Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Borst (VWS) over afspraken zelfstandige psychiaters

Datum nieuwsfeit: 03-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

vws00000.326 brief min vws inzake meerjarenafspraken zelfstandig geves tigde psychiaters

Gemaakt: 8-3-2000 tijd: 9:59

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Den Haag, 3 maart 2000

Onderwerp

Meerjarenafspraken

zelfstandig gevestigde psychiaters

Bijgaand treft u aan een afschrift van de Meerjarenafspraken zelfstandig gevestigde psychiaters zoals op 14 februari jl. overeengekomen met de Orde van Medisch Specialisten en Zorgverzekeraars Nederland.

De afspraken behelzen in hoofdlijnen:

? Herziening van het tariefsysteem; per 1 juli 2000 en per 2003;

? Vermindering van de «scheve» verdeling van psychiaters over Nederland door selectieve inzet van groeimiddelen en onderlinge herverdeling van onderuitputtingsgelden.

? Een kwaliteitsimpuls via landelijke en regionale projecten met als speerpunten: intercollegiale toetsing en visitatie; indicatietoetsing; geneesmiddelen (FFTO); consultatie 1e lijn en automatisering.

Voor meer uitgebreide informatie verwijs ik u kortheidshalve naar de bijlage bij deze brief.

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING

De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

en

Orde van Medisch Specialisten, vertegenwoordigd door de voorzitter

en

Zorgverzekeraars Nederland, vertegenwoordigd door de voorzitter

overwegende dat:

a. het doelmatig en doeltreffend functioneren van de zorgsector kan worden bevorderd door het maken van meerjarige afspraken tussen overheid en partijen in het zorgveld.

b. het wenselijk is ook rondom de zelfstandig gevestigde psychiaters dergelijke afspraken te maken

hebben overeenstemming bereikt over het volgende:


1. Partijen laten zich in de verdere beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering leiden door de inhoud van bijgevoegde Meerjarenafspraken.

Zij zullen zich alle inspanningen getroosten die in alle redelijkheid kan worden gevraagd om de in deze Meerjarenafspraken verwoorde intenties, afspraken en taakstellingen te realiseren.

Partijen treden opnieuw in overleg indien omstandigheden zich zodanig wijzigen dat naleving van deze Meerjarenafspraken niet in redelijkheid kan worden verlangd.


2. Deze Meerjarenafspraken worden van de zijde van de Orde van Medisch Specialisten en Zorgverzekeraars Nederland aangegaan onder voorbehoud van goedkeuring door de respectievelijke ledenraden. De Meerjarenafspraken treden in werking na verkrijging van deze goedkeuring. De Meerjarenafspraken hebben een looptijd tot en met
2002.


3. Gedurende de looptijd van deze Meerjarenafspraken geldt het voorbehoud dat nadere besluitvorming in de Ministerraad en parlementaire behandeling tot wijzigingen van deze Meerjarenafspraken kunnen leiden. Aanpassingen uit dien hoofde zullen ter goedkeuring aan de besturen en zover van toepassing de respectievelijke ledenraden worden voorgelegd.


4. Indien een of meer van de bepalingen in deze Meerjarenafspraken niet uitvoerbaar of strijdig met wettelijke of algemene bepalingen blijken te zijn, zullen partijen in overleg treden teneinde deze Meerjarenafspraken zodanig te wijzigen dat het doel dat met deze Meerjarenafspraken wordt beoogd zoveel mogelijk wordt bereikt.
Den Haag , 14 februari 2000

de Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr.E.Borst-Eilers.

Orde van Medisch Specialisten

De voorzitter

.........................................

Zorgverzekeraars Nederland

De voorzitter,

.............................................

Meerjarenafspraken zelfstandig gevestigde psychiaters


1. Preambule


1.1. Visie op Meerjarenafspraken

In het Regeerakkoord zijn de uitgangspunten neergelegd voor het toekomstig zorgbeleid. Om de uitgangspunten van dat zorgbeleid ook in de toekomst te kunnen handhaven, blijkt het van belang dat zorginhoudelijke en financiële doelstellingen steeds in onderlinge samenhang worden bekeken en bewaakt. Binnen het complexe patroon dat de zorgsector kenmerkt, kan dit het beste worden bereikt door inzet van alle betrokkenen. Juist met het oog op de vele afhankelijkheidsrelaties die er tussen overheid, zorgaanbieders en verzekeraars bestaan is het van belang dat in deze relaties over en weer voldoende vertrouwen, ruimte en openheid wordt geboden om de beoogde rollen te kunnen vervullen. Het vanuit de overheid bevorderen van het maatschappelijk ondernemerschap van zorgaanbieders en zorgverzekeraars, betekent in termen van het onderliggende sturingsmodel ook het geven van meer ruimte om op regionaal niveau afspraken te maken tussen de partijen, waarbij de zorgkantoren de regierol ten aanzien van de inrichting van de zorg toebedeeld zullen krijgen. Vice versa veronderstelt het verschaffen van meer beleidsruimte dat ook is voorzien in adequate sturings- en verantwoordingsinstrumenten, zoals afspraken over prestaties, informatievoorziening, monitoring en toezicht.

Gewenste lange termijnontwikkelingen smoren nogal eens in de aandacht die de problemen van vandaag en morgen vragen en veranderingsprocessen in bedrijfsvoering of zorgverlening worden vaker dan gewenst doorkruist door bestuurlijke ontwikkelingen. Zowel de overheid als het veld hebben baat bij een meerjarig perspectief op zowel de meerjarige beleidsagenda als op de bijbehorende financiële kaders.

Bij een model van meerjarenafspraken past een bepaald gedrag van betrokken partijen indien zich mee- of tegenvallende resultaten voordoen. In de afspraken ligt besloten dat tegenvallers als regel binnen de sector worden opgelost en dat de overheid als regel geen aanvullende taakstellingen afkondigt. Alleen op die manier kan de beoogde bestuurlijke en financiële rust daadwerkelijk worden bewerkstelligd. Aan deze nieuwe bestuurlijke verhoudingen wordt vormgegeven via meerjarige afspraken tussen overheid en veldpartijen. Ook de zelfstandig gevestigde psychiaters zijn zo'n veldpartij.


1.2. Visie op de zelfstandig gevestigde psychiaters
Binnen de geestelijke gezondheidszorg nemen de zelfstandig gevestigde psychiaters een eigen positie in. Hun dienstverlening kenmerkt zich door korte verwijzingslijnen en in toenemende mate goede contacten met de eerste lijn, een variabel en snel inzetbaar hulpaanbod en de combinatie van farmaceutische en andere hulpverleningsmethodieken. Partijen onderschrijven dat een verdere uitbouw van de positie van de zelfstandig gevestigde psychiaters in die richting wenselijk is.

In het kader van sturing van de zorg verdient het aanbeveling de positie van de zelfstandig gevestigde psychiaters te versterken. In de sector is sprake van een toegroei naar grootschalige GGZ-organisaties. De aanwezigheid van de regionale initiatieven van de zelfstandig gevestigde psychiaters kunnen zorgen voor enig tegenwicht en keuzemogelijkheden, zowel voor het zorgkantoor als voor de patiënt, naast deze grote geestelijke gezondheidszorg-instellingen.

Uitgangspunt bij de verdere uitbouw van de positie van de zelfstandig gevestigde psychiaters is dat de psychiater als de breedst opgeleide beroepsbeoefenaar zijn specifieke kennis en deskundigheid primair inzet voor de patiënten waarbij sprake is van een ernstiger problematiek.

Over het werkgebied van de zelfstandig gevestigde psychiater zijn de wetenschappelijke vereniging (NVvP) en ook het beroepsveld van de geestelijke gezondheidszorg het eens, namelijk dat de zelfstandig gevestigde psychiater in principe over de totale breedte van het vakgebied inzetbaar is. Tevens is hij/zij optimaal inzetbaar voor consultatief werk. Uitgangspunt hierbij is dat niet de setting, en ook niet de zwaarte vanuit maatschappelijk perspectief, maar dat de ernst vanuit psychopathologisch oogpunt en vanuit de stand van de wetenschap bepalend is voor het gegeven of behandeling door een psychiater geïndiceerd is. Hierbij geldt ten aanzien van de zelfstandig gevestigde psychiater dat deze zich oriënteert op de ernstiger problematiek en in dit kader op toepassing van (combinaties van) psychotherapeutische, biologische en farmacotherapeutische behandelmethodieken, alsmede op een evidence based wijze van werken.

Voor wat betreft de organisatie van het zorgproces is de zelfstandig gevestigde psychiater een goede partij om bij te dragen aan ondersteuning van de eerstelijns geestelijke gezondheidszorg. De zelfstandig gevestigde psychiater kan tevens een substantiële rol spelen op het grensvlak van de eerste en tweede lijn. Ter versterking van de poortwachtersfunctie van de huisarts en ter versterking van de eerstelijns geestelijke gezondheidszorg zou de deskundigheid van de psychiater hier zo breed mogelijk ingezet dienen te worden, niet alleen voor consultatie, maar vooral ook voor diagnostiek, screening en bij- en nascholing en tevens superviserend en adviserend naar eerstelijns psycholoog, maatschappelijk werk en eventueel andere hulpverleners in de eerste lijn.

Bovengenoemde ontwikkelingen veronderstellen een nadere samenwerking tussen de zelfstandig gevestigde psychiaters onderling op beroepsinhoudelijk, kwalitatief en organisatorisch terrein binnen een regionaal kader, alsmede (onder meer om redenen van doelmatigheid) een toenemende afstemming via afspraken met de andere aanbieders van de geestelijke gezondheidszorg in de regio. Op deze wijze wordt bijgedragen aan een heldere en doelmatige organisatie en structuur van de geestelijke gezondheidszorg in de diverse regio's in Nederland. In de Beleidsvisie geestelijke gezondheidszorg 1999 is het algemene beleidskader aangegeven waarbinnen deze ontwikkelingen verder vorm zullen krijgen.

Dit houdt onder meer een streven in om een Uitkomst van Overleg in
2000 te bereiken tussen Orde en ZN. Tot op heden is er nog altijd een modelovereenkomst tussen zelfstandig gevestigde psychiaters en zorgkantoren vastgesteld. De UvO dient als basis voor de individuele overeenkomsten tussen zelfstandig gevestigde psychiaters en zorgkantoren.

Daarnaast zijn in het kader van een doelmatige organisatie en structuur van de geestelijke gezondheidszorg voor de periode 1996 t/m
1998 door overheid, zorgkantoren (toen nog verbindingskantoren genoemd) en psychiaters lokale initiatieven aangegaan. Deze lokale initiatieven hadden ten doel: kwaliteitsontwikkeling, duidelijker positionering van de vrijgevestigden in de regionale geestelijke gezondheidszorgstructuur en beheerste kostenontwikkeling. Uit evaluatie blijkt dat in deze periode een goede aanzet is gegeven voor de realisering van deze doeleinden, zij het dat op een aantal onderdelen nog (verdere) effectuering moet plaatsvinden. Tevens is gebleken dat de lokale initiatieven daarvoor een adequaat instrumenteel kader vormen. Niettemin resteert ook nog een aantal knelpunten.

Bij brief van 19 mei 1999 heeft minister Borst de lokale initiatieven van de zelfstandig gevestigde psychiaters voor een periode van twee jaar verlengd met een mogelijkheid van verlenging voor nog eens twee jaar. Hierbij heeft de minster een aantal voorwaarden voor verlenging vastgesteld.

Deze voorwaarden van de minister zijn besproken binnen de Landelijke Begeleidingscommissie (LBC). Er wordt door partijen de voorkeur aan gegeven de in de voorwaarden genoemde kwaliteitsprojecten landelijk op te starten in proefregio's die hiervoor een pilotfunctie zullen vervullen. Deze landelijk op te zetten kwaliteitsprojecten, die financieel zullen worden gefaciliteerd door VWS worden binnen het kader van de in de Meerjarenafspraken gemaakte afspraken geplaatst.

In de Meerjarenafspraken worden tussen partijen afspraken gemaakt ten aanzien van het beleid voor de zelfstandig gevestigde psychiaters.

Bij de Meerjarenafspraken zijn betrokken het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Orde van Medisch Specialisten namens de zelfstandig gevestigde psychiaters alsmede Zorgverzekeraars Nederland als vertegenwoordiger van de zorgkantoren.

Deze Meerjarenafspraken lopen tot eind 2002, maar zijn in beginsel structureel van aard.


2. Inhoud Meerjarenafspraken


2.1. Herziening tariefsysteem

De Orde, VWS en ZN zijn gezamenlijk van mening dat de huidige tarifering en tariefsysteem verbetering behoeven. Tussen partijen is inmiddels overeenstemming bereikt over de uitgangspunten waaraan het nieuwe tariefsysteem voor de vrijgevestigde psychiaters dient te voldoen.

a. Transparantie en uniformiteit (declareer/registreer wat wordt geleverd).

b. Adequate prijs/productverhouding. Er dient te worden gestreefd naar handhaving van de omvang van de huidige psychiatrische hulpverlening. Bij de herziening van de tariefstructuur is de structuur leidend. Indien blijkt dat dit frictie kan opleveren met het macrokader, zullen partijen daarover in overleg treden.

c. Handhaving van de prikkel voor deelname aan de lokale initiatieven.

d. Administratief eenvoudig.

e. Het treffen van een adequate overgangsregeling voor psychiaters die als gevolg van een nieuwe tariefstructuur de aard van hun praktijk zouden moeten veranderen of aanpassen vanwege onbedoelde neveneffecten. Op welke wijze aan deze overgangsregeling inhoud moet worden gegeven, wordt nog een onderwerp van nadere uitwerking.

f. Zoveel mogelijk aansluiten bij het systeem van producttypering zoals dat momenteel onderwerp van uitwerking is tussen NVZ, Orde en ZN bij de somatisch specialisten. Hierbij wordt zoveel mogelijk aansluiting gevonden bij het systeem van de geestelijke gezondheidszorg.

Ten aanzien van het ontwikkelen van een nieuw adequaat tariefsysteem dat aansluit bij het systeem van producttypering bij de somatisch medisch specialisten, merken partijen het volgende op. Een dergelijk proces zal naar verwachting twee jaar in beslag nemen. Tussentijds zal dan ook worden gestreefd naar een zogenaamde `tussenvariant', die aansluiting bij de producttypering niet in de weg staat en uiterlijk in juli 2000 kan worden ingevoerd.

Uitvoering:

Afspraak:

Herziening tariefsysteem

Trekkers:

Orde van Medisch Specialisten

Betrokken partijen:

ZN, CTG, VWS (CVZ)

Raakvlakken met andere

thema's:

Producttypering

Wordt afspraak vastgelegd?

Ja, in beleidsregels en tariefbeschikkingen CTG

Looptijd:

Vanaf 2000

Tijdpad/tussenproducten:


- Voorlopige herziening tariefsysteem middels ontwikkelen `tussenvariant': invoering uiterlijk in juli 2000;

- Definitieve herziening tariefsysteem middels aansluiting op producttypering: invoering per 2003.

Begroting:


7,3 miljoen + PM


2.2 Herspreiding/capaciteit

Partijen onderkennen dat de spreiding van de zelfstandig gevestigde psychiaters, zowel binnen de regio's als tussen de regio's voor verbetering vatbaar is. Vooralsnog bestaat echter onduidelijkheid over de vraag naar de gewenste spreiding in de toekomst en de mate van differentiatie tussen regio's.

Partijen spreken af om daar langs de volgende lijnen op pragmatische wijze verbetering in te brengen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de korte en de lange termijn.

De korte termijn


1. Partijen spreken af dat ultimo 2001 het verschil tussen de regio met de hoogste psychiaterdichtheid (uitgedrukt in beschikbare lumpsum per inwoner) en de regio met de laagste dichtheid met ten minste 5% is verkleind. Zij zijn het er over eens dat - om dat te bereiken -:
? in 2000 en 2001 de middelen voor autonome volumegroei alleen worden ingezet in die regio's, waar sprake is van een minder dan gemiddelde psychiaterdichtheid;

? in 2000 resp. 2001 in die regio's waar sprake is van een bovengemiddelde dichtheid en van een onderuitputting van de lumpsum gedurende 1998 en 1999 resp. 1999 en 2000 de lumpsum structureel wordt verlaagd met een bedrag overeenkomend met 15% van de gemiddelde onderuitputting over die twee jaren.


2. Deze middelen worden via de LBC structureel herverdeeld over regio's met een ondergemiddelde dichtheid.

Verdere technische uitwerking vindt plaats in het kader van de LBC; ZN en Orde doen daarvoor voorstellen in maart 2000 resp. maart 2001.

Gelijktijdig wordt via onderzoek bezien via welke kengetallen de verdeling van capaciteit en middelen op de langere termijn gestuurd en getoetst kan worden. Bij dit onderzoek wordt rekening gehouden met de behoefte aan psychiatrische hulp, de behoefte aan differentiatie en specialisatie van de psychiatrische hulp en de aanwezigheid vanandere vormen van GGZ-hulp.

De lange termijn

Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek worden voor eind 2001 verdere afspraken tussen partijen gemaakt over de wenselijke capaciteitsverdeling en de daarbij te bereiken doelen en de noodzakelijke middelen om dat te bereiken.

Uitvoering:

Afspraak:

Capaciteit/herspreiding

Trekkers:

Orde van Medisch Specialisten en VWS

Betrokken partijen:

Capaciteitsorgaan, nog nader te bepalen onderzoeksinstituut, ZN, Orde en VWS

Raakvlakken met andere

thema's:

Kwaliteit

Wordt afspraak vastgelegd?

Ja

Looptijd:


2000-2002

Tijdpad/tussenproducten:

S maart 2000 en maart 2001 voorstel voor verdeling capaciteit in LBC.

S mei 2000 Onderzoeksopdracht

S september 2001:

evaluatie onderzoek in LBC en besluitvorming n.a.v onderzoek.

Begroting:


1,4 miljoen + PM


2.3 Op te zetten regionale kwaliteitsprojecten
Partijen vinden het overeenkomstig de ontwikkelingen die in dit kader in rest van de gezondheidszorg gaande zijn, noodzakelijk om te investeren in kwaliteitsverbetering (doelmatige, doeltreffende en patiëntgerichte zorg) en kwaliteitsborging. Men is derhalve ook bereid hiervoor inspanningen te leveren in landelijk op te zetten kwaliteitsprojecten. Deze landelijke kwaliteitsprojecten zullen in zogenaamde proefregio's worden uitgezet, die hiervoor een pilotfunctie zullen vervullen, met als oogmerk uiteindelijk landelijke implementatie. Hiertoe heeft de NVvP een vijftal onderwerpen voor kwaliteitsprojecten aangedragen:


- Project verdere ontwikkeling systeem voor intercollegiale toetsing en visitatie;


- Project voor het ontwikkelen van een systeem voor indicatietoetsing;

- Project consultatie eerste lijn;


- Project automatisering;


- Project FTTO.

Voor een goede uitvoering van de kwaliteitsprojecten is een centrale coördinatie en begeleiding onontbeerlijk. Partijen zijn bereid voor de duur van deze Meerjarenafspraken prioriteit te geven aan de hieronder aangegeven onderwerpen en het daarvoor beschikbare financiële kaders aan te wenden. Dit betekent een besteding van 12,2 miljoen, verspreid over 3 jaar. Over de verdere invulling van deze projecten zullen partijen op korte termijn nadere afspraken maken middels het opstellen van een concreet plan van aanpak, waarbij realistische doelen en termijnen dienen te worden gesteld, alsmede een financieel kader dat nodig zal zijn voor de ontwikkeling en begeleiding. Mocht blijken dat in de loop der jaren de beschikbare middelen onvoldoende zijn, dan dient verder prioritering plaats te vinden.

Een uitwerking van de grondslagen waarop het kwaliteitsbeleid psychiatrie berust alsmede de uitgangspunten en randvoorwaarden voor het welslagen van de kwaliteitsprojecten zijn opgenomen in de bijlage bij deze Meerjarenafspraken.

Hieronder zal een vijftal landelijk te coördineren en regionaal uit te voeren kwaliteitsprojecten nader worden beschreven.


1. Project verdere ontwikkeling systeem voor intercollegiale toetsing en visitatie

Partijen spreken af dat er in de komende tijd extra aandacht wordt besteed aan de ontwikkeling en uitvoering van het kwaliteitsbeleid in de vrijgevestigde praktijk. Het opbouwen van een regionaal systeem voor kwaliteitsbevordering via intercollegiale toetsing is de hoeksteen voor alle verdere ontwikkelingen in de kwaliteitsopbouw. Hiertoe is in het verleden door de Orde en de NVvP al een eerste aanzet voor gegeven. Van belang is dat het te ontwikkelen systeem nauw aansluit op de landelijk door de NVvP te ontwikkelen modellen voor visitatie, bij- en nascholing en herregistratie. Het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van het kwaliteitsbeleid voor zelfstandig gevestigde psychiaters behoort immers tot de primaire verantwoordelijkheid van de beroepsgroep zelf. Uiteraard wordt de inbreng van andere partijen op prijs gesteld.

Op korte termijn dient een plan van aanpak voor intercollegiale toetsing te worden ontwikkeld, dat door ZN marginaal zal worden getoetst. Voorts moeten modellen voor visitatie van niet-opleidingspraktijken en elektronische visitatieformulieren worden ontwikkeld. Nadat een en ander in bepaalde proefregio's is uitgezet en geëvalueerd, vindt landelijke implementatie plaats.

Uitvoering:

Afspraak:

Kwaliteit

Trekkers:

Orde van Medisch Specialisten en NVvP

Betrokken partijen:

Orde en ZN

Raakvlakken met andere thema's:


- automatisering


- samenwerking 1e lijn


- elektronisch dossier


- richtlijnen, protocollen


- opleiding


- bij- en nascholing


- (her)registratie

Wordt afspraak vastgelegd?

n.v.t.

Looptijd:

Continuüm

Tijdpad/tussenproducten:


1. plan van aanpak intercollegiale toetsing voor proefregio's

2. ontwikkelen van modellen voor de visitatie van niet-opleidingspraktijken en elektronische

visitatieformulieren


3. implementatie landelijk


2. Project voor ontwikkelen systeem van indicatietoetsing
Partijen onderschrijven het streven om te komen tot een systeem van integrale, onafhankelijke en objectieve indicatiestelling. Binnen het kader van het IOG wordt daaraan verdere uitwerking gegeven. Daarbij is inmiddels een onderscheid gemaakt tussen langdurige resp. kortdurende/enkelvoudige zorg. Voor de zelfstandig gevestigde psychiaters worden dit proces en de structuur van de indicatiestelling verder uitgewerkt onder meer in de vorm van een voordeurprotocol. Partijen onderschrijven dat (regionale samenwerkingsverbanden) van zelfstandig gevestigde psychiaters binnen die structuur een herkenbare plaats als `voordeur' kunnen krijgen, onder nog nader uit te werken voorwaarden. Partijen spreken af dat ten behoeve van een verdere uitwerking van die positie van zelfstandig gevestigde psychiaters in gezamenlijk overleg met het IOG een plan van aanpak wordt opgesteld, waarin via pilots in proefregio's modellen worden ontwikkeld en getoetst, welke na evaluatie landelijk kunnen worden geïmplementeerd.

Bij die ontwikkeling kan worden aangesloten bij de richtlijnen die de beroepsgroep ontwikkelt voor algemeen psychiatrisch onderzoek en indicatiestelling.

Uitvoering:

Afspraak:

Ontwikkelen en toetsen van modellen voor regionale indicatiestelling en -toetsing

Trekkers:

NVvP in overleg met IOG

Betrokken partijen

ZN, Orde van Medisch Specialisten

Raakvlakken met andere thema's:

Visitatie

Richtlijnen en (IOG-)protocollen.

Wordt afspraak vastgelegd?

Ja

Looptijd:


2000-2002

Tijdpad/tussenproducten:


1. april 2000 plan van aanpak


2. eind 2001 besluitvorming over implementatie

3. Project automatisering

Partijen zijn van mening dat automatisering een noodzakelijke voorwaarde is om tot een goede kwaliteitsontwikkeling, - begeleiding, en - uitvoering te komen. Er zullen zowel inhoudelijke als administratieve modules moeten worden ontwikkeld. De inhoudelijke modules zullen door de beroepsgroep zelf dienen te worden ontwikkeld en moeten aansluiten op reeds ontwikkelde en te ontwikkelen richtlijnen. Vanuit de Orde wordt reeds gewerkt met het VIZI-project, waarbij de zelfstandig gevestigde psychiaters kunnen aansluiten. Voor wat betreft de ontwikkeling van administratieve modules is de bijdrage van ZN en GGZ-Nederland onontbeerlijk. Aansluiting zal worden gezocht bij de minimale dataset, zoals die nu wordt gebruikt.

Uitvoering:

Afspraak:

Ondersteuning op het gebied van automatisering inclusief declaratie- en administratietraject alsmede externe integratiestandaarden

Trekkers:

Orde van Medisch Specialisten

Betrokken partijen:

ZN en GGZ-Nederland

Raakvlakken met andere thema's:

? VIZI (Virtuele Integratie ZorgInformatie)

? Elektronisch medisch dossier (EMD; EPD)

? Elektronische voorschrijfsystemen (EVS)

Wordt afspraak vastgelegd? n.v.t.

Looptijd:

Continuüm

Tijdpad/tussenproducten:

Ontwikkelen van plan van aanpak voor proefregio's

Invitational conference

Implementatie landelijk


4. Project FTTO

Partijen onderkennen dat het geneesmiddelenbeleid in de geestelijke gezondheidszorg voor verbetering vatbaar is. Dit geldt ook voor de zelfstandig gevestigde psychiaters. Partijen zijn het eens over de doelstelling van verantwoord en doelmatig voorschrijven (`zinnig en zuinig») en over de middelen om dat te bereiken: FTTO's, formulariumontwikkeling en -implementatie en EVS.

Partijen onderschrijven het streven om in proefregio's en proeftuinen modellen voor de realisering van deze doelstellingen te ontwikkelen en te evalueren ten behoeve van verdere landelijke implementatie. Daartoe wordt in 2000 vanuit het Landelijk Platform geneesmiddelenbeleid in de GGZ een beperkt aantal proeftuinen gestart.

Gegeven de brede doelstelling van het beleid zien partijen daarnaast ruimte voor FTTO-proefregio-projecten rondom zelfstandig gevestigden. Ten einde optimale synergie en samenhang tussen proeftuinen en proefregio's te bereiken vindt verdere concretisering van de proefregio's plaats in overleg met het Platform geneesmiddelenbeleid GGZ. ZN merkt hierbij op dat de wijze waarop individuele verzekeraars hieraan bijdragen, afhankelijk is van de door hen gekozen invulling van de rol die de commissies De Vries respectievelijk Weijers hen toedelen in het farmaciedossier.

Uitvoering:

Afspraak:

Geneesmiddelenbeleid

Trekkers:

Orde, NVvP, Landelijk Platform geneesmiddelenbeleid GGZ

Betrokken partijen:

ZN, NHG

Raakvlakken met andere thema's:

Richtlijnen

Wordt afspraak vastgelegd?

Ja

Looptijd:


2000 - 2002

Tijdpad/tussenproducten:


- Maart 2000 plan van aanpak


- Mei 2000 start geselecteerde proefregio's

5. Project consultatie 1e lijn

Partijen onderschrijven het uitgangspunt dat de hulpverlening in de eerste lijn bij psychische problematiek (`eerstelijns geestelijke gezondheidszorg') krachtiger en effectiever moet worden en dat één van de middelen om dat te bereiken is: ondersteuning, consultatie, inbreng van deskundigheid vanuit de medisch-specialistische geestelijke gezondheidszorg en goede afspraken over door- en terugverwijzingen.

Ter versterking van de poortwachtersfunctie van de huisarts en van de eerstelijns geestelijke gezondheidszorg dient de deskundigheid van de psychiater hier zo breed mogelijk ingezet te worden. Niet alleen voor consultatie maar ook voor diagnostiek, screening en bij- en nascholing, en tevens superviserend en adviserend ten behoeve van eerstelijns psycholoog, maatschappelijk werk en eventueel andere hulpverleners in de eerste lijn. De zelfstandig gevestigde psychiaters kunnen deze taken goed vervullen.

In dit verband kan worden aangesloten bij het door VWS landelijk geëntameerde project consultatie eerste lijn waarvoor 12 miljoen beschikbaar is.

De zelfstandig gevestigde psychiaters kunnen op lokaal niveau in deze projecten participeren. Tevens zal de landelijke begeleiding en coördinatie binnen het kader van deze Meerjarenafspraken moeten kunnen plaatsvinden.

Uitvoering:

Afspraak:


1. consultatie 1e lijn


2. bij- en nascholing 1e lijn

Trekkers:

VWS

Betrokken partijen:

Orde, Districts Huisartsen Verenigingen (DHV's), LHV/NHG

Raakvlakken met andere thema's:


- F(T)TO


- Automatisering


- Kwaliteit

Wordt afspraak vastgelegd?

n.v.t.

Looptijd: 2000 - 2002

Tijdpad/tussenproducten:

Aansluiten bij landelijk project consultatie 1e lijn


2.4 Financiële paragraaf


2.4.1 Financiële ruimte

In onderstaande tabel wordt het vrij besteedbare kader zichtbaar gemaakt , de op basis van de besluitvorming door de minister ingezette middelen (deels structureel en deel incidenteel) en de beschikbare ruimte voor de te maken meerjarenafspraken. Bij de raming van de nog beschikbare middelen is gebruik gemaakt van enkele aannames (eigen bijdrage en niet deelnemers). Partijen zullen nog extra informatie hierover aanleveren. Deze aanvullende informatie kan eventueel aanleiding zijn voor bijstelling binnen het beschikbare kader.

Besteding

Herinzet volume-onderschrijding

De volume-onderschrijding blijft in principe beschikbaar voor de vrijgevestigde psychiaters, waarbij het uitgangspunt is dat deze middelen de komende jaren heringezet worden middels het aantrekken van extra psychiaters, danwel uitbreiding van productie bij de huidige deelnemers aan de lokale initiatieven. Hierbij is gekozen voor een geleidelijke uitbreiding in de komende jaren. Deze uitbreiding kan jaarlijks worden herzien op basis van nader overleg tussen partijen.

Tarieven

Uitgangspunt bij verdeling van de beschikbare ruimte is dat het volume niet verder mag worden aangetast. Dit betekent dat er in principe geen gelden welke in het verleden zijn aangewend voor volume worden gebruikt voor tariefsverhogingen. Aangezien de geraamde onderschrijding voor niet deelnemers (f 4 mln.) structureel is ingezet voor de consultatiefunctie 1e lijn en de uitbreiding PGB, resteert de opbrengst eigen bijdrage als beschikbare ruimte voor de tariefsonderhandelingen. Door de verlaging van het kader met f 4 mln. is de opbrengst eigen bijdrage bijgesteld tot f 7,3 mln.

Facilitering overige meerjarenafspraken

De resterende middelen zijn beschikbaar voor het faciliteren van de overige gemaakte afspraken in deze overeenkomst. Deze afspraken zullen op korte termijn nader worden uitgewerkt en voorzien van een financiële onderbouwing. Afgesproken is dat de hiervoor beschikbare middelen niet zullen worden overschreden.

Bijlage 1

Kwaliteit in de psychiatrie


1. Inleiding

De NVvP hanteert voorwaarden voor goede (psychiatrische) zorg, zoals die ook worden gebruikt binnen de Leidschendam-conferenties. Zo dient de zorg te zijn afgestemd op de reële behoefte van de patiënt, van een goed niveau te zijn, en doelmatig en patiëntgericht te worden verleend. Het multidimensionale karakter van de kwaliteit van het professioneel handelen is nader uitgewerkt door de Nationale Raad voor de Volksgezondheid (NRV). Dit - door de NVvP gehanteerde - model maakt onderscheid tussen drie aspecten van kwaliteitsbeleid. De vereniging heeft hiervoor een commissie Kwaliteitszorg (CKZ) opgericht, die de verschillende activiteiten initieert en stimuleert.

Het eerste aspect dat het model onderscheidt, is het medisch/psychatrisch technisch inhoudelijk handelen. Hiervoor is een beleidsplan richtlijnontwikkeling opgesteld aan de hand waarvan verschillende commissies richtlijnen zijn gaan ontwikkelen. Er zijn er inmiddels vijf gereed. Aan negen andere richtlijnen wordt gewerkt. De richtlijnen worden zoveel mogelijk ontwikkeld op basis van beschikbaar bewijs. Ook voor bij- en nascholing, onder andere afgestemd op richtlijnimplementatie, is een beleidsplan ontwikkeld.

Het tweede aspect, de kwaliteit van de attitude, krijgt onder meer vorm in de commissie Patiëntenvoorlichting, die een groot aantal folders over de meest voorkomende psychiatrische ziektebeelden heeft ontwikkeld. Verbetering van attitude en communicatie binnen de beroepsgroep gebeurt onder meer via intercollegiale toetsing, opleiding en training, het Tijdschrift voor Psychiatrie en De Psychiater.

Het derde aspect is de kwaliteit van de organisatie van de beroepsuitoefening. De visitatiecommissie (niet-)opleidingspraktijken heeft een taak bij de kwaliteitsbewaking en -bevordering van de organisatie van de beroepsuitoefening. Het gebruikte visitatiemodel werd ontwikkeld is samenwerking met de Orde. Bij het verder invoeren van de wet BIG moeten alle praktijken, inclusief die van de individuele beroepsbeoefenaren, in het kader van de herregistratie eens per vijf jaar worden gevisiteerd door de beroepsgroep, en geaccrediteerde bij- en nascholing volgen. Inmiddels is aansluiting gerealiseerd van de Sectie Psychiatrie door zelfstandig gevestigden bij de Visitatiecommissie.


2. Samenhangend kwaliteitsbeleid

De NVvP streeft naar een samenhangend en permanent kwaliteitsbeleid van het professioneel handelen. De verbindingslijnen tussen de diverse commissies, de commissie Kwaliteitszorg en het bestuur waarborgen die samenhang ook met de andere taken van de vereniging, zoals opleiding (consilium psychiatricum), wetenschappelijke activiteiten (commissie Wetenschappelijke activiteiten) en belangenbehartiging (commissie Beroepsuitoefening). Door continue en systematisch te werken aan de kwaliteit van de beroepsuitoefening én van de eigen organisatie streeft de NVvP naar een integraal kwaliteitsbeleid. Het kwaliteitsbeleid van de zelfstandig gevestigde psychiaters is hierin ingebed.


3. Regionale kwaliteitsprojecten

Ten aanzien van de voorwaarden die door minister Borst zijn gesteld bij de lokale initiatieven 1999-2000 ten aanzien van kwaliteit, hebben partijen die betrokken zijn bij de Meerjarenafspraken er de voorkeur aan gegeven kwaliteitsprojecten landelijk op te starten en uit te zetten in proefregio's. Hiervoor zullen in het kader van deze Meerjarenafspraken door VWS de noodzakelijke financiële middelen voor ter beschikking worden gesteld.

Centrale afstemming en aansturing in dezen is een belangrijke voorwaarde voor doelmatig beleid. Dat betekent dat de verschillende regio's kunnen profiteren van de uitkomsten van een centraal overleg, het voorkomt dubbel werk. De regionale projecten dienen over het algemeen breed en kwalitatief goed opgezet te zijn. Bovendien kunnen zo de verschillende regio's een samenhangend kwaliteitsbeleid ontwikkelen, ook in relatie tot het kwaliteitsbeleid van de NVvP. Dit aspect moet verder worden uitgewerkt om te komen tot een daadwerkelijk samenhangend en permanent kwaliteitsbeleid. Over het gehele traject is aansturing vanuit centraal en geregeld overleg met de periferie een voorwaarde, een `landelijk regionaal kwaliteitsbeleid' met actieve medewerking vanuit de regio's. Het draagvlak bij de regio's om te komen tot een landelijk regionaal kwaliteitsbeleid is groot. Dit blijkt uit een door de NVvP in juli 1999 gehouden enquête. De regio's blijken niet alleen bereid te zijn tot deelname aan en opzetten van projecten maar leveren in dezen ook uitgebreide projectvoorstellen aan. Als voorwaarde werd echter wel gesteld dat hiervoor de nodige financiële middelen ter beschikking zouden moeten worden gesteld.

Daarnaast zijn voor het welslagen van de kwaliteitsprojecten een aantal randvoorwaarden van groot belang. Het betreft de volgende:


- Projecten dienen primair bottum-up uitgewerkt te kunnen worden. Dit is een conditio sine qua non voor de opbouw volgens de `state of the art' en voor de motivatie en betrokkenheid van de deelnemende regio's en individuele psychiaters


- Weliswaar zijn bij elk project een aantal andere partijen betrokken, echter de afstemming en aansluiting hiermee dient gefaseerd en pragmatisch vorm te krijgen om het ontwikkelingsproces optimaal te laten verlopen.


- Er zullen uitgewerkte modellen en een implementatietraject per project beschreven moeten worden, waarmee tevens verantwoording afgelegd wordt over de inhoud en kwaliteit van de projecten, ook naar partijen in de LBC.


- Er dienen voldoende financiële middelen ter beschikking gesteld te worden die aangepast moeten kunnen worden aan de verschillende fases van het proces. Zo zullen ook na de pilotfase voldoende middelen ter beschikking moeten zijn voor de landelijke implementatie. Deelname aan kwaliteitsbevorderende maatregelen na de projectfase dient eveneens aandacht te krijgen en gehonoreerd te worden (mogelijk via een toeslag op het tarief).

Bronnen: `Kwaliteit in de psychiatrie', J. Swinkels en mw. S.H. Bollen, Medisch Contact, jaargang 54, nr. 21, p. 763-766 en

notitie `Top 5' in het kader van de Meerjarenafspraken, mw. S.H. Bollen.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie