Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Erkenning Vlaamse professionele organisaties podiumkunsten

Datum nieuwsfeit: 03-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
PERSMEDEDELING VAN DE VLAAMSE REGERING

VERGADERING VAN 3 MAART 2000

Erkenning professionele organisaties podiumkunsten

De Vlaamse regering heeft haar aandacht vandaag toegespitst op het dossier van de erkenning van professionele organisaties voor podiumkunsten.

Het gewijzigde Podiumkunstendecreet van 18/5/1999 regelt de erkenning en subsidiëring van een uiteenlopende reeks professionele organisaties in de podiumkunsten. Het gaat met name over theater-, dans- en
muziektheatergezelschappen, over kunstencentra en danswerkplaatsen, festivals en het steunpunt podiumkunsten. Het decreet voorziet (a) het erkennen en subsidiëren voor het geheel van de werking, (b) subsidiëring van projecten, (c) subsidiëring van opdrachten aan scheppende kunstenaars, en (d) het subsidiëren van het steunpunt podiumkunsten van de Vlaamse Gemeenschap. De subsidies voor de structurele werking van theater-, dans-, muziektheatergezelschappen, festivals en kunstencentra en de subsidiëring van het steunpunt worden om de vier jaar toegekend.

De Vlaamse regering laat zich voor haar beslissing bijstaan door de beoordelingscommissies Nederlandstalige Dramatische Kunst, Dans, Muziektheater, Kunstencentra en een ad-hoccommissie Festivals. De leden van deze commissies werden onder de vorige Vlaamse regering bij MB van 30/9/1998 benoemd voor een periode van vijf jaar. Omwille van de continuïteit heeft huidig Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux beslist de samenstelling van de commissies te handhaven. Voor de periode 1 juli 2001- 30 juni 2005 ontving de administratie cultuur in totaal 110 aanvragen.

De Vlaamse regering heeft nu op voorstel van Cultuurminister Bert ANCIAUX een beslissing genomen over de erkenning en het voornemen tot niet-erkenning van deze organisaties. Het toekennen van de subsidiebedragen gebeurt tegen eind juni.

Procedure Podiumkunstendecreet

Het gewijzigde Podiumkunstendecreet van 18/5/1999 is juridisch-procedureel complex. Voor een goede informatie volgt hier een uiteenzetting over de procedure. Uit recente persartikels en advertenties blijkt dat deze procedure nog te weinig gekend is. Dit werkt misleidend voor de publieke opinie.


- 3/11/1999: uiterste indieningdatum voor de erkennings- en subsidieaanvragen voor de periode 1/7/2001 - 30/6/2005.


- 18-19/1/2000: de organisaties podiumkunsten die een erkenningaanvraag indienden werden op de hoogte gebracht van het voorlopige advies.

- 20/1/2000: de minister ontving het voorlopig advies.
- 1/2/2000: uiterste datum waarop de organisaties konden reageren op de voorlopige adviezen.

- 17/2/2000: de definitieve adviezen van de commissies werden overgemaakt aan de minister.

- 3/3/2000: na kennisname van alle adviezen en de reacties van de organisaties heeft de Vlaamse Regering, op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, beslist om een aantal organisaties te erkennen en heeft zij het voornemen geuit om een aantal aangevraagde erkenningen te weigeren. De niet-erkende organisaties worden hiervan binnen de tien werkdagen op de hoogte gebracht. De organisatie heeft 10 werkdagen de tijd om bezwaar aan te tekenen. Ze kan enkel in beroep gaan tegen de formele erkenningvoorwaarden (art. 5õ1, 1) . De bezwaarschriften worden behandeld door de adviserende beroepscommissie voor culturele aangelegenheden. Deze bezorgt haar advies aan de minister en aan de administratie uiterlijk negen weken na ontvangst van de bezwaarschriften.
- 30/6/2000: uiterste datum voor de Vlaamse regering om te beslissen over de financieringsenveloppen voor de erkende organisaties (artikel 14õ5 van het Decreet).

Ter zake

Op basis van de adviezen van de bevoegde commissies en de administratie heeft de Vlaamse regering op voorstel van Vlaams minister Bert Anciaux op 3 maart een beslissing genomen met betrekking tot de erkenning van organisaties voor podiumkunsten 2001-2005.
De Vlaamse Cultuurminister is van oordeel dat de vier beoordelingscommissies, de ad hoc commissie en de administratie degelijk advieswerk hebben geleverd. De meeste beoordelingscommissies hebben via hun algemene inleidende teksten bovendien hun globale visie verduidelijkt, die oog hebben voor het gehele werkveld. Een aantal accenten werden overigens als cruciale kenmerken voor een vernieuwend cultuurbeleid naar voren geschoven in de Beleidsnota Cultuur.

In alle adviezen wordt terecht sterk de nadruk gelegd op artistieke kwaliteit, dynamiek en differentiatie. Hoewel impliciet aanwezig in de adviezen wenst de minister er uitdrukkelijk de versterking van het stedelijk weefsel én het belang van maatschappelijk engagement aan toe te voegen. Dit laatste werd overigens ook als bijkomend criterium opgenomen in het uitvoeringsbesluit van het Podiumkunstendecreet van 18/5/1999 (art. 10, 4). In de afzonderlijke globale analyses vinden we deze criteria terug; in de concrete advisering komen ze z.i. soms te weinig tot uiting.

Het huidige Decreet dwingt de beoordelingscommissies nog teveel om vanuit de onderscheiden disciplines/werkvormen (dramatische kunst, dans, muziektheater, kunstencentra) te handelen. Dit komt de gewenste dynamiek en de diversiteit in het stedelijk weefsel niet steeds ten goede. Het toont nogmaals de noodzaak aan om snel te evolueren naar een open Podiumkunstendecreet, zoals in de Cultuurnota wordt bepleit. In afwachting van een 'schotloos' decreet wenst de minister voor de volgende subsidieronde toch al een aantal accenten 'over de schotten heen' te leggen én de bovenvermelde criteria scherper tot uiting te laten komen. Vanuit deze bekommernis is de minister dus in een aantal gevallen afgeweken van de voorliggende adviezen.

Kunstencentra

In haar conclusie geeft de beoordelingscommissie Kunstencentra terecht aan dat de kunstencentra dringend aan een financieel inhaalmanoeuvre toe zijn. Ze wijst in dit verband ook op de infrastructuurlasten die het werkingsbudget van de meeste centra zwaar belasten. Zoals reeds aangekondigd in de Beleidsnota Cultuur worden dit ogenblik verschillende pistes onderzocht om de infrastructurele noden in de culturele sector te verhelpen. Bij het toekennen van de structurele enveloppen zal hiermee rekening gehouden worden.

De commissie adviseert - mede om budgettaire redenen - om 11 kunstencentra te erkennen en subsidiëren. In haar definitief advies vraagt de beoordelingscommissie om "indien er bijkomende middelen beschikbaar zijn, de aanvragen van Limelight, Centrum Netwerk en TheaterTeater te herzien".

De minister zal deze kunstencentra hoe dan ook erkennen. De ontwikkeling van enkele betekenisvolle kernen voor podiumkunsten in steden als Kortrijk, Aalst en Mechelen kan niet bruusk gestopt worden. Het is belangrijk zulke artistieke broedplaatsen te hebben, die naast andere culturele initiatieven, een artistiek antwoord kunnen geven op de dreigende onverdraagzaamheid in deze steden. De minister is echter niet blind voor de opmerkingen van de administratie en de commissie m.b.t. het falende financieel beheer of onrealistische financiële verwachtingen van deze organisaties. Aan een mogelijke subsidiëring zullen een aantal voorwaarden gekoppeld worden, die met de drie organisaties afzonderlijk besproken zullen worden. In elk geval verwacht de minister van deze organisaties op korte termijn concrete voorstellen die op geloofwaardige wijze de geuite kritiek en bedenkingen kunnen weerleggen.

Dramatische kunst

De beoordelingscommissie Dramatische Kunst heeft een boeiende en stimulerende visie neergeschreven over het theater in Vlaanderen. Explicieter dan de andere commissies wijzen ze op de criteria die ook in de beleidsnota Cultuur voorkomen: artistieke kwaliteit, dynamiek en differentiatie, maatschappelijke bewogenheid en stedelijke dynamiek. De minister kan zich goed vinden in de gemaakte analyse, maar vindt de vertaling ervan te weinig terug in de uiteindelijke adviezen. Hij is dan ook hier en daar afgeweken om de globale visie van de commissie, die ook de zijne is, beter tot uiting te laten komen.


* Ten eerste wat de dynamiek betreft. De commissie hecht terecht veel belang aan een voortdurende instroom van nieuwe dynamiek. De keuze om een aantal nieuwe gezelschappen te erkennen, hangt samen met die versterking. De voorgestelde nieuwe gezelschappen draaien echter al een behoorlijke tijd mee in de sector. Een aantal onder hen kon als 'beschermde groep' in de projectenpot - overigens terecht - op een voorkeursbehandeling rekenen. Het spreekt voor zich dat deze gezelschappen een erkenning en subsidiëring verdienen, maar het is niet echt synoniem voor instroom van nieuw bloed. Enkel Podium Modern en Luxemburg zou men als echte nieuwkomers kunnen bestempelen.

Onder de aanvragers vallen er nog een aantal jonge gezelschappen op, die 'beloftevol' zijn, die iets in hun mars hebben. De commissie bevestigt dat trouwens in de individuele adviezen. Het gaat hier met name over 4Hoog productiehuis (Gent), MartHa! Tentatief (Borgerhout), Braakland/Zhebilding (Leuven). De commissie oordeelt dat ze nog niet rijp zijn voor structurele erkenning. Door hen niet te erkennen veroordeelt de commissie deze groepen op haar beurt tot een projectmatige ondersteuning. Hierdoor dreigt de projectenpot weer snel overbelast te raken en te weinig ruimte te laten voor nieuwe experimenten. Om die redenen zal de minister deze drie gezelschappen erkennen en een vierjarige structurele projectsubsidie in het vooruitzicht stellen.


* Met betrekking tot kunstenaars : In de Beleidsnota Cultuur wordt aandacht opgeëist voor het parcours van talentvolle kunstenaars. Gezelschapsstructuren zijn niet altijd de meeste geschikte vorm voor een kunstenaar om zijn artistieke visie te realiseren. Moeten we dan de kunstenaar met het badwater weggieten? Neen. Peter Van den Eede is zo'n begenadigd kunstenaar, acteur, regisseur. De commissie stelt zich de vraag of Compagnie De Koe als structureel gezelschap leefbaar is. In het nieuwe dossier ziet de commissie geen aanzetten om op een evenwichtiger niveau te functioneren.

Peter Van den Eede heeft in het verleden ook erg mooie projecten gerealiseerd, in samenwerking met andere gezelschappen, acteurs... Hij moet die kansen in de toekomst ook nog krijgen. Om die redenen wenst de minister Compagnie De Koe te erkennen, niet in eerste instantie om de gezelschapsstructuur uit te bouwen, maar om het interessante parcours van zijn artistieke leider te garanderen. Vanuit deze basisgedachte juicht de minister ook de erkenning toe van de vzw Kunst/Werk binnen de danssector en de vzw Corban binnen het muziektheater. Corban biedt Walter Verdin een structurele basis om zijn multidisciplinaire projecten vorm te geven. De vzw Kunst/Werk biedt een interessante organisatievorm aan die de choreografen Alexander Baervoets en Marc Vanrunxt een omgeving biedt om hun individueel parcours verder te kunnen ontwikkelen. Om dubbele subsidiëring uit te sluiten dient de vzw de formele opmerkingen van de administratie en commissie na te leven.


* Over differentiatie : De commissie geeft verschillende vormen van differentiatie aan: manieren van theater maken, invulling van repertoire, culturele verschillen, publieksdifferentiatie, organisatiemodellen, mate van spreiding, enz. In haar adviezen legt de commissie vooral de nadruk op verschillende manieren en vormen van theater maken. Er wordt echter te weinig rekening gehouden met het publiek als maatschappelijk draagvlak in een stedelijke context.

Zowel De Maan als het Raamtheater nemen een eigen plek in, respectievelijk in Mechelen en in Antwerpen. Beide bereiken een breed en omvangrijk publiek. In Mechelen heeft De Maan een aanvullend profiel t.a.v. het Mechels Miniatuurtheater en TheaterTeater door zich expliciet - en met succes - naar een jong publiek te richten. Ook het Raamtheater blijft in Antwerpen een specifieke plaats innemen. Het gezelschap maakt de bewuste keuze om te werken voor een groot publiek en slaagt daar nog steeds in. De minister wenst beide gezelschappen om die redenen dan ook te erkennen. Uiteraard dient de artistieke kwaliteit een blijvende zorg te zijn van beide gezelschappen. Met name van het Raamtheater verwacht de minister een zichtbare frisse input in het artistieke beleid, die een subsidiëring verantwoordt.


* Over maatschappelijk engagement : De commissie pleit voor "theater vanuit een bewogenheid (.). Maatschappelijke en artistieke bewogenheid zijn voor de commissie een vanzelfsprekende energiebron voor het maken van toneel." Het maatschappelijk en politiek engagement heeft onmiskenbaar een nieuw elan gevonden in het theaterveld. Steeds meer gezelschappen (Antigone, Tg Stan, Dito'Dito, Victoria, De Roovers...) geven op een bewuste en hedendaagse manier uiting aan hun engagement. In hun publieksopbouw leveren zij met succes inspanningen om bereikbaar te zijn voor die individuen of verenigingen die bewust op zoek zijn naar geëngageerde theatervormen. Het 'politieke theater' heeft onmiskenbaar een nieuwe adem gevonden.

Dans

De beoordelingscommissie Dans heeft een goed geargumenteerd en evenwichtig advies uitgebracht. In haar concrete adviezen erkent ze het belang van de drie structureel gesubsidieerde gezelschappen, creëert ze tevens ruimte voor nieuw talent (Hush, Hush, Hush en Zoo), en heeft ze oog voor de carrière van interessante choreografen (Vanrunxt, Baervoets). Kansen bieden aan individuele kunstenaars is, zoals reeds hoger vermeld, één van de uitgangspunten in de Beleidsnota Cultuur. Over de werkplaatsen is de commissie veel minder tevreden. Ze is van mening dat "de dansorganisaties te weinig hebben bijgedragen tot de vernieuwing en ontwikkeling binnen het danslandschap. De ontwikkelingen in het dans- en podiumkunstenlandschap gaan veeleer in de richting van grens- en/of genre-overschrijdende initiatieven dan in een richting van isolatie van een genre".

Hieruit afleiden dat danswerkplaatsen geen rol meer kunnen spelen in een open podiumkunstenlandschap is een verregaande conclusie. In de beleidsnota wordt ervoor gepleit om verschillende organisatievormen te erkennen, die elk op hun specifieke wijze kunnen bijdragen tot een voortdurende ontwikkeling. Het zou een verenging van de danspraktijk inhouden indien de verdere ontwikkeling van de dans enkel via de gezelschapsstructuren gestimuleerd zou worden.

Ondanks het negatief advies wenst de commissie Dans in Kortrijk een tweede kans te geven. De minister sluit zich hier graag bij aan. Niet alleen omdat hij wel gelooft in een diversiteit aan organisatievormen, maar ook vanuit de noodzakelijke artistieke diversiteit in een stedelijke context. Onder voorbehoud van een gunstig evoluerend financieel beleid zal een subsidiëring in het vooruitzicht gesteld worden, gekoppeld aan een jaarlijkse evaluatie.

Ook De Beweeging verdient een nieuwe kans. Deze organisatie legt zich bewust toe op het onderzoek tussen bewegingstheater en dans en heeft oog voor de grensoverschrijdende tendensen. De Beweeging probeert het begrip 'werkplaats voor dans en bewegingstheater' daadwerkelijk in te vullen. Dit gaat uiteraard gepaard met vallen en opstaan. Het risico van mislukken maakt deel uit van dit soort werk. Maar de minister is ervan overtuigd dat ook zulke plaatsen nodig zijn in het podiumkunstengebeuren. Hij wil De Beweeging dan ook erkennen. Hij is echter gevoelig voor de kritiek van de commissie. Het ontbreekt de huidige directie aan voldoende artistieke slagkracht om haar intenties waar te maken. Hij verwacht van het beheer van de organisatie dan ook duidelijke en ingrijpende signalen die de erkenning en een mogelijk subsidiëren verantwoorden.

Festivals

Bij het advies over de festivals heeft de commissie weinig risico's genomen. De festivals die zich grotendeels toeleggen op de meest ontwikkelde genres zoals theater en dans, of mengvormen, kunnen op erkenning rekenen. De kunstvormen in de marge van het artistieke gebeuren komen veel minder aan bod. Nochtans zijn festivals een uitstekende organisatievorm voor de ontplooiing van kunstvormen die zich meestal in de marge afspelen én in de meeste gevallen nog geen structurele verankering in het veld hebben kunnen bewerkstelligen. Naast de grote festivals met internationale uitstraling zal de minister bijgevolg een aantal kleinere festivals erkennen, die als broedvijver kunnen fungeren voor de minder bekende of ontwikkelde genres. Om die redenen worden de festivals Humorologie, Dommelhof en het Internationaal MimeFestival van Vlaanderen erkend.

Voor de overige aanvragers wordt het advies van de beoordelingscommissies en de administratie overgenomen. Als afzonderlijk communiqué volgt de volledige lijst van de organisaties die een aanvraag hebben ingediend voor de periode 2001-2005.

Tot slot

De minister heeft het maatschappelijk debat over de podiumkunsten met belangstelling gevolgd, maar heeft zijn voorstel tot beslissing gefundeerd op basis van de adviezen, van de artistieke en maatschapelijke doelstellingen van de gezelschappen en instellingen en van de prioriteiten, geformuleerd in de
Cultuurbeleidsnota.

Met de beslissing wordt een evenwichtig perspectief gebodenaan de Vlaamse podiumkunsten, met aandacht voor continuïteit en vernieuwing. Dit zal de huidige dynamiek in het landschap versterken. Er wordt een breed kwaliteitsaanbod in de steden gegarandeerd, nieuwe initiatieven krijgen een kans, het theater wordt gewaardeerd in zijn maatschappelijke betekenis én de artistieke kwaliteit wordt alle recht gedaan.

De Vlaamse regering legt er wel de nadruk op dat haar beslissing tot erkenning geen impliciete goedkeuring inhoudt van de budgetten, zoals deze door de organisaties zelf of door de beoordelingscommissies en administratie voorbereid zijn. De subsidiëring zal het voorwerp van een beslissing van de Vlaamse regering vormen eind juni 2000.

info : Petra Boeckx, kabinet van
minister Anciaux - tel. (02) 553 28 11
e-mail: (persdienst.anciaux@vlaanderen.be)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie