Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Ministerraad: Kabinetsvoornemens arbeidsdeelname ouderen

Datum nieuwsfeit: 10-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

RVD/DV

MINISTERRAAD: Kabinetsvoornemens arbeidsdeelname ouderen......

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Persbericht Ministerraad
10 maart 2000

KABINETSVOORNEMENS OM DE ARBEIDSDEELNAME VAN OUDEREN TE VERGROTEN

Het kabinet wil met een aantal maatregelen de arbeidsdeelname van oudere werknemers vergroten. Voor werkgevers wordt het met een korting op de afdracht loonbelasting en premies volksverzekeringen, financieel aantrekkelijk gemaakt werklozen van 50 jaar en ouder in dienst te nemen. Daarnaast laat het kabinet de kansen van oudere werknemers op de arbeidsmarkt onderzoeken. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek overweegt het kabinet voor 57,5-jarigen en ouder vanaf medio 2002 niet langer vrijstelling van de sollicitatieplicht te geven als zij werkloos worden. Voor mensen van 57,5 jaar en ouder die nu werkloos zijn en ontheffing van de sollicitatieplicht hebben, heeft dit voornemen geen gevolgen.

Ook de bestaande belemmeringen . in pensioenen en regelingen voor vervroegde uittreding - om langer door te werken worden weggenomen. Oudere werknemers die in de laatste jaren van hun carrière een stapje terugdoen zullen daarvan in de hoogte van hun pensioen geen negatieve financiële gevolgen meer ondervinden. Het kabinet wil verder stimuleren dat VUT-regelingen sneller worden omgezet in prepensioen- en flexibele pensioenregelingen. De huidige fiscale ondersteuning van de VUT wordt geleidelijk afgeschaft.

Deze en andere maatregelen worden voorgesteld in de nota .Bevordering arbeidsdeelname ouderen. van minister De Vries en staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De nota, mede gebaseerd op een advies van de Sociaal-Economische Raad, heeft de instemming van de ministerraad en zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Op dit moment werkt van de bevolking tussen de 55 en 65 jaar nog slechts één op de drie mensen. Daardoor wordt onvoldoende gebruik gemaakt van de kennis en ervaring van oudere werknemers. Met het oog op de toekomst is verhoging van de arbeidsdeelname van ouderen dringend noodzakelijk. Onderzoek heeft uitgewezen dat in 2030 het aantal oudere werknemers ongeveer verdubbeld zal moeten zijn om voldoende draagvlak voor het stelsel van sociale zekerheid te kunnen behouden en om een blijvende economische groei te kunnen garanderen. De groei is bovendien nodig om de oplopende kosten in de zorg te kunnen blijven financieren.
De arbeidsdeelname van ouderen kan niet van de een op de andere dag worden vergroot. Het kabinet wil dat over een reeks van jaren de arbeidsdeelname van 55-65-jarigen met jaarlijks driekwart procentpunt toeneemt. De inspanningen zullen zich vooral richten op toekomstige ouderen, de huidige 40-55-jarigen.

Het kabinet vindt het van belang dat bevordering van de arbeidsdeelname van ouderen een vast agendapunt wordt op het voor- en najaarsoverleg met sociale partners. Voor oudere werknemers moet het mogelijk en aantrekkelijk(er) worden gemaakt om langer te blijven werken. Leeftijdsbewust personeelsbeleid, investeren in het op peil houden van kennis en vaardigheden en het voeren van een goed arbeidsomstandighedenbeleid zijn als onderdelen van sociaal beleid in ondernemingen belangrijke voorwaarden voor de beperking van uitstroom van oudere werknemers. Hier ligt volgens het kabinet een zware verantwoordelijkheid voor sociale partners. Werknemers zullen zich bovendien moeten instellen op een langduriger loopbaan en een geleidelijke afbouw van bestaande uittredingsregelingen.

Het kabinet wil het voor werkgevers financieel aantrekkelijk maken oudere werklozen in dienst te nemen. De Regeling afdrachtvermindering langdurig werklozen geeft werkgevers een korting op de afdracht van loonbelasting en premies voor de volksverzekeringen voor elke langdurige werkloze die ze aannemen. In de nota wordt voorgesteld om voor ouderen vanaf 50 jaar de eis van een minimale werkloosheidsduur van 6 tot 12 maanden te laten vervallen en het salarisniveau waarvoor deze regeling geldt te verhogen van 130% naar 150% van het minimumloon. Werkgevers die een werkzoekende van 50 jaar of ouder aannemen tegen een loon tot 150% van het minimumloon, ontvangen dan gedurende maximaal vier jaar een jaarlijkse korting op de premies en loonbelasting van 4880 gulden.

Op het gebied van pensioenen en VUT wil het kabinet dat de regelingen voor vervroegde uittreding sneller worden omgezet in prepensioen- en flexibele pensioenregelingen. Zo blijft vervroegd uittreden mogelijk, maar wordt het prijskaartje rechtstreeks bij de gebruiker gelegd. In een vergrijzende samenleving kunnen volgens het kabinet de kosten van vervroegde uittreding niet langer onbeperkt op jongere generaties worden afgewenteld. Het kabinet wil de fiscale ondersteuning van VUT-regelingen op termijn afschaffen, te beginnen met nieuwe VUT-regelingen per 1 juli 2002. Bestaande VUT-regelingen worden vanaf 2009 alleen nog fiscaal ondersteund als het om overgangsregelingen gaat. Die overgangsregelingen zouden tot uiterlijk 2020 ondersteund kunnen worden. Een definitieve beslissing zal na de evaluatie van het pensioenconvenant met sociale partners volgend jaar worden genomen. Ook vraagt het kabinet sociale partners te kijken naar de huidige premievrije voortzetting van pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid. Arbeidsongeschikten die geheel of gedeeltelijk weer gaan werken kunnen er door deze regeling in pensioenopbouw op achteruit gaan. Het kabinet heeft de Stichting van de Arbeid opgeroepen binnen drie jaar met een oplossing voor dit probleem te komen. Mocht deze oproep onvoldoende effect hebben, dan wil het kabinet een wettelijke maatregel treffen.

Daar waar werknemers een stap terug willen doen in hun loopbaan, is het gewenst dat de pensioenrechten over de verstreken periode niet verloren gaan. Voorgesteld wordt om in pensioenregelingen voor de individuele werknemer een wettelijk recht op een .knipbepaling. in te voeren. Voor de bepaling van de hoogte van een pensioen geldt in de meeste regelingen het laatstverdiende loon. Door een knip aan te brengen blijft de hoogte van het loon dat men eerder verdiende ook bij korter werken of het aanvaarden van een lagerbetaalde functie, medebepalend voor de hoogte van het uiteindelijke pensioen.

RVD, 10.03.2000

10 mrt 00 16:05

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie