Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vragen CDA in Europarlement over dataprotectie en Echelon

Datum nieuwsfeit: 02-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Nieuws uit het Europarlement

Brussel, 2 maart 2000

Vragen over Echelon

Onlangs vond in het EP een hoorzitting plaats over dataprotectie. Ook het afluisterproject Echelon kwam hierbij aan de orde. Telefoon-, fax-, mobiele telefoon- en email-verkeer kunnen hiermee wereldwijd worden afgeluisterd door de USA. Ook is gebleken dat in software sleutels kunnen worden ingebouwd, waardoor gebruikers via deze geheime achterdeur in hun computer gevolgd kunnen worden in hun activiteiten. Ter voorbereiding op het plenaire debat over dit onderwerp in de maartzitting van het Europees Parlement heeft CDA-Europarlementariër Wim van Velzen hierover vragen gesteld aan Commissaris Liikaanen.

Van Velzen wil weten in hoeverre er daadwerkelijk klachten zijn binnengekomen over verborgen software achterdeuren in PC-besturingssystemen of internetbrowsers. Daarnaast vraagt hij of de Europese Commissie bereid is de dataprotectierichtijn uit 1998 aan te passen zodat het verboden wordt software te maken met verborgen sleutels. Op dit moment legt de richtlijn enkel verplichtingen op aan aanbieders van diensten en netwerken. De software is vooralsnog buiten de werking van de richtlijn gebleven.

Tot slot wil Van Velzen van de Europese Commissie een overzicht krijgen van de mate waarin lidstaten uitzonderingen voor hun eigen inlichtingendiensten hebben toegestaan bij de omzetting van de dataprotectierichtlijn naar nationale wetgeving.

Van Velzen: Met deze vragen wil ik zo mogelijk voordat het plenaire

debat begint een overzicht krijgen van de zwaarte van het probleem. Daarnaast wil ik weten in hoeverre EU-lidstaten in hun eigen wetgeving Echelon-achtige praktijken toestaan. Het gaat er mij om dat een einde wordt gemaakt aan alle onzekerheid over het al dan niet bestaan van stelselmatige afluisterpraktijken. Daarnaast moet er een helder wettelijk kader worden gemaakt waarbinnen spionagediensten mogen opereren, zodat er een proportioneel evenwicht komt tussen individuele

belangen en de belangen van de staatsveiligheid.

Woordvoerder: Wim van Velzen. telefoon 00-32 2 284 5623 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA. telefoon 00-32 75 721 280

De letterlijke tekst van de vragen:

Onlangs vond in het EP een hoorzitting plaats over dataprotectie. Ook het afluisterproject Echelon kwam hierbij aan de orde. Telefoon-, fax-, mobiele telefoon- en email-verkeer wordt hiermee wereldwijd afgeluisterd door de USA. Ook is gebleken dat in software sleutels kunnen worden ingebouwd, waardoor de burger via deze geheime achterdeur in zijn computer gevolgd kan worden in zijn activiteiten.

De Richtlijn over dataprotectie in de telecommunicatiesector (Richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 December 1997 inzake de verwerking van persoonlijke gegevens en de bescherming van het privéleven in de telecommunicatiesector, PB L 24, 30.01.1998) legt verplichtingen op aan aanbieders van diensten en netwerken maar lijkt software buiten schot te laten.


1. Zijn er bij de Europese Commissie klachten binnengekomen over dit onderwerp?

2. Is de Europese Commissie bereid in een herziening van de richtlijn 97/66/EG de software loophole te dichten ten behoeve van de daadwerkelijke bescherming van de burgers tegen ongewild meekijken in /afluisteren van de computerbestanden en communicatiestromen?
3. Is de Europese Commissie van mening dat met veralgemeniseerde afluisterpraktijken door autoriteiten en algemene verplichtingen voor dienstverleners om data van hun klanten op te slaan, de lidstaten een juiste balans hebben getroffen tussen de privacy rechten van de burger en de belangen van nationale veiligheid en misdaadbestrijding ?
4. Toetst de Europese Commissie in het kader van haar taak om toe te zien op de juiste omzetting van Europese Richtlijnen in nationale wetgeving, de proportionaliteit van maatregelen die lidstaten nemen onder de uitzonderingen die zijn toegestaan in de Europese data protectie richtlijnen ? Wat zijn de bevindingen op dit vlak ?

1 maart 2000

Europa eindelijk van start met nieuw Jeugdprogramma

Afgelopen nacht is overeenstemming bereikt tussen Raad van Ministers en het Europees Parlement over het Actieprogramma Jeugd. Dit actieprogramma loopt van 2000-2006 en het totale budget bedraagt 520 miljoen euro. Dit Europees programma subsidieert uitwisselingsprogramma´s zodat tal van jeugd- en jongerenorganisaties kennis kunnen nemen van andere culturen. In Nederland gaat het om zo´n 140 uitwisselingen per jaar en daarnaast zijn er 85 projecten van jongeren die een half jaar tot een jaar vrijwilligerswerk in een ander Europees land doen.

Eén van de onderhandelaars namens het Europees Parlement is

CDA-Europarlementariër Maria Martens: Het is overigens niet dankzij de Nederlandse Staatssecretaris Vliegenthart dat overeenstemming is bereikt. Nederland heeft namelijk tot op het laatste moment geweigerd om de begroting aan te passen. Daarmee zette mevrouw Vliegenthart het voortbestaan van het Jeugd-Programma op het spel.

Het Europese programma is vooral bedoeld om internationale uitwisseling van kansarme jongeren te stimuleren. Zo werden in Nederland uitwisselingprogramma´s van gehandicapte jongeren gefinancierd uit dit Europese fonds. Verder biedt het programma ook mogelijkheden voor vrijwilligers, professionals en beleidsmakers op het gebied van jeugd- en jongerenwerk.

Voor inlichtingen: Maria Martens, woordvoerder jeugd; telefoon 0032 2 284 7857.
Persvoorlichter: E. Slootweg, telefoon 0032 75 721 280.


28 februari 2000

EVP STEUNT SERVISCHE OPPOSITIE

De Servische oppositie moet sterk worden gesteund in de aanloop naar de verkiezingen in Servië. Daarnaast moet het embargo selectief worden opgeheven. Dit staat in de verklaring van Thessaloniki die tijdens een congres van politieke partijen van de Europese christen-democraten (EVP), conservatieven (Europese Democratische Unie) en verwante politieke partijen uit Zuid-Oost Europa is aanvaard. Vice-voorzitter Wim van Velzen hoopt dat ook bijvoorbeeld minister Van Aartsen zijn verzet tegen een gedeeltelijke opheffing van het embargo wil opgeven.

De EVP en EDU organiseren regelmatig bijeenkomsten met verwante politieke partijen uit niet EU-kandidaatlidstaten om hen te steunen met het democratiseringsproces. Tijdens de bijeenkomst deden oppositiepartijen als de Demokratska stranka en de Demohriscanska partije Srbije een oproep om het embargo te versoepelen. Volgens de vertegenwoordigers van de oppositie versterkt het embargo het gevoel van solidariteit onder de bevolking met Milosovic die sinds zijn partijcongres vorige week de oppositie probeert de criminaliseren en hen afschildert als landverraders omdat zij heulen met het westen die verantwoordelijk is voor het embargo. Als het embargo wordt versoepeld
-zodat de Servische bevolking wordt ontzien- kan de oppositie aantonen dat niet het westen maar Milosovic het probleem is.

Vice-voorzitter van de EVP-partij Wim van Velzen meent dat alleen een samenwerkende oppositie sterk genoeg is om Milosovic te verslaan in de

verkiezingsstrijd: Er is een cruciaal jaar aangebroken. De

verkiezingen zijn nog niet uitgeschreven, maar iedereen verwacht dat deze in de komende maanden zullen worden gehouden. De oppositiepartijen zijn momenteel nog te zwak. Het ontbreekt hen aan een goede infrastructuur en contacten met het westen. Daarom hebben wij aangeboden ze te steunen in deze strijd door middel van trainingsprogramma´s. De EVP wil hiermee niet zozeer partijpolitiek actief zijn want alle partijen die een bijdrage leveren aan het herstel van de democratie in Servië, zoals de Socijaldemokratija

(sociaal-democraten), kunnen hiervan gebruik maken.

Woordvoerder: Wim van Velzen, telefoon 02-2844623 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA, telefoon 075-721 280


Brussel , 24 februari 2000

Europese financiering steun Kosovo eenzijdig en niet solidair

Europarlementariër Albert Jan Maat uit forse kritiek op begrotingsbesluit Europese Commissie

Het recente besluit om de 300 miljoen euro die jaarlijks nog ontbreken voor de financiering van het stabiliteitspact voor de Balkan vanaf 2001 in zijn geheel weg te halen uit de landbouwbegroting getuigt niet van een evenwichtige en solidaire manier van begroten door de Europese Commissie. De Nederlandse europarlementariër en woordvoerder voor de landbouwbegroting 2001 Albert Jan Maat (EVP / CDA) wijst deze beslissing dan ook ten zeerste af.

Ten eerste is er in een akkoord tussen Raad, Commissie en Parlement van mei 1999 vastgelegd dat met het oog op de Balkan de financiële afspraken herzien kunnen worden. Men heeft dus een mogelijkheid gecreëerd om extra geld beschikbaar te stellen voor de opbouw van deze

onvoorspelbare regio. Maat: De Raad zal in dit geval zijn financiële verantwoordelijkheid moeten nemen. Het kan niet zo zijn dat de lidstaten met veel bravoure steun toezeggen en vervolgens geen cent

bijdragen. Wanneer er binnen de Europese begroting voor extern beleid niet voldoende ruimte is voor de financiering van een dergelijk

project, dan moeten lidstaten eveneens een deel bijdragen.

Verder is het weinig solidair en principieel onacceptabel om het extra geld dat nodig is ter financiering van een situatie buiten Europa bij één groep weg te halen. Toen Raad en Commissie dat vorig jaar probeerden te doen uit het geld voor ontwikkelingssamenwerking wees het Europees Parlement dit consequent af. Volgens dit principe is het eenzijdig korten van de landbouwbegroting net zo verwerpelijk en dient dan ook eveneens door het Parlement afgekeurd te worden.

Bovendien heeft de agrarische sector in Europa reeds ingrijpende veranderingen doorgemaakt zodat men kon voldoen aan de strenge begrotingsdiscipline voor de jaren tot 2006 zoals vastgelegd in het Akkoord van Berlijn van vorig jaar. Het is weinig vertrouwenwekkend en uiterst ongeloofwaardig dat de EU deze afspraken na een jaar reeds niet nakomt.

Albert Jan Maat: De Europese landbouw mag niet langer als sluitpost op de begroting behandeld worden, waaruit men kan graaien zo gauw men elders krap bij kas zit. Europ a heeft er belang bij haar kwalitatief hoogstaande landbouw met oog voor mens, dier en natuur te behouden en te stimuleren. Dit kan met relatief weinig middelen (de landbouw ontvangt niet meer dan 2% van de begrotingen van de lidstaten en de EU samen) door in de begroting de nadruk te leggen op een aanpak met aandacht voor sociale aspecten, milieu en platteland.

Voor meer informatie: Albert Jan Maat, telefoon 06 54 27 13 14 (GSM) of 0032 2 284 79 54


Straatsburg, 15 februari 2000

Reactie op Vijfjarenplan Europese Commissie

De christen-democraten in het Europees Parlement vinden dat de Europese Commissie naast het ontwikkelen van initiatieven vooral de uitvoering van het beleid moet controleren.

EVP vice-voorzitter Wim van Velzen: De Europese Commissie is de

hoedster van de verdragen. Ik vind dat Commissievoorzitter Prodi teveel kijkt naar de rol van de Commissie als initiatiefnemer. Dat juich ik op zich toe, maar de uitvoering mag niet achter blijven of in

handen worden gelegd van enkel de lidstaten.

Van Velzen mist daarnaast een aantal uitwerkingen in het Vijfjarenplan :

Zo heeft Prodi de ambitie om de politieke invloed van de Europese Unie op het wereldtoneel in overeenstemming te brengen met het huidige

economische gewicht van de Unie. Maar dan vraag ik: op het moment dat gesproken wordt over een echt gemeenschappelijk beleid, over een systeem van crisispreventie en crisisbeheersing op het communautair niveau, waar zijn dan de concrete voorstellen? Daaraan moeten wij immers uiteindelijk toetsen of wij onze doelstellingen op dat terrein kunnen waarmaken. Het ontbreekt aan de concrete voorstellen om dit te bereiken. Ook heeft Commissievoorzitter Prodi in zijn inbreng veel aandacht geschonken aan Afrika, terwijl noch in de inleiding, noch in het programma zelf enige activiteit terug te vinden is met betrekking tot Afrika. Kortom: woorden zijn belangrijk, maar daden zijn

nodig.aldus Van Velzen tijdens het plenaire debat.

Meer bijzonderheden:
Wim van Velzen, telefoon 00-33388175623 Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA. telefoon 00-32 75 721 280


Brussel, 15 februari 2000

Europese kaderrichtlijn waterbeheer

Vandaag behandelt het Europees Parlement de kaderrichtlijn voor het waterbeheer. De richtlijn, waarover het Europees Parlement medewetgevende bevoegdheid heeft, is voor de Nederlandse waterhuishouding van uitermate groot belang.

Het voorstel van de Europese Commissie biedt een kader voor het kwaliteits- en kwantiteitsbeheer van het Europese grond- en oppervlaktewater. Vooral Nederland heeft baat bij goede kwaliteitseisen, nu bijna eenderde van het drinkwater wordt gewonnen uit oppervlaktewater. Ook het kwantiteitsbeheer is belangrijk voor Nederland, dat door zijn benedenstroomse positie in het verleden al vaak werd geconfronteerd met overstromingen.

De basis van de richtlijn wordt gevormd door de introductie van zogenaamde stroomgebiedsplannen. Dit zijn grensoverschrijdende plannen

waarbinnen de principes van de vervuiler betaalt en preventie aan de bron gelden. Dit betekent dat bijvoorbeeld Franse en Belgische vervuilers zélf de kosten zullen moeten dragen van de waterzuivering, zodat Nederland niet wordt geconfronteerd met vervuild water uit het buitenland.

CDA-europarlementariër Ria Oomen-Ruijten en PvdA-collega Dorette Corbey stonden aan de basis van enkele in de parlementaire commissie reeds aangenomen amendementen die de ontwerprichtlijn sterk hebben aangescherpt. Zo moet de verontreiniging van het water uiteindelijk

vrijwel 0 bedragen en is de termijn waarbinnen deze toestand moet worden bereikt verkort tot 10 jaar na inwerkingtreding van de

richtlijn.
Bovendien dient drinkwaterkwaliteit te worden verkregen door middel van de minst intensieve zuiveringsmethode.

Na stemming in de plenaire vergadering (morgen) moeten de Europese milieuministers zich over het voorstel uitspreken. Mochten ze het voorstel niet accepteren, dan wordt door Europees parlement en de Raad van Ministers een compromis gezocht. Bij mislukking is de ontwerprichtlijn definitief afgekeurd en zal de Europese Commissie met een nieuw, aangepast voorstel moeten komen, daarbij rekening houdend met de bezwaren van het EP en de Raad. Als er wel een compromis wordt gevonden wordt de kaderrichtlijn automatisch van kracht in alle vijftien lidstaten van de EU.

Meer informatie: Ria Oomen-Ruijten, telefoon 0032-75-475838 Eduard Slootweg, voorlichter EVP-fractie, telefoon 0032-75- 721280


Brussel, 10 februari 2000

Europarlementariër op de bres voor schoolmelk

Europarlementariër Albert Jan Maat blijft pleiten voor voortzetting EU-beleid voor schoolmelk

De schoolmelkregeling dreigt te worden afgeschaft. CDA-Europarlementariër Albert Jan Maat (landbouwbeleid) heeft initiatieven genomen om deze Europese regeling te handhaven. Op dit moment betaalt de Europese Unie 95% van de kosten. Omdat de EU dit teveel vindt stelt Maat een nieuwe verdeling voor. In zijn plan zou de Europese Unie voortaan 75% bijdragen en de lidstaten de resterende 25%. Daarnaast zou een beperkt aantal producten zoals drinkyoghurt aan de regeling kunnen worden toegevoegd.

Al tijdens de begrotingsbehandeling voor het jaar 2000 werd duidelijk dat de Europese Commissie de 23 jaar oude schoolmelkregeling wil afschaffen. Dit op grond van een eenzijdig en niet representatief onderzoek waaruit zou blijken dat de huidige regeling te duur is in verhouding tot de extra melkconsumptie. Albert Jan Maat nam tijdens de begrotingsbehandeling het initiatief voor een aantal amendementen waarin het Europees Parlement zich uitsprak voor voortzetting van de regeling.

Onder druk van het Europees Parlement en een aantal lidstaten heeft de Europese Commissie zelf in december een nieuw voorstel gedaan. Daarin staat dat de lidstaten en de Europese Unie ieder de helft van de totale kosten moeten gaan betalen.

Albert Jan Maat: Dit klinkt mooi van de Europese Commissie maar het gevaar is groot dat bepaalde lidstaten niet bereid zullen zijn de hoge nationale bijdrage te financieren. Ook Nederland heeft aangegeven

schoolmelk niet als prioriteit te zien. Dit zou het einde betekenen van de Nederlandse schoolmelk. Ik vind dit niet goed omdat de schoolmelk aan de ene kant bijdraagt aan het realiseren van nationale beleidsdoelstellingen (bijvoorbeeld op het gebied van de volksgezondheid) en dat aan de andere kant ook de industrie de positieve gevolgen ervan ondervindt (bijvoorbeeld door het creëren van product- en merkentrouw). Vandaar mijn tussenvoorstel van een financiering van 25%-75% en de introductie van nieuwe producten zoals

drinkyoghurt.

De landbouwcommissie van het Europees Parlement zal de voorstellen van Maat in het kader van de behandeling van het nieuwe commissievoorstel in haar eerstvolgende zitting op 23 en 24 februari bespreken.

Voor meer informatie: Albert Jan Maat, telefoon 06 54 27 13 14(GSM) of 0032 2 284 79 54 (Brussel)


Best , 25 januari 2000

Milieukosten veehouderij niet alleen voor veehouders

Tijdens de Gezinsdag van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) in Best heeft CDA-Europarlementariër Albert Jan Maat (landbouwbeleid) gepleit voor bindende afspraken tussen de veehouderij, grootwinkelbedrijf, consumentenorganisaties en overheid over de verdeling van de toenemende kosten ten aanzien van milieu en dierenwelzijn. Daarnaast waarschuwt hij dat op het gebied van milieu de Europese richtlijnen veel te gedetailleerd dreigen te worden.

Gezien de toenemend concurrentie wereldwijd kan de agrarische sector zich geen al te grote kostenverhogingen voor milieu en welzijn veroorloven. Vandaar dat Maat vindt dat het van de samenleving gevraagd kan worden extra eisen op dat terrein ook te vertalen in

ketenafspraken over de verdeling van de kosten. Albert Jan Maat: Een ketencontract met als partijen veehouders, verwerkers, supermarkten, consumentenorganisaties en overheid is onmisbaar als het de samenleving ernst is met welzijn en milieu. Het contrat territorial, een regionaal contract over landbouw, milieu, natuurbeheer, non-food etc. dat reeds in enkele landen van Europa wordt toegepast, lijkt daartoe een prima middel. Deelname van grootwinkelbedrijven aan deze contracten is van groot belang gezien de enorme verschillen tussen de boeren- en consumentenprijs voor veel veehouderij producten.

Wat het milieu betreft dient volgens Maat de Europese Unie rekening te

houden met het karakter van de regio\'s en landen. Het

subsidiariteitsbeginsel dreigt ten onder te gaan aan te detaillistische richtlijnen en onvoldoende oog voor de werkelijkheid. Voorbeelden daarvan zijn de voorstellen om opnieuw het ammoniak plafond per lidstaat te verlagen en een uiterst ambitieuze waterrichtlijn vast te stellen.

Albert Jan Maat: De samenleving moet haar verantwoordelijkheid nemen als het haar werkelijk ernst is met welzijn en milieu. De Europese Unie moet niet de werkelijkheid uit het oog verliezen en te

detaillistisch regelgeving vaststellen zonder rekening te houden met

het specifieke karakter van regio\'s en lidstaten.

Voor meer informatie: Albert Jan Maat, telefoon 06 54 27 13 14


Straatsburg, 20 januari 2000

Verwarring rondom E-COMMERCE duurt voort

CDA-Europarlementariër Ria Oomen-Ruijten wil dat er nu snel een einde wordt gemaakt aan de discussie tussen consumenten en industrie over het recht waar men zich aan moet houden bij elektronische verkoop (e-commerce). De aanbieders van producten en diensten zijn voorstander van het country of origin-beginsel (toepassing van het recht waar de aanbieder is gevestigd). Dat biedt voor de aanbieders de beste zekerheid om op de meest simpele manier te verkopen.

Dat beginsel leidt wel tot grote problemen. Wanneer een Nederlander een computer koopt van een aanbieder uit Portugal dan geldt in principe het Portugese recht. Dat betekent dat wanneer er iets mis is en de consument al met bijvoorbeeld de credit card heeft betaald het recht in Portugal moet worden gehaald. Met de twee jaar geleden aangenomen richtlijn Verkoop op afstand worden weliswaar een aantal van die problemen tav levering- en betalingen ondervangen . Ook de richtlijn e-commerce geeft aanvullende bescherming voor de consument. Het grote probleem blijft echter dat de consument ook met deze richtlijn nauwelijks in staat is zijn recht te halen bij geschillen. In bovengenoemd voorbeeld zal hij nog steeds in Portugal moeten procederen.

De Europese Commissie werkt nu aan een verordening waarbij voor elektronische verkoop aan consumenten er een ruimere mogelijkheid wordt geboden om de rechtsspraak van het woonland van de consument in te schakelen. Nog niet is geregeld hoe de aanbieder kan controleren of hij met een bedrijf of een consument zaken doet, de privacy-wetgeving verhindert dat ook.

Oomen-Ruijten: Niemand kan door de bomen het bos meer zien. Hier

blijkt temeer de noodzaak van grensoverschrijdende beslechting van consumentengeschillen. Ik roep de Europese Commissie die terecht vrij baan wil geven aan e-commerce, op om snel een einde te maken aan deze zeer verwarrende situatie en de juridische positie van de consument en aanbieders eenduidig en helder vast te leggen.

Woordvoerder: Ria Oomen-Ruijten, telefoon 00-32 2 284 5863 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter, telefoon 00-32 75 721 280


Straatsburg, 20 januari 2000

Ontsporing visserijbeleid EU dreigt

Het Europese visserijbeleid dreigt teveel onder invloed te komen van een Spaanse furie. Het nieuwe meerjaren oriëntatieprogramma dreigt onder Portugese en Spaanse druk te verworden tot een nieuw instrument voor handhaving van de visquota in plaats van te doen wat het behoort te doen: modernisering en capaciteitregulatie van de bestaande vloten. CDA-Europarlementariër Albert Jan Maat is fel tegen deze ontwikkeling en heeft samen met andere Nederlandse en Engelse Europarlementariërs een aantal amendementen ingediend om deze ontwikkeling te stoppen. Vandaag wordt in het EP over deze amendementen gestemd.

Het oriëntatieprogramma is bedoeld voor vervanging en vernieuwing van de Europese vissersvloot gekoppeld aan een aanpassing van de vlootomvang aan het aanwezige visbestand. In de praktijk betekent dit een modernisering en beperking van de vlootomvang. Lidstaten kunnen, als ze voldoen aan bepaalde eisen, tientallen miljoenen guldens per jaar ontvangen. De Europese Commissie wil als lidstaten de doelstellingen van het meerjarenprogramma niet halen korten op de financiële bijdragen.

De Portugese Europarlementariër Cunha, namens de visserijcommissie rapporteur op dit punt, wil met steun van Spanje een extra sanctie introduceren. In zijn visie moet het ook mogelijk zijn de visquota van lidstaten te korten indien zij de doelstellingen niet halen.

CDA-woordvoerder en lid van de visserijcommissie Albert Jan Maat: Het gevolg is dat een land die wel hun vloot tijdig heeft gemoderniseerd en die hun visquota efficiënt kunnen binnenhalen, zoals Nederland en andere Noordzeestaten worden gestraft voor dit efficiënte beleid. Aan de ene kant is het principieel onjuist om met een strafkorting van de visquota te werken. In mijn visie wordt hier met oneigenlijke middelen geprobeerd de vaste verhouding van de vangstrechten tussen lidstaten te wijzigen. Als ik daarbij voeg het feit dat de beschikbare gegevens over de omvang van de huidige vloten niet betrouwbaar zijn en tussen de lidstaten moeilijk zijn te vergelijken vind ik dat de EU deze weg niet moet inslaan.

De EU dreigt met een dergelijke beleid hun eigen geloofwaardigheid te ondergraven en evenals bij de melkquota de zuidelijke lidstaten te ontzien als het om een efficiënte controle gaat. Het CDA heeft met andere Nederlandse en Engelse leden amendement ingediend om dit kwaad

te keren.

Woordvoerder: Albert Jan Maat, telefoon 00-33 3 88 175954 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter: telefoon 00-32 75 721 280


Straatsburg, 19 januari 2000

Portugees voorzitterschap moet werk maken van IGC

Het is uitstekend dat het Portugese voorzitterschap voortvarend te werk gaat met de voorbereiding van de komende Intergouvernementele Conferentie. Er worden vijf werkgroepen geïnstalleerd die de belangrijkste knelpunten zullen onderzoeken. Volgens de EVP-ED fractie moet de agenda van de IGC verder worden uitgebreid, zodat de EU daadwerkelijk in staat is effectief te functioneren met meer dan 20 lidstaten. De fractie eist eveneens dat het Europees Parlement een volwaardige partner zal zijn in het onderhandelingsproces. Dit zal duidelijk moeten zijn voordat de IGC van start gaat. Het Europees Parlement moet immers voor de start van de onderhandelingen worden geraadpleegd door de Raad van Ministers. Dit zegt Wim van Velzen, vice-fractievoorzitter van de EVP-ED, tijdens het debat over het Portugese voorzitterschap.

Van Velzen: Artikel 48 van het EU verdrag stelt dat de IGC niet kan plaatsvinden voor het EP advies heeft uitgebracht. Ik sluit niet uit dat het EP dit advies pas verstrekt nadat duidelijk is geworden hoe het EP wordt betrokken bij de onderhandelingen en welke overige punten op de agenda zullen staan. De drie bekende punten die al op de agenda staan zijn de stemweging binnen de Raad, de samenstelling van de Europese Commissie en de meerderheidsstemmingen. Wij willen op de

agenda ook een betere organisatie van het buitenlands beleid, controle daarop door het EP en de aanpassing van de verdragsteksten om het democratisch tekort terug te dringen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld de vaststelling van het budget voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

letterlijke tekst artikel 48 verdrag betreffende de EU

De regering van elke lidstaat of de Commissie kunnen aan de Raad ontwerpen voorleggen tot herziening van de Verdragen waarop de Unie is gebaseerd. Indien de Raad na raadpleging van het Europees Parlement en, in voorkomend geval, van de Commissie, gunstig adviseert ten aanzien van het bijeenkomen van een conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, wordt deze conferentie door de voorzitter van de Raad bijeengeroepen, ten einde in onderlinge overeenstemming de in genoemde verdragen aan te brengen wijzigingen vast te stellen. In geval van institutionele wijzigingen op monetair gebied wordt tevens de Europese Centrale Bank geraadpleegd. De wijzigingen treden in werking nadat zij door alle lidstaten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen zijn bekrachtigd.

Meer informatie: Wim van Velzen, telefoon 00-33 388 17 5623


Straatsburg, 18 januari 2000

Strengere regels voor transport op zee gewenst

De ramp met de olietanker Erica laat zien dat sluitende verkeer- en vervoersregelingen op internationaal en Europees niveau ontbreken. CDA-Europarlementariër Ria Oomen-Ruijten (milieubeleid) vindt dat een aantal gebreken in de wetgeving onmiddellijk moeten worden gerepareerd. Dit zei ze vandaag tijdens het plenaire debat met de Europese Commissie over de gevolgen van de scheepsramp.

De Europese Unie heeft de conventies van de Internationale Maritieme Organisatie doorvertaald in Europese wetgeving. De toepassing en handhaving van die regelgeving is nog volstrekt onvoldoende. Zo wordt bijvoorbeeld de verplichte 25% niet gehaald van schepen die moeten worden gecontroleerd bij binnenkomst van of vertrek uit havens. Daarnaast geven de inspectierapporten geen oordeel over de zeewaardigheid van de gecontroleerde schepen. De rapporten geven enkel feiten weer over de technische toestand van het schip.

Daarnaast moet volgens Ria Oomen-Ruijten ook worden gekeken naar de constructie-eisen van schepen. Zo is de VS sinds 1990 erg strikt op het punt van het aanbrengen van dubbele wanden. In Europa wordt die eis enkel aan nieuwe schepen gesteld. Oomen-Ruijten vindt dat dit veel strenger moet worden. Zij vraagt aan de Europese Commissie hoe het precies staat met de wijzigingen van het Marpol verdrag, ingaande 2001, waarbij oude tankers aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen als nieuwe schepen.

Oomen-Ruijten zet ook vraagtekens bij de geringe aansprakelijkheid van

de eigenaars van de schepen. Oomen-Ruijten: Daardoor zijn er voor de eigenaars weinig prikkels om hun schip zeewaardig te laten zijn. Ik

ben van mening dat de eigenaars als eerste verantwoordelijk zouden

moeten zijn.

Woordvoerder Ria Oomen-Ruijten, telefoon 00-32 75 475838 voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter, telefoon 00-32 75 721 280


Straatsburg, 18 januari 2000

Hervormingen van de Europese Commissie

De christen-democratische EVP-ED fractie hoopt dat de instelling van een onafhankelijk permanent comité voor maatstaven bij het openbaar bestuur ongeschonden door de stemming komt van het rapport Van Hulten over de hervormingen van de Europese Commissie. De socialistische fractie heeft een amendement ingediend om dit comité te schrappen (amendement 15).

Dit comité moet normen formuleren voor het hele Europese bestuursapparaat, inclusief alle instellingen zoals het Europees parlement, en daarnaast toezien op de naleving ervan en zonodig advies verstrekken over ethische vragen en gedragsnormen. Daarnaast zou dit comité gedragscodes van individuele instellingen moeten goedkeuren.

CDA-Europarlementariër Bartho Pronk hoopt dat zijn PvdA collega succes

heeft met het overtuigen van zijn fractiegenoten: Omdat binnen de

lidstaten zulke grote culturele verschillen zijn kan je er niet van uitgaan van een gemeenschappelijke delerdie vanzelf tot stand zal komen. Dit zal je moeten opleggen van buitenaf. Ook voor de Parlementsleden. Vandaar dat onze fractie zo veel waarde hecht aan dit

comité.

Verder hoopt Pronk dat het rapport een uitspraak zal doen over de verplichte roulatie van ambtenaren. Van Hulten wil de carrousel van verplichte overplaatsing na een aantal jaren op één post te hebben gewerkt behouden. De EVP-Ed fractie is hier op tegen omdat het moet gaan om de beste persoon op de beste plek. Mobiliteit moet in die visie wel aangmoedigd worden, maar mag niet worden verplicht.

Dit rapport van het Parlement moet worden meegenomen in het eindverslag van Commissaris Kinnock, die op aanstaande donderdag een interim-verslag zal presenteren over zijn voorgenomen hervormingen van het personeelsbeleid.

Woordvoerder: Bartho Pronk, telefoon 00-33 388175865 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter, telefoon 00-32 75 721 280


Straatsburg, 17 januari 2000

Europees parlement stemt niet over voetbalboycot Servië

Het voorstel van CDA-Europarlementariër Arie Oostlander om geen visa te verlenen aan spelers en supporters van het Servische nationale voetbalteam voor de Euro 2000 kampioenschappen wordt niet in stemming gebracht. De PvdA, VVD, D66 en hun Europese fracties stemden tijdens de stemming over de vaststelling van de agenda tegen dit agendapunt.

Arie Oostlander in een eerste reactie: Ik ben stomverbaasd over de

cynische onverschilligheid van collega´s die beter kunnen weten. Jammer genoeg was de steun van Groen en de kleine confessionelen niet voldoende om dit onderwerp op de agenda te plaatsen. Nu zojuist voorzitter en eigenaar van de belangrijkste fanclub en voetbalclub de oorlogsmisdadiger Arkan in het criminele milieu is vermoord blijkt hoe noodzakelijk het is om tegen zijn aanhangers een signaal te geven. Ik hoop nu dat de echte sportminnaars niet naar de wedstrijden van het Servische nationale team gaan kijken.

meer bijzonderheden:
Arie Oostlander, gsm 06-53832800

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie