Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over WGO Regels transport en levering van gas

Datum nieuwsfeit: 13-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : WGO Regels omtrent het transport en de levering van gas (130300)

Archief Schriftelijke Vragen Archief Schriftelijke Vragen

WGO Regels omtrent het transport en de levering van gas (130300)

Den Haag, 13 maart 2000

Voorzitter.
Transport en levering van gas wordt geliberaliseerd in de nieuwe gaswet. Meer concurrentie en meer marktwerking moeten tot lagere prijzen en tot een betere dienstverlening voor de eindverbruikers leiden. De rol van de overheid wijzigt zich van speler naar regisseur. Evenals bij de elektriciteitswet is de CDA-fractie een voorstander van liberalisering. Echter dat gezegd hebbende geldt voor mijn fractie hetzelfde uitgangspunt als bij de elektriciteitswet namelijk dat de overheid een belangrijke nutsfunctie blijft houden ook in een geliberaliseerde en geprivatiseerde markt. De overheid moet te allen tijde een betrouwbare en leveringszekere gasvoorziening kunnen waarborgen aan alle burgers en bedrijven tegen een redelijke prijs en onder milieu-hygiënische omstandigheden geproduceerd. Voor mijn fractie staat de burger centraal.

Is e.e.a. goed geregeld in de nu voorliggende nieuwe gaswet? Leidt
e.e.a. tot lagere prijzen? Nee, zegt de minister zelf want eventuele lagere prijzen worden door energieheffingen tenietgedaan. Ook de MDW op de benzinemarkt heeft niet geleid tot lagere prijzen. Hetzelfde geld voor de MDW v.w.b. de notaristarieven. Een betere service dan? Voorzitter, ik zou echt niet weten wat ik als particuliere gasverbruiker aan betere service zou willen wensen afgezien van een lagere prijs. Ik heb altijd gas. De leveringszekerheid is voor mij 100%. Het functioneert perfect. Ook bij de gaswet moet voorkomen worden dat liberalisering een doel op zich wordt. Mijn fractie heeft de gaswet tegen die achtergrond beoordeeld en komt op grond daarvan tot een aantal amendementen.

De amendementen hebben tot doel de kleinverbruikers te beschermen opdat zij niet de dupe worden van de liberalisering en het gelag moeten betalen ten gunste van de grootverbruikers. Verder vindt mijn fractie het niet verstandig nu een versnelde liberalisering per wet vast te leggen voor de middengroep en kleinverbruikers en vervolgens kan het niet zo zijn dat door de liberalisering Warmte Kracht Koppeling (WKK) om zeep wordt geholpen en zeer nadelig uitwerkt voor met name de glastuinbouw. Ook daarover komen we zo meteen in meer detail te spreken, evenals over het inrichten van een goed toezicht á la de elektriciteitswet, het opzetten van een calamiteitenplan door de netbeheerder, en een goede regeling m.b.t. de toegang tot de gasnetten teneinde een goed level-playing field te creëren.

Amendement 1
Hoofdstuk 1. Par. 1.1 Artikel 1 lid 1, onderdeel e
Het begrip gastransportnet als opgenomen in art. 1 maakt niet duidelijk of onder leidingen of installaties ook hulpmiddelen zijn inbegrepen. Met het ingediende amendement wordt deze lacune aangevuld.

Amendement 2
Hoofdstuk 1. Par. 1.1. Artikel 1 lid 1, nieuw onderdeel o
In de Gaswet wordt regelmatig gesproken over afnemer. In tegenstelling tot de elektriciteitswet is dit begrip niet gedefinieerd. Teneinde elk misverstand te voorkomen wordt bij amendement een definitie van het begrip afnemer opgenomen.

Amendement 3
Hoofdstuk 2. Par. 2.2. Artikel 4 lid 1, 2 en 3
Hoofdstuk 2. Par. 2.2. Artikel 4a (nieuw lid)
Hoofdstuk 5. Par. 5.5. Artikel 35. Artikel 3 lid 3 (nieuw lid)
De Ontwerp-gaswet kent een systeem onderhandelde toegang tot Gaswet. Geschillen tussen gasbedrijven en netgebruikers moeten volgens dit voorstel worden beslecht op basis van de mededingingswet en met inachtneming van de bijzondere bepaling in de Gaswet. Eventuele geschillen moeten worden voorgelegd aan de Directeur-generaal van de NMA. Een dergelijke procedure, gebaseerd op de mededingingswetgeving is erg arbeidsintensief en kost veel tijd. De minister heeft dit probleem onderkend en, op basis van het VEMW-voorstel besloten tot invoering van een voorlopige voorziening op te leggen door de Directeur-generaal. Deze voorlopige voorziening kan inhouden het opleggen van een voorlopig tarief respectievelijk voorwaarde, waaronder het transport van gas dient plaats te vinden.

De minister geeft geen regelingen m.b.t. de inhoud van een door de Directeur-generaal van de NMA op te leggen voorlopige voorziening (inhoud concrete voorwaarde en/of tarief). Volgens de minister dient de DG de inhoud van een voorlopige voorziening te baseren op de eenzijdig door de gasbedrijven opgestelde indicatieve tarieven en voorwaarden. Deze indicatieve tarieven en voorwaarden lijken evenwel in de praktijk onbruikbaar of althans moeilijk te hanteren. Een geschil tussen een gasbedrijf en een netgebruiker zal immers betrekking hebben op de juistheid van de eenzijdig door het desbetreffende gasbedrijf vastgestelde tarieven en voorwaarden. Netgebruikers zijn immers niet bij de totstandkoming van deze indicatieve tarieven en voorwaarden betrokken geweest. De DG van de NMA heeft de desbetreffende voorwaarden en tarieven niet getoetst aan de mededingingswetgeving.
Om te komen tot een bruikbaar referentiekader van de DG waarop een voorlopige voorziening kan worden gebaseerd wordt voorgesteld de in het VEMW-voorstel opgenomen procedure, gericht op het vaststellen door de DG van (indicatieve) tarieven en voorwaarden, te volgen. Deze procedure houdt kort gezegd in dat een gastransportbedrijf een voorstel bevattende tarieven en voorwaarden die het wenst te hanteren ontwikkelt. Over dit voorstel dient het gastransportbedrijf overleg te voeren met vertegenwoordigers van netgebruikers. Vervolgens moet dit voorstel worden voorgelegd aan de DG van de NMA, die deze voorwaarden en tarieven zal toetsen aan de mededingingswetgeving. De DG stelt vervolgens op basis van het voorstel van het gastransportbedrijf de indicatieve tarieven en voorwaarden vast. Het gasbedrijf is bevoegd van de bedoelde indicatieve tarieven en voorwaarden af te wijken tijdens onderhandelingen met netgebruikers. In geval van een geschil is het evenwel aan het gasbedrijf of de netgebruiker, afhankelijk van de persoon die een afwijking van de indicatieve tarieven en voorwaarden voorstelt, om aan te tonen dat afwijking van de door de DG vastgestelde tarieven en voorwaarden op goede gronden berust en dus gerechtvaardigd is. Slaagt het gasbedrijf of de netgebruiker hierin niet, dan zal de DG een besluit tot het opleggen van een voorlopige voorziening baseren op de door hem eerder vastgestelde indicatieve tarieven en voorwaarden. Indien een afwijking van deze tarieven lijkt te zijn gerechtvaardigd zal de DG dit afwijkende tarief dan wel voorwaarde als voorlopige voorziening opleggen. De voorlopige voorziening blijft in stand totdat het geschil door de DG op basis van de gebruikelijke procedures (klacht, bezwaarschrift) is beslecht.
Tegen het besluit tot het opleggen van een voorlopige voorziening staat geen mogelijkheid tot het indienen van het verzoek tot voorlopige voorziening bij de president van de
arrondissementsrechtbank open. De reden hiervoor is dat de President van de rechtbank in een dergelijke procedure naar alle waarschijnlijkheid hoogstens kan besluiten tot het opschorten van de door de Directeur van de NMA opgelegde voorlopige voorziening. Een dergelijke uitkomst is ongewenst, omdat deze uitspraak van de rechter de door de directeur van de NMA getroffen tijdelijke maatregel, in afwachting van een definitieve beslissing (klacht, bezwaarschrift) feitelijk ongedaan maakt, waardoor het geschil opnieuw herleeft.
Voor de goede orde, wij zullen eerst uitgebreid ingaan op de door de minister gegeven juridische argumenten tegen het VEMW-voorstel. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de bijlage.

Amendement 4
Hoofdstuk 2 Par. 2.4 nieuwe par. (huidige par. 2.4 wordt vernummerd tot 2.5)
Artikel 8a (nieuw artikel)
Hoofdstuk 7 Artikel 49

In het voorliggende amendement wordt een regeling voorgesteld m.b.t. toegang tot gasopslag. Deze regeling heeft als belangrijkste doel het veilig stellen van de voorzienings- en leveringszekerheid voor kleingebruikers. Bij de voorzienings- en leveringszekerheid speelt gasopslag, de zogeheten gasopslag gebruikt voor productieactiviteiten, een essentiële rol. Dit amendement verzekert dat de regels van toegang tot gasopslag zich niet uitstrekken tot de gasopslag gebruikt voor productieactiviteiten, hetgeen de voorzienings- en leveringszekerheid voor kleingebruikers waarborgt. I.v.m. een goede marktwerking worden wel regels opgenomen m.b.t. toegang tot en gebruik van gasopslaginstallaties die kunnen worden gebruikt voor handelsdoeleinden (handelsfunctie).
Hiermee wordt voorkomen dat de mededingingswet integraal van toepassing is op de gehele opslagcapaciteit, dus niet alleen op de handelsfunctie, hetgeen van belang is i.v.m. de nutsfunctie die aan de opslag voor de productieactiviteiten wordt toegekend (twee maanden vorst, 17° onder nul, voldoende druk op het net).
Amendement 5
Hoofdstuk 3 Par. 3.2. Artikel 16 lid 2 onderdeel 1 lid 5 toegevoegd

Met dit amendement wordt zeker gesteld dat de kleingebruiker gelijkelijk profiteert van de voordelen van de geliberaliseerde gasmarkt als vrije afnemer. Een soortgelijk amendement is reeds opgenomen in de elektriciteitswet 1998. Met dit amendement wordt zeker gesteld dat de kleinverbruiker niet wordt benadeeld t.o.v. de vrije afnemers door de liberalisering van de gasmarkt.

Amendement 6
Hoofdstuk 5 Par. 5.2. Artikel 29 lid 3 toegevoegd
Op grond van artikel 29 rust slechts op de afnemers van gas een verplichting om maatregelen te nemen die bijdragen aan een duurzame doelmatig en milieuhygiënische energievoorziening. Met het voorliggende amendement wordt deze op afnemers rustende verplichting uitgebreid tot gasbedrijven. In concreto betekent dit bijvoorbeeld dat Gasunie tarieven en voorwaarden dient te hanteren (CDS-systeem), die niet resulteren in stilstand of zelfs afbouw van WKK-installaties. Als bekend bevindt WKK zich in belangrijke mate bij de tuinders. Uit het amendement vloeit de verplichting voor het gasbedrijf voort om te kiezen voor een wijze van kostenallocatie die voor bezitters van WKK zo min mogelijk belastend is (dus geen afrekening op capaciteit, maar op energieverbruik). In geval van een geschil tussen gasbedrijf en netgebruiker zal de DG van de NMA een beslissing moeten nemen. Bij het nemen van een besluit zal de NMA t.g.v. artikel 9 van de Gaswet het in artikel 29 ingevoegde derde lid genoemde belang uitdrukkelijk moeten meenemen bij de vaststelling van een tarief ter oplossing van het geschil. Met dit amendement verkrijgen netgebruikers, m.n. tuinders bij de onderhandelingen met Gasunie een gelijkwaardige onderhandelingspositie.

Amendement 7
Hoofdstuk 5 Par. 5.3. artikel 32a nieuw artikel
Het is wenselijk dat er een calamiteitenplan wordt vastgesteld, waarin wordt zeker gesteld dat in onvoorziene omstandigheden de levering van gas aan kleinverbruikers zoveel mogelijk normale voortgang vindt. Het voorliggende amendement legt een verplichting op de beheerder van het landelijke hoge druk gasnet (Gasunie) een calamiteitenplan op te stellen. In de elektriciteitswet is een soortgelijke verplichting voor de landelijke netbeheerder opgenomen.

Amendement 8
Wijziging Elektriciteitswet

Bij tweede nota van wijziging heeft de minister voorgesteld over te gaan tot versnelde liberalisering van de segmenten midden- en kleinverbruikers, zowel in de elektriciteitswet als in de gaswet. Voor de bescherming van de zwakkere midden- en kleinverbruikers is permanent een adequaat toezicht op de uitvoering van de verschillende energiewetten noodzakelijk. Voorgesteld wordt de DTE met het toezicht op de naleving op de wetgeving te belasten. De DTE heeft reeds ervaring met de liberalisering in het kader van de elektriciteitswet. Deze ervaringen kunnen nuttig zijn bij het voorgestelde traject voor de liberalisering van de gasmarkt. Bovendien is de DTE een sectorale toezichthouder die uitsluitend is belast met het toezicht op de energiemarkten. Dit in tegenstelling tot de NMA die is belast met het toezicht op alle economische sectoren. Het ligt duidelijk voor de hand dat de DTE beter zal kunnen waken over een juiste naleving van de verschillende energiewetten.

Amendement 9

Nota van Wijziging artikel 1, 13, 43
Bij tweede nota van wijziging is het tempo van liberalisering van elektriciteits- en gasmarkt versneld. Met het amendement wordt voorgesteld dit tempo van liberalisering te vertragen en terug te vallen op de oorspronkelijke data voor vrijmaking van de markt. De beschermde afnemers hebben thans immers wel de voordelen van de liberalisering (zie amendement 5) en niet de nadelen. Bij de elektriciteitswetgeving is een soortgelijke voorziening getroffen, waarin wel de voordelen, doch niet de nadelen van de liberalisering bij de midden- en kleinverbruikers terechtkomen.
Motie 1 (fiscale maatregelen)

In deze motie wordt ten eerste verzocht ondersteunende maatregelen op het fiscale vlak te nemen die tot doel hebben de positie van WKK in een geliberaliseerde energiemarkt te versterken. Dit amendement is m.n. van belang voor de tuinbouwsector.

Motie 2 (vermeden netkosten)

Deze motie dringt er bij de minister op aan maatregelen te nemen die er toe leiden dat decentrale opwekkers (WKK) de (financiële) voordelen van de door hun bespaarde netkosten gedeeltelijk terug krijgen in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Deze voordelen moeten worden vastgelegd in de tariefstructuur voor de elektriciteitstarieven. Met uitgespaarde netkosten wordt bedoeld beperking van netverliezen t.g.v. transport en transformatie van elektriciteit.

Woordvoerder: J.L. van den Akker

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie