Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord VWS op vragen zedelijkheidseis beheerder coffeeshop

Datum nieuwsfeit: 08-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.770 zedelijkheidseisen voor beheerders en bedrijfsleiders van coffeeshops

Gemaakt: 14-3-2000 tijd: 16:54


2

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Den Haag, 8 maart 2000

Onderwerp

Kamervragen

Hierbij zend ik u, mede namens mijn ambtgenoten van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie, de antwoorden op de vragen, gesteld door het lid van uw Kamer Nicolaï (VVD) over zedelijkheidseisen voor beheerders en bedrijfsleiders van coffeeshops (2990006040).

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Antwoorden op kamervragen van Nicolaï over zedelijkheidseisen voor beheerders en bedrijfsleiders van coffeeshops.

(2990006040)


1

Welke mogelijkheden bezit een burgemeester om coffeeshops te sluiten op grond van het crimineel verleden van de beheerders en bedrijfsleiders van coffeeshops? Kan naast het stellen van de eis van een verklaring omtrent het gedrag, ook de eis van een verklaring van »onbesproken gedrag» worden gesteld waar het gaat om beheerders en bedrijfsleiders van coffeeshops?


2.

Welke eisen omtrent kwaliteiten en achtergronden, afgezien van de AHOJG-criteria, kunnen krachtens lokale droge horecaverordeningen worden gesteld aan beheerders en bedrijfsleiders van coffeeshops?


5.

Tussen welke uitersten bewegen de eisen omtrent kwaliteiten en achtergronden van beheerders en bedrijfsleiders van coffeeshops zoals die lokaal worden gesteld?


1, 2 en 5.

Het lokaal bestuur kan het overleggen van een verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (WJD), als voorwaarde hanteren voor het verlenen van een vergunning om een coffeeshop te exploiteren. Deze vergunningsplicht vloeit voort uit de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening. De WJD kent niet de term «onbesproken» gedrag. De verklaring wordt afgegeven als, gelet op het doel waarvoor de verklaring wordt gevraagd, geen bezwaren bestaan tegen de persoon van de aanvrager. Na de vergunningverlening gepleegde strafbare feiten kunnen leiden tot sluiting van de coffeeshop indien daartoe in de regelgeving betreffende de exploitatie van de coffeeshop is voorzien. Behalve het vragen van een verklaring omtrent het gedrag, zoals al is aangegeven, kunnen bijvoorbeeld eisen worden gesteld omtrent de minimale leeftijd van beheerders en bedrijfsleiders van coffeeshops. Ook kan gedacht worden aan eisen m.b.t. de opleiding. Het voldoen aan deze eisen kan voorwaarde zijn voor de verlening van de horeca-exploitatievergunning.

De gemeente Amsterdam heeft bijvoorbeeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bepaald dat de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk kan weigeren als naar zijn oordeel de woon- of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het (droge-) horecabedrijf. De burgemeester kan bij die beoordeling onder meer rekening houden met het levensgedrag van de houder van de inrichting. De gemeente Rotterdam kent een vergelijkbare regeling, waarbij rekening wordt gehouden met de «antecedenten» van de houder van de inrichting. Voorts kan in Rotterdam een
horeca-exploitatievergunning worden geweigerd indien aannemelijk is dat de houder van de inrichting betrokken is, of hem enige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting.
Amsterdam kent een soortgelijke bepaling die betrekking heeft op de mogelijkheid om de vergunning in te kunnen trekken of te kunnen wijzigen. Voorts kan de burgemeester van Amsterdam overgaan tot intrekking of wijziging van de vergunning indien naar zijn oordeel onder meer het levensgedrag van de houder van de inrichting een gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Tevens kan hij overgaan tot intrekking of wijziging van de vergunning als aannemelijk is dat de houder of beheerder betrokken is of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij verboden activiteiten, zoals het in strijd met de Wet op de kansspelen gelegenheid geven tot het spelen van kansspelen, drugsdelicten, heling en discriminatie.

Ook in andere gemeenten worden dergelijke voorwaarden verbonden aan het houden van een coffeeshop.

Artikel 15 van de Wet op de Politieregisters biedt de burgemeester de mogelijkheid om in het kader van de handhaving van de openbare orde te beschikken over gegevens uit de politieregisters. Deze informatie kan de burgemeester betrekken in zijn beoordeling al dan niet over te gaan tot weigering, wijziging of intrekking van de genoemde vergunning. In alle gevallen is de beoordeling van de gegevens overgelaten aan de burgemeester.


3.

Zijn Drank- en Horecawetvoorzieningen en het Besluit eisen zedelijk gedrag onverkort analoog toepasbaar bij lokale droge horecaverordeningen? Zo neen, welke bepalingen hieruit zijn niet analoog toepasbaar en wat staat hieraan in de weg?


3.

Nee. In het Besluit inlichtingen justitiële documentatie krachtens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaring omtrent het gedrag, staat limitatief aangegeven op grond van welke wetten de gevraagde informatie kan worden verstrekt. Lokale verordeningen worden hierin niet genoemd.


4.

Is bij de algehele herziening van de Drank- en Horecawet de mogelijkheid om analoog aan Drank- en Horecawetverordeningen en het Besluit eisen zedelijk gedrag, zedelijkheidseisen te stellen aan beheerders en bedrijfsleiders van coffeeshops vergroot? Zo neen, hoe verhoudt dit zich tot de aankondiging met zoveel woorden in de drugnota van 15 september 1995?


6.

Welke maatregelen overweegt u om de mogelijkheid tot het stellen van zedelijkheidseisen bij coffeeshops te vergroten? Is een kaderwet zedelijkheidseisen gewenst?


4 en 6

Enige tijd na het verschijnen van de Drugnota is het project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit Openbare Inrichtingen gestart. In dit project wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om de lokale uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de uiteenlopende regelgeving ten aanzien van verschillende categorieën openbare inrichtingen te verbeteren. Het punt van de kwaliteitseisen die gemeenten kunnen stellen aan droge horeca is hierin tevens opgenomen. De opportuniteit van een eventuele Kaderwet op de Openbare Inrichtingen wordt daarbij in de beschouwing betrokken.

In afwachting van de uitkomsten van dit project is besloten de aanpak van de genoemde problematiek niet in de nu lopende herziening van de Drank- en Horecawet mee te nemen. Op grond van het wetsvoorstel Bevordering Integriteitsbeoordeling door het Openbaar Bestuur (Bibob) kan in een AMvB worden bepaald dat het gemeentebestuur bij het verlenen van een exploitatievergunning voor een coffeeshop en de intrekking ervan, advies in kan winnen over mogelijke criminele antecedenten van de vergunningaanvrager.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie