Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tweede Kamer: Vragenformulier 16 maart 2000

Datum nieuwsfeit: 16-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

vragen16.003 vragenformulier 16 maart 2000

Gemaakt: 16-3-2000 tijd: 14:45


13


2990008430

Vragen van het lid Poppe (SP) aan de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over het bejagen van wilde katten op Ameland. (Ingezonden 16 maart 2000)


1

Heeft het bejagen van verwilderde katten op Ameland, zoals dat momenteel gebeurt, als effect dat de populatie verdwijnt? Zo ja, op welk termijn? 1)


2

Hoe wordt er momenteel voorlichting gegeven over dit onderwerp? Welk effect wordt van deze voorlichting verwacht?


3

Hoe gaat u erop toezien dat vanuit de gebieden die onder de Natuurbeschermingswet vallen de aanwas van verwilderde katten stopt?


4

Bent u bereid maatregelen te nemen om de aanwas van verwilderde katten uit gebieden die onder de Natuurbeschermingswet vallen stop te zetten, door bijvoorbeeld de verwilderde katten met vangkooien af te vangen? Zo neen, bestaat er dan niet het gevaar dat er altijd verwilderde katten op Ameland zullen zijn en de jacht op katten jaarlijks terugkomt.


5

Bent u ook bereid om het gebruik van vangkooien ook buiten de natuurbeschermingsgebieden te stimuleren om zo de jacht binnen de perken te houden?

Zie ook de antwoorden op vragen van het lid Poppe (SP) aan de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over het jagen op katten.

Aanhangsel Handelingen nr. 761, Vergaderjaar 1999-2000.


2990008440

Vragen van de leden Rietkerk en Schreijer-Pierik (beiden CDA) aan de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over particuliere weidevogelbescherming. (Ingezonden 16 maart 2000)


1

Kent u de recente berichten 1) over problemen voor de particuliere weidevogelsbescherming?


2

Bent u op de hoogte van de successen van het particulier weidevogelbeheer in 1999, waarbij boer/loonwerker en vrijwillige nestbeheerders samenwerken? Zo ja, op welke wijze stimuleert u deze aanpak de komende jaren?


3

Is het waar, dat steeds meer kieviten en grutto's zich bij voorkeur nestelen op «de hoge» ruggen in het maisveld? Zo ja, wat zijn de redenen hiervoor?


4

Is aan de EU-maispremie de voorwaarden gekoppeld tot het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen? Zo ja, is deze europese regel op nationaal niveau ingevuld? Geldt er voorts een verbod op het gebruik van chemische middelen, waardoor agrariërs (vanwege hun bedrijfsvoering) terug moeten vallen op de wied-eg?


5

Bent u op de hoogte van de negatieve effecten van deze europese en landelijke regels voor de bescherming van weidevogels door particulieren in begrensd relatienotagebied op maisland? Zo ja, om hoeveel gevallen gaat het? Is het mogelijk om binnen de huidige regelgeving de negatieve gevolgen voor de weidevogelsbescherming ter vermijden? Kan een agrariër bijvoorbeeld na mei wanneer de nesten zijn uitgevlogen de mechanische bestrijding laten plaatsvinden en voor het broedseizoen chemische onkruidbestrijding, zodat er sprake is van geïntegreerde onkruidbestrijding? Zo neen, waarom niet?


6

Bent u bereid in voorkomende gevallen maatwerk te leveren ter versterking van milieu en natuur (weidevogels)?


7

Bent u bereid deze vragen voor 1 april a.s. te beantwoorden vanwege het begin van het weidevogelseizoen)?

RTV Oost 9 maart jl. en 14 maart jl.


2990008450

Vragen van het lid Stroeken (CDA) aan de minister van Verkeer en Waterstaat over de toetreding van nieuwe taxi's in Amsterdam. ((Ingezonden 16 maart 2000)


1

Herinnert u uw antwoorden op mijn vragen betreffende de toetreding van nieuwe taxi's in Amsterdam? 1)


2

Is het u bekend dat artikel IV, eerste lid, Wijzigingswet Wet personenvervoer voor het taxivervoer (deregulering taxivervoer) luidt: «Onze Minister kan tot twee jaar na de datum van de inwerkingtreding van deze wet behoudens verlenging bij koninklijk besluit op grond van artikel XIII, een vergunning voor het verrichten van taxivervoer weigeren op grond van de vraag naar taxivervoer binnen het gebied waarvoor de vergunning wordt aangevraagd»?


3

Mag uit uw antwoorden 2) op mijn vragen 3 en 5 de conclusie worden getrokken dat u artikel IV, eerste lid, Wijzigingswet personenvervoer voor het taxivervoer (deregulering taxivervoer) niet kent? Waarom heeft u op die wijze geantwoord?

Aanhangsel Handelingen nr. 829, Vergaderjaar 1999-2000.

Dat er conform de wet geen mogelijkheden bestaan om een capaciteitsbeleid gedurende de overgangsperiode te voeren ten aanzien van nieuwe aanbieders van taxivervoer.


2990008460

Vragen van het lid Van Ardenne-van der Hoeven (CDA) aan de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over de overschrijding door Nederland van de door de Europese Unie ingestelde vangstquota. (Ingezonden 16 maart 2000)


1

Bent u op de hoogte van de uitspraken van de voormalige vishandelaar C. de Ridder als zouden Nederlandse vissers de vangstquota van de Europese Unie overschrijden als zou de Nederlandse overheid BTW heffen op deze grijze handel en belasting laten betalen over de winst?


2

Is het naar uw mening mogelijk dat fraude van deze omvang binnen de Nederlandse visserijsector, met medeweten van functionarissen van uw Ministerie, plaatsvindt?


3

Kunt u aangeven op welke wijze door het controlesysteem van het ministerie en de vissers zelf fraude van deze aard voorkomen wordt?


4

Bent u op de hoogte van de inhoud van de brief die de heer de Ridder aan Eurocommissaris Fischler gezonden heeft?


5

Bent u van plan een onderzoek in te stellen naar de door de heer De Ridder geuite beschuldigingen en de Kamer hiervan op de hoogte te stellen?

ANP, 13 maart jl.


2990008470

Vragen van het lid Van Ardenne-van der Hoeven (CDA) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over doorvoer van wapens naar Eritrea (Ingezonden 16 maart 2000)


1

Herinnert u zich uw toezegging van 25 april 1999, in antwoord vragen van 26 maart 1999, de Kamer te informeren omtrent de resultaten van het Nederlandse onderzoek naar leverantie van militaire goederen aan Eritrea? 1)


2

Zijn de resultaten van dit onderzoek inmiddels bekend?


3

Bent u bereid om conform van toezegging, de Kamer van de resultaten van dit onderzoek op te hoogte te stellen? Zo nee, wanneer verwacht u de resultaten van dit onderzoek?

Tweede Kamer, vergaderjaar 1998-1999, aanhangsel Handelingen nr. 2467.


2990008480

Vragen van het lid Karimi (GroenLinks) aan de minister voor Ontwikkelingssamenwerking over Birmese vluchtelingen in Bangladesh en Thailand. (Ingezonden 16 maart 2000)


1

Heeft u kennis genomen van het artikel «Besprekingen over vluchtelingen Birma» ? 1)


2

Is het waar dat de heer Petersen, een hoge vertegenwoordiger van de UNHCR in Birma is voor besprekingen met het regime? 1)


3

Bent u op de hoogte van de agenda van de besprekingen? Weet u wat de inzet van de UNHCR zal zijn inzake de Birmese vluchtelingen in Bangladesh en Thailand? Zal er opnieuw gesproken worden over de dwangarbeid die terugkerende vluchtelingen wordt opgelegd?


4

Hoeveel Rohingya's verblijven nu nog in Bangladesh? In hoeverre wordt er druk op hen uitgeoefend, hetzij door de autoriteiten van Bangladesh, hetzij door de UNHCR, om terug te keren naar Birma? In welke mate krijgen terugkerende vluchtelingen nog dwangarbeid opgelegd? Zijn u recente gegevens bekend over misstanden bij dwangarbeid, zoals een aantal jaren terug duidelijk is geworden uit het rapport van de ILO?


5

Wat is het effect geweest van het geoormerkte bedrag van 200.000 gulden bijgedragen door Nederland binnen het Rohingya-programma voor de protectietaak van de UNHCR in Birma?


6

Wat is de uitkomst van het door u toegezegde overleg 2) tussen donorlanden (waaronder Nederland) en de Bangladeshi autoriteiten inzake het bereiken van een oplossing voor de Rohingya-vluchtelingen? Wat is de Nederlandse inzet geweest tijdens dit overleg? Waar heeft het overleg in de praktijk toe geleid voor de vluchtelingen?


7

Wat is uw oordeel over de inzet van de UNHCR sinds het najaar van 1998 om het lot van de vluchtelingen te verbeteren, gedwongen repatriëring (ook als dit op kleine schaal is) te voorkomen, en dwangarbeid tegen te gaan? Is uw oordeel dermate positief dat een Nederlandse bijdrage aan het UNHCR-programma nog steeds gerechtvaardigd is?

Metro van 14 maart jl.

Toezegging in uw brief aan de Kamer van 16 december 1998 met kenmerk BuZa 98.0624.


2990008490

Vragen van het lid Van Bommel (SP) aan de minister van Defensie over de brand op de Hr. Ms. Drenthe. (Ingezonden 16 maart 2000)


1

Herinnert u zich mijn vragen over de brand op de Hr. Ms. Drenthe en uw antwoorden daarop? 1)


2

Kent u het artikel «In de doofpot van de Drenthe woedt nog steeds een fikse brand»? 2)


3

Deelt u de conclusie die in het artikel wordt getrokken aan de hand van het FOST-rapport 3) dat werd teruggevonden, dat de Hr. Ms. Drenthe in 1980 niet kon worden beschouwd als een volledig efficiënt operationeel oorlogsschip en dat de onderzeebootjager toen wemelde van de tekortkomingen op brandbestrijdingsgebied? Zo ja, bent u bereid een onderzoek in te stellen naar de relatie tussen de scheepsramp en de tekortkomingen op brandbestrijdingsgebied en bent u bereid de resultaten hiervan voor te leggen aan de Maker? Zo nee, waarom niet?


4

Is de helft van de bemanning van de Drenthe in de periode tussen het FOST onderzoek en de ramp overgeplaatst? Deelt u de mening dat het «onverantwoord was om met zo'n ongeoefende bemanning op zo'n oud schip van Den Helder naar Curacao te varen»? Zo ja, bent u bereid een onderzoek in te stellen naar de relatie tussen de scheepsramp en ongeoefendheid van de bemanning en de resultaten hiervan voor te leggen aan de Kamer? Zo nee, waarom niet?


5

Kent u de in het artikel aangehaalde notitie van het hoofd van de Marine Inlichtingen Dienst (MARID) van 3 september 1981 gericht aan de plaatsvervangende chef van de marinestaf, waarin het hoofd van de MARID adviseert, gezien punten 3 en 7 van het SOST rapport en punt 3 van de brief van de commandant van het squadron fregatten, grote voorzichtigheid te betrachten in het openbaar maken van de stukken in verband met eventuele negatieve publicitaire invloeden en eventuele juridische gevolgen, specifiek in verband met de informatie die opgenomen staat?


6

Hoe verklaart u dat de MARID al in 1981 aangeeft dat er in het FOST-rapport zwaarwegende informatie is opgenomen in verband met de brand op de Hr. Ms. Drenthe, die alleen « achter gesloten deuren» gebruikt mogen worden, maar dat in uw antwoorden aangeeft dat de rapporten terecht niet aangemerkt zijn als stukken die betrekking hadden op een opgeval met zware letselschade, dus op het ongeval op de Drenthe?


7

Kunnen alle MARID stukken over de Hr. Ms. Drenthe, alsmede de in de MARID notitie genoemde brief van de commandant van het squadron fregatten, desnoods vertruowelijk, aan de Kamer overlegd worden? Zo nee, waarom niet?


8

Kunt u toelichten waarom, met uitzondering van het persoonsdossier en het medische dossiers slechts vertrouwelijk en alleen voor Kamerleden ter inzage zijn gelegd?

Aanhangsel nr. 287, vergaderjaar 1999-2000

Trivisier nummer 3, maart 2000

FOST rappoort: Engelstalige rapporten van de tactische, operationele, brand-, schade- en technische storingen oefeningen onder toezicht van de Engelse Marine.


2990008500

Vragen van de leden Buijs en Atsma (beiden CDA) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de (ambulance) zorg tijdens Euro 2000. (Ingezonden 16 maart 2000)


1

Heeft u kennis genomen van het bericht dat «de Nederlandse gezondheidszorg niet klaar is voor Euro 2000»? 1)


2

Kunt u bevestigen dat er voor de ambulancevoorziening, alcohol- en drugspreventie, RIAGG en eerste hulp extra inzet noodzakelijk is in de speelsteden, maar dat de financiering daarvan nog niet is zeker gesteld?


3

Krijgt de landelijke werkgroep Preventie Alcohol- en Drugsmisbruik geen financiële ondersteuning?


4

Is duidelijk over welk extra bedrag in totaal voor de noodzakelijke medische voorzieningen het hier precies gaat? Wat is daarin de mede-verantwoordelijkheid van de steden waar de wedstrijden worden gespeeld? Welke oorzaken liggen aan die onduidelijke situatie ten grondslag?


5

Is er reeds een inschatting gemaakt van de kosten? Wanneer zal over het totale bedrag duidelijkheid bestaan?


6

Deelt u het oordeel dat er «nogal wat hiaten» in de voorbereiding zijn, en er bovendien sprake is van een «gebrek aan regie», waardoor er zorg bestaat over de vraag of «alle onderdelen van de keten op elkaar zijn afgestemd»? Wie draagt daarvoor de
eindverantwoordelijkheid?


7

Kunt u bevestigen dat er voor politie en brandweer extra geld is vrijgemaakt maar dat de «witte colonne» dit er even mag «bijfietsen», kortom (nog) geen beschikking krijgt over extra financiële middelen? Waarom die discrepantie?


8

Is de basiszorg in de periode van de wedstrijden gewaarborgd?


9

Welke maatregelen zullen worden opgenomen en welk bedrag aan extra financiële middelen zal worden vrijgemaakt om de zorgvoorzieningen rondom het Euro 21000, inclusief de basiszorg, effectief te kunnen laten functioneren?

Medisch Vandaag, 15 maart jl.


2990008510

Vragen van het lid Bommel (SP) aan de minister van Verkeer en Waterstaat over de veiligheid op en rond Schiphol. (Ingezonden 16 maart 2000)


1

Kent u de berichtgeving over de perslunch waarbij u aanwezig was op 13 maart 2000? 1)


2

Is het waar dat uit nieuwe berekeningen van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) is gebleken dat Schiphol 50% veiliger is dan tot dusverre was aangenomen? Wilt u dat toelichten?


3

Kunt u uitleggen hoe groot de kans op een ongeluk met een vliegtuig in de omgeving van Schiphol is?


4

Is Schiphol het afgelopen decennium per saldo veiliger of onveiliger geworden? In welke mate is dat het geval?


5

Is het waar dat de kans op een ongeluk met een of meer vliegtuigen op zichzelf is toegenomen ten opzichte van 1990 omdat er meer vluchten worden uitgevoerd?


6

Wordt in de nieuwe berekening van het NLR het groepsrisico meegenomen? Indien neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?


7

Bent u bereid het rapport van de NLR over de nieuwe veiligheidsberekeningen zo spoedig mogelijk openbaar te maken?

NRC, 14 maart jl.


2990008520

Vragen van de leden Hessing, Terpstra (beiden VVD), Bussemaker (PvdA), Ter Veer (D66) en Van Ardenne-van der Hoeven (CDA) aan de minister voor Ontwikkelingssamenwerking over een humanitaire ramp in Mongolië, tengevolge van extreme klimatologische omstandigheden. (Ingezonden 16 maart 2000)


1

Bent u op de hoogte van de humanitaire ramp 1) die zich, ten gevolge van extreme klimatologische omstandigheden, voltrekt in Mongolië?


2

Bent u bereid op korte termijn noodhulp ter beschikking te stellen?


3

Bent u bereid zich in te zetten opdat ook op korte termijn noodhulp van de zijde van de Europese Unie ter beschikking kan worden gesteld?

Brief d.d. 6 maart 2000 van de Honorair Consul van Mongolië aan diverse ministers.


2990008530

Vragen van het lid Buijs (CDA) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over screening op het syndroom van Down. (Ingezonden
16 maart 2000)


1

Heeft u kennisgenomen van het bericht dat «prenatale screening op het syndroom van Down door middel van bloedserum geen beter resultaat geeft dan echoscopie»? 1)


2

Bent u op de hoogte van de inhoud van het Brits onderzoek, waarbij de prenatale detectie van het syndroom van Down in beeld is gebracht?


3

Indien het antwoord op de vorige vraag ontkennend luidt, bent u dan bereid bedoeld Brits onderzoek op te vragen en tevens aan de Kamer toe te sturen?


4

Herinnert u zich de door u aan de Kamer toegezonden beschikking terzake een medisch-wetenschappelijk onderzoek gericht op methoden tot het vaststellen van verhoogde risico's op Down-syndroom en op neuraalbuisdefecten en de schriftelijke gedachtewisseling daarover met deze Kamer? 2)


5

Hebben de desbetreffende onderzoekers thans voldaan aan de voorschriften zoals door u aan de vergunning gesteld? Zo ja, heeft u reeds een ongeclausuleerde vergunning voor uitvoering van het onderzoek verleend, en wanneer zal het onderzoek naar verwachting starten?


6

Indien u nog geen ongeclausuleerde vergunning voor de uitvoering van het onderzoek heeft afgegeven, zult u dan de uitkomsten van het Brits onderzoek in uw overwegingen betrekken? Zo neen, waarom niet?


7

Wat is überhaupt nog de diepere zin van het uitvoeren van bedoeld onderzoek nu kennelijk door Brits onderzoek daarin is voorzien? Anders gezegd: het voor de tweede maal uitvinden van het wiel is toch geen goede besteding van kosten, inspanningen en moeite?

«Medisch Vandaag», 15 maart 2000

Brief Minister VWSO van 6 september 1999 en Kamerstuk 26 8000 XVI, nr.
62

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie