Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg gewasbescherming en middelen

Datum nieuwsfeit: 07-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


21677000.058 vao inzake gewasbescherming en onmisbare gewasbescherming smiddelen

Gemaakt: 15-3-2000 tijd: 13:36


21677 meerjarenplan gewasbescherming


26800 XIV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (XIV) voor het jaar 2000

nr. 58 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 7 maart 2000

De vaste commissies voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij<1> en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer<2> hebben op 24 februari 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Faber van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en minister Pronk van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over:


- de brief van de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 15 februari 2000 inzake de motie-Geluk (26800-XIV, nr.
44);


- de brief van de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 24 februari 2000 inzake de tijdelijke voorziening landbouwkundig onmisbare gewasbeschermingsmiddelen (21677, nr. 52).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Geluk (VVD) betoonde zich buitengewoon ontevreden over de bijzonder trage besluitvorming. Bedacht moet worden dat het seizoen doorgaat: de boeren kunnen niet wachten tot de besluitvorming in Den Haag wordt gerealiseerd. Al op 15 september 1999 werd naast de kanalisatiestoffen ook gesproken over de tweede lijst. Toen al werd gewezen op het belang van het vinden van een snelle oplossing daarvoor. Een van de belangrijkste conclusies van de commissie-Van der Vlist was om stoffen die expireren te behouden voor de teelt, welke conclusie is verwoord in de door de Kamer aangenomen motie-Geluk op stuk nr. 44. Er is echter nog geen enkele beweging gekomen op de departementen, die er blijk van geven met de rug naar de landbouwsector te staan. Dit heeft vooral consequenties voor de teelt van uien, en voor de werkgelegenheid. Ook de toelating van de zeven kanalisatiestoffen wordt nog steeds niet gerealiseerd. Wanneer denken de bewindslieden klaar te zijn met de regelgeving op dit punt? De heer Geluk vroeg de bewindslieden de in een eerder overleg gedane toezeggingen na te komen.

De heer Geluk constateerde dat de uitvoering van zijn motie hapert. Hij vroeg de bewindslieden binnen één week alle gewasbeschermingsmiddelen die zijn geëxpireerd vanaf 11 mei 1999 of nog zullen expireren wederom toe te laten en/of de toepassing te verlengen tot een halfjaar na inwerkingtreding van de wettelijke regeling omtrent de landbouwkundige onmisbaarheid. De heer Geluk gaf aan dat, als dit niet wordt toegezegd, zijn fractie sterk overweegt een motie met dezelfde strekking te zullen indienen. Hiermee wordt via een wat meer generieke maatregel tegemoetgekomen aan de uitdrukkelijke wens van de Kamer dat geen teelten mogen verdwijnen, en wordt toegewerkt naar meer harmonisatie binnen Europa. De tijd van een halfjaar na inwerkingtreding van de onmisbaarheidsregeling achtte de heer Geluk nodig, omdat beoordeling van stoffen enige tijd zal vergen en omdat voorkomen moet worden voor elke stof een apart algemeen overleg te beleggen. Hij zag niet in waarom dit onmogelijk zou zijn. Twee commissies hebben, onderstreepte de heer Geluk, duidelijk gemaakt dat de bestrijdingsmiddelenwetgeving door de ad-hocbenadering onwerkbaar is geworden. De hele wetgeving moet daarom kritisch worden beschouwd.

Het verbaasde de heer Geluk in hoge mate dat mevinfos wordt geschrapt van de lijst. Immers, reeds op 5 maart was bij de ministeries bekend dat deze stof zou worden teruggetrokken. De uitspraak van de staatssecretaris in dit verband, dat elke dag heroverwegingen worden gemaakt, vond de heer Geluk veelzeggend. Waarom komt het ministerie zelf niet met vervangers?

De heer Feenstra (PvdA) onderstreepte dat zo snel mogelijk moet worden geprobeerd op dit punt duidelijkheid te verkrijgen. Allereerst moet dat gebeuren met een duidelijk Europees geharmoniseerd beleid. Het faseverschil tussen nationaal en Europees beleid veroorzaakt veel problemen. Hij koos er niet voor om Nederland langzamer te laten lopen, maar om Europa wat sneller te laten lopen. Hoe kan dat worden bereikt?

De heer Feenstra gaf aan dat het gaat om drie factoren: vraag, aanbod en beleid. De vraag is buitengewoon divers: naar veel doelmatige middelen voor vele teelten, ziekten en plagen. Maar daarover gaat de politiek niet. Het aanbod is dynamisch, maar daarover gaan de fabrikanten. De politiek gaat wel over het beleid, met name over de criteria. Voor de heer Feenstra was het buitengewoon helder dat voor alle nieuwe middelen moet gelden dat zij aan alle criteria voldoen, ook ten opzichte van de zich ontwikkelende Europese markt. Voor de oude middelen, die nog niet aan alle criteria voldoen en waarvoor vooralsnog geen alternatief beschikbaar is, geldt dat er een landbouwkundige onmisbaarheidsregeling komt. De praktijk moet zich daaraan niet rijk rekenen. De besluitvorming bij het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (CTB) mag daarvoor wel wat meer voortvarend worden vormgegeven.

De heer Feenstra vond dat als het gaat om de oude middelen die nog niet aan alle criteria voldoen maar ook landbouwkundig onmisbaar zijn, die discussie eens ophoudt, waarmee hij zich aansloot bij wat de staatssecretaris daarover op 30 november 1999 heeft gezegd. Iedere keer moet worden gezocht naar een goede balans tussen milieu en economie. Dit kan voor de sector pijnlijk uitpakken. Maar het aankondigen van de sanering in 1993 en 1995 had moeten betekenen dat de fabrikanten en het CTB tijdig met innovaties hadden moeten komen. Voor een wetswijziging geldt dat die zorgvuldig moet zijn, zij het dat die wel zo snel mogelijk moet komen. De heer Feenstra waardeerde de toegezegde tussentijdse overbruggingsregeling, in afwachting van een wetswijziging. Waarom is gekozen voor de drie in de brief van de minister genoemde licht milieubezwaarlijke stoffen? Wat is de afwijking? Zijn we er dan?

Volgens de heer Feenstra zou pas echte duidelijkheid ontstaan als zo snel mogelijk kan worden beschikt over een nieuw Meerjarenprogramma gewasbescherming. Hij verwachtte daarin een beleidsomslag van een kwantitatief naar een kwalitatief beleid, waarin de voorlopers worden gestimuleerd en waarin echte innovatie wordt gestimuleerd. Hij sprak tegen, hiermee de sector in de kou te laten staan.

De heer Van der Vlies (SGP) had zich wat gegeneerd afgevraagd hoe de zaken zo hebben kunnen lopen. Er zijn toch deskundigen op beide ministeries en in de sector? Hij daagde de bewindslieden uit te ontkennen dat pyramin en ramrod onmisbaar zijn voor de uienteelt en aan te geven welke stoffen equivalenten zijn. Maar als de deskundigen het daarbij laten afweten, moet de zaak dan over de rug van de telers worden uitgevochten? Hoe is uit te leggen dat die telers hier verboden bestrijdingsmiddelen in de ons omringende landen wel kunnen kopen? Er is duidelijk geen sprake van harmonisatie van Europees beleid op dit punt. Moet Nederland daarvan de dupe worden?

Mevrouw Van Ardenne-van der Hoeven (CDA) vond het erg jammer dat de harmonisatie van Europees beleid niet goed tot haar recht komt. Na de uitspraak van de rechter van vorig jaar is er nog helemaal niets geregeld. Er gebeurt in feite niets, omdat de bewindslieden met de rug naar de sector staan. Een belangrijke uitspraak is dat er geen teelten mogen verdwijnen, maar de aanpak is op zijn minst vreemd te noemen. Er had een regeling moeten zijn voor landbouwkundig onmisbare stoffen. Was destijds niet bekend dat mevinfos niet op de lijst thuishoort? Op basis waarvan heeft de staatssecretaris dat besluit genomen? De beslisboom, geadviseerd door de commissie-Ginjaar, is nog niet in wet- en regelgeving geïmplementeerd. Wat is er aan de hand met het CTB? Mevrouw Van Ardenne overwoog in een volgend overleg over deze onderwerpen moties in te dienen. Haar fractie was bijzonder teleurgesteld.

De heer Ter Veer (D66) illustreerde de impasse aan de hand van zeven trefwoorden. Hij noemde de commissie-Alders, het bezoek van de vaste commissie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, aan de Plantenziektekundige dienst, het gesprek van de vaste commissie met de voorzitter van het CUO over het MJP-G, het CTB, de wetgeving over de landbouwkundige onmisbaarheid en de EU-harmonisatie. Hij sloot zich aan bij het betoog van de heer Geluk.

Het antwoord van de regering

De staatssecretaris had het idee dat de memories van diverse Kamerleden kort en soms erg selectief zijn. Zij gaf daarom een schets van de gang van zaken tot nu toe. Er is geworsteld met een aantal stoffen die niet meer voldeden aan de eisen. Over deze kanalisatiestoffen is al jaren geleden de afspraak gemaakt dat zij in
2000 zouden verdwijnen. Daarbij is het leerstuk van de landbouwkundige onmisbaarheid op tafel gekomen. Hiervoor is de commissie-Ginjaar in het leven geroepen, die heeft geconstateerd dat het probleem erg ingewikkeld is. Zij stelde daartoe voor, een beslisboom op te zetten. Na uitvoerige bestudering van het rapport zijn de bewindslieden tot de conclusie gekomen dat uitstel van een jaar niet aanbevelenswaardig is. Er moest een kort lijstje komen van landbouwkundig onmisbare stoffen, zo mogelijk gesteund door de landbouwsector en de sector van natuur en milieu. Zo ja, dan zouden de bewindslieden dat lijstje voetstoots overnemen. Omdat uiteindelijk niet met een gezamenlijk voorstel is gekomen, voelden de bewindslieden zich niet gebonden aan de daarover gemaakte afspraken. Er is voor gekozen zo dicht mogelijk bij het advies van de commissie-Ginjaar te blijven. Omdat alle participanten daar hard aan hebben gewerkt, kon volgens de staatssecretaris niet worden beweerd dat er niets is gebeurd. Ogenblikkelijk is, via de ministerraad naar de Raad van State, een AMvB opgesteld, wat niet van de ene op de andere dag kan worden geregeld. Dit is uitgebreid besproken in eerdere overleggen. Zij vond het spijtig dat dit niet per
1 februari 2000 is gelukt, maar bedacht moet worden dat je afhankelijk bent van andere organisaties. Er wordt in ieder geval, benadrukte de staatssecretaris, volop aan gewerkt.

De staatssecretaris onderstreepte, in eerdere overleggen te hebben aangegeven dat de AMvB met terugwerkende kracht zal gaan werken. Daarmee is aangegeven dat de toepassingen gebruikt kunnen worden. Een complicerende factor is dat mevinfos niet voldoet aan de criteria die destijds met betrekking tot de landbouwkundige onmisbaarheid zijn afgesproken. Geheel conform de daarover gemaakte afspraken moet die stof alsnog van de lijst worden afgevoerd. De uitspraak over heroverwegingen die iedere dag worden gemaakt, werd gemaakt direct na een debat over de Vogelrichtlijn, waarin uitdrukkelijk werd gevraagd om heroverweging van een aantal zaken. De staatssecretaris garandeerde dat het aantal kanalisatiestoffen nu wel vaststaat. Zelf werken aan een vervanging van mevinfos leek haar geen "corebusiness" van de overheid.

Over de motie-Geluk merkte de staatssecretaris op, die motie destijds te hebben ontraden. Een van de argumenten was dat niet duidelijk is over welke stoffen het gaat. Die duidelijkheid is pas zeer recent gekomen. De staatssecretaris had hierover aan het CTB advies gevraagd. Het CTB noemde drie stoffen, die zijn aangegeven in de brief van de staatssecretaris. Aan de Plantenziektekundige dienst is gevraagd daarover advies uit te brengen met betrekking tot de onmisbaarheid. Na het verzenden van de brief aan de Kamer is opnieuw aan het CTB gevraagd of een en ander klopt. Het CTB noemde daarop nog een drietal stoffen: propachloor, chloridazon en een stof die niet meer door de toelatingshouder wordt verdedigd. Deze stoffen zouden dezelfde procedure moeten doorlopen: de Plantenziektekundige dienst moet aangeven welke toepassingen daarvan landbouwkundig gezien onmisbaar zijn. Deze week zal deze dienst daarover uitsluitsel geven. Als blijkt dat de onderzochte toepassingen landbouwkundig onmisbaar zijn -- in een voorlopige reactie van de dienst is al duidelijk gemaakt dat dat voor één van de stoffen geldt -- kunnen zij conform de geschetste werkwijze gebruikt worden. Pyramin is een middel op basis van de werkzame stof chloridazon. Het CTB heeft laten weten dat andere dan de vijf genoemde stoffen niet aan de orde zijn.

De staatssecretaris gaf aan dat de wetgeving op dit punt bij de Raad van State ligt. Het gaat om een wetswijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet, waarmee voortaan volgens de wet zaken kunnen worden getoetst. Zij verwachtte dat deze wet rond juli 2000 kan ingaan. Deze wet zou met terugwerkende kracht van toepassing kunnen worden. Als door de toelatinghouder wordt gevraagd een beroep te kunnen doen op de landbouwkundige onmisbaarheid, kan de stof blijven worden gebruikt totdat de toets heeft plaatsgevonden. Er wordt hard gewerkt aan Europese harmonisatie. Maar als Europa stelt dat iets in
2007 kan ingaan en Nederland vindt dat dat in 2003 moet gebeuren, is dat niet de verantwoordelijkheid van Nederland. Ook al zijn de zaken straks Europees geharmoniseerd, toch zal nationale regelgeving nodig blijven. De staatssecretaris vond de motie-Geluk hiermee te hebben uitgevoerd.

De minister stelde vast dat er volledige zekerheid is over de kanalisatiestoffen. Aan het begin van de jaren negentig was bekend dat een en ander per 2000 zou aflopen. Totdat er bezwaren tegen de beslissing van de kant van het CTB werden ingebracht, bezwaren die door een deel van de Kamer zijn onderschreven. Toen is aan de minister van VROM gevraagd de hand over het hart te strijken. De minister gaf aan dat, als hij volledige zekerheid had willen laten prevaleren, hij niet met de hand over het hart had gestreken. Hij ging echter niet met de rug naar de sector staan, wat hij op twee manieren bewees. In de eerste plaats werd overleg geopend met de sector, om te bekijken in hoeverre er misschien een extra overgang zou kunnen worden gecreëerd. Verder bleek dat uit het overnemen van de gedachte dat stoffen voortaan kunnen worden beoordeeld, ook door het CTB, op basis van het criterium van de landbouwkundige onmisbaarheid. De minister benadrukte, op grond van deze handelwijze niet meer te willen horen dat de minister van VROM met de rug naar de sector staat. Zijn handelwijze moest hij verdedigen tegen onder andere de milieubeweging. Hij had begrepen dat over de uitkomst van een en ander de landbouwsector meer tevreden was dan de milieusector en de Vewin.

De minister benadrukte dat de wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet tijd vergt. Te verwachten is dat binnen enkele weken het advies van de Raad van State zal worden uitgebracht, waarna het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk zal worden ingediend bij de Tweede Kamer. Daarna kwam een nieuw vraagstuk aan de orde, namelijk dat van de andere stoffen dan de kanalisatiestoffen. Hierover is een motie ingediend, die mede namens de minister door staatssecretaris Faber werd ontraden. Beide bewindslieden hebben besloten de motie uit te voeren. Vanuit landbouwoverwegingen werd dus gekozen voor een overgangsperiode. De minister vond dat de motie-Geluk wordt uitgevoerd. Het gaat om een aantal stoffen die geleidelijk aan worden aangemeld, die beoordeeld worden aan de hand van de desbetreffende criteria. Hij was het er niet mee eens dat de overheid maar moet bewijzen dat de sector ongelijk heeft. De overheid stelt aan de hand van op papier staande criteria vast of iets daarmee in overeenstemming is. Binnenkort zal de algemene maatregel van bestuur in verband met de wijziging van het Besluit milieutoelatingseisen -- die zeer recent van de Raad van State is teruggekomen -- worden vastgesteld. Tegelijkertijd wordt een ministeriële regeling vastgesteld en aangekondigd. Dit zal begin maart worden begeleid met een mailing, waarmee duidelijk wordt voor de sector wat wel en niet kan. Dat kan gebeuren met terugwerkende kracht, wat betekent dat is gedoogd. De minister onderstreepte dat stoffen die niet mogen worden toegepast, uit de markt worden gehaald. Zeven jaar van tevoren is aangekondigd dat dat zou gebeuren, waardoor de industrie in staat is in de overgangsperiode met andere stoffen op de markt te komen.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Ter Veer

De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Reitsma

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Van Overbeeke


1 Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Swildens-Rozendaal (PvdA), Ter Veer (D66), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Feenstra (PvdA), M.B. Vos (GroenLinks), Stellingwerf (RPF), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Oplaat (VVD), Hermann (GroenLinks), Geluk (VVD), Waalkens (PvdA), Udo (VVD), Schoenmakers (PvdA), Herrebrugh (PvdA), Atsma (CDA), Snijder-Hazelhoff (VVD)

Plv. leden: Van Vliet (D66), Van Zuijlen (PvdA), Ravestein (D66), Zijlstra (PvdA), Albayrak (PvdA), Van der Steenhoven (GroenLinks), Van Middelkoop (GPV), Kant (SP), Bos (PvdA), Mosterd (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Verbugt (VVD), Cornielje (VVD), Buijs (CDA), Rietkerk (CDA), Reitsma (CDA), Patijn (VVD), Karimi (GroenLinks), Kamp (VVD), Belinfante (PvdA), O.P.G. Vos (VVD), Dijksma (PvdA), De Boer (PvdA), Van Wijmen (CDA), Te Veldhuis (VVD)


2 Samenstelling:

Leden: Reitsma (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Van Middelkoop (GPV), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Crone (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Eisses-Timmerman (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Luchtenveld (VVD), Van Wijmen (CDA), Van der Steenhoven (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Ravestein (D66), Oplaat (VVD), Kortram (PvdA), Van der Knaap (CDA), Van Gent (GroenLinks), Waalkens (PvdA), Udo (VVD), Schoenmakers (PvdA)

Plv. leden: Leers (CDA), Dijksma (PvdA), Stellingwerf (RPF), Valk (PvdA), Essers (VVD), De Wit (SP), Van Heemst (PvdA), De Boer (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Van Beek (VVD), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Blok (VVD), Biesheuvel (CDA), M.B. Vos (GroenLinks), Van 't Riet (D66), Giskes (D66), Niederer (VVD), Bos (PvdA), Van den Akker (CDA), Halsema (GroenLinks), Hindriks (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Spoelman (PvdA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie