Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over ibr-vaccin

Datum nieuwsfeit: 01-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over ibr-vaccin

Gemaakt: 20-3-2000 tijd: 16:25


2

Aanvoorz.kopo

's-Gravenhage, 1 maart 2000

Onderwerp:

IBR-vaccin

Geachte Voorzitter,

Hierbij ontvangt u, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de antwoorden op de vragen van het lid Atsma (CDA) d.d. 1 februari 2000 over onder meer de onrust aangaande het IBR-vaccin (kenmerk 2990006170).


1.

Ja.

Op dit moment is niet bekend of de IBR-vaccinatie inderdaad problemen heeft veroorzaakt bij rundvee.

Het ID-Lelystad en de Gezondheidsdienst voor Dieren voeren gericht wetenschappelijk onderzoek uit, dat beoogt hierover binnen enkele maanden uitsluitsel te geven.


2.

Elke partij van een geregistreerd vaccin wordt door de Nederlandse overheid aan een zogenaamde partijkeuring onderworpen voordat dit vaccin daadwerkelijk op de Nederlandse markt kan worden gebracht. Dit is een administratieve keuring waarbij wordt gecontroleerd of de door het bedrijf uitgevoerde analyses goed zijn. Indien de partij in het buitenland is geproduceerd, is deze over het algemeen eerst al in het land van productie aan een partijkeuring onderworpen. Zo was het betreffende IBR-vaccin eerst onderworpen aan een partijkeuring in Duitsland, en vervolgens nog eens aan een partijkeuring in Nederland. In Duitsland waren bij de partijkeuring ook enige laboratoriumonderzoeken verricht.

Indien een partij vaccin voor gebruik in Nederland is toegelaten, registreert de Nederlandse overheid de gemelde bijwerkingen (bij dieren en/of bij mensen die in contact zijn geweest met het middel), na gebruik van het vaccin. Het bedrijf dat het vaccin op de markt heeft gebracht (de registratiehouder) is verplicht elke ernstige onverwachte bijwerking te melden aan de overheid; in de praktijk kunnen ook anderen, zoals praktiserend dierenartsen of veehouders, bijwerkingen melden aan de overheid.


- De -
De overheid stelt het Europees Bureau voor de
Geneesmiddelenbeoordeling en de registratiehouder in kennis van meldingen van ernstige onverwachte bijwerkingen. Op grond van de gemelde bijwerkingen kan de overheid beslissen om de registratie van een diergeneesmiddel voor de Nederlandse markt te schorsen, dan wel door te halen. In het onderhavige geval heeft de overheid besloten de registratie van het IBR-vaccin van Bayer tot nader orde te schorsen.
Naast het registeren van bijwerkingen ziet de overheid toe op de naleving van de bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet gestelde voorschriften, bijvoorbeeld voor wat betreft de verhandeling en de toediening van het vaccin.


3.

Toen door de overheid meldingen werden ontvangen van bijwerkingen van het levende IBR-vaccin, is door de overheid contact gezocht met Bayer. Over de gemelde bijwerkingen is intensief gecommuniceerd. Voorts heeft de overheid contact gehad met Bayer over de schorsing van de registratie van het levende IBR-vaccin in Nederland.


4.

Zie 3.


5.

Op dit moment kunnen veehouderijbedrijven uit dier- of volksgezondheidsoogpunt geblokkeerd worden door de overheid als er sprake is van (een verdenking van) een besmettelijke dierziekte (bij. varkenspest of mond- en klauwzeer) of een schadelijke stof (bijv. dioxine); dit gebeurt op basis van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD). In welke mate beperkende maatregelen aan bedrijven kunnen worden opgelegd is afhankelijk van de betrokken problematiek. In de draaiboeken van de verschillende ziekten is hier per ziekte invulling aan gegeven.

Verschillende ministeries hanteren de richtlijnen die aansluiten bij de primaire verantwoor-delijkheid van het betreffende ministerie. Zo vallen de richtlijnen die refereren aan volks-gezondheidsrisico's van producten onder de primaire verantwoordelijkheid van VWS (Warenwet, Vleeskeuringswet) en de richtlijnen m.b.t. dierziekten en welzijn onder de verantwoordelijkheid van LNV (GWWD). Ik wil u hierbij ook verwijzen naar de antwoorden op de vragen 1 en 2 van het lid Atsma van
10 februari jl. Er is geen verschil geweest in inzicht tussen beide ministeries. De ondernomen acties zijn in goed onderling overleg vastgesteld.


6.

Zie de antwoorden op de vragen 4 en 5 van het lid Atsma van 10 februari jl. (kenmerk 2990006560).

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

G.H. Faber

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie