Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Raadsnotulen gemeente Enkhuizen

Datum nieuwsfeit: 06-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Gemeente Enkhuizen

RAADSNOTULEN

Enkhuizen, 6 maart 2000.

Zakelijk verslag van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad der gemeente Enkhuizen, gehouden op maandag 6 maart 2000 te 20.00 uur in het stadhuis, Breedstraat 53, 1601 KA Enkhuizen.

Voorzitter: de heer drs. S.P.M. de Vreeze, burgemeester.

Secretaris: de heer J.J.J. van Huffelen, gemeentesecretaris.

Aanwezig 16 leden, namelijk: de dames

E.F. Dangermond-Hilderink (vvd),

Th. Dekker (pvda, wethouder) en

W.H.J. Lok-Hörnemann (vl/gl);

de heren

H.F.P. Bode (pvda),

C.H. Boland (d66),

N.P. Dol (vl/gl),

H. van Doornik (cda),

Th. de Geus (rpf/sgp),

J. Hart (eb),

J.W. Hekkert (vvd),

F.C. Jans (eb),

J. Knukkel (vl/gl, wethouder)

D. van Pijkeren (rpf/sgp),

drs. J.S. Tesselaar (eb),

K.P. van der Veen (pvda) en

D. Wiersma (cda).

Afwezig 1 lid, te weten: mevrouw mr. P.C.E. de Munnik-Blank (vvd, wethouder).

Agenda


1. Opening. -


2. Bepaling volgorde bij hoofdelijke stemmingen. -

3. Verslag van de vergadering van 7 februari 2000. -

4. Ingekomen stukken en mededelingen. 042


5. Wijziging gemeenschappelijke regeling Dienst Sociale Werkvoorziening 028

in West-Friesland.


6. Diverse voorbereidingsbesluiten. 032


7. Herstelwerkzaamheden Nieuwmarktspijp. 034

8. Vaststellen gewijzigde verordening toeristenbelasting 2000. 036

9. Rondvraag. -


10. Sluiting. -


1. Opening.

De voorzitter
opent de raadsvergadering en heet allen van harte welkom. Vervolgens deelt hij mee dat mevrouw De Munnik vanwege blijde omstandigheden nog niet aanwezig kan zijn.

De heer Boland
(d66) maakt van dit agendapunt gebruik om mede namens zijn vrouw en zoon alle raadsleden en de gemeente te bedanken voor alle attenties, bloemstukken en het mooie cadeau, betaald uit het `Lief en leed'-potje, die naar aanleiding van de geboorte van zijn zoon zijn gegeven.

Desgevraagd voegt hij hieraan toe dat het uitstekend met moeder en kind gaat, zij het dat de laatste nog niet politiek geïnteresseerd is!


2. Bepaling volgorde bij hoofdelijke stemmingen.
De voorzitter
trekt penning nummer 16 uit het mandje waarna de secretaris constateert dat volgens de presentielijst eventuele hoofdelijke stemmingen zullen aanvangen bij de heer De Geus.

3. Verslag van de vergadering van 7 februari 2000.
Bladzijde 3.

De heer Van Doornik
(cda) mist twee uitspraken. Na het antwoord van wethouder Knukkel heeft hij gezegd op een goede afloop te hopen, maar daarin vooralsnog geen vertrouwen te hebben. Daarop heeft de heer Knukkel, op dat moment waarnemend portefeuillehouder van financiën en onderwijs, gereageerd met de uitspraak die hoop te delen, maar ook betwijfeld of de toeristenbelasting daadwerkelijk kan worden geïnd.
Wethouder Knukkel
(vl/gl) bevestigt dat de heer Van Doornik diens twijfels over de inbaarheid van de toeristenbelasting kenbaar heeft gemaakt. Spreker heeft toen gezegd dat de toekomst zal leren of de in de gemeenteraad levende twijfels gerechtvaardigd zijn.

De heer Van Doornik
(cda): Ook u had weinig vertrouwen in de goede afloop!
Wethouder Knukkel
(vl/gl): Dat heb ik niet gezegd.

De voorzitter
: Wordt opgezocht.

Bladzijde 9.

De heer Hart
(eb) verwijst naar de toezegging van mevrouw Dekker dat zal worden nagegaan op basis waarvan één vijfde deel van de raad moet worden berekend.

De secretaris
antwoordt dat bij de vng is nagegaan wat in de wro met de zinsnede `indien ten minste een vijfde deel van het aantal raadsleden daartoe de wens te kennen geeft' wordt bedoeld. Het gaat inderdaad om het totale aantal raadszetels dat een gemeente heeft - in Enkhuizen 17 -, dus niet om het aantal aanwézige leden van de raad.
Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het verslag conform het ontwerp vastgesteld.


4. Ingekomen stukken en mededelingen.

(Voorstel nummer 042, 2000.)


1. Brief, de dato 12 februari 2000, van de heer P.G. de Wit te Enkhuizen met betrekking tot de gevolgen voor de bereikbaarheid van onze binnenstad als gevolg van de werkzaamheden aan de Lindenlaan, Dreef, Nelson Mandeladreef en Noorderweg.
Inmiddels is onder andere contact opgenomen met de provincie omtrent het beter afstemmen van de verkeerslichteninstallatie op de kruising Westeinde/Provinciale Weg en is de brief van de heer De Wit beantwoord. Een exemplaar van deze brief heeft ter inzage gelegen bij de stukken voor de commissie openbare werken en sociale voorzieningen en ligt ook bij deze stukken voor de raad ter inzage. Het college verwijst naar de inhoud hiervan.

Burgemeester en wethouders stellen voor deze stukken voor kennisgeving aan te nemen.

De heer Tesselaar
(eb) doet het voorstel deze brief in de raadscommissie f/o te behandelen, want in de toekomst zullen wellicht meer van dit soort situaties aan de orde komen.

De heer Wiersma
(cda) brengt het antwoord van burgemeester en wethouders in verband met de renovatie van de Nieuwmarktspijp (zie agendapunt 7) en de Wilhelminabrug die de volgende maand zal worden vernieuwd. Eén en ander kàn betekenen dat, indien het college wederom een wat ongelukkige hand van combineren heeft, de binnenstad eigenlijk niet bereikbaar zal zijn. Ter voorkoming van die mogelijkheid lijkt het de cda-fractie verstandig de Nieuwmarktspijp en de Wilhelminabrug voor het verkeer - denk hierbij ook aan politie, brandweer en ambulance - open te houden, totdat de werkzaamheden in Noord zijn afgerond. Mocht het college dat niet willen toezeggen, dan zal zijn fractie haar motie die reeds is rondgedeeld officieel indienen.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) laat aan het adres van de heer Tesselaar weten dat hij geen probleem heeft met het verzoek ingekomen stuk nummer 1 aan de orde te stellen in de commissie waar ook verkeerszaken worden behandeld.
De heer Wiersma sprak zorgelijk over de ontsluiting van de binnenstad. Het college neemt aan dat de werkzaamheden op elkaar worden afgestemd. De noordelijke route zal volgens de planning op 1 april weer open zijn, waarna op 14 april de Wilhelminabrug in twee werkdagen van een nieuw brugdeel zal worden voorzien. De Nieuwmarktspijp zal op een zodanig tijdstip worden aangepakt dat de bereikbaarheid van het centrum zowel via de noordkant als de zuidkant niet wordt belemmerd.

De voorzitter
attendeert de heer Wiersma erop dat de cda-motie pas kan worden behandeld, nadat de raad heeft besloten dit onderwerp aan de agenda toe te voegen. Stelt de heer Wiersma dat voor?

De heer Wiersma
(cda): Ja.

De heer Boland
(d66) verbaast zich over zowel het voorstel van de heer Wiersma als het antwoord van de wethouder, want ingekomen stuk nummer 1 is reeds uitvoerig in de raadscommissie f/o behandeld. Het lijkt hem in geen enkel opzicht zinvol die discussie over te doen.
De heer Hart
(eb) vraagt of de brief van de heer De Wit ook in de raadscommissie ow/sv aan de orde is geweest.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) deelt mee dat in de raadscommissie ow/sv een uitgebreide beantwoording heeft plaatsgevonden. Hij heeft evenwel geen moeite met het verzoek dit stuk ook in de raadscommissie f/o aan de orde te stellen.

In de nog niet officieel ingediende cda-motie luidt de voorlaatste alinea:

`en verzoekt het college ervoor te zorgen dat tot het einde van de werkzaamheden in Noord de toegang via de Westerstraat en Wilhelminabrug ongehinderd mogelijk is.'

Tegen de woorden `tot het einde van de werkzaamheden in Noord' moet ernstig bezwaar worden gemaakt, want die houden in dat de werkzaamheden aan de Wilhelminabrug en de Nieuwmarktspijp niet in de geplande periode zullen kunnen plaatsvinden. Via Noord blijft trouwens een verkeersroute open, weliswaar wordt de Dreef afgesloten - gerekend vanaf de voormalige burgemeesterswoning tot de benzinepomp -, maar via Sebastiaan Centenweg, Koperwiekplein, Piet Smitstraat en Noorderweg kan men toch in het centrum van Enkhuizen komen.

De voorzitter
vat het door wethouder Knukkel verwoorde collegestandpunt als volgt samen.

>
In algemene termen kan in de commissie voor financiën en onderwijs over dit onderwerp worden gesproken.
>
Gelet op het feit dat een omleiding kan worden gevolgd, is het overbodig dat de cda-fractie haar motie officieel indient.
Hierna wordt het ordevoorstel van de heer Wiersma cum suis bij handopsteken in stemming gebracht en met 14 tegen 2 stemmen verworpen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens besloten ingekomen stuk nummer 1 voor de commissie voor financiën en onderwijs te agenderen.


2. Eindverslag ontwerpbeleidsregels laagdrempelige culturele evenementen.

Op 21 februari 2000 heeft de commissie voor welzijn en ruimtelijke ordening met deze beleidsregels ingestemd.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk voor kennisgeving aan te nemen.

Mevrouw Lok-Hörnemann
(vl/gl) informeert naar de te volgen procedure. Kan de raad nog inhoudelijk over de beleidsregels spreken?

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) moet het antwoord op deze vraag schuldig blijven. Zij zal zo spoedig mogelijk nagaan welke procedure van toepassing is.
De heer Dol
(vl/gl) constateert dat over `ontwerpbeleidsregels' wordt gesproken, zodat mag worden aangenomen dat die nog officieel moeten worden vastgesteld.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) lijkt dat niet onlogisch, maar de raadscommissie w/ro heeft al met de beleidsregels ingestemd. Misschien is dat voldoende. Zij zal dat nakijken en het resultaat daarvan aan de commissie meedelen.
Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad dienovereenkomstig.


3. Brief, de dato 4 februari 2000, van Ingenieursbureau Boorsma te Drachten met betrekking tot een bericht in Cobouw onder de kop `Enkhuizen wil deel IJsselmeer inpolderen'.
Dit artikel had betrekking op de notitie `Toekomst voor een bedrijvig Enkhuizen' waarvan de raad op 16 februari jongstleden een presentatie heeft gehad. Deze brief zal betrokken worden bij de verdere besluitvorming rond deze notitie.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit stuk voor kennisgeving aan te nemen.

Mevrouw Lok-Hörnemann
(vl/gl) verzoekt een afschrift van het genoemde artikel in Cobouw aan de raad te doen toekomen.

De voorzitter
: Ja, wordt voor gezorgd.

Zonder hoofdelijke stemming worden, met inachtneming van de gedane toezeggingen, vervolgens de ingekomen stukken nummers 1 tot en met 3 conform het voorstel van burgemeester en wethouders voor kennisgeving aangenomen.


4. Brief, de dato 25 februari 2000, van Glas&Mes, advocaten, te Hoorn met betrekking tot de vergoeding van ten onrechte gemaakte kosten van rechtsbijstand van mevrouw J. Visser te Enkhuizen.
Gelet op het raadsbesluit ten aanzien van een vergelijkbaar verzoek in de vergadering van 10 januari 2000 stellen burgemeester en wethouders voor de afhandeling van dit verzoek in hun handen te stellen. Via de raadscommissie voor openbare werken en sociale voorzieningen zal de raad in kennis worden gesteld van de wijze waarop burgemeester en wethouders het verzoek hebben afgehandeld.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


5. Brief, de dato 8 februari 2000, van de d66-fractie Enkhuizen met betrekking tot de rsg-nieuwbouw.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor welzijn en ruimtelijke ordening.

De heer De Geus
(rpf/sgp) heeft de tekening met veel interesse bekeken. Uiteraard is het goed daarover in de commissie met elkaar te praten. Hij hoopt dat dan ook de visie van de architect op het geheel beschikbaar zal zijn, want de meeste commissieleden kunnen als `leken' worden beschouwd.
Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) stipt aan dat juist met het oog daarop momenteel voor de komende vergadering van de commissie w/ro een toelichting op de plannenmakerij wordt voorbereid.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


6. Brief, de dato 17 februari 2000, van de sociaal raadsvrouw, mevrouw L.A. van Kan, namens de heer E. van den Bosch te Enkhuizen met betrekking tot de afwijzing van een aanvraag inzake planschade ex artikel 49 wro.

Deze brief zal worden behandeld in de bezwarencommissie waarna de gemeenteraad tot een besluit zal moeten komen.

7. Brief, de dato 16 februari 2000, van de heer D. Wiersma te Enkhuizen met betrekking tot een verzoek om terugbetaling van een door hem te veel betaald bedrag voor de aankoop van een stuk tuingrond naast diens woning.

Burgemeester en wethouders stellen voor deze brief te behandelen in de raadscommissies voor algemeen bestuurlijke en economische zaken alsmede financiën en onderwijs.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt met betrekking tot de ingekomen stukken nummers 6 en 7 conform de voorstellen van burgemeester en wethouders besloten.


5. Wijziging gemeenschappelijke regeling Dienst Sociale Werkvoorziening

in West-Friesland.

(Voorstel nummer 028, 2000.)

De heer Van Doornik
(cda) roept in herinnering dat hij in de commissie heeft gezegd dat bij de juridische wijziging moet worden teruggekomen op het gewogen stemrecht voor gemeenten.

De voorzitter
: Ja, dat is afgesproken.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.


6. Diverse voorbereidingsbesluiten.

(Voorstel nummer 032, 2000.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.


7. Herstelwerkzaamheden Nieuwmarktspijp.

(Voorstel nummer 034, 2000.)

De heer Van Doornik
(cda) ziet dat in het voorstel een relatie met de Steenwijkspijp wordt gelegd. Die pijp werd grondig gerestaureerd; bovendien werd de boogconstructie versterkt en het wegdek aangepast. De totale kosten beliepen ongeveer f 330.000,--.

In het voorliggende raadsstuk staat dat de `boogconstructie van de brug wordt (. . .) geacht sterk genoeg te zijn om nog tientallen jaren mee te kunnen.' In de bruggeninventarisatie, uitgebracht in 1997, wordt echter gesteld dat de zuidvleugel slecht is en de boog versterkt dient te worden. Daarvoor is globaal f 300.000,-- geraamd. Is de wethouder van de genoemde inventarisatie op de hoogte en, zo ja, waarom wordt dan niet voorgesteld de boogconstructie te versterken? Alles overziende lijkt het verstandig dit raadsvoorstel nog eens in de commissie te bespreken, te meer daar in dit geval aanzienlijk meer geld - te weten f 425.000,-- - wordt gevraagd dan de vorige keer.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) kijkt vreemd op, omdat de in de commissie aanwezige cda-vertegenwoordiger met het collegevoorstel akkoord is gegaan. Op dit moment kan de technische vraag van de heer Van Doornik niet worden beantwoord, want daarvoor is ambtelijke ondersteuning nodig.
De heer Van Doornik
(cda) repliceert dat het fractieberaad waarin één en ander naar voren is gekomen ná de commissievergadering heeft plaatsgevonden.
De voorzitter
zal het op prijs stellen als in zulke gevallen technische vragen en opmerkingen vrijdag of maandagmorgen worden doorgegeven, zodat in de raadsvergadering gedegen antwoorden kunnen worden gegeven.
De heer Hart
(eb) schaart zich achter de heer Van Doornik. Ook de eb-fractie zit met vragen, maar die mogen kennelijk niet worden gesteld! Weliswaar heeft het college nu een aardig voorstel op tafel gelegd, maar een duidelijke onderbouwing ontbreekt. Sterker: het voorstel wekt de indruk dat op grond van financiële overwegingen wat zuinig moet worden gewerkt. Misschien is het tòch noodzakelijk meer geld te voteren. De eb-fractie stelt daarom voor het voorstel nogmaals naar de commissie te verwijzen en dan precies aan te geven wat aan de Nieuwmarktspijp zal worden gedaan.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) spreekt zijn teleurstelling over deze gang van zaken uit. Als de fracties zich goed zouden hebben voorbereid, hadden in de commissie alle technische vragen kunnen worden beantwoord. Gelukkig vloeit er geen bloed als dit raadsvoorstel een maand wordt aangehouden. Het college heeft er dan ook geen bezwaar tegen het stuk opnieuw voor de commissie te agenderen.

De heer Hart
(eb) beklemtoont dat zijn fractie zich voor nadere informatie met de afdeling weg- en waterbouw heeft verstaan, maar daar helaas niet wijzer is geworden.

De voorzitter
concludeert dat het voorstel nogmaals in commissieverband zal worden besproken.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad vervolgens dienovereenkomstig.


8. Vaststellen gewijzigde verordening toeristenbelasting 2000.
(Voorstel nummer 036, 2000.)

De voorzitter
meldt dat de pvda-fractie het navolgende amendement heeft ingediend.
`De gemeenteraad van Enkhuizen,

in vergadering bijeen op maandag 6 maart 2000,
gelet op:


- voorstel nummer 36 van burgemeester en wethouders betreffende het vaststellen van de Eerste wijzigingsverordening toeristenbelasting
2000;
overwegende:

- dat tijdens de behandeling van het voorstel in de raadsvergadering van 10 januari 2000 door de fractie van d66 en de pvda is gevraagd te onderzoeken of de samenloop van toeristenbelasting wegens dagverblijf en die wegens nachtverblijf voorkomen kan worden zonder de rechtsgrondslag van de toeristenbelasting op te heffen;

- dat het tarief van de nachttoeristenbelasting feitelijk impliceert dat daarin het verblijf op de dag in Enkhuizen is meegenomen;

- dat de juridische advisering zo geïnterpreteerd kan worden dat de rechtsgrond voor de heffing niet dramatisch verandert door de voorgestelde wijziging;

- dat de uitvoerbaarheid van de regeling toeneemt na aanpassing in de zin van dit amendement;
besluit:

- de verordening zodanig aan te passen dat van de toeristen die aankomen en vallen onder het regime van de heffing dagtoerisme en als gevolg van het doorbrengen van de nacht in Enkhuizen eveneens aan de regeling `nachtverblijf' zijn onderworpen geen dagtoeristenbelasting wordt geheven;
en gaat over tot de orde van de dag.'

De heer Bode
(pvda) licht het pvda-amendement als volgt toe. Gelet op allerlei mogelijke juridische adders is geen exacte tekstwijziging voorgesteld, maar een algemene formulering gekozen die door deskundigen zal moeten worden gepreciseerd.

Al eerder is erop gewezen dat volgens de verordening opvarenden van schepen die vóór 16.00 uur aankomen dagtoeristenbelasting betalen. Indien men ook de nacht hier doorbrengt, moet voor het nachtverblijf worden betaald. Degenen die ná 16.00 uur arriveren, betalen slechts nachttoeristenbelasting. Met het oog op de uitvoerbaarheid van de regeling stelt de pvda-fractie voor de mensen die nachttoeristenbelasting betalen van dagtoeristenbelasting uit te sluiten. Te meer daar in de commissie is aangegeven dat de nachttoeristenbelasting moet worden gezien als een soort vergoeding voor het gebruik overdàg van allerlei voorzieningen in de stad.

Aan Deloitte & Touche is gevraagd of een wijziging als de fractie van de pvda beoogt de rechtsgrond van de regeling zal worden aangetast. In de reactie van de belastingadviseurs wordt op twee punten kritiek uitgeoefend.


a. Het wordt lastig tabellen voor de forfaitaire aanslagen vast te stellen. Spreker lijkt dat echter geen groot bezwaar. In de tabel moet slechts rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat sommige opvarenden ook 's nachts in Enkhuizen verblijven. Overigens zullen in de tabellen meer zaken dienen te worden verwerkt, bijvoorbeeld de Enkhuizers die met de boot uit Stavoren aankomen en de doorgaande reizigers. Terzake heeft het college al een voorstel gedaan.

b. Het tweede punt betreft de mogelijkheid dat de rechtsgrond van de heffing minder solide wordt. Ook dit kritiekpunt acht de fractie weinig overtuigend.

De heer Jans
(eb) roept in herinnering dat zijn fractie zich in de op 10 januari jongstleden gehouden vergadering vóór de heffing van toeristenbelasting heeft uitgesproken, maar niet op de manier zoals het college voorstelt. De nu voorliggende regeling is onzorgvuldig. Afgelopen donderdag kregen de raadsleden nog een aantal stukken. Daardoor is het geheel alleen maar warriger geworden.
De fractie van Enkhuizer Belang wil weten of de aangeboden regeling aan de vng is voorgelegd. Men mag toch aannemen dat die vaker met dit bijltje heeft gehakt en derhalve de juridische consequenties kan beoordelen.

Tot slot hoopt de eb-fractie dat allen die met het conceptbesluit 36a moeten werken een `noodboek' van de gemeente krijgen om precies te kunnen uitrekenen welk bedrag iemand moet betalen! Tegen deze achtergrond zal de fractie het pvda-amendement evenmin steunen.

De heer Wiersma
(cda) memoreert naar aanleiding van het pvda-amendement dat op alle voorstellen in die richting steeds is gereageerd met de stelling dat dan een te grote groep buiten de belastingheffing zal vallen; ook de heer Schouwstra van Deloitte & Touche schrijft dat in diens brief. Feitelijk zal dan alleen nog dagtoeristenbelasting worden geheven van de mensen die van de veerponten en de boten naar het Zuiderzeemuseum gebruik maken.

Los van het voorgaande vreest de cda-fractie dat de regeling die nu ter tafel ligt veel ruzie zal opleveren, te beginnen met de veerdiensten en het Zuiderzeemuseum, en in verstoorde verhoudingen zal resulteren. Eigenlijk wordt dan het tegenovergestelde bereikt van datgene wat het gemeentebestuur wil, te weten een loyale samenwerking met alle toeristisch georiënteerde bedrijven.

Wat wil dit gemeentebestuur? Meer inkomsten en dat is alleszins verdedigbaar. Daarbij dient echter wel in het oog te worden gehouden dat elke regeling die daarvoor wordt ontworpen, voldoende draagvlak moet hebben onder degenen die de inkomsten moeten innen. Dat is nu niet het geval en dus mag worden verwacht dat de gemeente procedures tegemoet kan zien. Bovendien zijn de perceptiekosten van de voorliggende regeling zeker niet gering. Kortom: de gemeente schiet weinig met dit collegevoorstel op.

Wat is verder van groot belang? Er moeten zo veel mogelijk toeristen in de binnenstad van Enkhuizen komen. Welnu, die komen in belangrijke mate met de veerboten aan. Vandaar dat het de cda-fractie zinvol lijkt daarover met de veerdiensten en het zzm van gedachten te wisselen. Misschien kunnen de veerboten straks, wanneer de Gependam gereed is, in de Rommelhaven aanlanden. Dan worden de mensen die met de boot komen en vertrekken, gedwongen door de stad te gaan en dat zal een positieve invloed op de omzet van de middenstand hebben. Met het museum zou de afspraak kunnen worden gemaakt dat de mensen die het museum verlaten door deze mooie stad naar het station moeten lopen om daar met de boot te kunnen vertrekken.

De heer Boland
(d66) begint zijn betoog met de uitspraak dat hij vooralsnog weinig vertrouwen in de tabel voor de forfaitaire bedragen heeft. Heel vreemd dat een paar dagen vóór een raadsvergadering een dergelijke tabel zonder toelichting en rekenvoorbeelden bij de raadsleden is bezorgd. Daarbij was de brief van de heer Schouwstra gevoegd; deze maakt onder meer de volgende opmerkingen.

Als de raad besluit de verordening in de door de pvda-fractie bepleite richting te wijzigen, bestaat het gevaar van een verkapte vermakelijkhedenretributie. De heer Schouwstra schrijft:

`Juist omdat anders het risico bestaat dat de feitelijke heffing van de "dagtoeristenbelasting" alleen van de veerponten en de pont naar het Zuiderzeemuseum geheven zou worden.'

Dat is precies waar het om gaat. Eigenlijk wordt gezegd dat weliswaar misschien ten onrechte geld van een bepaalde groep wordt gevraagd, maar dat moet omdat anders een zekere inkomstenbron wegvalt. Dat mag zo zijn, maar de fractie van d66 kan zich daar niet achter scharen.

Voorts wordt in de brief van de heer Schouwstra gesteld:

`Bovendien is het niet controleerbaar dat toeristen daadwerkelijk blijven overnachten. Per saldo zal iemand die dus het Zuiderzeemuseum bezoekt en vervolgen een hotel opzoekt of in de haven gaat liggen toch zowel dag- als nachttoeristenbelasting betalen, (. . .)'

Iemand die met een boot aankomt, betaalt drie keer toeristenbelasting en dat is onredelijk. Het pvda-amendement wijst een richting naar een oplossing aan en spreker zal daaraan zijn steun geven.

De heer De Geus
(rpf/sgp) behoeft weinig aan de woorden van de heer Boland toe te voegen. Ook de fractie van de rpf/sgp staat sympathiek tegenover het amendement van de heer Bode. Wel moet helder worden gemaakt welke financiële consequenties daaraan zijn verbonden.
Evenals de heer Boland had de rpf/sgp-fractie moeite met het feit dat pas op donderdag de tabel voor de forfaitaire aanslagen werd aangeleverd, alhoewel bekend was dat de fracties in de daaropvolgende maandag te houden raadsvergadering een standpunt zouden moeten innemen. Het ware beter geweest de tabel eerst in de commissie te bespreken.

Het is in geen geval de bedoeling toeristen drie keer te belasten. Aan de andere kant stelt de heer Schouwstra terecht dat de toeristenbelasting zo veel mogelijk daadwerkelijk door toerìsten moet worden betaald in plaats van anderen of doelgroepen buiten schot blijven. Al met al is sprake van een ingewikkelde materie die op het allerlaatste moment weer onvoldragen aan de raad is voorgelegd. Vooralsnog staat de fractie dan ook niet te trappelen om hiermee akkoord te gaan.

De heer Dol
(vl/gl) gaat in beginsel met het collegevoorstel akkoord, omdat de gemeente de geraamde inkomsten gewoonweg nódig heeft. Tegen deze achtergrond is het van belang te weten welke consequenties het amendement van de pvda-fractie heeft. Een vrij grote groep zal dan immers de dans ontspringen. Mocht het amendement uit een soort rechtvaardigheidsgevoel zijn geboren, dan wordt dat niet zonder meer door de fractie van Verenigd Links/GroenLinks gedeeld.
Ten slotte is niet duidelijk geworden hoe de heer Boland tot de conclusie komt dat drie keer belasting moet worden betaald.

De heer Boland
(d66): De heer Schouwstra wijst er terecht op dat straks via het kaartje van het Zuiderzeemuseum toeristenbelasting zal worden betaald, ongeacht waar men vandaan komt. Zodoende kan het voorkomen dat iemand drie keer betaalt. Degene die


1. vóór 16.00 uur met een boot de haven binnenkomt, betaalt dagtoeristenbelasting;

2. daarna het Zuiderzeemuseum bezoekt, voldoet via het kaartje nogmaals dagtoeristenbelasting;

3. vervolgens hier overnacht wordt vanwege dat feit voor nachttoeristenbelasting aangeslagen.

De heer Dol
(vl/gl): Helder, hopelijk wil het college hieraan in de beantwoording aandacht besteden.

De heer Bode
(pvda): Als inderdaad grote groepen niet of ten onrechte zouden worden aangeslagen, is het des te gelukkiger dat het pvda-amendement op tafel ligt. In de praktijk zullen de financiële effecten meevallen, omdat de aantallen schepen die voor 16.00 uur binnenkomen niet dermate groot is dat de inkomsten aanzienlijk zullen dalen. De wijze waarop de forfaitaire aanslagen worden vastgesteld, is van veel meer belang voor het bedrag dat uiteindelijk zal worden geïnd.

De heer Dol
(vl/gl): Niemand heeft beweerd dat ten onrechte belasting moet worden geheven. De vl/gl-fractie redeneert in ieder geval niet zo.
De heer Bode
(pvda): Prima. De pvda-fractie is vóór de invoering van dagtoeristenbelasting en heeft niet de intentie door middel van haar amendement die belasting onderuit te halen, integendeel.
De voorzitter
zal nu de vergadering voor collegeberaad te schorsen, tenzij iemand nog nadere vragen heeft te stellen dan wel aanvullende opmerkingen wil maken.

De heer Wiersma
(cda) nam aan dat de tabel voor de forfaitaire heffingen straks apart zou worden behandeld. Als dat niet zo is, wil de cda-fractie daarover nu wat zeggen.

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Akkoord.

De heer Wiersma
(cda) wil eerst nog een opmerking aan het adres van de heer Bode maken. De inhoud van het amendement als zodanig roept geen weerstand op, integendeel. Aan de andere kant moet de juridische afpaling van de doelgroep in het oog worden gehouden. Als een te grote groep buiten de belasting valt, komt het gelijkheidsbeginsel in het gedrang, waarbij kan worden gedacht aan de mensen die per bus of per spoor komen. Daardoor komt de gemeente bij de rechter in een moeilijke positie te verkeren.

De heer Bode
(pvda) reageert met de opmerking dat de haalbaarheid van de door burgemeester en wethouders voorgestelde regeling volgens de juridisch adviseur in ieder geval meer dan 50 % is. Volgens de pvda-fractie zal de aanvaarding van het amendement dat percentage niet opeens aanzienlijk lager maken.

De heer Wiersma
(cda): Eén druppel zal de emmer doen overstromen!
De heer Bode
(pvda): Niemand weet van tevoren welke druppel de laatste is.
De heer Van Doornik
(cda) beperkt zich tot de tabel. Hij heeft voor de lijndienst de volgende berekening gemaakt. 365 dagen x 1,1 aankomsten (gemiddeld) x aantal passagiers (maximaal circa 300) x 40 % x dagtoeristenbelasting = ongeveer f 50.000,--. De Staverse boot vervoert plusminus 40.000 passagiers, zodat het kaartje rond f 1,-- duurder zal worden. Is deze berekening juist?

De heer Boland
(d66) wijst op de volgende onduidelijkheid. Volgens de verordening is de belastingplichtige degene die gelegenheid geeft tot (. . .). In de toelichting staat dat de havenmeester de belastingplichtige is wanneer het om boten en bootjes gaat. Mag hieruit worden afgeleid dat de gemeentelijke havenmeester vaststelt welke forfaitaire belastingaanslagen de verschillende scheepseigenaren moeten betalen? Hij kan zich niet voorstellen dat dit de bedoeling is.
De heer Bode
(pvda) ondersteunt de daarstraks gemaakte opmerking dat het beter ware geweest de tabel eerst in commissieverband te bespreken. Hij ziet niet in welke problemen ontstaan indien wordt besloten dat alsnog te doen. Spreker was verrast toen hij begreep dat de forfaitaire regeling niet alleen op de pontjes van het museum van toepassing zou zijn, maar ook op individuele schepen, zelfs die met een vaste ligplaats.

- Is dat gewenst?

- Is het in die gevallen niet beter te kijken naar het aantal opvarenden?

De heer Hekkert
(vvd) vermeldt dat ook de fractie van de vvd een behandeling van de tabel in de commissie zeer op prijs stelt. Hij sluit zich overigens aan bij de opmerking van de heer Bode dat de vaste ligplaatshouders niet onder de forfaitaire regeling behoren te vallen. Met name die categorie mensen is soms gedurende langere tijd afwezig en het is dan ook onredelijk die toch voor een vast bedrag aan te slaan. In de raadscommissie dienen trouwens tevens de achterliggende rekenvoorbeelden op tafel te komen.

De heer De Geus
(rpf/sgp) was ontevreden over het feit dat de tabel voor de forfaitaire aanslagen op een laat moment bij de raadsleden kwam. Als de behandeling daarvan enig uitstel kan velen, zal zijn fractie graag zien dat het desbetreffende stuk in de eerstvolgende commissiebijeenkomst wordt besproken. Overigens is hij wel zeer tevreden met het voornemen schaatsenrijders die in Enkhuizen aankomen niet onder de regeling te laten vallen!

De heer Jans
(eb) wenst eveneens in commissieverband goed over de tabel van gedachten te kunnen wisselen, zodat volkomen helder is wat iemand moet betalen en onrechtvaardigheden worden uitgesloten.
De voorzitter
schorst hierna de beraadslagingen voor collegeberaad.
(Schorsing.)

De voorzitter
heropent de beraadslagingen.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) vangt zijn beantwoording aan met erop te wijzen dat in de januarivergadering de Verordening toeristenbelasting 2000 is vastgesteld. Tijdens de daaraan voorafgaande discussie is een aantal vragen naar voren gekomen. Een groot deel daarvan is nu opnieuw gesteld.


3
Zo is gevraagd hoe kan worden voorkomen dat iemand drie keer betaalt. Het college ziet geen mogelijkheid dat uit te sluiten, omdat de belasting in toegangskaartjes zal worden verdisconteerd.
3
Een andere belangrijke vraag is hoe groot de juridische haalbaarheid van de regeling is. Deloitte & Touche schatte die aanvankelijk op 70 à 80 %. Vervolgens heeft het adviesbureau naar aanleiding van vragen en opmerkingen in de later gehouden commissievergadering antwoorden gegeven die niet allemaal volstrekt helder zijn. Ook op dit moment is dat nog zo.
Verder heeft ook de forfaittabel vragen en opmerkingen opgeroepen, die naar de mening van een groot deel van de raad in de commissie aan de orde moeten worden gesteld. Overigens hebben de belastingplichtige instanties/bedrijven keuzevrijheid; de belasting kan per persoon worden geïnd en afgedragen of aan de hand van de forfaittabel worden betaald. Gebleken is dat niet het college maar de raad de tabel dient vast te stellen.

Al met al is het terecht dat de raad nog eens over een aantal uitgangspunten wenst te discussiëren, waarbij met betrekking tot de juridische haalbaarheid ook moet worden gedacht aan de consequenties van het pvda-amendement, de mogelijkheid dat iemand drie keer moet betalen en de forfaittabel. Dat alles zal in commissieverband dienen te worden besproken. De consequentie is wel dat de belasting níét dit jaar kan worden ingevoerd en dus het in de begroting opgenomen bedrag vervalt.

Gelet op het voorgaande willen burgemeester en wethouders de gewijzigde verordening toeristenbelasting 2000 terugnemen en opnieuw in de commissies bespreken, uiterlijk in april.

De heer Bode
(pvda): Is het niet mogelijk vanavond over de regeling en het amendement te besluiten en de technische uitwerking daarvan, inclusief de forfaittabel, in een later stadium door de raad te laten vaststellen?

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Nee, de raad moet de regeling en de tabel tegelijk vaststellen. Als dat nu niet gebeurt, kan dat niet eerder dan in april. Vervolgens moet één en ander worden gepubliceerd en daarvoor geldt een bepaalde termijn. Zodoende kan de regeling pas in mei van kracht worden en dat is gewoon tè laat, want dan is het seizoen al begonnen.

De heer Bode
(pvda): Dan wordt een gat in de begroting geschoten en dat is geen aantrekkelijke gedachte! De verordening is op 10 januari aanvaard en daaraan kan uitvoering worden gegeven, zij het dat wijzigingen zijn voorgesteld. Daarover kunnen in deze raadsvergadering besluiten worden genomen. De vaststelling van de forfaittabel is een ander hoofdstuk.
De heer Jans
(eb): Een verordening vaststellen - in dit geval een belastingmaatregel -, terwijl niet bekend is hoe de uitvoering daarvan moet worden berekend, heeft geen zin.

De heer Bode
(pvda): De forfaittabel, een nadere uitwerking van de regeling, is gemaakt met de bedoeling te voorkomen dat altíjd individueel moet worden afgerekend. Die tabel behoeft een technische bespreking en kan dus later, maar wel op korte termijn, worden vastgesteld.
Wethouder Knukkel
(vl/gl): Resteert het probleem dat de wijziging van de verordening vragen heeft opgeroepen die nog steeds niet beantwoord zijn. Bij de vaststelling van de toeristenbelasting is ervan uitgegaan dat die wordt geheven van mensen die over water naar Enkhuizen komen. Zij die per auto, bus of trein komen, worden niet aangeslagen en dat is gedaan om de juridische haalbaarheid van de regeling zo groot mogelijk te maken. Als echter binnen de te belasten categorie mensen in een uitzonderingspositie worden geplaatst - het amendement beoogt te voorkomen dat bepaalde bezoekers zowel dag- als nachttoeristenbelasting moeten betalen -, is het nog maar de vraag of dat geen ongewenste juridische gevolgen zal hebben. Mocht de raad tòch die kant op willen, dan is het beter het geheel nog eens kritisch te bekijken en vervolgens met een goed onderbouwd voorstel te komen.
De heer Bode
(pvda): Vreemd, de wethouder heeft zelf gezegd dat de haalbaarheid tussen 70 en 80 % ligt, ondanks het gegeven dat alle toeristen die niet per boot aankomen van de heffing worden uitgesloten. Het pvda-amendement haalt van de groep die wèl onder regeling valt een `schilfertje' af en kan zich niet voorstellen dat daardoor de juridische haalbaarheid van de verordening opeens ònder 50 % zakt.
De heer Hart
(eb): De wethouder wil met een goed onderbouwd voorstel komen. In deze gemeente wordt al jaren over de invoering van toeristenbelasting gesproken. De fractie van Enkhuizer Belang is vóór de invoering van zo'n belasting, mits die niet als los zand aan elkaar hangt.
Wethouder Knukkel
(vl/gl): Die opmerking blijft geheel voor rekening van de heer Hart. Het college heeft wel degelijk getracht tot een adequate regeling te komen, maar desondanks blijken nog enkele knelpunten te bestaan. Vandaar dat hij heeft voorgesteld het geheel, inclusief het pvda-amendement, nogmaals met juristen door te nemen. Juist het laatste is van belang, omdat in de gemeente Waterland een soortgelijke, goedgekeurde regeling op grond van een formaliteit is onderuitgehaald. Helaas kàn dat tot gevolg hebben dat de belasting pas volgend jaar van kracht zal worden.

De heer Jans
(eb) constateert tot zijn tevredenheid dat het college naar de bezwaren van de eb-fractie luistert. Hopelijk zullen die in het nieuwe collegevoorstel worden verwerkt. Misschien is het zelfs mogelijk de mensen die niet over water naar Enkhuizen komen onder de regeling te laten vallen; de vng kan daarover vast en zeker meer zeggen.
De heer De Geus
(rpf/sgp) stemt weliswaar in met het voorstel de forfaittabel terug te nemen, maar krijgt pijn in de buik bij de gedachte dat mogelijk daardoor de belasting dit jaar niet kan worden geheven. Zijn fractie dringt erop aan naar mogelijkheden te zoeken om nog voor de aanvang van het seizoen de zaak vast te stellen, want zij voelt er niets voor met een groot gat in de begroting te worden geconfronteerd. Desnoods moet een extra raadsvergadering worden belegd om dat te voorkomen.
De heer Boland
(d66) is blij met de suggestie het collegevoorstel terug te nemen om alles nog eens goed te kunnen bekijken. Volgens de wethouder heeft dat wel als consequentie dat één en ander niet meer vóór de aanvang van het komende seizoen kan worden vastgesteld. Als dat inderdaad zo is, kan die zwartepiet niet naar de fracties worden doorgeschoven, integendeel. In dat geval is sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid en kan niet worden gesteld dat de raadsleden door het maken van kritische opmerkingen en het stellen van min of meer moeilijke vragen opeens een gat in de begroting hebben geschoten.
De heer Wiersma
(cda) kan zich niet voorstellen dat hetgeen nu voorligt plotseling uit de lucht is gevallen! Aan de forfaittabel liggen rekenmodellen ten grondslag, dat kan gewoonweg niet anders. Derhalve moet het mogelijk zijn de tabel over 14 dagen in de commissie te behandelen. In dezelfde periode kunnen deskundigen nogmaals naar de haalbaarheid van de regeling kijken. Overigens doet het gemeentebestuur er goed aan zich nog eens op het geheel te beraden, want het zal zich met deze verordening geen vrienden maken, integendeel! Het is zeker verstandig na te denken over de vraag hoe wèl een behoorlijk draagvlak kan worden verkregen, want anders wordt de gemeente zeer waarschijnlijk met niet onaanzienlijke proceskosten en verstoorde verhoudingen geconfronteerd.
De heer Dol
(vl/gl) zou het bijzonder betreuren als de invoering van de regeling een jaar moest worden uitgesteld; dat heeft immers een financiële consequentie. Aan de andere kant heeft een jaar uitstel het voordeel dat een juridisch waterdicht stuk kan worden gemaakt.
De heer Hekkert
(vvd) betoogt dat ook zijn fractie de pijn voelt die een jaar uitstel zal meebrengen. De wethouder heeft echter niet expliciet gesteld dat de regeling pas volgend jaar van kracht kàn worden. Het college wil wat extra tijd hebben om één en ander nog eens te bezien. Welnu, dat is mogelijk zònder een jaar te verliezen, zoals de heer Wiersma heeft voorgerekend. Evenals de heer Bode is de vvd-fractie van oordeel dat niets de raad verhindert het wijzigingsvoorstel en het amendement vanavond vast te stellen. Vervolgens moeten de fracties zich op de forfaittabel concentreren - daarin schuilen enige onredelijkheden - en die over 14 dagen aan de hand van de onderbouwing, die ongetwijfeld aanwezig is, in de commissie bespreken.

De heer Bode
(pvda) poneert de stelling dat nog langer nadenken en verder overleg met juristen niet tot een voorstel zal leiden dat 100 % waterdicht is. Burgemeester en wethouders geloven blijkbaar niet in hun eigen voorstel, want na de indiening van één simpel amendement trekken zij hun voorstel in en nemen daarbij voor lief dat de gemeente enkele honderdduizenden guldens inkomsten moet missen. Kan het collegevoorstel nog zodanig worden verbeterd dat het die prijs waard is?

Ten aanzien van de forfaittabel is ook de fractie van de pvda van mening dat die heel snel kan worden behandeld en vastgesteld.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) herhaalt dat op dit moment nog onbeantwoorde vragen op tafel liggen. Vanuit de raad is erop gewezen dat het kan voorkomen dat iemand die vóór 16.00 uur arriveert drie keer belasting moeten betalen, twee maal dagtoeristenbelasting en één maal nachttoeristenbelasting. Het college weet niet hoe dat kan worden voorkomen; sterker: een dergelijke situatie is inherent aan de regeling. Zelfs als het pvda-amendement in de regeling kan worden verwerkt, zijn de problemen nog niet opgelost, want dan wordt wederom een aantal mensen van de doelgroep uitgezonderd met als mogelijk gevolg dat de invoering van de toeristenbelasting wordt uitgesloten. Kortom: die vragen blijven boven de markt zweven.
De heer Bode
(pvda): Ja, zolang geen uitspraak aan de raad wordt gevraagd. Vandaar dat het college er goed aan doet diens voorstel en het amendement in stemming te brengen.

Wethouder Knukkel
(vl/gl): In dat geval wordt een regeling vastgesteld waaraan bepaalde consequenties zijn verbonden. Het is dan nog maar de vraag of de forfaittabel tijdig kan worden vastgesteld. De heren van Doornik en Hekkert willen berekeningen op tafel hebben en geen jaar verloren laten gaan. Dat kan alleen wanneer die over 14 dagen in de commissie worden besproken en vervolgens een extra raadsvergadering wordt belegd om de tabel definitief vast te stellen. Het college wil zich morgen samen met mensen van de afdeling financiën op deze mogelijkheid beraden. Duidelijk moet zijn dat ook burgemeester en wethouders graag zien dat de op basis van de toeristenbelasting geraamde inkomsten daadwerkelijk door de gemeente worden ontvangen, want het gaat om een aanzienlijk bedrag. De uitkomst van het collegeberaad zal indien mogelijk nog morgenmiddag aan de leden van de raad worden meegedeeld.
De voorzitter
: De raad krijgt nog deze week een brief met een aanvullend ambtelijk advies.

De heer Hart
(eb): De fractie van Enkhuizer Belang heeft meermaals aangestipt dat het verstandig is de vng om advies te vragen. Is het college hiervoor gevoelig?

De voorzitter
: Alle vanavond gemaakte opmerkingen zal het college morgen naar waarde wegen, dus ook de suggestie van de eb-fractie.
De heer Boland
(d66): Als in commissieverband nogmaals over deze aangelegenheid wordt gesproken, is het gewenst iemand van Deloitte & Touche aanwezig te laten zijn om alle vragen en opmerkingen direct te beantwoorden.
De voorzitter
: Ook dat punt zal morgen de aandacht krijgen.

Met inachtneming van de gedane toezeggingen neemt het college diens voorstel nu terug.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad vervolgens dienovereenkomstig.

9. Rondvraag.

¡
De heer Van Pijkeren (rpf/sgp) voert twee punten aan.
I
Hopelijk kan in de eerstvolgende vergadering van de raadscommissie ow/sv helderheid worden gegeven over het fietspad tussen Andijk en Enkhuizen.
I
In de afgelopen bijeenkomst van de raadscommissie ow/sv had voorstel nummer 35, Emmaplein, moeten worden behandeld. Daaraan was de in december 1999 ingediende rpf/sgp-motie inzake de Prins Bernhardlaan gekoppeld. Met uitzondering van spreker zelf had echter geen der commissieleden voorstel 35 in de leeskamer gezien.
De heer Dol
(vl/gl): Nee, op de vraag van de voorzitter wie voorstel 35 thúís had ontvangen, werd ontkennend geantwoord.

De heer Van Pijkeren
(rpf/sgp): Ja, dat is juist, maar als een voorstel in de leeskamer ligt, mag men aannemen dat het ook thuis is bezorgd. Hoe dan ook, er is iets misgegaan. Gelukkig kreeg de rpf/sgp-fractie van de voorzitter toch de gelegenheid haar nogal afwijkende alternatieve voorstel te verwoorden. De fractie vraagt dat bij voorstel 35 te betrekken. Zij blijft voor de 18 parkeerplaatsen pleiten, te meer daar ook de bewoners van de Noorderpoort in de richting van het college bepaalde ideeën over de inrichting van het Emmaplein hebben geventileerd.
Wethouder Knukkel
(vl/gl) zegt toe dat beide zaken in de komende commissievergadering aan de orde zullen komen.

¡
De heer Hart (eb) werd door een kiezer opmerkzaam gemaakt op het feit dat de voorzitter vanavond een andere ambtsketen draagt. Is dat vanwege carnaval?

De voorzitter
rapporteert dat de echte ambtsketen momenteel in Zeist bij Van Kempen en Begeer wordt nagekeken en waar nodig hersteld. Bovendien zal de keten iets worden aangepast. Vandaar dat spreker nu de zogenaamde hondenketting draagt.

¡
De heer Hart (eb) stapt over naar een ander onderwerp. Het komt regelmatig voor dat de stukken pas donderdag worden ontvangen, dus vlak voor het moment waarop de steunfractie vergadert. Dat is een heel slechte zaak. Deze situatie moet worden verbeterd.
De voorzitter
belooft zijn best te zullen doen.

¡
De heer Tesselaar (eb) vestigt de aandacht op het feit dat ongeveer een halfjaar geleden het matrozenkerkhof bij de hertenkamp met een hek is afgezet. Gaat daar binnenkort nog iets gebeuren of wordt de zaak naar de volgende zittingsperiode doorgeschoven?
Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) belicht dat de provinciale archeologische dienst zich over de opgegraven stoffelijke resten heeft ontfermd. Inmiddels zijn ook foto's gemaakt. Er wordt nog bekeken of nader onderzoek dient plaats te vinden. Mocht dat niet zo zijn, dan kan binnenkort zand over de locatie worden gestrooid.

¡
De heer Tesselaar (eb) toont zich bezorgd over het `wegvluchten' van talentvol middenkader bij de gemeente. Is dat een landelijk verschijnsel?

Wethouder Knukkel
(vl/gl) weet dat meerdere gemeenten met dat fenomeen worstelen. Doorstroming van ambtenaren is op zich geen slechte ontwikkeling, integendeel, mits sprake is van een zeker evenwicht tussen vertrekkend en intredend personeel. In de commissie zal worden aangetoond dat het soms heel moeilijk is opengevallen plaatsen weer te bezetten.
¡
De heer Jans (eb) verheelt niet nieuwsgierig te zijn naar de restauratie en toekomstige exploitatie van de Westerkerk.
De voorzitter
onthult dat het college morgen zal spreken over de nog benodigde subsidiegelden, een bijdrage in de exploitatie en alles wat daarmee annex is. In de komende commissievergadering zal terzake een voorstel aan de orde komen en door de heer Vlaar, voorzitter van de beoogde stichting, worden toegelicht.

¡
De heer De Geus (rpf/sgp) onderschrijft datgene wat de heer Hart over de bezorging van de stukken heeft gezegd. Ook de fractie van de rpf/sgp heeft grote problemen met het feit dat niet de data worden aangehouden die indertijd zijn afgesproken. De fractieleden kunnen de stukken vaak niet doorlezen, omdat die pas op donderdagmiddag op de mat ploffen.

De voorzitter
herhaalt dat dit punt echt de aandacht heeft.

¡
De heer Boland (d66) refereert aan een voorlichtingsbijeenkomst over het maatschappelijke werk dat mogelijk door De Omring zal worden verzorgd. Tijdens die gelegenheid is meegedeeld dat de deelnemende gemeenten deze maand een besluit moeten nemen om op 1 april te kunnen starten. Dit onderwerp staat echter niet op de agenda voor vanavond.
Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) verklaart dat enige tijd geleden aan de betrokken colleges van burgemeester en wethouders is gevraagd de intentie uit te spreken van de diensten van De Omring gebruik te zullen maken. Het college van Enkhuizen reageerde positief, maar wist niet dat de raad voor 1 april een officieel besluit zou moeten nemen. Overigens zal de raad niet eerder kunnen besluiten dan wanneer bekend is hoe de opheffing van de relatie met het amw gestalte zal krijgen. Het is immers niet de bedoeling twee relaties te hebben.

De heer Boland
(d66): Dan zal het raadsbesluit pas worden genomen, nadat de samenwerking met De Omring al van start is gegaan.
Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Ja.

De heer Boland
(d66): Kan deze zaak in de commissie worden toegelicht?
De voorzitter
: Ja en vooraf zal ambtelijk worden nagegaan of inderdaad voor 1 april een raadsbesluit nodig is.

De heer Hart
(eb): Misschien kan dit punt in de mogelijk te houden extra raadsvergadering worden meegenomen.

De voorzitter
: Dank u wel.

¡
De heer Van Doornik (cda) las berichten over plannen voor het recreatieoord. In dat verband werden bedragen tussen f 5 en f 20 miljoen opgevoerd! Wanneer kan de raad die plannen inzien?
Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) verontschuldigt zich voor het feit dat zij niet alle data precies in het hoofd heeft. Zij meent te weten dat deze aangelegenheid voor het op 3 april te houden overleg van de portefeuillehouders van ruimtelijke ordening is geagendeerd. In de daaropvolgende commissievergadering zal zowel het plan van het sow als dat van de gemeente ter tafel komen. Momenteel wordt getracht uit beide plannen de grootste gemene deler te distilleren.

¡
De heer Wiersma (cda) stelt de vraag of inzake de verkoop van De Witte Duif vooruitgang is geboekt.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) kan slechts melden dat regelmatig met de vertegenwoordiger van Generali overleg wordt gevoerd.

¡
Mevrouw Dangermond-Hilderink (vvd) vestigt de aandacht op het sow-rapport over de koopkracht in Enkhuizen. Is dat reeds aan de gemeente aangeboden?

De voorzitter
zet uiteen dat in de krant al aandacht aan een deelrapport is besteed. De begeleidingsgroep moet nog een advies bij het definitieve stuk schrijven, waarna één en ander via de ambtelijke medewerk(st)ers bij het college en de raad op tafel zal komen, waarschijnlijk vóór de zomer.

20. Sluiting.

De voorzitter
sluit de vergadering en wenst allen wel thuis toe (21.59 uur).
Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad

der gemeente Enkhuizen op maandag 6 maart 2000.

De secretaris, De voorzitter,

(J.J.J. van Huffelen) (drs. S.P.M. de Vreeze)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie