Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng VVD tijdens algemeen overleg over Jeugdzorg

Datum nieuwsfeit: 15-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
VVD

Inbreng Fadime Örgü tijdens Algemeen Overleg over Jeugdzorg

Groep: Tweede-Kamerfractie Datum: 15 maart 2000

VVD somber over voortgang.

Het is nu bijna een jaar geleden dat de Kamer het laatst overleg met beide bewindslieden had over de jeugdzorg. Wat is er in dat jaar allemaal gebeurd? Positief is de totstandkoming van de gezamenlijke visie, die in het kader van het bestuursakkoord nieuwe stijl is geformuleerd. Ook is positief dat het systeem van meerjarenafspraken wortel begint te schieten. De VVD heeft altijd gepleit voor het werken met eenduidige meetbare doelen en is daarom tevreden met de vorderingen. Bovendien anticipeert het veld op nieuwe succesvolle methodes zoals de Glen Mills methode en Families First. Daarnaast spelen natuurlijk kwesties als wachtlijstproblematiek, landelijk programma management, de ontwikkeling van de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling en de ouderbijdragen. Ik wil me in verband met de beperkte spreektijd en de enorme hoeveelheid rapporten tot een aantal problemen beperken.

De VVD is in vergelijking tot vorig jaar somber over de voortgang in het verbeteren van het jeugdbeleid. In de zomer zou de adviescommissie wet op ze jeugdzorg haar advies aanbieden. Dat werd uiteindelijk december 1999 met een rapport waarmee we eigenlijk drie stappen terug zetten. In de tussentijd hebben de Verenigde Naties, het Nederlandse jeugdbeleid onder de loep genomen. Aan de hand van het verdrag van de rechten van het kind werd gekeken of het jeugdbeleid wel aan alle criteria van het verdrag voldeed. De Verenigde Naties maakten zich samen met het Nederlandse Kinderrechten Kollektief o.a. zorgen over de achterstand van allochtone kinderen, het beleid ten aanzien van kindermishandeling en de wachtlijsten in de jeugdhulpverlening. Dit was niet de eerst keer dat Nederland op zijn vingers werd getikt door een internationale organisatie. Een jaar eerder was het de Raad van Europa die kritiek had op de beperkte doelgroep van het Nederlandse jeugdbeleid en het ontbreken van een fatsoenlijk participatiebeleid. In 1995 beloofde de toenmalige staatssecretaris te komen met een programma jeugdparticipatie. Het afgelopen jaar kregen we verscheidene malen te horen dat we nog even moesten wachten. Een paar weken geleden kregen we géén programma jeugdparticipatie, maar een overzicht van initiatieven en voorstel tot weer een commissie. Ook het Sociaal Cultureel Planbureau laat kritisch van zich horen. Bijna de helft van de Nederlandse gemeenten heeft geen of slechts een zeer globaal geformuleerd jeugdbeleid.

Regelmatig inzicht krijgen in de wachtlijstenproblematiek van de jeugdzorg is praktisch onmogelijk. Met het intercultureel werken in de jeugdzorg gaat het ook niet goed, er is zelfs een afname van allochtonen in het personeelsbestand. Op het vlak van arbeidsmarktbeleid voor de jeugdzorg bevinden we ons volgens de werkgeversorganisatie voor de jeugdzorg, de VOG, in een padstelling. En nog steeds is de nazorg in de jeugdzorg onder de maat: te veel jongeren hebben geen dagbesteding na een traject in de jeugdzorg.

Terwijl we de laatste jaren allemaal doordrongen zijn van het belang van een sterk jeugdbeleid, worden de inspanningen van de Rijksoverheid op het terrein van jeugdbeleid gekenmerkt door stagnatie en stroperigheid. Twee jaar na aanvang van deze kabinetsperiode krijg ik de indruk dat de beslissingen vooruit geschoven worden door het instellen van (advies)commissies en consultatierondes. Ik ben niet alleen deze mening toe gedaan, ik krijg deze geluiden ook continu uit het veld. Gelooft de staatssecretaris als coördinerend bewindspersoon voor jeugdbeleid nog wel in de duidelijke afspraken van het regeeraccoord? Wanneer gaat deze staatssecretaris eens knopen door hakken?

Wet op de jeugdzorg
De VVD is van mening dat de eerste knoop die doorgehakt moet worden de wet op de jeugdzorg is. Na het eindrapport van de projectgroep Toegang leek het moment daar om concrete stappen te zetten. De VVD-fractie zit echter niet te wachten op een advies zoals de adviescommissie wet op de jeugdzorg voorstelde. De Commissie pleit voor één grote jeugdzorgorganisatie waar de toegang en het aanbod samen gebracht worden. De VVD-fractie is hier tegen en pleit voor het vasthouden van de ingezette lijn, namelijk een onafhankelijk bureau jeugdzorg als toegang tot de jeugdhulpverlening, jeugdbescherming en de jeugd-GGZ , let wel inclusief de kinder- en jeugdpsychiatrie, met een eenduidige financiering. In de meerjarenafspraken 2000-2002 wordt gesproken over een detacheringconstructie. Dit is nieuw voor de VVD. Kan de staatssecretaris aangeven hoe dit te rijmen valt met de afspraak in het regeerakkoord?
Uitgaande van het streven om vraaggericht te werken, moet bureau jeugdzorg onafhankelijk van het aanbod de zorg kunnen bieden. De bewindslieden hebben niet geantwoord op de vragen omtrent het rapport en hun aanbiedingsbrief. Ik vind dit een slechte zaak. Maar niet getreurd want de staatssecretaris spreekt in de meerjarenafspraken, die wel op de agenda staan en waar de staatssecretaris wel graag met de Kamer over van gedachten wil wisselen, over Günther. Daar staat dat op basis van Günther het wetgevingstraject in de toekomst bijgesteld kan worden. Aan welke onderdelen van het advies denkt zij dan en wat moet er bijgesteld worden?

Aangezien de staatssecretaris wel in het Gestructureerd Overleg Jeugdzorg over Günther praat wil ik daarom nu een duidelijk oordeel van de bewindspersonen over het rapport van de commissie Günther. Staan zij nog achter de lijn van het regeeraccoord? De VVD-fractie wil dat er nu voortvarend knopen doorgehakt worden, omdat het teveel een eeuwige structuurdiscussie met sectorbelangen lijkt te worden, terwijl het voor de VVD-fractie een discussie over oplossingen en ondersteuning van de problemen van jeugdigen en opvoeders moet zijn!

Nogmaals de VVD-fractie vindt het rapport van de commissie Günther een achterhaald verhaal en slecht onderbouwt. Eén cruciaal punt vinden we wel interessant. De Commissie Günther adviseert om geen AWBZ-financiering voor de jeugdzorg te hanteren, maar een functiegerichte financiering. Dit betekent dat de middelen door het Rijk op basis van demografische gegevens, eventueel maal een bepaalde wegingsfactor, uitgezet worden via de provincies bij de regios. Maar de VVD-fractie vindt het jammer dat we hier niet meer een uitgebreidere toelichting kunnen krijgen, want de commissie bestaat inmiddels niet meer.

Naar aanleiding van het rapport van de commissie Günther komen de bewindslieden in de brief van 16 december 1999 met het voornemen om nu te komen met een beleidskader en consultatierondes. De VVD wil dat het kabinet dit beleidskader achterwege laat en meteen komt met een wetsvoorstel, dus juni 2000, want nogmaals, het duurt allemaal veel te lang. Inmiddels is het volgens mij wel duidelijk wat de Kamer en het veld wil. Bovendien liggen er tal van rapporten die gebruikt kunnen worden. De praktijk heeft zo snel mogelijk een wettelijke basis voor de bureaus jeugdzorg nodig. De VVD pleit voor een wet op hoofdlijnen, waarbij de verantwoordelijkheden van alle partijen in de jeugdzorg duidelijk zijn. De huidige jeugdzorg heeft in de ogen van de VVD-fractie nog teveel weg van een gedwongen winkelnering. Jeugdzorg moet open staan voor de vrager. Dit betekent het aanbod aanpassen op de vraag, onafhankelijke plaatsing en ondernemerschap. Wat houdt de staatssecretaris tegen om nu zo snel mogelijk met een wetsvoorstel te komen? Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Financiële problemen
Sinds enige tijd hebben we te maken met een krapte op de arbeidsmarkt die ook zn weerslag heeft op de jeugdzorg. Instellingen hebben grote moeite om personeel te vinden. Hierdoor wordt het ook steeds moeilijker om te werken aan problemen zoals het wegwerken van wachtlijsten. Belangrijk probleem is dat de normprijzen uit de tijd zijn. De salarissen in de jeugdzorg lopen achter ten op zichte van andere sectoren. Het gevaar is dat het extra geld voor de wachtlijsten ingezet wordt voor salarissen. Mijn fractie heeft dit probleem al tijdens de begrotingsbehandeling aan de orde gesteld, maar het lijkt of er geen schot in de zaak is gekomen. Dit moet niet veel langer duren of er ontstaan echt grote problemen. Ik kan mij niet voorstellen dat de staatssecretaris de problemen met de huidige normprijzen niet onderkent en er niets aan wil doen. Wat is de staatssecretaris van plan om aan dit voortslepende probleem iets te doen?
Een ander probleem met een financiële achtergrond is de financiering van de Landelijk Werkende Residentiële Voor-zie-ningen met Achtervangfunctie voor jeugdhulpverlening (LWRV-A). Vorig jaar heb ik samen met mijn collega van de PvdA er ook al aandacht voor gevraagd. De VVD is positief over de combinatie onderwijs en residentiële zorg middels deze instellingen. Het mag dan ook niet gebeuren dat dit nuttige werk in de knel komt door een financieringsproblematiek, waarvan de staatssecreta-ris de problemen zelfs onderkent. Ik wil de vraag hier nogmaals stellen: wat gaat de staatsse-cretaris doen om dit probleem gaat op te lossen?

Intercultureel werken in de pleegzorg
Er wordt in het veld stevig gewerkt om een vernieuwingstraject in de pleegzorg op gang te brengen. Het project Trillium stimuleert dit proces in positieve richting. Zojuist gaf ik al aan dat het intercultureel werken in de jeugdzorg niet bijzonder voorspoedig verloopt. Ook de pleegzorg is absoluut niet ingesteld op intercultureel werken. Uit de voortgangsrapportage beleidskader jeugdzorg bleek dat een aanzienlijk deel van de doelgroep uit allochtone jongeren bestaat. Volgens de bewindslieden zijn er geen gegevens over het aantal allochtone pleegouders. Ik denk dat we ook zonder onderzoek kunnen stellen dat er praktisch geen allochtone pleegouders zijn en dat er ook niet gewerkt wordt aan het werven van deze ouders. Daar moet snel verandering in komen, want er zijn schrijnende gevallen waar het verkeert mee gaat. Ik wil hier niet de indruk wekken dat alle allochtone kinderen bij allochtone pleegouders geplaatst moeten worden, maar in sommige gevallen is het de enige oplossing. Ik wil de staatssecretaris vragen om een plan op te stellen om allochtone pleegouders te werven. Graag een reactie.
Jeugdparticipatie
Ook maak ik me zorgen over het jeugdparticipatiebeleid. Zo werd de Nederlandse overheid door de Raad van Europa beschuldigd van paternalisme. Ik heb begrepen dat ook de belangrijkste Nederlandse organisaties op het terrein van jeugdparticipatie, te weten Stichting Nationaal Jeugddebat, NJMO, Vereniging 31, de Nederlandse jeugdgroep en Jeugd Netwerk Nederland niet tevreden zijn met de nieuwe plannen van de staatssecretaris. De kritiek is: gebrek aan visie en geen helderheid over de werkwijze en budget van de programmacommissie jeugdparticipatie. Ook wordt getwijfeld aan de inbreng van jongeren zelf bij deze commissie, want het is gebleken dat de afgelopen weken het de organisaties moeite heeft gekost om de programmacommissie te overtuigen om jongeren direct bij deze plannen te betrekken. Kortom, als de jongerenorganisaties zelf geen moeite hadden genomen dan waren er helemaal geen jongeren bij betrokken geweest. Het zijn niet miste verstane verwijten. Ik wil graag een reactie op deze kritiek. Ik wil ook een garantie dat het plan van aanpak 2001-2004 niet een plan van aanpak 2002-2005 of 2003-2006 wordt, dus geen uitstel meer. Ook komt de jeugdparticipatie in de jeugdhulpverlening niet van de grond. Gaat de programmacommissie zich ook op dit probleem richten? En als laatste zou ik graag willen weten waarom Nederland als enige land tegen de Europese jeugdprogrammas heeft gestemd?

Wat ik bijzonder vervelend vind om aan de orde te stellen is het functioneren van de directie jeugdbeleid van het Ministerie van VWS. Van vele kanten in het veld word ik aangesproken op het slechte functioneren van deze directie. Ik krijg de indruk dat deze directie niet meer gezien wordt als partner in het jeugdbeleid, maar eerder als obstakel. Ik vind dit voor het functioneren van de Rijksoverheid funest. Ik zou willen weten wat de staatssecretaris daaraan gaat doen?

Aan het einde gekomen van mijn verhaal wil ik resumerend de volgende vragen stellen:

· Komen de bewindspersonen meteen met een wetsvoorstel? · Is de staatssecretaris van mening dat het VNG-project voldoende is om gemeenten te stimuleren alsnog een jeugdbeleid op te starten? · Hoe kan het intercultureel werken in de jeugdzorg een extra stimulans krijgen? Kan er een plan van aanpak komen omtrent pleegzorg? · Wat gaat de staatssecretaris doen om het geschonden imago van Nederland op het terrein de rechten van het kind te verbeteren? Aan welke acties denkt ze?
· Wanneer komt de staatssecretaris met een serieuze oplossing voor de problemen van de normprijzen?
· Wat gaat de staatssecretaris doen om haar directie jeugdbeleid beter aan te sturen?

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie