Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Zaligverklaring: Algemeen Rijksarchief laat bronnen spreken

Datum nieuwsfeit: 16-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Rijksarchiefdienst

Zaligverklaring: het Algemeen Rijksarchief laat de bronnen spreken

Op zondag 5 maart heeft paus Johannes Paulus II dertig Brazilianen, waaronder twee priesters, zalig verklaard, die in 1645 - tijdens de Nederlandse overheersing van Noord-Oost Brazilië - door Nederlandse calvinisten zouden zijn gemarteld en gedood in de plaatsjes Cunhaú (16 juli 1645) en Uruaçu (6 oktober 1645). De zaligverklaring gebeurt op verzoek en voorspraak van de aartsbisschop van Rio de Janeiro. Aan het besluit tot zaligverklaring is een uitgebreid historisch onderzoek voorafgegaan, onder andere in het Algemeen Rijksarchief. Op de website van het aartsbisdom Rio de Janeiro is een uitgebreide motivatie te lezen:
www.arquidiocese.org.br/v111298.htm
www.arquidiocese.org.br/v010199.htm

Naar aanleiding van dit bericht is er nader onderzoek gedaan in het archief van de West-Indische Compagnie dat berust bij het Algemeen Rijksarchief. Dit leverde onder andere twee documenten op waarin de gebeurtenissen uit 1645 worden beschreven. De betreffende documenten zijn gedeelten uit de resoluties (notulen) van de Hoge Raad van Brazilië, het toenmalige Nederlandse bestuursorgaan van Brazilië. Bron: Archief van de Oude West-Indische Compagnie, nummer toegang:
1.05.01.01, inv.nrs. 70-71. In de serie "Overgekomen Brieven en Papieren uit Brazilië" bevindt zich nog een aantal brieven over deze gebeurtenissen.

U kunt de twee originele documenten zelf raadplegen. Aangezien het schrift moeilijk te lezen is, bieden wij als alternatief transcripties aan.
Scan van het eerste document
Scan van het tweede document
Transcriptie van het eerste document
Transcriptie van het tweede document

Toelichting documenten
In het eerste document wordt aan de Hoge Raad gemeld dat op zondag 16 juli 1645 in het plaatsje Cunhaú een groep Tapoejers onder leiding van Jacob Rabbe 36 ongewapende Portugezen die uit de mis kwamen hebben vermoord. De Portugezen waren enkele dagen daarvoor ontwapend vanwege een uitgebroken rebellie tegen het Nederlands bewind. De Hoge Raad verklaart dat zij geen opdracht hiertoe heeft gegeven, maar zijn wel ingenomen met de afschrikwekkende werking van de slachtpartij.
In het tweede document bereikt de Hoge Raad het bericht van de Nederlandse commandant van het district Rio Grande dat dezelfde Jacob Rabbe met enkele Tapoekers en met behulp van "Brazilianen" (Tupi-indianen) en 30 Nederlanders op 6 oktober 15 à 16 Portugezen heeft vermoord in het huis van Jan Letaö . Een tweede poging in het nabijgelegen Potegi mislukt omdat de Portugezen daar gewapend verzet boden.

Achtergronden
De Nederlandse aanwezigheid als "koloniale" mogendheid in Brazilië beslaat ruwweg de periode 1624 tot 1654. Vooral de tijd tussen de jaren 1637 tot 1644 toen gouverneur-generaal Johan Maurits van Nassau (van het Mauritshuis te Den Haag) aan het hoofd stond van het Nederlands bestuur, geldt als een culturele en economische bloeiperiode.
Na het vertrek van Johan Maurits groeide het reeds sluimerende verzet onder de Portugese suikerplanters ("moradores") snel. In 1645 brak er een algehele rebellie uit tegen het bewind van de West-Indische Compagnie, in het geheim gesteund door Portugal. Deze vrijheidsstrijd heeft volgens Braziliaanse historici veel bijgedragen tot het ontstaan van een nationaal bewustzijn in Brazilië. De Nederlanders werden gaandeweg teruggedrongen tot de hoofdplaats Recife, waar ze het nog tot 1654 wisten uit te houden.

De Portugezen en de Nederlanders beschuldigden elkaar tijdens de revolte van 1645 over en weer van het plegen van gruweldaden, soms ten onrechte. Vaak gebeurde dit op basis van niet al te betrouwbare verklaringen van deserteurs. De Portugezen bijvoorbeeld beweerden dat de Nederlanders alle gevangenen met opzet overdroegen aan de kannibalistische Tapuyas ("Tapoejers'). Aanwijzingen dat beide gedocumenteerde moordpartijen religieus getint waren zijn er niet, althans niet volgens de Nederlandse archiefstukken. De Engelse historicus Boxer schrijft in zijn standaardwerk The Dutch in Brazil, 1624-1654 dat de moorden zijn gepleegd door de hiervoor al genoemde Tapuyas onder leiding van hun aanvoerder Jacob Rabbe (p. 168 en p. 172 in de Engelse uitgave van 1957). De bewering van de Nederlandse bestuurders dat zij geen opdracht tot het plegen van deze daden hadden gegeven en dus ook niet verantwoordelijk waren (hoewel zij blijkbaar wel ingenomen waren met de afschrikwekkende werking van het incident), werd door de Portugezen niet geloofd, ook al omdat de daders ongestraft bleven. De Portugezen namen op hun beurt weer wraak op de Nederlanders, wat tot een keten van wederzijdse slachtpartijen en beschuldigingen leidde.

De in de originele tekst genoemde "Brazilianen" waren zogenaamde Tupi-indianen die vooral aan de kust woonden en gedeeltelijk "gedomesticeerd" waren. "Tapoejers" was een verzamelnaam voor verschillende "wilde" nomadische en kannibalistische indianenstammen, waarvan de meeste samenwerkten met de Nederlanders. Een aantal van hen ging over naar het calvinistische geloof. Jacob Rabbi was een duits-joodse avonturier, die getrouwd was met een vrouw uit een Tapuya stam. Hij fungeerde als tolk en verbindingsman met de Indianen. Hij werd in april 1646, op bevel van de Nederlandse commandant van het district Rio Grande die getrouwd was met een Portugese, vermoord.

| Nieuws | Agenda | Toppers van Toen | Nieuw op deze site |

| Home | Actueel | Organisatie | Beleid & Visie | Genealogie | Educatie | Thema's |
| Links | Zoeken | Help |

Copyright © Rijksarchiefdienst

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie