Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Jaarverslag 1999 Financieel Expertisecentrum (FEC)

Datum nieuwsfeit: 14-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Aanbieding Jaarverslag 1999 van het Financieel Expertise


Ministerie van Financiën Ministerie van Justitie

ÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄ ÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄ

Postbus 20201 Postbus 3019

2500 EE DEN HAAG 2700 KL ZOETERMEER

tel.nr: 070-3428966 tel.nr: 079-3459681

faxnr : 070-3427918 faxnr : 079-3458768

Ons kenmerk Ons kenmerk

BGW 2000/419-M

Aan:

Aan:

De Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Onderwerp

Den Haag

Aanbieding Jaarverslag 1999 van het Financieel Expertisecentrum (FEC)

Bijgaand doen wij u mede namens de staatssecretaris van Financiën het Jaarverslag 1999 van het Financieel Expertisecentrum (FEC) toekomen. Het FEC brengt een maal per jaar verslag uit van zijn activiteiten aan de ministers van Financiën en Justitie. De minister van Financiën heeft de Kamer toegezegd om haar deze jaarlijkse rapportage te doen toekomen (kamerstukken II, 25 830, nr. 8, blz. 8).

Het FEC is op 31 december 1998 door de minister van Justitie, de staatssecretaris van Financiën en ondergetekende ingesteld als een samenwerkingsverband van het Openbaar Ministerie/ Arrondissementsparket Amsterdam, de Stichting Toezicht Effectenverkeer, de Nederlandsche Bank, de Verzekeringskamer, de Financiële inlichtingen- en opsporingsdienst en de Belastingdienst/Grote ondernemingen Amsterdam, de Economische Controle Dienst, het politiekorps Amsterdam/Amstelland, de Criminele Recherche Informatiedienst (thans: Korps Landelijke Politiediensten) en het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. Het FEC heeft tot taak: (a) het onderling uitwisselen van informatie over onderzoeksmethoden, fraudeprofielen, trends en marktontwikkelingen, teneinde de taakuitoefening van de betrokken organisaties te versterken; (b) het bevorderen dat mogelijke strafbare feiten die door elke instantie afzonderlijk onvolledig worden onderkend beter in beeld worden gebracht; en (c) het ontwikkelen van expertise ten behoeve van de uitvoering van en bijstand aan opsporingsonderzoeken.

Het FEC is een virtueel centrum met een kleine kern, die voornamelijk dient ter ondersteuning van een tweetal overlegstructuren, waaraan de participanten deelnemen: een informatieoverleg (IO) en een selectieoverleg (SO). Het IO richt zich op het uitwisselen en veredelen van niet-subjectgebonden informatie. Het SO richt zich, met inachtneming van ieders taken en wettelijke bevoegdheden, op het uitwisselen van subjectgebonden informatie en het initiëren van (opsporings)onderzoeken.

In 1999, het eerste jaar van het FEC, moest de samenwerking tussen de participanten worden vormgegeven, in de verschillende overlegstructuren én in de praktijk. Dit betekent dat in de beginfase veel tijd en aandacht is besteed aan het leren kennen van elkaar en elkaars organisaties. In het kader van het FEC is een inventarisatie gemaakt van de mogelijkheden tot het uitwisselen van informatie. Gebleken is dat niet alle informatie die bij de diverse participanten beschikbaar is in dezelfde mate met alle deelnemers kan worden uitgewisseld. Privacywetgeving speelt hierbij een rol, maar ook het gegeven dat bepaalde informatie alleen mag worden verzameld en uitgewisseld met een specifiek doel. De discussie over de ruimte die de wetgeving biedt, wordt op dit moment nog volop gevoerd binnen het FEC, waarbij een nadere invulling van de procedures van het SO in bespreking is.

Voor de goede orde wijzen wij erop dat een wetswijziging van de financiële toezichtswetten wordt voorbereid. Voorzien is om in het kader van de informatie-uitwisseling tussen toezichthouders en opsporingsinstanties het bevorderen van de integriteit van de financiële sector nader te expliciteren als een doelstelling van toezicht, mede met het oogmerk om aldus de verstrekking van informatie door toezichthouders aan opsporings- en vervolgingsautoriteiten in een specifiek kader te plaatsen. Een en ander te bezien met inachtneming van de bestaande basis in de Europese richtlijnen tot informatieverstrekking door toezichthouders aan opsporingsautoriteiten.

In het Jaarverslag 1999 van het FEC treft u een overzicht aan van de activiteiten die het FEC heeft ontplooid in het kader van het IO, respectievelijk het SO. Binnen het IO zijn vier werkgroepen ingesteld, waarvan twee hun opdrachten in 1999 hebben afgerond: de werkgroep remisiers en de werkgroep gevolmachtigd (verzekerings)agenten. Beide werkgroepen hebben een risico-inventarisatie gemaakt, de informatie-bronnen en bevoegdheden in kaart gebracht alsmede de mogelijkheden tot samenwerking onderzocht. In de werkgroep gevolmachtigd (verzekerings-) agenten is bovendien een risico-indicatiemodel ontwikkeld, waarmee binnen de grenzen van de geheimhoudingsbepalingen informatie over de bestaande risicos kan worden samengebracht. Daarnaast zijn in het SO in totaal vijf signalen ingebracht betreffende subjecten (natuurlijke - en rechtspersonen) waarvan het vermoeden bestond dat die in strijd handelden met de financiële wetgeving en met specifieke delicten als oplichting, heling en valsheid in geschrift.

De hierboven genoemde opsomming geeft een indicatie van de werkzaamheden zoals deze in het kader van de beide overlegstructuren zijn verricht. Ook buiten het IO en SO heeft het FEC echter activiteiten ontplooid. Naast de eerder genoemde inventarisatie van de geheimhoudingsbepalingen, is eveneens een inventarisatie gemaakt van opleidingen en stage-mogelijkheden voor medewerkers van de verschillende diensten. Verder zijn informatiebronnen en informatiebehoeften in kaart gebracht en is een begin gemaakt met het opzetten van een documentatiecentrum.

Gezien de resultaten die het FEC heeft bereikt in het eerste jaar van zijn bestaan, kan worden gesteld dat de samenwerking van participanten op verschillende terreinen vruchtbaar is gebleken. Het succes van deze samenwerking - en daarmee het verdere welslagen van het FEC - valt of staat uiteraard wel met de inbreng die door de participanten wordt geleverd. De ervaringen van het afgelopen jaar stemmen in dit verband hoopvol voor de toekomst.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,

DE MINISTER VAN JUSTITIE,

Jaarverslag van het Financieel Expertise Centrum 1999

Inhoudsopgave


1. Inleiding 2


2. Algemeen 3


3. Informatieoverleg (IO) 5


3.1. Werkgroepen IO 5


3.1.1. Werkgroep Remisiers 5


3.1.2. Werkgroep Gevolmachtigd agenten 5


3.1.3. Werkgroep Geldelijke Overmakingen (moneytransfers) 6

3.1.4. Werkgroep Criminele Infiltratie Beursinstellingen 6

3.2. Projecten IO 6


3.2.1. Remisiers 7


3.2.2. Gevolmachtigd Agenten 7


4. Selectieoverleg (SO) 8


4.1. Algemeen 8


4.2. Ingebrachte signalen 8


4.3. Onderzoeken 9


4.3.1. Boilerrooms 9


4.3.2. Money-transferinstellingen 10


4.4. Werkgroep prioritering 10


5. Overige aktiviteiten 11


5.1. Loketfunctie 11


5.2. Evaluatie beursfraude onderzoek 11


5.3. Inventarisatie opleidingen en stage-mogelijkheden 11

5.4. Inventarisatie informatiebronnen en informatiebehoeften 11

5.5. Documentatiecentrum 12


5.6. Vastlegging procedures samenwerking 12

5.7. Nota informatieverstrekking 12


5.8. Inzet personeel 13

Inleiding

Het Financieel Expertisecentrum (FEC) is een samenwerkingsverband van het arrondissementsparket Amsterdam, de Stichting Toezicht Effectenverkeer, De Nederlandsche Bank, de Verzekeringskamer, de Belastingdienst/FIOD en de Belastingdienst/Grote ondernemingen Amsterdam, de Belastingdienst/ECD, het politiekorps Amsterdam/Amstelland, de Centrale Recherche Informatiedienst en het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties.

Taken FEC

Het Financieel Expertisecentrum heeft tot taak:


a. Het onderling uitwisselen van informatie over onderzoeksmethoden, fraude-profielen, trends en marktontwikkelingen, teneinde de taakuitoefening van de betrokken organisaties te versterken.

b. Het bevorderen dat mogelijke strafbare feiten die door elke instantie afzonderlijk onvolledig worden onderkend beter in beeld worden gebracht.


c. Het ontwikkelen van expertise ten behoeve van de uitvoering van en bijstand aan opsporingsonderzoeken.

Overlegstructuren

Ten behoeve van de uitvoering van deze activiteiten is er een tweetal overlegstructuren, waaraan de participanten deelnemen. Te weten een informatieoverleg, dat zich richt op het uitwisselen en veredelen van niet-subjectgebonden informatie en een selectieoverleg dat zich, met inachtneming van ieders taken en wettelijke bevoegdheden, richt op het uitwisselen van subjectgebonden informatie en het initiëren van

(opsporings-) onderzoeken.

De samenwerking voortgezet

In 1999, het eerste jaar van het FEC, is veel tijd en aandacht besteed aan het leren kennen van elkaar en van elkaars organisaties. De samenwerking moest worden vormgegeven, in de verschillende overlegstructuren én in de praktijk: de werk-/projectgroepen en de onderzoeken. Iedereen moest ook simpelweg wennen aan het feit dat toezicht, controle, opsporing en vervolging voor het eerst rond één tafel zaten. Er is duidelijkheid ontstaan en vertrouwen.

Amsterdam, 2 februari 2000

Het Hoofd van het Financieel Expertisecentrum

T. Scholing

Algemeen

Instellingsbesluit

Het Besluit instelling financieel expertisecentrum (FEC) is per 1 januari 1999 in werking getreden. Daarmee heeft het FEC een formele basis gekregen. Anticiperend op de ondertekening van het besluit is op 2 december 1998 de Begeleidingscommissie FEC voor de eerste keer bijeengekomen. In die vergadering is het Instelplan FEC geaccordeerd.

In 1999 zijn zowel het Informatieoverleg (IO) als het Selectieoverleg (SO) van start gegaan. De participanten hebben, zoals afgesproken, verschillende deelnemers afgevaardigd voor het Informatieoverleg en het Selectieoverleg.

Informatieoverleg

Het Informatieoverleg komt tweemaandelijks bijeen.

In 1999 zijn vier werkgroepen ingesteld die object/fenomeen-gericht onderzoek verrichten. Aan twee van deze werkgroepen is inmiddels een vervolg gegeven in de vorm van een project. De andere twee werkgroepen zullen in 2000 worden afgerond. Aan de werkgroepen wordt deelgenomen door de participanten waarvoor het onderwerp het meest relevant is.

Selectieoverleg

Het Selectieoverleg komt maandelijks bijeen.

Het SO heeft verder de criteria geformuleerd waaraan in te brengen subjecten moeten voldoen. Van een prioriteringssysteem is voorlopig afgezien omdat het aantal subjecten vooralsnog beperkt is.

Informatieverstrekking

In vervolg op het stuurgroeprapport is in de Nota informatieverstrekking in het kader van het FEC een nadere inventarisatie gemaakt van de (on)mogelijkheden tot het uitwisselen van informatie. Voor het SO zijn de beperkte mogelijkheden voor informatie-uitwisseling zodanig knellend dat is geconcludeerd dat er een nadere invulling van de procedures van het SO noodzakelijk is. Het overleg hierover is eind 1999 gestart. Desalniettemin is men er in geslaagd een aantal zaken te bespreken waarna enkele onderzoeken zijn gestart.

Ook de informatie-uitwisseling in de werkgroepen van het IO dient te ge-schieden overeenkomstig de wet- en regelgeving. Dat leidt tot restricties. Niettemin is het mogelijk gebleken om binnen de wettelijke kaders tot informatie-uitwisseling te komen en goede producten te realiseren met een positieve uitwerking voor de betrokken organisaties. De eerste proeven daarvan zijn eind november in het Informatieoverleg behandeld: de rapportages van de werkgroepen Remisiers en Gevolmachtigd agenten. In de praktijk blijken er werkbare vormen van samenwerking mogelijk binnen de wettelijke kaders.

Samenwerking opleidingen

Een belangrijk resultaat is het bij elkaar brengen van twee instanties die zich bezighouden met opleidingen op het gebied van financieel rechercheren en financieel onderzoek: het Project Financieel Rechercheren (dat ten behoeve van politie en justitie werkt) en het Belastingdienst/Centrum voor Kennis en Communicatie. Mét het FEC worden de mogelijkheden onderzocht om te komen tot (deels) gezamenlijke opleidingen die ook voor de andere participanten in het FEC toegankelijk zullen zijn.

Nulmeting

Eind 1999 is door het Wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum een nulmeting verricht. Deze nulmeting zal de basis vormen voor de evaluatie van het FEC die na drie jaar dient plaats te vinden.

Personeel

Het hoofd van de FEC-kern is ter beschikking gesteld door de FIOD, de secretaris van het Informatieoverleg is ter beschikking gesteld door Belastingdienst/Grote Ondernemingen Amsterdam. Door het OM is per 1 april de secretaris van het Selectieoverleg ter beschikking gesteld voor 0,5 fte. Voorts is door de FIOD een medewerkster ter ondersteuning van het hoofd FEC ter beschikking gesteld.

In dit eerste jaar is verder zeer veel aandacht besteed aan het opbouwen van een netwerk van contacten.

Begin 1999 heeft een aantal min of meer huishoudelijke zaken (huisvesting, automatisering, et cetera) veel tijd en aandacht gevergd.

Aan het eind van dit eerste jaar meent de FEC-kern vast te mogen stellen dat het FEC duidelijk op de kaart staat, en dat, met name in de sfeer van het aanhalen van de onderlinge banden, er sprake is van een duidelijke progressie.

Informatieoverleg (IO)

Het Informatieoverleg is in 1999 van start gegaan. Er wordt tweemaandelijks vergaderd waarbij een vertegenwoordiger van de STE het voorzitterschap op zich heeft genomen. Ten behoeve van het overleg zijn procedures vastgesteld welke in het Informatieoverleg zijn geaccordeerd en begin 2000 zullen worden geëvalueerd.

Werkgroepen IO

Karakter werkgroepen

De werkgroepen van het Informatie-overleg hebben een inventariserend karakter. In de werkgroepen wordt de branche-kennis van de participanten samengebracht, de regelgeving geïnventariseerd, de risicos binnen de branche geïnventariseerd en onderzocht in hoeverre het mogelijk is elkaars taakuitoefening te versterken. In principe treden de participanten in het kader van een werkgroep niet naar buiten toe op.

Overzicht Werkgroepen IO

......................................

.

Lopende opdrachten per 1 januari 1999:

0

Opdrachten Informatieoverleg in 1999:

4

Afgeronde opdrachten:

2

Lopende opdrachten per 31 december 1999:

2

Werkgroep Remisiers

Remisiers zijn tussenpersonen op beleggingsgebied, die cliënten en/of orders aanbrengen bij geregistreerde effecteninstellingen en beleggingsinstellingen en daarvoor van die instellingen en/of cliënten een vergoeding ontvangen. De werkgroep heeft een risico-inventarisatie gemaakt, de informatie-bronnen en bevoegdheden in kaart gebracht alsmede de mogelijkheden tot samenwerking onderzocht. In november is de eindrapportage gepresenteerd waarin is voorgesteld een projectgroep te starten op basis van de door de werkgroep ontwikkelde ideeën.

Werkgroep Gevolmachtigd agenten

Gevolmachtigd (verzekerings)agenten zijn tussenpersonen die zelfstandig risicos mogen aanvaarden en schaden mogen afhandelen voor de volmachtgever (de verzekeringsmaatschappij). De werkgroep heeft een risico-inventarisatie gemaakt, de informatie-bronnen en bevoegdheden in kaart gebracht alsmede de mogelijkheden tot samenwerking onderzocht. Voorts is er een risico-indicatiemodel ontwikkeld waarmee, binnen de grenzen van de geheimhoudingsbepalingen informatie over de bestaande risicos kan worden samengebracht. In november is de eindrapportage gepresenteerd waarin is voorgesteld een projectgroep te starten op basis van de door de werkgroep ontwikkelde ideeën. (Zowel de Verzekeringskamer als de Belastingdienst voert op basis van eigen verantwoordelijkheid en toezichtstaak een aantal controles uit. Voorts wordt een ontwikkeld risico-indicatiemodel getest.)

Werkgroep Geldelijke Overmakingen (moneytransfers)

De werkgroep Geldelijke Overmakingen is in juni van start gegaan.

De werkgroep is thans bezig met een inventarisatie van de aanwezige kennis, de regelgeving en de bevoegdheden met betrekking tot (legale én illegale) money-transferinstellingen. Voorts zal de lopende controle-actie van money-transferkantoren worden geëvalueerd. Mogelijke resultaten van de werkgroep zijn:


- Aanbevelingen t.a.v. de regelgeving;


- Aanbevelingen inzake MOT-indicatoren;


- Aanbevelingen inzake de samenwerking en informatie-uitwisseling bij het toezicht op, c.q. de opsporing van money-transferkantoren.
Werkgroep Criminele Infiltratie Beursinstellingen

De werkgroep Criminele Infiltratie Beursinstellingen is eind september gestart.

Doel van de werkgroep is:


- Het inventariseren en combineren van bij de participanten aanwezige kennis;


- Het onderzoeken of aan de hand hiervan risico-indicatoren kunnen worden opgesteld;


- Het onderzoeken welke wijzen van samenwerking op dit punt een toegevoegde waarde kunnen hebben;


- Het komen tot een projectvoorstel.

Projecten IO

Karakter projecten

De projectgroepen van het IO hebben een verdiepend karakter. In de projectgroepen kunnen bijvoorbeeld de bevindingen van een werkgroep worden getoetst aan de praktijk. Ook is het mogelijk dat in het kader van een project de participanten naar buiten toe optreden. Hierbij handelen ze uiteraard op basis van hun eigen taken en bevoegdheden.

Overzicht Projecten IO

......................................

.

Lopende opdrachten per 1 januari 1999:

0

Opdrachten Informatieoverleg in 1999:

2

Afgeronde opdrachten:

0

Lopende opdrachten per 31 december 1999:

2

Remisiers

In november 1999 is een projectgroep remisiers gestart die uitvoering geeft aan door de werkgroep gedane aanbevelingen. In dit project zal de Belastingdienst onder eigen verantwoordelijkheid en gebruikmakend van eigen bevoegdheden een fiscaal gericht onderzoek instellen naar de doelgroep remisiers. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de in de werkgroep opgedane kennis. Voorts wordt het openbare remisier-register van de STE gebruikt om de doelgroep te benaderen. Doel van het onderzoek is het vergroten van de branche-kennis, het in beeld krijgen van nog onbekende remisiers alsmede het in beeld krijgen van niet of niet geheel aan de fiscus gemelde ontvangen provisies. De objectgebonden resultaten zullen worden gedeeld met de andere participanten. Subject-gebonden informatie zal slechts kunnen worden verstrekt indien de geheimhoudingsbepalingen dit toelaten.

De ECD zal onder eigen verantwoordelijkheid in het kader van het remisier-project voorts een marktscan uitvoeren welke als doel heeft het verkrijgen van meer inzicht in de markt van niet-geregistreerde remisiers/boilerrooms (oplichtingsconstructies waarbij door beleggers ingelegde gelden niet worden belegd maar worden verduisterd). De objectgebonden resultaten zullen worden gedeeld met de andere participanten.

Gevolmachtigd Agenten

Zoals voorgesteld door de werkgroep Gevolmachtigd Agenten is in november 1999 de projectgroep Gevolmachtigd Agenten gestart die uitvoering geeft aan door de werkgroep gedane aanbevelingen. Zowel de Belastingdienst als de Verzekeringskamer zullen in het kader van en ten behoeve van de eigen taakuitoefening een aantal controles uitvoeren. Met de resultaten van deze controles zal het zicht op de gevolmachtigd agenten verder worden verbeterd. Dit beeld wordt verder aangescherpt door na te gaan in hoeverre en op welke wijze gevolmachtigd agenten bekend zijn bij de Belastingdienst en het MOT. Bij de rapportage hierover worden uiteraard de
geheimhoudingsbepalingen weer zorgvuldig in acht genomen.
Risico-indicatiemodel

De projectgroep zal voorts het risico-indicatiemodel toepassen op een te selecteren groep gevolmachtigd agenten. Met dit model kan iedere participant een risicoweging maken van de te onderzoeken subjecten waarna er anoniem/objectgebonden gerapporteerd wordt aan de andere participanten teneinde een totaalbeeld van de relevante risicos in de sector te verkrijgen.

Selectieoverleg (SO)

Algemeen

Wettelijke beperkingen

Tijdens het eerste jaar functioneren van het Selectieoverleg is een aantal problemen onderkend. Deze houden vooral verband met de wettelijke beperkingen om onderling subjectgebonden informatie uit te kunnen wisselen. In januari 2000 zullen de participanten van het Selectieoverleg met elkaar van gedachten wisselen over mogelijke oplossingsrichtingen.

Ingebrachte signalen

In het Selectieoverleg zijn in totaal zeven signalen ingebracht betreffende subjecten (natuurlijke- en rechtspersonen) waarvan het vermoeden bestond dat die in strijd handelden met de financiële wetgeving en met specifieke commune (klassieke) delicten als oplichting, heling en valsheid in geschrift. Voorts is de uitvoering van een breed onderzoek naar Money-transfers in het SO gecoördineerd.Tevens is ook in het SO overleg gaande over een thematisch onderzoek naar witwassen en underground banking door belhuizen. Het plan van aanpak van ECD en FIOD verkeert nog in de conceptfase.

Ingebrachte signalen

Vanaf het eerste Selectieoverleg zijn signalen ingebracht betreffende subjecten (natuurlijke- en rechtspersonen) waarvan het vermoeden bestond dat die in strijd handelden met de financiële integriteitswetgeving en met specifieke commune (klassieke) delicten als oplichting, heling en valsheid in geschrift.

Kwalificatie/onderwerp Ingebracht door Beslissing

Art. 46a Wte 19951 Arr. Amsterdam Wachten op info

Het Arrondissementsparket Amsterdam kwam met een signaal over het gebruik van voorwetenschap door Nederlanders die handelen aan de beurs van New York. De Amerikaanse Securities en Exchange Commission (SEC) zal hiervan aangifte doen bij Nederlandse vervolgingsautoriteit.

Overtreding Wtv 19931 VK Nader onderzoek

De VK bracht een subject in, met een uitvoerige schriftelijke toegelichting. Het ging om een natuurlijk persoon die wordt verdacht van het onbevoegd (zonder vergunning) uitoefenen van het verzekeringsbedrijf en van oplichting, verduistering van verzekeringspremies, valsheid in geschrift. Er was mogelijk ook belastingfraude in het spel. Deze zaak werd vervolgens bilateraal besproken tussen de VK en de FIOD en de ECD. Het IFT-Oost heeft samen met het assurantieteam van de ECD de zaak in behandeling genomen. Van het verdere verloop wordt het SO op de hoogte gehouden.

Art. 225 WvSr1 VK Nader onderzoek

Over een ander subject is de VK in overleg getreden met de FIOD en BGOA na melding in het SO. Het ging in dit geval om overtreding van de artt. 68 en 69 Awr en art. 225 Sr. Ook hierover worden de leden van het SO op de hoogte gehouden.

Wtk 19921 DNB Aangifte bij ECD

DNB verzocht de participanten van het SO om informatie met betrekking tot

een subject, zijnde een niet geregistreerde financiële instelling. Dit subject bleek bij de participanten na intern raadplegen onbekend te zijn. DNB heeft aangifte gedaan bij de ECD.

Strafrecht of toezicht? Belastingdienst Nader onderzoek

De Belastingdienst bracht een signaal in over tijdens een controle geconstateerde onregelmatigheden bij een onder toezicht staande instelling. Ten aanzien van de aanpak van deze zaak werd in het SO afgesproken dat de politie en de FIOD - als koppel - de informatie van de Belastingdienst zullen beoordelen op (mogelijke) strafrechtelijke aspecten zodat bij het vermoeden van (een) strafbaar feit(en) een (eventueel) strafrechtelijk onderzoek kan worden ingesteld. De opsporingsdiensten en de Belastingdienst hebben onderling werkafpraken gemaakt over deze gezamenlijk aanpak. Er is in het SO afgesproken dat het nader onderzoek (door de politie en de FIOD) uiterlijk eind januari 2000 dient te zijn afgerond. Deze deadline houdt verband met de toezichthoudende taken en bevoegdheden van DNB in het kader van de bescherming van crediteuren en beleggers.

Onderzoeken

Boilerrooms

In juni 1999 is door de leden van het SO, naar aanleiding van een ingebracht subject, geadviseerd een intensief strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar een subject dat betrokken zou zijn bij zogenaamde boilerroomactiviteiten. (Boilerrooms zijn oplichtingsconstructies waarbij door beleggers ingelegde gelden niet worden belegd maar worden verduisterd.) Het onderzoek richt zich op een subject en op een groot aantal aan hem gelieerde rechtspersonen. Participanten in het onderzoek zijn BLOM, ECD, FIOD en STE. Het Arrondissementsparket Amsterdam levert de zaaks-officier. Het onderzoek zal zeker nog voortduren tot de eerste maanden van 2000. Het SO wordt van op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen.

Het tactische onderzoek loopt bij de FIOD.

Money-transferinstellingen

Het onderzoek Money-transfers is begin 1999 gestart en in april, door het inbrengen van een voorstel van DNB, onder de vlag van het FEC gebracht. Deelnemers zijn BLOM, DNB, ECD, FIOD en MOT 1.

In mei 1999 was de eerste fase van het onderzoek in de eindfase beland. Van de 47 beoogde subjecten waren er toen 39 in onderzoek genomen. Dit heeft geresulteerd in zeven pvs wegens vermoedelijke overtreding van art. 82 Wtk en één proces-verbaal wegens vermoedelijke overtreding van de Wet inzake wisselkantoren. Overtredingen van de Wet MOT waren op dat moment niet geconstateerd. Niet alle zaken zullen vervolgd (kunnen) worden omdat de meeste instellingen willen schikken
- hetgeen overigens wél antecedenten oplevert.
De ECD heeft in het SO inmiddels een plan van aanpak gepresenteerd voor het vervolgonderzoek: het opsporen van onbekende money-transferinstellingen.

Het bezoeken van alle instellingen (inclusief rep. offices) zal tot circa juli 2000 duren. DNB constateert een forse toename in het aantal verzoeken om informatie over ontheffing. De bezoeken van de ECD lijken effect te hebben.

Werkgroep prioritering

Door de werkgroep prioritering zijn, bij de start van het SO, criteria ontwikkeld om vast te stellen of het zinvol is een subject in te brengen in het SO. Vanuit de werkgroep is voorgesteld te wachten met een prioriteringssysteem teneinde eerst te bezien hoeveel en welke typen subjecten door de participanten worden ingebracht.

De werkgroep prioritering bestond uit medewerkers van zeven participanten.

Er zijn criteria ontwikkeld met betrekking tot de volgende aspecten: aard van de gedraging (ernst van de overtreding, relevante wetgeving), pleger van de gedraging (instelling als pleger heeft de hoogste prioriteit), mogelijkheid voor FEC-participanten tot informatie-uitwisseling en de mate waarin SO-participanten belang hebben bij een gezamenlijke aanpak.

Naast een individueel subject kan ook een groep subjecten worden ingebracht.

De criteria zijn in het SO van 2 februari 1999 geaccordeerd.

Overige aktiviteiten

Loketfunctie

In het Stuurgroeprapport (d.d. 1 juli 1998, de Stuurgroep is ingesteld n.a.v. de nota integriteit Financiële Sector en heeft de uitgangspunten voor het FEC geformuleerd) is opgenomen dat het FEC een loketfunktie vervult voor bancaire fraude (met de bank als verdachte). Naar aanleiding hiervan is de secretaris SO lid geworden van het Voorbereidend Prioriteiten Overleg (VPO), een overleg van politie en Justitie waar onder andere de interregionale fraudeteams aan deelnemen. Het VPO is het voorportaal voor de formele besluitvorming door de Coördinatiecommissie Fraude. Deze commissie beslist wie welke zaak in onderzoek neemt. Het betreft zaken die ook in het SO aan de orde (kunnen) komen. Deelname aan het overleg is dan ook van wezenlijk belang voor de onderlinge afstemming en communicatie tussen partijen.

Evaluatie beursfraude onderzoek

De Stuurgroep heeft aan het FEC gevraagd het beursfraude onderzoek te evalueren. Dit zal worden opgepakt zodra de hoofdverdachten ter terechtzitting zijn geweest. Aan het parket Amsterdam zal worden gevraagd aan te geven wanneer deze evaluatie mogelijk is.

Inventarisatie opleidingen en stage-mogelijkheden

Mede op initiatief van het FEC heeft een eerste, oriënterende bijeenkomst plaatsgevonden om de mogelijkheden te onderzoeken om (onderdelen van) opleidingen open te stellen voor medewerkers van andere diensten en om te komen tot gezamenlijke opleidingen en/of modules, al dan niet in samenwer-king met een extern (publiek) opleidingsinstituut. Deze mogelijkheden lijken inderdaad aanwezig. Een werkgroep (met medewerkers van het Project Financieel Rechercheren, Belastingdienst/Centrum voor Kennis en Communicatie en FEC) werkt momenteel aan een nadere invulling. Het zal een opleiding op HBO-niveau zijn; binnen het project Financieel Rechercheren wordt hiervoor de term niveau 3 gehanteerd.

Inventarisatie informatiebronnen en informatiebehoeften

Door de IO-werkgroepen worden inventarisaties gemaakt van de voor de onderzoeksgebieden relevante informatiebronnen/ gegevensbestanden. Daarbij wordt ook direct vastgesteld in hoeverre deze informatie aan andere participanten ter beschikking kan worden gesteld en in hoeverre deze informatie voor andere participanten relevant kan zijn. Voorts wordt door de samenwerking binnen het FEC de onderlinge afstand tussen de participanten zodanig verkleind dat er voldoende contacten bestaan voor het afhandelen van concrete vragen die bij de participanten opkomen. Ter aanvulling hierop zal in 2000 een algemeen overzicht worden samengesteld van de belangrijkste informatiebronnen van de participanten.

Documentatiecentrum

Het documentatiecentrum verkeert in de opbouwfase. De participanten sturen structureel algemene informatie toe aan het FEC (jaarplannen, jaarverslagen, interne periodieken, enzovoorts). Relevante wet- en regelgeving is aangeschaft. Verder is een start gemaakt met een knipselkrant, waarin publicaties worden opgenomen over ontwikkelingen in de financiële sector én over ontwikkelingen bij de participanten. Nog bezien moet worden hoe uitgebreid het documentatiecentrum dient te zijn.

Vastlegging procedures samenwerking

De hoofdlijnen van de wijze waarop projecten en onderzoeken zullen worden uitgevoerd, zijn vastgelegd in de vergaderprocedures voor IO en SO. Daarmee is vastgelegd aan welke vereisten in te brengen voorstellen moeten voldoen en welke besluiten de twee gremia dienen te nemen. Uit de ervaringen met de werkgroepen en onderzoeken blijkt dat het nu nog niet wenselijk of haalbaar is om een uniforme werkwijze te hanteren. Tussen de opdrachten van werk- en projectgroepen bestaan grote verschillen. Ook de doelgroepen en de omgeving waarop de onderzoeken/de werkgroepen zich richten, verschillen sterk.

Aan de onderliggende gedachte, het komen tot een gestructureerde en doelmatige wijze van werken, wordt tegemoet gekomen doordat IO en SO opdrachten duidelijk formuleren. In vervolg hierop worden regelmatig tussenrapportages in IO en SO ingebracht met een overzicht van de reeds bereikte resultaten en de nog te ondernemen stappen.

Nota informatieverstrekking

In de nota Informatieverstrekking in het kader van het FEC wordt aangegeven welke mogelijkheden en beperkingen ten aanzien van de onderlinge informatieuitwisseling bestaan. In de in oktober aan de Begeleidingscommissie aangeboden stand van zaken notitie zijn de belangrijkste knelpunten aangegeven. Met name dient nog naar mogelijkheden te worden gezocht voor het uitwisselen van subjectgebonden informatie in situaties waarin (nog) geen sprake is van een redelijk vermoeden dat er een strafbaar feit is gepleegd.

Inzet personeel

Met de deelnemende organisaties is de inzet van personeel besproken. Aangezien bij verschillende participanten de deskundigen met de specifieke, voor het FEC relevante, kennis niet binnen één afdeling of team zijn ondergebracht wordt veelal afhankelijk van het te onderzoeken onderwerp vastgesteld welke deskundigheid is gewenst en welk personeel zal worden ingezet.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie