de commissie en raadsagenda leidraad zijn van je werkzaamheden, maar zoek de burgers op, al dan niet in georganiseerd verband en laat hun vertellen wat er leeft, hoe beleid in de praktijk uitpakt. Pik problemen op en voer zelf de agenda van commissievergaderingen.

Loop niet alleen brandjes te blussen maar ben er op tijd bij. Ik heb soms het gevoel dat er teveel incidentenpolitiek gevoerd wordt en dat er te weinig vooruit gekeken wordt en onvoldoende geanticipeerd wordt op sociaal-economische en culturele ontwikkelingen.

Ten tweede stel ik vast dat veel vraagstukken gewoon beleidskwesties zijn die onnodig gepolitiseerd worden. Een voorbeeld. Onlangs werd in een van de grotere gemeenten in Nederland een plan besproken over het minimabeleid van die

gemeente. Daarin stond de volgende zinsnede: in de huidige arbeidsmarkt geldt, wie wil werken, kan ook werken. Eerlijk gezegd vind ik dat geen professionele zinsnede. Het is toevallig mijn portefeuille, het arbeidsmarktbeleid, vandaar ook de keuze voor dit voorbeeld. Uit alle cijfers blijkt dat de werkzoekenden niet passen op de vacatures. Daar zijn allerlei legitieme redenen voor aan te geven.

De conclusie luidt echter wel dat die kwalitatieve mismatch tijd vergt en dat dat op de korte termijn geen oplossing biedt voor de tekorten in sectoren. Nogmaals, het was dus geen professionele opmerking. Maar in de discussie schaarde de wethouder zich daar wel geheel achter en ging de discussie dus niet meer over het minimabeleid, maar over de politieke correctheid van die zinsnede. Want hield die zinsnede geen rechtstreeks verwijt in aan het adres van de werklozen? Maken zij op dit moment dan geen onrechtmatig gebruik van de uitkering als er toch werk voor ze is?

Een zinloze discussie, die nergens toe leidt. Terwijl de beleidskwestie van armoedebestrijding voorlag. Maar daar kwamen de heren en dames politici nauwelijks aan toe.

Ten derde ontbreekt het de politiek aan lef. Colleges zijn zo breed samengesteld dat de politieke herkenbaarheid vervaagt. Op provinciaal niveau vormen al twintig jaar PvdA, CDA en VVD gezamenlijk het provinciaal bestuur. Dan mag je nog blij zijn met een opkomst van 45%. De reactie van de voorzitter van Groen Links sprak mij dan ook wel aan. De politiek krijgt de kiezer die ze verdient, was de kop van haar artikel.

Laat Oostenrijk een waarschuwing zijn: waar twee partijen selbstzufrieden 40 jaar regeren. Tot in de haarvaten van de maatschappij de macht hadden. Waar die twee partijen zich nauwelijks vernieuwen en wel de baantjes verdelen. Waar geen alternatief leek te bestaan. Versta me goed: ik heb 10 dagen geleden meegedemonstreerd tegen Haider in Wenen. Maar in mijn hoofd zat wel steeds de zin die Heinrich Mann tussen de 1e en de 2e Wereldoorlog schreef - wegens het gebrek aan openheid en vernieuwing: "Wir haben den Krieg nicht gewollt, wir haben nur so gelebt, dass er kommen musste". Daarom moeten politiek en vakbeweging ook de discussie voeren met hun kiezers en achterban over de waarde van de uitbreiding van de EU: anders kunnen "Haiders" inspelen op irrationale angsten.

De politiek heeft meer baat bij duidelijke uitspraken en standpunten, bij dualisme binnen een partij waarbij niet van tevoren de besluitvorming door collegeschragende partijen vastgelegd wordt. Doorgeschoten collegiaal bestuur kan dodelijk zijn! Dat leidt immers tot politieke eenvormigheid en dus tot depolitisering. Waarmee de burger dus terecht het gevoel krijgt dat het er niet toe doet op wie je stemt, ze doen toch hetzelfde.

Dan kom ik vanzelf op het voorstel van de gekozen burgemeester. Met een zaal vol burgemeesters voor me zou het ook vreemd zijn om daar niets over te zeggen.

De Gemeenteraad benoemt en ontslaat wethouders, waarom ook niet de burgemeester? De huidige gang van zaken heeft toch de schijn van coöptatie, vaak zijn het mensen met voldoende gezag en staat van dienst binnen een politieke partij die naar voren worden geschoven. In de voorstellen van de commissie Elzinga gaat een aantal bevoegdheden van de gemeenteraad naar het college. En dus moet het college versterkt worden. Mijns inziens moet er vooral een professionaliseringsslag gemaakt worden.

De commissie Elzinga ziet de burgemeester als procesbegeleider, teamleider, stuurman van besluitvorming. In de reacties op het voorstel voor de rechtstreeks gekozen burgemeester wordt gewaarschuwd voor een politisering van het burgemeesterschap. Kandidaten zouden meer dan nu getoetst worden op hun stellingname in lokale kwesties.

Persoonlijk ben ik niet voor de rechtstreeks gekozen burgemeester. Bovendien vind ik dat als je daar wel voor kiest, zoals de meerderheid van de commissie Elzinga dat doet voor de grote steden, dan moet je ook consequent zijn, dan ook in alle gemeenten, dan ook de commissaris van de koningin, en zelfs ook de minister president.

Terecht wordt er echter gewaarschuwd voor polarisering. De burgemeester heeft het mandaat van de bevolking dus wat zou hij of zij zich nog gelegen laten liggen aan de raad?

Mij is gevraagd door de organisatie om twee aanbevelingen van de commissie Elzinga te schrappen en twee nieuwe daarvoor in de plaats te stellen. Welnu, duidelijk mag zijn dat ik aanbeveling 7 over de rechtstreeks gekozen burgemeester wil vervangen door een ander voorstel. In mijn nieuwe voorstel benoemt de gemeenteraad de burgemeester. Daarmee voorkom je dat iemand puur op lokale kwesties gekozen wordt, terwijl je wel recht doet aan de gekozen burgemeester. De burgemeester komt van buiten de raad, dan kom je ook aan die andere kwaliteiten toe, zoals de commissie Elzinga die terecht beschrijft. Overigens ondersteun ik diezelfde knip tussen raad en wethouders. Als je kiest voor dualisme, vloeit die keuze daar logisch uit voort. Wat mij betreft zou de burgemeester verder best een inhoudelijke portefeuille erbij mogen hebben. Wij ervaren dat zelf binnen ons Federatiebestuur, waar Lodewijk de Waal internationale zaken en levensbeschouwing doet.

De voorzitter als meewerkend voorman, waardoor hij ook voeding houdt met het vakbondsbedrijf, in uw geval het politieke bedrijf.

Dan kom ik op de tweede aanbeveling. Ik schrap aanbeveling 10 waarin gepleit wordt voor implementatie van de voorstellen. Het is een flauwe aanbeveling en misschien even flauw om die te schrappen, want eigenlijk gaat die nummer 10 nergens over. Hij is overbodig. Wat stel ik voor als nieuwe tiende aanbeveling? Een initiatiefrecht voor burgers om zaken op de agenda van de Gemeenteraad te krijgen. Iedere burger, al dan niet in georganiseerd verband, kan een voorstel indienen bij de Gemeenteraad ter bespreking en besluitvorming door die Raad. Als tenminste 1/3 van de Raad dat voorstel voor raadsbehandeling steunt, krijgen burgers ambtelijke ondersteuning voor verdere uitwerking en eventuele doorrekening van dat initiatiefvoorstel. Zodat het voorstel op een professionele manier door de Raad besproken kan worden.

Met dit voorstel beogen we het dualisme een stap verder door te voeren dan de commissie Elzinga doet. Bovendien komen we zo op een belangrijk punt van de analyse, namelijk hoe kunnen we de betrokkenheid van burgers bij de politiek vergroten. Met dit initiatiefrecht voelen burgers zich wellicht ook meer serieus genomen door de politiek! Laten we de Abeltjes onder onze burgers eens wat meer uitdagen, daarmee kan de politiek voor interessante uitdagingen komen te staan! Wie van u pakt deze handschoen op?

Voor meer informatie:

FNV Voorlichting, 020 5816 550

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie