Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Verkeer over voorziening beton- en metselzand

Datum nieuwsfeit: 02-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

vw000000.246 brief sts vw inzake voorziening beton- en metselzand
Gemaakt: 3-3-2000 tijd: 15:18

Aan

de voorzitter van de Vaste Commissie

voor Verkeer en Waterstaat van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal


2 maart 2000

Onderwerp

Antwoord op brief NVTB van 17 januari 2000.

Geachte voorzitter,

Naar aanleiding van uw verzoek de Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat op de hoogte te stellen van mijn antwoord op de brief van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB) inzake de voorziening beton- en metselzand 2000-2004 van


17 januari 2000, treft u bijgaand een afschrift aan.
Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

drs J.M. de Vries

BIJLAGE

Aan

Nederlands Verbond Toelevering Bouw

t.a.v. de heer drs ing G.J. Westra

Postbus 84077


2508 AB DEN HAAG

Contactpersoon Doorkiesnummer

ir B. de Jong 351 93 66

Datum Bijlage(n)


2 maart 2000 2

Ons kenmerk Uw kenmerk

HKW/AKO-4118 RG/LH/00.9267

Onderwerp

Voorziening beton- en metselzand 2000 - 2004.

Geachte heer Westra,

In uw bovenvermelde brief heeft u mij deelgenoot gemaakt van uw zorg voor een tijdige en voldoende voorziening van beton- en metselzand voor de korte termijn (periode tot 2005). Uit de door u verstrekte gegevens, die in grote lijnen worden bevestigd door een in LCCO kader uitgevoerde inventarisatie , blijkt dat er inderdaad op korte termijn een aanzienlijk tekort dreigt (zie bijlage).

U haalt in uw brief enkele oorzaken aan die naar uw mening leiden tot deze tekorten:

a) er blijkt onvoldoende zicht op een tijdige en voldoende bijdrage aan de vervanging van beton- en metselzand door de mogelijke alternatieven die in het kader van het project implementatieplan alternatieven voor beton- en metselzand (PIA) zijn beschouwd;

b) het niet voldoen aan de taakstellingsafspraken door enkele provincies en het rijk;

c) het niet nakomen van de afspraken om in voorbereiding zijnde vergunningen niet op te schorten;

d) het niet nakomen van de afspraak dat vergunningsinstanties zonodig voor elkaar inspringen bij stagnerende voorzieningsmogelijkheden;

e) de meest recente behoefteprognoses geven een hogere behoefte aan dan waarmee bij de vigerende voorlopige taakstellingsafspraken, gemaakt in 1997, rekening is gehouden.

Ik heb mij er daarom op beraden welke stappen moeten worden ondernomen om de dreigende tekorten te voorkomen. Daarbij staan mij een aantal maatregelen voor ogen die onderstaand zijn vermeld, gerelateerd aan de bovengenoemde punten a t/m e.

Ad a.

Het is correct dat de bijdrage vanuit alternatieven voor de korte termijn nog gering zal zijn. De gezamenlijke inspanningen van bedrijfsleven, provincies en Rijk in PIA-kader zullen daarom met kracht voortgezet moeten worden. Ik vraag daarvoor nadrukkelijk ook de medewerking van u en uw leden.

Het vigerende beleid om de (relatief beperkte) voorraden beton- en metselzand (en grind) op de Klaverbank op de Noordzee vooralsnog niet aan te spreken zal in het kader van de totstandkoming van het tweede Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen worden heroverwogen.

Ad b.

De taakstellingsafspraken die het Rijk en de provincies onderling maken zijn afspraken die er toe moeten leiden dat voldoende gebied wordt aangewezen waar door het bedrijfsleven vergunning kan worden aangevraagd. Met betrekking tot het al dan niet voldoen aan de vigerende voorlopige taakstellingsafspraken door de provincies en het Rijk (V&W/RWS) merk ik op dat hier sprake is van een verschillende situatie. In de praktijk zijn door het bedrijfsleven bij verschillende provincies formele ontgrondings- vergunningaanvragen ingediend dan wel verzoeken gedaan om medewerking aan (voor-bereiding van) vergunningverlening. Ik constateer dat voor de rijkswateren er geen verzoeken om medewerking danwel vergunningensaanvragen ingediend zijn. Wel zijn er contacten met V&W/RWS over onderzoek, proeven en dergelijke.

Taakstellingen kunnen slechts dan gerealiseerd worden als daar vergunningsaanvragen aan ten grondslag liggen. In dat verband roep ik u op om uw leden aan te sporen hier aandacht aan te besteden.

Specifiek met betrekking tot het zandwinproject Maasbommel in de provincie

Gelderland kan ik u meedelen dat ik daarover in gesprek ben GS Gelderland. Afgesproken is dat de provincie Gelderland nog enkele alternatieven onderzoekt en dat daarover uiterlijk 1 april 2000 uitsluitsel zal worden gegeven. Met de provincie is afgesproken, voor het geval dit onderzoek niet tot een aanvaardbare oplossing leidt, het toepassen van de NIMBY procedure door Gelderland gezamenlijk (Gelderland en V&W) nu reeds voor te bereiden. Ik ben van mening dat de NIMBY procedure moet worden toegepast indien op 1april 2000 onvoldoende zicht is op een alternatief waarbij tijdig voldoende zand beschikbaar komt. Als bekend impliceert het toepassen van NIMBY door

Gelderland het met toepassing van artikel 40 en 41 van de WRO overrulen van de gemeente door de provincie.

Ik heb aangegeven dat de oplossing in ieder geval tijdig voldoende zand moet opleveren. Voor het geval dit onderzoek niet tot een aanvaardbare oplossing leidt ben ik van mening dat NIMBY moet worden toegepast. Met Gedeputeerde Staten van Gelderland is afgesproken dat V&W Gelderland zal ondersteunen bij de voorbereiding van de

NIMBY procedure. Inmiddels is die voorbereiding gestart.

Ad c.

Ik heb de provincie Noord-Brabant verzocht om, in het kader van de afspraak om voor elkaar in te springen ten behoeve van de landelijke beton- en metselzandvoorziening en de afspraak om in voorbereiding zijnde vergunningen niet te stoppen of te vertragen, positief te beschikken over de aanvraag van de ontgrondingsvergunning voor het project "Uitbreiding Beers-Oost Noord".

Ad d.

Ik heb alle provincies met een voorlopige taakstelling voor beton- en metselzand zoals afgesproken in november 1997, verzocht mij op korte termijn aan te geven in hoeverre de betreffende vergunningsinstantie zijn (voorlopige) taakstelling verwacht te realiseren en in hoeverre men daarenboven verwacht in te kunnen springen voor het opvangen van de tekorten. Ik heb voorgesteld dit onderwerp van gesprek te laten zijn op het afgesproken bestuurlijk overleg tussen V&W en IPO medio mei 2000 over onder meer de eventuele aanpassing van de vigerende voorlopige taakstellingen beton- en metselzand 1999-2008 (zie bijlage).

Ad e.

Gelet op de recente behoefteprognoses en de voor de korte termijn geringe bijdrage van alternatieven voor beton- en metselzand zal ik, met inachtneming van de uitkomsten van bovengenoemde acties, dit tevens bespreken in het voornoemde bestuurlijk overleg met het IPO overleg. Daarbij zal ik ook de eerder gemaakte afspraak om, als voor elkaar wordt ingesprongen compensatie te bieden, aan de orde stellen.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

drs J.M. de Vries

BIJLAGE

Aan

de College's van Gedeputeerde Staten van de Provincies Limburg, Noord-Brabant, Zuid-Holland, Noord-Holland, Flevoland, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Drenthe en Groningen

===============================

Contactpersoon Doorkiesnummer

ir B. de Jong 070 - 351 93 66

Datum Bijlage(n)


2 maart 2000 2

Ons kenmerk Uw kenmerk

HKW/AKO-4114

Onderwerp

Knelpunten beton- en metselzandvoorziening.

Geacht College,

Meerdere partijen, waaronder de NVTB, hebben mij recentelijk deelgenoot gemaakt van hun zorg voor een tijdige en voldoende voorziening van beton- en metselzand voor de korte termijn (periode tot 2005). Uit de dezerzijds verkregen gegevens blijkt dat er inderdaad op korte termijn een aanzienlijk tekort dreigt.

Met verwijzing naar het overleg op 27 november 1997, tussen de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat en het IPO, over de voorlopige taakstellingen beton- en metselzand voor de periode 1999 t/m 2008 vraag ik uw aandacht voor een aantal van de aldaar gemaakte afspraken:

? het gezamenlijke uitgangspunt dat er tijdig voldoende beton- en metselzand danwel beton- en metselzand vervangende secundaire grondstoffen voor de bouw beschikbaar dienen te zijn;

? de afspraak dat vergunningsinstanties zonodig voor elkaar zullen inspringen; waarbij uiterlijk in de volgende taakstellingsperiode compensatie plaats vindt;

? de afspraak dat in voorbereiding zijnde winningen niet gestopt of vertraagd zullen worden.

Ik verzoek u op korte termijn na te gaan in hoeverre in uw provincie naar verwachting zal worden voldaan aan de in 1997 voorlopig afgesproken winbaar te maken hoeveelheid beton- en metselzand. Tevens verzoek ik u na te gaan in hoeverre uw provincie mogelijkheden ziet om in te springen ten behoeve van de dreigende tekorten. Voor wat betreft winning uit de rijkswateren verwijs ik u kortheidshalve naar de bijgaande kopie van het antwoord aan de NVTB.

Ik stel voor dat onder meer het bovenstaande onderwerp is van het, in mei 2000 afgesproken bestuurlijk overleg tussen V&W en IPO over beleid ten aanzien van de bouwgrondstoffen-voorziening.

In verband met de voorbereidingen van voornoemd overleg ontvang ik uw reactie graag voor 15 april 2000.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

drs J.M. de Vries

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie