Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over opslag radioactieve deeltjes

Datum nieuwsfeit: 01-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.697 opslaan van de bij olie- en gaswinning op de noordzee vri jgekomen radioactieve deeltjes

Gemaakt: 6-3-2000 tijd: 14:31


3

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 1 maart 2000

Onderwerp:

vragen lid Feenstra (PvdA) over het opslaan van bij olie- en gaswinning op de Noordzee vrijgekomen radioactieve deeltjes (kenmerk
2990003960)

Geachte Voorzitter,

Bij brief d.d. 17 december 1999 heeft bovengenoemd lid aan mij vragen gesteld over «het opslaan van bij olie- en gaswinning op de Noordzee vrijgekomen radioactieve deeltjes».

Hierbij zend ik u mede namens de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, de antwoorden op de gestelde vragen.

Hoogachtend,

de Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

J.P. Pronk

Antwoorden op de schriftelijke vragen gesteld door het lid der Tweede Kamer Feenstra (PvdA) over het opslaan van bij olie- en gaswinning op de Noordzee vrijgekomen radioactieve deeltjes.

Kenmerk: 2990003960

Antwoord 1

Ja.

Antwoord 2

Het nationale beleid met betrekking tot radioactief afval is vastgelegd in de «nota Radioactief Afval» en het «Regeringsstandpunt met betrekking tot het gebruik van de ondergrond voor de opslag van hoog toxisch afval» .

Overeenkomstig dit beleid dient in principe al het radioactief afval, eventueel na voorbewerking, op kosten van de ontdoener naar de COVRA te Borsele te worden afgevoerd. De capaciteit van de COVRA is destijds ingeschat als voldoende voor in ieder geval de komende 50 tot 100 jaar.

Hierbij dient echter te worden aangetekend dat overeenkomstig de EU-regelgeving met betrekking tot de vrije markt het ook mogelijk moet zijn om radioactief afval naar het buitenland af te voeren, mits aldaar een goede verwerkingsmogelijkheid beschikbaar is.

Van deze mogelijkheid wordt in het algemeen slechts beperkt gebruik gemaakt, omdat evenals in Nederland vele landen een nationale oplossing voorstaan voor het in eigen land gegenereerde afval.

Antwoord 3

Overeenkomstig het regionale OSPAR-verdrag en het wereldwijde Verdrag van Londen is het niet toegestaan deze radioactieve sludge in de zee of op of in de zeebodem te dumpen.

Antwoord 4

Voor radioactief afval zijn er in het milieu-convenant geen specifieke bepalingen opgenomen.

Antwoord 5

De ondergrondse opslag van deze radioactieve sludge in verlaten-boorgaten is niet in overeenstemming met het in antwoord van vraag 2 genoemde beleid en het regeringsstandpunt. Tevens is een dergelijke opslag in de zeebodem op basis van de huidige inzichten ook niet toelaatbaar binnen de afspraken van het OSPAR-verdrag en het Verdrag van Londen.

Antwoord 6

Zoals uit het bovenstaande blijkt, is overeenkomstig het vigerende beleid en de regelgeving de COVRA binnen Nederland de enige eindbestemming voor radioactief afval. In de door u aangehaalde uitzending van Lopende Zaken wordt verwezen naar een brief van de ministeries van EZ, VROM en V&W d.d. 22 april 1999 (kenmerk E/EOG/MW99021927). In deze brief wordt aangegeven dat, in het kader van de implementatie van een Euratom richtlijn uit 1996, de huidige vergunnings- of meldingsplichtige grenzen voor stoffen met verontreinigingen van natuurlijke radionucliden waarschijnlijk verlaagd zullen worden.

Door een dergelijke verlaging van de grenswaarden zullen de hoeveelheden van als radioactief aan te merken afvalstoffen uit de procesindustrie waarschijnlijk toenemen. De COVRA is in zijn huidige vorm niet ingericht op de opslag en verwerking van grotere hoeveelheden van dergelijk afval. Daarom loopt er onderzoek naar de aard en omvang van het te verwachten afval van de procesindustrie en naar de mogelijkheden van alternatieven voor opslag bij COVRA. Het ligt niet in mijn bedoeling de opslag van radioactief materiaal op een willekeurige C3-deponie toe te staan. De opslag van dit soort afval dient zo veel mogelijk geconcentreerd te worden op één of enkele plekken die zowel voor wat betreft de technische voorzieningen als hun omgeving voldoen aan stringente eisen. Dit betekent onder meer dat er nu en in de toekomst geen sprake zal mogen zijn van woonbestemmingen op of in de buurt van een dergelijke opslag.

Antwoord 7

Niet op alle platforms ontstaat radioactief afval en tot dusver is er geen sprake geweest van het verplaatsen, stilleggen of ontmantelen van boorplatforms waar radioactief afval aanwezig was.

Mede omdat de vergunning van COVRA de verwerking en opslag van sludges pas per januari 1999 toelaat en de verwerkingscapaciteit bij de COVRA (vooralsnog) ontoereikend is, is er tot dusver wel nog toestemming gegeven voor de tijdelijke opslag van sludges op platforms. Deze vorm van opslag dient te worden beschouwd als een tussenoplossing en zal op termijn komen te vervallen.

Antwoord 8

Zie antwoord op vraag 2.

De Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie