Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Ministerie van Financien: Beheersverslag 1999

Datum nieuwsfeit: 16-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Beheersverslag 1999


Directie Planning Financiën en Control

De Tweede Kamer der Staten-Generaal

de Voorzitter van de Vaste Commissie Financiën

de heer R. van Gijzel

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

05-00 Fin

PFC 2000-00253 M

16 maart 2000

Onderwerp

Beheersverslag 1999

Geachte heer van Gijzel,

Graag bied ik u het Beheersverslag over 1999 van de Belastingdienst aan. Dit met het oog op het algemeen overleg (inzake de Douane) met de vaste kamercommissie voor Financiën.

Zoals toegezegd is in het verslag specifiek aandacht gegeven aan de Douane. Hiervoor verwijs ik u met name naar hoofdstuk 3.3. van het Beheersverslag.

Hoogachtend,

De Staatssecretaris van Financiën,

W.A. Vermeend

Beheersverslag

Belastingdienst

1999

Adressen

Ministerie van Financiën

Directie Bedrijfsvoering en Beleid Klantbehandeling Belastingdienst

Korte Voorhout 7

2511 CW s-GRAVENHAGE

Telefoon: 070 - 3428940

Directie Particulieren

Giesenplein 59

3522 KE UTRECHT

Telefoon: 030 - 2816816

Automatiseringscentrum

Waltersingel 134

7314 NX APELDOORN

Telefoon: 055 - 5281000

Dienst Omroep Bijdragen

Kanonstraat 4

2514 AR s-GRAVENHAGE

Telefoon: 070 - 3619700

Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst

Surinameweg 4

2035 VA HAARLEM

Telefoon: 023 - 5461800

Directie Douane

Laan op Zuid 45

3072 DB ROTTERDAM

Telefoon: 010 - 2904949

Economische Controle Dienst

Surinameweg 4

2035 VA HAARLEM

Telefoon: 023 - 5461800

Directie Ondernemingen Noord

Hanzelaan 310

8017 JK ZWOLLE

Telefoon: 038 - 4672672

Centrum voor Facilitaire Dienstverlening

Florijnburg 41

3437 SR NIEUWEGEIN

Telefoon: 030 - 6026300

Directie Ondernemingen Zuid

Delpratsingel 23

4811 AP BREDA

Telefoon: 076 - 5260000

Centrum voor Proces- en Productontwikkeling

Herman Gorterstraat 5

3511 EW UTRECHT

030 - 2756000

Directie Grote Ondernemingen

Kingsfordweg 1

1043 GN AMSTERDAM

Telefoon: 020 - 6877200

Centrum voor Kennis en Communicatie

Herman Gorterstraat 75

3511 EW UTRECHT

Telefoon: 030 - 2754900

Beheersverslag

Belastingdienst

onderdelen:

I. BELEIDS- EN PRODUCTIEVERSLAG

II. FINANCIËLE VERANTWOORDING

1999

I. BELEIDS- EN PRODUCTIEVERSLAG

INHOUDSOPGAVE

ORGANISATIESCHEMA III

voorwoord V

HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN 1


1.1. Taken en doelstellingen 1


1.2. Bedrijfsvoering 2


1.2.1. Euro en millennium 2


1.2.2. Kengetallen 3


1.3. Omgeving van de Belastingdienst 8


1.3.1. Strax 8


1.3.2. Resultaten Fiscale Monitor 10


1.3.3. Klachten 12

HOOFDSTUK 2. RECHTSHANDHAVING 14


2.1. Ontwikkelingen op fiscaal terrein 14


2.2. Rechtstoepassing 15


2.2.1. Vaktechnische portefeuilles 15


2.2.2. Kwaliteit van de rechtstoepassing 16

2.2.3. Rulings 17


2.3. Dienstverlening 17


2.4. Toezicht en opsporing 19


2.4.1. Algemeen 19


2.4.2. Bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik 20

2.4.2.1. Opsporing 20


2.4.2.2. Landelijke acties 22


2.4.2.3. Constructiebestrijding 24


2.5. Samenwerking en gegevensuitwisseling 25

2.5.1. Ontwikkelingen nationaal 25


2.5.2. Internationale gegevensuitwisseling en samenwerking 27

2.5.3. Internationale invordering 30


2.5.4. Internationale strafrechthulp 31

HOOFDSTUK 3. RESULTATEN PRIMAIR PROCES NAAR DOELGROEP 32


3.1. Particulieren 32


3.1.1. Algemeen 32


3.1.2. Logistiek 32


3.1.3. Doelgroepenbeleid 35


3.1.4. Dienstverlening 36


3.2. (Grote) ondernemingen 37


3.2.1. Algemeen 37


3.2.2. Logistiek 38


3.2.3. Doelgroepenbeleid 41


3.3. Douane 46


3.3.1. Taken 46


3.3.2. Vormen van toezicht 46


3.3.3. Wijze van toezicht 46


3.3.4. Algemeen beeld van de resultaten 47


3.3.5. De doelstellingen en resultaten per aandachtsgebied 48

3.3.6. Fraudebestrijding 51


3.3.7. Niet Fiscale Douanetaken 53


3.3.8. Bezwaar, beroep en dienstverlening 53

3.4. Opsporing 54


3.4.1. Ontwikkelingen 54


3.4.2. FIOD 55


3.4.3. Doorlooptijden en dwangmiddelen 57


3.4.4. De Economische Controledienst (ECD) 58
HOOFDSTUK 4. ONDERSTEUNENDE PROCESSEN 61


4.1. Personeel en Organisatie 61


4.1.1. Inleiding 61


4.1.2. Organisatorische aanpassingen 61


4.1.3. Personeelsbezetting en formatie 62


4.1.4. Kwaliteit van de medewerkers en functie- en functioneringseisen 62


4.1.5. Werkklimaat, arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaardenpakket 63


4.2. Financiën 66


4.3. Beveiliging en integriteit 67


4.4. Communicatie 69


4.4.1. Externe communicatie en voorlichting 69

4.4.2. Digitale communicatie 70


4.5. Facilitaire dienstverlening 70


4.5.1 Huisvesting 70


4.5.2. Bedrijfsinterne milieuzorg 71


4.6. Audit functie: beheersing van de uitvoering 71
DIVERSEN 74

Lijst van afkortingen 74

Overzicht grafieken en tabellen 75

Trefwoordenlijst 76

Bijlage 1: Productieverslag

Bijlage 2: Selectie van gepubliceerde besluiten

Bijlage 3: Ontwikkelingen portefeuilles

Bijlage 4: Overzicht beleidsevaluaties

ORGANISATIESCHEMA 1 JANUARI 2000

Directies Belastingdienst

Particulieren

Douane

Ondernemingen Noord

Grote ondernemingen

W.V. de Haan

J. Lunneker

F.W. Imhof

G. Fuchs


- 14 eenheden Particulieren


- 7 Douane districten


- 15 eenheden Ondernemingen


- 11 eenheden Grote


- 10 eenheden Particulieren/

Ondernemingen*


- Centrale beheereenheid

Douane


- 5 eenheden Particulieren/

Ondernemingen*

ondernemingen


- 1 eenheid Particulieren/


- Laboratorium


- Centrale eenheid

Ondernemingen Buitenland*


- Belastingtelefoon Douane

intracommunautaire


- 3 eenheden Registratie en


- Douane informatie centrum

transacties

Successie


- Centrale dienst voor


- Belastingtelefoon voor

in- en uitvoer

Ondernemingen Zuid

particulieren


- Centraal bureau

F.W. Imhof

Motorrijtuigenbelasting


- 15 eenheden Ondernemingen


- Centrale


- 5 eenheden Particulieren/

betalingsadministratie

ondernemingen*


- Centrale beheereenheid


- 1 eenheid Particulieren/

informatiesystemen

Ondernemingen Buitenland*


- DOB


- Belastingtelefoon voor

ondernemers

Directeur-generaal Belastingdienst

Plv. Directeuren-generaal Belastingdienst

J.N. van Lunteren

J.A.M. van Blijswijk

J. Thunnissen

Stafdirecties

Facilitaire directies

Directie Bestuursondersteuning

Automatiseringscentrum

Belastingdienst

P.W. de Kam

B. J. van der Zee

Directie Personeel- en Arbeidsvoorwaarden-

Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD)

beleid Belastingdienst

H.J. Haverkamp

J.A.M. van Blijswijk

Directie Rechtstoepassingsbeleid

Economische Controle Dienst

Belastingdienst

H.J. Haverkamp

H. Neppérus

Directie Bedrijfsvoering en Beleid

Centrum voor Facilitaire Dienstverlening

Klantbehandeling Belastingdienst

J. Wardenier

J.Thunnissen

Interne Accountantsdienst Belastingen

Centrum voor Kennis en Communicatie

J.G. Bakker

M.A. Schillemans

Centrum voor Proces- en Productontwikkeling

J.M.H.M. Hermans


* Ressorterend voor het onderdeel ondernemingen onder de directie Ondernemingen Noord of Zuid en voor het onderdeel particulieren onder de directie Particulieren.

Voorwoord

In dit Beheersverslag wordt beschreven hoe de Belastingdienst zijn taken heeft uitgevoerd en welke resultaten zijn behaald in het jaar 1999. Met het Beheersverslag verantwoordt de Belastingdienst zich naar de bewindslieden van Financiën. Daarnaast geeft het Beheersverslag een beeld van geleverde prestaties aan andere belanghebbenden voor wie de Belastingdienst taken uitvoert.

De Belastingdienst werkt hard aan de toekomst. Enerzijds om het nog steeds groeiende werkpakket op te vangen, anderzijds om tijdig in te spelen op de veranderende verwachtingen vanuit de samenleving op het gebied van dienstverlening en fraudebestrijding. Naast de reguliere bedrijfsvoering is veel energie gestoken in voorbereidings- en invoeringswerkzaamheden.

Per 1 januari 1999 is het mogelijk om in euros aangifte te doen en betalingen te verrichten. De invoering is zonder noemenswaardige problemen verlopen. Sinds juli 1998 is de mogelijkheid van het aanvragen van een loonbeschikking vervangen door het verzoek voor een Voorlopige Teruggaaf inkomstenbelasting. Veel belastingplichtigen hebben verleden jaar van deze nieuwe mogelijkheid gebruik gemaakt. Hiermee is weer een stapje gezet in verbetering van de dienstverlening aan belastingplichtigen en in verlaging van de administratieve lastendruk voor het bedrijfsleven.

In de hele dienst is hard gewerkt aan het millenniumbestendig maken van alle computersystemen en elektronica. Gelukkig bleek met de jaarwisseling dat de inspanningen hun vruchten afwierpen. Van de noodscenarios hoefde geen gebruik te worden gemaakt. Nagenoeg alle componenten bleken millenniumproof.

Voorbereidende werkzaamheden werden ook verricht voor het invoeren van nieuwe wetgeving. Vooral aan de belastingherziening 2001, aan de regulerende energiebelasting en aan de invoering van de nieuwe ziekenfondswet is veel werk verricht. De Economische Controledienst maakt met ingang van september 1999 onderdeel uit van de Belastingdienst. De bestaande samenwerking zal hierdoor nog intensiever worden. Ook zijn de voorbereidingen getroffen om per 1 januari 2000 de medewerkers van de Dienst Omroepbijdragen een plaats in de organisatie te geven.

De Belastingdienst blijft zelf ook veranderen. Met ingang van 1 januari 2000 zijn de innovatie-activiteiten samengebracht in een nieuw opgericht Centrum voor proces- en productontwikkeling. Deze bundeling moet leiden tot meer en geconcentreerde aandacht voor innovatie.

In 1999 is ook de inrichting per 1 februari 2000 van een eenheid Centrale Invoer voorbereid. Daarmee wordt de invoer van alle aangiften op één plek samengebracht. De eenheid zal -gefaseerd- verantwoordelijk worden voor de centrale verwerking van diverse soorten biljetten en andere gegevens van belastingplichtigen die nu nog bij de eenheden door het land heen binnenkomen. Op het centrale punt komt speciale OCR-apparatuur waarmee de aangiftebiljetten automatisch ingelezen kunnen worden. Daarmee en met de groei van het aantal elektronische aangiften komt op den duur een einde aan het zogenoemde vertoetsen van aangiften.

De Douane heeft het afgelopen jaar sterk in de publiciteit gestaan. Begin 2000 is geconcludeerd dat aan het oude uitgangspunt dat de Belastingdienst altijd alle volumestijgingen zelf opvangt voor de Douane in redelijkheid niet kan worden vastgehouden. Voorts is gebleken dat in de organisatie nog veel aandacht voor de communicatie nodig is om de uitgangspunten van de Douane tot werkelijk gemeenschappelijk eigendom te maken.

De 21ste eeuw heeft, in de vorm van het wetsvoorstel IB 2001, de afgelopen periode prominent in de schijnwerpers gestaan. Nog even omkijkend naar de 20ste eeuw constateer ik dat de economische activiteiten, de wijze van belastingheffen en de omgang tussen overheid en burgers sterk veranderd zijn. De Belastingdienst heeft op deze veranderingen steeds ingespeeld. Met de in gang gezette ontwikkelingen staan de medewerkers van de Belastingdienst ook klaar voor de veranderingen en uitdagingen van de nieuwe eeuw.

Dit is het laatste Beheersverslag dat ik u aanbied, aangezien ik op 1 april 2000 de Belastingdienst zal verlaten. Ik heb het een buitengewone ervaring gevonden bij te dragen aan de ontwikkeling van de dienst. Ik wens alle medewerkers van de Belastingdienst het allerbeste voor de toekomst.

DE DIRECTEUR-GENERAAL BELASTINGDIENST,

mr. J.N. van Lunteren

Hoofdstuk 1. Algemeen


1.1. Taken en doelstellingen

Het Beheersverslag geeft een overzicht van de resultaten van de primaire en ondersteunende processen van de Belastingdienst. Daarmee wordt verantwoording afgelegd aan de verschillende opdrachtgevers en toezichthouders. De formele verantwoording van de bewindslieden van Financiën aan de Staten-Generaal vindt aansluitend plaats in de Slotwet en de financiële verantwoording van het Ministerie van Financiën. In toenemende mate is er behoefte aan rapportages, beleids- en wetsevaluaties en het gebruik van kengetallen en prestatie-indicatoren. Het eerste hoofdstuk geeft een cijfermatig overzicht van de belangrijkste kengetallen over een aantal jaren. Hoofdstuk 2 gaat in op de algemene resultaten in de rechtshandhaving. Daarna komen de resultaten per doelgroep aan de orde. Het verslag sluit af met een hoofdstuk over de ondersteunende processen. Het Beheersverslag geeft daarmee inzicht in de veelheid aan nieuwe en al bestaande activiteiten die door de Belastingdienst worden verricht. Fundament hieronder is de permanente opdracht die de Belastingdienst zich stelt, nu en in de toekomst. Deze wordt gedragen door de betrokkenheid en deskundigheid van de medewerkers.

De permanente opdracht luidt: de Belastingdienst voert de wet- en regelgeving die hem is opgedragen zo doeltreffend en doelmatig mogelijk uit en streeft in zijn handelen naar handhaving van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Dienstverlening aan en respect voor het publiek zijn aan het handelen onlosmakelijk verbonden.

De dienst voert deze permanente opdracht uit in een veranderende omgeving. In de eerste plaats zijn er de (nieuwe) fiscale taken die door de wetgever worden opgedragen. Daarnaast zijn er andere omgevingsfactoren, zoals de economische ontwikkeling, digitalisering en internationalisering. Tenslotte veranderen de opstelling, verwachtingen en het gedrag van belastingplichtigen. Deze ontwikkelingen brengen met zich mee dat alertheid geboden is op het aanpassen en herinrichten van activiteiten en processen.

Deze alertheid komt ook tot uiting in de strategische doelstelling: het onderhouden en versterken van de bereidheid van belastingplichtigen tot nakoming van de wettelijke verplichtingen. Belastingplichtigen maken allerlei afwegingen bij het nakomen van hun verplichtingen. De mate van aandacht is daarom afhankelijk van het nalevingsgedrag: iedere belastingplichtige krijgt de aandacht die in zijn situatie vereist is.

De permanente opdracht legt de basis voor de filosofie waarop de Belastingdienst zijn handelen baseert. De verscheidenheid brengt mee dat niet met één, uniforme, werkwijze volstaan kan worden. Daarom zijn vier uitgangspunten geformuleerd die gezamenlijk gestalte geven aan de bedrijfsfilosofie.

Een dienstverlenende attitude

Veel belastingplichtigen zijn niet in staat geheel zelfstandig hun verplichtingen na te komen. De Belastingdienst moet hier hulp op maat bieden en vragen snel en adequaat beantwoorden. Actuele standaardinformatie moet ter beschikking van belastingplichtigen worden gesteld. Belastingplichtigen moeten op een toegankelijke wijze van de geboden service gebruik kunnen maken. Belastingplichtigen krijgen zo snel mogelijk zekerheid over hun (fiscale) stand van zaken.

Een doelgroepgerichte benadering

Tweede uitgangspunt voor de Belastingdienst is die belastingplichtigen bij elkaar te brengen, die op dezelfde wijze behandeld kunnen worden. Op basis van ter beschikking staande gegevens vindt een doelgroepgerichte benadering plaats: particulieren, (grote) ondernemingen en douane als hoofddoelgroepen en daarbinnen onderverdelingen naar branches en naar (fiscaal) risico en (fiscaal) belang.

Integratie van de fiscale behandeling

Een derde uitgangspunt beoogt de integratie van de fiscale behandeling vanuit het perspectief van de belastingplichtige: een belastingplichtige wordt in beginsel voor zijn totale fiscale situatie, dus ongeacht het belastingmiddel, op één plaats behandeld.

Werken in de actualiteit

De noodzaak tot het actueel houden van bestanden, tot het snel afwikkelen van gegevens- en documentenstromen, tot het tijdig onderkennen van fraude(patronen) en tot het beheersen van de kasstromen is voor de Belastingdienst aanleiding een vierde uitgangspunt te hanteren: werken in de actualiteit. Daarbij vindt de behandeling zo veel mogelijk plaats op het moment dat de fiscaal relevante gebeurtenissen zich voordoen en wordt de belasting zo veel mogelijk voldaan op het moment dat deze verschuldigd wordt.

De belastingplichtige moet zijn verplichtingen op een gemakkelijke wijze na kunnen komen. Daarom ligt het accent op een dienstverlenende attitude. Waar dienstverlening alleen te kort schiet om handhaving te realiseren, treedt de Belastingdienst ook corrigerend op. Rechtshandhavingsbeleid moet gedragen worden door de integriteit van de rechtshandhaver. Integriteit houdt in dat het handelen van de organisatie en zijn medewerkers rechtmatig is, rechtszekerheid biedt en rechtsgelijkheid waarborgt.

Integriteit wordt gedragen door de betrokkenheid en deskundigheid van de medewerkers. De door de Belastingdienst geformuleerde basiswaarden geloofwaardigheid, verantwoordelijkheid en zorgvuldigheid zijn daarbij de leidraad.

Integriteit is een permanent en belangrijk punt van aandacht: in opleidingen en trainingen, maar ook in het werkoverleg en in de coaching van medewerkers.

Scholing en opleiding, trainingen en functieroulatie zijn essentieel voor een goed personeelsbeleid. Daarmee wordt ook een bijdrage geleverd aan de positie van de Belastingdienst op de arbeidsmarkt. De dienst moet de goede mensen aantrekken en weten vast te houden, wil hij zijn permanente opdracht kunnen blijven waarmaken.


1.2. Bedrijfsvoering


1.2.1. Euro en millennium

Vanaf 1 januari 1999 is het mogelijk om voor het belastingjaar 1999 aangifte in euro te doen. De voorbereidende werkzaamheden, zoals het aanpassen van documenten, automatisering en communicatiemiddelen heeft grotendeels al in 1998 plaatsgevonden. De invoering heeft daardoor zonder noemenswaardige problemen plaatsgevonden. Van het aantal aangiften loon- en omzetbelasting in 1999 is 4 gedaan in euro. Bij de in- en uitvoer van goederen is dit respectievelijk 4% en 5%. De Belastingdienst bereidt zich nu voor op het einde van de duale fase met ingang van 1 januari 2002.

Het is de Belastingdienst in 1999 gelukt om voor 1 januari 2000 alle geautomatiseerde systemen millenniumproof te krijgen. Dit heeft een grote inspanning gevergd. Het resultaat is dat er tijdens en na de millenniumovergang geen problemen zijn opgetreden. Bovendien is de beheersbaarheid van automatisering sterk toegenomen door onder meer opschoning van applicaties, betere registraties van hard- en software en verdere standaardisatie van applicaties en infrastructuur.

De Belastingdienst heeft in de jaren 1998 en 1999 in totaal voor 269 miljoen uitgaven gedaan, die direct zijn toe te rekenen aan de invoering van de euro ( 52 miljoen) en aan het millenniumbestendig maken van de processen van de Belastingdienst ( 217 miljoen). Het betreft uitgaven voor het testen en aanpassen van applicaties en investeringen in hard- en software die direct aan beide projecten zijn toe te rekenen. Naast deze uitgaven zijn -voor het milleniumbestendig maken- investeringsuitgaven gedaan die niet volledig zijn toe te rekenen aan het millennium. Het moment van investeren is wel een direct gevolg van de millenniumwisseling. Het gaat daarbij om het vervroegen van investeringen, zoals de vervanging van werkplekken en telefooncentrales. Als deze uitgaven volledig worden meegenomen, bedroegen de uitgaven in 1999 236 miljoen. Dit bedrag aan uitgaven is vermeld in de Financiële Verantwoording.


1.2.2. Kengetallen

In deze paragraaf wordt een beeld geschetst van de effectiviteit en de doelmatigheid van het primair proces van de Belastingdienst. Dit gebeurt aan de hand van strategische kengetallen. Deze geven de ontwikkelingen op hoofdlijnen aan. Als kengetallen worden gebruikt de product- en proceskwaliteit, de volume- en arbeidsproductiviteit, de dienstverlening en het tempo kasstroom. Nieuw toegevoegd is het kengetal toezicht. In onderstaand diagram is de samenhang tussen de verschillende kengetallen weergegeven. De cijfers zijn geïndexeerd, waarbij 1992 het basisjaar is.

Figuur 1: Samenhang strategische kengetallen

In één oogopslag laat dit diagram zien wat de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen jaren zijn geweest. De kengetallen proceskwaliteit, dienstverlening, arbeidsproductiviteit en toezicht vertonen in de periode 1992-1999 een sterke stijging. Ook de kengetallen productkwaliteit en tempo kasstroom zijn gestegen. Het kengetal volumeproductiviteit is in diezelfde periode gelijk gebleven. Hierna wordt op het verloop van elk van de kengetallen ingegaan.

Productiviteit

De productiviteitskengetallen volumeproductiviteit en arbeidsproductiviteit zijn opgebouwd uit drie componenten, te weten apparaatsuitgaven (uitvoeringskosten), productievolume en personele bezetting. In figuur 2 is het verloop van deze componenten weergegeven.

Figuur 2: Productiviteitsindicatoren

Uit de figuur blijkt dat het volume van de productie de laatste jaren minder is toegenomen dan de apparaatsuitgaven. Door een aantal ontwikkelingen vertonen de uitgaven een stijging, ongeacht het verloop van de productie. Eén van deze ontwikkelingen is het toepassen van loon- en prijscorrecties (ten opzichte van 1992 600 miljoen ). Voor een goede vergelijking zouden de apparaatsuitgaven verder jaarlijks gecorrigeerd moeten worden voor met name:

* technische correcties, zoals de overheveling van de huurbudgetten van de Rijksgebouwendienst naar de Belastingdienst (t.o.v. 1992 240 miljoen);

* de uitvoering van nieuwe of gewijzigde wetgeving (t.o.v. 1992 180 miljoen);

* de intensivering van de fraudebestrijding (t.o.v. 1992 560 miljoen);

* uitgaven voor de projecten Euro en Millennium (t.o.v. 1992 236 miljoen);

In figuur 2 zijn de apparaatsuitgaven ook weergegeven gecorrigeerd voor deze ontwikkelingen. In onderstaande tabel is het verloop van de apparaatsuitgaven vanaf 1992 weergegeven.

Tabel 1: Nominale apparaatsuitgaven1 (in miljoenen guldens)

Jaar

Opleidingen

Automatisering

Exploitatie

Personeel *)

Totaal

Totaal excl. mutaties

1992

25,8

273,2

461,9


2.020,3


2.781,2


2.781,2

1993

26,1

315,6

457,8


2.069,6


2.869,1


2.869,1

1994

19,0

383,9

455,5


2.094,0


2.952,4


2.900,4

1995

27,6

423,6

517,2


2.195,8


3.164,2


2.996,5

1996

34,8

501,1

606,0


2.223,7


3.365,6


3.058,9

1997

44,5

557,4

659,3


2.403,1


3.664,3


3.133,4

1998

50,9

692,6

750,6


2.544,4


4.038,5


3.222,4

1999

53,3

681,0

990,9


2.680,6


4.405,8


3.190,6


*) Inclusief overige uitgaven personeel

Het productievolume2 omvat onder meer de voorlopige en definitieve aanslagen, naheffingsaanslagen en dwangbevelen. Ten opzichte van 1992 is het productievolume gestegen met 35%. De stijging voor 1999 bedraagt 10%. Deze stijging is voor een deel veroorzaakt door een toename in het opleggen van voorlopige aanslagen Inkomensheffing. Voor alle aangiften die vóór 1 april zijn binnengekomen is een voorlopige aanslag opgelegd. Daarnaast hangt de stijging samen met de groei van het aantal belastingplichtigen. Hieronder is het verloop van het aantal belastingplichtigen voor de belangrijkste middelen weergegeven.

Tabel 2: Geïndexeerde ontwikkeling aantal belastingplichtigen

1992

1993

1994

1995

1996

1997

1998

1999

Belastingplichtigen

100

104

110

116

123

129

131

132

Volume- en arbeidsproductiviteit3

Het kengetal volumeproductiviteit meet de mate waarin het productievolume en de reële apparaatsuitgaven zich tot elkaar verhouden. Vanaf 1994 vertoonde de volumeproductiviteit een dalende lijn. In 1999 is sprake van een stijging. Zoals hiervoor toegelicht nemen de uitgaven jaarlijks toe door oorzaken die los staan van de productie: technische correcties, nieuwe of gewijzigde wetgeving, intensivering van de fraudebestrijding en de uitgaven voor Euro en Millennium. Gecorrigeerd voor deze uitgaven stijgt de volumeproductiviteit jaarlijks met gemiddeld 4%.

Figuur 3: Productiviteitskengetallen

De arbeidsproductiviteit geeft de relatie weer tussen het productievolume en de personele bezetting. De ontwikkeling van de informatiesystemen heeft mede geleid tot een stijging van de arbeidsproductiviteit in 1999. Hoewel de personele bezetting in 1999 licht is gestegen, wordt deze overtroffen door een relatief grotere stijging van het productievolume. De stijging van de arbeidsproductiviteit voor 1999 bedraagt 8%.

Proceskwaliteit

Hoewel de Belastingdienst op een aantal punten (bijvoorbeeld de termijn voor bezwaarschriften) van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) is uitgezonderd, wordt met het oog op het verbeteren van de dienstverlening zoveel mogelijk AWB-conform gehandeld. De proceskwaliteit geeft aan in hoeverre de Belastingdienst erin slaagt aangiften en bezwaarschriften tijdig af te doen. De uitkomsten stabiliseren zich op het niveau van 1998. In zijn algemeenheid geldt dat naarmate een groter deel tijdig is afgedaan, het steeds meer inspanning vergt om de 100% dichter te benaderen.

Figuur 4: Proceskwaliteit

Productkwaliteit

Het kengetal productkwaliteit geeft inzicht in de ontwikkeling van een aantal kwaliteitsaspecten van het proces van heffing. Het kengetal geeft de verhouding aan tussen de aantallen gecorrigeerde aangiften en afgedane bezwaarschriften dat tegen correcties is ingediend. Tevens wordt het afdoeningsresultaat van de bezwaarschriften, afgewezen dan wel toegewezen, volledig meegewogen. Hierdoor ontstaat een beeld van de correcties die terecht zijn aangebracht. Het kengetal is in 1999 licht gedaald ten opzichte van 1998.

In 1999 is onderzoek gedaan naar het financieel belang van de toegewezen bezwaarschriften inkomensheffing. Gemeten is twee jaar na afloop van het kalenderjaar. Van elke oorspronkelijk gecorrigeerde gulden blijkt 94 cent te zijn gehandhaafd.

Figuur 5: Productkwaliteit

Tempo kasstroom

Het tempo kasstroom geeft aan in welke mate de Belastingdienst erin slaagt de over een belastingjaar verschuldigde belasting al binnen dat jaar te innen. Daartoe wordt de som van de kasopbrengsten 1999 van de belastingheffingen inkomensheffing, vennootschapsbelasting, loonheffing en omzetbelasting uitgedrukt in een percentage van de som van de transactieramingen voor 1999, afkomstig uit het Centraal Economisch Plan 2000. Het uiteindelijke transactieresultaat over 1999 kan afwijken van de huidige raming. Als gevolg daarvan kan het percentage voor 1999 nog wijzigen. Ook de cijfers over voorgaande jaren kunnen bij definitieve vaststelling nog iets wijzigen.

Figuur 6: Tempo kasstroom

Toezicht

De set kengetallen is uitgebreid met een kengetal toezicht. Onderstaande figuur geeft een indruk omtrent het verloop van de inspanningen en resultaten gemoeid met het toezicht. Intensivering van toezicht vertaalt zich niet - of zeer beperkt - in meer aanslagen, maar wel in betere aanslagen en meer correctie-opbrengst. De ontwikkeling van de figuur maakt zichtbaar hoe het toezicht door de Belastingdienst zich heeft ontwikkeld.

Figuur 7: Toezicht

Bij de Douane is de verschuiving zichtbaar van fysiek naar administratief toezicht. Daarnaast stond het aantal fysieke controles in 1999 onder druk (zie hoofdstuk 3.3.4). Mede door de belastingvereenvoudiging (Oort wetgeving) en de verhoging van forfaitaire aftrekken als het arbeidskostenforfait, is het aantal correcties bij de aanslagregeling inkomstenbelasting teruggelopen.

Door een betere selectie op risico vertonen de resultaatindicatoren een stijging. Door de gunstige economische ontwikkelingen verbetert het resultaat bij de invordering. Het beeld wordt neerwaarts vertekend doordat de achterstand invordering voor een steeds groter deel bestaat uit aanslagen waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure loopt.

Dienstverlening

Het kengetal dienstverlening geeft een beeld van de meerjarige ontwikkeling van de dienstverlening. De basisgegevens hiervoor worden ontleend aan de gegevens uit de Fiscale Monitor over de periode 1994-1999. Daarbij zijn de resultaten van drie geënquêteerde doelgroepen (Particulieren, (Grote) Ondernemingen en Douane) gepresenteerd als één resultaat.

Dienstverlening wordt onderscheiden naar drie aspecten: ervaren snelheid, bereikbaarheid en nakomen afspraken.

Figuur 8: Ervaren dienstverlening

De ervaren dienstverlening vertoont door de jaren heen een licht stijgende lijn. Dit is met name een gevolg van de stijgende lijn in de ervaren snelheid. De bereikbaarheid herstelt zich op het niveau van 1997 en het nakomen van afspraken is al een aantal jaren stabiel op ongeveer hetzelfde niveau.


1.3. Omgeving van de Belastingdienst


1.3.1. Strax

De externe ontwikkelingen die van directe betekenis zijn voor de wijze waarop de Belastingdienst zijn taken uitvoert, kunnen worden samengevat in de volgende kernwoorden: digitalisering, internationalisering, wijzigingen in het fiscale beleid, demografische trends en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Onder de noemer Belastingdienst Strax oriënteert de Belastingdienst zich op deze ontwikkelingen en speelt daar zo goed mogelijk op in. Kernthemas waaromheen de veranderingen plaatsvinden zijn klantbehandeling, kwaliteit van medewerkers, werkprocessen en organisatie en besturing.

De Belastingdienst heeft een aantal trajecten ingezet, waarin de vernieuwing wordt vormgegeven. In 1999 heeft de nadruk gelegen op onderstaande punten.

Vernieuwing werkprocessen

Versterken van de vaktechnische adviesfunctie

Onderzocht is hoe door het bundelen van specialistische kennis op regionaal niveau de adviesfunctie op eenheidsniveau versterkt kan worden. Onderzoeken hebben geresulteerd in het instellen van regionale adviescentra voor de specialisten op terrein van loon- en omzetbelasting. Daarnaast wordt proefsgewijs samengewerkt door specialisten van diverse eenheden en divisies om fiscaal-technische risicos aan te pakken.

Centrale invoer

Nagegaan is hoe ontkoppeling kan plaatsvinden van (massale) verwerkingsprocessen (gegevensinvoer) en de behandelprocessen als aanslagregeling. Het doel is alle berichtenstromen, zoals aangiftebiljetten en gegevens van derden, op één centraal punt te laten binnenkomen en ze volledig geautomatiseerd ter beschikking te stellen aan de behandelende ambtenaren van de Belastingdienst. Dit komt de efficiëntie en de dienstverlening aan belastingplichtigen ten goede. In hoofdstuk 4.1.2 wordt hier nader op ingegaan.

Gecombineerde klantendienst

Op enkele locaties worden ervaringen opgedaan met een gecombineerde klantendienst voor Particulieren, (Grote) Ondernemingen en Douane. De gecombineerde klantendienst hebben als uitgangspunt dat klanten met alle typen fiscale vragen bij één loket terecht kunnen. Het project wordt medio 2000 geëvalueerd.

Vernieuwing klantbehandeling

Gemeenschappelijke klantbehandeling Grote Ondernemingen en Douane

Op twee locaties is een proef genomen met geïntegreerde behandelteams Grote Ondernemingen en Douane. De eerste ervaringen leren dat het samenvoegen van informatie uit samenwerkende eenheden het zicht op de belastingplichtige en daarmee de risico-analyse verbetert.

Klantbehandeling op het grensvlak van middelgrote ondernemingen en grote ondernemingen

Nagegaan is hoe de behandelstrategieën van de divisies Ondernemingen en Grote Ondernemingen op elkaar kunnen worden afgestemd en hoe specifieke kennis en expertise optimaal kunnen worden ingezet. Daartoe werken medewerkers van de eenheden Ondernemingen en van eenheden Grote Ondernemingen in koppelverband samen.

Vernieuwing besturing

Centrum voor proces- en productontwikkeling

In 1999 is besloten om de verantwoordelijkheid voor ontwerpen en innoveren van werkprocessen met ingang van 1 januari 2000 meer centraal te beleggen in een ontwerpcentrum: Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling (B/CPP). Het B/CPP ontwerpt processen en producten en adviseert over mogelijke verbeteringen voor de klantbehandeling. Het centraal beleggen van de ontwerpfunctie heeft als voordelen dat er efficiënter kan worden gewerkt, expertise gebundeld wordt ingezet en dat de onderlinge samenhang van deelprojecten beter wordt bewaakt.

Directoraat-Generaal Belastingdienst

De instelling van B/CPP heeft mede gevolgen voor de stafdirecties van het Directoraat-Generaal Belastingdienst op het Ministerie van Financiën. Diverse activiteiten die voorheen daar plaatsvonden, worden nu ondergebracht bij B/CPP. Ook worden uitvoerende werkzaamheden overgedragen aan andere eenheden binnen de Belastingdienst: bijvoorbeeld de taken op het gebied van de communicatie naar het Centrum voor kennis en communicatie en taken op het gebied van het informatiemanagement naar het Automatiseringscentrum. De taken en de activiteiten van de toenmalige zes directies op het gebied van beleid en (concern)control worden geordend in de vier huidige beleidsdirecties. Met deze herinrichting is per 1 januari 2000 gestart.

Doelgroepdirecties

Ook op de doelgroepdirecties verschuiven taken op het gebied van middel- en procesportefeuilles en informatiemanagement naar B/CPP. Hierdoor kunnen de doelgroepdirecties meer inhoud geven aan hun sturende en stimulerende taak jegens de eenheden. De stafondersteuning van de doelgroepdirecteuren zal qua omvang, deskundigheid en organisatorische inrichting worden afgestemd op hun spilfunctie tussen beleid en ontwerp enerzijds en uitvoering anderzijds en hun medeopdrachtgeversrol ten aanzien van het B/CPP.


1.3.2. Resultaten Fiscale Monitor

Voor een klantgerichte behandeling is het van belang te weten hoe belastingplichtigen denken over de uitvoering van fiscale wet- en regelgeving. De Belastingdienst brengt meningen, wensen en behoeften van belastingplichtigen op dit terrein actief in kaart. Dit gebeurt onder andere door middel van de periodieke enquête, de Fiscale Monitor. De resultaten worden gebruikt bij de beleidsvoorbereiding en bij het verbeteren van de uitvoering. Daartoe wordt aan de hand van de resultaten eerst verder onderzoek gedaan naar concrete verbeterpunten. Het onderzoek richt zich op de doelgroepen ondernemingen, grote ondernemingen, particulieren en douaneklanten en op de intermediaire doelgroep fiscaal adviseurs.

Uit de Fiscale Monitor blijkt dat de verschillende doelgroepen het functioneren van de Belastingdienst door de jaren heen in het algemeen positief beoordelen. Het belangrijkste punt waarop met name particuliere belastingplichtigen verbetering willen zien, blijft de begrijpelijkheid van het aangiftebiljet. De Fiscale Monitor 1999 geeft echter aan, dat de noodzaak tot deze verbetering inmiddels wat minder sterk gevoeld wordt dan in voorgaande jaren. De snelheid van afhandelen van aangiftebiljetten is in de loop van de jaren steeds positiever ervaren. Particuliere belastingplichtigen vinden dit daardoor een minder belangrijk punt van verbetering. Het scoort nu even hoog als het begrip voor de situatie van de belastingplichtige. Ondernemers noemen dit laatste onveranderd als belangrijkste punt waarop men verbetering wenst te zien. De meningen over de telefonische bereikbaarheid laten een wisselend beeld zien. Particulieren vinden de bereikbaarheid van zowel de eenheden als van de Belastingtelefoon verbeterd. Ondernemers, fiscaal adviseurs en douaneklanten beoordelen de bereikbaarheid van eenheden en van belastingtelefoon als ongewijzigd tot iets minder.

A. Het functioneren van de Belastingdienst in het algemeen

Contacten met de Belastingdienst verlopen positief

Over het laatste contact dat heeft plaatsgevonden met de Belastingdienst, oordeelt het merendeel van de belastingplichtigen positief. Relatief het minst tevreden zijn de doelgroepen ondernemingen en fiscaal adviseurs, maar daarvan is nog steeds ruim driekwart te spreken over het laatste contact. Van de andere doelgroepen is 82% tevreden over de gang van zaken. Dit oordeel over het laatste contact met de Belastingdienst is al jaren nagenoeg gelijk.

Belastingdienst komt toezeggingen en afspraken goed na

Alle doelgroepen zijn positief over de manier waarop de Belastingdienst toezeggingen, zoals terugbellen of het toesturen van informatie, nakomt. Gemiddeld is ongeveer 85% hierover tevreden. De doelgroep particulieren is op dit punt met 90% het meest tevreden. Wanneer het gaat om het nakomen van meer inhoudelijke afspraken, is rond de 95% van de belastingplichtigen tevreden. Zij vinden dat de Belastingdienst er goed in slaagt om afspraken na te komen. De doelgroep ondernemingen is met 91% het minst positief.

Behandeling door Belastingdienst wordt als redelijk normaal ervaren

Het gros van de belastingplichtigen - van 75% bij ondernemingen tot 87% bij particulieren - vindt dat de Belastingdienst hen min of meer normaal behandelt. Met name particulieren zijn deze mening toegedaan. Een percentage variërend van 11% (particulieren) tot 24% (ondernemingen) vindt de behandeling door de Belastingdienst iets te streng of veel te streng. Van de meeste doelgroepen ervaart slechts 1% tot 2% de Belastingdienst als tamelijk mild. Douane vormt hierop met 6% een lichte uitzondering.

Het functioneren van de Belastingdienst wordt over het algemeen positief ervaren

Iets meer dan de helft (ondernemingen en particulieren) tot bijna driekwart (fiscaal adviseurs) van de ondervraagden beoordeelt het functioneren van de Belastingdienst als (zeer) positief. Rond 5% van de ondervraagden heeft hierover een negatief oordeel. De overigen zien geen plus- maar ook geen minpunten aan het optreden van de Belastingdienst in het algemeen. Voor ondernemingen is het beeld wat dit oordeel betreft al enige jaren constant. Ook bij particulieren en douaneklanten lijkt het oordeel zich op dit punt te stabiliseren.

B. Communicatie en dienstverlening

De duidelijkheid van aangiftebiljetten, aanslagen en brieven

De vraagstelling over het aangiftebiljet is dit jaar bij particuliere belastingplichtigen enigszins gewijzigd. Aan de hele groep respondenten is alleen gevraagd naar de overall tevredenheid over biljet of diskette. Vervolgens zijn alleen de belastingplichtigen die zelf de aangifte hebben ingevuld meer in de diepte ondervraagd.

Voor driekwart tot 90% van de belastingplichtigen is het aangiftebiljet duidelijk. Er zijn enige verschillen tussen de doelgroepen. De biljetten leveren voor grote ondernemingen de minste problemen op (11% vindt ze niet zo duidelijk) en voor ondernemingen relatief de meeste (27% vindt ze niet zo duidelijk). Bij particuliere belastingplichtigen die zelf invullen, ligt dit percentage op 15%. De duidelijkheid van aanslagen laat weinig te wensen over. Minimaal 80% in elke groep beoordeelt ze als tamelijk duidelijk of zeer duidelijk. Met de duidelijkheid van overige correspondentie blijft men iets meer moeite houden. Weliswaar is ongeveer driekwart van de respondenten van mening dat brieven van de Belastingdienst tamelijk of zeer duidelijk zijn, maar gemiddeld een kwart vindt ze dus niet zo of helemaal niet duidelijk.

De telefonische bereikbaarheid van eenheden

Eenheden zijn volgens de helft tot driekwart van de belastingplichtigen (tamelijk) makkelijk telefonisch te bereiken. Het meest tevreden hierover zijn douaneklanten (driekwart is tevreden), het minst de fiscaal adviseurs (32% is tevreden). Het oordeel van grote ondernemingen, ondernemingen en douaneklanten is de afgelopen jaren constant gebleven. Bij particulieren is wat verbetering zichtbaar, maar bij fiscaal adviseurs is nog steeds sprake van een afnemend positief oordeel.

Het gebruik van de Belastingtelefoon

De bekendheid van de verschillende vormen van de Belastingtelefoon is al enkele jaren hoog te noemen. Meer dan 80% van de particulieren en (grote) ondernemingen is op de hoogte van het bestaan van dit communicatiemiddel. Douaneklanten wijken hierin af: ruim 60% van deze groep heeft wel eens gehoord van de Belastingtelefoon Douane, maar ook dit percentage is door de jaren heen redelijk stabiel.

Het gebruik van de Belastingtelefoon is afgenomen en bevindt zich op het niveau van 1997. Bij de fiscaal adviseurs blijft echter een stijgende lijn zichtbaar voor zowel de Belastingtelefoon voor particulieren als ook die voor ondernemers.

Wat betreft de tevredenheid over de verstrekte informatie, is er de afgelopen jaren weinig veranderd. Twee derde in elke doelgroep is tevreden over de informatie via de Belastingtelefoon, zon 20% (particulieren) tot 30% (grote ondernemingen) niet zo.

C. Processen

Het tempo waarmee de Belastingdienst handelt

In elke doelgroep vindt ruim twee derde dat de Belastingdienst aangiften tamelijk of zeer snel afhandelt. Daarmee wordt de stijgende lijn nog steeds doorgezet. Het meest positief zijn de particuliere belastingplichtigen (79% vindt het tamelijk of zeer snel), het minst de grote ondernemingen (70% is deze mening toegedaan). Fiscaal adviseurs blijven wat negatiever gestemd: 61% is tevreden over het tempo.

Over de termijn die de Belastingdienst nodig heeft om geld terug te storten, zijn met name particulieren zeer tevreden. Ook ondernemingen en grote ondernemingen zijn te spreken over het tempo: ongeveer 70% is tevreden. Het minst positief zijn douaneklanten: van hen is slechts iets meer dan de helft van mening dat het terugstorten snel verloopt. Het oordeel over het tempo van terugbetalen is in vrijwel alle doelgroepen over de jaren heen verbeterd.

Twee derde tot driekwart van de doelgroepen beoordeelt de snelheid waarmee de Belastingdienst een vraag beantwoordt als tamelijk of zeer hoog. Fiscaal adviseurs houden er hieromtrent een minder positieve mening op na: 52% is tevreden. In het oordeel over de snelheid waarmee vragen worden beantwoord is door de jaren heen weinig verandering opgetreden.

Kans op ontdekking opgave te lage inkomsten of te hoge aftrekposten

De kans dat de Belastingdienst er achter komt dat een belastingplichtige te lage inkomsten of te hoge aftrekposten opgeeft, acht men over het algemeen groot. Een vijfde (grote ondernemingen) tot ruim een derde (Douane) van de respondenten weet vrijwel zeker dat de Belastingdienst daar achter komt. Dit aandeel bedraagt bij fiscaal adviseurs slechts 8%. De helft (Douane) tot twee derde (grote ondernemingen) van de ondervraagden denkt dat die kans tamelijk groot is. De overigen achten de kans klein en slechts een enkeling acht het ontdekken vrijwel uitgesloten.


1.3.3. Klachten

De ontwikkeling van het aantal klachten over de Belastingdienst geeft een beeld van de effectiviteit van de dienstverlening en externe communicatie. Uiteraard moet het aantal klachten worden bezien in het perspectief van de vele klantcontacten die de Belastingdienst jaarlijks heeft.

Ingediend bij de Belastingdienst

De doelstelling is dat klachten conform het klachtenstatuut binnen een maand worden afgedaan. De Belastingdienst ontving in 1999 2.031 (1998:
2.309) klachten van uiteenlopende aard. Van deze klachten waren er 815 afkomstig van particulieren (1998: 1.041). Meer gedetailleerde gegevens over binnengekomen en afgedane klachten zijn opgenomen in het Productieverslag.

Ingediend bij de Nationale ombudsman

Belastingplichtigen kunnen klachten over het optreden van de Belastingdienst ook richten aan de Nationale ombudsman (NO). De klachten richten zich met name op de behandelingsduur van aangiften, bezwaarschriften, verzoekschriften en overige correspondentie.

Tabel 3: Aantal klachten aan de Nationale ombudsman

1995

1996

1997

1998

1999

Klachten aan NO

708

685

771

620

605

Rapporten van NO

96

91

81

82

67

Klachten FIOD en ECD

In 1999 zijn in totaal dertien klachten over het optreden van de FIOD binnengekomen. Van deze klachten zijn er tien rechtstreeks door de FIOD ontvangen, twee door de Nationale Ombudsman en één door het Kabinet van de Koningin. De afhandeling van elf klachten (waaronder één van de NO en één van het Kabinet) heeft binnen één maand plaats gevonden. In 1997 en 1998 zijn 15 respectievelijk 8 klachten behandeld.

De ingediende klachten zijn naar aard en inhoud verschillend. Samengevat gaan de klachten over:

* weigering aan derde van inzage in een onderzoeksdossier;
* manier van (niet) optreden en behandeling door FIOD (8x);
* inbeslagneming van stukken van verdachte;
* handelen door Belastingdienst, OM en uitvoeringsinstelling (3x).
De behandeling van de klachten is als volgt verlopen:
* ingetrokken (2x);

* doorverwezen (5x) en elders afgedaan (2x belastingeenheid, 2x OM, 1x GAK);

* als niet ontvankelijk behandeld (1x). Dit betrof een 9 jaar oud opsporingsonderzoek, waarin reeds 2x vonnis is gewezen);
* afgehandeld (4x);

* nog in behandeling (1x).

Van de 4 afgehandelde klachten is er één (gedeeltelijk) toegewezen. De overige 3 klachten zijn afgewezen.

Door de ECD zijn in 1999 in totaal 3 klachten in behandeling genomen. Deze 3 klachten zijn afgewezen.

hoofdstuk 2. Rechtshandhaving


2.1. Ontwikkelingen op fiscaal terrein
Belastingplan 2001

Een belangrijk en complex voorbereidingstraject dat in 1999 in gang is gezet betreft het wetsvoorstel Wet Inkomstenbelasting 2001. Om een tijdige en volledige implementatie van dit ingrijpende wetsvoorstel te kunnen realiseren is een projectorganisatie in het leven geroepen. Deze coördineert vijftien deelprojecten, die zich bezighouden met automatisering, opleidingen, aangiften, voorlichting en contra-informatie. De portefeuilles inkomstenbelasting (winst en niet-winst), loonbelasting, omzetbelasting, vennootschapsbelasting, formeel recht, registratie en successie en invordering zijn rechtstreeks bij de voorbereidingen betrokken. Begin februari 2000 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Inkomstenbelasting 2001 tezamen met de invoerings-, overgangs- en aanpassingswetgeving aanvaard.

Voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting

De invoering van de Voorlopige Teruggaaf als vervanger voor de loonbeschikking heeft plaatsgevonden per 1 juli 1998. De regeling was toen beperkt tot de nieuwe gevallen. In 1999 betrof de rechtstreekse uitbetaling de gehele groep belastingplichtigen. Het ging hier om totaal 1,3 miljoen voorlopige teruggaven met een totaalbedrag van 6,1 miljard. Ondanks de massaliteit zijn de verwerking van de verzoeken en de feitelijke maandelijkse uitbetaling zonder noemenswaardige problemen verlopen.

Vermindering administratieve lasten bedrijfsleven

Mede ten behoeve van de werkzaamheden van de Commissie Administratieve Lasten heeft de Commissie Van Lunteren zich gebogen over de mogelijkheden om tot een verdere vermindering van de administratieve lasten te komen. De commissie heeft onder andere aandacht gevraagd voor de verschillen in de grondslag voor de heffing van loonbelasting en de premies werknemersverzekeringen en aanbevolen te bezien of het mogelijk is de verplichte accountantsverklaring in de fiscale wetgeving te laten vervallen en de controle op alternatieve wijze vorm te geven. Met dit laatste kan een administratieve lastenverlichting worden bereikt van circa 25 miljoen. In het kader van het MDW-project accountancy (Martktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit) heeft het kabinet besloten dat de departementen hun subsidieregelingen doorlichten op de noodzaak van een accountantsverklaring. In 1999 is de interdepartementale stuurgroep Doreac (Doorlichting Regelingen op Accountancy-aspecten) van start gegaan.

Bij wijze van proef wordt met ingang van het belastingjaar 2000 de verplichte accountantsverklaring afgeschaft bij twee afdrachtverminderingen in de loonbelasting. Het betreft de afdrachtverminderingen voor Speur- en Ontwikkelingswerk en voor de Zeevaart. In de jaren 2000 en 2001 wordt onderzocht of en op welke wijze de Belastingdienst extra zekerheid door controle kan verkrijgen ter compensatie van de vervallen accountantsverklaring. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek zal in overleg met de bij de regelingen betrokken departementen worden bezien welke verdere stappen mogelijk zijn. Daarbij wordt nadrukkelijk gedacht aan het toepassen van de resultaten op andere vergelijkbare regelingen in de fiscale wetgeving, zoals bij de vervroegde afschrijving op milieu-investeringen (VAMIL) en energie investeringsaftrek (EIA).

Het wetsvoorstel Wet Inkomstenbelasting 2001 bevat diverse voorstellen die een verlichting van de administratieve lasten met zich brengen. Het betreft onder andere het rechtstreeks uitbetalen aan belastingplichtigen van de beoogde bijzondere heffingskortingen in de inkomstenbelasting. Hiermee wordt voortgebouwd op het eerdere voorstel van de Commissie Van Lunteren voor de introductie van één standaardtariefgroep in de loonbelasting. Naar verwachting zal het wetsvoorstel voor het bedrijfsleven per saldo een administratieve lastenverlichting opleveren van 50 à 70 miljoen.

Voor de toekomst biedt de inzet van informatie- en communicatietechnologie (ICT) verreweg de meeste mogelijkheden voor het verder terugdringen van de administratieve lasten. Verschillende toepassingen van ICT op het gebied van informatievoorziening zijn inmiddels gerealiseerd en er lopen experimenten, zoals het doen van aangifte voor de loon- en omzetbelasting via Internet. Een forse reductie vraagt echter om verdergaande concepten. Een eerste voorbeeld van dergelijke concepten vormen de automatiseringsapplicaties Auditfile en CLAIR4 die de Belastingdienst heeft ontwikkeld ter ondersteuning van veldtoetsingen bij ondernemingen. Het gebruik van deze applicaties kan het werk bij ondernemingen en de Belastingdienst ten behoeve van het boekenonderzoek vereenvoudigen en versnellen. Het bedrijfsleven en de organisaties van fiscale dienstverleners kunnen zich, met enkele kanttekeningen, vinden in deze toepassing. Via het project Elektronische Heerendiensten wordt door de Belastingdienst (in samenwerking met andere uitvoeringsorganen) gewerkt aan een uniforme technische infrastructuur voor een dergelijke elektronische gegevensuitwisseling. Naar verwachting kan het bedrijfsleven op termijn grote structurele besparingen realiseren met deze totale benadering.

Tenslotte is in december 1999 door de ondernemingsorganisaties MKB Nederland en VNO-NCW en door de Belastingdienst het gezamenlijke rapport Op afstand het beste aan de Staatssecretaris van Financiën aangeboden. Dit rapport bevat een aantal voorstellen ter stimulering van het gebruik van ICT in met name het midden- en kleinbedrijf. Het betreft de volgende maatregelen:

* invoering van een fiscale faciliteit voor investeringen in computergebruik (ICT-investeringsaftrek, dan wel een faciliteit voor willekeurige afschrijving);

* invoering van systemen voor het elektronisch aangifte doen en betalen van loon- en omzetbelasting;

* het mogelijk maken van belastingcontrole met elektronische hulpmiddelen aan de hand van de geautomatiseerde administraties van ondernemingen;

* het opzetten van een elektronische internetdienst voor informatievragen.

De coproductie maakt het gemeenschappelijke belang van de genoemde organisaties bij stimulering van ICT-gebruik duidelijk. Het bedrijfsleven heeft belang bij impulsen voor bij-de-tijds zakendoen en bij vermindering van de administratieve lasten. De verwachte additionele lastenvermindering loopt naar verwachting op tot 170 miljoen jaarlijks. Voor de Belastingdienst gaat het om een grotere doelmatigheid bij administratieve processen en controlewerkzaamheden en om zorgvuldig en to-the-point dienstverlenend handelen met gebruik van moderne hulpmiddelen.


2.2. Rechtstoepassing


2.2.1. Vaktechnische portefeuilles

Het bedrijfsplan van de Belastingdienst geeft een aantal markeringspunten voor het beleid voor de rechtstoepassing. In het sectorplan rechtstoepassing wordt aangegeven met welke middelen en methoden de Belastingdienst een juiste rechtstoepassing waarborgt. Het beleid voor de rechtstoepassing bij de diverse belastingmiddelen wordt in de vaktechnische portefeuilles uitgewerkt. In dit kader is met name gewerkt aan:

* werken aan eenheid van beleid en uitvoering;
* implementatie van nieuwe wetgeving;

* fiscale sturing;

* kwaliteit van de rechtstoepassing;

* deskundigheidsbevordering.

Verder is gewerkt aan de voorbereiding van het onder één aansturing brengen van alle activiteiten op het gebied van de ontwikkeling en inrichting van de rechtstoepassing in één ontwerpcentrum.

Werken aan eenheid van beleid en uitvoering

Op basis van een besluit van de Staatssecretaris5 is verder gewerkt aan eenheid van beleid en uitvoering. Een belangrijk instrument hierbij zijn de kennisgroepen. Zij hebben als taakgebieden:
* vakinhoudelijke beleidsontwikkeling;

* helpdesk voor de eenheden;

* verwerven, verankeren en onderhouden van expertise op de deel-vakgebieden.

De werkwijze van de kennisgroepen is in 1999 verder geprofessionaliseerd. Met name op het gebied van de instrumentele ondersteuning hebben enkele aanpassingen plaatsgehad, bijvoorbeeld in de sfeer van de communicatie. Ook is veel tijd gestoken in voorlichting. Het functioneren van de kennisgroepen wordt in 2000 geëvalueerd.

Implementatie van nieuwe wetgeving

De implementatie van nieuwe wet- en regelgeving vindt plaats conform de richtlijnen van het Handboek advisering en implementatie wetgeving. Er wordt gewerkt met standaardactieplannen. Grote implementatietrajecten worden projectmatig aangepakt. De coördinatie en voortgangsbewaking van de implementatietrajecten wordt hierdoor versterkt.

Fiscale sturing

De portefeuilles dragen bij aan de concernsturing en ondersteunen de eenheden bij de sturing op de kwaliteit van de rechtstoepassing. Deze ondersteuning wordt gecoördineerd aangepakt en krijgt onder andere vorm in het jaarplan rechtstoepassing. Resultaten van signaaltoetsen en audits dragen bij aan een systematisch zicht op uitvoeringsproblemen en leveren hierdoor een bijdrage aan deze sturing.


2.2.2. Kwaliteit van de rechtstoepassing
Meten van kwaliteit

In 1999 is het instrument FIX (fiscaal-technische kwaliteitsindex) voor het eerst in de praktijk toegepast op de middelen accijnzen, douanerechten, loonbelasting, omzetbelasting, inkomstenbelasting (winst en niet-winst) en het proces invordering. De resultaten van deze meting krijgen het indexcijfer 100, zodat het verloop in de komende jaren vergeleken kan worden. Daarnaast is dit jaar een follow-up onderzoek gehouden naar de kwaliteit van de vennootschapsbelasting. De uit dit onderzoek en FIX voortvloeiende aanbevelingen worden na goedkeuring in 2000 geïmplementeerd. De fiscaal-technische kwaliteit van de overige belastingmiddelen en niet-fiscale middelen wordt gemeten via periodieke audits volgens het auditplan kleine middelen.

Deskundigheidsbevordering

Onder het begrip deskundigheidsbevordering vallen onder meer de activiteiten van het platform versterking vaktechniek. In dit kader zijn onder meer twee conferenties georganiseerd in samenwerking met de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (Pensioenen in de loonbelasting en Aansprakelijkstelling in het invorderingsrecht) en een conferentie met het Koninklijk Nederlands Instituut voor Registeraccountants en de Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten (Materialiteit in de openbare en belastingcontrole).


2.2.3. Rulings

De rulingpraktijk is bij het op de Belastingdienst Grote ondernemingen Rotterdam gevestigde Rulingteam geconcentreerd. Deze concentratie op één adres is van belang voor het waarborgen van de eenheid van beleid en de coördinatie met betrekking tot het afgeven van rulings. Tevens schept dit duidelijkheid naar de betrokkenen tot wie zij zich moeten wenden voor het verkrijgen van een ruling.

De competentie van het Rulingteam strekt zich ook uit tot belastingplichtigen die geen ruling vragen, maar wier activiteiten wel vallen onder een van de standaardsoorten rulings. In 1999 is speciale aandacht besteed aan de overdracht van deze belastingplichtigen naar het Rulingteam.

Een ruling is een de Belastingdienst bindende toezegging vooraf (binnen wet, jurisprudentie en beleidsbeslissingen) over de toepassing van het Nederlandse belastingrecht in internationaal-concernverband dan wel in grensoverschrijdende situaties. Daarbij gaat het onder meer om:

* de wijze waarop in een gegeven situatie een zakelijke beloning kan worden vastgesteld voor grensoverschrijdende activiteiten met inachtneming van de daarbij uitgeoefende functies, het daarvoor aangewende vermogen en de daarbij gelopen risico's;
* de toerekening van vermogensbestanddelen, activiteiten en de opbrengsten tussen hoofdkantoor en vaste inrichting;
* de vraag of aandelen in een buitenlandse (dochter)vennootschap als deelneming dan wel als belegging of als voorraad worden gehouden.
Over de periode 1 januari 1999 tot en met 31 december 1999 zijn in totaal 857 rulingverzoeken afgehandeld. Dit betreft 397 (19986: 450) nieuwe rulings en 152 verlengingen (1998: 200). Daarnaast zijn 214 verzoeken afgewezen (1998: 199) en 94 (1998: 42) verzoeken ingetrokken. De doorlooptijden van de rulingverzoeken zijn in 1999 ongewijzigd gebleven. De afgegeven rulingverzoeken zijn als volgt onder te verdelen:

Tabel 4: Rulingverzoeken

Aantallen

Totaal

Nieuw

Verlengd

Afgewezen

Ingetrokken

Houdster

457

254

71

90

42

Financiering

129

58


34

15

Royalty

78


24

16


Cost-plus

168

47

30

61

30

Vaste inrichting financiering

10





foreign sales company






informeel kapitaal






Overig






Totaal

857

397

152

214

94


2.3. Dienstverlening

De dienstverlening van de Belastingdienst is er op gericht belastingplichtigen te ondersteunen bij het voldoen aan hun fiscale verplichtingen. De wijze waarop is afhankelijk van de behoefte van belastingplichtigen; persoonlijk, telefonisch, schriftelijk en elektronisch. Ondanks de vooruitgang die de laatste jaren is geboekt, valt er nog veel te winnen op het terrein van digitalisering, ook of juist op het gebied van dienstverlening. Voortdurende vernieuwing is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de groeiende verwachtingen van de maatschappij.

Een alternatief in opkomst is e-mail. Eind november 1999 is een proef gestart bij een aantal eenheden van de Belastingdienst om hiermee ervaring op te doen. Op basis van de ervaringen wordt beoordeeld welke bijdrage e-mail in de communicatie met belastingplichtigen kan vervullen. Op internet kunnen geïnteresseerden actuele informatie ophalen, op het tijdstip dat hun uitkomt. Een voorbeeld daarvan zijn de douanetarieven op internet. Deze tarieven kunnen frequent wijzigen. Vandaar dat de Douane via haar site deze gegevens biedt. Bezien wordt hoe meer diensten via het internet aangeboden kunnen worden. In 1999 is bijvoorbeeld een proef gedaan met het indienen van de aangifte van Belasting Zware Motorrijtuigen (Eurovignet) via internet. Deze optie biedt de transporteurs enkele extras. Zo voorziet de internetsite in een module die automatisch berekent wat de transportondernemer moet betalen. Ook heeft de toepassing een archieffunctie; het systeem houdt voor de transporteur bij welk soort vignet hij heeft aangevraagd voor welke auto.

Belastingplichtigen kunnen via diskette, modem of via de internetsite hun aangifte voor inkomstenbelasting inzenden. Het elektronische aangiftebiljet kan op diskette worden verkregen of van de belastingsite worden ingelezen. Vanaf 1999 zijn deze mogelijkheden ook beschikbaar voor de Voorlopige Teruggaaf. Voor een klein deel van de ondernemers loopt sinds februari 1999 een proef om via internet aangifte te doen voor de loon- en omzetbelasting en de verschuldigde belasting direct (elektronisch) te betalen. Om de vertrouwelijkheid en integriteit van de berichten te waarborgen worden deze versleuteld. Vanzelfsprekend heeft de beveiliging van de toegang tot het netwerk van de Belastingdienst ook extra aandacht gekregen. Het aantal deelnemers aan de proef is uitgebreid tot 150. Het aantal ontvangen aangiften bedraagt eind 1999 ruim 400 voor de loonbelasting en omzetbelasting tezamen.

Voor fiscale intermediairs heeft de Belastingdienst Editax opgezet. Dat is een verzameling toepassingen waarmee de adviseur aangifte kan doen en een reactie ontvangt (de elektronische kopie-aanslag). Editax wordt veel gebruikt voor de aangiften die transporteurs doen bij in- en uitvoer. De software heeft de Belastingdienst zelf ontwikkeld. Voor de toekomst heeft de Belastingdienst gekozen voor een nieuwe werkwijze. Softwareleveranciers krijgen de beschikking over modules, die zij kunnen inbouwen in hun softwarepakketten voor boekhouding en administratie. Deze modules moeten het mogelijk maken dat de gebruikers op een veilige manier kunnen communiceren met de Belastingdienst. In 1999 is een belangrijk deel van de software hiervoor gereed gekomen. Twee grote softwareleveranciers testen inmiddels of deze module in hun softwarepakketten kan worden ingebouwd.

De afgelopen jaren zijn de mogelijkheden van communicatie per telefoon sterk uitgebreid. In 1999 zijn bij de verschillende Belastingtelefoons meer medewerkers ingezet om de mensen die bellen te woord te staan. Tevens wordt gebruik gemaakt van flexibele arbeidsinzet om pieken op te vangen. Binnengekomen gesprekken worden door een computerprogramma (Voice Respons Systeem) zo snel mogelijk doorverbonden. In de aangeboden toegangsmenus worden de opties voor de meest gestelde vragen als eerste keuzemogelijkheid aangeboden, waardoor een beller snel de juiste deskundige kan spreken.

Steeds meer contacten met belastingplichtigen verlopen via de klantendienst. In belangrijke mate vormen de medewerkers van deze dienst het gezicht van de Belastingdienst. De opleiding en ondersteuning van deze medewerkers heeft daarom veel aandacht gekregen. Zo zijn in 1999 opleidingen gestart, gericht op professioneel telefoneren, persoonlijke presentatie en het omgaan met klanten. De medewerkers worden dagelijks geïnformeerd over de ontwikkelingen en over actuele vragen. Een aanvang is gemaakt met het ontwikkelen van dialoogondersteunende applicaties. Doel is om hen daarmee ook in de gelegenheid te stellen vragen over minder frequent voorkomende werkstromen te beantwoorden, zonder direct te hoeven door te verwijzen naar andere instanties binnen de Belastingdienst.

Helder taalgebruik is wezenlijk in de communicatie. Daarom wordt het bestaande taalprogramma gericht op (massale) schriftelijke uitingen voortdurend verbeterd. Via dit taalprogramma wordt aandacht gegeven aan de begrijpelijkheid van schriftelijke uitingen als brieven, aangiftebiljetten en brochures.


2.4. Toezicht en opsporing


2.4.1. Algemeen
Rechtshandhavingsmodellen

In 1999 heeft de Belastingdienst voortgang geboekt met het ontwikkelen en in de praktijk brengen van de Rechtshandhavingsmodellen Ondernemingen, Douane en Particulieren. Deze modellen beschrijven de wijze van klantbehandeling en risico-afweging. Leidende principes zijn het bevorderen van de eenheid in beleid en uitvoering, beheersing van de toename in aantal en in diversiteit van de belastingplichtigen en een gerichte inzet van personele en materiële middelen.

Bij de doelgroepen ondernemingen en grote ondernemingen zijn fiscale risicos benoemd en ingevoerd die leidend zijn in de afdoening van aangiften. Het Rechtshandhavingsmodel Particulieren brengt de fiscale risicos bij de aanslagregeling van specifieke doelgroepen particulieren beter in kaart. Voor de divisie Douane is eveneens een Rechtshandhavingsmodel ontwikkeld en deels in de praktijk ingevoerd. Ten behoeve van een meer op eenheid in beleid en uitvoering gerichte bedrijfsvoering worden doelgroepbeschrijvingen gemaakt. In 1999 zijn deze afgerond voor de doelgroepen in de productsectoren textiel, tabak, alcohol. Het Douane Informatie Centrum heeft geïnvesteerd in het maken van landelijke risico- en selectieprofielen en in het ontwikkelen van methoden om de belangrijkste fiscale risicos af te dekken.

Selectie op fiscaal risico en belang

De Belastingdienst richt de aandacht zoveel mogelijk op die aangiften en belastingplichtigen die op basis van fiscaal belang en risico de meeste aandacht behoeven. Een goede selectie is daarbij cruciaal. Deze selectie is gebaseerd op drie invalshoeken:

1. signalen, dat wil zeggen van belastingplichtige of derden ontvangen relevante gegevens;

2. risico-kenmerken van belastingplichtige, die zich vertalen naar aandachtscategorie;

3. branche en segment waarin belastingplichtige als ondernemer actief is.

De indeling van belastingplichtigen in hoofddoelgroepen is een eerste schikking naar (fiscaal) risico en belang. Binnen de doelgroep particulieren vindt de selectie van risicovolle posten uit de massale stroom van aangiftebiljetten zo veel mogelijk geautomatiseerd plaats. Dat gebeurt op basis van uniforme criteria. De criteria worden jaarlijks aangepast op grond van empirisch onderzoek. Daarnaast vinden landelijke aspectacties plaats (zie verder pagina 22).

In de doelgroep (grote) ondernemingen vindt naast de differentiatie naar branches, een indeling plaats naar aandachtscategorie. De indeling in een aandachtscategorie is een individuele waardering. Deze wordt gebaseerd op een combinatie van de meting van (fiscaal) belang en (fiscaal) risico van de ondernemer. De indicatoren die bepalend zijn voor de indeling in een bepaalde aandachtscategorie sluiten aan bij het door belastingplichtigen vertoond (fiscaal) gedrag.

Bij de Douane wordt onderscheid gemaakt naar vergunninghouders, (grote) klassieke im- en exporteurs en overige aangevers. Aanvullend worden risicoanalyses gemaakt door het Douane Informatie Centrum en door de douaneposten en -districten. Het accent ligt daarbij op de goederenstroom. Niet alleen het soort goed en de fiscale en financiële risicos, maar ook bijvoorbeeld het land van herkomst en niet-fiscale aspecten spelen een rol bij de risico-afweging. Daarnaast krijgt de klant achter de goederenbeweging steeds meer nadruk bij de selectie. De aangiftecontroles en de fysieke controles worden aangevuld met onderzoeken in de bedrijfsadministraties.


2.4.2. Bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik
De Belastingdienst geeft bij de beleidsvoorbereiding, -uitvoering en
-evaluatie invulling aan het voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O). Alle maatregelen laten echter onverlet dat er altijd een inherente onzekerheid met betrekking tot de ontvangsten blijft bestaan. De theoretische belastingcapaciteit is immers niet bekend.

De toereikendheid van het door de Belastingdienst geboden inzicht in het Beheersverslag wordt door de accountantsdiensten beoordeeld. Ook toetsen zij marginaal de wijze van totstandkoming en uitvoering van het M&O beleid, gegeven de meerjarige afspraken hierover met de Tweede Kamer. De toets leidt per belastingmiddel tot de conclusie of er bij de Belastingdienst al dan niet sprake is van een evident ontoereikende opzet of uitvoering van het M&O beleid.

0. 2.4.2.1. Opsporing
Fraudenotas

Ontwikkelingen in de samenleving, in de informatietechnologie en in de internationalisering maken het noodzakelijk dat bestaande anti-fraudemaatregelen worden geïntensiveerd of uitgebreid. De uitgangspunten van fraudebestrijding zijn:

* uitbreiding dienstverlening;

* verbreden algemeen toezicht;

* opsporen van professionele fraude.

In de notitie fraudebestrijding 1998-2002 (Fraudenota 1998) zijn maatregelen ter intensivering van bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de belasting- en douanewetgeving opgenomen. Het betreft een actualisering en intensivering van de lijnen en maatregelen uit de Fraudenota 1996, nieuwe activiteiten en verdieping van bestaande activiteiten. De vertaling van dit beleid in maatregelen, projecten en studies heeft in het Plan van Aanpak 1998 plaatsgevonden. Concrete activiteiten zijn onder meer de in dit hoofdstuk beschreven thematische aanpak, de ingebruikneming van de containerscan door de Douane en het programma digitaal rechercheren.

Medio 1999 is aan de Tweede Kamer der Staten Generaal gerapporteerd over de resultaten over 1998 van de uitwerking van de Fraudenota 19967. Uit de nacalculatie blijkt onder meer dat de indicatief geraamde opbrengst van 224 miljoen ruimschoots is gerealiseerd. Voorts zijn resultaten behaald die moeilijk in geldswaarde zijn uit te drukken, zoals inschrijving van nieuwe ondernemers, in beslagname van goederen, renseigneringen en ATV-meldingen. Daarnaast zijn ook preventieve effecten geconstateerd. Door de aanpak van de carrouselfraude bijvoorbeeld is een stroom onjuiste negatieve aangiften omzetbelasting stopgezet.

Strafrechtelijke handhaving

Het opsporen van strafbare feiten in fiscale- en douane zaken (opsporing) is het sluitstuk van toezicht en controle en behoort tot de kerntaken van de Belastingdienst. Binnen de Belastingdienst is dit proces ondergebracht bij de FIOD. Belangrijke reden hiervoor is het aanbrengen van een duidelijke scheiding tussen controle en opsporing. In samenwerking tussen eenheden en FIOD wordt vastgesteld in welke gevallen aan het Openbaar Ministerie wordt voorgesteld het strafrechtelijk instrument te hanteren.

Met ingang van september 1999 is de Economische Controle Dienst (ECD) onderdeel van de Belastingdienst. De directeur van de FIOD is tevens directeur van de ECD. De samenwerking tussen FIOD en ECD, in 1998 al geformaliseerd in een convenant, is door het onderbrengen van de ECD bij de Belastingdienst nog intensiever geworden. In hoofdstuk 3.4 (Opsporing) wordt nader gerapporteerd over de activiteiten van beide opsporingsdiensten.

Thematische aanpak

De in voorgaande jaren ingezette trend om themagericht te werken, is ook in 1999 doorgezet. Door het instellen van gerichte onderzoeken naar bepaalde themas of een bepaalde materie kunnen verbanden aan het licht komen: fraudepatronen, fraudegevoelige punten in wet- en regelgeving, groepen personen die de mogelijkheid hebben om te frauderen. Op basis van deze informatie start de Belastingdienst vervolgens nadere onderzoeken. Voorbeelden zijn de zoeklichten op de branche (elk kwartaal wordt aan één bepaalde branche bijzondere aandacht gegeven in het algemeen toezicht) en op het gebied van de horizontale samenwerking de onderzoeken in RIF8-verband.

Containerscan Douane

In mei 1999 is op de Rotterdamse Maasvlakte de eerste containerscan van ons land in gebruik genomen. Het hoofddoel van de ingebruikneming van de containerscan is het vergroten van de efficiency en effectiviteit van de controles op binnenkomende zeevrachten. Een belangrijke randvoorwaarde is dat de controle met behulp van containerscans zo min mogelijk inbreuk maakt op de vervoerslogistiek van de haven. Om dit doel te realiseren zijn havenbedrijven vanaf het begin betrokken geweest bij de planontwikkeling. Over de resultaten wordt gerapporteerd in hoofdstuk 3.3.6 (pagina 51). Andere containerscans zijn voorzien op Schiphol. Voor kleinere vliegvelden wordt gewerkt aan bagagescans.

Digitalisering samenleving

De Belastingdienst is gestart met een programma digitaal rechercheren. Doel van dit programma is de organisatie bewust te maken van de toenemende digitalisering van het fiscaal en economisch handelen en de invloed daarvan op het opsporingsproces. Daartoe is een kennisgroep opgericht met als opdracht enkele jaren de focus op digitale ontwikkelingen te richten en te komen met adviezen over verbeteringen in ondersteuning en uitvoering van de opsporingspraktijk. In 1999 is het Centrale Meldpunt Digifraude ingericht. Doel van dit meldpunt is alle informatie met betrekking tot gevallen van digitale fraude centraal te verzamelen en zelf (vormen van) deze fraude te detecteren. Deze informatie wordt daarna bewerkt en vertaald in termen van fraudemechanismen, fraudeprofielen en opsporingsmethoden.

Auditfile / Clair

Een belangrijke stap in het vergroten van de efficiency van de controle is de introductie van de softwarepakketten Auditfile en Clair. Auditfile is een gestandaardiseerde elektronische weergave van alle boekingen die ingevoerd zijn in een financiële administratie. Met behulp van het softwareprogramma Clair kunnen de boekingen snel inzichtelijk worden gemaakt voor de controlemedewerker. Deze kan op zijn eigen (portable) computer analyses en selecties uitvoeren op de gegevens uit de elektronische administratie van belastingplichtige. Deze aanpassingen maken zowel een verdieping als tijdbesparing bij de controles mogelijk. In het voorjaar van 1999 hebben de commissie Van Lunteren en het overleg van belastingconsulenten zich positief uitgelaten over het gebruik van Auditfile/Clair. Vervolgens is Auditfile geïntroduceerd bij softwareleveranciers. Verwacht wordt dat zij in het eerste kwartaal van 2000 hun programma's voorzien van Auditfile. Na deze introductie voor de financiële administratie wordt gewerkt aan de ontwikkeling van auditfiles voor de loonadministratie, projectadministraties en dergelijke. Op termijn kan de gehele administratie van de ondernemer afgedekt zijn met dergelijke auditfiles.


1. 2.4.2.2. Landelijke acties

Particulieren

Dividendgegevens over de jaren 1997 en 1998 zijn langs geautomatiseerde weg ter beschikking gesteld aan de eenheden van de Belastingdienst. Deze gegevens worden als vergelijkingsmateriaal gebruikt bij de beoordeling van aangiften. De aangiften met betrekking tot deze jaren zijn echter voor een belangrijk deel al definitief vastgesteld. Om de effectiviteit van het navorderingsproces te verhogen zijn queries ontworpen, waarmee potentiële navorderingen worden geselecteerd. De resultaten hiervan zullen eerst in het jaar 2000 zichtbaar worden.

Een van de landelijke acties is de actie kentekenverzamelaars. Dit project richt zich op het voorkomen van het verzamelen van kentekens door zogeheten katvangers. In de tweede helft van 2000 zal een evaluatie van deze actie plaatsvinden. Het draaiboek voor de actie Autohandel/reparaties (Occasion) en de te controleren gegevens zijn ter beschikking gesteld van de eenheden. De uitvoering door de eenheden loopt tot 1 juli 2000.

In vervolg op de actie van verleden jaar is ook bij de regeling van de aangiften IB 1998 in het bijzonder gekeken naar posten waarbij de hypotheekverhoging mogelijk is aangewend voor consumptieve uitgaven. Dit is van belang voor de kwalificatie als aftrekbare rente of als beperkt aftrekbare consumptieve rente. Onder de nieuwe belastingwetgeving vervalt de aftrek van consumptieve rente. Tevens is getoetst of de juiste waarde voor de eigen woning is aangegeven (WOZ taxatie). In onderstaande tabel zijn voor 1999 de betrokken aantallen aangiften en gerealiseerde correcties weergegeven.

Tabel 5: Eigen huis en renteaftrek

WOZ

Renteaftrek

Aantal geselecteerde aangiften

209.000

144.000

Aantal afgedaan

144.000

67.000

Aantal correcties positief

31.000


3.600
Aantal correcties negatief


8.000

3.800
Gecorrigeerd bedrag positief

21,6 mln.

39,4 mln.

Gecorrigeerd bedrag negatief


- 15,3 mln.

- 28,3 mln.
Registratie en Successie

Op initiatief van het kenniscentrum Vastgoed is er in 1999 gestart met verhoogde aandacht voor de overdrachtsbelasting (Actie Roerende Zaken: Aroza). Hiertoe wordt nauw samengewerkt met de eenheden (grote) ondernemingen. Na een inventarisatie zijn circa 55 entiteiten geselecteerd voor onderzoek en er zijn per eenheid één à twee medewerkers opgeleid in de meest gangbare constructies die worden gehanteerd om de heffing van overdrachtsbelasting te voorkomen. Het totaal aan geplande naheffingsaanslagen bedraagt meer dan 72 miljoen. Onder handen zijn constructies met een vastgoedwaarde van circa 1,1 miljard. Entiteiten die met deze constructies werken, worden nu eerder gesignaleerd. Bovendien is van belang dat belastingplichtigen nu hebben ervaren dat ook de overdrachtsbelasting wordt gecontroleerd.

(Grote) Ondernemingen

In 1999 is de landelijke actie kostenvergoedingen in de uitzendbranche formeel afgerond. Doel van de actie was het aan de fiscale regelgeving loonbelasting toetsen van de kostenvergoedingen die uitzendorganisaties aan uitzendkrachten verstrekken. Uit het oogpunt van rechtsgelijkheid is er voor gekozen alle ondernemingen die zich deels of uitsluitend bezig houden met het uitzenden of uitlenen van personeel in de actie te betrekken. De totale directe opbrengst van de actie aan belasting en opgelegde boete bedraagt ruim 32 miljoen. Tijdens de actie werden ook andere onjuistheden geconstateerd en gecorrigeerd. Het hiermee gemoeide bedrag aan belastingopbrengst bedraagt meer dan 3 miljoen. Verder zijn tijdens de actie in een aantal gevallen afspraken gemaakt voor de toekomst en oude afspraken inzake kostenvergoedingen opgezegd. Voor zover door de eenheden gemeld, bedraagt de totale waarde van deze afspraken bijna 7,5 miljoen. De totale opbrengst van de actie bedraagt daarmee ruim 42 miljoen. De kosten voor de actie zijn becijferd op iets meer dan 3 miljoen.

Zitmeubelbranche

De actie zitmeubelbranche loopt naar het einde. Vanaf het jaar 2000 zal de projectmatige opzet van de meubelbranche worden verlaten en komt daarvoor in de plaats een structurele ondersteuning van de eenheden.

Farmaceutische sector

In 1999 is de landelijke actie Farmacie afgerond. Deze actie was gericht op de fiscaal risicovolle kortingen en bonussen die de farmaceutische groothandels in 1997 hebben verstrekt. De actie richtte zich op twee doelgroepen: de farmaceutische groothandels enerzijds en de apothekers en apotheekhoudende huisartsen anderzijds. De actie is gestart in september 1998 en volgens planning afgerond in juni 1999. In de landelijke actie is over verschillende middelen een totaal bedrag aan kortingen en bonussen gecorrigeerd van 25,4 miljoen bij de apothekers en apotheekhoudende huisartsen. Daarnaast hebben de onderzoeken bij de groothandels, die vooraf gingen aan de onderzoeken bij de apotheken, een totaal resultaat van 4,9 miljoen aan correcties opgeleverd. Het gaat hier om resultaten die direct terug te voeren zijn op het onderzoek naar kortingen en bonussen. In totaal heeft de actie een resultaat opgeleverd van 30,3 miljoen aan correcties. De kosten voor de actie zijn becijferd op 3,9 miljoen.

Bouw

In het vierde kwartaal 1999 is gestart met de voorbereiding van een in 2000 landelijk uit te voeren controleactie in de bouw. Doel van de actie is het opsporen van activiteiten die ten onrechte niet tot belastingheffing leiden. Belangrijk onderdeel zal zijn het opzetten van renseigneringsstromen, bijvoorbeeld vanuit de handel in bouwmaterialen en de verhuur van bouwmachines. Om te beoordelen of de renseigneringsmogelijkheden inderdaad tot controleresultaten kunnen leiden, worden vooronderzoeken gehouden. Een andere renseigneringsstroom wordt geïnitieerd vanuit de landelijke actie bij de aanslagregeling. Daarbij worden gegevens over groot onderhoud en verhoging van de hypotheek verzameld.

Zoeklicht op de branche

In 1999 is de Belastingdienst begonnen met het instellen van branchegerichte onderzoeken op beperkte schaal, zogeheten zoeklichten. Doel van het zoeklicht is het vergroten van branchekennis, het verbeteren van inzicht in mogelijke fraudestructuren en het mogelijk uitbreiden van een zoeklicht tot een landelijke actie. Het zoeklicht kotters onder buitenlandse vlag is in uitvoering. Vooronderzoeken zijn gestart naar reisbureaus, handel in tweedehands autos (annex katvangers), de schoonmaakbranche en rijscholen. Deze laatste is inmiddels het onderwerp van een zoeklicht in 2000. In samenwerking met de Douane hebben vooronderzoeken plaatsgevonden naar de import van textiel.

Douane

Landelijke acties.

De Douane heeft in 1999 diverse landelijke acties gehouden, onder meer bij het Mobiel Toezicht Goederenvervoer (MTG). De acties hadden hoofdzakelijk tot doel het opdoen van ervaring met het werken met controleselecties op basis van risicoanalyses en het verbeteren van de communicatie tussen diverse onderdelen van de Douane.

Internationale acties

De Douane heeft in 1999 deelgenomen aan diverse internationale acties. Deze acties hadden onder meer tot doel het verbeteren van informatie-uitwisseling tussen de douane-organisaties van de deelnemende landen en het uittesten van moderne opsporingstechnieken. Zo werd bijvoorbeeld deelgenomen aan een door Frankrijk georganiseerde internationale actie gericht op de smokkel van drugs in containers. Daarnaast werd deelgenomen in een actie georganiseerd door Zweden om schepen die verdacht werden van de smokkel van verdovende middelen te volgen via satellietbeelden. De Douane heeft ook, onder meer met Spanje, Frankrijk en België deelgenomen aan internationale acties gericht op de opsporing van verdovende middelen in luchtvracht.


2. 2.4.2.3. Constructiebestrijding

De coördinatiegroepen constructiebestrijding hebben tot taak de fiscale behandeling van constructies te begeleiden. Het gaat om constructies met als doel belastingheffing te ontgaan door het gebruik van vermeende mazen in de wet. Constructies hebben als kenmerk dat zij zich bij een beperkt aantal aangiftebiljetten voordoen. Het gaat daarbij tegelijkertijd om relatief grote belangen. De coördinatiegroepen verzamelen informatie over voorkomende constructies, analyseren de constructies en onderzoeken op welke wijze de Belastingdienst deze constructies kan bestrijden. Daarbij wordt binnen de Belastingdienst zowel voorlichting in het algemeen gegeven, als concrete bijstand in individuele gevallen.

De Coördinatiegroep Constructiebestrijding (CCB) bestrijdt constructies op het gebied van de loon- en inkomstenbelasting en de vermogensbelasting. Centrale themas bij de bestrijding van constructies waren:

* alle constructie-achtige (standaard) financiële producten in de sfeer van de inkomsten- en vermogensbelasting, kasgeld- en holdingconstructies, turbo- vennootschappen en salarisproblematiek;

* het ontgaan van heffing van Nederlandse belasting door emigratie van de aandeelhouder en zetelverplaatsing van de vennootschap;
* vastgoed-beleggingsproducten. De advisering aan de eenheden is vanaf 1 november 1999 ondergebracht bij het Aanspreekpunt Vastgoedfondsen;

* constructies op het terrein van de overdracht van onroerende zaken en onroerende zaak- lichamen om de heffing van overdrachtsbelasting te ontgaan;

* het ontgaan van belastingheffing door de handel in lege vennootschappen met vervangingsreserve.

Op het gebied van de vennootschaps- en dividendbelasting is de Coördinatiegroep Constructiebestrijding Tax-havens actief. Het betreft hierbij veelal situaties waarin de heffingsgrondslag wordt uitgehold. Centraal staan vraagstukken over de plaats van vestiging en de gehanteerde verrekenprijzen. Deze gevallen worden geïnventariseerd en onderzocht. Tevens worden juridische procedures begeleid op het gebied van toepassing van fraus legis. De (advies)praktijk werkt voortdurend aan nieuwe producten, vandaar dat ook de aandacht is gericht op de fiscale behandeling van nieuwe mogelijkheden om belasting te besparen.

De Coördinatiegroep Constructiebestrijding Omzetbelasting heeft in 1999 opnieuw activiteiten verricht op het gebied van de bestrijding van carrouselfraude. Voorts waren de werkzaamheden gericht op constructies met onroerende zaken, zoals bij bedrijfsinstallaties, nieuwbouw onroerende zaken en terugoverdracht van woningen van woningbouwcorporaties.

De Coördinatiegroep Constructiebestrijding Invoerrechten en Accijnzen houdt zich bezig met de bestrijding van constructies op het gebied van het douanerecht. In 1999 zijn geen nieuwe constructies waargenomen die tot actie van de coördinatiegroep hebben geleid.

De Coördinatiegroep Constructiebestrijding Motorrijtuigen houdt zich bezig met de bestrijding van constructies bij het ontgaan van de verschillende heffingen op voertuigen. Naast de voortzetting van de activiteiten op het gebied van de katvangers, zijn geen nieuwe constructies waargenomen die noodzaken tot het initiëren van nieuwe activiteiten.

De Coördinatiegroep Constructiebestrijding Milieuheffingen houdt zich bezig met de bestrijding van constructies op het terrein van milieubelastingen. Ontgaansconstructies worden vooral aangetroffen daar waar de mogelijkheid ontbreekt om de milieubelasting door te berekenen aan de afnemers. De coördinatiegroep heeft een signalerende en adviserende rol ten aanzien van geïnventariseerde knelpunten en interpretatieverschillen voor de diverse soorten milieubelasting.


2.5. Samenwerking en gegevensuitwisseling
De Belastingdienst werkt op veel terreinen samen met andere overheidsinstanties. In het kader van het toezicht en het opsporen en bestrijden van fraude wordt het aantal vormen van samenwerking jaarlijks uitgebreid. Een bijzondere vorm van samenwerking is het uitwisselen van gegevens met andere overheidsinstellingen, ook in internationaal verband. De mate van samenwerking varieert van het uitwisselen van gegevens tot het gezamenlijk instellen van controles. De belangrijkste ontwikkelingen in 1999 worden hieronder geschetst. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de ontwikkelingen op het gebied van de uitwisseling van gegevens en de bijstand op het gebied van de internationale invordering en strafrechthulp.


2.5.1. Ontwikkelingen nationaal
Routeringsinstituut voor (inter)nationale informatiestromen
Verschillende ministeries en instellingen uit de sociale zekerheidsbranche werken samen in de stichting RINIS, dat staat voor routeringsinstituut voor (inter)nationale informatiestromen. Het streven is informatie uit te wisselen, zodat de deelnemende organisaties effectiever en efficiënter kunnen werken. De Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) verkennen de mogelijkheden van het RINIS netwerk voor hun gezamenlijke pilot elektronische gegevensuitwisseling (EDI). De twee partijen wisselen onderling al jaren gegevens uit, maar dat gebeurt tot nu toe via tapes. Onderzocht wordt of deze fysieke gegevensdragers vervangen kunnen worden door gegevensuitwisseling over het netwerk. In de pilot wordt nagegaan of de technische infrastructuur van de Belastingdienst goed is afgestemd op de RINIS-software. Daarnaast vormt het testen van de beveiliging een belangrijk aandachtspunt. De pilot is sinds januari 2000 operationeel.

Registratie van ondernemers

De registratie van ondernemers vindt plaats bij veel instanties. Naast de Belastingdienst betreft het bijvoorbeeld ook Kamers van Koophandel, het CBS, LISV/ Uitvoeringsinstellingen (Uvis) en Justitie. In 1999 waren de inspanningen met name gericht op het ontwikkelen van de externe communicatiemogelijkheden bij de Belastingdienst. Deze zijn noodzakelijk om bijvoorbeeld een geautomatiseerde gegevensuitwisseling met de Kamers van Koophandel en met RINIS tot stand te brengen. De voor 1999 geplande uitwisseling met het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) is gerealiseerd, de koppeling met de Kamer van Koophandel (on-line aansluiting op het Handelsregister) wordt ontwikkeld.

Stroomlijning basisgegevens

Burgers en bedrijven moeten vaak dezelfde gegevens leveren aan verschillende overheidsinstanties. Het is daarom voor de hand liggend de registratie van een bepaald gegeven zo veel mogelijk op één plek te realiseren (één loket gedachte). Met behulp van datacommunicatie kunnen de overige instanties gebruik maken van dit gegeven. Het Ministerie van Economische Zaken heeft in 1999 de voorbereidingen om te komen tot een Basis-bedrijvenregister ter hand genomen. Daartoe is een project gestart waarin ook de Belastingdienst participeert. De planningfase zal in het tweede kwartaal 2000 zijn afgerond.

Het project is benoemd tot voorbeeldproject in het kader van het programma Stroomlijning Basisgegevens. Dit programma onder de vleugels van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beoogt ook op andere terreinen van overheidsinformatievoorziening tot stroomlijning te komen.

Gegevensuitwisseling met VROM

In 1999 zijn het ministerie van VROM en de Belastingdienst onderhandelingen gestart over vernieuwing van hun onderlinge gegevensuitwisseling. Het ministerie van VROM heeft het voornemen tot algehele vernieuwing van de uitvoeringsprocessen voor de huursubsidie. Binnen de uitvoering van de huursubsidie speelt het gebruik van inkomensgegevens van de Belastingdienst een belangrijke rol. Vandaar dat de Belastingdienst al in een vroeg stadium bij de plannen is betrokken. De onderhandelingen zijn inmiddels afgerond en er is een convenant afgesloten.

Fraudeteams

In 1999 is het aantal Regionale Interdisciplinaire Fraudeteams (RIFs ) met twee uitgebreid tot zeven. De achterliggende gedachte is dat de opsporing van fraude kan verbeteren door gegevens van verschillende controle- en opsporingsinstanties bij elkaar te brengen. Daarnaast ontstaat door de samenwerking beter inzicht in de oorzaken en structuren die aan de onderzochte fraude ten grondslag liggen. Bij het besluit van het Kabinet in 1998 tot uitbreiding van het aantal RIFs is tevens besloten tot de instelling van een landelijk overleg platform (het LOP). Naast het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst nemen het Ministerie van Sociale Zaken, het Ministerie van Justitie, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen deel. Doel van het LOP is vooral het plannen en afstemmen van activiteiten van de RIFs, de beoordeling van de bevindingen uit onderzoeken en vertaling van die bevindingen naar beleid, alsmede de communicatie over de resultaten van de RIF-onderzoeken. In 1999 is een kaderconvenant gerealiseerd, dat de verhouding en taakverdeling tussen het LOP en de RIFs regelt.

Arbeidsinspectie

In 1999 is een concepttekst voor een nieuw samenwerkingsconvenant Belastingdienst en Arbeidsinspectie opgesteld. Na beoordeling door het Openbaar Ministerie kan dit convenant in 2000 in werking treden.

Rekeningrijden

De Belastingdienst bereidt zich intensief voor op de uitvoerings- en handhavingsrol die de Belastingdienst wordt opgedragen in het wetsvoorstel rekeningrijden. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Door verschillende onderdelen van de Belastingdienst wordt aan rekeningrijden gewerkt. Het Automatiseringscentrum ontwikkelt de heffings- en ondersteunende systemen. Hier ligt het zwaartepunt van de werkzaamheden. Het Centraal Bureau Motorrijtuigenbelasting is verantwoordelijk voor de uitvoering van de heffing. Hier wordt de helpdesk geplaatst. Daarnaast participeert de Centrale Betalingsadministratie bij het opzetten van processen voor het afhandelen van financiële transacties en het inrichten van de financiële administratie.

In de afgelopen periode zijn vrijwel alle processen van het rekeningrijden geanalyseerd. Er is deelgenomen aan de door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat gehouden systeemtest op de A12 bij De Meern. Daarbij heeft, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Wegverkeer een succesvolle proef kentekenherkenning plaatsgevonden. Tenslotte is dit jaar ook een contract gesloten met Chipper/Chipknip, ten behoeve van de elektronische afrekening.


2.5.2. Internationale gegevensuitwisseling en samenwerking
Door de toenemende internationalisering en digitalisering bewegen belastingplichtigen zich vaker in een internationale context. De mogelijkheden tot het ontgaan van belastingen en belastingontduiking worden daardoor vergroot. Daar waar een belastingplichtige grenzen overschrijdt, moet de Belastingdienst mogelijkheden hebben om zijn activiteiten te volgen en in staat worden gesteld om zo nodig corrigerend op te treden. Alleen dan kan concurrentievervalsing tussen bedrijven worden voorkomen en een juiste heffing en invordering van belastingen worden gegarandeerd. De voornaamste aandachtsgebieden van de wederzijdse bijstand zien op de internationale samenwerking tussen belastingadministraties op het terrein van de
inlichtingenuitwisseling, de bijstand bij de invordering en op de aanwezigheid van elkaars ambtenaren bij belastingcontroles. De lijn, die daarbij de afgelopen jaren is ingezet, is ook in 1999 voortgezet.
Internationale uitwisseling van gegevens

Informatie uit andere staten is vaak direct bruikbaar in de klantbehandeling voor heffings- en invorderingsdoeleinden; daarnaast is deze informatie door analyse van belang voor het vroegtijdig ontdekken en beschrijven van fraudetrends. Risicos van misbruik en oneigenlijk gebruik van fiscale regelgeving worden bovendien door contra-informatie uit andere staten op een preventieve wijze ondervangen.

Nederland maakt met belastingadministraties van diverse staten afspraken over bilaterale regelingen. Zo zijn met België, Duitsland, Canada en Frankrijk afspraken gemaakt over de intensivering van de wederzijdse bijstand. In 1999 is met Denemarken een afspraak terzake gemaakt. Met diverse andere staten zijn besprekingen gaande. De afspraken kunnen de uitwisseling van inlichtingen betreffen, maar ook bijvoorbeeld aanwijzingen geven over de aanwezigheid van ambtenaren op het grondgebied van de andere staat. Daarnaast wordt met Frankrijk onderhandeld over een wijziging van de bestaande regeling inzake de automatische gegevensuitwisseling.

Voor de inlichtingenuitwisseling is van belang dat de Nederlandse Raad van State een aantal prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap over de uitleg van de richtlijn betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe en indirecte belastingen. Het gaat daarbij met name om de vraag, wanneer de autoriteiten van een lidstaat spontaan -dat wil zeggen zonder voorafgaand verzoek- inlichtingen moeten respectievelijk kunnen verstrekken. Het antwoord van het Hof kan verstrekkende gevolgen hebben voor de uitwisseling van gegevens binnen de Europese Unie.

De OECD informal working group on information exchange richt zich op een verbetering van de samenwerking tussen OESO-lidstaten met betrekking tot de indirecte belastingen. De noodzaak daarvoor neemt toe door het toenemend belang van electronic commerce, dat dankzij internet steeds meer ingang vindt. De werkgroep - waaraan naast Nederland, de EU-commissie, de WCO, de OESO, inmiddels 8 staten deelnemen - is een pilot gestart met de deelnemende staten waarbij gebruik wordt gemaakt van internet en beveiligde sites om onder meer fraudetrends en patronen met elkaar uit te wisselen.

De inlichtingenuitwisseling op het terrein van de directe belastingen, de registratie en successie en de omzetbelasting (exclusief ICT) is in 1999 sterk toegenomen ten opzichte van 1998. Zo werden in 1999 door de FIOD ruim 20.000 inlichtingen spontaan en ruim 27.000 inlichtingen automatisch aan het buitenland verstrekt. De op verzoek aan het buitenland verstrekte informatie nam met 19% toe, terwijl de doorlooptijd licht daalde. Uit het buitenland werden in 1999 ruim 11.000 inlichtingen spontaan en ruim 48.000 inlichtingen automatisch ontvangen, een toename van circa 10%. De op verzoek uit het buitenland ontvangen informatie nam bijna met 40% toe. Bovendien daalde de doorlooptijd van te ontvangen inlichtingen fors door een verbeterde berichtenprocedure. Meer uitgebreide cijfers zijn opgenomen in het Productieverslag9.

Inlichtingenuitwisseling omzetbelasting intracommunautaire transacties

Binnen de Europese Unie wisselen de lidstaten op elektronische wijze periodiek grote hoeveelheden gegevens met elkaar uit over intracommunautaire transacties (ICT). Binnen de Belastingdienst verwerkt de Centrale eenheid ICT deze gegevens ten behoeve van de klantbehandeling. De eenheden kunnen via de Centrale eenheid ICT nadere inlichtingen aan een andere lidstaat vragen. Het aantal verzoeken om inlichtingen is in 1999 gedaald. Aan het buitenland werd
1.255 maal op verzoek informatie verstrekt (een daling ten opzichte van 1998 van 10%). Van het buitenland werd 693 maal op verzoek informatie ontvangen (een daling ten opzichte van 1998 van 20%). De doorlooptijd van de informatieverstrekking aan het buitenland is vrijwel gelijk gebleven. De doorlooptijd van verzoeken aan het buitenland nam echter fors toe: van gemiddeld 3 tot 4,7 maand10.
De op verzoek uit het buitenland ontvangen informatie leidde tot naheffingen omzetbelasting tot een bedrag van circa 10 miljoen, inclusief verhogingen. Daarnaast leidde de spontaan uit het buitenland ontvangen informatie tot naheffingen omzetbelasting tot een bedrag van circa 13 miljoen, inclusief verhogingen. Het totale rendement van de op basis van de Verordening 218/92 in 1999 uitgewisselde informatie beliep derhalve circa 23 miljoen.

Aanwezigheid ambtenaren in andere staten

In bepaalde gevallen is het noodzakelijk dat ook buiten Nederland controlemogelijkheden worden benut, waarbij Nederlandse belastingambtenaren aanwezig zijn. Dat is bijvoorbeeld noodzakelijk als ondernemingen activiteiten in andere staten ontplooien of hun administratie buiten Nederland voeren. Nederland heeft in 1999 met Denemarken afspraken gemaakt over de aanwezigheid van belastingambtenaren op elkaars grondgebied. Dergelijke regelingen bieden een kader voor de aanwezigheid van Nederlandse ambtenaren in het buitenland en voor buitenlandse ambtenaren in Nederland11. Over de totstandkoming van dergelijke regelingen met andere staten wordt gesproken.

Multilaterale controle van multinationals

Multilaterale controles, waarbij bijvoorbeeld een internationaal opererende onderneming gelijktijdig in meer dan twee landen wordt gecontroleerd door de nationale belastingadministraties aan de hand van een gezamenlijk ontwikkelde strategie, zijn in 1999 het experimentele stadium ontgroeid. Dergelijke controles zijn van groot belang om een beter inzicht te verkrijgen in grensoverschrijdende activiteiten en tax-planning door dit type ondernemingen. De participerende staten worden daardoor in staat gesteld tot een juiste heffing en inning van belasting te komen. In 1999 werd een aantal door Nederland gecoördineerde multilaterale controles op het terrein van de omzetbelasting afgerond. Bij één van deze multilaterale controles werd samenwerkt met 9 andere staten. De aanwezigheid van Nederlandse ambtenaren bij de controles in andere lidstaten bleek daarbij efficiënt en effectief te zijn. Nederland participeerde daarnaast in 11 door andere staten gecoördineerde controles. De Nederlandse aanpak op het terrein van multilaterale controles stond model tijdens een door de Europese Commissie georganiseerd seminar in Helsinki.

Douanesamenwerking

De samenwerking tussen de nationale diensten heeft onder meer gestalte gekregen in het Centraal Punt Accijnzen, een samenwerkingsverband tussen het Douane informatiecentrum (DIC) en de FIOD, ter bestrijding van de accijnsfraude. Daarnaast heeft regelmatig overleg plaatsgevonden tussen de voor de uitvoering van de wederzijdse administratieve bijstand aangewezen bevoegde autoriteiten, om eenheid in uitvoering te waarborgen.

De internationale inlichtingenuitwisseling tussen de douane administraties heeft er mede toe geleid dat zowel in Nederland als in andere landen navorderingen konden worden opgelegd voor ruim 300.000 aan accijnzen en voor ruim 11,2 miljoen aan douanerechten. Het succesvol inzetten van het instrument wederzijdse douane- en accijnsbijstand is afhankelijk van de omvang en intensiteit van het internationale netwerk van douane-instanties en hun mogelijkheden om samen te werken. Wanneer de afspraken op internationaal niveau eenmaal gemaakt zijn is het zaak op nationaal niveau snel en doelgericht te reageren. Naar aanleiding van een onderzoek van de Interne Accountantsdienst Belastingdienst (IAB) zijn diverse aanbevelingen overgenomen om de wederzijdse bijstand Douane een extra impuls te geven. Een aanbeveling om het beleid te actualiseren is inmiddels opgevolgd door de publicatie van het Voorschrift Wederzijdse Bijstand Douane en Accijnzen12.

Bilaterale samenwerking inzake douaneregelingen

De samenwerking met de douanediensten van de omliggende landen is verder uitgebreid. De samenwerking bestond al inzake de regelingen douane-entrepot, actieve en passieve veredeling en tijdelijke invoer. Het aantal betrokken landen en bedrijven wordt hierbij steeds uitgebreid. In 1999 is de samenwerking gestart inzake de vereenvoudigde aangifteregeling voor invoer. Er is daartoe een pilot opgezet samen met Duitsland ten behoeve van twee Duitse bedrijven.

De kern bij alle regelingen is dat de vergunningen aan de bedrijven worden afgegeven door het land waar de hoofdadministratie van het bedrijf zich bevindt. De administratieve controles worden dan alleen ingesteld in dat land, maar de fysieke controles ook in het andere betrokken land. Tussen de douanediensten van de beide landen wordt over de controles informatie uitgewisseld.

Benchmarking

In 1999 is een benchmarkingsproject afgerond, dat in samenwerking met het Verenigd Koninkrijk werd uitgevoerd, inzake de risicoanalyse voor de controles bij uitvoer van landbouwproducten. De uitkomsten van de benchmarking waren nuttig bij de ontwikkeling van het risico-analysemodel voor de productsector industriële landbouwproducten. Het rapport is aangeboden aan de Europese Commissie en aan het Comité Handelsmechanismen van de Europese Unie. Gezien de goede ervaringen met de benchmarking is inmiddels een vervolg gestart over het onderwerp koeriersbedrijven, eveneens met het Verenigd Koninkrijk. Dit zal begin 2000 zijn afgerond. Voorts zijn afspraken gemaakt met Zweden over het uitvoeren van een benchmarking over risico-management in het algemeen.


2.5.3. Internationale invordering

In 1999 is het Invorderingsverdrag met Duitsland ondertekend en door het Nederlandse parlement geratificeerd. Naar verwachting zal het Invorderingsverdrag door het Duitse parlement dit jaar geratificeerd worden. De noodzaak van een invorderingsverdrag met Duitsland kwam enkele jaren geleden scherp naar voren toen veel publiciteit werd besteed aan Nederlandse koppelbazen die op illegale wijze buitenlandse bouwvakkers tewerkstelden op Duitse bouwplaatsen13.

De in het belastingverdrag opgenomen regeling met Canada over de invordering is inmiddels van toepassing geworden. Met de Canadese autoriteiten zijn de afspraken over de daadwerkelijke uitvoering nagenoeg afgerond. De invorderingsafspraken met Canada zijn van belang in verband met de problematiek van de agrariërs, die zonder met de fiscus af te rekenen naar Canada emigreerden. Inmiddels zijn diverse emigranten tot betaling van hun belastingschulden overgegaan.

Met diverse andere staten, waaronder Nieuw Zeeland, werd eveneens overeenstemming bereikt over nieuwe mogelijkheden tot invorderingsbijstand. Tevens wordt in EU-verband gesproken over uitbreiding van de bestaande richtlijn inzake invorderingsbijstand.

Het jaarlijks aantal afgehandelde verzoeken aan het buitenland om invorderingsbijstand stabiliseert zich. De verwachting bestaat dat door de hierboven genoemde nieuwe mogelijkheden het aantal verzoeken zal toenemen. Het aantal afgehandelde verzoeken van het buitenland aan Nederland is met 27% gestegen. De doorlooptijd van deze verzoeken vertoont een verder dalende tendens, hetgeen de effectiviteit ten goede komt. Voor meer gegevens wordt verwezen naar het Productieverslag14. Daarbij wordt opgemerkt dat de verzoeken om bijstand bij de invordering van premies niet zijn opgenomen, omdat diverse andere instanties, waaronder het Bureau voor Duitse zaken en het Bureau voor Belgische Zaken deze cijfers al publiceren. Naarmate de internationale samenwerking toeneemt, bestaat meer behoefte aan het openbaar maken van het gevoerde beleid op dit terrein. Daaraan is tegemoetgekomen door de publicatie15 van het Voorschrift Internationale Invordering 1999.

De Benelux Ombudsman heeft diverse klachten behandeld over de uitvoering van de wederzijdse bijstand tussen België en Nederland. Het Benelux Parlement heeft mede naar aanleiding van de aanbevelingen van de Benelux Ombudsman de drie lidstaten van de Benelux uitgenodigd om het bijna vijftig jaar oude Benelux Invorderingsverdrag te evalueren. Daarbij zal tevens worden bezien of Luxemburg zich kan verenigen met de recente bilaterale afspraken tussen België en Nederland over de uitvoering van het verdrag.


2.5.4. Internationale strafrechthulp

In het afgelopen jaar is sprake geweest van een verdere stijging van verzoeken door (+ 22%) en aan (+ 8,5%) het buitenland gedaan op het gebied van de internationale fiscale strafrechthulp. Deze vorm van wederzijdse bijstand vormt het sluitstuk van de internationale fraudebestrijding. Hoewel deze vorm van internationale samenwerking valt onder de competentie van het Ministerie van Justitie, worden de aantallen omwille van de volledigheid in het Productieverslag16 opgenomen. Over de periode 1995-1999 kan een constante groei worden geconstateerd van het aantal aangeboden en verwerkte rechtshulpverzoeken17. De uitvoering van afzonderlijke onderzoeken door de FIOD, onder leiding van het Openbaar Ministerie, steeg met 12% ten opzichte van 1998.

hoofdstuk 3. resultaten primair proces
naar doelgroep


3.1. Particulieren


3.1.1. Algemeen

De doelgroep particulieren is in aantal de grootste categorie belastingplichtigen. Eenheden en vestigingen van de divisie Particulieren zijn geografisch verspreid over het hele land. De dienstverlening aan het publiek is binnen deze doelgroep een centraal thema. Naast de heffing en inning van inkomstenbelasting/premieheffing en de vermogensbelasting, is de divisie Particulieren onder meer verantwoordelijk voor de heffing en inning van de motorrijtuigenbelasting en het uitvoeren van belastingen Registratie en Successie. In het kader van de geïntegreerde klantbehandeling worden de werkstromen Registratie en Successie overgedragen naar eenheden Particulieren en Ondernemingen (zie Hoofdstuk 4.1.2.).


3.1.2. Logistiek
Bestandsontwikkeling

Het opvoeren van belastingplichtigen vindt plaats op basis van aanvragen van belastingplichtigen, ontvangen renseignementen en op basis van verkregen informatie (waarneming ter plaatse, verzoeken om inlichtingen aan derden en dergelijke). Het afvoeren van belastingplichtingen vindt plaats op basis van informatie uit het primair proces (nihil-aanslagen, oninbaar geleden posten, afgewikkelde faillissementen).

Figuur 9: Aantal belastingplichtigen IB (Particulieren)

Het aantal belastingplichtigen dat jaarlijks een aangiftebiljet krijgt thuisgezonden bedraagt bijna 4,9 miljoen en ligt fractioneel lager dan in 1998.

Uitstel

Verzoeken om bijzonder of buitengewoon uitstel worden de laatste jaren strenger beoordeeld. In 1997 bedroeg het percentage uitstel voor de inkomstenbelasting circa 2,8% (van het aantal verzonden biljetten). Dit percentage daalde in 1998 naar 1,4%. In 1999 kwam het percentage uit op 0,8%.

Aangifteprogramma

In 1999 werden 1,3 miljoen elektronische aangiften IB 1998 ontvangen. Ten opzichte van vorig jaar betekent dit een stijging van 300.000 aangiften. Van deze toename waren er ongeveer 70.000 afkomstig van eenheden die voor de hulp bij aangifte (HUBA) gebruik maakten van de aangifteprogrammatuur. Het aantal modemaangiften steeg met ruim 38% tot ruim 580.000.

Voorlopige aanslagregeling

De voorlopige aanslagregeling is van groot belang binnen het beleid van de Belastingdienst om het moment van aanslagoplegging zo dicht mogelijk te leggen bij het moment waarop het belastbaar feit zich voordoet. Hierdoor wordt de kasstroom versneld en worden de invorderingsrisicos beperkt.

Het aantal geautomatiseerd opgelegde voorlopige aanslagen (AVAR) daalde van 1 miljoen in 1998 naar 800.000 in 1999. Dit effect trad alleen op in de inkomstenbelasting. Particulieren die in 1998 ten onrechte een AVAR-aanslag opgelegd kregen zijn in 1999 buiten beschouwing gelaten. Tegenover de daling van de AVAR-aanslagen staat een stijging van het aantal eerste en volgende voorlopige aanslagen voor belastingjaar 1999 en een daling van het aantal verminderingen. Het aantal AVAR aanslagen vermogensbelasting steeg met ruim 27.000. Het netto resultaat van de voorlopige regeling steeg per saldo van 3,3 miljard in 1998 naar 3,7 miljard voor het belastingjaar 1999. In 1999 is voor alle binnenkomende aangiften een voorlopige aanslag opgelegd, gebaseerd op de ingediende cijfers.

Voor aangiften van het belastingjaar 1998 binnengekomen vóór 1 april 1999, werd in 95% van de gevallen een voorlopige aanslag opgelegd of een brief verzonden binnen de streeftermijn van 6 weken.

Voorlopige teruggaaf

In 1999 is aan 1,2 miljoen particuliere belastingplichtigen een Voorlopige Teruggaaf toegekend. Het terug te geven bedrag bedroeg 5 miljard. De uitbetaling vond in maandelijkse termijnen plaats. Alle verzoeken om een Voorlopige Teruggaaf zijn binnen de geldende termijn van twee maanden afgedaan. In 1999 konden belastingplichtigen voor het eerst een verzoek per diskette of modem indienen. Het betreft het verzoek voor het belastingjaar 2000. Voor de belastingplichtige levert dit gemak en tijdsbesparing op, omdat de belangrijkste ingevoerde gegevens worden bewaard om het invullen het volgende jaar te vergemakkelijken. De diskette bevat een uitgebreide helpfunctie en de mogelijkheid om het bedrag van de Voorlopige Teruggaaf direct uit te rekenen; 230.000 belastingplichtigen hebben van deze gelegenheid gebruikt gemaakt.

Definitieve aanslagen

In 1999 zijn in totaal circa 5,6 miljoen definitieve aanslagen inkomstenbelasting opgelegd (1998: 5,8 miljoen). Van de verwerkte aangiften (alle belastingjaren) is 97% binnen één jaar na binnenkomst definitief afgedaan. Dit percentage is gelijk aan 1998. Doordat de renseignementen (loon, rente, WOZ-waarde) die gebruikt worden om onderdelen van de aangifte te toetsen eerst later in het jaar in voldoende mate beschikbaar waren, is de definitieve aanslagregeling vertraagd op gang gekomen. Mede als gevolg van deze ontwikkelingen is de voorraad aangiften - als percentage van het bestand belastingplichtigen - gestegen van 9% ultimo 1998 naar 17% ultimo 1999.

Heffing Schenking en Successie

De doelstelling om 95% van binnengekomen aangiften successie binnen drie maanden af te doen wordt vrijwel (94%) gehaald. De aangiften schenking van ouders aan kinderen werden voor 99% tijdig (binnen zes maanden) afgedaan. Ook de doelstelling om de overige aangiften schenking voor 95% tijdig (binnen drie maanden) af te doen werd gehaald.

Bezwaarschriften

Tabel 6: Tijdig afgehandelde bezwaarschriften

1997

1998

1999

IB/VB

75%

91%

92%

R&S

98%

96%

98%

MRB

83%

93%

86%

Totaal

78%

91%

91%

De laatste jaren is nadrukkelijk aandacht geschonken aan de doorlooptijd van bezwaarschriften. Van de afgehandelde bezwaarschriften zijn de volgende percentages tijdig afgedaan. Onder tijdig wordt verstaan AWB-conform, dus binnen zes weken.

In totaal werden 130.000 bezwaarschriften IB/VB minder ontvangen dan in 1998. Het aantal aanvullingen op aangifte (nadat de aanslag is vastgesteld) daalde met 28.000, het aantal bezwaren tegen voorlopige aanslagen met 100.000, dankzij een effectievere voorlopige regeling. De daling van het aantal aanvullingen is positief beïnvloed door de late start van de definitieve regeling; de aanvulling kan daardoor nog bij het vaststellen van de aanslag worden meegenomen. De terugval in het percentage tijdig afgehandelde bezwaarschriften motorrijtuigenbelasting wordt veroorzaakt doordat in het eerste halfjaar fiscaal geschoold personeel aan dit proces werd onttrokken ten behoeve van inzet bij de klantendiensten. In het tweede halfjaar is dit hersteld. Door het gericht sturen op doorlooptijden is de eindvoorraad opnieuw afgenomen.

Figuur 10: Eindvoorraad bezwaarschriften particulieren (alle middelen)

De volume-ontwikkeling van de bezwaarschriften wordt beoordeeld door het aantal ingediende bezwaarschriften te relateren aan het aantal opgelegde aanslagen. Sinds 1 juli 1997 is het mogelijk om bezwaar te maken tegen een voorlopige aanslag. In onderstaande grafiek is de verhouding tussen bezwaarschriften tegen voorlopige en definitieve aanslagen inzichtelijk gemaakt.

Figuur 11: Ontvangen bezwaarschriften IB/VB particulieren

De eindvoorraad bezwaarschriften daalde van circa 26.000 in 1998 tot ruim 15.000 in 1999.


3.1.3. Doelgroepenbeleid
Selectie

Aangiften inkomensheffing worden na binnenkomst geselecteerd op financieel belang en fiscaal risico. De minder riskante posten worden geautomatiseerd afgedaan. De geselecteerde posten worden nader gecontroleerd. Om voldoende aandacht te kunnen geven aan de risicovolle posten wordt gestreefd naar een selectiepercentage van ongeveer 30%. Tot nu toe werd 41% van de posten uitgeworpen. Door middel van nadere selectie is het percentage handmatig te beoordelen posten teruggebracht tot 31%.

Correcties en navorderingen

In 1999 zijn 410.000 aangiften in het nadeel van de belastingplichtige (IB-particulieren) gecorrigeerd (positieve correcties). In totaal was hiermee een bedrag gemoeid van 2,1 miljard. In het voordeel van de belastingplichtigen (negatieve correcties) werden 86.000 aangiften gecorrigeerd tot een bedrag van 492 miljoen. Het percentage positieve correcties is uitgekomen op 7,5% (van het aantal aanslagen), hetgeen overeenkomt met het percentage over 1998. Het gemiddelde bedrag bij de positieve correcties is afgenomen van 5.410 in 1998 tot 5.131 in 1999.

In 1999 zijn 10.000 navorderingsaanslagen opgelegd, waarvan circa 48% met verhoging. In 1998 betrof het 9.500 navorderingen, waarvan 39% met verhoging.

Achterstand invordering

De achterstand in de invordering is gedefinieerd als het bedrag aan vorderingen dat nog niet betaald is, terwijl de betalingstermijn is verstreken. Ook de aanslagen waartegen een bezwaar- of beroepschrift is ingediend zijn hierin opgenomen. De achterstand wordt uitgedrukt in een percentage van de som van de kasontvangsten en de achterstand.

Bij de doelgroep Particulieren (excl. Registratie en Successie) is de achterstand in de invordering gestegen van 4,6% ultimo 1998 naar 5,0% ultimo 1999. Dit is ruim beneden de doelstelling van 6,5%. Het totale achterstandsbedrag is nauwelijks gewijzigd. De stijging van het percentage is met name het gevolg van de invoering van de voorlopige teruggave inkomstenbelasting. Per saldo dalen daardoor de kasontvangsten, waardoor het percentage automatisch stijgt (noemer-effect).

Invordering motorrijtuigenbelasting

Sinds 1998 is het mogelijk om motorrijtuigenbelasting maandelijks te betalen via automatische incasso. De deelname aan deze incasso-regeling is in de loop van het jaar gestegen van 43% naar 48% van de houderschappen. Als gevolg daarvan is het aantal verzonden rekeningen (met acceptgiros) gedaald van 18 miljoen in 1998 naar 16 miljoen in 1999.


3.1.4. Dienstverlening
Informatieverstrekking over de telefonische bereikbaarheid
Gegevens over de klantendiensten van de eenheden zijn dit jaar voor het eerst (gedeeltelijk) beschikbaar. Nog niet alle eenheden beschikten over de vereiste infrastructuur waarmee deze gegevens kunnen worden geregistreerd en verzameld. Naast de telefonische informatieverstrekking werden 915.000 contacten aan de klantenbalies geregistreerd.

Tabel 7: Bereikbaarheid Belastingtelefoon Particulieren

Totaal 1999

Aangeboden

Beantwoord

Percentage

Eenheden Particulieren


3.689.344

2.667.206
72

CBM


2.139.457

1.178.841


Belastingtelefoon


2.163.154

1.378.761
64

Totaal


7.991.955

5.224.808
65

De bereikbaarheid van de Belastingtelefoon Particulieren nam toe van 30% in 1998 naar 64% in 1999. Dit was het gevolg van enerzijds een betere afstemming van de capaciteitsinzet op de belpatronen van het publiek en anderzijds van een lager aanbod door minder productieverstoringen. De resultaten worden sterk beïnvloed door de maand maart: van het aanbod van 600.000 gesprekken kon toen slechts 48% worden beantwoord.

Voor de klantendienst van het CBM waren extra middelen beschikbaar gesteld. Omdat het niet mogelijk was de vacatures op korte termijn te vullen en de servicegraad bij de telefoonbeantwoording beneden acceptabele grenzen daalde, is capaciteit aan de fiscale processen onttrokken. Volledige bezetting van de klantendienst moet leiden tot een responsepercentage van 80%.

HUBA

De Belastingdienst tracht de hulp bij aangifte te beperken tot de doelgroepen waarvan mag worden aangenomen dat zij niet in staat zijn de aangifte zelfstandig in te vullen. Door voortzetting van het beleid, alleen hulp op afspraak en minder locaties, zet de dalende tendens van de afgelopen jaren door. In 1999 werd 109.000 keer hulp verleend bij het invullen van belastingaangiften. Buiten de campagne werd nog in 50.000 gevallen hulp geboden aan de balie van de klantendienst. Deze laatste cijfers worden vanaf 1999 geregistreerd.

Figuur 12: HUBA

Verzenden inkomensverklaringen

In 1998 bevatten de inkomensverklaringen ten behoeve van de aanvraag huursubsidie onjuistheden die voor veel vragen van belastingplichtigen zorgden. In 1999 is de campagne goed verlopen: 968.000 van deze brieven zijn zonder problemen verzonden.

Verzenden attentiebrieven

In 1998 werden bij wijze van proef attentiebrieven verstuurd aan een deel van de niet beschreven belastingplichtigen, die mogelijk in aanmerking kwamen voor een teruggaaf. Op 1 juli 1999 had 53% gereageerd door het inzenden van een biljet. Uit een enquête bleek dat een grote meerderheid van de doelgroep deze dienst op prijs stelde. In december 1999 zijn daarom alle betreffende belastingplichtigen, die mogelijk in aanmerking komen, hierop schriftelijk attent gemaakt.


3.2. (Grote) ondernemingen


3.2.1. Algemeen

De doelstelling dat iedere belastingplichtige die mate van aandacht krijgt die hij met zijn handelen oproept, wordt voor de doelgroep (grote) ondernemingen ingevuld door de uitwerking van het concept van integrale klantbehandeling. Voor belastingplichtigen in de categorie ondernemingen (midden- en kleinbedrijf) blijkt integratie binnen de klantbehandeling zonder meer mogelijk en - ook vanuit het perspectief van de ondernemer - gewenst. Voor de categorie grote ondernemingen is daarnaast ook specialistische kennis noodzakelijk, gezien de vaak complexe vraagstukken op het gebied van internationaal fiscaal recht, concernverhoudingen, financieringsconstructies en dergelijke. In het handelen van de Belastingdienst richting deze categorie belastingplichtigen zijn aspecten als snelheid, het geven van zekerheid over fiscale gevolgen, zorgvuldigheid en een goede motivering van beslissingen dan ook essentieel. Een toegesneden optreden van de Belastingdienst levert een bijdrage aan een gunstig vestigingsklimaat voor deze ondernemingen.

Steunpunt grensoverschrijdende activiteiten

In 1999 is besloten een steunpunt in te stellen voor grensoverschrijdend werken en ondernemen, als onderdeel van de Belastingdienst/Particulieren Ondernemingen Buitenland Heerlen. Het steunpunt is per 1-2-2000 operationeel en richt zich op de volgende zaken:

* informatie verstrekken aan particulieren en ondernemers met grensoverschrijdende activiteiten in Duitsland en België;
* behandelen of doorgeleiden van klachten;
* fungeren als kenniscentrum voor de Belastingdienst.
Onderzocht wordt of ook in andere regios het inrichten van een dergelijk steunpunt gewenst is.


3.2.2. Logistiek

Nieuwe ondernemers worden - nadat de minimaal noodzakelijke gegevens bekend zijn - in de meeste gevallen binnen één maand daadwerkelijk opgevoerd. Het opvoeren van belastingplichtigen vindt plaats op basis van aanvragen van belastingplichtigen en ontvangen renseignementen (van bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel, gemeenten, FIOD, Registratie en Successie) of op basis van actief verworven informatie (waarneming ter plaatse, verzoeken om inlichtingen aan derden).

In bepaalde gevallen is een snellere procedure vereist. Het betreft dan met name:

* het verzoek van een ondernemer om toekenning van een BTW-identificatienummer ten behoeve van ICT-transacties, dan wel vanwege een negatieve aangifte omzetbelasting;
* een ondernemer die door een activiteit van de Belastingdienst of uit de samenwerking met andere handhavingsorganisaties (uitvoeringsinstellingen/uvis) als onbekend ondernemer naar voren is gekomen.

In deze gevallen wordt de ondernemer binnen twee dagen na binnenkomst van het signaal opgenomen in het bestand, zodat een BTW-nummer kan worden toegekend. Het volledig opvoeren voor de onderscheiden belastingmiddelen gebeurt vervolgens binnen de geldende termijn van een maand. Ook het afvoeren van belastingplichtigen, op basis van informatie uit het primaire proces (nihil-aanslagen, oninbaar geleden posten en afgewikkelde faillissementen) vindt in de meeste gevallen binnen de gestelde termijn van één maand plaats.

Bestandsontwikkeling

De ondernemersbestanden laten al een aantal jaren een sterke groei zien. In 1999 is deze ontwikkeling doorgegaan; het bestand inkomstenbelasting-ondernemers is 2,1% gegroeid, het bestand belastingplichtigen vennootschapsbelasting 6,5%, het bestand inhoudingsplichtigen loonbelasting 4% en het bestand belastingplichtigen omzetbelasting 4,8%.

De bestandsgroei bij ondernemingen komt voort uit externe factoren (economische en maatschappelijke ontwikkelingen) en interne factoren als de actieve houding van de Belastingdienst bij het opsporen van nieuwe belastingplichtigen en het actualiseren van het klantbeeld. Ook wetswijzigingen en uitspraken van de Hoge Raad beïnvloeden het aantal belastingplichtigen.

Figuur 13: Bestandsontwikkeling (grote) ondernemingen

Op de eenheden (Grote) ondernemingen van de Belastingdienst zijn, gegeven de geïntegreerde aanpak bij heffing, controle en invordering, de bestanden gecombineerd tot entiteiten (clusters van belastingplichtigen met gezamenlijke economische activiteiten). Binnen zo'n entiteit kan een groot aantal belastingplichtigen en belastingmiddelen gecombineerd zijn. De groei van de middelenbestanden is in 1999 ook terug te vinden in het aantal entiteiten. Het aantal entiteiten ultimo 1999 bedroeg 890.000, tegen 861.000 ultimo 1998 (een toename van 3,4%).

Uitstelregeling belastingconsulenten

Om de werkdruk te spreiden biedt de Belastingdienst belastingconsulenten de mogelijkheid om aangiften van particulieren en ondernemers gespreid in te dienen. In de huidige regeling is het uitstelschema verdeeld in maandelijkse termijnen. Per termijn wordt aangegeven welk percentage van de aangiften de consulent moet indienen. De consulenten moeten maandelijks opgeven hoeveel aangiften zij hebben ingeleverd. De uitstelperiode eindigt op 1 maart van het volgende jaar.

De huidige uitstelregeling wordt voor aangiften van ondernemers slecht nageleefd. De inlevertermijnen worden lang niet altijd gehaald en aan het begin van de uitstelperiode worden overwegend eenvoudige aangiften ingeleverd. Dit leidt tot een ongelijkmatig werkaanbod voor de Belastingdienst. Het huidige inleverschema biedt weinig aangrijpingspunten om tussentijds te sturen op tijdige inlevering. Bovendien zijn de sanctiemogelijkheden onevenwichtig.

Uit onderzoek dat in overleg met de organisaties van belastingconsulenten in 1997 en 1998 is verricht naar een andere vormgeving van de uitstelregeling is gebleken dat een regelmatig gespreid werkaanbod alleen tot stand komt door een gelijktijdig sturen op de soorten aangiften èn op tijdige ontvangst van de aangiften. De tijdige ontvangst heeft voor de Belastingdienst prioriteit, mede vanwege het aspect van rechtsgelijkheid, in vergelijking met belastingplichtigen die hun aangifte niet via een belastingconsulent indienen. Met het oog hierop worden in de uitstelregeling wijzigingen aangebracht. In het overleg met belastingconsulenten is overeenstemming bereikt over de onderstaande punten:
* aangiften van ondernemers worden naar fiscaal belang in een aantal groepen onderverdeeld. Voor iedere groep wordt afzonderlijk een inleverpercentage vastgesteld;

* registratie van de ingeleverde aangiften vindt voortaan gecentraliseerd plaats bij de Belastingdienst. De maandelijkse opgave door de consulent vervalt;

* om te komen tot tijdige ontvangst van aangiften wordt het sanctiemechanisme bij achterstand aangescherpt. Er volgt een waarschuwing indien de achterstand op de peildatum een bepaald percentage overschrijdt. Indien de belastingconsulent een maand na deze waarschuwing nog steeds een achterstand heeft, worden aangiften aangewezen die binnen maximaal twee maanden moeten worden ingeleverd. De belastingconsulent kan hiertoe een voorstel doen welke individuele aangiften hij wil inleveren. De aanwijzing ziet zowel op de opgelopen achterstand als de lopende verplichting.

Naast de waarschuwing en de aanwijzing worden geen nieuwe sancties geïntroduceerd. Wel blijft het systeem van aanmaning, boete of strafvervolging in geval van termijnoverschrijding en niet indienen van aangiften van toepassing. Uitsluiting van de consulent van de uitstelregeling blijft de ultieme sanctie. Voornemen van de Belastingdienst is om de nieuwe uitstelregeling toe te passen voor het belastingjaar 2000; dat betekent feitelijke effectuering met ingang van april 2001. Tot dan zal een overgangsperiode gelden, waarin achterstanden moeten worden ingehaald. De Belastingdienst zal tevens de specificaties van de uitstelregeling een jaar van tevoren bekend te maken, zodat de consulenten zich daarop voor kunnen bereiden.

Voorlopige aanslagregeling

Binnen het beleid van de Belastingdienst om het moment van aanslagoplegging zo dicht mogelijk te leggen bij het moment waarop het belastbaar feit zich voordoet, is de voorlopige aanslagregeling van groot belang. Een toenemend deel van de voorlopige aanslagregeling vindt geautomatiseerd plaats, zogeheten AVAR-aanslagen. Een overzicht van de opgelegde aantallen voorlopige aanslagen IB is opgenomen in Tabel 8.

Aan ondernemingen is voor de inkomensheffing per saldo in 1999 een bedrag opgelegd van 7,0 miljard (inkomstenbelasting en premieheffing), circa 0,9 miljard lager dan in 1998.

Voor de vennootschapsbelasting is in 1999 per saldo bij de voorlopige aanslagregeling een bedrag van 35,8 miljard opgelegd, 1,1 miljard meer dan in 1998. Voor de toelichting op de ontvangsten wordt verwezen naar de analyse belastingontvangsten 1999 bij de Voorlopige Rekening.

Tabel 8: Voorlopige aanslagen VpB

Jaar

totaal

waarvan AVAR

In % vh bestand VpB per 1/1

1997

323.000

84.600

29

1998

339.000

93.500

30

1999

350.000

105.300

32

Definitieve aanslagen

Voor de inkomstenbelasting zijn in totaal 1,3 miljoen definitieve aanslagen opgelegd18, ongeveer 90.000 minder dan in 1998. Van de verwerkte aangiften (alle belastingjaren) is in 1999 91% binnen één jaar na binnenkomst afgedaan. In 1998 was dat 93%.

Voor de vennootschapsbelasting zijn in 1999 ongeveer 304.000 (in 1998: 300.000) definitieve aanslagen19 opgelegd. Van de verwerkte aangiften vennootschapsbelasting is 91% binnen één jaar na binnenkomst afgedaan. In 1998 was dat 88%.

In 1999 is 65% van de aangiften inkomstenbelasting automatisch afgedaan. In 1998 was dit eveneens 65%. Voor de vennootschapsbelasting is in 1999 51% versneld afgedaan (in 1998: 56%).

Dividendbelasting

Het aantal aangiften dividendbelasting is licht gestegen van 29.000 naar 30.000. Het aantal aangiften is structureel lager dan in de jaren voor 1998. Dit houdt verband met een wetswijziging, waardoor dividenden die genoten worden uit een aanmerkelijk belang niet meer onder de dividendvrijstelling vallen. Daardoor keren de directeuren grootaandeelhouders in veel mindere mate dividend aan zichzelf uit.

Belastingtelefoon ondernemingen

Bij de Belastingtelefoon ondernemingen houdt de stijging van het aantal aangeboden telefoontjes gelijke tred met het aantal behandelde. Deze Belastingtelefoon handelde in 1999 ongeveer 360.000 telefoontjes af.

Doorlooptijden bezwaarschriften

Tabel 9: Tijdig afgehandelde bezwaarschriften

Middel

1996

1997 *

1998

1999

< 3

maanden

AwB

conform

AwB

conform

AwB

conform

IB

61%

83%

90%

88%

VpB

46%

81%

82%

85%

LB

79%

86%

82%

82%

OB

79%

88%

85%

86%

exclusief grote ondernemingen

De laatste jaren is nadrukkelijk aandacht geschonken aan het terugdringen van de doorlooptijden bezwaarschriften. Hoewel de AWB op dit punt niet geldt voor de Belastingdienst, wordt sinds 1 januari 1997 zo veel mogelijk gewerkt conform de termijn (van 6 weken) van de Algemene Wet Bestuursrecht

Beroepschriften

Het aantal beroepschriften is voor alle belastingen afgenomen met ongeveer 15%. Het percentage beroepszaken waarbij belastingplichtigen in het gelijk wordt gesteld fluctueert. Wanneer gekeken wordt naar het totaal van alle belastingen schommelt dit percentage in de afgelopen twee jaren tussen de 15 en 18%. In het Productieverslag zijn per belasting meer gedetailleerde gegevens opgenomen.


3.2.3. Doelgroepenbeleid
Behandelmodules en standaard controleprogramma's
De Belastingdienst kiest voor een doelgroepgerichte en geïntegreerde behandeling van belastingplichtigen door verbanden te leggen tussen de verschillende aspecten van de fiscale situatie. Risico-analyse leidt ertoe dat, afhankelijk van fiscaal risico en fiscaal belang, de mate van aandacht en de daarbij behorende activiteiten variëren van dienstverlenend, via preventief, breed toezicht of repressief optreden, naar opsporingsactiviteiten.

Behandelmodules zijn korte werkprogrammas, die de behandelaar in staat stellen in relatief korte tijd bedrijfsbezoeken af te ronden, deelonderzoeken in te stellen, dan wel te reageren op actuele signalen. Een ander belangrijk hulpmiddel voor de controle vormen de standaardcontroleprogrammas. Deze worden jaarlijks aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en inzichten.

Veldtoetsing

Ondernemersaangiften kunnen, behalve aan kantoortoetsing of administratieve afdoening, aan veldtoetsing worden onderworpen. Een volledig- of deelonderzoek, gericht op heffing ziet op de beoordeling van de juistheid en de volledigheid (aanvaardbaarheid) van een aangifte. Daarnaast zijn er invorderingsonderzoeken. Zij geven inzicht in de liquiditeitspositie van de belastingplichtige, de verhaalsmogelijkheden en de solvabiliteit. Tot de invorderingsonderzoeken behoren liquiditeitsonderzoeken, onderzoeken met betrekking tot Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA) en de Wet Bestuurders Aansprakelijkheid (WBA) en deblokkeringsonderzoeken. De bedrijfsbezoeken zien op het verzamelen van (contra-) informatie, het verkrijgen van inzicht in de bedrijfsvoering en in de administratie en het geven van voorlichting. Tot deze bezoeken behoren vooroverleg, startersonderzoeken, voorlichtingsbezoeken en waarnemingen ter plaatse. Andere voorbeelden van veldtoetsing zijn: strafrechtelijke onderzoeken, protocol-onderzoeken, bijstandsonderzoeken, flitsonderzoeken, aandelenwaardering, EDP-onderzoeken, derdenonderzoeken, branchedocumentatie verzamelen, factureringsonderzoeken, renseigneringsonderzoeken en onderzoeken speur- en ontwikkelingswerk.

Aantal veldtoetsingen en bestede capaciteit

In het afgelopen jaar zijn 107.000 veldtoetsingen uitgevoerd. Het aantal reguliere controles is gerealiseerd op basis van gerichte selectie. Door een langere gemiddelde controleduur is het aantal uitgevoerde onderzoeken licht afgenomen ten opzichte van 1998. Toenemende aandacht voor de kwaliteit heeft geleid tot een stijging van de resultaten, zie Tabel 11.

Tabel 10: Tijdsbesteding op locatie

In % van de beschikbare tijd

In dagen

Doelstelling

Realisatie

1996

35


350.000

1997

37

37

365.000

1998

40

39

383.000

1999

40

40

440.000

De Belastingdienst werkt sinds enkele jaren aan het vergroten van het aantal dagen dat op locatie wordt besteed. Door de stijging van het percentage is een verschuiving gerealiseerd van kantoor- naar veldtoetsing. Met de toegenomen zichtbare aanwezigheid wordt ook een preventief effect beoogd.

In 1999 is van de uitgevoerde onderzoeken 54% (1998: 52%) een materieel heffingsonderzoek geweest. Daarbij is het naleven in materiële zin van de fiscale verplichtingen getoetst.

Het afleggen van startersbezoeken heeft in 1999 in de meeste gevallen binnen de gestelde termijn van drie maanden plaatsgevonden. De prioriteitstelling wordt daarbij ingegeven door criteria als: de branche waarin de starter opereert, het al dan niet hebben van een boekhouder of consulent en het fiscaal belang en risico van starters in het betreffende segment.

Resultaten veldtoetsing

De evenwichtige verdeling van de aandacht over de verschillende belastingmiddelen is gehandhaafd gebleven. De aandacht voor de vennootschapsbelasting is intensief gebleven. Bij de materiële (heffings)onderzoeken is de vennootschapsbelasting (evenals in 1998) voor 14,4% betrokken. Daarmee is de norm (12%) ruim gehaald.

Tabel 11: Resultaten veldtoetsing

1996

1997

1998

1999

inkomstenbelasting

betrokken bij ingestelde onderzoeken *

correctie in inkomensbedragen (in mln.)

56%

536

56%

661

55%

847

50%


1.149
vennootschapsbelasting

betrokken bij ingestelde onderzoeken *

correctie in winstbedragen (in mln.)

10%


3.536
13%


5.534
14%


5.781
14%


7.517
loonbelasting

betrokken bij ingestelde onderzoeken *

correctie in belastingbedragen (in mln.)

30%

298

28%

240

27%

282

28%

405

omzetbelasting

betrokken bij ingestelde onderzoeken *

correctie in belastingbedragen (in mln.)

64%

459

64%

464

62%

548

57%

621

Betreft de frequentie waarmee het belastingmiddel bij een onderzoek is betrokken.

Het aantal heffingsonderzoeken met een correctie voor één of meer belastingmiddelen is verder gestegen van 66% tot 69% van alle onderzoeken tezamen. De doelstelling is om door een zorgvuldige selectie het aantal onderzoeken zonder correctie te beperken tot maximaal 40%. Deze doelstelling is ruimschoots gerealiseerd.

De correctiebedragen bestaan uit verschillende correctiesoorten; naast de omzet- en kostencorrecties kunnen dit ook balans-, fiscaal-technische- en loonheffingscorrecties zijn. De bedragen20 kunnen jaarlijks van niveau verschillen. De correctieresultaten van de ingestelde onderzoeken (IB, VpB, LB en OB) zijn in 1999 aanzienlijk hoger dan in 1998. Het beleid om de capaciteit vooral in te zetten op de meest risicovolle posten werpt vruchten af. De effecten zouden daarnaast zichtbaar moeten worden in een verbeterd aangiftegedrag. Daarom mag er niet op voorhand van worden uitgegaan dat de stijging zich jaarlijks zal voortzetten.

Naast de aangebrachte correcties tijdens controles worden ook voor substantiële bedragen waarde-afspraken met ondernemingen gemaakt. Het financiële belang van de waarde-afspraken is niet meegeteld in de controleresultaten maar leidt er wel toe dat de vastgestelde belastbare bedragen zullen toenemen. Deze ontwikkeling is in 1999 vooral bij de grote ondernemingen geconstateerd.

De correctiebedragen uit boekenonderzoeken zijn begrepen in de totale correctiebedragen bij de heffing. Voor de IB en de VpB zijn deze hieronder weergegeven.

Tabel 12: Correcties heffing inkomstenbelasting

Aantallen x 1.000

1996

1997

1998

1999

Totaal aantal definitieve aanslagen


6.557

6.992

7.213

6.832 ondernemers


1.221

1.381

1.391

1.300 particulieren


5.336

5.611

5.822

5.531
Waarvan gecorrigeerd *

599

629

653

603

In % van aantal aanslagen

9,1

9,0

9,0

8,8 ondernemers

10,8

8,7

8,2

8,2 particulieren

8,7

9,1

9,2

9,0

Totaal correctiebedrag *

(in inkomensbedragen, in miljoenen guldens)


3.102

3.531

3.355

3.555
Gemiddeld correctiebedrag * (in guldens)


5.180

5.610

5.141

5.898
Exclusief ambtshalve aanslagen.

Het totaal correctiebedrag van 3,6 miljard in 1999 bestaat voor 1,9 miljard uit correcties bij de doelgroep ondernemers. Dit is een saldo van positieve correcties ( 2,3 miljard) en negatieve correcties ( 0,4 miljard). In 1998 was het totaal correctiebedrag bij de doelgroep ondernemers 1,6 miljard als saldo van positieve ( 2,0 miljard) en negatieve ( 0,4 miljard) correcties.

In de genoemde bedragen zijn niet begrepen de correcties, die bij het opleggen van ambtshalve aanslagen21 zijn aangebracht. Dit betreft over 1999 in totaal bijna 73.000 (ambtshalve) aanslagen met een gecorrigeerd inkomensbedrag van 3,8 miljard (1998: 74.000 aanslagen met een bedrag van 3,5 miljard). Aan ondernemers zijn 31.000 ambtshalve aanslagen met een gecorrigeerd bedrag van 2,1 miljard opgelegd (1998: 29.000 aanslagen met een gecorrigeerd bedrag van 1,8 miljard).

Tabel 13: Correcties heffing vennootschapsbelasting

Aantallen x 1.000

1996

1997

1998

1999

Totaal aantal definitieve aanslagen

270

287

300

304

Waarvan gecorrigeerd *)

24

23

23


In % van aantal aanslagen

8,8

8,1

7,8

7,1

Totaal correctiebedrag

(in winstbedragen, in miljoenen guldens)


9.245

9.522
12.149

11.593

Gemiddeld correctiebedrag * (in guldens)

385.000

408.000

521.800

535.436

Exclusief ambtshalve aanslagen.

Het correctiepercentage VpB ligt over 1999 op een lager niveau dan in 1998. Het totaal bedrag aan correcties is iets lager dan in 1998. Het correctiebedrag is een saldo van positieve correcties ( 11,8 miljard) en negatieve correcties ( 0,2 miljard). Het gemiddelde correctiebedrag vennootschapsbelasting is toegenomen met 2,6%. In de genoemde bedragen zijn niet begrepen de correcties die bij het opleggen van ambtshalve aanslagen zijn aangebracht. Dit betreft over 1999 in totaal 19.400 (ambtshalve) aanslagen, met een gecorrigeerd winstbedrag van 4,4 miljard (1998: 19.500 aanslagen met een totaal bedrag van 3,0 miljard).

Navorderingen

In 1999 zijn circa 21.800 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd, waarvan 34% met verhoging. In 1998 betrof het circa 22.600 navorderingen, waarvan 31% met verhoging. Door meer in de actualiteit te werken en een intensiever gebruik van renseignementen (rente, WOZ) wordt een groter deel van de correcties reeds bij de aanslagregeling aangebracht en neemt het aantal navorderingen af. Het aantal navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting betrof in 1999 3.975 (waarvan 11% met verhoging) tegen 3.902 (waarvan 13% met verhoging) in 1998.

Invordering

Het betalen van aanslagen en de afdracht op aangiften is gebonden aan termijnen. Als na het verstrijken van de termijnen de verschuldigde belasting niet is ontvangen, treft de Belastingdienst invorderingsmaatregelen. Deze variëren van het versturen van een aanmaning tot het houden van een openbare verkoping. Als een belastingplichtige tegen een aanslag bezwaar indient of beroep instelt, krijgt hij voor het betwiste deel uitstel van betaling. Indien een belastingplichtige tijdelijk niet in staat is aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, kan een betalingsregeling worden getroffen.

De totale achterstand in de invordering heeft voor het grootste deel betrekking op de doelgroep ondernemingen. Om die reden worden in dit hoofdstuk de cijfers voor de hele Belastingdienst gepresenteerd.

Achterstand Invordering

De achterstand in de invordering is gedefinieerd als het bedrag aan vorderingen, dat nog niet betaald is, terwijl de betalingstermijn is verstreken. Ook de aanslagen waartegen een bezwaar- of beroepschrift is ingediend zijn hierin opgenomen. De achterstand wordt uitgedrukt in een percentage van de som van de kasontvangsten en de achterstand. In onderstaande cijfers zijn de vorderingen van de belangrijkste middelen (vennootschapsbelasting, inkomensheffing, loonheffing, omzetbelasting, vermogensbelasting en motorrijtuigenbelasting) opgenomen. De kolom onbetwist heeft betrekking op het deel van de vorderingen waartegen geen bewaar- of beroepsprocedure loopt. Voor de betwiste vorderingen zijn de invorderingshandelingen tijdelijk opgeschort, in afwachting van een uitspraak op bezwaar of beroep.

Tabel 14: Achterstand invordering

Jaar

In miljoenen

guldens

Gerelateerd aan de som van de kasopbrengsten

en achterstand

waarvan

onbetwist

1995

14.708

6,1%

48%

1996

14.542

5,8%

53%

1997

15.675

5,9%

57%

1998

14.836

5,4%

49%

1999

17.902

6,8%

43%

In 1999 is de achterstand invordering gestegen tot boven de landelijke norm van 6,5%. De stijging is volledig terug te voeren op de vennootschapsbelasting, waar de achterstand is gestegen met 3,0 miljard. Deze stijging wordt grotendeels veroorzaakt door bezwaarschriften op naheffingsaanslagen van oudere belastingjaren (van voor 1996). Binnen de achterstand is het aandeel van de onbetwiste vorderingen gedaald naar 43%. Deze onbetwiste vorderingen vormen de feitelijke betalingsachterstand: de vorderingen staan definitief vast en de vervaltermijn is verstreken.

Invorderingsmaatregelen

Figuur 14: Invorderingsmaatregelen

Het aantal uitgevoerde invorderings- maatregelen (aanmaningen, dwangbevelen en beslagopdrachten) is gestabiliseerd op het niveau van 1998.

Kwijtscheldingen en Oninbaarlijdingen

De ontwikkeling van de kwijtgescholden en oninbaar geleden bedragen is als volgt:

Tabel 15: Kwijtgescholden en oninbaar geleden bedragen

Bedragen in miljoenen guldens

1995

1996

1997

1998

1999

Kwijtgescholden

39

35

39

53

24

Oninbaar geleden


1.646

1.453

1.408

2.090

1.324
De dalende trend in de oninbaarlijdingen zet zich in 1999 weer voort. Het oninbaargeleden bedrag was in 1998 incidenteel hoog.


3.3. Douane


3.3.1. Taken

De Douane is belast met de handhaving van de nationale, Europese en internationale wettelijke bepalingen over inkomende en uitgaande goederenstromen. Daarbij gaat het om fiscale en niet-fiscale aspecten. De hoofdtaken van de Douane zijn:

* de controle van de in-, uit- en doorvoer van goederen;
* het heffen en innen van de bij invoer verschuldigde belastingen en de accijnzen;

* het bijdragen aan de werking van de Nederlandse en Europese marktordening;

* het verrichten van taken ter bescherming van de kwaliteit van de Nederlandse samenleving, bijvoorbeeld op het terrein van milieu of de openbare orde en veiligheid.

De Douane is ook belast met onder meer de handhaving van de Belasting op Personenautos en Motorrijwielen (BPM), de regelgeving inzake de eurovignetten en met de heffing en inning van een aantal retributies in opdracht van derden.


3.3.2. Vormen van toezicht

Bij het handhaven van de wettelijke voorschriften oefent de Douane toezicht uit. De volgende vormen zijn te onderkennen:
1. Aangiftecontroles : controle vindt plaats aan de hand van de aangifte en bijbehorende documenten waarin onder meer vermeld staat het soort goed, de waarde en de herkomst/oorsprong daarvan;
2. Administratieve controles: controle vindt plaats aan de hand van de boekhouding en administratieve bescheiden van de aangever;
3. Fysieke controles: controle vindt plaats door onder meer inspectie en monsteranalyse van de goederen.

Ten aanzien van de verschillende klanten en actoren wordt op basis van controleprogrammas een mix van bovengenoemde vormen van toezicht toegepast, die elkaar aanvullen en versterken. Om onttrekking aan douanetoezicht of frauduleuze invoer tegen te gaan houdt de Douane toezicht op de binnenkomst van goederen door surveillance en steekproefsgewijze controles.


3.3.3. Wijze van toezicht

De omvang van het goederenverkeer is zo groot dat het onmogelijk en onwenselijk is om alles fysiek te controleren. Daarom werkt de Douane met risicoanalyse waarmee wordt beoogd dat deel van de goederenstroom te selecteren waar onregelmatigheden het meest waarschijnlijk zijn. Selectie geschiedt door risicoanalyses aan de hand van, onder andere ladingsbescheiden, goederenstromen, vervoersproces en informatie van (douane) diensten uit andere landen. Op landelijk niveau voert het Douane Informatiecentrum risicoanalyses uit, die regionaal en lokaal worden aangevuld door de douanedistricten. Voor de verdere ontwikkeling en verbetering van de risicoanalyse blijven oog en oor, kennis en intuïtie van de individuele douaneambtenaar onontbeerlijk.

De kern van het meerjarenbeleid van de Douane is het verder ontwikkelen en systematiseren van de klantbehandeling en de fraudebestrijding. Bij de klantbehandeling staat centraal de verdere ontwikkeling van de informatiefunctie en de risicoanalyse op basis van het rechtshandhavingsmodel. Het in de afgelopen jaren ontwikkelde klantconcept wordt aangepast, zodat grote klanten individuele behandeling krijgen en de overige klanten worden gecontroleerd op basis van zogenoemde doelgroepen. Om een grotere eenheid van beleid te bereiken is in 1999 gestart met een meer directe sturing van de fysieke en administratieve controles op basis van centrale controle-opdrachten. Het elektronisch indienen van aangiften wordt bevorderd en de geautomatiseerde verwerking wordt uitgebreid.


3.3.4. Algemeen beeld van de resultaten

Bij verscheidene werkprocessen is in 1999 de controledichtheid, dat wil zeggen het aantal controles uitgedrukt in een percentage van het aantal aangiften, gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Ter illustratie zijn in Tabel 16 de cijfers weergegeven voor de fysieke controles bij invoer, uitvoer en vervoer van goederen. In een aantal gevallen is ook het absolute aantal controles ten opzichte van voorgaande jaren gedaald. Vooral in Rotterdam en Hoofddorp (Schiphol) is de daling van het aantal controles en de controledichtheid zichtbaar.

De teruggang wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren. In de eerste plaats is er sprake van een personele onderbezetting, als gevolg van schaarste op de arbeidsmarkt. In de tweede plaats is de in de afgelopen jaren steeds stijgende werklast, door de groei van het volume van goederen en van de niet-fiscale douanetaken, niet volledig opgevangen door een vergroting van de arbeidsproductiviteit. De daarvoor noodzakelijke terugdringing van het aantal administratieve handelingen door automatisering en vereenvoudiging van nationale en Europese regelgeving kost meer tijd dan verwacht. Ook de mede door bovenstaande factoren veroorzaakte onrust op de werkvloer heeft in 1999 de arbeidsproductiviteit geschaad. Tot slot heeft de Douane gestuurd op de kwaliteit en diepgang van de controles in 1999 wat in een aantal gevallen, zoals bij de accijnscontroles, heeft geleid tot correcties voor hogere bedragen.

In de loop van 1999 heeft de Douane diverse maatregelen genomen ter versterking van de rechtshandhaving. Zo wordt de werving eind 1999 meer lokaal uitgevoerd en gericht op media die de doelgroep kent. In de regio Rotterdam heeft dat al tot successen geleid. Daarnaast meldt de Staatssecretaris van Financiën in een brief van 19 januari 2000 over het handhavingsbeleid van de Douane en de uitvoering daarvan aan de Commissie Financiën van de Tweede Kamer22 dat besloten is tot:
1. extra inzet van personeel; een uitbreiding in 2000 van de feitelijke inzet in fysiek toezicht en controle met 300 plaatsen;
2. intensivering in 2000 van de ontwikkeling en verbetering van de automatiseringsondersteuning met 10 miljoen;
3. intensivering van de samenwerking met andere diensten.
Ook voor de jaren na 2000 zal in de begrotingsvoorbereiding aandacht worden gegeven aan de invulling van nadere maatregelen.


3.3.5. De doelstellingen en resultaten per aandachtsgebied Fysieke controles

Hieronder wordt een toelichting gegeven op de fysieke controles voor de belangrijkste vervoersstromen.

Tabel 16: Aantal fysieke controles (x1000) en controledichtheid (%)

1998

1999

1998

1999

invoer (Sagitta)

109

79

4,9%

3,3%

uitvoer met restitutie excl. industr. Landbouwgoederen



7,7%

6,9%

uitvoer met restitutie van industr. Landbouwgoederen zonder risicoanalyse



6,4%

5,7%

uitvoer met restitutie van industr. Landbouwgoederen met risicoanalyse



2,4%

2,1%

uitvoer overig

25

17

1,3%

0,8%

Vervoer



0,6%

0,7%

Fysieke controles op invoer

Het aantal invoeraangiften Sagitta is met 5,3% gestegen tot 2,4 miljoen. De doelstelling om 5% van dit aantal aangiften fysiek te controleren is met 3,3% niet gehaald.

Fysieke controles op uitvoer met restitutie

In 1999 is landelijk voor de categorie niet-industriële landbouwgoederen een gemiddelde controledichtheid van 6,9% (1998 7,7%) gerealiseerd (doelstelling minimaal 5%). Voor de categorie industriële landbouwgoederen zonder risicoanalyse is 5,7% (1998 6,4%) gecontroleerd (doelstelling minimaal 5%). Voor de productsector industriële landbouwgoederen waarbij een risicoanalyse beschikbaar is, is 2,1% (1998: 2,4%) fysiek gecontroleerd (doelstelling minimaal 2%). De doelstellingen gelden ingevolge EU-wetgeving per douanepost en per productsector. Zes douaneposten hebben in 1999 voor enkele productsectoren niet binnen de daarvoor gestelde termijn controles afgerond, waardoor formeel niet voldaan is aan deze norm.

Fysieke controles op de overige uitvoer (zonder restitutie)

Van de behandelde aangiften voor uitvoer van goederen zonder restitutie is 0,8% fysiek gecontroleerd (1998: 1,3%). De doelstelling was 1%. Er is in 5,5% (1998: 5,1%) van de controles een correctie aangebracht.

Fysieke controle op vervoer

In 1999 is 0,7% fysiek gecontroleerd (doelstelling was minimaal 0,1%) van de zendingen die via de Nederlandse buitengrens de EU binnenkomen en die onder een transitregime verder worden vervoerd. In 1999 heeft 8% van deze controles tot een correctie of renseignering geleid (1998: 7,2%).

Administratieve controle

Administratieve controles worden ingesteld bij klanten die:
* een vergunning hebben voor een vereenvoudigde douane-afhandeling;
* accijnsgoederen mogen produceren of voorhanden hebben;
* landbouwrestituties ontvangen.

Ook kunnen zij worden ingesteld bij im- en exporteurs, zonder vergunning, na de im- of export van goederen.

Het aantal klanten met één of meer vergunningen is in 1999 met 4% gestegen naar 58.500. Het aantal vergunningen is met 2% gestegen naar 66.000. Van de bijna 9.500 aanvragen voor een vergunning is 92% binnen de termijn van de AWB afgedaan (1998: 84%).

Tabel 17: Aantallen administratieve controles

1998

1999

Vergunninghouders


2.421

2.031
Im- en exporteurs zonder vergunning


1.023
940

Totaal aantal administratieve controles


3.444

2.971
Waarvan controles op EG Verordening 4045/8923

67


Tabel 18: Opbrengsten administratieve controles

(bedragen in miljoenen guldens)

1998

1999

Vergunninghouders

26,5

68,5

Grote en kleine im- en exporteurs zonder vergunning

7,8

13,3

Totaal opbrengsten

34,3

81,8

Het aantal administratieve controles is met 14% gedaald ten opzichte van 1998. De correctieopbrengst in 1999 is hoog. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door correcties op accijnzen.

Ambulante controles en mobiel toezicht goederenvervoer

In de onderstaande tabel zijn de cijfers van de ambulante controles en het mobiel toezicht goederenvervoer tezamen weergegeven. Uit de tabel blijkt dat het aantal controles is toegenomen, maar dat het aantal geconstateerde onregelmatigheden is gedaald.

Tabel 19: Ambulante controles en onregelmatigheden per deelgebied

1998

1999

Aantal gecontroleerde objecten

111.500

Niet conform

%

162.500

Niet conform

%

Controles gericht op deelgebied:

BPM

16.500


2.662
16,1

21.500


3.070
14,3

Accijns

50.000


4.148
8,3

88.500


3.936
4,4

Niet-fiscale Douanetaken

40.000


4.990
12,5

47.500


3.772
7,9

Eurovignetten

22.600


1.751
7,8

31.600


1.901
6,0

Overig

34.000


2.507
7,4

44.000


2.392
5,4

Totaal

163.100

16.058

9,9

233.000

15.071

6,5

Opmerking: bij controles (objecten) kan op enkele aspecten tegelijk worden gecontroleerd. Om die reden is de som van alle gecontroleerde aspecten hoger dan het totaal aantal gecontroleerde objecten.

Controleresultaten Niet Fiscale Douanetaken (NFD)

In de onderstaande tabel zijn de aantallen controles NFD en de daarbij aangetroffen onregelmatigheden voor de belangrijkste werkprocessen weergegeven. Bij de aangifteprocessen (invoer, uitvoer etc.) is het aantal controles afgenomen. Het aantal onregelmatigheden dat naar aanleiding van deze controles is geconstateerd is echter sterk toegenomen. Zo werd in 1999 bij 7,7% van de controles onregelmatigheden geconstateerd tegen 4,5% in 1998. Belangrijk daarbij zijn ruim 6.500 bevindingen die zijn gedaan bij controles met gebruikmaking van een röntgenscan op de internationale postzendingen. Het ging om pogingen tot (illegale) geneesmiddelenimport en uitvoer van verdovende middelen.

Tabel 20: Controles en onregelmatigheden NFD per werkproces

Proces

Aantal NFD controles

Niet conform

%

Aantal NFD controles

Niet conform

%

1998

1999

binnenkomen, invoer, vervoer/opslag, uitvoer

214.050


9.668
4,5

130.561

10.017

7,7

Ambulante controle24

39.799


4.990
12,5

47.517


3.772
7,9

Reizigerscontrole

647.895

132.713

20,5

259.458

39.635

15,3

Controle reizigersbagage

Controles op de bagage van reizigers op fiscale en niet fiscale aspecten vindt voor het overgrote deel plaats op Schiphol. De groei van het aantal binnenkomende en doorgaande reizigers bedraagt in 1999 7%. Het aantal controles is fors gedaald. Deze daling wordt, afgezien van de oorzaken vermeld in hoofdstuk 3.3.4., ook veroorzaakt doordat in 1998 gedurende een periode van vijf maanden alle vluchten uit Turkije zijn gecontroleerd met de inzet van tijdelijk personeel. Dit vanwege het invoerverbod op producten met een dierlijke oorsprong. Het percentage geconstateerde onregelmatigheden is gedaald van 20,5% in 1998 naar 15,3% in 1999. Wanneer geen rekening wordt gehouden met de controles op de vluchten uit Turkije bedraagt het aantal geconstateerde onregelmatigheden 9,1% in 1999 tegen 6,8% in 1998.

Achterstand invordering

De achterstand in de invordering is gedefinieerd als het bedrag aan vorderingen dat nog niet betaald is, terwijl de betalingstermijn is verstreken. Ook de aanslagen waartegen een bezwaar- of beroepschrift is ingediend zijn hierin opgenomen. De achterstand wordt uitgedrukt in een percentage van de som van de kasontvangsten en de achterstand.

Bij de Douane is dit kencijfer gedaald van 8,6% ultimo 1998 naar 8,5% ultimo 1999. Dit is boven de Belastingdienstbrede doelstelling van 6,5%.

Het achterstandsbedrag bedroeg ultimo 1999 2,0 miljard. Hiervan wordt 1,8 miljard veroorzaakt door niet door de Douane te beïnvloeden factoren, zoals omvangrijke fraudezaken in het externe communautaire douanevervoer uit voorgaande jaren. De beïnvloedbare achterstand in de invordering steeg van 108 miljoen (0,5%) in 1998 naar 187 miljoen (0,9%) in 1999. Deze stijging bestaat voornamelijk uit enkele hoge incidentele correcties.

Zekerheidstellingen

Om het risico van niet-betaling te beperken eist de Douane dat klanten vooraf zekerheid stellen voor de aan hun handelen verbonden fiscale verplichtingen. Voor regelmatige klanten kan over het algemeen worden volstaan met een doorlopende zekerheid. Onregelmatige klanten moeten 100% zekerheid stellen. In het douanevervoer wordt bij het vervoer van bepaalde goederen met een hoog risico eveneens een 100% zekerheidstelling geëist. Dat geldt zowel voor regelmatige als voor onregelmatige klanten. De zekerheidstellingen worden periodiek beoordeeld op volledigheid en toereikendheid alsmede op de juiste vorm van de zekerheidstelling. In 1999 is 38% van de doorlopende zekerheidstellingen beoordeeld. Het aantal klanten dat een doorlopende zekerheid heeft gesteld, is licht gedaald van 4.131 eind 1998 tot
4.105 eind 1999. Eind 1999 is voor een bedrag van 2,8 miljard zekerheid gesteld.


3.3.6. Fraudebestrijding
Containerscan Maasvlakte

Tabel 21: Resultaat containerscan Maasvlakte

Aantal gescande containers

11.838

Fysiek gecontroleerd


1.415 (12%)

Onregelmatigheden

282 (20%)

Financieel belang

42,3 mln

De vaste containerscan op de Maasvlakte is in maart 1999 in gebruik genomen. Er hebben met de scan 11.838 controles plaatsgevonden waarbij een bedrag van 42,3 miljoen aan ontdoken belastingen is achterhaald. Hieronder is het resultaat nader uitgesplitst. De bouw van twee containerscans op Schiphol is in volle gang. Er zijn plannen opgesteld voor de selectie en de opleiding van de toekomstige medewerkers. Verder is overleg gevoerd met de bedrijven over de aan- en afvoer van de luchtvrachtcontainers. De realisatie op de locatie Zuid-Centrum is voorzien in april en op Zuid-Oost in juni 2000. Om een uniforme controle op alle belangrijke internationale vliegvelden te kunnen uitvoeren zijn er voor de vier kleinere internationale vliegvelden te weten Rotterdam Airport, Maastricht-Aachen Airport, Groningen Airport en Vliegveld Eindhoven in totaal vier vaste röntgenapparaten aangeschaft.

Verdovende middelen

De totale hoeveelheid in beslag genomen verdovende middelen is in 1999 met 36.000 kilogram ten opzichte van 1998 (33.000) toegenomen. Opvallend is de stijging van de in beslag genomen hoeveelheid cocaïne, met bijna 50%. Tachtig procent van de vangsten betreft cocaïne of marihuana. 40% van de totale hoeveelheid cocaïne werd op Schiphol in beslag genomen. Het aantal betrapte drugskoeriers op Schiphol is afgenomen van 818 naar 618.

Tabel 22: In beslag genomen goederen Douane en FIOD

Aantal kilogrammen

1995

1996

1997

1998

1999

Marihuana

238.745

58.481

10.500

21.725

20.640

Hasjiesj

49.559


6.858

5.163

4.674

6.933
XTC-pillen


-

2.014.777 *
690

215

137

Cocaïne


3.689

5.002

5.678

5.260

7.827
Heroïne

258

84

85

135

45

Overige**

15

38

25


1.320
86

Wapens *

517

521

450

546


7.883

* stuks.


** amfetamine, hasjolie, LSD.

Indien de Douane bij de ingestelde controles verdovende middelen aantreft, neemt de FIOD het strafrechtelijk traject voor zijn rekening. Het inzetten van een Cargo- en HARC-team (Hit and run container onderzoeken, waarbij FIOD, Douane, Politie en Marechaussee in teamverband opereren) blijkt een goede methodiek te zijn om in korte tijd met relatief weinig middelen een opsporingsonderzoek snel te kunnen afronden waarbij tevens belangrijke informatie wordt verkregen.

De cijfers van in 1999 in beslag genomen wapentuig zijn hoog als gevolg van de inbeslagneming van 6.000 geweren bij invoer, die niet onklaar waren gemaakt en waarvoor geen vergunning voorhanden was. De instelling van MTG-teams (Mobiel Toezicht Goederen) bevordert de controle op verboden wapenbezit. Een groot deel van de gemelde inbeslagnemingen is afkomstig van deze teams.

Tabakshond

In 1999 is een proef gehouden met een tabakshond. De hond heeft in de Rotterdamse havens in de loop van het jaar 66 miljoen niet-aangegeven sigaretten opgespoord. Gezien dit succes worden op korte termijn nog twee of drie tabakshonden opgeleid.

Accijnsfraude

De belastingdruk op accijnsgoederen maakt het illegaal verhandelen van met name sigaretten en alcohol aantrekkelijk. Eind 1998 is in samenwerking tussen de Douane en de FIOD een start gemaakt met de inrichting van een Centraal Punt Accijns (CPA). Het CPA bundelt informatie, kennis en vaardigheden op dit terrein, bouwt informatie op en genereert op basis van risico-analyses controle-opdrachten voor de Douane en opsporingszaken voor de FIOD. De inbeslagname van sigaretten en alcohol is mede daardoor ten opzichte van 1998 toegenomen. Voorts hebben de signalen geleid tot 12 opsporingszaken bij de FIOD.

In het kader van de Europese fraudebestrijding op het gebied van de accijnzen is in opdracht van de Europese Commissie een studie uitgevoerd naar de mogelijkheid van een geautomatiseerd controlesysteem voor het vervoer van accijnsgoederen binnen Europa. Het zal vier tot vijf jaar duren voor een dergelijk systeem is gerealiseerd. Vooruitlopend hierop is in 1999 een aanvang gemaakt met de implementatie van een zogeheten Early Warning System voor de meest risicovolle accijnsgoederen. In Nederland wordt dit systeem op 1 februari 2000 in gebruik genomen.

Versterking toezicht buitengrens Europese Unie

Ter versterking van het rechtshandhavingsniveau is in de loop van 1999 de surveillance uitgebreid, zodat meer operationele uren gedraaid kunnen worden. Verdere intensivering is voorzien in 2000. Daarnaast heeft de Douane in 1999 één patrouillevaartuig vervangen en heeft aanbesteding plaatsgevonden van twee nieuwe patrouillevaartuigen voor de versterking van het toezicht van de buitengrens van de Europese Unie, voor een bedrag van 26,4 miljoen.

Communautaire ontwikkelingen inzake douanevervoer

In 1999 is de herziening van de regeling voor het communautair en gemeenschappelijk douanevervoer nagenoeg afgerond. De herziening is in gang gezet naar aanleiding van de enquête van het Europese Parlement inzake het douanevervoer. De invoering van de herziene regeling is voorzien in november 2000. Het bedrijfsleven is ingelicht, onder meer door middel van een demonstratie over de vorderingen met het geautomatiseerde systeem NCTS (New Computerized Transit System), het systeem voor de elektronische vervoersaangifte en voor de elektronische zuivering binnen Europa.

De regeling TIR-vervoer is eveneens herzien; de eerste fase hiervan is reeds in werking getreden.

Nederland neemt deel aan de ontwikkeling van NCTS. In Nederland zal in 2000 een pilot starten. De applicatie is in december 1999 opgeleverd en wordt nu in Nederland getest. In Nederland wordt een aangeversapplicatie ontwikkeld voor NCTS. De applicatie ondersteunt de uitwisseling van berichten tussen de aangever en Douane. Er zijn afspraken gemaakt met een aantal bedrijven over deelname aan de pilot. Zij ontvangen de applicatie gratis. In 2004 zullen naar verwachting alle betrokken landen het systeem gebruiken.


3.3.7. Niet Fiscale Douanetaken
Kaderovereenkomst met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Op 29 september 1999 is door de plv. Secretaris Generaal van Verkeer en Waterstaat en de Directeur Generaal Belastingdienst een kaderovereenkomst inzake de niet-fiscale douanetaken ondertekend. In deze kaderovereenkomst zijn de hoofdlijnen van de samenwerking tussen diensten van de beide departementen vastgelegd. Op het moment van ondertekening verrichtte de Douane voor Verkeer en Waterstaat taken op basis van zes regelingen.

Wet vervoer gevaarlijke stoffen

In 1999 is overeengekomen dat de samenwerking met Verkeer en Waterstaat op het terrein van de handhaving van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen wordt uitgebreid. Tot dusver had de Douane slechts een signalerende taak als bij de invoer van gevaarlijke stoffen per tankauto onregelmatigheden werden geconstateerd. Deze taak wordt ook gekoppeld aan uit- en doorvoer van goederentransporten over de weg.

Nieuwe NFD-taak inzake Besluit verwijdering wit- en bruingoed

Met ingang van 1 april 1999 heeft de Douane een taak gekregen in de handhaving van het handelsverbod voor CFK-houdende koel- en vriesapparatuur. Dit verbod maakt onderdeel uit van het Besluit verwijdering wit- en bruingoed. De Douane onderschept in het kader van deze taak zendingen, controleert of er sprake kan zijn van overtreding van het handelsverbod en draagt in dat geval de zaak over aan de Inspectie Milieuhygiëne.

Zelfstandige strafrechtelijke afdoening

De transactiebevoegdheden inzake enkele niet-fiscale regelingen, waarover de Douane sinds 1998 beschikt, zijn verleend op grond van een mandaat van het Openbaar Ministerie. In de toekomst zullen deze bevoegdheden worden verleend op grond van een algemene maatregel van bestuur. Daartoe nam de Douane in 1999 deel aan een project van het Openbaar Ministerie dat ten doel heeft om aan bestuursdiensten die betrokken zijn bij de handhaving van milieuwetgeving transactiebevoegdheden op deze grondslag te verlenen. Het project is uitgemond in een pilot, waaraan de Douane te Hoofddorp deelneemt. De pilot is gericht op de transactiebevoegdheid inzake overtredingen van de wet Bescherming uitheemse dier- en plantensoorten.

Nationale samenwerking in verband met vuurwerk

Medio 1999 is een werkgroep opgericht om een betere controle op vuurwerk te bewerkstelligen. De werkgroep bestond uit vertegenwoordigers van de Inspectie Waren en Veterinaire zaken, de Rijksdienst Verkeersinspectie, de Centrale Recherche Informatiedienst, het Openbaar Ministerie van Den Haag en van Rotterdam en de Douane.

Op basis van de voorstellen van de werkgroep is onder andere een aantal vuurwerkimporteurs streng gecontroleerd. Het Openbaar Ministerie te Den Haag heeft hiervoor een opsporingsonderzoek gestart en het Douane Informatie Centrum heeft risico-informatie geleverd.

Mede door toedoen van de Douane heeft de politie in 1999 ruim 300.000 kg vuurwerk in beslag genomen.


3.3.8. Bezwaar, beroep en dienstverlening AWB conform werken

Het aantal bezwaarschriften dat AWB-conform is afgedaan is gedaald van 86% in 1998 naar 66% in 1999. Deze daling wordt veroorzaakt door de in hoofdstuk 3.3.4. geschetste problematiek en de sterke toename van het aantal ontvangen bezwaarschriften, van 13.000 in 1998 naar 16.000 in 1999. Deze stijging doet zich vooral voor bij bezwaarschriften tegen niet-zuivering.

Dienstverlening

Het aantal malen dat de belastingtelefoon Douane werd gebeld nam toe van 255.000 in 1998 tot 312.000 in 1999. Het grotere aanbod hangt onder meer samen met wetswijzigingen en tariefaanpassingen. Het responsepercentage is gedaald. De Belastingtelefoon Douane heeft in 1999 ruim 141.000 telefoontjes afgehandeld, tegen 147.000 in 1998.


3.4. Opsporing


3.4.1. Ontwikkelingen
Financieel rechercheren

Als opsporingsmethodiek levert financieel rechercheren een belangrijke bijdrage aan de strategische selectie, de bewijsvoering bij individuele onderzoeken en aan het ontnemen van de middelen die met fraude zijn verkregen. Deze methodiek is voor andere organisaties vaak nog nieuw. Daarom hebben ook in 1999 samenwerkingspartners regelmatig een beroep gedaan op medewerkers van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD). Hun deskundigheid is ingebracht in concrete opsporingsonderzoeken, bij de verdere ontwikkeling van instrumenten en bij de implementatie van opleidingsprogramma's. De FIOD heeft in 1999 een bijdrage geleverd aan een opleiding financieel rechercheren op universitair niveau. Deze opleiding wordt thans geëvalueerd. Voor 2000 is een vervolg voorzien. Verder is in samenwerking met ander onderdelen van de Belastingdienst gewerkt aan de opzet van opleidingen financieel rechercheren voor medewerkers van de Belastingdienst op HBO-niveau. Beide modulaire cursussen zijn afgestemd op het project Financieel Rechercheren van het Openbaar Ministerie en de politie.

Detecteren van witwas praktijken

Nagenoeg elke substantiële fraude of andere vorm van vermogenscriminaliteit roept op enig moment het dilemma op van het legitimeren van heraanwending van geld. Kenmerk van een daarmee gepaard gaand proces is dat er altijd sprake moet zijn van enig (fictief) economisch handelen. Doorgaans een zelfde economisch handelen als de Belastingdienst voor de heffing aangrijpt.

Hierdoor ontstaat de mogelijkheid, dat belastingheffing plaatsvindt (of juist niet) op basis van een onjuiste vaststelling van zaken, maar dat ook de controlestrategie zich op de verkeerde aspecten richt. Zo zijn vanuit het beursfraudeonderzoek twee onderzoeken afgesloten waarin naar voren is gekomen dat niet gefiscaliseerd geld is witgewassen. In 1999 is daarom een start gemaakt met het beschrijven van witwas-typologieën. Er zijn voorbereidende onderzoeken naar actuele constructies uitgevoerd. Verder wordt gewerkt aan het verder opbouwen van het kenniscentrum op het gebied van witwassen.

Beursfraude en Bureau Beurs en Beleggingen

In de Fraudenota 1996 kreeg de FIOD als aandachtsgebied de bestrijding van beurs- en beleggingsfraude. Vanaf 1997 wordt op constructieve wijze samengewerkt met het Openbaar Ministerie. Onderhavig project heeft allereerst geleid tot een aantal aanpassingen op preventief en bestuurlijk vlak: integriteitcursussen voor beurshandelaren, verscherping interne regels binnen beursgenoteerde bedrijven en effectenkantoren, discussie over de invoering van een vergunningenstelsel voor beurshandelaren en realisatie van het Financieel Expertisecentrum (FEC). Voorts is de positie van toezichtshoudende instellingen versterkt (o.a. Stichting Toezicht Effectenverkeer).

Financieel Expertisecentrum (FEC)

Op 1 januari 1999 is het Financieel Expertisecentrum (FEC) formeel van start gegaan. Het FEC heeft als communicatie- en afstemmingsplatform tot doel het bevorderen van de integriteit van de financiële sector. Het is een samenwerkingsverband tussen Belastingdienst (FIOD, de eenheid Grote ondernemingen Amsterdam en de Economische Controledienst), Justitie, Openbaar Ministerie, Toezichthouders (Stichting Toezicht Effectenverkeer, De Nederlandsche Bank, Verzekeringskamer), politie (Korps Amsterdam/Amstelland), Centrale Recherche Informatiedienst en het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties.

In de eerste periode heeft het FEC nadrukkelijk gewerkt aan de ontwikkeling van de eigen organisatie: opzet, werkwijze en samenwerking met de partners.

Naar aanleiding van de informatie-uitwisseling is het FEC twee onderzoeken gestart. Het FEC rapporteert eenmaal per jaar aan de ministers van Financiën en Justitie.

Mega-onderzoeken

In het Plan van aanpak Fraudenota 1996 is een mega-onderzoek gedefinieerd als een onderzoek waarbij sprake is meer dan één verdachte en waarbij meer dan 50 miljoen nadeel is opgespoord. In 1999 zijn drie van zulke onderzoeken afgerond (1998: twee): tweemaal fiscale fraude (waaronder één beurszaak) en eenmaal accijnsfraude. Met het afsluiten van deze mega-onderzoeken is in totaal voor ongeveer 170 miljoen aan fiscaal-strafrechtelijk nadeel in processen-verbaal vastgelegd. Er zijn bij deze zaken in totaal 35 verdachten betrokken. Daarnaast is in 1999 nog een vierde groot onderzoek afgerond. Bij dit onderzoek is sprake van één verdachte en een strafrechtelijk nadeel van meer dan 50 miljoen.

Milieucriminaliteit en belastingen

In het Plan van Aanpak Fraudenota 1998 is besloten tot de inrichting van een centraal punt milieubelastingfraude. In zon centraal punt worden gegevens en signalen betreffende milieucriminaliteit en milieubelastingen verzameld en geanalyseerd. In 1999 is een plan van aanpak uitgewerkt. Begin 2000 is de besluitvorming afgerond en wordt een start gemaakt met de uitvoering.

Melding ongebruikelijke transacties (MOT)

Bij wijze van proef onderzoekt de Belastingdienst of bij de door het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties als verdacht aangemerkte transacties ook sprake is van fiscale of douanefraude. Bij belastingplichtigen wordt een onderzoek ingesteld om te bezien of de als verdacht aangemerkte transactie correct is verantwoord, met als uiteindelijk doel vast te stellen of sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Naar verwachting wordt de proef in 2000 afgerond.


3.4.2. FIOD
Productie

De primaire taak van FIOD/Opsporing is het verrichten van onderzoeken, voortvloeiend uit de aanmeldingen van fiscale fraudezaken. In 1999 zijn in totaal 3.410 meldingen binnengekomen, een aantal dat ruim boven dat van 1998 ligt (2.606). De aanmeldingen vinden plaats conform de Aanmeldings-, transactie- en vervolgingsrichtlijnen (ATV) en betreffen uitsluitend fiscale (douane-) fraude. In een convenant met het Openbaar Ministerie is vastgelegd dat de Belastingdienst 450 zaken aanbrengt die door het OM zullen worden vervolgd. De overige aanmeldingen worden fiscaal afgedaan.

In 1999 zijn 453 van bovengenoemde zaken afgedaan. Verder is de doelstelling van 350 miljoen opgespoord strafrechtelijk nadeel met een opgespoord bedrag van 538 miljoen (1998: 482 miljoen) ruimschoots gerealiseerd. Met een realisatie van 985 (1998:846) is de doelstelling (900) met betrekking tot het aantal bij deze zaken betrokken verdachten ruimschoots gerealiseerd.

In 1999 is de ingeslagen weg naar meer planmatig werken voortgezet. Er is meer aandacht voor de contacten met de aanleverende eenheden, meer overleg tussen de vestigingen en het Openbaar Ministerie en er vindt vaker voortgangsoverleg plaats tussen teamleiders van de eenheden en rechercheurs van de FIOD. Naast het handhaven van het kwantitatieve niveau van de productie is het kwalitatieve gewicht iets toegenomen. Het aantal zaken in de hogere fraudecategorieën is toegenomen. Het strafrechtelijk nadeel steeg van gemiddeld 1,06 miljoen in 1998 naar 1,18 miljoen in 1999.

Opgespoord nadeel

Onder strafrechtelijk nadeel wordt verstaan het opgespoord nadeel, zoals dat is opgenomen in de processen-verbaal van alle afgedane onderzoeken (zowel convenant als niet-convenantzaken) naar fiscale- en douanefraude, voortvloeiende uit het ATV-traject. Onder fiscaalrechtelijk nadeel wordt verstaan het opgespoord nadeel, zoals dat is opgenomen in een fiscaal rapport of een ander schriftelijk advies aan de eenheden en districten van de Belastingdienst.

Tabel 23: Opgespoord nadeel

bedragen x 1 mln.

IB/PH

VpB

OB

LB/PH

Overige

Totaal

Strafrechtelijk nadeel

104,6

27,7

121,1

64,8

98,3

416,5

Fiscaalrechtelijk nadeel

108,5

33,6

130,8

69,2

93,4

435,5

Douane zaken

(x 1mln)

EU-heffingen

en restituties

Invoerrecht

Accijnzen

Totaal

Strafrechtelijk nadeel


-

16,1

112,0

128,1

Fiscaalrechtelijk nadeel

0,1

18,5

113,5

132,1

Het opgespoord nadeel is samengesteld uit diverse belastingmiddelen. In vergelijking met 1998 is meer strafrechtelijk nadeel in de inkomstenbelasting (beursfraude) opgespoord alsmede in de accijnsfraude (mega-onderzoek sigarettensmokkel). Zoals verwacht daalt het bedrag aan omzetbelasting (1998: 345 miljoen). In 1998 viel het opgespoord nadeel omzetbelasting hoog uit, door afronding van enkele grote onderzoeken (carrousel-fraude). Overigens wordt een aantal onderzoeken niet ingesteld om belastingontduiking op te sporen, maar primair om te voorkomen dat goederen ongeoorloofd het Europees economisch verkeer binnen komen (verdovende middelen en andere goederen vallende onder de niet fiscale douanetaken).

Tabel 24: Afdoening convenantzaken

1997

1998

1999

Transacties

54

59

47

Sepots

53

96

72

Vervolging

210

235

213

Één van de knelpunten in de gehele strafrechtketen blijft de beschikbare capaciteit bij het Openbaar Ministerie (OM) en de rechtbanken. Daardoor staat het percentage dat tot vervolging leidt onder druk (zie Figuur 15). Voor de convenantzaken geldt de doelstelling dat 90% van de zaken die bij het Openbaar Ministerie worden aangebracht, tot vervolging zullen leiden.

De FIOD heeft in 1999 in zowel het Centraal Tripartiete Overleg (CTPO) als in de locale Tripartiete Overleggen (TPOs) voortdurend aandacht gevraagd voor de vervolging van fiscale en douane fraude-onderzoeken. Dat heeft geleid tot een grotere bestuurlijke aandacht voor de fiscale fraudebestrijding bij het Openbaar Ministerie. Een interne audit van de FIOD heeft uitgewezen dat de bewijsvoering en de toepassing van dwangmiddelen in de onderzoeken van de FIOD goed is. Desondanks is de mate waarin de zaken van de FIOD worden vervolgd slechts in beperkte mate gestegen naar 64% (1998: 60%). In 2000 zal het vervolgingspercentage verder moeten stijgen.

Figuur 15: Percentage vervolging

Verdovende middelen

Bij de resultaten van de Douane is reeds ingegaan op de aantallen in beslag genomen goederen, zie pagina 51. In 1999 zijn in totaal 304 verdovende middelen zaken afgerond. Bij 94 zaken is proces-verbaal opgemaakt tegen één of meer verdachten. Verder zijn er 199 zaken afgerond met een proces-verbaal zonder vervolgbare verdachten. In 1999 zijn 11 zaken op een andere wijze afgedaan (stopzetting of fiscaal rapport).


3.4.3. Doorlooptijden en dwangmiddelen

Tabel 25: Doorlooptijd fraudeonderzoeken

%

maanden:

< 6

6 - 12

> 12

1995

49

23

28

1996

50

30

20

1997

53

24

23

1998

51

29

20

1999

53

28

19

Een van de doelstellingen is het terugdringen van de doorlooptijden van de fiscale fraudeonderzoeken. Van de 453 afgedane convenantzaken is 53% binnen zes maanden afgedaan. De gemiddelde doorlooptijd van alle zaken bedraagt 7,4 maanden. Daarmee ligt het percentage afdoening binnen zes maanden in dezelfde lijn als in 1998 (51,3%) en is de gemiddelde duur nagenoeg gelijk gebleven (1998 gemiddeld 7,3 maanden).

Gebruik van dwangmiddelen

Het gebruik van in het Wetboek van Strafvordering toegelaten dwangmiddelen is inherent aan de opsporing van strafbare feiten. Het gebruik daarvan gebeurt slechts met toestemming en onder toezicht van de rechter-commissaris of de officier van justitie. Hieronder volgt een overzicht van de toegepaste dwangmiddelen in de periode 1995-1999.

Tabel 26: Frequentie toegepaste dwangmiddelen

1995

1996

1997

1998

1999

Technische acties

232

213

225

185

183

Aanhoudingen

324

421

304

267

304

Inverzekeringstellingen

284

369

277

230

227

Bewaringen

71

77

91

57

77

Huiszoekingen

439

458

457

276

285

Gebruikte machtigingen

41

49

37

9

49

Onder technische acties wordt verstaan het aftappen van communicatielijnen; iedere afgetapte lijn is apart vermeld. Onder gebruikte machtiging wordt verstaan de door een hulpofficier van justitie aan de FIOD afgegeven en gebruikte machtiging om een pand binnen te treden ter aanhouding of inbeslagneming. De cijfers over 1999 bevinden zich op het oude niveau. De daling in 1998 blijkt incidenteel. Een lichte stijging van het aantal aanhoudingen en het aantal bewaringen hangt samen met de toename van het aantal verdachten van 846 in 1998 naar 985 in 1999.

Het beleid met betrekking tot dwangmiddelen is erop gericht dwangmiddelen slechts in uiterste noodzaak in te zetten. Daartoe wordt gebruik gemaakt van de eigen bevoegdheid ex artikel 81 AWR om voorwerpen in beslag te nemen en worden slechts als die bevoegdheid niet voldoende soelaas blijkt te bieden, dwangmiddelen uit het Wetboek van Strafvordering toegepast.

Niet Fiscale Douanetaken (NFD)

De intensivering van de NFD controle-activiteiten bij de Douane heeft geleid tot een toename van het aantal geconstateerde onregelmatigheden op deze terreinen. Ook voor de Belastingdienst als geheel heeft dit effect. Naast het opsporingsaspect van deze onregelmatigheden vormt ook het fiscale aspect een belangrijk element van NFD-fraude. De FIOD heeft in 1999 19 NFD-opsporingsonderzoeken uitgevoerd. Hiermee is de doelstelling (20) nagenoeg gerealiseerd.

In 1999 is bij wijze van pilot voor twee aandachtsgebieden door de Douane een start gemaakt met de opzet van een centraal meldpunt voor geconstateerde NFD-onregelmatigheden. Deze aandachtsgebieden betreffen het intellectuele eigendom (namaak) en de bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten (BUDEP). De participanten in deze pilot zijn het douanedistrict Hoofddorp, de Algemene Inspectie Dienst en de FIOD/ECD. De voortgang van de pilot is enigszins vertraagd door de overgang van de ECD naar de Belastingdienst, wetswijzigingen (nationaal en internationaal) op het terrein van de intellectuele eigendom en de verruimde zelfstandige afdoening van onregelmatigheden bij geconstateerde fraude op Schiphol. De invloed van deze effecten wordt thans in kaart gebracht en in 2000 ingepast in (een herstart van) het traject.


3.4.4. De Economische Controledienst (ECD)
De ECD is per 1 september 1999 overgegaan van het Ministerie van Economische Zaken naar de Belastingdienst (FIOD). In deze rapportage zijn de resultaten over heel 1999 opgenomen.

De doelstelling van de ECD is het leveren van een bijdrage aan de realisatie en de handhaving van beleidsdoelstellingen van wet- en regelgeving ten behoeve van een integer functionerend beroeps- en bedrijfsleven. Daarbij zijn de verschillende handhavingsterreinen van de ECD in hoofdlijnen te onderscheiden naar economische ordening en horizontale fraude25, financiële integriteit en de internationale goederenbewegingen. De Economische Controledienst verricht de volgende hoofdtaken:

* het uitvoeren van activiteiten in het kader van preventie;
* het verrichten van informatieve onderzoeken;
* het traceren, verzamelen, veredelen en verstrekken van informatie ter voorbereiding en ondersteuning van de andere activiteiten;
* het uitvoeren van toezichtonderzoeken;

* het verrichten van opsporingsonderzoeken (incl. buitenlandse rechtshulpverzoeken).

Ook door de ECD is, naast de bestrijding van financiële en economische fraude, veel energie gestoken in de handhaving van de integriteit van de financiële sector. De aandacht richtte zich daarbij op de bestrijding van voorkennis- en beleggingsfraude, maar ook op kleinere malafide financiële instellingen. Naast de bestrijding van de fraude met overheidsgeld (verticale fraude) is ruim aandacht besteed aan het voorkomen en tegengaan van horizontale fraude. Deze fraude, zoals faillissementsfraude, merkenfraude en verzekeringsfraude, heeft betrekking op frauduleus handelen waarbij het bedrijfsleven, zoals banken en verzekeringen maar ook particulieren, worden benadeeld. Tezamen met een daling van inkomsten of schade voor particulieren en instellingen leidt horizontale fraude ook tot verminderde inkomsten voor de overheid (o.a. premies en belastingen).

EU-fraude en strategische goederen

De activiteiten op het gebied van de antidumping concentreerden zich op de import van schoenen uit China. Bij controles is een bedrag van 2 miljoen aan ontdoken heffing opgespoord. Bepaalde handelspartners van de EU hebben een voorkeurstatus gekregen. Dat houdt onder meer in dat goederen uit deze landen tegen lagere invoertarieven kunnen worden geïmporteerd. De controle van de betreffende preferentiële handelsdocumenten heeft geleid tot ongeveer 130 verzoeken aan derde landen om de oorsprong te verifiëren. Dit is een stijging van bijna 100% ten opzichte van 1998.

Intellectueel eigendom

In 1999 is artikel 337 Wetboek van Strafrecht (merkenfraude) gewijzigd. Hierbij is de strafmaat verhoogd tot maximaal 4 jaar en is tevens de doorvoer van nagemaakte goederen strafbaar gesteld. Hierdoor zijn de mogelijkheden om adequaat op te treden tegen namaak vergroot. Dat de doorvoer nu ook strafbaar is, brengt met zich mee dat een belangrijke mogelijkheid om aan de werking van het verbod te ontkomen, is weggevallen.

De ECD heeft twee grote onderzoeken afgerond, waarvan één betrekking had op het verspreiden van illegale software via Internet. Deze twee onderzoeken leverden 43 verdachten op, in beslagname van goederen en veroordeling van de hoofdverdachte.

Precursoren26 en Chemisch Wapenverdrag

In het kader van de Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën zijn met de politie twee grootschalige recherche-onderzoeken ingesteld. Doel was te voorkomen dat grondstoffen die voor het fabriceren van synthetische drugs kunnen worden gebruikt, zonder vergunning werden ingevoerd en verhandeld. Tevens stond hierbij het ontmantelen van twee criminele organisaties voor ogen. Daarnaast is de actie Purple gestart. Deze actie heeft tot doel in internationaal verband inzicht te krijgen in de productie, handel, in-, uit- en doorvoer van kaliumpermanganaat, een grondstof voor de bereiding van drugs. Bij deze actie is, naast de International Narcotica Control Board, ook een aantal EU-lidstaten betrokken.

In het kader van het Chemisch Wapenverdrag zijn 15 zogeheten pre-license checks uitgevoerd. Het gaat om vooronderzoeken voor de afgifte van exportvergunningen, meestal uitgevoerd op verzoek van het Centraal Orgaan voor In- en Uitvoer. De ECD heeft onderzoek ingesteld naar betrouwbaarheid van de afnemer van de goederen. Bij gebleken betrouwbaarheid wordt de vergunning voor export verleend.

Beurs- en effectenfraude

Inmiddels zijn 4 onderzoeken naar misbruik van voorwetenschap afgerond (zie ook onder opsporing, pagina 54) en zijn nog 6 onderzoeken onderhanden.

Assurantie en kredieten

In 1999 is het project money-transferkantoren gestart. Dit project is na de start onder de vlag van het FEC gebracht. Inmiddels zijn circa 55 adressen bezocht. Dit heeft geresulteerd in vijftien processen-verbaal wegens overtreding van de Wet Toezicht Kredietwezen 1992 (het aantrekken van opvraagbare gelden) en in enkele gevallen tevens wegens overtreding van de Wet inzake de wisselkantoren (wisselen van geld zonder registratie bij De Nederlandsche Bank). In 1999 zijn 25 zaken op het handhavingsgebied assurantiefraude afgerond: 15 ordeningszaken en 10 fraudemeldingen. Vooralsnog valt geen oorzaak aan te wijzen waarom assurantiebedrijven en toezichthouders minder fraudegevallen melden dan de verwachting (120).

Energie en overige marktordening

Op het terrein van Energie en overige marktordening zijn strafrechtelijke onderzoeken ingesteld naar de naleving van de deponeringsplicht (circa 500 processen-verbaal), de Handelsregisterwet en de overige ordeningswetgeving. De nadruk heeft daarbij op de deponeringsverplichting gelegen. Tevens is aandacht besteed aan de Wet energiebesparing toestellen. Het met Economische Zaken overeengekomen handhavingsplan is verwezenlijkt. In dat verband is bekeken of het feitelijke energieverbruik van witgoedapparaten overeenkomt met de opgave van de fabrikant. In circa 25% van de gevallen stelt de fabrikant het verbruik rooskleuriger voor dan de werkelijkheid te zien geeft.

Faillissementsfraude

Naast het instellen van eigen onderzoeken heeft de ECD ook meegewerkt aan onderzoeken naar faillissementsfraude die zijn uitgevoerd door de interregionale fraudeteams, waarin de politie en het Openbaar Ministerie participeren. In totaal zijn 4 ftes vrijgemaakt voor deze vorm van samenwerking. Het aantal door de ECD zelf afgedane onderzoeken bedroeg 51.

Gezondheidszorg

Het onderzoek bij 6 thuiszorgorganisaties naar de mogelijke verstrengeling van publieke en commerciële activiteiten of gelden is in 1999 afgerond. De minister van VWS heeft dit rapport aan de Tweede Kamer aangeboden. Vijftig procent van de hiervoor beschikbare capaciteit is op dit onderzoek ingezet. De overige capaciteit is aangewend voor de reguliere opsporingsonderzoeken naar mogelijke overtredingen van de Wet Tarieven Gezondheidszorg. De 64 ingestelde onderzoeken hebben tot 6 processen-verbaal geleid.

Bestrijding organisatiecriminaliteit

In opdracht van het Ministerie van Justitie, Afdeling Integriteit Bedrijfsleven, zijn onder meer 7 antecedentenonderzoeken ingesteld in verband met de oprichting of statutenwijzigingen van rechtspersonen. Naar verwachting zal voor drie oprichtingen de verklaring van geen bezwaar niet worden verleend. In opdracht van externe opdrachtgevers zijn in 1999 elf structuuronderzoeken afgerond. Dit zijn onderzoeken die het netwerk van rechtspersonen rond verdachten van ernstige fraude ontrafelen. Daarnaast zijn op basis van eigen informatie 5 onderzoeken naar handel in rechtspersonen (stro-oprichting) met een proces-verbaal afgerond.

hoofdstuk 4. Ondersteunende processen


4.1. Personeel en Organisatie


4.1.1. Inleiding

Het personeelsbeleid voor de komende jaren is beschreven in het beleidsplan personeel 1999 - 2003. Hierin staat op welke wijze en met welke inzet het arbeidsmarkt- en personeelsbeleid vorm zal krijgen. De hoofddoelen hierbij zijn:

* afstemming van de organisatiestructuur, het functiegebouw en de inzet van middelen op de ontwikkelingen in het bedrijfsproces;
* het verwerven en behouden van een concurrerende positie op de arbeidsmarkt;

* het beschikken over een flexibel personeelsbestand;
* het realiseren van een efficiënte inzet van het personeel;
* het continu bevorderen van de kwaliteit van het personeel;
* het bevorderen van de personeelsmotivatie.
In onderstaande paragrafen wordt verder ingegaan op de behaalde resultaten op deze terreinen.


4.1.2. Organisatorische aanpassingen
Operationele structuur Registratie en Successie
Eind 1998 is besloten de meeste R&S werkstromen in te passen in de integrale klantbehandeling van particulieren en ondernemingen. Voor de belastingplichtige heeft dit als voordeel dat hij zich voor zijn belastingzaken kan richten tot één loket, terwijl de Belastingdienst in staat is tot een vollediger toezicht en dienstverlening. Het veranderingsproces is in 1999 gestart en zal bijna twee jaar in beslag nemen.

Centrale invoer van berichten

De invoer van documenten in de centrale computersystemen vindt plaats op de belastingeenheden. Besloten is om deze werkzaamheden te centraliseren in Heerlen. In 1999 zijn (technische) voorbereidingen getroffen. Medio 2000 kan worden gestart met het draaien van productie. De opbouw vindt geleidelijk plaats. Begonnen wordt met de centrale verwerking van aangiften loon- en omzetbelasting. Geleidelijk aan worden ook de andere belangrijke documentenstromen centraal verwerkt. Deze wijzigingen leiden overigens niet tot substantiële verandering van de werkgelegenheid op de eenheden.

Integratie voertuigheffingen

Op basis van intern onderzoek is medio 1999 besloten de voertuigheffingen, als objectgerichte heffingen, bij elkaar te brengen. Dit betreft de motorrijtuigenbelasting (MRB), de belasting zware motorvoertuigen (BZM/Eurovignet), de Belasting op personenautos en motorrijwielen (BPM) en op termijn het rekeningrijden.

Gekozen is voor het op één locatie onderbrengen van de beleidstaken en de massale processen. De uitvoering van het intensief toezicht met betrekking tot de belasting van personenautos en motorrijwielen (BPM) blijft in het voorgenomen besluit een taak van de competente eenheid (Grote) ondernemingen. Voor een verbetering van de informatievoorziening over de voertuigen wordt een autobase opgezet met daarin opgenomen voertuig- en houderschapsgegevens, van belang voor de heffing van belastingen. De dienstverlening krijgt vorm in een autoloket, waar de belastingplichtige terecht kan voor al zijn vragen betreffende voertuigen.

Dienst Omroepbijdragen

De Dienst Omroepbijdragen (DOB) maakte als zelfstandig bestuursorgaan deel uit van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Het kabinet heeft medio 1999 overeenkomstig het regeerakkoord besloten de heffing van de omroepbijdrage af te schaffen en deze te vervangen door een fiscale maatregel. Één en ander is per 1 januari 2000 gerealiseerd. De DOB is met ingang van die datum overgegaan naar de Belastingdienst. De dienst blijft tijdelijk operationeel voor de afbouw van de werkzaamheden die verband houden met de inning en restitutie van de omroepbijdrage. Na 1 juli 2000 houdt de DOB op te bestaan. De werknemers is een baan bij de Belastingdienst in het vooruitzicht gesteld.


4.1.3. Personeelsbezetting en formatie
Arbeidsmarktstrategie

De verwachte tekorten aan personeel op de arbeidsmarkt beginnen zich te manifesteren. Het afgelopen jaar is gebleken dat het vervullen van vacatures in met name het Westen (de Randstad) van het land veel moeite kost. De problemen met betrekking tot vacaturevervulling beperken zich niet tot WO- en HBO-personeel, maar komen ook voor bij administratief- en toezichthoudend personeel (Douane).

Medio 1999 is een plan van aanpak voor de arbeidsmarktstrategie geformuleerd, waarmee de Belastingdienst zich tijdiger, sneller en concurrerender wil positioneren op de arbeidsmarkt ten einde voldoende gekwalificeerd personeel binnen te krijgen en te houden. Ingezette instrumenten zijn onder andere: inzet van recruiters bij wervingsactiviteiten, continue werving van medewerkers door permanente openstelling van vacatures, versnelling van de selectieprocedures en uitbreiding van het aantal duale leertrajecten en stageplaatsen.

Ook is in 1999 een nieuw concept voor de wervingscampagnes van de Belastingdienst ontwikkeld: Werk waar je trots op bent. In dit concept positioneert de Belastingdienst zich als een moderne en innovatieve werkgever. De respons hierop is positief.

Trainee-trajecten

Naast het in samenwerking met een externe organisatie lopende trainee-traject is deel genomen aan het interdepartementaal opgezette trainee-traject. Aanleiding hiertoe is de wenselijkheid om jonge academici uit andere dan fiscale disciplines te werven bij de steeds krapper wordende arbeidsmarkt.

Mobiliteit

In 1999 zijn twee projecten gestart om ervaring op te doen met het inzetten en ontwikkelen van medewerkers op basis van competenties (kennis, houding en vaardigheden). Daarnaast is ter vergroting van de mobiliteit van het personeel een interne vacaturebank opgezet en is een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de interdepartementale Mobiliteitsbank. Het mobiliteitscijfer van 15,4% (1998) is naar 14,5% (1999) gedaald. De doelstelling van 20% is daarmee niet gerealiseerd.

In totaal werken 6.228 medewerkers in deeltijd (waarvan 17,1% mannen en 82,9% vrouwen). Het totale percentage deeltijd is in 1999 met 0,9 procentpunt gestegen naar 19,7%. Het beeld van voorgaande jaren zet zich hiermee voort.


4.1.4. Kwaliteit van de medewerkers en functie- en functioneringseisen
Personeelsontwikkeling

Ter vergroting van de kwaliteit van het personeel is loopbaanontwikkeling gebaseerd op het adagium Architect eigen loopbaan. De organisatie is hierbij faciliërend. In 1999 heeft 3,5% van de medewerkers een gedeeltelijke vergoeding van de studiekosten ontvangen. Dit betekent een stijging vergeleken met 1998 (1,8%). Ten behoeve van medewerkers op academisch niveau, werkzaam in de fiscale techniek, is het loopbaanperspectief verbeterd door het opzetten en uitwerken van een Technisch Development beleid. Medewerkers kunnen op basis van individuele kwaliteiten doorstromen naar een hogere salarisschaal.

Resultaat Gericht Leidinggeven (RGL)

In 1999 is een tussentijdse balans opgemaakt om te bezien in hoeverre het aangepaste beoordelingssysteem binnen Resultaat Gericht Leidinggeven is ingevoerd. Geconstateerd kan worden dat dit organisatie-ontwikkelingsproces de nodige tijd kost, maar dat de kwaliteit van beoordelingen is verbeterd en de relatie met de doelstellingen van de organisatie duidelijker is geworden.

Innovatief opleiden

De integratie van leren en werken alsmede het tijd- en plaatsonafhankeljk opleiden worden geconcretiseerd door de ontwikkeling van een teleleerplatform. Leernet is een site op Belastingnet (een intranet), waarbinnen de producten en diensten op het gebied van opleiden worden samengebracht. Het stelt de medewerkers van de Belastingdienst in staat via hun eigen werkplek informatie over opleiden te raadplegen en opleidingen daadwerkelijk te volgen. De eerste versie van Leernet is in september 2000 belastingdienstbreed operationeel ten behoeve van de opleidingsinspanningen voor de belastingherziening 2001.

Personeelsmotivatie

In december 1998 heeft een intern gericht waarderingsonderzoek onder de noemer Personeelsmonitor plaatsgevonden. Het betrof een aselecte representatieve steekproef onder bijna 3.800 medewerkers van de Belastingdienst, met een respons van 66%. Uit deze monitor blijkt kritiek bij werkdruk, interne communicatie en vertrouwen in het management boven het niveau van de eigen chef. Positiever oordeelde men over werkgeverschap, werksfeer, collegialiteit en arbeidsvoorwaarden. Per directie zijn individuele verbeterpunten geformuleerd, die in 2000 uitgevoerd worden.


4.1.5. Werkklimaat, arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaardenpakket
Verdeling arbeid en zorg

Een belangrijke arbeidsvoorwaarde die de Belastingdienst inzet voor het verwerven en behouden van een concurrerende positie op de arbeidsmarkt, is een goede verdeling tussen arbeid en zorg. In 1999 is bij het automatiseringscentrum (B/AC) een proef met flexibele arbeidsvoorwaarden geëvalueerd. Werknemers van het B/AC kunnen binnen deze proef extra vrije dagen kopen of juist verkopen. Het blijkt dat de proef voorziet in de behoefte van medewerkers om in zekere mate invloed te kunnen uitoefenen op de samenstelling van het eigen arbeidsvoorwaardenpakket. Gelet op de resultaten van de proef en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt bestaat het voornemen om de elementen van die proef binnen afzienbare termijn als keuzepakket te integreren in het arbeidsvoorwaardenbeleid van de Belastingdienst. Dit is mede afhankelijk van de uitkomsten van het sectoroverleg Rijksoverheid.

Palliatief verlof

Palliatief verlof is een speciale vorm van zorgverlof. Het is onderdeel van de Wet financiering Loopbaanonderbreking. Hierbij wordt de mogelijkheid geboden om verlof op te nemen om te kunnen zorgen voor een ongeneeslijke zieke in de laatste levensfase. In 1999 is in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een onderzoek verricht naar de mate waarin en de wijze waarop binnen de sector Rijk van palliatief verlof gebruik wordt gemaakt. In de loop van 2000 worden de resultaten hiervan bekend.

Kinderopvang

In 1999 is de bestaande regeling op dit gebied gecontinueerd. Aandachtspunt hierbij was het beperken van wachtlijsten. Tevens is in 1999 een nieuwe regeling afgekondigd voor 2000, waardoor er geen financiële belemmeringen meer bestaan voor het opheffen van wachtlijsten.

Beheersing ziekteverzuim

Het ziekteverzuim is ten opzichte van 1998 met 0,6%-punt gestegen en is uitgekomen op 7,2%. Het streefcijfer voor de Belastingdienst voor het ziekteverzuim voor 1999 is 5%.

Figuur 16: Ontwikkeling ziekteverzuim

Om het ziekteverzuim te beheersen zijn de volgende initiatieven ontwikkeld:

* met ingang van 1 juli 1999 is overgegaan naar een andere arbodienst die met de Belastingdienst mede invulling zal geven aan het arbeidsomstandighedenbeleid (waaronder ziekteverzuimbeleid);
* de pilot gezonde voeding is afgerond en geëvalueerd. Deze pilot had als doel het bewustzijn van de medewerkers te vergroten aangaande hun eigen voedingspatroon en de effecten daarvan op hun gezondheid. Gewerkt is aan een model voor invoering van gezonde voeding binnen de Belastingdienst;

* uit een pilot is gebleken dat door het geven van houdingsadviezen en het verstrekken van ergonomische hulpmiddelen het risico voor het krijgen van RSI afneemt. Een werkgroep beziet de kaders voor een belastingdienstbrede aanpak;

* mede door het arbeidsvoorwaardenoverleg 1999 van de sector Rijk is het onderwerp werkdruk en vooral werkstress een belangrijk onderwerp in het arbeidsomstandighedenbeleid geworden. Binnen de Belastingdienst hebben inventarisaties plaatsgevonden welke activiteiten en maatregelen reeds op dit terrein zijn ondernomen. Ook zijn pilots gestart om inzicht te krijgen in de mate van werkdruk en -stress en het voorkomen daarvan;
* het onderzoek Terugdringing ziekteverzuim door psychische klachten is afgerond. Snelle diagnostisering en behandeling van psychische ziektebeelden leidt tot terugdringing van het verzuim en van het aantal WAO-claims als gevolg van psychische klachten. Een werkgroep beziet een belastingdienstbrede aanpak op dit terrein.
Allochtonenbeleid/etnische minderheden

Evenals verleden jaar behoort ongeveer 6,3% van het aantal medewerkers tot de allochtonengroep. Het beleid, gericht op de evenredige deelname in het arbeidsproces door etnische minderheden, is in 1999 voortgezet. Dit beleid heeft onder meer zijn uitwerking gevonden in een project waarbij hoog opgeleide vluchtelingen (met een permanente verblijfsvergunning) tijdelijke arbeidsplaatsen hebben vervuld met als doel hun positie op de arbeidsmarkt te versterken. Uiteindelijk hebben 11 projectdeelnemers een vaste arbeidsplaats in de Belastingdienst verworven. In 1999 zijn voorbereidingen getroffen voor de werving van nog eens 20 hoog opgeleide vluchtelingen voor tijdelijke arbeidsplaatsen op belastingeenheden. Deze treden vanaf februari 2000 in dienst.

Verder is actief uitwerking gegeven aan het wervingsplan voor etnische minderheden. Zo is deelgenomen aan banenmarkten voor allochtonen en is voorlichting gegeven op bijeenkomsten van allochtone studenten.

Reïntegratie Arbeidsgehandicapten (Wet REA)

Ook in 1999 is op regionaal niveau deelgenomen aan het interdepartementale IWAB27-project, gericht op de creatie van werkervaringsplaatsen voor arbeidsgehandicapten. Over de wet REA is een informatiefolder bij alle afdelingen personeel en organisatie uitgezet. Het aandeel arbeidsgehandicapten bedroeg in 1998 46%. Wegens technische problemen is het niet mogelijk om tijdig het aandeel over 1999 te berekenen.

(In- en doorstroom) Vrouwen

Het aandeel vrouwen binnen de Belastingdienst is fractioneel gestegen van 28,0% eind 1998 naar 28,1% eind 1999. Het aandeel vrouwen in hogere functies (salarisschaal 10 en hoger) is gestegen van 14,0% eind 1998 naar 14,4% eind 1999.

Figuur 17: Aandeel vrouwen in personeelsbestand

De Belastingdienst blijft de aandacht richten op de doorstroom van vrouwen naar hogere functies en het vergroten van de instroom van vrouwen in het algemeen. In het afgelopen jaar is dit met name gebeurd door vrouwen te stimuleren deel te nemen aan
loopbaanoriëntatieprogrammas.

Medezeggenschap

In het kader van de invoering van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) is in het Sector Overleg Rijk afgesproken 2 jaar na de inwerkingtreding van de WOR de bijzondere commissie op te heffen en over te gaan tot de instelling van een vorm van georganiseerd overleg met de centrales van overheidspersoneel. De wijziging van het Algemeen Rijksambtenaren Reglement op dit punt heeft lang op zich laten wachten. Nu deze wijziging is geformaliseerd, is in 2000 een nieuwe vorm van georganiseerd overleg ten behoeve van de medewerkers van de Belastingdienst ingevoerd.


4.2. Financiën
Budgetmutaties

In het begrotingsjaar 1999 is per saldo een bedrag van 236,3 miljoen aan het oorspronkelijke budget van de Belastingdienst toegevoegd. Naast de budgetaanpassingen in verband met de loon- en prijsbijstelling (in totaal een bedrag van 123,3 miljoen) is de begroting voor de volgende bedragen opwaarts aangepast:
* een intertemporele compensatie in verband met de financiering van containerscanners ( 32,6 miljoen);

* de voorbereidingskosten rekeningrijden ( 26,8 miljoen);
* de integratie van de ECD in de Belastingdienst ( 13 miljoen);
* de voorbereidingskosten euro ( 14,3 miljoen) en
* een saldo van diverse mutaties ( 26,3 miljoen).
In de financiële verantwoording wordt nader ingegaan op de gerealiseerde uitgaven.

Programma Bedrijfsvoering Belastingdienst

In 1998 is het Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar de bedrijfsvoering van de Belastingdienst afgerond. In dit onderzoek28 werd geconcludeerd dat zowel de besturingswijze als de bedrijfsvoering van de Belastingdienst meer op resultaat gericht kan zijn en dat de invoering van een baten-lastenstelsel aan een dergelijke besturingswijze kan bijdragen. Op grond van deze conclusies is in januari 1999 het Programma Bedrijfsvoering ingesteld. Met dit programma wordt beoogd een resultaatgericht besturingsmodel te ontwikkelen, bestaande bedrijfsvoeringsprojecten te coördineren en het baten-lastenstelsel per 1 januari 2002 in te voeren. De overgang naar een resultaatgericht besturingsmodel sluit aan bij het rapport Van beleidsbegroting naar beleidsverantwoording (VBTB). In dat rapport wordt, naast een verklaring omtrent de bedrijfsvoering de nadruk gelegd op transparantie in de plannings- en controlcyclus: helder moet zijn wat de betreffende organisatie beoogt en met welke middelen zij dat denkt te realiseren. In de verantwoording moet duidelijkheid verschaft worden over de feitelijk behaalde resultaten en de kosten die daarmee gemoeid zijn.

Toegepast voor de Belastingdienst staan centraal de door de organisatie beoogde effecten, zoals optimalisatie van de belastingopbrengsten, compliant gedrag van belastingplichtigen, klantwaardering en dergelijke. Deze worden gerealiseerd door een mix van producten en diensten die de Belastingdienst aanbiedt. Om deze producten en diensten effectief te laten zijn en efficiënt te vervaardigen, zijn keuzes nodig met betrekking tot de inzet van mensen en middelen en zijn procesinrichtingsvraagstukken op te lossen. Het jaar 1999 is met name gebruikt om dit model intern te communiceren en te operationaliseren. Consequenties van een dergelijk model zijn dat bijvoorbeeld ook de managementinformatiesystemen grondig aangepast moeten worden, dat relaties gelegd moeten worden tussen effecten en producten en dat het administratief systeem zodanig aangepast moet worden dat financiële relaties tussen producten en kosten zichtbaar worden. In 2000 zal deze operationalisering nader vorm krijgen door een pilot bij een eenheid Ondernemingen en een pilot bij een douanedistrict.

Er wordt gewerkt aan het beschrijven van de bedrijfsprocessen en het definiëren van producten (kostendragers) van de Belastingdienst. Daarnaast worden indicatoren ontwikkeld met behulp waarvan de doelmatigheid van werken beoordeeld kan worden. Om per 1 januari 2002 te kunnen starten met een juiste openingsbalans, is bij wijze van experiment voor de Belastingdienst een balans opgesteld naar de stand van 1 januari 1999. Hieruit kwam een groot aantal vraagpunten naar voren, zoals welke posten op de balans moeten worden opgenomen en welke waarderingsgrondslagen gehanteerd moeten worden. In het kader van de invoering van het baten-lastenstelsel wordt ook de inrichting van de financiële administratie in samenhang met tijdwerkregistratie onder de loep genomen. De keuzes die gemaakt worden voor de balans, de staat van baten en lasten, rapportages en kostenmodellen, hebben directe implicaties voor de inrichting van de financiële administratie. In 1999 is een start gemaakt om deze consequenties door middel van een informatieplan duidelijk te krijgen.

Nieuw financieel systeem

Met ingang van 1999 wordt de bedrijfsvoering van de Belastingdienst ondersteund door een integraal informatiesysteem volgens het Enterprise Resource Planning-concept. Gekozen is voor een gefaseerde invoering van de verschillende modules. Per 1 januari is het financiële systeem ingevoerd, momenteel wordt gewerkt aan de invoering van de modules ten behoeve van de personeelsregistratie en de tijd-werkregistratie.


4.3. Beveiliging en integriteit
Algemeen

Het informatiebeveiligingsbeleid van de Belastingdienst is gericht op het beschermen van (persoons)gegevens. Het beschermen heeft als doel het voorkomen dat onbevoegden (van buiten en van binnen de Belastingdienst) gegevens kunnen inzien of muteren. Bovendien is het doel dat gegevens niet onbruikbaar kunnen worden gemaakt. Daarnaast is het informatiebeveiligingsbeleid gericht op het voorkomen van uitval van computers en netwerken. Daarmee wordt voorkomen dat de continuïteit van de bedrijfsprocessen wordt verstoord.

Bij informatiebeveiligingsbeleid gaat het om risicobeheersing. Daarbij streeft de Belastingdienst een aanvaardbaar risico na. Het aanvaardbare risico ligt laag gelet op de hoeveelheid en de aard van de informatie en gegevens die bij de Belastingdienst opgeslagen liggen. Bovendien draagt een adequaat beschermen van (persoons)gegevens ook bij aan de primaire doelstelling van de Belastingdienst, in casu het bevorderen van de compliance bij belastingplichtigen. De risicobeheersing is echter niet gericht, zo al mogelijk, op het geheel elimineren van risicos. Het gaat om een afweging van kosten en baten op het terrein van beveiliging en andere aspecten van de bedrijfsvoering.

Door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is een A en K-analyse ontwikkeld. Hiermee kan voor elke overheidsorganisatie de Afhankelijkheid en Kwetsbaarheid van informatiesystemen worden vastgesteld. De Belastingdienst heeft in het verslagjaar de Afhankelijkheidsanalyse voor een aantal belangrijke systemen afgerond. Voor een aantal pilot-systemen is inmiddels ook het Kwetsbaarheidsdeel afgerond. Uit deze exercities volgt dat voor de meeste systemen van de Belastingdienst dezelfde eisen en maatregelen nodig zijn gelet op de afhankelijkheid en kwetsbaarheid. Het niveau van beveiliging dat daarbij hoort is het basisbeveiligingsniveau. Dit niveau vertegenwoordigt het aanvaardbare risico-niveau. Deze maatregelen zullen in het jaar 2000 worden vergeleken met de eisen en maatregelen die binnen de Belastingdienst al van kracht zijn. Daaruit vloeit voort welke additionele maatregelen en eisen nog nodig zijn.

De maatregelen op het terrein van informatiebeveiligingsbeleid zijn op te delen naar vier zogeheten schillen. Ook de uitval van systemen wordt daarmee afgedekt. De eerste schil vormt de fysieke beveiliging. Het gebouw staat hierin centraal. De maatregelen in deze schil zijn gericht op het buiten de gebouwen houden van onbevoegden. De tweede schil heeft betrekking op de informatiesystemen. Het logisch gesloten houden en niet onverantwoord in verbinding stellen met de buitenwereld van het netwerk van de Belastingdienst zijn hierbij de sleutelbegrippen. De maatregelen zijn gericht op het buiten dat netwerk (technische infrastructuur) houden van onbevoegden. De derde schil wordt gevormd door de zogeheten autorisatieregimes. De maatregelen zijn gebaseerd op het principe need to know . Dit betekent dat alléén die medewerkers bevoegdheid krijgen gegevens te raadplegen of te muteren die dat werkelijk nodig hebben voor hun aandeel in het werk. De bevoegde staat derhalve centraal in deze schil. De kern van het schillenmodel behelst de integriteit van de eigen medewerkers. Deze staat dan ook centraal. Het integriteitsbeleid reikt veel verder dan alleen het informatiebeveiligingsbeleid, maar als vierde schil is het daarvan een zeer belangrijk onderdeel.

Naar aanleiding van een incident op een eenheid heeft de Algemene Rekenkamer op verzoek van de Staatssecretaris onderzoek gedaan naar risicobeheersing op het terrein van gegevensbescherming bij de Belastingdienst. De Rekenkamer heeft zich daarbij vooral gericht op de derde en vierde schil, te weten autorisatieregimes en integriteit. De hoofdconclusie van dit onderzoek is dat het inzicht in risicos en de beheersing van risicos onvoldoende zijn. Deze conclusie spoort met conclusies uit interne onderzoeken van de Belastingdienst. In het rapport van de Algemene Rekenkamer wordt een groot aantal aanbevelingen gedaan. De Staatssecretaris heeft in zijn reactie aangegeven deze aanbevelingen over te nemen.

Daartoe heeft de Staatssecretaris in het verslagjaar een programmamanager ingesteld. Inmiddels zijn zes projecten benoemd. Het doel van deze projecten is het beveiligingsniveau op een termijn van enkele jaren aanzienlijk te verbeteren. Daarmee wordt tevens uitvoering gegeven aan de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer. De onderscheiden projecten zijn: het inventariseren van risicovolle processen, het verbeteren van de fysieke beveiliging, een testteam instellen voor het opsporen van kwetsbaarheden, het verbeteren van de logische toegangsbeveiliging en van het controleren en detecteren van onregelmatigheden, het certificeren van eenheden en het intensiveren van het integriteitsprogramma.

Fysieke beveiliging

In 1999 is 6.5 miljoen in beveiligingsinstallaties geïnvesteerd. Het betrof voor een deel het op het aanvaardbaar niveau brengen van fysieke beveiligingsvoorzieningen. Voor het andere deel betrof het aanpassingen samenhangend met verbouwingen en verhuizingen. Het percentage beveiligde bruto vloeroppervlak steeg van 86% ultimo 1998 naar 94% eind 1999. De werkwijze bij het op niveau krijgen van de fysieke beveiliging is gebaseerd op een regionale aanpak. Evaluatie van de beveiligingssituatie per regio heeft geleid tot regionale implementatieplannen voor fysieke beveiliging.

Logisch gesloten technische infrastructuur

Om te kunnen voorzien in de toenemende behoefte extern via systemen te kunnen communiceren en gegevens uit te kunnen wisselen is er niet alleen behoefte aan adequate beveiliging van de uit te wisselen informatie maar ook van alle gegevens in alle systemen van de Belastingdienst. Om het niveau van beveiliging in deze tweede schil te kunnen garanderen participeert de Belastingdienst in een in 1999 gestart overheidsbreed project op het terrein van beveiligingsmaatregelen (Task Force Public Key Infrastructure).

Third Party Mededeling Automatiseringscentrum

De Interne Accountantsdienst Belastingen heeft een zogeheten Third Party Mededeling (TPM) afgegeven voor de belangrijkste processen van het Belastingdienst Automatiseringscentrum (B/AC) op het terrein van beheer en exploitatie. Voor 1999 hebben de onderzoeken zich toegespitst op het functioneren van de ICT-kernprocessen binnen de sector Beheer en Exploitatie, te weten; operations, configuration, change, problem en security management. De IAB heeft medegedeeld dat de opzet en het bestaan van deze ICT-kernprocessen binnen de sector Beheer en exploitatie zich per 31 december 1999 op een dusdanig niveau bevinden dat aan de gestelde eisen wordt voldaan. Op basis van de beoordeelde interne controlerapportages in het laatste kwartaal van 1999 wordt daarnaast de verwachting uitgesproken dat de processen in 2000 adequaat zullen werken.

Het op niveau brengen van de niet-kernprocessen zoals, uitwijk, service level management en capacity management, zal in 2000 nog inspanning vergen.

Integriteit

Bij het bevorderen van integriteit is gekozen voor een aanpak waarin professionele verantwoordelijkheid centraal staat. Waarden die kenmerkend zijn voor de Belastingdienst, de zogeheten basiswaarden, zijn geloofwaardigheid, verantwoordelijkheid en zorgvuldigheid. In het verslagjaar is doorgegaan met het ondersteunen van de managers van de Belastingdienst bij deze integriteitsaanpak via dilemmatrainingen. In vrijwel alle opleidingen van de Belastingdienst is in het verslagjaar aandacht besteed aan integriteit. Ook zijn er in 1999 op veel eenheden activiteiten ontplooid om de integriteitsaanpak bij de brede groep van medewerkers onder de aandacht te brengen. Onder meer het videoprogramma Ambtelijke integriteit, dilemmas uit de dagelijks praktijk is in 1999 ontwikkeld en wordt gebruikt om het thema bij medewerkers te introduceren en integriteitsvragen uit de praktijk bespreekbaar te maken. Bij de FIOD is in 1999 een intensief en naar doelgroep gedifferentieerd traject uitgevoerd voor alle medewerkers.

In 1999 zijn in het kader van de Gedragslijn strafbare feiten begaan door ambtenaren van de Belastingdienst in functie, 30 meldingen gedaan over mogelijk niet-integer gedrag van medewerkers van de Belastingdienst. In 11 zaken is proces-verbaal opgemaakt, in 8 zaken is nog sprake van een lopend strafrechtelijk onderzoek. Van de overige zaken zijn er 7 tuchtrechtelijk afgedaan en gaven 4 zaken na onderzoek geen aanleiding tot strafrechtelijke of tuchtrechtelijke mededelingen.

Het aantal van 30 betekent een substantiële stijging ten opzichte van 1998, maar in een meerjarig perspectief is sprake van schommelingen (in 1994, 1995, 1996 en 1997 respectievelijk 24, 24, 12 en 14 meldingen). Een directe oorzaak voor deze stijging is niet aan te wijzen. Evenmin is het mogelijk bij dit aantal meldingen een verantwoorde uitspraak te doen over eventuele ontwikkelingen. Een overzicht:

Tabel 27: Aantal gemelde integriteitsinbreuken

Soort delict

1998

1999

Diefstal / verduistering



Fiscale delicten



Schending geheimhoudingsplicht



Overtreding interne voorschriften



Criminele contacten


-


Economische delicten


-


Bedreiging


-


Ongeoorloofden nevenwerkzaamheden


-


Valsheid in geschrifte



-
Verdovende middelen



-
Overig



Totaal

13

30

In de projecten van de hiervoor genoemde programmamanager integriteit zal intensief aandacht worden besteed aan alle categorieën.


4.4. Communicatie


4.4.1. Externe communicatie en voorlichting
Communicatie vervult een belangrijke ondersteunende rol bij het onderhouden en versterken van de bereidheid van belastingplichtigen tot het nakomen van de fiscale- en douaneverplichtingen. Ieder jaar staan enkele fiscale themas of -momenten centraal in de massamediale campagnes. In 1999 is wat betreft particulieren aan de volgende onderwerpen aandacht besteed: de aangifteperiode in het algemeen, de verschillende manieren waarop belastingplichtigen hun aangifte kunnen doen (papier, diskette, Internet), de fiscaliteit rond de eigen woning en de mogelijkheid om een Voorlopige Teruggaaf elektronisch aan te vragen. Met betrekking tot ondernemers is via de massamedia aandacht besteed aan de Cd-rom Ondernemen. De Douane heeft in 1999 aandacht besteed aan de reizigersvrijstelling. Bij al deze uitingen is verwezen naar hulpmiddelen die de Belastingdienst voor nadere informatie ter beschikking stelt, zoals de Belastingtelefoon, de Belastingdienstsite en brochures.

Meertalige communicatie

Ter verbetering van de communicatie tussen de Belastingdienst en allochtone belastingplichtigen is een aantal audiovisuele producten in het Turks en Arabisch (Marokkaans) ontwikkeld. De producten bestaan uit een zogenoemde docusoap van zes afleveringen, een video voor particuliere belastingplichtigen en een video voor startende ondernemers. Zij behandelen fiscale situaties waarmee in de praktijk de meeste problemen optreden. De docusoap zal vanaf januari 2000 vertoond worden op de migranten televisiezenders van Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag. De twee videos zullen via de eenheden van de Belastingdienst onder de intermediaire kaders van de doelgroepen, zoals de sociaal raadslieden, worden verspreid. Medio 2000 worden de producten geëvalueerd.

Voor particuliere allochtone belastingplichtigen is in 1999 een zogenoemde kopieermap geïntroduceerd (in 1998 geschiedde dit al voor allochtone ondernemers). Deze map bevat bondige fiscale informatie over een bepaald onderwerp in twee talen: het Nederlands en de eigen taal. Voor de eigen taal is gekozen voor Turks en Arabisch. De map wordt gebruikt ter ondersteuning van de mondelinge communicatie met allochtone particuliere belastingplichtigen.


4.4.2. Digitale communicatie
Internetsite Belastingdienst

Sinds 5 januari 1999 kan de bezoeker van het Particulierenloket in het onderdeel Veranderingen in uw situatie informatie vinden over de fiscale gevolgen van vier zogenoemde fiscale momenten: kopen eigen huis, samenwonen, trouwen en geregistreerd partnerschap. De bezoeker krijgt de informatie zoveel mogelijk op maat, dus afgestemd op de specifieke situatie.

Huisstijl en elektronische communicatie

De inzet van elektronische communicatiemiddelen heeft de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. Het uitwerken van huisstijlrichtlijnen voor elektronische communicatiemiddelen is op dit moment één van de speerpunten binnen het huisstijlprogramma. De eerste aanzet hiertoe is in 1999 in de vorm van algemene basisrichtlijnen ontwikkeld en zal in 2000 nader op productsoortniveau worden uitgewerkt.


4.5. Facilitaire dienstverlening


4.5.1 Huisvesting
Huisvestingsprojecten

In 1999 zijn verschillende omvangrijke huisvestingsprojecten opgeleverd en in gebruik genomen. Minister Zalm opende op 17 mei 1999 het nieuwe Centrale douanegebouw en de eerste containerscan op de Maasvlakte. Op Schiphol werd het Cargo Centre in gebruik genomen. Ook is huisvesting gerealiseerd in Utrecht voor het Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling (B/CPP) en de Interne accountantsdienst Belastingdienst (IAB). In Heerlen is gestart met de realisatie van de huisvesting voor Centrale invoer.

Stelselwijziging Financiering Rijkshuisvesting

De effecten van het nieuwe stelsel voor de Belastingdienst zijn groot, aangezien per 1 januari 1999 een verhuurder/huurder relatie is ontstaan. Dit houdt in dat de Belastingdienst als gebruiker (huurder) van een pand moet voldoen aan de hem toegewezen taken en verplichtingen. De Belastingdienst heeft als gebruiker ook de beschikking gekregen over het huurbudget. Dit leidt tot een grotere (financiële) verantwoordelijkheid. De communicatie en samenwerking met de verhuurder (Rijksgebouwendienst) in het kader van onderhoud en beheer wordt aanzienlijk versterkt.


4.5.2. Bedrijfsinterne milieuzorg

De overheid heeft sinds 1989 het bedrijfsleven gestimuleerd om met milieuzorg aan de slag te gaan en als onderdeel hiervan milieuzorgsystemen op te zetten. Ook de overheid zelf is in die periode gestart met initiatieven op het gebied van interne milieuzorg. Een van de doelstellingen van het Nationaal Milieubeleidsplan 3 is dat alle ministeries in de planperiode (1999 tot en met 2003) een goed werkend milieuzorgsysteem dienen te realiseren.

Een milieuzorgsysteem is feitelijk het gereedschap voor het management waarmee zij de milieueffecten van de eigen organisatie op een systematische wijze kan beheersen en waar nodig en mogelijk verbeteren. Het ambitieniveau wordt daarbij vastgesteld door het management. De ondergrens wordt overigens bepaald door de milieuwet- en regelgeving, waaraan minimaal moet worden voldaan.

In 1999 is binnen de Belastingdienst het project Bedrijfsinterne milieuzorg van start gegaan. Het project vormt de basis om in de komende jaren tot een goed werkend milieuzorgsysteem te komen. In 1999 zijn hiervoor de volgende activiteiten ontplooid:
* een voorbeeld van een opzet is opgesteld van een voor de Belastingdienst geschikt milieuzorgsysteem;
* inzicht is verworven in de voor de Belastingdienst relevant zijnde milieuregelgeving;

* een milieu-analyse is gedeeltelijk afgerond;
* een aanzet is gegeven voor de weg naar een milieuprestatie-indicator;

* onderzoek loopt naar de stand van zaken rondom het nakomen van de regelgeving rondom gebouwen;

* een begin is gemaakt met een interdepartementaal overleg over milieuzorgsystemen.

Energiebeheer

De afgelopen jaren is er door de Belastingdienst een groot aantal inspanningen gepleegd in het kader van het Energie Efficiency-programma Rijkshuisvesting (EER). Deze inspanningen hebben niet geleid tot een daling van de energie-efficiency indices. Een van de verklaringen hiervoor is, dat in de afgelopen jaren de Belastingdienst is geherhuisvest, onder andere in nieuwbouw. In deze gebouwen gelden hogere kwaliteitseisen voor de klimaatbeheersing. Dit heeft tot gevolg dat met name het elektriciteitsverbruik stijgt. Daarnaast speelt de verregaande automatisering bij de Belastingdienst een rol bij het stijgen van het elektriciteitsverbruik.


4.6. Audit functie: beheersing van de uitvoering
Aanvullend op de gestandaardiseerde bestuurlijke informatieverzorging voeren de onderdelen van de Belastingdienst audits uit op de eigen werkprocessen. Deze audits passen in de voortdurende evaluatie van bestaande structuren en processen en leveren een bijdrage aan de beleidsvorming. De verbijzonderde audit-functie is belegd bij de Interne Accountantsdienst Belastingen (IAB). Ter ondersteuning van het management verricht de IAB operational audits gericht op de invoering, instandhouding, toepassing en verbetering van beheersingsmaatregelen. In 1999 zijn 26 onderzoeken afgerond.

De Belastingdienst is voor het realiseren van zijn bedrijfsdoelstellingen in toenemende mate afhankelijk van het goed functioneren van zijn geautomatiseerde systemen. De accountantsdienst verricht jaarlijks onderzoeken naar de kwaliteit van geautomatiseerde systemen. Voorts adviseert, ontwikkelt en beheert de IAB producten en methodieken op het terrein van procesinrichting, procesbeheersing en risicobeheersing.

De interne accountantsdienst voert de accountantscontrole uit op de financiële verantwoording van de Belastingdienst. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de Departementale Accountantsdienst Financiën (DAF). Deze financiële verantwoording is opgenomen als onderdeel 2 van dit verslag. Van het Beleids- en Productieverslag is vastgesteld of de inhoud verenigbaar is met de inhoud van de financiële verantwoording. Bevindingen uit de controles zijn opgenomen in managementletters aan hoofden van eenheden, directeuren en de directeur-generaal der Belastingen. De halfjaarlijkse managementletters aan de directeur-generaal Belastingdienst worden besproken in de Directieraad Belastingdienst en in het Audit Committee Belastingdienst.

Onderzoeken door de Algemene Rekenkamer

Begin maart 1999 is het rapport EU-geldstromen 1995-1998 door de Rekenkamer uitgebracht. De Rekenkamer concludeert dat de ministeries in die jaren stappen hebben gezet die het beheer van en de controle op de EU-geldstromen hebben verbeterd. De Rekenkamer zou graag zien dat de ministers actiever waren op het terrein van beheer en controle van vooral de landbouwsubsidies en structuurfondsmiddelen.

In juni 1999 is een onderzoeksresultaat gepubliceerd in het rapport Aanpak illegale arbeid. Als deel van dit onderzoek is gekeken naar de gegevensuitwisseling tussen de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie.

In september 1999 is het rapport M&O-beleid Particulieren door de Rekenkamer uitgebracht. De Rekenkamer onderzocht bij de Belastingdienst het beleid ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) van de belastingmiddelen die vallen onder de directie Particulieren. Daartoe zijn enkele eenheden bezocht alsmede het Centraal Bureau Motorrijtuigenbelasting en een eenheid Registratie en Successie. De Rekenkamer concludeert dat de Belastingdienst te weinig zicht heeft op de resultaten van de controle van aangiften particulieren. Er wordt bij de Belastingdienst hard gewerkt om een grote stroom aangiften met de hand te controleren. Gezien de hoge werkdruk hebben eenheden nauwelijks tijd voor een nadere analyse van hun werkpakket. De Rekenkamer beveelt de Belastingdienst aan de controleresultaten te analyseren om de capaciteit efficiënter in te kunnen zetten en de kwaliteit te verbeteren. Ook is de Rekenkamer van mening dat informatie op centraal niveau tijdig beschikbaar moet zijn. Op basis van de informatie moeten keuzes over capaciteitsinzet, aangiftenselectie en correctienormen verantwoord kunnen worden gemaakt. De Staatssecretaris heeft in zijn reactie gemeld dat er een aantal maatregelen zijn genomen om het beleid te verbeteren.

In maart 1999 is het rapport Douane en Douanita verschenen inzake de niet-fiscale douanetaken, als vervolg op het in 1996 ingestelde onderzoek. Een kernpunt in het rapport is dat de beleidsverantwoordelijke departementen onvoldoende sturing aan de Douane geven inzake de toezichthoudende taken. De Douane moet ook de verantwoording over de verrichte taken verbeteren. De Staatssecretaris onderschreef de conclusies en aanbevelingen en hij zal zijn coördinerende rol voortzetten om te komen tot afstemming tussen de betrokken ministeries. In verband hiermee is in 1999 de relatie met de verantwoordelijke departementen geïntensiveerd. Er wordt naar gestreefd met elk departement afzonderlijk een kaderovereenkomst inzake de samenwerking te sluiten. Deze overeenkomsten vormen dan de basis om tot afspraken inzake de sturing en verantwoording te komen.

Op verzoek van de Staatssecretaris heeft de Rekenkamer in het najaar van 1999 onderzoek gedaan op vier eenheden naar het beleid van de informatiebeveiliging en integriteit bij de Belastingdienst. In het rapport Omgaan met vertrouwelijke gegevens bij de Belastingdienst dat in november 1999 is gepubliceerd, schrijft de Rekenkamer dat de Belastingdienst de afgelopen jaren veel heeft gedaan om de informatiebeveiliging te verbeteren en de ambtelijke integriteit te versterken. De getroffen maatregelen hebben nog niet tot alle gewenste resultaten geleid. De aandacht voor het beleid heeft volgens de Rekenkamer geen gelijke tred gehouden met de prioriteit binnen de Belastingdienst voor klantgerichtheid en versnelling van processen. De Staatssecretaris deelt deze conclusie maar merkt wel op dat de medewerkers van de Belastingdienst in het algemeen gesproken op prudente wijze omgaan met vertrouwelijke informatie, waarmee zij in hun werk te maken hebben.

De Rekenkamer is ook van mening dat op centraal niveau geen integraal inzicht bestaat in de risicos en tekortkomingen op deze terreinen. De Rekenkamer concludeert dat de risicobeheersing rondom het omgaan met vertrouwelijke gegevens onvoldoende is. Zij doet concrete aanbevelingen om de problemen op te lossen. De Staatssecretaris onderschrijft de conclusie van de Rekenkamer en kan zich vinden in de aanbevelingen. Hij heeft maatregelen aangekondigd om de informatiebeveiliging en de integriteit verder uit te bouwen en te verbeteren. In hoofdstuk 4.3 beveiliging en integriteit is reeds uitgebreider ingegaan op het beleid en de genomen maatregelen.

De Rekenkamer heeft het onderzoek naar de inzet van belastingen als beleidsinstrument in maart 1999 afgerond. Dit onderzoek is gericht op belastingmaatregelen die als instrument dienen voor het bereiken van niet-fiscale doelstellingen, op het gebied van bijvoorbeeld milieu, werkgelegenheid, volksgezondheid, energie en vervoer. In het onderzoek zijn zowel fiscale stimuleringsregelingen (regelingen ter stimulering van bepaald gedrag), als regulerende heffingen (regelingen gericht op ontmoediging van bepaald gedrag) betrokken. Het onderzoek heeft als doel inzicht te geven in het beheer en de resultaten van de regelingen en heffingen. In het onderzoek zijn ook andere ministeries betrokken. Met betrekking tot de Belastingdienst doet de Rekenkamer aanbevelingen om periodiek meer inzicht te verkrijgen in belasting- en premiederving, uitvoeringskosten, administratieve lasten en in de naleving van voorwaarden van de regelingen.

De Staatssecretaris deelt de conclusie niet dat het Rijk beperkt inzicht heeft ten aanzien van genoemde aspecten. Hij liet zich kritisch uit over de algemene eisen die de Rekenkamer stelt aan de beleidsvoorbereiding, uitvoering en resultaatbepaling. Naar de mening van de Staatssecretaris vraagt iedere regeling om een eigen beoordelingskader. Hij is van mening dat het controlebeleid van de belastingdienst is gericht op een goede naleving van de totale fiscale wet- en regelgeving en dat specifieke fiscale regelingen daar onderdeel van uit maken.

DIVERSEN

Lijst van afkortingen

A&K-analyse


-

Afhankelijkheids- en Kwetsbaarheidsanalyse

Aroza


-

Actie Roerende Zaken

ATV-richtlijnen


-

Aanmeldings-, transactie- en vervolgingsrichtlijnen

AVAR


-

Automatische voorlopige aanslagregeling

AWB


-

Algemene Wet Bestuursrecht

B/AC


-

Belastingdienst / Automatiseringscentrum

BBB


-

Beursfraude en Bureau Beurs en Beleggingen

BPM


-

Belasting op personenautos en motorrijwielen

CBI


-

Centrale Beheerseenheid Informatiesystemen

CBM


-

Centraal Bureau Motorrijtuigenbelasting

CBS


-

Centraal Bureau voor de Statistiek

CCB


-

Coördinatiegroep Constructiebestrijding

CCBO


-

Coördinatiegroep Constructiebestrijding Omzetbelasting

CCIA


-

Coördinatiegroep Constructiebestrijding Invoerrechten en Accijnzen

CCM


-

Coördinatiegroep Constructiebestrijding Milieuheffingen

CCMR


-

Coördinatiegroep Constructiebestrijding Motorrijtuigen

CGT


-

Coördinatiegroep Constructiebestrijding Tax-havens

CKC


-

Belastingdienst / Centrum voor Kennis en Communicatie

CRI


-

Centrale Recherche Informatiedienst

DAF


-

Departementale Accountantsdienst Financiën

Doreac


-

Doorlichting Regelingen op Accountancy-aspecten

ECD


-

Economische Controle Dienst

EDI


-

Electronic Data Interchange

EDP


-

Electronic Data Processing

EIA


-

Energie investeringsaftrek

ERP


-

Enterprise Resource Planning

EU


-

Europese Unie

FEC


-

Financieel Expertisecentrum

FIOD


-

Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst

HARC


-

Hit and run container onderzoeken

HBO


-

Hoger beroepsonderwijs

HSB


-

Houderschapsbelasting

HUBA


-

Hulp bij aangifte

IAB


-

Interne Accountantsdienst Belastingen

IB


-

Inkomstenbelasting

IBO


-

Interdepartementaal beleidsonderzoek

ICT


-

Intracommunautaire transacties

LB


-

Loonbelasting

LISV


-

Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen

MBO


-

Middelbaar beroepsonderwijs

MDW


-

Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit

MKB


-

Midden en Kleinbedrijf

M&O


-

Misbruik en oneigenlijk gebruik

MOR


-

Melding onregelmatigheden

MRB


-

Motorrijtuigenbelasting

MTG


-

Mobiel toezicht goederenvervoer

NCTS


-

New Computerized Transit System

NFD


-

Niet fiscale douanetaken

NMP


-

Nationaal Milieubeleidsplan

NO


-

Nationale ombudsman

OB


-

Omzetbelasting

OCR


-

Optical Character Reading

OESO


-

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OM


-

Openbaar Ministerie

PVV


-

Premies volksverzekeringen

REA


-

Reïntegratie Arbeidsgehandicapten

RGD


-

Rijksgebouwendienst

RIF


-

Regionale Interdisciplinaire Fraudeteams

RINIS


-

Routeringsinstituut voor (inter)nationale informatiestromen

RIS


-

Renseignementen Informatiesysteem

R&S


-

Registratie en Successie

SVB


-

Sociale Verzekeringsbank

SZW


-

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

TIR-vervoer


-

Transport Internationale de marchandise par la route

UVI


-

Uitvoeringsinstelling

VpB


-

Vennootschapsbelasting

VROM


-

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

WAO


-

Wet Arbeidsongeschiktheids verzekeringen

WBA


-

Wet Bestuurders Aansprakelijkheid

WCO


-

WOZ


-

Waardering onroerende zaken

Overzicht grafieken en tabellen

Grafieken:

Figuur 1: Samenhang strategische kengetallen 3

Figuur 2: Productiviteitsindicatoren 4

Figuur 3: Productiviteitskengetallen 5

Figuur 4: Proceskwaliteit 6

Figuur 5: Productkwaliteit 6

Figuur 6: Tempo kasstroom 7

Figuur 7: Toezicht 7

Figuur 8: Ervaren dienstverlening 8

Figuur 9: Aantal belastingplichtigen IB (Particulieren) 32

Figuur 10: Eindvoorraad bezwaarschriften particulieren (alle middelen) 34

Figuur 11: Ontvangen bezwaarschriften IB/VB particulieren 35

Figuur 12: HUBA 37

Figuur 13: Bestandsontwikkeling (grote) ondernemingen 39

Figuur 14: Invorderingsmaatregelen 46

Figuur 15: Percentage vervolging 57

Figuur 16: Ontwikkeling ziekteverzuim 64

Figuur 17: Aandeel vrouwen in personeelsbestand 65

Tabellen:

Tabel 1: Nominale apparaatsuitgaven (in miljoenen guldens) 4

Tabel 2: Geïndexeerde ontwikkeling aantal belastingplichtigen 5

Tabel 3: Aantal klachten aan de Nationale ombudsman 13

Tabel 4: Rulingverzoeken 17

Tabel 5: Eigen huis en renteaftrek 22

Tabel 6: Tijdig afgehandelde bezwaarschriften 34

Tabel 7: Bereikbaarheid Belastingtelefoon Particulieren 36

Tabel 8: Voorlopige aanslagen VpB 40

Tabel 9: Tijdig afgehandelde bezwaarschriften 41

Tabel 10: Tijdsbesteding op locatie 42

Tabel 11: Resultaten veldtoetsing 43

Tabel 12: Correcties heffing inkomstenbelasting 44

Tabel 13: Correcties heffing vennootschapsbelasting 44

Tabel 14: Achterstand invordering 45

Tabel 15: Kwijtgescholden en oninbaar geleden bedragen 46

Tabel 16: Aantal fysieke controles (x1000) en controledichtheid (%) 48

Tabel 17: Aantallen administratieve controles 49

Tabel 18: Opbrengsten administratieve controles 49

Tabel 19: Ambulante controles en onregelmatigheden per deelgebied 49

Tabel 20: Controles en onregelmatigheden NFD per werkproces 50

Tabel 21: Resultaat containerscan Maasvlakte 51

Tabel 22: In beslag genomen goederen Douane en FIOD 51

Tabel 23: Opgespoord nadeel 56

Tabel 24: Afdoening convenantzaken 56

Tabel 25: Doorlooptijd fraudeonderzoeken 57

Tabel 26: Frequentie toegepaste dwangmiddelen 58

Tabel 27: Aantal gemelde integriteitsinbreuken 69

Trefwoordenlijst

A

Accijnzen 56; 61

Accountantscontrole 81

Achterstand Invordering 38; 48; 54

Algemene Rekenkamer 81

AWB 58

Algemene Wet Bestuursrecht 6; 37; 44; 52

B

Behandelmodules 45

Belastingtelefoon 13

Belastingtelefoon ondernemingen 44

Belastingtelefoon Particulieren 39

Beroepschriften 44

Bestandsontwikkeling 42

Bezwaarschriften 44

C

Communicatie 12; 78

containerscan 73; 79

Correcties 46

CPP 79

D

Definitieve aanslagen 44

Dienstverlening 12; 39; 58

Divisie Douane 50

Divisies Ondernemingen 41

DOB 68

Doelgroepenbeleid 38; 45

Douane 50

E

ECD 14; 24; 63; 64; 65

Europese Commissie 32

F

Financieel Expertisecentrum 59

FIOD 34

H

Huisvesting 79

I

In beslag genomen goederen 62

inkomstenbelasting 8; 15; 20; 27; 35; 36; 38; 42; 43; 44; 46; 47; 61

Inlichtingenuitwisseling 32

Internationale strafrechthulp 34

Internet 31

Invordering 39; 48

K

Kengetallen 3

Klachten 14; 34

Kwijtscheldingen 49

L

Landelijke acties 25; 27

Loonbelasting 42; 46

M

milieuzorg 79

Motorrijtuigenbelasting 39; 48

Multilaterale controle van ondernemingen 32

N

Nationale ombudsman 14

Navorderingen 47

NFD

Niet Fiscale Douanetaken 63

Niet Fiscale Douanetaken 53; 57; 61

O

Omzetbelasting 32; 41; 46

Ondernemingen 41

Oninbaarlijdingen 49

Opgespoord nadeel 61

Opsporing 59

P

Particulieren 35; 47

Productkwaliteit 6

R

Rekenkamer 81; 82

Resultaten veldtoetsing 46

RINIS 29

Rulings 18

S

Stroomlijning basisgegevens 29

V

Veldtoetsing 45

Vennootschapsbelasting 42; 46; 47

verdovende middelen 27; 53; 55; 61; 62

Voorlopige aanslagregeling 43

Z

Zekerheidstellingen 54

Ziekteverzuim 70

Bijlage 1

Productieverslag

Inhoudsopgave

Inkomstenbelasting 1

Vermogensbelasting 4

Vennootschapsbelasting 5

Loonbelasting 7

Omzetbelasting 8

Controle 9

Dividendbelasting 10

Motorrijtuigenbelasting 11

Belasting op personenautos en motorrijwielen 12

Belastingen van rechtsverkeer 13

Recht van successie, schenking en overgang 14

Douane 15

Wet belastingen op milieugrondslag 18

FIOD 19

Personeelsformatie 20

Internationale uitwisseling van inlichtingen, invorderingsbijstand en strafrechthulp 21

Verklaring van de teleenheden

d

%

1

mln

mld

mnd

1/

ton

#

=

=

=

=

=

=

=

=

=

x 1.000

percentage

x 1

x 1.000.000


1.000.000.000

in maanden

1 : x


1.000 kg

voorlopig cijfer, in productieverslag volgende jaar is definitief cijfer vermeld

Alle standen zijn per 31 december

Bijlage 2
Selectie van gepubliceerde besluiten

Besluit
Portefeuille
Besluit inzake het salderen van meer- en minderbevindingen in AGP.
Accijnzen
Besluiten inzake de gewijzigde ACS-EG-Overeenkomst.
Wijziging oorsprongsregels voor landen in Midden en Oost-Europa.

Besluiten op het gebied van de douanewaarde, douanevervoer (rechtstreekse aflevering en kleine verschillen) de euro en het afmelden van TIR-Carnets.

Diplomatieke en militaire vrijstellingen.

Douane-
techniek
Wijziging boetebeleid (BBBB 1998) ten aanzien van aanslagbelastingen.
Wijziging boetebeleid (BBBB 1998) ten aanzien van tijdigheid betaling met primacheques rond de eeuwwisseling.

Formeel recht
Giften in de vorm van PC's.

Aandelenleaseproducten.

Vakantiebonnen.

Vrijstelling IB voor persoonsgebonden budget.

Aftrek lijfrentepremie en pv-rente buitenlandse belastingplichtigen.

WUV-uitkering leidt niet tot korting oudedagsvrijstelling VB.

Besluit chronisch zieken.

Besluit teruggaaf bij beëindiging belasting- en premieplicht.

Herziening AWBZ-besluit.

Termijnverlenging lijfrente.

Vragen en antwoorden Waz.

Beperking aftrek rente.

Besluit samenloop binnenlandse en buitenlandse belastingplicht.

Nedecoregeling.

IB niet-winst
Fiscale behandeling participatie in films.

Overbrenging auto naar privé.

Schuldsanering en kwijtscheldingswinst.

Onderhanden werk.

Lijfrenteaftrek bedongen bij overnemende ondernemer; onttrekking; premies in rekening courant (n.a.v. arresten).

S zelfstandigenaftrek.

Scholingsfondsen.

Nieuwe vragen en antwoorden aanmerkelijk belang.

Belastingschade.

Scholingsaftrek.

Samenvoegen en aanpassen huidige quotabesluiten.

Vragen en antwoorden ondernemerschap.

Willekeurige afschrijving startende ondernemers.

Geruisloze inbreng in BV; economische eigendom.

Vaste normering verblijfkosten Transportondernemers.

IB-winst
Activering van goodwill bij vaste inrichtingen van buitenlandse ondernemingen in Nederland.

Fiscale regelingen voor internationale lucht- en scheepvaart.

Inwerkingtreding BUB 1999.

Besluit inzake interpretatie onderworpenheidsvereiste.

Behandelen van verzoeken om gehele of gedeeltelijke vrijstelling of teruggave van dividendbelasting onder de werking van een aantal Nederlandse belastingverdragen.

Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.

Internationaal Belastingrecht
Opheffing voor deurwaarders van het machtigingsvereiste voor het zonder toestemming binnentreden in een woning.

Wijziging Leidraad Invordering 1990.

Voorschrift Internationale Invordering 1999.

Invordering
Fiscale behandeling spaarpuntensystemen. Lumpsum.
Arbeidsverhoudingen van en kostenvergoedingen aan vrijwilligers.

Toepassing overgangswaardering vakantiebonnen.

Fiscale gevolgen persoonsgebonden reïntegratiebudgetten.

AOW-inbouw in nabestaanden- en wezenpensioen.

Wijziging beloning: voorbeelden PC-regeling.

Heffing van belasting en premies bijstandsuitkeringen.

LB
Besluit inzake de wetswijzigingen per 1 januari 1999 met betrekking tot de afvalstoffenbelasting en de regulerende energiebelasting.
Milieu-
belastingen
Toepassing artikel 30 Wet MB'94 voor kampeerauto's.
Vrijstelling Mb en BZM voor motorrijtuigen voor de wegenbouw.

MRB/BZM
Voorschrift anti-dumpingheffingen en compenserende rechten.
Besluit inzake de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr.800/1999.

Niet fiscale douanewetge-ving
Aanpassing van de regeling voor fondswervende instellingen en sportverenigingen.

Verduidelijking van de vrijstelling voor het bijhouden van schooladministraties door samenwerkingsverbanden.

Het gebruik van een forfaitaire berekeningsmethode door met name grootwinkelbedrijven.

De gevolgen van het ontbinden van overeenkomsten voor de heffing van omzetbelasting.

De mogelijkheid om zonder verzoek belast te verhuren.

OB
Nadere toelichting premiesplitsingsbesluit 1997.
Registratie en successie
Besluit dividendbelasting, teruggaven aan niet aan de VpB onderworpen lichamen.

Belastingplicht stichtingen en verenigingen: vrijwilligers.

Vragen en antwoorden VUT.

Statutenwijziging pensioenlichamen.

Deelnemingsvrijstelling; voorwaarden voor toepassing 13b, lid 2 Wet VpB.

Vragen en antwoorden ruimteregeling.

Kosten middellijke buitenlandse minderheidsdeelnemingen, compartimentering, oneigenlijke deelneming.

Juridische fusie binnen fiscale eenheid.

Gevolgen juridische fusie/(af)splitsing.

Besluiten met betrekking tot de 16e standaardvoorwaarde.

Verliesbeschikkingen VpB.

VpB

Bijlage 3
Ontwikkelingen portefeuilles
Voor de belastingmiddelen wordt een overzicht gegeven van een selectie van ontwikkelingen op het gebied van nieuwe wetgeving (advisering en implementatie) en van bestaande wetgeving (toepassing van het recht). Bij nieuwe wetgeving variëren de activiteiten van de portefeuilles van het toetsen van handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid tot het verzorgen van voorlichtings- en opleidingsmateriaal, aangiftebiljetten en aanpassingen in de geautomatiseerde ondersteuning. Bij bestaande wetgeving richten de activiteiten zich op de ondersteuning van de toepassing van het recht door de eenheden, op de uitvoering en op uitkomsten van evaluaties.

Nieuwe wetgeving
Accijnzen

Advisering en implementatie van het Early Warning Systeem.
* Met ingang van 1 januari 1999 is de proviandering in de binnenvaart beperkt tot hoeveelheden die afhankelijk zijn van de af te leggen afstand.

* Op 1 juni 1999 is de regeling voor belastingvrije verkopen binnen de Europese Unie afgeschaft en is een vereenvoudigde regeling voor de fiscale behandeling van zogenoemde mobiele winkelvoorraden aan boord van ferryschepen en vliegtuigen in werking getreden.
Douanetechniek

* Advisering bij de herziening van het douanevervoer. Zo is onder meer gewerkt aan de definitieve conceptteksten communautair en gemeenschappelijk douanevervoer, is gesproken over de spoorliberalisering en is de bouw van het Europees geautomatiseerde systeem voor douanevervoer (NCTS) voortgezet.
* In januari is de eerste fase van de herziening van het TIR-vervoer in werking getreden. Inmiddels wordt gewerkt aan de tweede fase.
* Op het gebied van de douanewaarde is geadviseerd over de vereenvoudigde procedures voor groenten en fruit terzake van goederensoorten en handelscentra. Verder is de communautaire wetgeving gewijzigd wat betreft de voorwaarde van verbondenheid.
* Bij de indeling van goederen in het douanetarief zijn onder meer wijzigingen geïmplementeerd op het gebied van textiel, schoenen, werktuigen en landbouw/chemie.

* Er is verder gewerkt aan de vereenvoudiging en bredere facilitering van de communautaire wetgeving. Het gaat met name om de Toepassingsverordening bij het Communautair Douanewetboek waarvan de derde titel, betreffende de economische douaneregelingen, zal worden teruggebracht van 291 naar 96 artikelen.

* Op 1 januari 1999 is de gewijzigde Douaneregeling in werking getreden.

Formeel Recht

* Advisering over het wetsvoorstel Uitbreiding rechtsbescherming belastingplichtigen en de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht.

* Met ingang van 1 juli 1999 is de behandeling van klachten opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht.
* Met ingang van 1 september 1999 werkt de Algemene wet bestuursrecht ook ten aanzien van het fiscaal procesrecht.
* Advisering en implementatie ten aanzien van de wijziging van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst in verband met het arrest van 16 december 1998 betreffende de grondslag van boeteberekening ten aanzien van de aanslagbelastingen.
IB-niet winst

* Aanpassing van de Wet Vermogensbelasting in verband met de komst van de euro.

* Per 1 januari 1999 is de wetgeving met betrekking tot de afkoop van alimentatie in werking getreden.

* Met ingang van 1 januari 1999 is de wetgeving inzake het afschaffen van het buitenlandertarief en één aanslag bij samenloop binnen- en buitenlandse belastingplicht in een kalenderjaar in werking getreden.

* Implementatie van het Belastingplan 1999.
* De implementatie van de Voorlopige Teruggaaf (massaal) is in 1999 afgerond.
Implementatie van de Ziekenfondswet zelfstandigen.
IB-winst
Implementatie scholingsaftrek per 1 januari 1999 . Er is meegewerkt aan het rapport van de werkgroep "fiscale opties bij herstructurering op bedrijfsniveau in de land- en tuinbouw". Implementatie van de Ziekenfondswet zelfstandigen.
Internationaal Belastingrecht
Advisering over de herziening van het belastingverdrag met België.
Loonbelasting

* Invoering van de wet fiscale behandeling pensioenen op 1 juni 1999.

MB/BZM

* Advisering ten aanzien van de vaarbelasting.
* Advisering en voorbereiding Rekeningrijden in nauwe samenwerking met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Milieubelastingen
Implementatie van de wijzigingen in de Wet belastingen op milieugrondslag als gevolg van het Belastingplan 1999. Advisering ten aanzien van de "vergroening" van het belastingstelsel en in het bijzonder ten aanzien van de milieumaatregelen, voorgesteld in het Belastingplan 2000.
Advisering ten aanzien van het wetsvoorstel Invoering energiepremieregeling in de regulerende energiebelasting.
Niet-fiscale douanewetgeving

* Implementatie van wetgeving inzake de sanctiemaatregelen (Libië, Angola, F.R. Joegoslavië).

* Implementatie van gewijzigde wetgeving inzake communautair toezicht en vrijwaringsmaatregelen.

* Implementatie van gewijzigde (communautaire) wetgeving inzake nagemaakte of door piraterij verkregen goederen.
* De codificatie van Verordening (EG) nr. 2221/95 (uitvoeringsverordening m.b.t. de fysieke controles bij uitvoer van landbouwgoederen met aanspraak op restitutie) is afgerond en de implementatie is voorbereid.

* Op 1 juli 1999 is Verordening (EG) nr. 800/1999 (de nieuwe restitutieverordening) in werking getreden.
* In werkingtreding van de nieuwe veterinaire richtlijn (97/78/EG) per 1 juli 1999.

* Implementatie EG-maatregelen ramp Tsjernobyl bij de invoer van paddestoelen en slachtdieren uit Oostblok landen.
* Uitvoering c.q. afstemming controles bij het binnenbrengen van niet-dierlijke producten bestemd voor diervoeders. Uitvoering specifieke maatregelen bij de invoer van citruspulppallets uit Brazilië.

* Implementatie maatregelen in verband met de geconstateerde dioxine-besmetting van diervoeders in België.
OB/BPM
Advisering met betrekking tot het BTW-compensatiefonds, het verlaagde tarief voor arbiedsintensieve diensten. Advisering over de heffing van omzetbelasting op internetdiensten. Advisering rond het voorstel tot afschaffing van de Achtste Richtlijn en harmonisatie van het aftrekrecht. Advisering rond de voorstellen ten aanzien van de BPM en de BTW in het Belastingplan 2000.

* Op 1 juni 1999 is de regeling voor belastingvrije verkopen binnen de Europese Unie afgeschaft en is een vereenvoudigde regeling voor de fiscale behandeling van zogeheten mobiele winkelvoorraden aan boord van ferryschepen en vliegtuigen in werking getreden.
* Met ingang van 1 januari 1999 is de proviandering in de binnenvaart beperkt tot hoeveelheden die afhankelijk zijn van de af te leggen afstand.

* Implementatie van de nieuwe regeling inzake beleggingsgoud.
R&S
Advisering ten aanzien van een brede vernieuwing van de Successiewet 1956.
Wetgeving ter bestrijding van constructies ter voorkoming van overdrachtsbelasting.

Vennootschapsbelasting
Advisering ten aanzien van voorstellen met betrekking tot de herziening van het regime van de fiscale eenheid en belastingplicht voor overheidsbedrijven.
Advisering ten aanzien van de artikelen 13b, 13g en 20, lid 5 Wet VpB.
Implementatie van de wetgeving m.b.t. de fiscale behandeling van pensioenen.
De wetgeving m.b.t. de belastingplicht van energiebedrijven is geïmplementeerd.
Implementatie van de wetgeving m.b.t. juridische fusie en splitsing. Nadere besluitvorming in het kader van de implementatie van de invoering van verliesbeschikkingen.

Bestaande wetgeving

Accijnzen

* Aanpassing regeling bunkering van binnenvaartschepen. Aanpassing regeling bunkering van vliegtuigen.
Douanetechniek

* Met de internationale koeriersbedrijven is de -binnen de kaders van de communautaire wetgeving ontworpen regeling voor overgang naar Sagitta-2000 (Blauwdruk koeriers)- inmiddels in de praktijk bij enkele bedrijven ingevoerd.

* Er is uitbreiding bereikt van binnengrensoverschrijdende douane-entrepots; Nederland is thans betrokken bij 14 verleende vergunningen. Gewerkt wordt aan een pilot voor twee bedrijven die vanuit Duitsland in aanmerking willen komen voor een binnengrens-overschrijdende vereenvoudigde douaneaangifteregeling bij invoer.

* Er is een nieuwe Europese BTI-systeem geïntroduceerd. Aanvragen voor bindende tariefinlichtingen (BTI) zijn zo snel in alle lidstaten bekend en maken een einde aan de mogelijkheid van het shoppen langs verschillende kantoren. De afgifte van BTI's in Nederland is gecentraliseerd bij het douanedistrict Rotterdam.
Formeel Recht

* Herziening van de uitstelregeling Belastingconsulenten ondernemingen.
Beleid inzake suppletie-aangiften en beleid inzake par. 11.11 Iglo. Brochures Audit file/Clair (recht van inzage in geautomatiseerde administraties en software-brochure).

IB-niet winst

* Bijgedragen is aan de landelijke acties op het gebied van de WOZ-waarde en de hypotheekverhogingen.

IB-winst

* Bijgedragen is aan de ontwikkeling van de winstaangifte.
* Er zijn maatregelen getroffen om het slecht invullen van de WAZ-vraag op het aangiftebiljet IB tegen te gaan.
* Gewerkt is aan vaststelling en beheer landbouwnormen.
* Er zijn afspraken gemaakt over de wijze en duur van de afschrijving van varkensrechten; de afhandeling van aangehouden aangiften is voortvarend ter hand genomen.

* Ingesteld is een landelijk coördinatiepunt (BPO-Hilversum) voor vragen over de mogelijkheid tot willekeurige afschrijving bij films.

* Bijdrage is geleverd de totstandkoming van selectiecriteria voor de aangiftebiljetten.

Invordering
Na intensief overleg met het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij wordt het sofi-nummer opgenomen bij de diverse landbouwheffingen.
Brochures en documenten naar aanleiding van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen zijn aangepast.

Loonbelasting
in 1999 is vervroegd de Cd-rom uitgebracht met daarop het materieelpakket LB.
In het kader van de CAO-adoptie zijn diverse bedrijfstak-CAO's beoordeeld; met het LISV is een samenwerkingsverband opgestart.
MB/BZM

* Er loopt een proef met een twintigtal transportbedrijven om via internet aangifte te doen voor het Eurovignet.
* Landelijke acties voor katvangers, bedrijfsvoorraad, bussen en vrachtautos.

Milieubelastingen

* Onderzoek is verricht naar de inpassing van de milieubelastingen in de integrale klantbehandeling.

Niet-fiscale douanewetgeving

* Er is meegewerkt aan de NFD-deelprojecten Cultuurgoederen en anti-dumpingheffingen en compenserende rechten.
* Uitwerking van de aanbevelingen van het eindrapport ARK (Douane en Douanita) inzake NFD-taken.

* Op verzoek van de Inspectie Waren & Veterinaire Zaken instellen van controles inzake de productveiligheid bij de invoer van koffie, garnalen, houten speelgoed uit China, wegwerpaanstekers.
R&S
Vervolg aspectactie gericht op de juiste heffing van overdrachtsbelasting bij de koop van woonhuizen waarin mede de verkoop van roerende zaken is begrepen.
Vervolg intensivering van de controle ter bestrijding van constructies voor de overdrachtsbelasting.

Vennootschapsbelasting

* Ondersteuning bij de ontwikkeling en presentatie van de winstaangifte.
Bijdragen aan het Handboek en de Cd-rom Ondernemen. De brochures en de Handreiking pensioenen zijn geactualiseerd. Bijdrage bij de totstandkoming van selectie- en behandelmodules VpB.
* Landelijke actie tegengaan handel in verliezen.
Bijlage 4

Overzicht beleidsevaluaties

In dit overzicht zijn de belangrijkste evaluatieonderzoeken opgenomen die door de Directie BBKB van het Directoraat-Generaal Belastingdienst het afgelopen jaar zijn afgerond. Een meer uitvoerige beschrijving van de projecten wordt opgenomen in de jaarlijkse evaluatiebijdrage bij de rijksbegroting IXB waarin ministeriebreed, naast in 1999 afgeronde evaluatieonderzoeken, ook een overzicht van lopende en voorgenomen onderzoeken gegeven wordt.


1. Evaluatie wetgeving


* Evaluatie spaarloonregeling

* Evaluatie wet Waardering Onroerende Zaken
* Evaluatie Brede Herwaardering I

* Evaluatie bestuurlijke boeten

* Evaluatie regeling willekeurige afschrijving
* Evaluatie telewerkregeling


2. Logistiek


* Update wetgevingsterrein omzetbelasting, administratieve lasten 1996 en 1997

* Update wetgevingsterrein loonbelasting, administratieve lasten 1996 en 1997

* Aanpassing uitstelregeling belastingconsulenten ondernemingen
* Evaluatie winstaangifte


3. Rechtstoepassing en fiscaal uitvoeringsbeleid

* Eerste ervaringen met kennisgroepen

* Vaktechnische adviesfunctie


4. Rechtshandhaving en doelgroepbeleid


* Eindrapportage megaproject BTW-carrouselfraude
* Toetsing en actualisatie selectiemodules IB/VpB op belastingjaar 1995

* Belastingheffing bij verenigingen en stichtingen
* Ontwikkeling risicoprofielen startende ondernemers
* Doelgroepacties IB/PH 1991-1997


5. Analyse grondslagen en realisatie


* Standaardrapportage VIS 1992 1997

* Standaardrapportage IIS 1996


6. Communicatieonderzoek

Er is ook in 1999 weer veel aandacht besteed aan het vooraf testen van campagnemiddelen en verkennend onderzoek ter voorbereiding op communicatiecampagnes of dienstverlening. Daarbij gaat het om diverse soorten onderzoek:

* Het vooraf testen van campagnemiddelen, zoals radio- en tv-spots, brochures, elektronische producten en biljetten,
* het meten van effecten van communicatiebeleid via tracking onderzoek en

* tekstanalyses.

Een aantal van de meer omvangrijke projecten:

* De communicatie van de Belastingdienst

* Aangiftecampagne 1999

* Advertentiecampagne informatievoorziening Belastingdienst
* Evaluatie Belastingbulletin

* Evaluatie Belastingnet

* Evaluatie dienstverlening klantendiensten
* De telefonische dienstverlening van de Belastingdienst
* Gebruiksvriendelijkheid van internetdienst voor aangifte van loon- en omzetbelasting

* Gebruik en waardering Cd-roms loonbelasting en omzetbelasting
* Kwalitatief onderzoek cd-rom startende ondernemers
* Kwalitatief onderzoek cd-rom ondernemen 1999

7. Bedrijfsbesturing


* Fiscale Monitor 1999 - Nadere analyses naar determinanten van de waardering voor de Belastingdienst

* Fiscale Monitor CBM

* Profiel afhakers


8. Personeel en organisatie


* Terugdringing ziekteverzuim door psychische klachten
* Exitinterviews douane


9. Doorlichtingen


* Correctiebeleid;

* Fraudeplan 1996;

* Wederzijdse bijstand douane;

* Wervings- en selectiebeleid (personeel).

* * * *

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Inkomstenbelasting

*)
Belastingplichtigen d 5.550 5.943 6.227 6.262 6.215 (incl. digras en relaties) P d 4.403 4.701 4.937 4.953 4.878 O d 1.147 1.242 1.290 1.309 1.337

Aangiften d 6.252 6.631 6.956 7.201 7.366
P d 5.001 5.357 5.634 5.872 5.984
w.v. T-biljetten d 682 612 607 610 505
O d 1.251 1.274 1.322 1.329 1.382

waarvan electronische aangiften d 353 763 1042 1325 Per diskette d 541 623 737
Per modem d 222 419 588

Telefonische informatie d 958 1.187 1.402 1.543 1.742 P d 724 960 1.122 1.191 1.379
O d 234 227 280 352 363

Invulhulp d 150 163 149 124 109

Vermogenstoets huursubsidie d 329 1.080

Voorlopige aanslagen **) d 3.319 3.572 4.406 4.204 8.351 waarvan negatief d 745 951 1.700 1.778 5.516 P d 2.043 2.255 2.865 2.727 6.549
waarvan negatief d 735 933 1.460 1.494 4.962 O d 1.276 1.317 1.541 1.477 1.802
waarvan negatief d 10 18 240 284 555

Verminderingen voorlopige aanslagen d 1.069 1.217 770 1.492 1.249 P d 581 615 287 624 609
O d 488 602 483 868 640

Definitieve aanslagen d 6.683 6.557 6.992 7.213 6.832 P d 5.337 5.336 5.611 5.822 5.531
O d 1.346 1.221 1.381 1.391 1.300

Correcties bij definitieve aanslagen
(incl. ambtshalve aanslagen) % 13 10 10 10 9
P % 12 9 10 10 9
O % 15 13 10 10 8

Verminderingen definitieve aanslagen d 400 357 329 363 315 P d 191 184 148 187 151
O d 209 173 181 176 164


*) verklaring teleenheden, zie voorblad productieverslag
**) vanaf 1-7-1998 inclusief voorlopige teruggaaf (VT)
Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Inkomstenbelasting

Navorderingsaanslagen d 55 52 37 32 32
P d 29 28 12 10 10
O d 26 24 25 22 22

Navorderingsaanslagen met verhoging % 25 23 32 34 39 P % 29 22 35 39 48
O % 21 25 31 31 34

Verminderingen navorderingsaanslagen d 10 8 8 8 6 P d 3 2 2 2 1
O d 7 6 6 6 5

Bezwaarschriften *)
Ingediend d 280 250 343 677 445
P d 170 155 171 359 232
O d 110 95 172 318 214 **)
Afgedaan d 300 261 349 683 454
P d 176 159 175 365 240
O d 124 102 174 318 214 **)
Geheel toegewezen (n.a.v. correctie) % 54 51 52 52 47 P % 54 49 49 45 47
O % 54 54 55 58 -

Beroep bij Gerechtshof ***)
Ingediend 1 6.478 6.193 5.072 4.521 4.185
P 1 3.250 2.986 2.307 2.074 2.309
O 1 3.228 3.207 2.765 2.447 1.876
Ingetrokken 1 3.064 3.025 2.280 2.139 1.374 P 1 1.395 1.287 1.023 888 595
O 1 1.669 1.738 1.257 1.251 779
Uitspraken 1 3.687 3.493 3.580 2.744 2.031
P 1 2.121 1.936 1.840 1.315 1.098
O 1 1.566 1.557 1.740 1.429 933
w.v. inspecteur gelijk % 69 67 70 69 67
P % 73 73 76 75 75
O % 64 61 63 63 56
w.v. belastingplichtige gelijk % 13 17 14 14 17 P % 11 13 10 10 12
O % 16 21 18 19 23
w.v. gedeeltelijk gelijk % 18 16 16 17 16
P % 16 14 14 15 13
O % 20 18 19 18 21


*) vanaf 1-7-1997 inclusief bezwaarschriften tegen voorlopige aanslagen en vanaf 1998 incl. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekeringen Zelfstandigen (WAZ)

**) 1999: cijfers gedeeltelijkbeschikbaar
***) Vanaf 1998 incl. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekeringen Zelfstandigen (WAZ)

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Inkomstenbelasting

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 410 542 507 470 366
w.v. door staatssecretaris % 10 12 13 11 8
w.v. door belastingplichtige % 90 88 87 89 92 Arrest gewezen 1 346 399 594 512 489
w.v. staatssecretaris gelijk % 71 70 80 82 86 w.v. belastingplichtige gelijk % 29 30 20 18 14
Geautomat. verstrekking van inkomensgegevens
aan: Ministerie van VROM d 2.037 2.032 2.470 2.430 4.737 Informatie Beheer Groep d 1.491 1.841 1.927 2.502 1.268 Gemeentelijke Sociale Diensten d 1.125 1.017 2.468 2.259 55 Sociale Verzekeringsbank d 471 520 473 359 9 Cent. Administ. kantoor zorgverzekeraars(CAK) d 264 114 501 884
1.613
Overigen d 14 10 26 17 33

Brieven en verzoekschriften
Koningin 1 148 121 70 59 51
Commissie voor Verzoekschriften 1 381 492 548 510 367 Nationale Ombudsman 1 708 685 771 620 605
w.v. uitgebrachte rapporten 1 96 91 81 82 67
Ontvangen rentegegevens *)
Aantal mln 24 24 25 24 24
Bedrag mld 18 18 24 31 33

Klachten
(alle middelen, m.u.v. Douane en FIOD)
Ingediend 1 2.083 1.906 1.851 1.881 1.669
P 1 946 1.086 995 1.041 815
O 1 1.137 820 856 840 854
Afgedaan 1 2.057 1.909 1.835 1.845 1.593
P 1 922 1.095 980 1.022 803
O 1 1.135 814 855 823 790

Internat. uitwisseling van heffingsgegevens **) (alle middelen, m.u.v. Douane en ICT)
Door Ned. verstrekte inlicht. aan buitenland ***) 1 8.180 25.967 41.928 25.413 48.059
w.v. spontaan 1 8.044 25.747 22.033 11.576 20.372 w.v automatisch 1 19.473 13.436 27.209
w.v. op verzoek 1 136 220 422 401 478
Doorlooptijd verzoeken uit het buitenland mnd 11 12 8 7 6 Door buitenland verstrekte inlichtingen aan Ned. 1 29.663 7.473 60.169 55.988 60.655
w.v. spontaan 1 29.581 7.316 49.631 32.391 11.204 w.v. automatisch 1 10.047 22.632 48.115 w.v. op verzoek 1 82 157 491 965 1.336
Doorlooptijd verzoeken aan het buitenland mnd 7 4 5 8 3

*) vanaf 1999 worden rentebedragen < 25 niet gerenseigneerd
**) een onderverdeling naar land is aan het slot van dit productieverslag opgenomen

***) aantal belastingplichtigen waarop de inlichtingen betrekking hebben.

****) in 1997 is een deel over 1996 meegeteld
*****) exclusief inlichtingen op tapes

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Vermogensbelasting

Aangiften *) d 635 602 610 743 777

Voorlopige aanslagen d 435 455 511 543 647

Verminderingen voorlopige aanslagen d 59 52 41 86 139

Definitieve aanslagen d 746 676 720 662 594

Verminderingen definitieve aanslagen d 54 52 44 41 32

Navorderingsaanslagen 1 3.201 2.925 2.434 2.280 2.129

Navorderingsaanslagen met verhoging % 19 17 26 23 31

Verminderingen navorderingsaanslagen 1 593 559 460 340 380

Bezwaarschriften **)
Ingediend d 37 35 34 39 18 ***)
Afgedaan d 39 35 34 40 18 ***)
Geheel toegewezen (n.a.v. correctie) % 71 66 67 61 70
Beroep bij Gerechtshof
Ingediend 1 216 227 157 187 153
Ingetrokken 1 181 141 101 100 64
Uitspraken 1 87 106 74 72 61
w.v. inspecteur gelijk % 64 61 76 68 59
w.v. belastingplichtige gelijk % 14 22 5 8 10 w.v. gedeeltelijk gelijk % 22 17 19 24 31

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 16 31 35 17 20
w.v. door staatssecretaris % 6 16 6 0 0
w.v. door belastingplichtige % 94 84 94 100 100 Arrest gewezen 1 7 10 5 19 51
w.v. staatssecretaris gelijk % 100 80 100 89 94 w.v. belastingplichtige gelijk % 0 20 0 11 6

*) tot 1998 alleen B- en C-biljetten

**) vanaf 1-7-1997 inclusief bezwaarschriften tegen voorlopige aanslagen

***) 1999: cijfers gedeeltelijk beschikbaar
Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Vennootschapsbelasting

Entiteiten d 816 838 875 861 890
w.v. middeldichtheid IB % 77 77 76 78 77
w.v. middeldichtheid VpB % 22 23 24 23 24
w.v. middeldichtheid LB % 40 39 38 40 40
w.v. middeldichtheid OB % 71 72 72 75 75

Belastingplichtigen d 389 416 444 474 505

Aangiften d 274 293 312 333 354

Voorlopige aanslagen d 235 256 323 339 350

Verminderingen voorlopige aanslagen d 104 102 175 156 163

Rulingverzoeken 1 818 595 870 891 857

Definitieve aanslagen d 271 270 287 300 304

Correcties bij definitieve aanslagen % 16 15 14 14 14 (incl. ambtshalve aanslagen)

Verminderingen definitieve aanslagen d 71 63 59 62 63

Navorderingsaanslagen 1 3.559 3.014 3.635 3.902 3.975

Navorderingsaanslagen met verhoging % 18 16 15 13 11

Verminderingen navorderingsaanslagen 1 2.256 1.994 1.766 1.837 1.694

Bezwaarschriften *)
Ingediend d 18 18 30 69 36 **)
Afgedaan d 20 19 29 67 36 **)
Geheel toegewezen (n.a.v. correctie) % 65 64 68 72 64
Beroep bij Gerechtshof
Ingediend 1 744 797 605 555 413
Ingetrokken 1 480 453 383 285 167
Uitspraken 1 303 266 315 264 249
w.v. inspecteur gelijk % 59 53 61 66 55
w.v. belastingplichtige gelijk % 26 24 22 21 28 w.v. gedeeltelijk gelijk % 15 23 17 13 17


*) vanaf 1-7-1997 inclusief bezwaarschriften tegen voorlopige aanslagen

**) 1999: cijfers gedeeltelijk beschikbaar
Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Vennootschapsbelasting

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 83 71 57 76 66
w.v. door staatssecretaris % 17 13 14 20 23 w.v. door belastingplichtige % 83 87 86 80 77 Arrest gewezen 1 61 97 73 56 85
w.v. staatssecretaris gelijk % 61 67 71 64 81 w.v. belastingplichtige gelijk % 39 33 29 36 19
Vervroegde afschrijving milieu-investeringen
(VAMIL-regeling) (incl. IB-ond.)
Ingediende aanmeldingen d 6 9 18 13 14 #
Aangevraagd bedrag mln 755 897 1.421 1.633 1.171 Beschikbaar bedrag mln 875 1.150 1.400 1.155 1.930
Energie-investeringsaftrek
(incl. IB-ond.)
Ingediende aanmeldingen d 10 14 16 #
Aangevraagd bedrag mln 981 1.442 1.244
Beschikbaar bedrag mln 1.100 1.300 1.635 Faciliteit willekeurige afschr. Arbo-investeringen (FARBO-regeling) (incl. IB-ond.)
Ingediende aanmeldingen d 2 4 #
Aangevraagd bedrag mln 98 191
Beschikbaar bedrag mln 95 190

Beleggingsinstellingen
Groenfondsen
Aantal 1 7 9 13 19
Ingelegd vermogen mln 1.090 1.326 2.042 2.066 w.v. belegd in projecten mln 617 997 1.527 1.740
Tante Agaathfondsen
Aantal 1 2 11
Ingelegd vermogen mln 3.129
w.v. belegd in leningen mln 2.798

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Loonbelasting

Inhoudingsplichtigen d 431 442 457 478 497

Aangiften d 2.835 2.867 2.962 3.068 3.232
waarvan electronische aangiften d 183 175
Afdrachtverminderingen LB/PH
Lage lonen
aantal werkgevers d 162 179 173 174 #
bedrag mln 787 1.254 1.794 1.989
Langdurig werklozen
aantal werkgevers d 5 9 12 15 #
bedrag mln 67 184 372 437
Onderwijs
aantal werkgevers d 22 23 23 22 #
bedrag mln 241 288 308 316
Kinderopvang
aantal werkgevers d 4 5 6 7 #
bedrag mln 41 46 69 111

Scholing
aantal werkgevers d 4 #
bedrag mln 82

Naheffingsaanslagen d 369 369 375 395 402

Naheffingsaanslagen met verhoging % 64 65 65 65

Bezwaarschriften
Ingediend d 19 18 38 28 6 *)
Afgedaan d 19 18 37 28 6 *)
Geheel toegewezen (n.a.v. naheffing) % 71 66 57 88 60
Beroep bij Gerechtshof
Ingediend 1 456 386 336 262 185
Ingetrokken 1 235 171 195 155 85
Uitspraken 1 235 151 217 157 95
w.v. inspecteur gelijk % 56 56 66 69 64
w.v. belastingplichtige gelijk % 24 25 20 9 20 w.v. gedeeltelijk gelijk % 20 19 14 22 16

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 34 29 37 37 32
w.v. door staatssecretaris % 29 24 3 24 6
w.v. door belastingplichtige % 71 76 97 76 94 Arrest gewezen 1 20 35 22 27 44
w.v. staatssecretaris gelijk % 85 60 86 85 89 w.v. belastingplichtige gelijk % 15 40 14 15 11

*) 1999: exclusief systeemaanslagen

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Omzetbelasting

Belastingplichtigen d 733 774 810 848 889

Aangiften d 4.474 4.472 4.719 5.010 5.299
w.v. electronische aangiften d 35 53 91 w.v. negatieve aangiften
Aantal d 891 1.081 1.150 1.224 1.280
Bedrag mln 16.742 20.278 21.974 26.075 28.191
Verleende verminderingen
Aantal d 400 399 417 530 513
Bedrag mln 5.850 5.481 6.553 7.601 7.152

Verzoeken om teruggaaf
Aantal d 152 152 149 154 151
Bedrag mln 1.890 1.761 1.796 2.744 2.757

Naheffingsaanslagen d 609 609 644 735 698

Naheffingsaanslagen met verhoging % 50 51 50 66 71

Bezwaarschriften
Ingediend *) d 168 156 199 183 20 **)
Afgedaan d 169 166 192 172 20 **)
Geheel toegewezen (n.a.v. naheffing) % 78 66 55 87 57
Beroep bij Gerechtshof
Ingediend 1 980 1.290 1.120 801 786
Ingetrokken 1 349 472 623 362 257
Uitspraken 1 407 458 862 465 457
w.v. inspecteur gelijk % 62 67 79 63 64
w.v. belastingplichtige gelijk % 18 14 9 18 22 w.v. gedeeltelijk gelijk% 20 19 12 19 14

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 81 75 109 101 103
w.v. door staatssecretaris % 9 12 23 12 12
w.v. door belastingplichtige % 91 88 77 88 88 Arrest gewezen 1 63 66 85 85 132
w.v. staatssecretaris gelijk % 73 71 76 74 82 w.v. belastingplichtige gelijk % 27 29 24 26 18
Internat. uitwisseling van heffingsgegevens ***) (Intra communautaire transacties ICT)
Door Nederland verstrekte inlichtingen aan buitenland op verzoek 1 686 862 1.206 1.388 1.255
Doorlooptijd verzoeken uit het buitenland mnd 4 3 4 4 4 Door buitenland verstrekte inlichtingen aan Nederland op verzoek 1 358 414 586 877 693
Doorlooptijd verzoeken aan het buitenland mnd 2 3 3 3 5

*) vanaf 1 juli 1995: inclusief categorie negatieve suppletie aangiften

**) 1999: exclusief systeemaanslagen

***) een onderverdeling naar land is aan het slot van het productieverslag opgenomen.

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Controle

Aantal boekenonderzoeken/bedrijfsbezoeken d 146 122 115 110 107

Belastingmiddel voorkomend in entiteiten
IB % 77 77 76 78 77
VpB % 22 23 24 23 24
LB % 40 39 38 40 40
OB % 71 72 72 75 75

Belastingmiddel betrokken bij onderzoeken
IB % 53 56 56 55 50
VpB % 9 10 13 14 14
LB % 35 30 28 27 28
OB % 57 64 64 62 57

Onderzoeken die hebben geleid tot correcties *) % 57 66 69 IB % 28 40 41
VpB % 23 34 33
LB % 17 27 31
OB % 21 28 31

Correcties
IB (in inkomensbedragen) mln 385 536 661 847 1.149 VpB (in winstbedragen) mln 4.550 3.536 5.534 5.781 7.517 LB (in belastingbedragen) mln 210 298 240 282 405 OB (in belastingbedragen) mln 303 459 464 548 621

*) vanaf 1998: percentage boekenonderzoeken-heffing met correctie van een of meerdere middelen IB, VpB, LB of OB

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Dividendbelasting
(incl. Kansspelbelasting)

Aangiften*) d 63 64 54 29 30

Naheffingsaanslagen 1 1.693 1.856 1.705 1.087 541 **)

Naheffingsaanslagen met verhoging % 28 23 29 45 63

Bezwaarschriften
Ingediend 1 538 512 667 401 3 ***)
Afgedaan 1 666 564 587 373 5 ***)
Geheel toegewezen (n.a.v. naheffing) % 53 48 43 54 56
Beroep bij Gerechtshof
Ingediend 1 11 20 38 20 20
Ingetrokken 1 5 5 13 10 5
Uitspraken 1 9 6 12 8 4
w.v. inspecteur gelijk % 56 17 42 13 75
w.v. belastingplichtige gelijk % 44 50 58 50 25 w.v. gedeeltelijk gelijk % 0 33 0 37 0

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 2 2 5 3 4
w.v. door staatssecretaris % 0 0 40 33 50
w.v. door belastingplichtige % 100 100 60 67 50 Arrest gewezen 1 3 0 0 2 4
w.v. staatssecretaris gelijk % 0 100 75 w.v. belastingplichtige gelijk % 100 0 25

*) vanaf 1997 dividendvrijstelling vervallen voor ab/digra's
**) 1999: exclusief grote ondernemingen

***) 1999: grote ondernemingen

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Motorrijtuigenbelasting
(vanaf 1 april 1995 houderschapsbelasting ingevoerd)
Geregistreerd voertuigenpark d 6.894 7.011 7.092 7.338 7.619 Personenauto's *) d 5.724 5.890 6.007 6.190 6.388 Motorrijwielen *) d 378 386 402 418 437
Bestelauto's d 368 422 480 557 629
Vrachtauto's *) d 138 100 153 165
Autobussen d 10 9 8 6
Aanhangwagens d 119 43 15 14
Vrijgestelde voertuigen d 140 161 180 207 235
Aangiften
Uitnodigingen tot betaling ***) d 19.598 22.563 22.978 18.121 18.400
Verzoeken om teruggaaf d 536 891 997 887 916
Telefonische informatie d 4.455 1.356 916 1.011 1.179

Naheffingsaanslagen d 904 1.643 1.515 1.631 1.800

Bezwaarschriften
Ingediend d 155 152 91 88 87
Afgedaan d 44 259 95 86 90
Geheel toegewezen ****) (n.a.v. naheffing) % 29 55 41 37 35
Beroep bij Gerechtshof
Ingediend 1 1.666 964 565 501 530
Ingetrokken 1 1.059 944 413 194 333
Uitspraken (incl. Hofbeschikkingen) 1 1.471 297 201 262 394 w.v. inspecteur gelijk % 83 84 71 80 83
w.v. belastingplichtige gelijk % 1013 1113 6 w.v. gedeeltelijk gelijk % 7 3 18 7 11

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 155 69 50 23 12
w.v. door staatssecretaris % 0 0 14 43 0
w.v. door belastingplichtige % 100 100 86 57 100 Arrest gewezen 1 83 103 36 21 18
w.v. staatssecretaris gelijk % 84 90 83 81 89 w.v. belastingplichtige gelijk % 16 10 17 19 11
Fotocontroles d 486 83 231 92 134
Overige controles d 63 74 314 357 460

Klachten
Ingediend 1 146 246 150 169 142
Afgedaan 1 124 259 159 167 137


*) vanaf 1998 incl. vrijgestelde voertuigen
**) Vermeld aantal is bestelauto's + vrachtauto's
***) tot 1-4-1995 vervolgaangiften; vanaf 1-1-1998 inclusief maandbetaling middels automatische incasso.

****) 1995: exclusief houderschapsbelasting
Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Belasting op personenauto's en motorrijwielen (BPM)

Aangiften d 85 81 68 66 66

Naheffingsaanslagen 1 1.919 2.226 2.831 2.917 124 *)

Naheffingsaanslagen met verhoging % 14 1 1 4 33 *)

Bezwaarschriften
Ingediend 1 1
Afgedaan 1 1

Beroep bij Gerechtshof
Ingediend 1 201 11 0 3 6
Ingetrokken 1 93 24 0 14 1
Uitspraken 1 106 6 0 2 23
w.v. inspecteur gelijk % 80 67 0 50 100
w.v. belastingplichtige gelijk % 8 16 0 50 0 w.v. gedeeltelijk gelijk % 12 17 0 0 0

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 26 19 10 9 12
w.v. door staatssecretaris % 4 16 20 22 0
w.v. door belastingplichtige % 96 84 80 78 100 Arrest gewezen 1 7 27 14 8 6
w.v. staatssecretaris gelijk % 86 89 57 63 67 w.v. belastingplichtige gelijk % 14 11 43 37 33
Controles d 38 32 19 16 21
(door Douane)


*) 1999: exclusief grote ondernemingen en douane
Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Belastingen van rechtsverkeer
(Overdrachts-, Assurantie- en Kapitaalsbelasting)
Belastingplichtigen assurantiebelasting 1 1.657 1.666 1.595 1.610
1.607

Afdracht op aangiften d 45 48 53 55 78

Afdracht op akten d 316 364 379 399 402

Naheffingsaanslagen 1 3.378 4.071 4.073 5.126 4.292

Naheffingsaanslagen met verhoging % 17 14 27 22 19

Bezwaarschriften
Ingediend 1 2.600 3.155 3.374 3.082 2.410
Afgedaan 1 2.709 3.186 3.217 3.117 2.569
Geheel toegewezen (n.a.v. naheffing) % 38 79 59 58 56
Beroep bij Gerechtshof
Ingediend 1 91 121 123 93 86
Ingetrokken 1 28 57 25 37 61
Uitspraken 1 45 4851 51 54
w.v. inspecteur gelijk % 56 63 66 53 70
w.v. belastingplichtige gelijk % 20 20 17 22 22 w.v. gedeeltelijk gelijk % 24 17 17 25 7

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 12 6 6 17 14
w.v. door staatssecretaris % 17 17 17 24 21 w.v. door belastingplichtige % 83 83 83 76 79 Arrest gewezen 1 9 10 11 7 20
w.v. staatssecretaris gelijk % 67 70 55 71 80 w.v. belastingplichtige gelijk % 33 30 45 29 20
Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Recht van successie, schenking en overgang
Aangiften d 98 99 101 110 96

Definitieve aanslagen d 98 102 99 113 97

Navorderingsaanslagen 1 924 978 996 1.064 1.276

Navorderingsaanslagen met verhoging % 1 1 1 2 1

Bezwaarschriften
Ingediend 1 5.245 4.947 4.262 4.495 4.201
Afgedaan 1 4.782 6.078 4.189 4.455 4.262
Geheel toegewezen (n.a.v. navordering) % 38 79 59 58 54
Beroep bij Gerechtshof
Ingediend 1 110 123 143 61 70
Ingetrokken 1 32 55 23 42 18
Uitspraken 1 54 69 80 67 40
w.v. inspecteur gelijk % 61 62 61 73 73
w.v. belastingplichtige gelijk % 26 26 24 10 18 w.v. gedeeltelijk gelijk % 13 12 15 17 9

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 15 26 10 10 12
w.v. door staatssecretaris % 27 27 0 10 0
w.v. door belastingplichtige % 73 73 100 90 100 Arrest gewezen 1 14 19 22 17 9
w.v. staatssecretaris gelijk % 79 63 55 71 67 w.v. belastingplichtige gelijk % 21 37 45 29 33
Geregistreerde akten d 1.860 2.047 2.174 2.199 2.268 w.v. Tante Agaath-regeling
aantal akten 1 1.142 1.821 2.104 1.968
bedrag leningen mln 97 223 231 210

Waardeschattingen t.b.v. alle belastingmiddelen d 46 42 38 33 *)


*) geen gegevens beschikbaar door reorganisatie R&S.
Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Douane

Vergunninghouders klanten d 25 48 49 57 59

Vergunningen d 31 56 61 65 66

Telefonische informatie d 142 137 135 147 141

Aangiften bij invoer d 2.251 2.507 2.633 2.785 3.031 (excl. mondelinge aangiften)
w.v. systeemaangiften d 1.931 2.082 2.239 2.358 w.v. fysiek gecontroleerd % 5 5 5 5 3

Aangiften bij uitvoer d 2.281 2.259 2.226 2.232 2.401 w.v. fysiek gecontroleerd % 2 2 2 2 1

Uitvoeraangiften met restitutie daadwerkelijk gecontr. % 7 7 7 7 6

Vervoers- en opslagdocumenten d 2.543 3.402 3.599 3.594 3.120

Aangiften accijns d 26 26 23 23 23
(dagaangiften)

Bekeuringen (incl. relazen van bevindingen) 1 9.719 9.664 14.125 16.645 19.030
w.v. Douanewetgeving 1 3.794 4.016 4.348 3.851 3.765 w.v. Accijnswetgeving 1 1.150 1.436 1.560 2.308 2.074
In beslaggenomen goederen
Verdovende middelen ton 292 70 22 33 36
Wapens 1 517 521 450 546 7.883

Navorderingsaanslagen *) 1 3.001 7.815 10.161 16.206 16.423

Naheffingsaanslagen accijns *) 1 139 1.414 3.408 4.732 4.910

Administratieve controle klanten 1 2.956 3.709 3.758 3.444 2.971

Ambulante controle d 98 85 81 111 162

Administratieve boeten d 14 8 7 11 8

Bezwaarschriften
Ingediend d 12 9 9 13 16
Afgedaan d 12 10 9 11 13
Geheel toegewezen (nav corr. verrificatie/vastst.) % 64 29 59 71 57


*) tot 1996 alleen ambulante controles

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Douane

Beroep bij Gerechtshof/T.C./C.v.B.
Ingediend 1 349 599 664 576 499
Ingetrokken 1 372 265 303 147 122
Uitspraken 1 191 292 236 241 229
w.v. inspecteur gelijk % 72 57 73 69 62
w.v. belastingplichtige gelijk % 25 34 21 24 30 w.v. gedeeltelijk gelijk % 3 9 6 7 8

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 6 5 6 1 0
w.v. door staatssecretaris % 0 0 33 0 -
w.v. door belastingplichtige % 100 100 67 100 - Arrest gewezen 1 6 8 1 0 0
w.v. staatssecretaris gelijk % 100 37 0 - w.v. belastingplichtige gelijk % 0 63 100 -
Verstrekte accijnszegels
Sigaretten mln 17.150 15.425 16.640 16.619 16.543 Sigaren mln 455 425 442 502 508
Tabak (kg.) mln 15 14 14 14 14

Onderz. monsters voor in- en uitvoeraangiften door Laboratorium
Landbouwregelingen 1 23.559 24.890 22.469 22.831 21.351 gevonden afwijkingen % 15 17 21 21 23
Accijnswetgeving 1 2.588 3.175 2.853 3.365 2.704 Tariefgroepindeling 1 23.774 25.674 22.067 23.064 21.771
Klachten
Ingediend 1 199 301 174251204
Afgedaan 1 191 229 204 236 190

Internat. uitwisseling van heffingsgegevens *) Door Ned. verstrekte inlichtingen aan buitenland 1 9.1699.7298.627
7.109 5.020
w.v. spontaan 1 8.143 8.078 7.281 5.523 3.322 w.v. op verzoek 1 1.026 1.651 1.346 1.586 1.698 Doorlooptijd verzoeken uit het buitenland mnd 3 3 3 3 3 Door buitenland verstrekte inlichtingen aan Ned. 1 13.631 9.780
9.389 9.916 8.024
w.v. spontaan 1 13.050 9.109 8.381 8.628 6.644 w.v. op verzoek 1 581 671 1.008 1.288 1.380 Doorlooptijd verzoeken aan het buitenland mnd 5 5 4 7 4
Verz. Invord.sbijstand van buitenland aan Ned. *) Afgehandeld 1 403 207 107 104 136
Doorlooptijd verzoeken mnd 7 10 15 13 7

Verz. Invord.sbijstand van Ned. aan buitenland *) Afgehandeld 1 90 101 73 30 37
Doorlooptijd verzoeken mnd 12 19 26 26 22


*) 'een onderverdeling naar land is aan het slot van dit productieverslag opgenomen

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Wet belastingen op milieugrondslag (WBM)

Belastingplichtigen 1 1.406 1.306 2.130 2.262 2.324

Aangiften 1 8.362 8.420 8.745 7.372 8.000

Naheffingsaanslagen 1 419 405 303 255 594

Naheffingsaanslagen met verhoging % 25 6 6 6 13

Bezwaarschriften
Ingediend 1 185 209 111 129 295
Afgedaan 1 194 252 114 52 228

Beroep bij Gerechtshof
Ingediend 1 3 10 13 10 8
Ingetrokken 1 4 1 0 4 1
Uitspraken 1 3 12 0 6 9
w.v. inspecteur gelijk % 67 83 50 33
w.v. belastingplichtige gelijk % 0 8 50 56 w.v. gedeeltelijk gelijk % 33 9 0 1

Beroep bij Hoge Raad
Ingediend 1 1 6 11 3 3
w.v. door staatssecretaris % 0 50 0 0 100
w.v. door belastingplichtige % 100 50 100 100 0 Arrest gewezen 1 0 1 4 0 2
w.v. staatssecretaris gelijk % 100 75 50 w.v. belastingplichtige gelijk % 0 25 50
Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Invordering

Achterstand invordering mln 14.708 14.542 15.675 14.836 17.902 Achterstand t.o.v. kasopbrengst + achterstand % 6,1 5,8 5,9 5,4 6,1

Aanmaningen d 2.420 2.538 2.254 2.778 2.716
Uitgevaardigde dwangbevelen d 1.034 1.340 1.127 1.379 1.310 Beslagopdrachten d 534 581 459 462 490

Aanslagen begrepen in tenuitvoerleggingen d 171 277 307 314 317

Aantal openbare verkopingen 1 1.861 2.392 2.997 4.937 4.637 Opbrengst verkoop roerende zaken d 9.584 9.818 8.800 9.503 9.623 Opbrengst verkoop onroerende zaken d 1.982 365 2.671 2.669 2.204

Kwijtschelding
Aantal aanslagen in verzoeken d 37 33 26 25 23 Aantal kwijtgescholden aanslagen d 6 5 4 3 3 Oninbaar lijden
Aantal aanslagen *) d 133 223 277 314 287

Verz. invord.sbijstand van buitenland aan Ned. **) (alle middelen m.u.v. Douane)
Afgehandeld 1 437 632 720 644 818
Doorlooptijd verzoeken om inlichtingen mnd 4 1 2 1 1 Doorlooptijd verzoeken tot notificatie mnd 3 4 2 2 2 Doorlooptijd verzoeken om bijstand mnd 21 18 21 15 15 Doorlooptijd verz. om conservatoire maatregelen mnd 4 - 1 - 1 Doorlooptijd totaal mnd 19 13 17 13 12

Verz. Invord.sbijstand van Ned. aan buitenland (alle middelen, m.u.v. Douane)**)
Afgehandeld 1 101 114 146 147 150
Doorlooptijd verzoeken om inlichtingen mnd 7 8 8 11 6 Doorlooptijd verzoeken tot notificatie mnd 9 - 4 2 - Doorlooptijd verzoeken om bijstand mnd 18 23 23 18 21 Doorlooptijd verz. om conservatoire maatregelen mnd 4 1 2 10 Doorlooptijd totaal mnd 15 18 18 16 17


*) vanaf 1996 inclusief MRB/HSB

**) een onderverdeling naar land is aan het slot van dit productieverslag opgenomen

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 FIOD / ECD
Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst FIOD
Aanmeldingen van fraude 1 4.093 3.995 2.934 2.606 3.410

Vervolgingswaardige fraudezaken 1 592 737 630 716 987

Convenantzaken openbaar ministerie 1 404 422 365 454 453

Strafrechtelijke onderzoeken recherche
Processen-verbaal 1 524 449 394 570 403
Rapporten 1 118 88 87 34 133
Bedrag opgespoord fiscaalrechtelijk nadeel mln 1.149 343 320 529 568
Bedrag opgespoord strafrechtelijk nadeel mln 958 299 286 528 545
Klachten
Ingediend 1 22 21 15 8 13
Afgehandeld 1 22 21 15 8 12

Verz. fisc. strafrechtshulp van buitenl. aan Ned. *) 1 48 77 99 110 134

Verz. fisc. strafrechtshulp van Ned. aan buitenl. *) 1 51 123 157 153 166

Economische controledienst ECD

Onderzoeken informatie, toezicht en opsporing 1 3.267 2.885 waarvan Informatie t.b.v. toezichthouders 955 580 waarvan Processen-verbaal 853 803
waarvan Corrigerend optreden 1092 515 waarvan Overige 367 987

Klachten
Ingediend 1 3
Afgehandeld 1 3


*) een onderverdeling naar land is aan het slot van dit productieverslag opgenomen

Productieverslag Belastingdienst 1995 1996 1997 1998 1999 Personeelsformatie

Divisie Particulieren 1 7.703 7.433 6.967 6.698 6.540

Divisie Ondernemingen 1 10.868 10.664 11.408 11.529 11.160

Divisie Grote ondernemingen 1 1.933 1.974 2.100 2.104 2.067

Divisie Douane 1 5.570 5.375 5.573 5.669 5.557

Automatiseringscentrum (B/AC) 1 1.031 1.031 1.584 1.666 2.128

FIOD 1 750 753 788 788 824

Centrum voor Kennis en Communicatie (B/CKC) 1 194 195 263 303 334

Centrum voor Facilitaire Dienstverlening (B/CFD) 1 737 1.558 1.504
1.516

Interne Accountantsdienst Belastingen (IAB) 1 132 124 123 133 137

Diverse organisatieonderdelen 1 601 141 183 178 219 (incl. Projectorganisatie en cursisten)

Totaal *) 1 27.782 28.427 30.547 30.572 30.482

Personeelsverdeling
Vast % 95,7 94,3 92,4 93,1 93,6
Tijdelijk % 1,4 2,2 2,9 2,8 2,4
Overig % 2,9 3,5 4,8 4,1 4,0

Mannen 1 22.262 22.151 22.639 22.751 22.748 % 74,0 73,6 72,5 72,0 71,9
Vrouwen 1 7.828 7.936 8.581 8.861 8.909
% 26,0 26,4 27,5 28,0 28,1

Leeftijdsopbouw
< 25 jaar 1 660 625 828 723 600
% 2,2 2,1 2,7 2,3 1,9
25 - 34 1 8.900 7.605 6.895 6.132 5.176
% 29,6 25,3 22,1 19,4 16,4
35 - 44 1 12.878 13.441 13.948 14.064 13.991 % 42,8 44,6 44,7 44,5 44,2
45 - 54 1 6.659 7.314 8.257 9.131 9.982
% 22,1 24,3 26,4 28,9 31,5
55 - 64 1 993 1.102 1.292 1.562 1.908
% 3,3 3,6 4,1 4,9 6,0


*) begrotingsformatie in voltijdbanen (fte's)
Productieverslag Belastingdienst
Internationale uitwisseling van inlichtingen, invorderingsbijstand en strafrechtshulp
Internationale uitwisseling van heffingsgegevens per land (Directe belastingen, registratie en successie en omzetbelasting, m.u.v. ICT)

Land Verstrekt aan buitenland Ontvangen van buitenland spontaan automatisch verzoek totaal spontaan automatisch verzoek totaal

Australië 1 1 3.544 3.544
Belarus (Wit-Rusland) 1 1 0
België 18.253 533 158 18.944 455 27.353 284 28.092 Canada 1 6 7 1 1
Costa Rica 0 1 1
Denemarken 151 24 175 28 472 27 527
Dominicaanse Rep. 0 1 1
Duitsland 17 17.937 89 18.043 482 8.846 287 9.615 Estland 0 12 12
Finland 2 2 4 451 8 459
Frankrijk 466 8.739 83 9.288 31 11.444 125 11.600 Griekenland 1 1 2 2
Gr. Brittannië 943 25 968 4.936 228 5.164
Guatamala 0 1 1
Ierland 138 5 143 61 14 75
India 1 1 0
Indonesië 0 1 1
Italië 24 24 114 73 187
Japan 1 1 0
Letland 5 5 0
Luxemburg 243 243 1 78 79
Malta 1 1 0
Mexico 2 2 1 1
Ned. Antillen 1 1 16 16
Nieuw Zeeland 1 1 0
Noorwegen 1 3 4 84 1 85
Oekraïne 2 2 0
Oostenrijk 6 3 9 7 7
Pakistan 1 1 0
Polen 1 3 4 3 3
Portugal 3 3 142 15 157
Slowakije 1 1 1 1
Spanje 3 12 15 18 124 142
Tsjechië 4 4 1 1
Turkije 0 3 3
U.S.A. 6 9 15 9 9
Zuid-Afrika 0 1 1
Zuid-Korea 0 531 531
Zweden 136 10 146 312 25 337
Zwitserland 1 1 0

Totaal 20.372 27.209 478 48.059 11.204 48.115 1.336 60.655

Gem. doorlooptijd in mnd. 6 3

Productieverslag Belastingdienst
Internationale uitwisseling van inlichtingen, invorderingsbijstand en strafrechtshulp
Internationale uitwisseling van heffingsgegevens per land (Intra communautaire transacties ICT)

Land Verstrekt aan buitenland
op verzoek Ontvangen van buitenland
op verzoek

België 367 154
Denemarken 23 24
Duitsland 302 254
Finland 9 9
Frankrijk 57 17
Griekenland 28 11
Gr. Brittannië 95 72
Ierland 1 6
Italië 205 59
Luxemburg 10 12
Oostenrijk 21 11
Portugal 39 12
Spanje 74 47
Zweden 24 5

Totaal 1.255 693

Gem. doorlooptijd in mnd. 4 5

Productieverslag Belastingdienst
Internationale uitwisseling van inlichtingen, invorderingsbijstand en strafrechtshulp
Internationale uitwisseling douane en accijnzen per land
Land Verstrekt aan buitenland Ontvangen van buitenland spontaan verzoek totaal spontaan verzoek totaal

Albanië - 13 13 - - 0
Algerije - 3 3 - - 0
Aruba 1 7 8 - - 0
Australië - 7 7 6 - 6
België 1.138 318 1.456 2.295 239 2.534
Bosnië-Herzegovina 1 3 4 - - 0
Brazilië - - 0 - 1 1
Bulgarije - - 0 - 1 1
Canada 1 7 8 - - 0
Chili - 1 1 - - 0
Cuba - - 0 1 - 1
Cyprus - 2 2 - 2 2
Denemarken 50 9 59 115 21 136
Duitsland 1.211 216 1.427 2.873 329 3.202 Ecuador 1 - 1 - - 0
Egypte - - 0 - 1 1
Estland 1 11 12 - 2 2
Europese Commissie 11 23 34 123 1 124
Finland 36 8 44 6 20 26
Frankrijk 116 282 398 374 152 526
Georgië - 1 1 - - 0
Griekenland 30 23 53 62 46 108
Hongarije 31 17 48 - 3 3
Hongkong - - 0 - 1 1
Ierland 9 40 49 1 15 16
Ijsland 1 1 2 - - 0
India - 1 1 - - 0
Indonesië - - 0 - 1 1
Israël 1 5 6 - 1 1
Italië 5 83 88 53 76 129
Japan - 2 2 - 3 3
Kroatië - 4 4 - 1 1
Letland 5 24 29 2 1 3
Litouen 2 10 12 - 3 3
Luxemburg 3 17 20 - 24 24
Macedonië - 11 11 - 1 1
Malta - - 0 - 2 2
Marokko - 3 3 - 1 1
Mexico - - 0 - 1 1
Mongolië - 1 1 - - 0
Namibië - 1 1 - - 0
Ned. Antillen 1 4 5 1 3 4
Nieuw-Zeeland - 1 1 - - 0
Noorwegen 13 72 85 7 6 13
Oekraïne - 1 1 - 2 2
Oezbekistan - 1 1 - - 0
Oostenrijk 312 19 331 23 12 35

Subtotaal 2.980 1.252 4.232 5.942 972 6.914

Productieverslag Belastingdienst
Internationale uitwisseling van inlichtingen, invorderingsbijstand en strafrechtshulp
Internationale uitwisseling douane en accijnzen per land (vervolg)
Land Verstrekt aan buitenland Ontvangen van buitenland spontaan verzoek totaal spontaan verzoek totaal

Subtotaal 2980 1252 4232 5942 972 6914

Pakistan - 1 1 - - 0
Polen 6 49 55 - 6 6
Porto Rico - - 0 1 - 1
Portugal 8 39 47 2 68 70
Roemenië 2 5 7 - 1 1
Rusland 6 27 33 - 11 11
Slovenië - 4 4 - 3 3
Slowakije 2 15 17 - 1 1
Spanje 76 60 136 47 82 129
Suriname - 3 3 - - 0
Thailand - 1 1 - - 0
Tsjechië 32 12 44 - 1 1
Turkije - 17 17 - 2 2
USA 4 3 7 4 20 24
Uruguay - 2 2 - - 0
Ver. Koninkrijk 108 171 279 281 171 452
West-Jordaanoever/Gaza) - 1 1 - - 0
Wit-Rusland - 1 1 - - 0
Zimbabwe - 2 2 - - 0
Zuid-Afrika - 2 2 - - 0
Zweden 26 27 53 8 30 38
Zwitserland 72 4 76 359 12 371

Totaal 3322 1698 5020 6644 1380 8024

Gem. doorlooptijd in mnd. 3 4

Productieverslag Belastingdienst
Internationale uitwisseling van inlichtingen, invorderingsbijstand en strafrechtshulp
Internationale invorderingsbijstand per land (m.u.v. douane)
Land Door Nederland afgedane verzoeken van buitenland Door buitenland afgedane verzoeken van Nederland

Aruba 7 1
Belarus (Wit-Rusland) 1
België 488 83
Canada 5
Denemarken 25 2
Duitsland 246 28
Finland 1
Frankrijk 10 5
Griekenland 1
Groot-Brittannië 1 6
Italië 2
Luxemburg 4
Ned. Antillen 2 5
Noorwegen 19
Oostenrijk 1 2
Portugal 1
Spanje 2
Suriname 1
Turkije 1
U.S.A. 2
Zweden 14 2

Totaal 818 150

Gem. doorlooptijd in mnd. 12 17

NB het betreft afgedane verzoeken om inlichtingen, notificatie en invorderingsbijstand
voor belastingen, met uitzondering van de douane-invorderingsbijstand
Productieverslag Belastingdienst
Internationale uitwisseling van inlichtingen, invorderingsbijstand en strafrechtshulp
Internationale invorderingsbijstand Douane per land
Land Door Nederland afgedane verzoeken van buitenland Door buitenland afgedane verzoeken van Nederland

Richtlijn
EG 3/84 Richtlijn
EG 76/308 totaal Richtlijn
EG 3/84 Richtlijn
EG 76/308 totaal

België 0 6 6 0 3 3
Denemarken 0 1 1 0 0 0
Duitsland 39 71 110 0 24 24
Finland 0 0 0 0 0 0
Frankrijk 0 3 3 0 1 1
Griekenland 0 0 0 0 1 1
Groot-Brittannië 0 3 3 0 1 1
Italië 0 6 6 0 0 0
Luxemburg 0 0 0 0 0 0
Oostenrijk 0 5 5 0 1 1
Polen 0 1 1 0 0 0
Portugal 0 1 1 0 0 0
Spanje 0 0 0 0 2 2
Zweden 0 0 0 0 1 1
Zwitserland 0 0 0 0 3 3

Totaal 39 97 136 0 37 37

Gem. doorlooptijd in mnd. 7 22

Productieverslag Belastingdienst
Internationale uitwisseling van inlichtingen, invorderingsbijstand en strafrechtshulp
Internationale fiscale strafrechtshulp per land
Land Door het buitenland gedane verzoeken aan Nederland Door Nederland gedane verzoeken aan het buitenland

België 11 41
Denemarken 1 3
Duitsland 25 34
Engeland 28 24
Estland - -
Finland 1 -
Frankrijk 2 4
Griekenland - 3
Ierland - 2
Italië 6 -
Luxemburg - 5
Oostenrijk 1 3
Portugal 1 6
Spanje 1 7
USA - 2
Zweden 5 2
Overige 52 30

Totaal 134 166

II.

FINANCIËLE VERANTWOORDING 1999

BELASTINGDIENST

INHOUDSOPGAVE


1. Inleiding 57


1.1. Algemeen 57


1.2. Inrichtingseisen 57


1.3. Rechthandhavingsbeleid en beleid ter bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik 58


2. KERNSTATEN 60


2.1. Belasting- en overige Begrotingsontvangsten 62

2.2. Niet Begrotingsontvangsten en - uitgaven 64

2.3. Begrotingsuitgaven en - verplichtingen 65

2.4. Saldibalans Belastingdienst 67


3. TOELICHTING 68


3.1. Belastingontvangsten 70


3.2. Overige Begrotingsontvangsten 82


3.3. Belastingontvangsten Europese Unie 87


3.4. Niet-begrotingsontvangsten en -uitgaven 88

3.5. Begrotingsuitgaven en -verplichtingen 96

3.6. Saldibalans Belastingdienst 107


1. Inleiding


1.1. Algemeen

De Belastingdienst verzorgt de heffing, inning en controle van Rijksbelastingen. Daarnaast voert de Belastingdienst werkzaamheden uit voor derden. Deze werkzaamheden voor derden vloeien veelal voort uit andere (overheids-)taken.

In deze Financiële verantwoording wordt verantwoording afgelegd over de uitkomsten van het door de Belastingdienst gevoerde financiële beheer over het begrotingsjaar 1999.

Dit betreft zowel de ontvangsten, uitgaven en verplichtingen van de in de Begroting IXB (Financiën) opgenomen begrotingsartikelen, als de ontvangsten en uitgaven ten behoeve van derden. Tevens wordt de saldibalans van de Belastingdienst gepresenteerd.

De belangrijkste financiële gegevens worden in vier kernstaten gepresenteerd. De kernstaten 1 - Belastingopbrengsten en 2 - Begrotingsontvangsten zoals opgenomen in de Financiële verantwoording 1998 zijn thans samengevoegd, daar deze nagenoeg dezelfde informatie bevatten. De cijfers worden vervolgens toegelicht. Tenzij anders vermeld luiden de bedragen in deze Financiële verantwoording in duizenden guldens.

Opgemerkt wordt dat in de Financiële verantwoording uitsluitend de financiële gegevens van de Belastingdienst zijn opgenomen. Het betreft derhalve niet de financiële verantwoording over de Begroting IXB (Financiën), die door het Ministerie van Financiën, op grond van de Comptabiliteitswet, ten behoeve van de Staten-Generaal wordt opgesteld.

De in deze Financiële verantwoording opgenomen informatie is consistent met de Financiële verantwoording van het Ministerie van Financiën over de Begroting IXB van het jaar 1999, zoals die ten tijde van de ondertekening van het Beheersverslag nog aan de Algemene Rekenkamer ter beoordeling moest worden aangeboden. In het rapport van de Algemene Rekenkamer kunnen opmerkingen worden gemaakt over het financiële beheer van de Belastingdienst en de verantwoording daarover, die van invloed zijn op de Financiële verantwoording over de Begroting IXB (Financiën) die uiteindelijk bij de Staten-Generaal wordt ingediend.


1.2. Inrichtingseisen

De financiële administratie van de Belastingdienst is ingericht met in acht neming van de Comptabiliteitswet en de Regeling Departementale Begrotingsadministratie. Als gevolg hiervan wordt als waarderingssysteem het kas-verplichtingen stelsel gehanteerd. Alle bedragen en vorderingen zijn opgenomen tegen nominale waarde.


1.3. Rechthandhavingsbeleid en beleid ter bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik

Rechthandhavingsbeleid

Uitgangspunt van het rechthandhavingsbeleid van de Belastingdienst is het onderhouden en versterken van de bereidheid van belastingplichtigen tot nakoming van de wettelijke verplichtingen. De Belastingdienst onderscheidt hierbij twee sectoren in zijn primaire processen: Klantbehandeling en Rechtstoepassing. In het sectorplan Klantbehandeling worden de kwaliteitsmaatregelen beschreven die een passende behandelstrategie van de belastingplichtige waarborgen.

In het sectorplan Rechtstoepassing worden de maatregelen beschreven die bijdragen aan een juiste en uniforme rechtstoepassing. Criteria daarbij zijn rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en rechtmatigheid.

In het handboek Advisering en implementatie wetgeving zijn de maatregelen inzake het toetsen op handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid, de implementatie en de toepassing en evaluatie van wetgeving nader uitgewerkt.

Op het gebied van de rechtshandhaving wordt aandacht gegeven aan de kwaliteitsborging binnen het primaire proces van de Belastingdienst. Een goed stelsel van kwaliteitsborging vormt immers de basis voor een adequate rechtshandhaving.

Beleid ter bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik

Bij alle door de Belastingdienst uit te voeren fiscale taken wordt de Belastingdienst, in meer of mindere mate, geconfronteerd met de problematiek van misbruik en oneigenlijk gebruik (M en O). Het tegengaan van M en O bij de toepassing van fiscale wet- en regelgeving vormt een geïntegreerd onderdeel van het door de Belastingdienst gevoerde rechthandhavingsbeleid. Ook bij een toereikend M en O-beleid blijft er sprake van inherente onzekerheid over de volledigheid van de ontvangsten. Deze onzekerheid is niet nader kwantificeerbaar.

Een eerste aandachtspunt bij de uitvoering van het M en O-beleid betreft het beoordelen van de M en O-gevoeligheid van nieuwe wet- en regelgeving op handhaafbaarheid. Naast een goede voorlichting is de aanwezigheid van een toereikend controle- en sanctiebeleid een voorwaarde voor een effectieve uitvoering van de wet- en regelgeving.

Er wordt vaktechnisch toezicht uitgeoefend op de uitvoering van het controlebeleid. Op eenheden is dit de taak van de vakgroep-coördinator controle en het vaktechnisch overleg. De verschillende portefeuillehouders en in het bijzonder de portefeuillehouder controlebeleid, verzorgen de landelijke coördinatie. Het sanctiebeleid is wettelijk geregeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen en nader uitgewerkt in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998.

De Belastingdienst besteedt veel aandacht aan het opsporen van belastingplichtigen en belastbare feiten en gebeurtenissen. Van belang in dat kader zijn onder meer de gegevensuitwisseling met andere instanties, de waarnemingen ter plaatse en de landelijke acties.

Over het gevoerde rechthandhavings- en M en O-beleid verantwoordt de Belastingdienst zich nader in het Beleids- en Produktieverslag.


2. KERNSTATEN

KERNSTAAT 1


2.1. Belasting- en overige Begrotingsontvangsten
Art.

Omschrijving

Oorspronkelijke

(begrotings)

raming

1999

Raming 1999

na mutaties

najaarsnota

realisatie

1999

realisatie

1998

I.

04.06

04.07

04.08

04.09

04.10

04.11

04.12

04.13

04.14

04.15

04.16

04.18

04.19

04.20

04.21

04.22

04.23

04.24

04.25

04.26

04.29

04.30

Belastingontvangsten IXB (Financiën)

Vermogensbelasting

Vennootschapsbelasting

Loon- en Inkomstenbelasting

Dividendbelasting

Kansspelbelasting

Motorrijtuigenbelasting

Accijns van lichte olie

Accijns van minerale oliën, andere dan

lichte olie

Wijnaccijns

Alcoholaccijns

Bieraccijns

Tabaksaccijns

Accijns alcohol vrije dranken

Belasting van personenautos en

motorrijwielen

Omzetbelasting

Belastingen van rechtsverkeer

Rechten van successie

Overige belastingontvangsten

Belastingen op milieu-grondslag

Verbruiksbelasting van alcoholvrije

dranken en enkele andere producten

Belasting op zware motorrijtuigen

Ontvangsten die ten behoeve van het

Gemeentefonds en het Provinciefonds

worden afgezonderd


1.525.000
34.180.000

45.605.000


3.725.000
240.000


3.860.000

7.015.000

4.625.000
375.000

965.000

625.000


3.270.000

5.100.000
52.625.000


6.640.000

2.315.000
90.000


5.230.000
450.000

210.000


-25.072.085

1.680.000
33.903.000

44.241.000


5.030.000
255.000


4.470.000

7.005.000

4.505.000
395.000

890.000

655.000


3.315.000

5.805.000
54.085.000


7.505.000

2.765.000
90.000


4.913.000
435.000

210.000


-25.791.182

1.722.863
34.490.401

45.295.548


6.660.342
261.607


4.359.496

6.939.675

4.565.609
367.004

844.906

616.167


3.531.923

6.231.848
54.042.260


7.637.148

2.843.922
68.054


4.888.072
459.827

213.816


-25.785.796

1.475.571
33.717.307

43.808.332


4.266.302
229.170


3.995.633

6.625.355

4.266.091
350.241

877.556

605.147


3.071.305

- 14

5.278.430
49.701.472


6.768.498

2.468.200
70.369


3.704.273
422.620

203.163


-23.923.298
Totaal belastingontvangsten IXB (Financiën)

153.597.915

156.360.818

160.254.692

147.981.723

II

04.01

04.02

04.03

04.04

04.27

04.28

Overige begrotingsontvangsten IXB (Financiën)

Ontvangsten heffings- en invorderingsrente

Kosten van vervolging

Ontvangsten uit verrichte werkzaam-

heden

Bijdrage EU in de inningskosten

Douane

Diverse ontvangsten

Opbrengsten van schikkingen en

administratieve boeten

935.000

91.500

11.300

344.500

41.425

216.000

935.000

120.000

11.300

335.500

58.273

247.000

837.434

122.061

13.659

335.159

76.265

248.854

666.464

116.311

12.222

362.884

72.605

245.568

Totaal overige ontvangsten IXB (Financiën)


1.639.725

1.707.073

1.633.432

1.476.054
Totaal-generaal Ontvangsten IXB (Financiën)

155.237.640

158.067.891

161.888.124

149.457.777

III

Belastingontvangsten Europese Unie

Omzetbelasting

Invoerrechten


4.030.000

3.510.000

3.917.000

3.355.000

3.967.840

3.384.765

4.008.044

3.634.379
Totaal ontvangsten Europese unie


7.540.000

7.272.000

7.352.605

7.642.423
KERNSTAAT 2


2.2. Niet Begrotingsontvangsten en - uitgaven
Omschrijving

1999

1998

Dwanginvordering voor derden

Landbouwheffingen (LEF)

Landinrichtingsrente (LNV)

Premies schuldig nalatig (SVB)

Premies volksverzekeringen (Sociale Fondsen)

WAZ (LISV)

Provinciale opcenten (Provincies)

Ruil- en herverkavelingsrente (LNV)

Verkeersbegeleidingstarief scheepvaart (V&W)

Verontreinigingsheffing rijkswateren (V&W)

Voorraadheffing aardolieprodukten (EZ)

WIR-premies (EZ)

135.824

387.191

87.626

65

73.950.662


1.320.324

1.534.370


32.279

75.885

144.276


-154.906
174.121

341.774

96.253

43

69.077.458

799.500


1.321.948

-3
32.242

71.991

147.729


-283.544
TOTAAL

77.513.596

71.779.512

KERNSTAAT 3


2.3. Begrotingsuitgaven en - verplichtingen
UITGAVEN

Art.

Omschrijving

Oorspronkelijke

(begrotings-)raming

1999

Raming 1999

na mutaties

najaarsnota

realisatie

1999

realisatie

1998

04.01

01.14

04.04

04.05

04.06

04.08

04.09

04.10

Hoofdstuk IXB, Uitgaven

betreffende de Belastingdienst

Personeel en materieel

Diverse uitgaven

Wederzijdse bijstand

Uitgaven heffings- en

invorderingsrente

Garantie procesrisicos

Vergoeding van proceskosten

Wet waardering onroerende zaken

Uitvoering belastingmiddelen door derden


4.185.219



653.300

100


6.706
65.624



4.421.490
14.859


563.300

100


2.029
86.826



4.405.776
15.131


528.069

97


2.000
78.257



4.038.464
65.740


457.839

18


2.703

4.910.949

5.088.604

5.029.330

4.564.764
VERPLICHTINGEN

Art.

Omschrijving

Oorspronkelijke

(begrotings-)raming

1999

Raming 1999

na mutaties

najaarsnota

realisatie

1999

realisatie

1998

04.01

04.06

04.10

Hoofdstuk IXB, Verplichtingen

betreffende de Belastingdienst

Personeel en materieel

Garantie procesrisicos

Uitvoering belastingmaatregelen

door derden


4.185.219
250



4.421.490
250

39.595


4.398.837
144

39.595


4.067.193
311


4.185.469

4.461.335

4.438.576

4.067.504
KERNSTAAT 4


2.4. Saldibalans Belastingdienst

Debet

Credit

stand per

31-12-1999

stand per

31-12-1998

stand per

31-12-1999

stand per

31-12-1998

Liquide middelen

Uitgaven buiten begrotings-

verband

942

101.051

228.039

24.220

Rekening-courant Kerndepartement

Ontvangsten buiten begrotings-

verband

100.355


1.638
249.881


2.378
101.993

252.259

101.993

252.259

Rechten

Vorderingen en leningen

Voorschotten

Tegenrekening verplichtingen

Tegenrekening garanties

31.551.732

19.424

110.175

228.504

664

28.654.190

28.088

135.536

195.847

799

Tegenrekening rechten

Tegenrekening vorderingen/leningen

Tegenrekening voorschotten

Verplichtingen

Garanties

31.551.732

19.424

110.175

228.504

664

28.654.190

28.088

135.536

195.847

799

31.910.499

29.014.460

31.910.499

29.014.460

Totaal

32.012.492

29.266.719

32.012.492

29.266.719


3. TOELICHTING


3.1. Belastingontvangsten

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de in Kernstaat 1 opgenomen belastingontvangsten van het begrotingsjaar 1999. Per begrotingsartikel wordt de grondslag van het artikel en de gerealiseerde ontvangsten vermeld. De gepresenteerde ontvangsten zijn het saldo van alle in 1999 door de Belastingdienst ontvangen en teruggegeven belastingbedragen.

Het grootste gedeelte van de belastingopbrengsten komt ten gunste van ontvangsten artikelen, die behoren tot hoofdstuk IXB (Financiën) van de Rijksbegroting. Het overige deel komt toe aan de Europese Unie. Deze laatste wordt in 3.3. Belastingontvangsten Europese Unie toegelicht.

Onder begrotingsartikel 04.30 wordt een absoluut bedrag aan middelen van het Rijk afgezonderd ten behoeve van het Gemeentefonds en Provinciefonds.

De hoogte van de belastingopbrengsten wordt beïnvloed door macro-economische factoren en autonome maatregelen (fiscale maatregelen en maatregelen in de uitvoering). In het algemeen worden verschillen tussen de raming en de realisatie van de belastingopbrengsten niet nader verklaard. Veelal zijn deze verschillen namelijk macro-economisch bepaald, en als zodanig door de Belastingdienst niet te beïnvloeden. Slechts voorzover verschillen verklaard kunnen worden vanuit het primaire proces van de Belastingdienst, of indien bij een middel bijzondere afdrachten zijn gedaan, of andere beheersmatige opmerkingen dienen te worden gemaakt, worden deze in de toelichting opgenomen. Voor de verklaring van verschillen, die door macro-economische factoren zijn bepaald, wordt verwezen naar de financiële verantwoording van het Ministerie van Financiën (IXB) over het jaar 1999.

Ultimo 1999 zijn bedragen ontvangen die nog niet definitief zijn verwerkt in de administratie van de Belastingdienst, de zogenaamde comptabele overloop. Bij de jaarafsluiting is het bedrag van de overloop door middel van een toedelingsmethodiek verantwoord op de diverse belastingmiddelen en aandelen voor derden.

Vermogensbelasting (artikel 04.06)

De grondslag van dit artikel is de Wet op de vermogensbelasting (Stb.1964,520).

1999 1998

belastingontvangst
1.722.863 1.475.571

Vennootschapsbelasting (artikel 04.07)

De grondslag van dit artikel is de Wet op de vennootschapsbelasting (Stb.1969,469).

1999 1998

belastingontvangst 34.490.401 33.717.307

In 1999 is met de vennootschapsbelasting een bedrag van f 133 mln aan WIR-premies verrekend. Dit bedrag komt ten laste van de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en wordt toegevoegd aan de opbrengst vennootschapsbelasting (zie tevens de toelichting bij Ontvangsten ten behoeve van derden - WIR-premies - pagina 95).

Dit leidt tot de volgende opstelling:

1999 1998

Bruto-opbrengst vennootschapsbelasting f 34.357,4 mln f 33.334,1 mln

Verrekende WIR-premies 133,0 mln 383,2 mln

Belastingontvangst vennootschapsbelasting 34.490,4 mln 33.717,3 mln

Loon- en inkomstenbelasting (artikel 04.08)

De grondslag voor dit artikel is de Wet op de loonbelasting (Stb.1964,521) en de Wet op de Inkomstenbelasting (Stb. 1964,519).

1999 1998

loonbelasting 47.904.878 40.995.225

inkomstenbelasting -2.609.330 2.813.107

totaal 45.295.548 43.808.332

De heffing en inning van de loon- en inkomstenbelasting vindt gecombineerd plaats met de premies volksverzekeringen.

Op grond van de Wet Financiering Volksverzekeringen worden voor de splitsing van de loonheffing in een belasting- en een premie-deel per belastingjaar voorlopige toedelingspercentages vastgesteld op basis van het ramingsmodel van het Centraal Planbureau.

Op basis van de registratie van loonbelastingkaarten worden na twee jaar definitieve toedelingspercentages voor de loonbelasting vastgesteld en vindt een afrekening plaats tussen het Rijk en de Sociale Verzekeringsfondsen.

Loonbelasting

De afrekening over de opbrengsten loonbelasting van het belastingjaar 1997 heeft plaatsgevonden in 1999. Als gevolg hiervan is een bedrag van f 154,7 mln uitgekeerd aan de Fondsen, ten laste van de opbrengst van de loonbelasting.

Dit leidt voor de loonbelasting tot de volgende opstelling:

1999 1998

Bruto-ontvangst loonbelasting f 48.059,6 mln f 42.712,7 mln

Afrekening 1997 resp. 1996 - Sociale fondsen - 154,7 mln - 1.717,5 mln

Belastingontvangst loonbelasting 47.904,9 mln 40.995,2 mln

De ontvangsten van de loonbelasting zijn in 1999 ten opzichte van 1998 aanzienlijk gestegen omdat alle verminderingen van loonbelasting vanwege aftrekposten (zogenaamde loonbeschikkingen) vanaf 1999 niet langer worden verrekend met de loonbelasting via de maandelijkse salarisbetaling, maar rechtstreeks worden uitbetaald door de Belastingdienst aan de belastingplichtige via een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting. Hierdoor komt het resultaat van de ontvangsten inkomstenbelasting uit op een negatief bedrag.

Inkomstenbelasting

De afrekening tussen het Rijk en de Sociale Fondsen over de opbrengsten inkomstenbelasting van belastingjaar 1995 heeft plaatsgevonden in 1999. Als gevolg hiervan is een bedrag van f 151,5 mln ingehouden op de Fondsen, ten gunste van de inkomstenbelasting.

In 1999 is met de inkomstenbelasting een bedrag van f 21,9 mln aan WIR-premies verrekend. Dit bedrag komt ten laste van de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en komt ten gunste van de inkomstenbelasting.

Dit leidt voor de inkomstenbelasting tot de volgende opstelling:

1999 1998

Bruto-opbrengst inkomstenbelasting f 2.782,7 mln f 1.974,8 mln

Afrekening 1995 resp. 1994 - Sociale fondsen 151,5 mln 938,0 mln

Verrekende WIR-premies 21,9 mln - 99,7 mln

Belastingontvangst inkomstenbelasting -2.609,3 mln 2.813,1 mln

In 1998 heeft een verrekening met het Ministerie van Economische Zaken plaatsgevonden ter grootte van f 88,9 mln in verband met negatief openstaande WIR-posten in het WIR-registratiebestand. In het Beheersverslag 1998 werd daarbij aangekondigd dat in 1999 een nader onderzoek ingesteld zou worden naar de juistheid en volledigheid van dit verrekende saldo.

Uit een in 1999 ingesteld onderzoek is gebleken dat niet in alle gevallen sprake is geweest van terechte verrekening. Naar aanleiding van het onderzoek is, in overleg met het Ministerie van Economische Zaken, besloten dat in 1998 f 31,1 mln teveel is verrekend (zie tevens de toelichting bij Ontvangsten ten behoeve van derden - WIR-premies - pag.95).

Dividendbelasting (artikel 04.09)

De grondslag voor dit artikel is de Wet op de dividendbelasting (Stb.1965,621).

1999 1998

belastingontvangst 6.660.342 4.266.302

Een belangrijk deel van de hogere ontvangsten in 1999 ten opzichte van 1998 is het gevolg van een eenmalige hoge dividenduitkering van een grote beursgenoteerde onderneming.

Kansspelbelasting (artikel 04.10)

De grondslag voor dit artikel is de Wet op de kansspelbelasting (Stb.1961,313).

1999 1998

belastingontvangst 261.607 229.170

Motorrijtuigenbelasting (artikel 04.11)

De grondslag van dit artikel is de Wet op de motorrijtuigenbelasting (Stb.1994,17) en de Wet op de motorrijtuigenbelasting (Stb.1966,332).

1999 1998

belastingontvangst, ten bate van Begroting IXB
(Financiën) 4.359.496 3.995.633

Op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting kunnen provinciale opcenten en administratieve boeten worden geheven.

Dit leidt tot de volgende opstelling:

1999 1998

Bruto-opbrengst f 5.993,4 mln f 5.410,3 mln

Administratieve boeten - 99,5 mln - 92,8 mln

Provinciale opcenten - 1.534,4 mln - 1.321,9 mln

Belastingontvangsten 4.359,5 mln 3.995,6 mln

Accijns van lichte olie (artikel 04.12)

De grondslag van dit artikel is de Wet op de accijns (Stb.1991,561).

1999 1998

belastingontvangst 6.939.675 6.625.355

Accijns van minerale oliën, andere dan lichte olie (artikel 04.13)

De grondslag van dit artikel is de Wet op de accijns (Stb.1991,561).

1999 1998

belastingontvangst 4.565.609 4.266.091

Wijnaccijns en accijns van mousserende dranken (artikel 04.14)

De grondslag van dit artikel is de Wet op de accijns (Stb.1991,561).

1999 1998

belastingontvangst 367.004 350.241

Alcoholaccijns (artikel 04.15)

De grondslag van dit artikel is de Wet op de accijns (Stb.1991,561).

1999 1998

belastingontvangst 844.906 877.556

Bieraccijns (artikel 04.16)

De grondslag van dit artikel is de Wet op de accijns (Stb.1991,561).

1999 1998

belastingontvangst 616.167 605.147

Tabaksaccijns (artikel 04.18)

De grondslag van dit artikel is de Wet op de accijns (Stb.1991,561).

1999 1998

belastingontvangst 3.531.923 3.071.305

Accijns van alcoholvrije dranken (artikel 04.19)

De grondslag van dit artikel is de Wet op accijns van alcoholvrije dranken (Stb.1971,731).

1999 1998

belastingontvangst 0 - 14

In verband met de EG-harmonisatie van indirecte belastingen is vanaf 1 januari 1993 de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken (artikel 04.26) in de plaats getreden van deze accijns. Het in 1998 op dit artikel verantwoorde bedrag is het gevolg van de afwikkeling van de resterende vorderingen en teruggaven.

Belasting van personenauto's en motorrijwielen (artikel 04.20)

De grondslag van dit artikel is de Wet op belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (Stb.1992,709).

1999 1998

belastingontvangst 6.231.848 5.278.430

Omzetbelasting (artikel 04.21)

De grondslag van dit artikel is de Wet op de omzetbelasting (Stb.1968,329).

1999 1998

belastingontvangst 58.010.100 53.709.516

af wegens afdracht aan de Europese Unie 3.967.840 4.008.044

ten bate van Begroting IXB (Financiën) 54.042.260 49.701.472

De afdracht aan de Europese Unie wordt toegelicht in de Toelichting niet-begrotingsontvangsten en -uitgaven (zie pag.87).

Belastingen van Rechtsverkeer (artikel 04.22)

De grondslag van dit artikel is de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Stb.1970,611).

1999 1998

belastingontvangst 7.637.148 6.768.498

Onder de belastingen van rechtsverkeer worden begrepen de assurantiebelasting, de kapitaalsbelasting en de overdrachtsbelasting.

De belastingontvangst wordt als volgt uitgesplitst over deze belastingsoorten:

1999 1998

Assurantiebelasting f 1.082,5 mln f 1.183,1 mln

Kapitaalsbelasting 696,0 mln 666,6 mln

Overdrachtsbelasting 5.858,6 mln 4.918,8 mln


7.637,1 mln 6.768,5 mln
Rechten van successie (artikel 04.23)

De grondslag van dit artikel is de Successiewet (Stb.1956,362).

1999 1998

belastingontvangst 2.843.922 2.468.200

Overige belastingontvangsten (artikel 04.24)

1999 1998

belastingontvangst 68.054 70.369

Op dit artikel worden de buitengewone ontvangsten en de vrijwillig betaalde belasting verantwoord. De buitengewone ontvangsten betreffen met name ontvangsten op reeds oninbaar geleden vorderingen.

Belasting op een milieugrondslag (artikel 04.25)

De grondslag van dit artikel is de Wet belastingen op milieugrondslag (Stb.1994,923, gewijz. Stb.1996,647)

1999 1998

belastingontvangst 4.888.072 3.704.273

Onder de belastingen op een milieugrondslag worden begrepen belastingen op grondwater, afvalstoffen, brandstoffen en uranium-235 en een regulerende energiebelasting.

De belastingontvangst wordt als volgt uitgesplitst over deze belastingsoorten:

1999 1998

Belasting op brandstoffen f 1.331,4 mln f 1.354,0 mln

Belasting op grondwater en afvalstoffen 538,4 mln 500,2 mln

Belasting op uranium-235 15,0 mln 15,6 mln

Regulerende energiebelasting 3.003,3 mln 1.834,5 mln


4.888,1 mln 3.704,3 mln
Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (artikel 04.26)

De grondslag van dit artikel is de Wet verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (Stb.1992,683, gewijz.684).

1999 1998

belastingontvangst 459.827 422.620

Belasting van zware motorrijtuigen (artikel 04.29)

De grondslag van dit artikel is de Wet belasting zware motorrijtuigen (Stb.1995,563).

1999 1998

belastingontvangst 213.816 203.163

Ontvangsten die ten behoeve van het Gemeentefonds en het Provinciefonds worden afgezonderd (artikel 04.30)

De grondslag van dit artikel is de Financiële-verhoudingswet (Stb.1998,468 en 494).

1999 1998

voeding, ten laste van Begroting IXB (Financiën) - 25.785.796 - 23.923.298

De voeding van het Gemeente- en het Provinciefonds wordt (in verband met de gehanteerde begrotingstechniek) in mindering gebracht op de belastingontvangsten. De uitgaven van de Fondsen in een zeker begrotingsjaar worden vanuit dit begrotingsartikel gefinancierd.

De verdeling over de fondsen is als volgt:

1999 1998

Voeding Gemeentefonds f - 23.967,6 mln f - 22.377,2 mln

Voeding Provinciefonds - 1.818,2 mln - 1.546,1 mln


- 25.785,8 mln - 23.923,3 mln

3.2. Overige Begrotingsontvangsten

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de overige door de Belastingdienst gerealiseerde begrotingsontvangsten op hoofdstuk IXB (Financiën) gedurende het begrotingsjaar 1999.

Deze ontvangsten bestaan uit:


a. aan derden doorberekende kosten van door de Belastingdienst verrichte werkzaamheden.


b. de ontvangsten, die in dezelfde procesgang als de belastingen worden geïnd, zoals heffings- en invorderingsrente, administratieve boeten en vervolgingskosten.


c. de begrotingsontvangsten, die zijn gerelateerd aan de personele en materiële uitgaven.

Per begrotingsartikel worden de grondslag en de relevante bedragen vermeld.

De vermelde begrotingsramingen betreffen de stand van de begroting inclusief de wijzigingen samenhangend met de najaarsnota (tweede suppletore begroting).

Ontvangsten heffings- en invorderingsrente (artikel 04.01)

Dit artikel is gebaseerd op de Invorderingswet 1990 en de Algemene Wet Rijksbelastingen.

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Invorderingsrente 98.750 92.856 90.292

Heffingsrente 836.250 744.578 576.172

935.000 837.434 666.464

De ontvangsten betreffen de aan de belastingplichtigen in rekening gebrachte rente bij betaling na afloop van de betalingstermijn en bij aanslagen die worden opgelegd na afloop van het jaar waarop de aanslag betrekking heeft.

Kosten van vervolging (artikel 04.02)

De grondslag van dit artikel is de Kostenwet invordering rijksbelastingen (Stb.1969,83, laatstelijk gewijzigd bij Stb.1995,554).

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Kosten van vervolging 120.000 122.061 116.311

Aan belastingschuldigen wordt een tarief doorberekend voor de werkzaamheden, die samenhangen met de dwanginvordering (aanmaningen, dwangbevelen, beslagleggingen en executoriale verkopingen).

Ontvangsten uit verrichte werkzaamheden (artikel 04.03)

Op dit artikel worden ontvangsten verantwoord uit hoofde van voor derden verrichte werkzaamheden. Voor de doorberekening van de hiermee gemoeide kosten bestaan tariefregelingen:


a. Voor de inning van gemeentelijk zeehavengeld in Rotterdam door de Douane gold de resolutie van 30 maart 1914, nr.143, aangepast bij resolutie van 4 oktober 1934, nr.196. Met ingang van 1 oktober 1997 zijn de inningstaken van de Douane overgedragen aan het Gemeentelijk Havenbedrijf en is de vergoeding vervallen. De ontvangsten 1999 in het kader van de inning zeehavengelden betreffen de afrekening van een detachering van een tweetal douanemedewerkers bij het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) over de jaren 1997 t/m 1999. Medio 1999 zijn de betreffende medewerkers in dienst getreden bij het GHR.

b. Een vergoeding voor de inning en invordering van de verontreinigingsheffing rijkswateren maakt onderdeel uit van een door de Belastingdienst op 27 maart 1995 gesloten convenant met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.


c. Een vergoeding voor de detachering van medewerkers van de FIOD bij de Bureaus Financiële Ondersteuning (BFOs) is opgenomen in een door de Belastingdienst op 6 juli 1992 gesloten convenant met de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. De detacheringsregeling is beëindigd per 1 april 1998.

Verder worden op dit artikel verantwoord:


d. legesgelden. De tarieven voor het registreren van akten (of het verlenen van ontheffing daarop) alsmede voor inzage in of uittreksels uit de registers, berusten op de Registratiewet 1970 (Stb.1970,610), laatstelijk gewijzigd bij Wet van 22 juni 1994 (Stb.1994,573). De tarieven voor ambtelijke werkzaamheden van de Douane berusten op art. 35 van de Douanewet (Stb.1995,553);


e. de opbrengst van voor het publiek verkrijgbaar gestelde stukken. De verkoop van deze formulieren en publicaties vindt plaats via het Distributie-centrum voor Overheidspublicaties (SDU/DOP) en de opbrengst van abonnementen en publicaties van de Economische Controledienst.


f. administratiekosten Eurovignet. Bij teruggave van belasting op Euro-jaarvignetten worden administratiekosten berekend. Dit tarief berust op art.14, lid 4, van de Wet belasting zware motorrijtuigen (Stb.1995,563).

De ramingen en realisaties van dit artikel worden als volgt gespecificeerd:

begroting realisatie realisatie 1999 1999 1998

Perceptiekosten Gemeentelijk zeehavengeld 0 671 74

Perceptiekosten Verontreinigingsheffing 75 49 70

Bijdrage FIOD aan BFO's 0 0 207

Legesgelden 10.000 11.348 11.096

Formulieren en publicaties 950 1.276 442

Administratiekosten Eurovignet 275 315 333

11.300 13.659 12.222

Bijdrage van de Europese Unie in de inningskosten van de EU-douanerechten (artikel 04.04)

De grondslag voor dit artikel is artikel 2, lid 3, van het Besluit 88/376 EEG van 24 juni 1988 en de verordeningen nr.1552/89 en 1553/89 van 29 mei 1989.

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Bijdrage inningskosten 335.500 335.159 362.884

Als tegemoetkoming in de kosten van de inning van de invoerrechten wordt bij de maandelijkse afdracht aan de Europese Unie een bedrag ingehouden ter grootte van 10% van de in de tweede daaraan voorafgaande maand vastgestelde invoerrechten en landbouwheffingen van de niet-annex II producten.

In 1999 bedroeg de bijdrage in de inningskosten f 337,4 mln. Hierop is een bedrag in mindering gebracht van f 2,2 mln als gevolg van oninbaar geleden invoerrechten.

Diverse ontvangsten (artikel 04.27)

Op dit artikel worden de overige ontvangsten van de Belastingdienst verantwoord. Deze zijn veelal gerelateerd aan de bedrijfsvoering en betreffen ontvangen subsidies, ouderbijdragen kinderopvang, terugbetalingen e.d.

begroting realisatie realisatie 1999 1999 1998

Uitkeringen Fonds Arbeidsongeschiktheidsverzekering

Overheidspersoneel (WAO) 5.000 11.390 8.346

Ouderbijdragen kinderopvang 6.256 7.004 4.878

Subsidies en overige personele ontvangsten 23.193 19.806 32.288

Middelenafspraken roerende zaken 250 372 428

Overige ontvangsten materieel 19.274 27.982 21.884

Deelnemersbijdragen pc-privé-actie 4.300 9.711 4.781

58.273 76.265 72.605

De ontvangsten die geboekt worden op dit artikel hebben in een groot aantal gevallen een samenhang met het uitgavenartikel 04.01 Personeel en Materieel Belastingdienst.

Opbrengsten van schikkingen en administratieve boeten (artikel 04.28):

Dit artikel bestaat uit twee onderdelen:


a. Opbrengsten van schikkingen. Dit onderdeel betreft de ontvangsten n.a.v. getroffen schikkingen ter voorkoming van strafvervolging wegens fiscaal strafbare feiten. Grondslag is artikel 76 van de Algemene Wet Rijksbelastingen.


b. Administratieve boeten. Op dit onderdeel zijn de ontvangen administratieve boeten opgenomen. De grondslag hiervoor zijn de artikelen 9, 18, 20, 21 en 22 van de Algemene Wet Rijksbelastingen en de artikelen 37 e.v. van de Douanewet.

De ramingen en realisaties van dit artikel worden als volgt gespecificeerd:

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Opbrengsten van schikkingen 7.000 7.463 8.500

Administratieve boeten 240.000 241.391 237.068

247.000 248.854 245.568

De verdeling van de opbrengst boeten naar middel is als volgt:

1999

1998

Inkomstenbelasting

13.758

18.543

Vennootschapsbelasting


2.653

4.033
Omzetbelasting

90.573

88.583

Loonbelasting

31.303

26.183

Vermogensbelasting

552

578

Motorrijtuigenbelasting

99.466

92.770

Overige belastingen


3.087

6.378
241.391

237.068


3.3. Belastingontvangsten Europese Unie

Van de door de Belastingdienst gerealiseerde belastingopbrengsten (kernstaat 1) komt een deel toe aan de Europese Unie.

vermoedelijke

uitkomsten realisatie realisatie

1999 1999 1998

Aandeel Europese Unie


1. in de omzetbelasting 3.917.000 3.967.840 4.008.044

2. in de invoerrechten 3.355.000 3.384.765 3.634.379
Totaal 7.272.000 7.352.605 7.642.423


1. Aandeel in de omzetbelasting
Op grond van besluit 88/376 EEG (en de daarbij behorende verordeningen) wordt een gedeelte van de opbrengsten van de omzetbelasting afgedragen ten behoeve van de eigen middelen van de EU. Er moet een bedrag worden afgedragen ter grootte van maximaal 1% (1998: 1,08%) van de heffingsgrondslag.

Aan de hand van de begroting van de Europese Unie worden maandelijks door de Rijkshoofdboekhouding voorschotten afgedragen; na definitieve vaststelling van de grondslag vindt een afrekening plaats.

De afdracht in 1999 bestond uit voorschotten aan de EU voor de afdracht 1999.


2. Aandeel in de invoerrechten

De grondslag voor de heffing van de invoerrechten is de Wet tarief van invoerrechten (Stb.1985,313).

Het bedrag van de in 1999 door de Belastingdienst geïnde invoerrechten was f 249,6 mln lager dan in 1998. De geïnde bedragen worden maandelijks overgedragen aan de afdeling Rijkshoofdboekhouding (RHB) van het Ministerie van Financiën. De RHB verzorgt vervolgens voor verrekening met de Europese Unie.


3.4. Niet-begrotingsontvangsten en -uitgaven
In kernstaat 2 zijn de door de Belastingdienst in 1999 gerealiseerde ontvangsten en uitgaven opgenomen, die niet ten gunste of ten laste komen van de Begroting hoofdstuk IXB (Financiën).

Het betreft een aantal belastingen en heffingen welke worden geïnd ten behoeve van een aantal andere instanties. De belangrijkste van deze instanties zijn: andere ministeries, de provincies, de Sociale Verzekeringsfondsen en het Landbouw Egalisatie Fonds.

In het kader van de WIR worden uitgaven gedaan die verrekend worden met het Ministerie van Economische Zaken.

Ontvangsten en uitgaven ten behoeve van derden

realisatie realisatie

1999 1998

Totaal ontvangsten en uitgaven ten behoeve van
derden 77.513.596 71.779.512

De ontvangsten ten behoeve van derden betreffen de navolgende posten:

Dwanginvordering voor derden

realisatie realisatie

1999 1998

Ontvangsten Dwanginvordering voor derden 135.824 174.121

Het betreft hier de uitvoering van werkzaamheden voor instanties, die de dwanginvordering hebben uitbesteed aan de Belastingdienst.

De belangrijkste vormen hiervan zijn: de invordering van sociale verzekeringspremies op grond van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, van overschotheffingen op grond van de Meststoffenwet, van individuele huursubsidies op grond van de Huursubsidiewet, en van belasting, premies en EG-heffingen door buitenlandse belastinginstanties in Nederland op grond van verdragen en overeenkomsten met buitenlandse overheden.

De realisatie van de lagere ontvangsten 1999 is nagenoeg geheel toe te schrijven aan de ontvangsten ten behoeve van het GAK (f 36,0 mln).

Landbouwheffingen

realisatie realisatie

1999 1998

Ontvangsten Landbouwheffingen 387.191 341.774

De geïnde bedragen worden maandelijks overgedragen aan de afdeling Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën.

De feitelijke afdracht door de Rijkshoofdboekhouding aan het Landbouw-Egalisatiefonds vindt plaats op basis van de vastgestelde landbouwheffingen. In 1999 bedroeg het bedrag aan door de Belastingdienst vastgestelde landbouwheffingen f 390,2 mln (incl. teruggaven).

Landinrichtingsrente

realisatie realisatie

1999 1998

Ontvangsten Landinrichtingsrente 87.626 96.253

Voor het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wordt, conform artikel 229 van de Landinrichtingswet, door de Belastingdienst de inning van de Landininrchtingsrente (voorheen Ruil- en herverkavelingsrente) verricht.

Premies schuldig nalatig

realisatie realisatie

1999 1998

Ontvangsten Premies schuldig nalatig 65 43

Op grond van artikel 18 van de Wet financiering volksverzekeringen (wet van 27 april 1989, Stb. 129) kunnen verzekerden, binnen vijf jaren na kennisgeving van de aantekening schuldig nalatig te zijn van betaling op de aanslag verschuldigde premie voor de volksverzekeringen, alsnog betalingen doen.

Premies volksverzekeringen

realisatie realisatie

1999 1998

Ontvangsten Premies volksverzekeringen 73.950.662 69.077.458

De heffing en inning van de premies volksverzekeringen vindt gecombineerd plaats met de loon- en inkomstenbelasting. De totale ontvangsten worden door middel van een vastgestelde systematiek tussen de Belastingdienst en de Sociale Fondsen verdeeld in een belasting- en een premie-deel.

Per belastingjaar worden voorlopige toedelingspercentages vastgesteld op basis van ramingen van het Centraal Planbureau. Na twee jaar voor de loonbelasting en vier jaar voor de inkomstenbelasting worden op basis van de geregistreerde posten definitieve toedelingspercentages vastgesteld en vindt een afrekening plaats tussen het Rijk en de Sociale Verzekeringsfondsen.

Uit de reguliere opbrengsten werd over 1999 een bedrag van f 73.946,1 mln aan de Fondsen afgedragen.

Verder vonden in 1999 de volgende afrekeningen plaats:


a. de inkomstenbelasting/premieheffing over het premiejaar 1995. Als gevolg hiervan werd een bedrag van f 151,5 mln ingehouden op de Sociale Verzekeringsfondsen, ten gunste van de opbrengst van de inkomstenbelasting,


b. de loonbelasting/premieheffing over het premiejaar 1997. Als gevolg hiervan werd een bedrag van f 154,7 mln uitgekeerd aan de Sociale Verzekeringsfondsen, ten laste van de opbrengst van de loonbelasting.
Aan invorderingsrente werd in 1999 per saldo een bedrag van f 1,4 mln aan de Sociale verzekeringsfondsen uitgekeerd.

Per saldo is in 1999 f 73.950,7 mln afgedragen aan de Sociale Verzekeringsfondsen. De verdeling hiervan over de diverse fondsbeheerders luidt als volgt:

1999 1998

Sociale Verzekeringsbank (AOW, AWW/ANW) f 46.542,2 mln. f 43.407,5 mln.

Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (AAW) 49,3 mln. 1.423,2 mln.

Ziekenfondsraad (AWBZ) 27.359,2 mln. 24.246,8 mln.

73.950,7 mln. 69.077,5 mln.

De daling van de ontvangsten AAW 1999 ten opzichte van 1998 is te verklaren door het feit dat vanaf het premiejaar 1998 geen AAW-premie wordt geheven. In 1999 is de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen hiervoor gedeeltelijk in de plaats gekomen.

Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ)

realisatie realisatie

1999 1998

Ontvangsten WAZ 1.320.324 799.500

Voor zelfstandigen en belastingplichtigen met andere inkomsten is met ingang van 1 januari 1998 de Wet
Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen ingevoerd. De premieheffing wordt uitgevoerd door de Belastingdienst. De opbrengst wordt afgedragen aan het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen. De realisatie 1999 van f 1.320,3 mln is f 520,8 mln hoger dan de realisatie over 1998 (f 799,5 mln). De opbrengsten WAZ 1999 zijn in een geheel jaar gerealiseerd terwijl die voor 1998 slechts in een gedeelte van dat jaar werd gerealiseerd, daar de WAZ in 1998 van kracht is geworden.

Provinciale opcenten

realisatie realisatie

1999 1998

Ontvangsten Provinciale opcenten 1.534.370 1.321.948

De Provinciale opcenten worden geïnd als een per provincie vastgesteld opslagpercentage op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting. De afdrachten worden berekend over het totaal van de ontvangsten op basis van de geregistreerde betalingen en de opgelegde aanslagen.

De specificatie van de afdrachten over 1999 is:

1999 1998

Provincie Groningen f 47,5 mln f 40,6 mln

Provincie Friesland 49,2 mln 43,2 mln

Provincie Drenthe 49,4 mln 43,6 mln

Provincie Overijssel 108,1 mln 89,1 mln

Provincie Gelderland 194,3 mln 164,9 mln

Provincie Flevoland 25,4 mln 20,2 mln

Provincie Utrecht 120,8 mln 104,9 mln

Provincie Noord-Holland 221,2 mln 190,9 mln

Provincie Zuid-Holland 314,5 mln 274,8 mln

Provincie Zeeland 39,9 mln 35,0 mln

Provincie Noord-Brabant 260,5 mln 224,7 mln

Provincie Limburg 103,6 mln 90,0 mln


1.534,4 mln 1.321,9 mln
In 1999 is, door een wijziging in de methode die de Belastingdienst gebruikt bij de verdeling van de opbrengsten van de motorrijtuigenbelasting en de provinciale opcenten, abusievelijk f 78,1 mln teveel afgedragen aan provinciale opcenten (zie tevens pagina 108).

Ruil- en herverkavelingsrente

realisatie realisatie

1999 1998

Ontvangsten en uitgaven Ruil- en herverkavelingsrente 0 - 3

Verkeersbegeleidingstarief Scheepvaartverkeer

realisatie realisatie

1999 1998

Ontvangsten Verkeersbegeleidingstarief Scheepvaart 32.279 32.242

De heffing en inning van het VBS-tarief worden vanaf 1 oktober 1995 uitgevoerd ten behoeve van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Het betreft een heffing op de vaart van zeeschepen met een lengte vanaf 41 meter in een verkeersbegeleidingsgebied. Dit zijn de zeegebieden rond Den Helder, het Noordzeekanaal, het Eemsgebied, de Westerschelde en de Nieuwe Waterweg.

Op 19 januari 1998 heeft de rechtbank te Rotterdam de heffing van het VBS-tarief met terugwerkende kracht onverbindend verklaard. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat is tegen deze uitspraak in beroep gegaan. In deze zaak is het momenteel wachten op een uitspraak van het Europese Hof en, in tweede instantie, de Raad van State.

Verontreinigingsheffing rijkswateren

realisatie realisatie

1999 1998

Ontvangsten Verontreinigingsheffing rijkswateren 75.885 71.991

Op grond van het Uitvoeringsbesluit verontreiniging rijkswateren (Stb. 1970,536; laatstelijk gewijzigd bij Stb.1996,74) voert de Belastingdienst ten behoeve van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat de inning en invordering van de Verontreinigingsheffing rijkswateren (VHR) uit.

Voorraadheffing aardolieproducten

realisatie realisatie

1999 1998

Ontvangsten Voorraadheffing aardolieprodukten 144.276 147.729

Als uitvloeisel van een EG-richtlijn is de Wet voorraadvorming aardolieproducten (Stb.1976,569) in Nederland van kracht.

In verband met deze wet is een heffing ingesteld op aan accijns van minerale oliën onderworpen aardolieproducten. De ontvangen bedragen worden afgedragen aan het Ministerie van Economische Zaken, die vervolgens deze bedragen afdraagt aan de Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA).

WIR-premies

realisatie realisatie

1999 1998

Uitgaven WIR-premies - 154.906 - 283.544

Belastingplichtigen hebben in 1999 per saldo een bedrag van f 132,1 mln (in 1998: f 283,5 mln) verrekend met de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Daarboven heeft in verband met negatief openstaande WIR-posten in het WIR-registratiebestand over 1999 een aanvullende verrekening plaatsgevonden ad f 22,8 mln met het Ministerie van Economische Zaken. Dit bedrag bestaat uit een per saldo terugboeking van f 26,7 mln ten gunste van de inkomstenbelasting en een verrekening van f 3,9 mln ten laste van de vennootschapsbelasting in 1999.

Met ingang van het jaar 2000 is de Wet Investeringsrekening beëindigd en is de huidige registratie van WIR-premies komen te vervallen. Om het inzicht in de afloop van de na 1999 nog resterende te verrekenen WIR-premies te continueren zal vanaf 2000 op een andere wijze informatie worden verstrekt over de verrekening. Deze informatie bestaat uit de bedragen van WIR-premies voor zover die nog door ondernemingen in 2000 en volgende jaren zijn verrekend met aanslagen vennootschapsbelasting tot en met belastingjaar 1999. Ook worden de bedragen van de getemporiseerde verrekening van WIR-premies met aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting (de WIR-knip beschikkingen) over de belastingjaren tot en met 1999 vermeld; deze beschikkingen kunnen namelijk nog tot na 2003 worden uitbetaald (zie tevens de toelichtingen bij de artikelen 04.08 Loon- en Inkomstenbelasting - pagina 73 en 04.07 - Vennootschapsbelasting - pagina 71).


3.5. Begrotingsuitgaven en -verplichtingen
Kernstaat 3 geeft een overzicht van de uitgaven en verplichtingen van de Belastingdienst, die in 1999 op de Begroting IXB (Financiën) werden verantwoord.

De uitgaven (en verplichtingen) hebben betrekking op:


a. de personele en materiële uitgaven,


b. overige uitgaven, die in dezelfde procesgang als de belastingen worden betaald (bijvoorbeeld heffings- en invorderingsrente), dan wel rechtstreeks gerelateerd zijn aan dit proces.

In deze toelichting wordt per begrotingsartikel de grondslag aangegeven en een nadere specificatie verstrekt.

De vermelde begrotingsramingen betreffen de stand van de begroting inclusief de wijzigingen samenhangend met de Najaarsnota (tweede suppletore begroting).

Belangrijke verschillen tussen de begrotingsraming en de realisatie worden toegelicht. Bij de personele en materiële uitgaven worden tevens de belangrijkste mutaties in de raming vanaf de oorspronkelijk vastgestelde begroting genoemd.


3.5.1. Uitgaven

Personele en materiële uitgaven (Artikel 04.01)

Dit artikel betreft de personele en materiële uitgaven ten behoeve van de Belastingdienst.

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Personele uitgaven 2.734.374 2.680.606 2.544.419

Materiële uitgaven 1.687.116 1.725.170 1.494.045


4.421.490 4.405.776 4.038.464

Begroting/mutatie

Bedrag

In de oorspronkelijk vastgestelde begroting bedroeg het budget

f 4.185,2 mln

Tijdens de begrotingsuitvoering is de begroting aangepast voor de navolgende mutaties:


- de loonbijstelling


+ 94,5 mln

- kosten van de intensivering van controle aan de binnen- en buitengrenzen


+ 32,6 mln

- de prijsbijstelling


+ 28,8 mln

- overboeking van Verkeer en Waterstaat voor de voorbereidingskosten verbonden aan de invoering van het rekeningrijden

+ 26,8 mln

- kosten voor aanpassingen van automatiseringssystemen en voor het instellen van een interne helpdesk, de uitbreiding van de Belastingtelefoon, de versterking van de basisadministratie en het aanpassen van documenten in verband met de invoering van de Euro

+ 14,3 mln

- overboeking van Economische Zaken in verband met de overkomst van de Economische Controle Dienst naar de Belastingdienst

+ 13,0 mln

- overboekingen van VROM/Rijksgebouwendienst in verband met de correctie van het huisvestingsbudget voor de per 1 januari 1999 onderhanden werk projecten en voor de uitvoering van het huisvestingsprogramma Belastingdienst in verband met de restitutie van door de Belastingdienst in 1998 voorgefinancierde projecten

+ 10,1 mln

- de uitvoeringskosten van fiscale wetsvoorstellen

+ 8,1 mln

- ophoging kader in verband met meerontvangsten

+ 6,6 mln

- overboeking van Binnenlandse Zaken i.h.k.v. Financiering GBA

+ 1,5 mln

- enkele desalderingen, waarbij het met name gaat om uitgaven/ontvangsten in het kader van de technische bijstand aan de Nederlandse Antillen, subsidies en bijdragen van derden

+ 0,1 mln
Totaal mutaties


+ 236,3 mln
Begroting 1999

f 4.421,5 mln

Materiële uitgaven

De uitgaven ter ondersteuning van het apparaat van de Belastingdienst, worden onderverdeeld in acht clusters, waarbij ieder cluster staat voor een groep van gelijksoortige uitgaven.

De belangrijkste uitgaven binnen de clusters betreffen:


a. cluster personeelsmanagement: opleidingskosten, kosten voor arbeidsmarktbeleid en kosten van medische dienstverlening (bedrijfsgezondheidsdienst).

b. cluster reis en verblijfkosten: reis- en verblijfkosten voor dienstreizen, tegemoetkomingen

woon-/werkverkeer.


c. cluster huisvesting: uitgaven huisvestingsstelsel, huur, onderhoudskosten, energiekosten, kosten voor schoonhouden van gebouwen, kantinekosten en verhuiskosten.


d. cluster bureau: uitgaven voor bureaubehoeften, vakliteratuur, formulieren, drukwerk, uitgaven voor postverzending en kopieerkosten.

e. cluster bedrijfsmiddelen: aanschaf- en onderhoudskosten van kantoormachines, meubilair, voertuigen, vaartuigen en dienstkleding.

f. cluster informatie- en communicatietechnologie: aanschaf- en exploitatiekosten van hard- en software, datacommunicatie-kosten en inhuur van IT-capaciteit en uitgaven voor mobiele communicatie en telefoonkosten (incl. de Belastingtelefoon).


g. cluster algemeen: kosten betalingsverkeer, uitgaven voor voorlichting, externe advisering en werkzaamheden van derden.
De realisatie-cijfers, gespecificeerd naar de genoemde clusters, zijn als volgt:

realisatie realisatie

1999 1998

Personeelsmanagement 87.213 80.180

Reis en verblijf 80.273 84.151

Huisvesting 389.038 113.863

Bureau 196.759 180.675

Bedrijfsmiddelen 119.238 118.817

Informatie (Automatisering) 681.031 692.576

Communicatietechnologie 51.046 40.143

Algemeen 120.572 183.641

Totaal 1.725.170 1.494.046

In verband met het ingebruiknemen van een nieuw financieel systeem in de Belastingdienst, per 1 januari 1999, heeft tevens een heroverweging van de clusterindeling plaatsgevonden. Voor de uitgaafcijfers 1998 heeft een vertaling plaatsgevonden naar de nieuwe indeling. Tevens is per 1 januari 1999 in de IX B-begroting een apart artikel opgenomen voor de uitgaven in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (zie artikelnummer 04.09), welke voorheen onder het cluster Algemeen werden gerubriceerd. Ten opzichte van 1998 zijn de materiële uitgaven in 1999 met circa 15,5% gestegen.

Deze stijging is toe te schrijven aan:

Cluster Huisvesting: De stijging van de uitgaven 1999 t.o.v. 1998 komt geheel voor rekening van het per 1 januari 1999 van kracht geworden Omslagstelsel RGD (uitgaven 1999 f 260,1 mln).

Cluster Bureau: De uitgaven voor drukwerk zijn in 1999 hoger uitgevallen dan in 1998 en heeft onder andere te maken met het feit dat drukwerk aangepast diende te worden in het kader van de invoering van de EURO. Verder geeft de post Documentaire info en vakliteratuur een stijging te zien ten opzichte van voorgaande jaren. De reden hiervoor is dat in 1999 een grote overstap is gemaakt naar het beschikbaar stellen van digitale versies, in plaats van papieren versies, van de vakliteratuur. Deze vorm van verstrekken is weliswaar 1,25% (excl. BTW) duurder dan de papieren versie maar heeft als belangrijk voordeel dat de informatie actueel is en dat veel handwerk wordt bespaard bij het invoegen van supplementen.

Cluster Communicatietechnologie: De uitgaven in dit cluster vertonen een stijgende tendens en heeft te maken met het toenemende gebruik van telecommunicatie middelen. Hierbij kan worden aangetekend dat in 1999 de post Porti (cluster Bureau) geen stijging te zien heeft gegeven zoals in alle voorgaande jaren. Er vindt een verschuiving plaats in de wijze van communiceren. Verder zijn in 1999 investeringen gedaan in telefooncentrales, zoals de Belastingtelefoon.

Cluster Algemeen: In 1998 werden de uitgaven, voor een totaal bedrag van f 65,4 mln, in het kader van de Wet waardering onroerende zaken ten laste van dit cluster gebracht (zie tevens artikelnummer 04.09).

In het kader van de invoering Euro en in verband met de mogelijke gevolgen van de Eeuwwisselingsproblematiek is in 1999 een bedrag van f 236,3 mln uitgegeven. Het merendeel van de uitgaven had betrekking op automatisering. Er zijn tevens uitgaven gedaan voor voorlichting, aanpassingen aan inbraak- en beveiligingsinstallaties, aanpassing van documenten en formulieren en diverse andere kostenposten.

In het kader van het project Rekening Rijden is in het jaar 1999 een bedrag van f 19,3 mln uitgegeven.

Personele uitgaven

De uitgaven ten behoeve van personeel werkzaam bij de Belastingdienst, worden verdeeld in de onderstaande clusters:

De realisatie-cijfers, gespecificeerd naar de genoemde clusters, zijn als volgt:

realisatie realisatie

1999 1998

Ambtelijk Vast Personeel 2.479.212 2.347.601

Ambtelijk Tijdelijk Personeel 40.756 47.630

Toelagen en Uitkeringen 50.487 47.190

Gratificaties 18.709 15.595

Overige uitgaven Personeel 12.912 13.077

Niet-Ambtelijk Personeel 65.308 60.760

Post-Actief Personeel en Ov.Post-Actief Personeel 13.223 12.566

Totaal-generaal 2.680.606 2.544.419

In verband met het ingebruiknemen van een nieuw financieel systeem in de Belastingdienst, per 1 januari 1999, heeft tevens een heroverweging van de clusterindeling plaatsgevonden. Voor de uitgaafcijfers 1998 heeft een vertaling plaatsgevonden naar de nieuwe indeling.

Toelichting uitgaven 1999

Cluster Ambtelijk Vast Personeel: Het verschil tussen de realisatie over 1999 en die over 1998 van het ambtelijk personeel is de doorwerking van de kosten CAO 1997-1999 en CAO 1999-2000 en het feit dat de begrotingssterkte deels wordt ingevuld door niet ambtelijk personeel, waarvan de uitgaven vermeld worden onder het cluster Overige personele uitgaven.

De gemiddelde bezetting (ambtelijk personeel) bedroeg in 1999 29.440 FTEs (in 1998: 29.439 FTEs).

Overige uitgaven

Diverse uitgaven (artikel 01.14)

Op dit artikel worden uitgaven verantwoord, die, gezien hun aard en omvang, niet passen binnen andere artikelen van de begroting.

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Compensatie provincies 14.459 14.459 65.500

Verloren gegane rijksgelden 400 672 240

14.859 15.131 65.740

In 1999 heeft de nacalculatie plaatsgevonden op een in 1998 aan de provincies verstrekt voorschot inzake de vertraagde inning van provinciale opcenten als gevolg van de invoering van de mogelijkheid tot automatische incasso bij de motorrijtuigenbelasting. Dit resulteerde in een nabetaling aan de provincies van ca. f 14,5 mln.

Onder de verloren gegane rijksgelden vallen posten van diverse aard, bijvoorbeeld ten onrechte uitbetaalde teruggaven, die niet meer terugvorderbaar blijken, en boekingsverschillen.

Wederzijdse bijstand (artikel 04.04)

Dit artikel is gebaseerd op de Wet wederzijdse bijstand bij de invordering van enkele EG-heffingen.

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Wederzijdse bijstand 0 0 0

Het betreft een vergoeding van door een EG-lidstaat gemaakte kosten bij een door Nederland ten onrechte gedaan verzoek tot bijstand. In 1999 is op deze regeling geen beroep gedaan.

Uitgaven heffings- en invorderingsrente (artikel 04.05)

Dit artikel is gebaseerd op de Algemene Wet Rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990.

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Invorderingsrente 162.100 161.890 138.051

Heffingsrente 401.200 366.179 319.788

563.300 528.069 457.839

De realisatie van de uitgaven Invorderingsrente is hoger uitgevallen dan oorspronkelijk werd begroot voor 1999 (f 102,1 mln). Dit is een gevolg van een groei van het totale bedrag van de verminderingen op belastingaanslagen. Hierdoor moest meer invorderingsrente vergoed worden. De Heffingsrente is lager uitgevallen dan werd geraamd voor 1999. Deze lagere uitgave is het gevolg van de gerealiseerde versnelling in de aanslagoplegging (met name bij de inkomstenbelasting). De periode waarover rente moest worden vergoed, is daardoor korter geworden.

Garanties procesrisico's (artikel 04.06)

Dit artikel omvat uitgaven, die voortvloeien uit garanties, die door de Belastingdienst worden afgegeven aan faillissementscuratoren.

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Garanties procesrisicos 100 97 18

Met deze garanties kunnen faillissementscuratoren zonder eigen risico gerechtelijke procedures voeren. Deze procedures hebben vaak tot gevolg dat achterstallige belastingschulden alsnog kunnen worden geïnd. Indien de opbrengst van een procedure niet voldoende is om de proceskosten te dekken, kan de curator een beroep doen op de verstrekte garantie. De in 1999 verleende garanties bedroegen f 0,1 mln.

Vergoeding van proceskosten (artikel 04.08)

Dit artikel betreft de vergoeding van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand indien de Belastingdienst in gerechtelijke procedures in het ongelijk wordt gesteld.

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Vergoeding van proceskosten 2.029 2.000 2.703

De realisatie 1999 is, door een afname van het beroep op de regeling, lager uitgevallen dan werd begroot voor 1999.

Wet Waardering onroerende zaken (artikel 04.09)

Dit artikel betreft de vergoeding aan de gemeenten voor de door hen uitgevoerde taxaties in het kader van de waardering onroerend goed.

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Waardering onroerende zaken 86.826 78.257

De oorspronkelijke begroting van f 65,6 mln werd bij Voorjaarsnota verhoogd met een bedrag van f 21,2 mln, en gebracht op een totaalbedrag van f 86,8 mln, in verband met de invoering van het nieuwe financieringsstelsel. De realisatie 1999 is met een bedrag van f 8,6 mln lager uitgevallen dan bij Voorjaarsnota werd aangegeven. Een belangrijke reden hiervoor is dat door de gemeenten uiteindelijk minder objecten zijn gedeclareerd bij de Belastingdienst dan bij het opstellen van de ontwerpbegroting werd verondersteld. In de Ontwerpbegroting is in de raming rekening gehouden met 6,4 mln objecten, waarvan bij het opstellen van de begroting 1999 werd aangenomen dat de gemeenten de objecten in 1999 bij de Belastingdienst in rekening zouden brengen. Uiteindelijk werden door de gemeenten een totaal van 5,1 mln objecten in de declaraties richting Belastingdienst opgenomen. Deze vertraagde inzending van declaraties zal leiden tot een extra budgetbeslag van circa f 10,0 mln in het jaar 2000.

Uitvoering belastingmaatregelen door derden (artikel 04.10)

Dit artikel betreft vergoedingen aan derden die voor het Ministerie van Financien fiscale wetten uitvoeren. In 1999 betrof het de uitvoering van de vergoeding van een regeling, de regeling energiepremie, uit het wetsvoorstel Wijziging Regulerende Energiebelasting (Kamerstukken II, 1998/1999, 26 532).

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Uitvoering belastingmaatregelen door derden 0 0

Op 14 december 1999 is het wetsvoorstel tot wijziging van de regulerende energiebelasting en de inkomstenbelasting met het oog op het bevorderen van energie en milieuvriendelijk gedrag in de Eerste Kamer aanvaard. Met de aanvaarding van dit wetsvoorstel kan de energiepremieregeling per 1 januari 2000 van start gaan. De uitgaven zullen voor het eerst plaatsvinden in het jaar 2000.


3.5.2. Verplichtingen

Personeel en Materieel (04.01)

De opbouw van de aangegane verplichtingen is als volgt:

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Personele verplichtingen 2.644.595 2.683.601 2.543.869

Materiële verplichtingen 1.776.895 1.715.236 1.523.324


4.421.490 4.398.837 4.067.193
In de oorspronkelijk vastgestelde begroting bedroeg de raming van de verplichtingen f 4.185,2 mln. Tijdens de begrotingsuitvoering is deze raming verhoogd met f 236,3 mln tot f 4.421,5 mln. De verhoging liep gelijk op met de budgetaanpassingen bij de uitgaven.

De aangegane verplichtingen zijn f 22,7 mln lager dan de bijgestelde begroting.

Garanties procesrisico's (artikel 04.06)

Dit artikel omvat garanties die door de Belastingdienst worden afgegeven aan faillissementscuratoren.

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Garanties procesrisicos 250 144 311

Met deze garanties kunnen faillissementscuratoren zonder eigen risico gerechtelijke procedures voeren. Deze procedures hebben vaak tot gevolg dat achterstallige belastingschulden alsnog kunnen worden geïnd. Indien de opbrengst van een procedure niet voldoende is om de proceskosten te dekken, kan de curator een beroep doen op de verstrekte garantie.

Uitvoering belastingmaatregelen door derden (artikel 04.10)

Dit artikel betreft vergoedingen aan derden die voor het Ministerie van Financien fiscale wetten uitvoeren. Het gaat hierbij om de uitvoering van de vergoeding van één regeling, de regeling energiepremie, uit het wetsvoorstel Wijziging Regulerende Energiebelasting (Kamerstukken II, 1998/1999, 26 532).

begroting realisatie realisatie

1999 1999 1998

Uitvoering belastingmaatregelen door derden 39.595 39.595

Op 14 december 1999 is het wetsvoorstel tot wijziging van de regulerende energiebelasting en de inkomstenbelasting met het oog op het bevorderen van energie en milieuvriendelijk gedrag in de Eerste Kamer aanvaard. Met de aanvaarding van dit wetsvoorstel kan de energiepremieregeling per 1 januari 2000 van start gaan. Voor het uitvoeren van de regeling en de wederzijdse verplichtingen van de Ministeries van Economische Zaken, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Financien en EnergieNed vast te leggen is een convenant opgesteld.

Door het van kracht worden van dit convenant is in 1999 een verplichting ontstaan voor een bedrag van f 39,6 mln.

De realisatiecijfers voor de verplichtingen voor de artikelen Uitgaven heffings- en invorderingsrente (04.05), Vergoeding van proceskosten (04.08) en Wet waardering onroerende zaken (04.09) worden niet afzonderlijk opgegeven en toegelicht daar de verplichtingenrealisaties gelijk zijn aan de uitgavenrealisaties.


3.6. Saldibalans Belastingdienst

In kernstaat 4 is de saldibalans van de Belastingdienst weergegeven. De saldibalans kan worden onderscheiden in een intra-comptabel en een extra-comptabel deel.

Het intra-comptabele deel betreft de saldibalansposten die in dwingend evenwichtsverband en in directe relatie met de kasstromen worden bijgehouden. Het betreft liquide middelenrekeningen, de rekening-courantverhoudingen van de Belastingdienst met het kerndepartement, alsmede de uitgaven en ontvangsten buiten begrotingsverband.

Het extra-comptabele deel betreft saldibalansposten die niet in dwingend evenwichtsverband en in directe relatie met de kasstromen worden bijgehouden. Het betreft hier rechten, vorderingen, voorschotten, schulden, verplichtingen en garanties.

In het vervolg van deze paragraaf worden de saldibalansposten toegelicht.

Liquide Middelen

stand per stand per

31-12-1999 31-12-1998

Spoedgiro-circuit Postbank 0 227.874

Kasbeheerders 74 180

VSB/GWK-rekening 911 0

GWK-rekening Douane - 43 - 15

942 228.039

De post liquide middelen betreft de saldi op de girorekeningen van de Belastingdienst ten gevolge van betalingen via het spoedgiro-circuit van de Postbank, de kassaldi van de betaalpunten van de Belastingdienst en het saldo op de rekening van de Douane bij de GWK-Bank.

Uitgaven buiten begrotingsverband

stand per stand per

31-12-1999 31-12-1998

Te verrekenen provinciale opcenten 78.081 86

Tussenrekeningen betalingsverkeer e.d. 22.970 24.134

101.051 24.220

Als uitgaven buiten begrotingsverband zijn de bedragen opgenomen, die door de Belastingdienst aan derden zijn uitbetaald, en waarvan nog een afrekening met deze derde moet plaatsvinden.

Verder is het saldo opgenomen van een aantal financiële tussenrekeningen.

De post Te verrekenen provinciale opcenten betreft een bedrag dat in 1999 teveel is afgedragen aan de provincies. Of in 2000 tot terugvordering van dit bedrag wordt overgegaan is momenteel nog onderwerp van overleg met het Interprovinciaal Overleg (zie tevens pagina 92).

Rekening-courant Kerndepartement

stand per stand per

31-12-1999 31-12-1998

Rekening-courant kerndepartement 100.355 249.881

De stand op de rekening-courant betreft de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën (kerndepartement). Het bevat het saldo van de intra-comptabele saldibalansposten.

Ontvangsten buiten begrotingsverband

stand per stand per

31-12-1999 31-12-1998

Te verrekenen met derden 848 709

Overige te verrekenen 790 1.669


1.638 2.378

Als ontvangsten buiten begrotingsverband zijn de bedragen opgenomen, die door de Belastingdienst voor derden zijn geïnd, en waarvoor nog een afrekening met deze derde moet plaatsvinden.

Rechten

stand per stand per

31-12-1999 31-12-1998

Belastingvorderingen 31.551.732 28.654.190

Als rechten zijn de openstaande belastingvorderingen opgenomen. Het betreft hier het nominale bedrag van de in debiteurenadministraties geregistreerde invorderingsopdrachten. Dit bedrag is gecorrigeerd voor de betalingen, die ultimo het jaar waren ontvangen, maar nog niet verwerkt in de debiteurenadministraties.

De belangrijkste posten van de ultimo 1999 openstaande belastingvorderingen zijn de vorderingen inzake de vennootschapsbelasting (f 13.943,5 mln), de inkomstenbelasting/premies volksver-zekeringen (f 5.647,4 mln), de omzetbelasting (f 3.832,7 mln), de tabaksaccijns (f 1.983,9 mln) en de loonbelasting/premies volksverzekeringen (f 2.162,6 mln).

In 1999 bedroegen de oninbaargeleden vorderingen f 1.324,1 mln (in 1998: f 2.089,7 mln) en de kwijtgescholden vorderingen f 24,3 mln (in 1997: f 52,6 mln).

In 1999 deden de belangrijkste oninbaarlijdingen zich voor bij de omzetbelasting (f 481,3 mln), de vennootschapsbelasting (f 122,6 mln), de loonbelasting/premies volksverzekeringen (f 269,37 mln) en de inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen (f 281,7 mln).

Van het totale te vorderen bedrag zal uiteindelijk een aanzienlijk gedeelte niet inbaar zijn. Bij meer dan de helft van de openstaande vorderingen is de betalingstermijn verstreken. Van deze achterstandsposten is meer dan 57% aan te merken als betwist, bijvoorbeeld omdat een bezwaarschrift is ingediend. Van de niet-betwiste rechten met een betalingsachterstand zal een gedeelte niet of moeilijk inbaar zijn, bijvoorbeeld als gevolg van faillissementen.

Extra-comptabele vorderingen (incl. leningen)

stand per stand per

31-12-1999 31-12-1998

Leningen aan personeel voor computerapparatuur 18.306 24.732

Leningen aan personeel wegens vervoerplan 1.096 1.601

Vorderingen 22 1.755

19.424 28.088

Deze post betreft vorderingen, die zijn voortgevloeid uit uitgaven ten laste van de begroting. Het gaat om reeds verrichte uitgaven, die binnen begrotingsverband zijn geboekt en waarvoor op termijn nog een verrekening met derden of met een ander onderdeel van het Rijk zal plaatsvinden.

Onder de posten leningen zijn de leningen aan personeelsleden opgenomen voor het aanschaffen van computerapparatuur (bijv. in het kader van PC-acties), waarvoor de werkgever een renteloze lening verstrekt. Tevens worden leningen aan personeelsleden verstrekt voor de aanschaf van vervoerbewijzen openbaar vervoer en voor de aanschaf van rijwielen. De medewerkers lossen de leningen in enkele jaren af.

Voorschotten

stand per stand per

31-12-1999 31-12-1998

Voorschotten aan personeel 3.306 3.439

Voorschotten aan leveranciers 52.667 44.200

Voorschotten WOZ 36.455 68.254

Overige voorschotten 17.747 19.643

110.175 135.536

Onder deze post zijn betalingen aan derden opgenomen, die nog niet definitief zijn afgerekend. De voorschotten aan personeel betreffen vooruitbetalingen van salarissen, reis- en verblijfkosten en studiekosten. De voorschotten aan gemeenten in het kader van de Wet waardering onroerende zaken zijn voorlopige en deelbetalingen voor de taxatie-activiteiten van de gemeenten. De overige voorschotten betreffen voorschotten aan instellingen, die voor of namens de Belastingdienst werkzaam zijn, te weten de Rijksadvocaat, de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (USZO) en de Waarderingskamer.

Verplichtingen

stand per stand per

31-12-1999 31-12-1998

Betalingsverplichtingen artikel 04.01 188.909 195.847

Betalingsverplichtingen artikel 04.10 39.595 0

228.504 195.847

Onder deze post vallen de openstaande betalingsverplichtingen. Bij artikel 04.01 (Personeel en Materieel Belastingdienst) zijn dit de door de Belastingdienst aangegane verplichtingen voor bepaalde personeelslasten (bijv. uitzendkrachten) en voor de aanschaf van materieel, die ultimo het begrotingsjaar nog niet tot een betaling hebben geleid. De belangrijkste component van het saldo vormen verplichtingen in verband met automatiseringsuitgaven. Ultimo 1999 bedroegen deze f 137,2 mln (1998: f 129,6 mln).

Zie tevens de toelichting bij de gerealiseerde verplichtingen (pag.104).

Bij artikel 04.10 (Uitvoering belastingmaatregelen door derden) betreft het verplichtingen in het kader van het uitvoeren van de regeling energiepremie.

Garanties

stand per stand per

31-12-1999 31-12-1998

Garanties procesrisicos 664 799

De garanties betreffen door de Belastingdienst aan faillissementscuratoren afgegeven garanties in verband met procesrisico's (begrotingsartikel 04.06).

De stand geeft het totaal uitstaand garantiebedrag aan. Slechts een beperkt aantal garanties leidt uiteindelijk tot een betaling.

De Financiële Verantwoording 1999 bestaat uit 45 pagina's, inclusief deze pagina.

Den Haag, 15 maart 2000.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie